Verdwenen kloosterlingen

Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Ten Boer
Dichter: Jean Pierre Rawie

Het is februari 2017 en ik heb net 17 kilometer afgelegd over Groningse plattelandswegen. Het Jacobspad is nog onontdekt terrein voor me en ik ben blij deze winterse etappe tot een goed einde te hebben gebracht. De komende maanden loop ik het zuiden en de betere seizoenen tegemoet om bijna een jaar later te eindigen in een Overijsselse Hanzestad.

Maar zover is het nog lang niet. Op dit moment loop ik het Groningse plaatsje Ten Boer in. Als het centrum van het dorp in zicht komt, loop ik bijna tegen de gevel op waar levensgroot een gedicht van Jean Pierre Rawie te lezen is. Een foto is snel gemaakt en bijna een jaar later ben ik mijn jongere ik dankbaar voor die actie. Met de Elke Maand Een Straatgedicht-uitdaging komt het gedicht nu goed van pas.

Jean Pierre Rawie (1951) is geen onbekende voor me. Tijdens mijn studie in Groningen kwam ik deze Groningse dichter regelmatig tegen. In dichtvorm wel te verstaan. Zijn gedichten gaan over de bekende thema’s in het leven zoals liefde en dood. Enige ironie is hem niet vreemd. Zo staat het gedicht Finis (uit: Het meisje en de dood, 1979) me nog helder voor de geest. Hij neemt hierin alvast een voorproefje op zijn eigen overlijden en schrijft een overlijdensbericht. De eerste strofe luidt:

Heden is, na een langdurig lijden
dat hij met godsvertrouwen droeg,
Jean Pierre Rawie van ons verscheiden,
Hij komt dus niet meer in de kroeg.

De dichter staat bekend om zijn flamboyante levensstijl. De drank heeft hem eind jaren 80 zelfs bijna zijn leven gekost. Tegenwoordig behoort Rawie tot de bestverkopende dichters van Nederland. Regels uit zijn gedichten worden vaak gebruikt in rouwadvertenties.

Nu kom ik hem hier tegen, in dit dorp, 10 kilometer van ‘Stad’, zoals Groningen door de Groningers genoemd wordt. Het gedicht uit mei 2007 is speciaal geschreven voor het nieuwe dorpscentrum met winkels en appartementen dat naar deze plek is verplaatst. Voorheen bevond het centrum zich op de Wierde, de plek waar in de 13e eeuw een nonnenklooster stond. Al wat nu nog rest van het benedictinessenklooster is de kerk. Statig en indrukwekkend, omsloten door de huizen van het dorp.

Het dunbevolkte gebied herbergt veel geschiedenis. Pas als je je er in verdiept, realiseer je je dat de wereld hier er vele eeuwen geleden heel anders uitzag. Tijdens de Groningse etappes van het Jacobspad ervoeren we dit aan den lijve. We passeerden meerdere plekken waar in vroeger tijden grote kloosters stonden, liepen over kerkepaden en bezochten indrukwekkende kerken in bijna verlaten dorpjes.

Het gedicht op de muur in Ten Boer past heel goed bij deze langeafstandwandeling en gaat als volgt:

De eeuwen kwamen en de eeuwen gingen.
De kleine dorpskern op de zwarte klei
veranderde met de veranderingen.
De stad kroop ieder jaar wat naderbij,

en veel verdween. De vroegere abdij
is heen, heen zijn de vrome kloosterlingen –
maar in de wind is het soms weer of wij
hen door de nieuwbouwwijken horen zingen.

mei 2017
Jean Pierre Rawie

Het verwoordt wat voor meerdere Groninger dorpen geldt. Door de eeuwen veranderen met de veranderingen de dorpen. En veel verdwijnt. En toen ik in het verlaten dorpje Wittewierum tussen de eeuwenoude omgevallen en halfvergane grafstenen stond – ooit de plek waar het beroemde klooster Bloemhof van abt Emo (van Emo’s reis van Dick E.H. de Boer) gevestigd was – kwam de geschiedenis wel heel dichtbij. Het leek zelfs even of ik in de wind de kloosterlingen hoorde zingen.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Advertenties

Lang vergeten namen

Soort gedicht: Bankgedicht
Waar: Amsterdam, Oosterspoorplein
Dichter: Viktor E. van Vriesland

Op een bankje in een park in Amsterdam kan de oplettende voorbijganger 27 woorden lezen die samen een gedicht vormen. In acht regels wordt er gerept over een gebeurtenis van lang geleden. Wellicht lang vergeten? Weten we überhaupt nog wat er mogelijk vergeten is? lijkt de dichter zich af te vragen.

Deze maand was ik een van die voorbijgangers. Een bewuste, wel te verstaan. Geholpen door het routeboekje van het Westerborkpad ging ik aan het begin van mijn tweede etappe van het lange afstandspad op zoek naar dit bankje dat een bijzonder straatgedicht herbergt – of eigenlijk een bankgedicht.

Het bankje staat op het Oosterspoorplein, vlakbij het Muiderpoortstation in Amsterdam. Het vormt een monument voor de ruim elfduizend Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog via het Muiderpoortstation zijn weggevoerd naar Kamp Westerbork en van daaruit naar vernietigingskampen in Midden-Europa. Slechts een enkeling is teruggekeerd. Veel van deze mensen woonden in de Transvaalbuurt, die grenst aan het station.

Op 3 oktober 2002 onthulde de toenmalige burgemeester Job Cohen het bankje en een informatiebord. Op die dag was het precies zestig jaar geleden dat het eerste transport vertrok vanaf het Muiderpoortstation. Het roestvrijstalen bankje is een ontwerp van Steffen Maas. Het gedicht is geschreven door Viktor E. van Vriesland (1892 – 1974), een Joodse dichter, criticus en vertaler.

Het gedicht dat in het bankje gegraveerd is, luidt als volgt:

Muiderpoortstation:

Tocht er door hun schimmen
Nog een stroom van lang,
Lang vergeten namen,
Lang vergeten ogen?

Zullen wij nog weten
Dat wij ons vergeten
Zijn vergeten?

Viktor E. van Vriesland

Het raakt mij, dit gedicht, over wie er lang geleden langs deze plek gekomen zijn. Nu, ruim 75 jaar later, zijn het nog slechts schimmen die thuishoren in een andere tijd. Een tijd waarvan de gruwelen ons bekend zijn. De namen van de slachtoffers echter raken in de vergetelheid. Wie waren het, die hier liepen? Hoe zagen zij eruit? De dichter vraagt zich zelfs af of wij inmiddels niet vergeten zijn, dat wij het zijn vergeten.

Maar zover is het gelukkig niet. Niet voor deze plek. Dit bankje, het gedicht, maar ook het Westerborkpad houden de geschiedenis die zich hier heeft afgespeeld levendig. En nog steeds, zestien jaar na de opening, blaast de wind door de gegraveerde letters van het gedicht en tocht het door hun schimmen.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Elke maand een straatgedicht

Je bent ze vast wel eens tegengekomen, gedichten op straat. Soms is een graffitikunstenaar zich te buiten gegaan of zijn stoepkrijtcollega. Maar steden en dorpen brengen zelf ook steeds vaker gedichten aan op muren, ramen of op de stoep. Leiden bijvoorbeeld herbergt veel gedichten, in allerlei talen. Als je door de binnenstad loopt, kun je ze bijna niet missen. Elke gedicht weer in een andere lay-out.

Als ik door een plaats wandel, let ik er steeds meer op. Ik kijk bewust om me heen of er ergens een uiting van poëzie te bespeuren is. En regelmatig word ik niet teleurgesteld. Het aanbod van dichters is divers, de lengte van het gedicht, de lay-out, de ondergrond. In grote steden, maar ook kleine dorpen kun je zomaar straatgedichten tegenkomen. Zelfs stations herbergen poëzie.

Op Instagram ben ik een verzameling begonnen van straatpoëzie. En ik ben niet de enige, getuige de keren dat hashtags als #streetpoetry en #straatpoëzie gebruikt worden. Over de hele wereld dient de straat als poëziepapier. In 2018 wil ik iets langer stilstaan bij het straatgedicht. Elke maand licht ik er een gedicht uit, reeds verzameld of net tegengekomen. Wie is de dichter, waarom dit gedicht en waarom op deze plek?

2018 wordt het jaar van Elke Maand een Straatgedicht (#EMES2018). De straatgedichten zijn hier terug te vinden. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Beurtbalkje

Ik hoorde van de week op mijn werk een woord dat ik nog niet eerder had gehoord. Nu komt dat wel vaker voor, maar dit woord wordt gebruikt in het inburgeringsexamen Nederlands. Als je dit woord niet kent, ben je niet goed ingeburgerd. Iedere nieuwe Nederlander zou namelijk moeten weten wat een beurtbalkje is. Ik en mijn collega’s wisten het niet. Maar wij hebben dan ook geen inburgeringsexamen gedaan.

Nu vind ik het eigenlijk wel een mooi woord. Het beschrijft wat het is. Een balkje dat aangeeft wiens beurt het is. Bij de kassa dan. Want daar kom je de beurtbalkjes in het wild tegen. Ik sta regelmatig in de rij bij de kassa en probeer dan vriendelijk te zijn voor de persoon achter mij door zo’n balkje achter mijn boodschappen te leggen. Ik heb er nooit bij stilgestaan hoe zoiets heet.

Er zijn meer woorden voor dingen die je in het dagelijkse leven gebruikt, maar die je niet kunt benoemen. Je verwijst ernaar met ding(etje), dat geval, een omschrijving of met een fysiek wijsgebaar. Zo zijn er die haakjes bovenaan je bergschoen waar je je veters langs legt (veterhaakjes?), de geribbelde tegels die blinden de weg naar o.a. de trein of de bus moeten wijzen (blindengeleidetegels?), dat apparaat dat voor de slagbomen van een parkeergarage staat en waarbij je op een knopje drukt om een parkeerticket te krijgen (is dit ook een parkeerautomaat, net als het apparaat waar je je kaartje betaalt? Dat zou dan wel wat verwarrend zijn.)

Gelukkig ken ik nu wel het woord voor de boodschapperscheider op de kassaband. En het woord is ouder dan ik dacht, het bestaat al sinds 1996. In het tijdschrift Onze Taal werd lezers toen gevraagd een naam te verzinnen voor dat ding dat veel mensen wekelijks of zelfs dagelijks gebruiken. Er kwamen veel suggesties binnen en vier van die suggesties luidden: beurtbalkje. De Taaladviesdienst riep dit allitererende woord uit tot winnaar. Beurtbalkje raakte hierna echter niet ingeburgerd en er moest een actiegroep aan te pas komen om in 2005 het woord in de Van Dale te krijgen.

En nu ken ik het dus ook, ruim 20 jaar na de introductie in de Nederlandse taal. Tot voor kort stond ik bij de kassa en als ik niet bij de balkjes kon, wees ik ernaar en vroeg de persoon voor mij om er zo eentje door te geven. Dat werd ook altijd begrepen, zeker als ik er een wijsgebaar bij maakte. Maar een woord is natuurlijk veel praktischer. Mits we allemaal weten wat er bedoeld wordt. Ik vraag me oprecht af of iemand begrijpt wat ik bedoel met ‘Kunt u mij het beurtbalkje even aangeven?” Tenzij het natuurlijk een geslaagde van een inburgeringscursus is …

Het zeswoordenverhaal: Lijnen

Lijnenspel station Amersfoort

Dagelijks wachten plaatst zaken in perspectief

 

Op de site van Doldriest staat de schrijfuitdaging ‘Verhaal in zes woorden met beeld’.

“Schrijf een verhaal in slechts zes woorden. Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.”

Het thema van deze keer is lijnen. Ik moest hierbij meteen denken aan een foto die ik eind december maakte op station Amersfoort. Op dit station heb ik heel wat uren wachtend door gebracht. Het is helemaal niet verkeerd om die uren observerend door te brengen. Dan gaan je dingen opvallen, zelfs op een grauwe dag als die dag.

Het zeswoordenverhaal: Humor

De verwarde cavia

Soms is absurd zo ontzettend herkenbaar

Op de site van Doldriest staat de schrijfuitdaging ‘Verhaal in zes woorden met beeld’.

“Schrijf een verhaal in slechts zes woorden. Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.”

Het thema van deze keer is Humor. Een thema dat het boek dat ik afgelopen dagen las, goed samenvat. De verwarde cavia van Paulien Cornelisse heeft – uiteraard – een cavia als hoofdpersoon die net als jij en ik moet werken voor haar geld. Ze doet dit op de afdeling communicatie van een doorsnee bedrijf. Het met veel vaart en humor beschreven wel en wee in de kantoortuin is ontzettend herkenbaar voor de kantoor(tuin)medewerkers onder ons. Geloof mij, ik kan het weten, ik breng er elke week vele uren door. En zit ook nog eens vlak bij de communicatieafdeling.

Het zeswoordenverhaal: Ontmoeting

Ik zag Menno Sandra Bernart

Als koffie en boeken elkaar ontmoeten…

Op de site van Doldriest staat de schrijfuitdaging ‘Verhaal in zes woorden met beeld’.

“Schrijf een verhaal in slechts zes woorden. Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.”

Het thema van deze keer is Ontmoeting. Het deed me denken aan een Instagram-foto die ik een aantal weken geleden maakte. Een goed boek en een kop lekkere koffie vormen al een goede combinatie. De belichting bij deze foto maakte het geheel af. De sfeer die dit oproept. Ja, een dergelijke ontmoeting kan met recht een geluksmoment genoemd worden.

Zwienden en sporken

En alweer bleven we ongedeerd - Hanna Bervoets

Voor het schap met maaltijdsalades slaat de twijfel toe. Makkelijk maar gezond komt in zoveel mogelijkheden. De blauwe kaas-peer met frambozenvinaigrette ligt gebroederlijk naast de Marokkaanse kip met couscous en munt-citroendressing. “Wil je echt gezond doen, neem mij dan!” lijkt de spinazie quinoa maaltijdsalade met soja-gember-sesamdressing mij toe te roepen. Ik zie ze een zucht slaken als ik naar de geitenkaas met honing-tijm dressing reik.

Een groot bord voor het schap belooft de koper een gratis spork bij aankoop van iedere maaltijdsalade, af te halen bij de servicebalie. Voor wie even niet meer wist wat een spork nu ook al weer precies was, staat het stuk bestek meer dan levensgroot afgebeeld onder de tekst. Een lepel en vork in één, uitgevoerd in een frisgroene kleur. Hij oogt hip. Je kunt er mee gezien worden als maaltijdsalade etende treinreiziger. Die wil ik uiteraard ook.

Een ‘spork’ is een goed voorbeeld van een – weliswaar Engels – samengesteld woord. Waarom een geheel nieuwe term bedenken voor een stuk bestek als de som der delen ook nog herkenning oplevert bij de gebruikers? Hen wellicht een glimlach ontfutselt als ze door hebben waar de naam vandaan komt? Toegegeven, het klinkt een beetje buitenaards, maar de naam is pakkend.

Hanna Bervoets stelt in haar columnbundel En alweer bleven we ongedeerd (2015) ook het gebruik van een samengestelde woord voor: de ‘zwiend’. Dit zijn vrienden van vrienden die niet jouw vrienden zijn. Je komt ze tegen op verjaardagen en bij verhuizingen, maar hoe noem je nu zo iemand? Bervoets vindt ze nog het meest op zwagers lijken: “je kiest ze niet zelf, het is jouw band met een ander die jullie tot elkaar veroordeelt. Voor ik verder ga, wil ik voorstellen om de vrienden van vrienden voortaan ‘zwienden’ te noemen.”

Bij menig lezer zal deze column een feest der herkenning zijn. Ja, dacht ik, toen ik het las, ik heb ook zwienden. Sommigen ken ik al jaren. Met de ene zwiend kun je het goed vinden, terwijl je met de andere na drie woorden al uitgesproken bent. Zo heb ik laatst nog met een zwiend een leuk gesprek gehad over Sri Lanka. Die paar keer per jaar dat ik haar zie, is net genoeg om op de hoogte te blijven van haar reizen.

Andere zwienden zie ik nooit meer. Als zwienden hebben wij onze band niet in de hand. De vriendschap tussen mijn vriend en zijn vriend was voorbij. En ook wij waren zwiend-af. “Ook in dat opzicht zijn het net zwagers. Na een scheiding ben je ze kwijt. Omdat je ze nooit écht hebt gehad.” Mijn vocabulaire is weer een woord rijker, of eigenlijk twee.

De tweede dankzij de supermarkt, waar ik even later met mijn maaltijdsalade bij de servicebalie sta. Ik tref er een zenuwachtige zaterdaghulp. “Een spork, een spork, ja, dat stond op een bord voor het schap, toch?” vraagt ze mij, terwijl ze alle laden opentrekt in de hoop het gevraagde object tegen te komen. Een paar telefoontjes later en nog meer opengetrokken laden en kastjes, draait ze zich naar mij om. “ik denk dat de sporken niet binnengekomen zijn, helaas. Maar goed dat u er naar vroeg, nu weten we het in ieder geval.”

Een goede daad rijker, maar zonder de hippe spork loop ik naar huis. Ongewild lijkt hij meer op de zwiend dan gedacht. Ik heb ‘m ook nooit écht gehad, bedenk ik me. En ach, met een mes en een vork is zo’n salade ook stukken makkelijker te eten. Zou er eigenlijk een ‘mork’ bestaan?

Afgelopen jaren verscheen op deze blog regelmatig een recensie over een boek dat net dat beetje extra had. De boeken waren zeer divers, de recensies ook. Soms las ik een maand geen opvallend boek, soms twee achter elkaar. Mijn boekbelevingen vind je hier. Dit jaar wil ik het vanuit een andere invalshoek benaderen. Elke maand kies ik één boek uit waar iets verrassends in zit. Dat kan van alles zijn, een citaat, een vreemde naam voor een café, een gevoel dat je er aan over houdt, stijl, een woord, de mooie cover, muziek, noem het maar. Het vereist een wat andere manier van naar een boek kijken en laat je langer stilstaan bij het gelezene. Komend jaar ben ik gespitst op het  verwonderpunt.

Het zeswoordenverhaal: Mysterie

Rode pumps

Al wat restte waren rode pumps.

Op de site van Doldriest staat de schrijfuitdaging ‘Verhaal in zes woorden met beeld’.

“Schrijf een verhaal in slechts zes woorden. Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.”

Het thema van deze keer is Mysterie. Deze situatie trof ik aan op een regenachtige namiddag aan het einde van de zomer. De parkeerplaats stroomde leeg, twee rode pumps bleven achter.  Waren ze in de haast vergeten of misschien ongewild achtergelaten? Waar was de eigenaresse? Dit zou zomaar het begin van een spannende thriller kunnen zijn…

Het zeswoordenverhaal: Erfgoed

Zülpich, Duitsland
Zülpich, Duitsland

“Hoor ik daar een prins aankomen?”

 

Op de site van Doldriest staat de schrijfuitdaging ‘Verhaal in zes woorden met beeld’.

“Schrijf een verhaal in slechts zes woorden. Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.”

Het thema van deze keer is Erfgoed. Het sprookje mag hierin niet ontbreken. Tijdens onze vakantie in Duitsland kwamen we door Zülpich. Een van oorsprong Romeins stadje met onder andere deze toren. De donkere wolken die zich op dat moment samenpakten boven de heuvels in de verte, verlicht door de laatste zonnestralen en de rozen in de bijbehorende tuin gaven het geheel een sprookjesachtige sfeer. Doornroosje of Rapunzel hadden niet misstaan in deze setting. Beide misschien nog wel ouder dan de toren zelf.