Marskramerpad etappe 4: Rijssen – Okkenbroek

Route: Marskramerpad
Afstand: 30 km
Start: Station Rijssen
Eind: Bushalte Koerselmansweg Okkenbroek

Half mei is het lentegroen nog alom aanwezig

De afgelopen etappes liepen we in het mooie Twente. Deze vierde etappe leidt ons Twente uit en over de Sallandse Heuvelrug. We beklimmen een heuse berg en nemen na afloop de buurtbus naar station Deventer in een plaatsje waar we nog niet eerder van gehoord hebben. Het is niet zonovergoten zoals bij de vorige etappes, maar met 14 graden is het prima wandelweer.

We beginnen de etappe in Rijssen en wandelen eerst twee kilometer om de route weer op te pikken. We komen langs plekken waar we een maand geleden ook liepen. Het is nog even mooi. We maken een omtrekkende beweging rond Rijssen, waardoor het plaatsje bijna 15 kilometer lang op ongeveer gelijke afstand blijft liggen. We spreken grappend over het ‘rondje Rijssen’ totdat we de markering ‘rondje Rijssen’ tegenkomen. Het bestaat echt!

Rondje Rijssen bestaat echt!

We steken met een pontje de Regge over. Ik ben de primitievere trekpontjes gewend, waarbij je jezelf overtrekt met een (nat) touw. Dit pontje is groter en een stuk geavanceerder. Door te draaien aan een hendel trek je de ketting strak en zet je jezelf over.

Pontje over de Regge

Aan de overkant volgen we de Regge een tijdje, lopen over het erf van een boerderij (altijd leuk als routes over dit soort privé-gronden mogen lopen) en steken bij een imposante eik akkerland over. We zien weinig wandelaars. De wandelende mensen die we tegenkomen zijn enigszins pissig. Ze volgen de gele pijltjesroute van wandelnetwerk Twente, maar weten niet meer welke kant ze op moeten. “Dit hadden we gisteren ook al!” verzucht de man. Of wij even mee kunnen kijken. Maar wij kunnen ze ook niet helpen. Door de werkzaamheden aan de beken klopt de markering niet meer. Hier liepen we bij de vorige etappe ook tegenaan. We wensen ze succes en vervolgen ons pad.

Imposante eik

We lunchen langs een grindpad waar de bermen goed gemaaid zijn, behalve rondom de bankjes. Gevolg is dat ons lunchbankje omzoomd is door brandnetels en we eerst het bankje brandnetelvrij moeten maken, voordat we kunnen gaan zitten.

Bankje in de brandnetels

Dan komt het gebied van de Holterberg in zicht. Een bord geeft aan dat het verboden is voor auto’s en motors. Dit geldt echter niet voor o.a. 65-plussers. Positieve discriminatie die ik nog niet eerder ergens heb gezien. Over verlaten fietspaden dalen en stijgen we in het bos.

Verboden voor auto’s, tenzij je ouder dan 65 jaar bent

We komen langs de Canadese begraafplaats waar nog de kransen en bloemen van Dodenherdenking liggen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is op de Holterberg nog hevig gevochten. Het gemeentebestuur van Holten heeft voor de Canadese soldaten, die in de laatste fase van de oorlog in Noord- en Oost-Nederland omkwamen, deze begraafplaats aangelegd. Het is een van de grootste van Nederland. De Canadian War Cemetery is keurig onderhouden. Bij sommige graven staan foto’s van de gesneuvelden. Een groepje mensen dat langs de graven loopt lijken een familielid te bezoeken. Zo te horen komen ze uit Canada.

Canadese begraafplaats op de Holterberg

Dan is het toch echt tijd voor een kopje koffie. Volgens het boekje zijn er deze etappes heel wat koffiedrinkgelegenheden, gezien de vele kopjes koffie op de kaart. De eerste twee blijken echter gesloten en de derde verdwenen. De vierde is een pannenkoekenrestaurant en bevindt zich op de Holterberg. Dit is wel open en na 20 km genieten we van een cappuccino met lekkers.

Via de Panoramaweg, waar we niet heel veel panorama zien, dalen we de berg weer af en lopen het laatste gedeelte naar Okkenbroek. De in het boekje beloofde bushalte een paar kilometer voor Okkenbroek blijkt er niet te zijn en we moeten flink aanpoten om nog op tijd de bus in Okkenbroek te halen.

Vlak voor het plaatsje rijdt de buurtbus ons tegemoet. Hij stopt en vraagt waar we heen moeten. We noemen Okkenbroek en onze twijfel of we het wel halen. Hij stelt ons gerust, we kunnen sowieso straks mee. Hij moet eerst nog een lusje rijden, maar komt dan weer terug in Okkenbroek. Als we dan nog niet bij de halte zijn, pikt hij ons onderweg wel op. Er is toch maar één weg. We halen het net en laten ons naar station Deventer brengen. 30 km op de teller. Volgende keer wandelen we van Okkenbroek naar Deventer.

Op de Holterberg

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Advertenties

Marskramerpad etappe 3: Borne – Rijssen

Route: Marskramerpad
Afstand: 24 km
Start: Station Borne
Eind: Station Rijssen

Een eenzame boom op de Deldeneresch

De mooiste wandeldagen zijn in het voorjaar. Althans, dat vind ik. Het zijn die dagen waarop het voorjaar zich uitbundig laat zien. In verse lichtgroene blaadjes die opeens de takken bevolken. In de witte en roze bloesem die overal in tuinen en langs plattelandsweggetjes in volle glorie uitbarst. In kleurige voorjaarsbloemen in bermen. In fleurige vlindertjes die je gezichtsveld in fladderen om vrijwel gelijk al weer verder te gaan. Op zo’n dag vol zonneschijn en strakblauwe luchten liepen wij de derde etappe van het Marskramerpad, dwars door het mooie Twente.

Voorjaarsgroen

We beginnen op station Borne waar we weloverwogen de lange Deldensestraat nemen om weer uit te komen bij de route. Dat pakt ietwat anders uit. De weg blijkt achteraf helemaal niet naar de plek te leiden die we in gedachten hadden en we kruisen de route 2 km verder dan de bedoeling was. We beginnen vandaag bij Bokdam en het Bokdammerveld daadwerkelijk met het Marskramerpad. Met heide en watertjes helemaal geen gekke plek voor een etappestart.

Bokdammerveld

Al snel volgt een typisch Twents landschap met bosranden, weiden, boerderijen, oude waterputten en de onlangs gerestaureerde oliemolen ‘Noordmolen’ uit 1325. Met behulp van het waterrad perste men hier in vroeger tijden olie uit koolzaad en lijnzaad. Over de weg met dezelfde naam als de molen lopen we verder en zien voor ons het glooiende landschap van de Deldeneresch. Midden in het weiland staat een eenzame boom, zo te zien nog niet in blad. De tekening van de takken steekt mooi af tegen de blauwe lucht.

De gerestaureerde Noordmolen

Dan lopen we tegen een zijarm van het Almelose Kanaal aan. Langs de kant zit een visser in complete visuitrustig. De grote groene paraplu zal hem vandaag enkel beschermen tegen de zon. Op een bankje ritsen we broeken af en trekken vesten uit. Tijd om in luchtiger kleding verder te wandelen. Op naar de koffie, waar we inmiddels wel aan toe zijn.

Zijarm van het Almelose Kanaal

De koffie komt vlak na de A1, na ettelijke kilometers over zandwegen en de nodige paasvuurbulten en blijkt een heel vakantiepark te zijn. Maar er is ook koffie met lekkers. Na 15 kilometer gaat dat er wel in! De rode Twente-vlag die we vandaag niet voor het laatst zien, wappert in het fikse windje dat er staat.

We zijn in Twente

De zandwegen gaan verder en het mulle zand laat zien dat het al een tijdje niet geregend heeft. En dan komen we bij wandelnetwerkknooppunt N74. Hier zegt het boekje dat we naar links moeten, het wit-rode pijltje wijst heel duidelijk naar rechts. Gelukkig is er mobiel internet en het blijkt dat de beken ook hier aangepakt worden. Het pad langs de Twickelervaart en de Regge zijn niet bewandelbaar. Een beetje teleurgesteld om wat we voor moois we missen, slaan we toch maar rechts af.

Over kleine weggetjes omzoomd door bomen in lentetooi doorkruisen we het gebied en zien af en toe de Regge. Kort nadat de beschrijving en de markering weer overeen komen, strijken we op een bankje neer aan de Regge voor de lunch. Om ons heen lichtgroene en rode blaadjes die er een paar weken geleden nog niet waren. Een oranjetipje komt voorbij gefladderd. Er zijn mindere lunchplekjes.

Het laatste stuk tot aan Rijssen voert over een fietspad langs – ditmaal wel – de Regge en loopt op met het Overijssels Havezatenpad. Echt druk is het niet op deze Goede Vrijdag. Hier en daar zitten jongens te vissen en we zien een heel gezelschap in de – naar wat we later lezen – Enterse zomp ‘Regt door zee’ voorbij komen. Een replica van een in Enter gebouwde platbodem die vroeger over de Regge, maar ook de Vecht goederen vervoerden.

Enterse zomp bij Rijssen

En dan lopen we langs de statige Pelmolen Ter Horst – hier pelde men o.a. gerst – Rijssen binnen. De molen ligt prachtig aan de Regge, een mooie binnenkomst. We volgen de bordjes centrum en trakteren onszelf daar op een welverdiend ijsje. De etappe is klaar en het weekend moet nog beginnen.

Pelmolen Ter Horst

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Marskramerpad etappe 2b: Deurningen – Borne

Route: Marskramerpad
Afstand: 18 km
Start: Centrum Deurningen
Eind: Station Borne

Bloeiende bomen langs de Bornsche Beek

Vorige keer strandde ik wegens onverwachte blaren in Deurningen. Hoog tijd om die tweede etappe af te maken. Op een zaterdag in april stap ik, ditmaal met een andere mede-wandelaar, bij de kerk in Deurningen uit de bus om naar Borne te lopen. Het weer is even grijs als twee weken geleden. Alleen nu heeft de weerman zon beloofd. We zoeken de wit-rode markeringen op en lopen na een paar honderd meter het dorp uit.

De kerk van Deurningen

Deze etappe loopt voornamelijk langs beken. Vlakbij Deurningen komen we de eerste tegen: de Deurningerbeek. Een bord laat de voorbijganger weten dat deze beek in ere wordt hersteld. De rechte beekloop krijgt weer het kronkelende karakter van oudsher. Het water krijgt zo meer ruimte en de natuur kan zich beter ontwikkelen. De komende kilometers blijven we deze beek volgen.

Na een paar kilometer ondervinden we die ruimte voor de beek aan den lijve. Het wandelboekje noemt het een drassig stuk waar, zo hoorde ik van andere wandelaars, mensen tot hun knieën in de modder kunnen staan. Het boekje biedt zelfs een shortcut aan over drogere wegen. We wagen het erop en nemen de drassige afslag.

De struinpaden langs de beek, waar de route ons over leidt, zijn inderdaad modderig, maar prima te doen. De beek is breder dan normaal en op een gegeven moment stuiten we op een sloot die in drogere tijden hoogstwaarschijnlijk een ondiepe greppel is. Het pad gaat rechtdoor, maar door het water waden, trekt ons niet zo. Gelukkig is er een stuk verderop een mogelijkheid om met droge voeten naar de overkant te komen.

Het pad gaat rechtdoor. Wat nu?

Na het drassige gedeelte leidt de route ons langs afwisselend terrein. We komen langs kwekers met lange rijen mooi geknipte heggetjes en over bospaadjes waar de bosanemonen en het speenkruid volop bloeien. We blijven de beek volgen. Met Borne in zicht slaan we een klein paadje in, veel gebruikt door hondenliefhebbers en besluiten op een bankje met uitzicht op de beek onze lunch te eten.

Bosanemonen

Na twee broodjes komt er een ouder echtpaar aangeschuifeld. De man lijkt Parkinson te hebben en komt maar langzaam vooruit. De vrouw ziet ons zitten, twijfelt even, maar vraagt dan toch of ze erbij mogen komen zitten. Ze wandelen elke dag het rondje van nog geen 2 kilometer vanuit hun huis in Hertme. Zo blijven ze in beweging. Zij wandelt het in haar eentje in 20 minuten. Met zijn tweeën zijn ze 45 minuten onderweg. Dit bankje is hun vaste pauzeplek. We schuiven op en hebben het over wandelen, het weer en het mooie Twente.

Dan is het tijd om weer op pad gaan. Dit keer volgen we de Bornsche beek waarlangs veel bomen in bloei staan. Een mooi gezicht, zeker bij het doorbrekende zonnetje. We lopen in de richting van Zenderen en komen langs de voormalige havezate Weleveld. In een met hagen omringd grasveld staan allerlei figuren van roestrood ijzer. In het midden zien we de familie van Weleveld zelf, die omstreeks 1300 op dit landgoed woonde. Ze worden omringd door figuren die de geestelijkheid, de adel en de burgers uitbeelden.

Familie Weleveld

Bij Zenderen lopen we langs Theehuis de Karmeliet. Het ziet er leuk uit en we besluiten er een kopje thee te drinken. Een fijne pauzeplek. De naam is niet zonder reden gekozen. Zenderen is bekend van de Karmelkloosters van de paters karmelieten en de zusters karmelietessen. De route voert ons langs dit laatste klooster. Het ziet er indrukwekkend uit in het doorbrekende zonnetje. In de grote ommuurde tuin met hoge bomen is het vast heerlijk toeven.

Het klooster van de zusters karmelietessen in Zenderen

Via paadjes door natuurgebieden en langs weilanden slingeren we richting Borne. We komen nu veel wandelaars tegen, bijna allemaal met het bekende rood-witte boekje in de hand. De zon is inmiddels helemaal doorgebroken en maakt het landschap extra mooi. Voor de Azelerbeek besluiten we af te buigen naar station Borne. Volgende keer richting Rijssen.

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Marskramerpad etappe 2a: Oldenzaal – Deurningen

Route: Marskramerpad
Afstand: 10 km
Start: Centrum Oldenzaal
Eind: Centrum Deurningen

In recreatiegebied Het Hulsbeek lopen heel wat wandelingen

Vorig jaar wandelde ik twee dagen mee met een vriendin die in 5 weken het Pieterpad liep. Helemaal enthousiast besloten we toen om samen een langeafstandswandeling te doen, niet achter elkaar, maar in weekendjes. Het werd het Marskramerpad, dat Nederland van oost naar west doorkruist. Het pad zou ons in streken brengen waar we niet vaak komen. In een weekend in maart staan de eerste twee etappes op het programma. De eerste etappe vind je hier.

Gastvrij Twente

Op de tweede dag van ons wandelweekend hebben we het plan om van Oldenzaal naar Borne te wandelen, ongeveer 25 km. Het weer lijkt in het niets op dat van de dag daarvoor. Het is grijs en frisjes. Het kost ons weinig moeite om de rood-witte markering weer terug te vinden en al snel lopen we over een lange weg de stad uit. We worden ingehaald door een paar mountainbikers. Eerst enkele kinderen in oranje tenues, daarna een paar volwassenen, ook in het oranje. Gevolgd door een auto met MTB’s achterop. In het kwartier daarna zien we een goede afspiegeling van mountainbikend Oldenzaal. Er moet bijna wel een mountainbike-evenement zijn, ergens verderop.

We lopen inmiddels door een bos met allerhande trimbaanapparaten en speeltoestellen boven de vele watertjes. Verderop begint recreatiegebied Het Hulsbeek. We zien een groot meer liggen en het bijbehorende bord ‘Outdoor Challenge Park’ klinkt avontuurlijk. Op een parkeerterrein hebben de in oranje gestoken MTB-ers zich verzameld. Oud, jong, van alles door elkaar. Het lijkt alsof ze elk moment aan een wedstrijd kunnen beginnen. We lopen snel verder en verwachten ze nog wel te zien de komende kilometers (de etappe leidt ons langs een MTB-route).

Recreatiegebied Het Hulsbeek

Over kleine weggetjes lopen we gedeeltelijk om het meer heen. We zien af en toe een mountainbiker in een niet-oranje outfit voorbij komen, maar de grote groep zien we die dag niet meer terug. Jammer, het had spectaculaire foto’s kunnen opleveren. We passeren een camperkampeerplaats in aanleg. Een man in klus-outfit staat op een ladder en bevestigt felgekleurde vogelhuisjes aan bomen. Gezien de grote stapel aan de voet van de ladder is hij voorlopig nog niet klaar. Wij wensen hem succes, hij groet ons vriendelijk terug.

Na een kilometer of 6 verlaten we het recreatiegebied en gaan richting Deurningen. Hier en daar is de route knap modderig, maar de paden zijn nog te bewandelen. We lopen tussen de weilanden en worden, als Deurningen in zicht komt over vee-roosters heen geleid. Een bord waarschuwt de wandelaar voor passerende koeien. “Let op!”, staat eronder, “Er kan nog een koe aankomen”.

Let op!

Bij een cappuccino in Deurningen besluit ik, wegens onverwachte blaren, die de dag daarvoor al hun opwachting hadden gemaakt, niet verder te lopen en pak hier de bus. Mijn vriendin loopt verder naar Borne. Ze is in training voor de 4-daagse en kan de oefening goed gebruiken. Ze blijkt later in totaal 29 km te hebben gelopen. Daar waren mijn voeten niet blij van geworden… Het tweede gedeelte van deze etappe loop ik binnenkort wel een keer.

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Marskramerpad etappe 1: Bad Bentheim – Oldenzaal

Route: Marskramerpad
Afstand: 28 km
Start: Station Bad Bentheim
Eind: Centrum Oldenzaal

In Nederland is het Marskramerpad gemarkeerd met de wit-rode streep.

Vorig jaar wandelde ik twee dagen mee met een vriendin die in 5 weken het Pieterpad liep. Helemaal enthousiast besloten we toen om samen een langeafstandswandeling te doen, niet achter elkaar maar in weekendjes. Het werd het Marskramerpad, dat Nederland van oost naar west doorkruist. Het pad zou ons in streken brengen waar we niet vaak komen. In een weekend in maart staan de eerste twee etappes op het programma.

In de mist vertrekken we al vroeg met de trein naar Bad Bentheim. Sinds kort rijdt er een stoptrein van Hengelo naar Bielefeld. Ideaal voor wandelaars van het Marskramerpad. Nog voor negenen komen we aan in de Duitse plaats. Ook hier is het nog mistig waardoor we de beroemde burcht – de start van het Marskramerpad – enkel in nevelen gehuld zien.

De burcht van Bad Bentheim

Het Duitse gedeelte van het Marskramerpad valt samen met de Handelsweg (Töddenweg) die van Oldenzaal naar Osnabrück loopt en is gemarkeerd met een witte T op een zwarte achtergrond. Tödde is het Duitse woord voor Marskramer. In Bad Bentheim is het even zoeken naar de T, maar als we hem gevonden hebben, lopen we al snel Bad Bentheim uit. We komen door bos en over landweggetjes waar je mooie vergezichten hebt over het glooiende landschap. De zon is inmiddels doorgebroken en de rest van de dag lopen we onder een strakblauwe hemel, in korte mouwen.

Een Duitse paddenstoel voor Gildehaus
De witte T markeert het Duitse gedeelte van het Marskramerpad

Na een kilometer of 5 komen we in Gildehaus aan waar we op zoek gaan naar Kaffee und Kuchen. We verlaten de route en volgen de bordjes Ortsmitte. In het uitgestorven dorpje vinden we een bakkertje met terras. Met een cappuccino en lekkers gaan we aan één van de twee tafeltjes zitten. Dit voelt als vakantie! Aan het andere tafeltje zit een oudere dame. Ze vraagt nieuwsgierig waar we heen lopen en dan blijkt dat ze 30 jaar in Noord-Holland heeft gewoond. Onder het mom van ‘dan spreek ik weer eens Nederlands’ komt ze steeds met nieuwe vragen. Als onze koffie op is, maken we aanstalten om verder te gaan. Het is nog een eindje. Ze ziet ons met lede ogen vertrekken.

Typisch Duits landschap

Langs de Ostmühle, een oude molen, verlaten we Gildehaus. Over stille weggetjes, door bossen, langs spoorlijnen en windmolens lopen we richting Nederland. Het lijkt wel zomer, wat een heerlijk weer, heel anders dan afgelopen weken. De grens met Nederland nadert en daarmee ook het befaamde bruggetje over de Dinkel. Ons ‘Vrienden op de fiets’-adres van die avond had ons gewaarschuwd dat de Dinkel hoog stond. Wandelaars die het weekend daarvoor bij hen logeerden, moesten 5 kilometer omlopen. Gelukkig zien we het witte bruggetje duidelijk liggen. Het pad ernaartoe is vochtig en we moeten een aantal keren door grote plassen waden. We kunnen ons goed voorstellen dat het hier een week geleden blank stond. Gelukkig kunnen we nu doorlopen.

Het pad naar het bruggetje over de Dinkel (in de verte)

Bij het bruggetje delen we een picknicktafel met een Duits stel dat met de kano is gekomen. Een oudere Nederlandse fietser ziet de kanoërs en vertelt in zijn beste Duits enthousiast over die keer lang geleden dan hij in 3 dagen 40 km in Luxemburg kanode. “Drei Tage Muskelschmerzen!”, beëindigt hij zijn verhaal. De kanoërs lachen en stappen dan soepel in hun kano’s.

Het bruggetje over de Dinkel met rechts de kano’s

Wij lopen verder langs een (gesloten) ijsboerderij, over karrensporen, wegen met bijzondere namen zoals het Rotboerpad, langs bosranden met herten en uiteindelijk komt Oldenzaal in zicht. We zijn er echter nog niet. Met een omtrekkende beweging zien we het glooiende gebied rond Oldenzaal. Wat is Twente mooi, ook in maart als de meeste bomen nog kaal zijn.

Het Rotboerpad

Vlak voor Oldenzaal geeft een wegwijzer aan dat Scheveningen nog 336 km is, maar Bad Bentheim 25 km. De kop is eraf. Op de Grote Markt in Oldenzaal vinden we een plekje op een van de volle terrasjes. Het lijkt wel zomer! Na een welverdiend drankje zoeken we ons Vrienden op de fiets-overnachtingsadres op. In een klein rijtjeshuis worden we enthousiast ontvangen. De vrouw des huizes leidt ons naar een gezamenlijke grote tuin achter 11 woningen. Het blijkt een woongemeenschap waarbij de bewoners van de 11 huizen gezamenlijk betalen voor een 12e gemeenschappelijke woning. Dit huis wordt gebruikt voor gemeenschappelijke activiteiten maar ook als Vrienden op de fiets-overnachtingsadres. We hebben dus een heel huis voor onszelf. Een bijzondere afsluiting van een schitterende etappe.

Scheveningen nog 336 km

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.