Elke Maand Een … 2019 (lustrum)

Lustrum
En toen werden we wakker in 2019. Een nieuw jaar met nieuwe uitdagingen. Ook voor de Elke Maand Een …- uitdaging. 2019 is wat dat betreft een lustrumjaar. In de afgelopen vier jaar blogde ik elke maand over de uitdagingen die ik mijzelf gesteld had dat jaar.

In 2015 bezocht ik elke maand een museum en schreef daarover. Het werkte erg motiverend, ook door de reacties op de stukken. Dat maakte dat ik in 2016 een nieuwe Elke Maand Een … – uitdaging aanging: Elke Maand Een Route, waarbij ik een bestaande route wandelde of fietste. Ook in 2017 en 2018 ging ik door met de uitdagingen, respectievelijk met Elke Maand Een Foto (met een verhaal) en Elke Maand Een Straatgedicht.

2019
Maar wat ga ik doen in 2019? Welke uitdaging stel ik mijzelf in dit lustrumjaar? Ik heb besloten om in 2019 alle eerdere Elke Maand Een …- categorieën aan bod te laten komen. Ik ga schrijven over musea, routes, foto’s en straatgedichten. Het streven is een gelijke verdeling van de categorieën over het jaar.

Hoog op het lijstje
Afgelopen jaren had ik de bedoeling om ook straatgedichten en musea in Zeeland te bezoeken. Dit is er niet van gekomen. Voor 2019 staat deze provincie daarom hoog op het lijstje. Ook het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en de N70 Natuurroute in het Rijk van Nijmegen wil ik dit jaar zien/wandelen.

Jullie tips
Uiteraard ben ik benieuwd naar jullie tips. Welke musea moet ik echt bezoeken? Welke wandel- en fietsroutes zijn niet te versmaden (bijvoorbeeld in Zeeland) en is er een straatgedicht dat ik echt niet mag missen? De categorie Elke Maand Een Foto is ook voor mij nog een verrassing. Het is maar net wat tegenkom in 2019 (en vastleg op de gevoelige plaat).

Een overzicht van de blogposts voor Elke Maand Een … 2019 vind je hier.

Advertenties

Wandelbankje

Soort gedicht: Bankgedicht
Waar: Schalkwijk (Eiland van Schalkwijk)
Dichter: Maria van de Looverbosch

Elke wandelaar kent ze: de bankjes onderweg tijdens een wandeltocht. Je kijkt er al een tijdje smachtend naar uit. Om daar je hongerklop te bezweren met meegebrachte boterhammen. Of je te verwarmen aan de koffie uit je thermoskan. Of om gewoon neer te strijken en even uit te rusten. Liefst met uitzicht. Bij warme dagen in de schaduw en bij koudere dagen in de zon. Dergelijke bankjes hebben zelfs een naam, een website en vele volgers op social media. Dit zijn de zogenaamde wandelbankjes.

Nu zijn deze bankjes niet exclusief voor wandelaars gereserveerd. Het staat iedereen die langskomt vrij er gebruik van te maken. Als fietsende wandelaar doe ik dat ook regelmatig, zowel wandelend als fietsend. Gezeten op zo’n bankje, heb ik al heel wat landschappen bewonderd. In binnen- en buitenland. Op een zonovergoten Bevrijdingsdag stap ik van mijn fiets om een late lunch te gebruiken op een van de eerste bankjes na aankomst met de veerpont Culemborg – Schalkwijk.

Het wandelbankje staat op het Eiland van Schalkwijk, aan de Veerweg bij de Lekdijk. Je hebt weids uitzicht over de uiterwaarden van de Lek en regelmatig trekken er hordes mensen voorbij die net van de pont afkomen. Echt rustig is het niet, maar er is wel wat te zien. Tot mijn verrassing blijkt het bankje een bankgedicht te bezitten.

Voor Leo van de Looverbosch en Jan Koudijs

HOUTEN, BANKEN

het landschap is niet om te haasten daarom
verplaats het langzaam langs uw oog
zorg daarbij voor stil uitzicht en laat zacht
zonlicht erop kaatsen en wees niet vooringenomen:
denk niet: ik ken het hier, ‘k heb het allang gezien

want haast doodt alles, in heel het leven
het is die zuivere eenvoud van het zitten die toont
hoe verder je kunt kijken, hoe meer je ziet
dichtbij en hoe rustiger je gaat begrijpen
bankjes langs de weg tonen de essentie aan

en wie razen er hier voorbij gemotoriseerd
of zelfs per fiets kun je te hard rijden
om te kunnen zien wat er gezien moet worden
en de tijd te nemen om stil te gaan zitten
even te leven als, ik zeg: een boom

Maria van de Looverbosch
1e dorpsdichteres van de gemeente Houten

Het gedicht is van de hand van Maria van de Looverbosch. In 2008 is zij benoemd tot eerste dorpsdichteres van de gemeente Houten. Naast gedichten schrijft zij ook proza, korte verhalen, romans, essays en wetenschappelijke artikelen, zowel over ethiek als biologie. Het gedicht is opgedragen aan Leo van de Looverbosch en Jan Koudijs, beide inmiddels overleden. De eerste is de vader van de dichteres. Zij schrijft:

“Omdat ik het kijken vanaf een bank langs de weg of bosrand van ons vader geleerd heb èn bijzonder ben gaan waarderen draag ik dit gedicht op aan hem.”

Jan Koudijs was wethouder van Houten tussen 2006 en 2010. Hij heeft Maria van de Looverbosch aangesteld als eerste dorpsdichteres.

Van de Looverbosch maant in haar gedicht de voorbijganger even pas op de plaats te maken, te gaan zitten en om zich heen te kijken. Echt te kijken en het landschap “langzaam langs uw oog” te verplaatsen. Geen enkel uitzicht is elke dag hetzelfde. Je denkt het wellicht te kennen, maar als je echt even de tijd neemt, zie je meer. In het dagelijkse leven is ‘haast’ een alomtegenwoordige factor. De dichteres lijkt de passant een moment van rust te willen geven op dit bankje. Om “even te leven als, ik zeg: een boom” en overpeinzingen de vrije loop te laten.

Na een fietstocht van 50 kilometer en nog ettelijke kilometers voor de boeg kijk ik om me heen en eet geheel ontspannen mijn boterhammen. Op de fiets kun je je onderdompelen in het landschap maar wandelend zie je meer. Zittend op een bankje echter kun je de omgeving echt in je opnemen. “Die zuivere eenvoud van het zitten” blijft onderdeel uitmaken van mijn wandel- en fietstochten. Het is zoals Maria van de Looverbosch zegt: “Het landschap is niet om te haasten”. Maak gebruik van die wandelbankjes.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Ever tried to climb this?

Ever tried to climb this? vroeg een onbekende. Hij of zij had in een duidelijk leesbaar handschrift zijn vraag achtergelaten op een stalen constructie die de overkapping van het perron ondersteunde. Mijn antwoord was een volmondig Nee! En ik ga er vandaag ook niet aan beginnen, voegde ik er in gedachten aan toe.

Het is woensdagochtend, midden-augustus en stralend weer. Een uur daarvoor was ik vanuit een klein Noord-Duits plaatsje op de trein gestapt naar Hamburg, in de hoop daar tickets te bemachtigen richting Nederland. De Deutsche Bahn medewerkster had meegedacht en via 5 overstappen zouden ik en mijn volgeladen fiets in Nederland geraken. Die dag nog. Regionalbahn was het toverwoord. Met een cappuccino-to-go en een zoet broodje wachtte ik op mijn trein richting Bremen.

Ever tried to climb this? Ik had er überhaupt niet over nagedacht dat je deze constructie ook zou kunnen beklimmen. Maar voor de avonturier onder ons is het waarschijnlijk een koud kunstje. Erg ver kom je echter niet. Binnen een paar meter kom je bij het dak. Het uitzicht is niet veel beter dan hier beneden. Treinen, rails, reizigers en af en toe een vakantiefietser.

Wie was de onbekende vragensteller? Heeft hij de constructie echt beklommen? Of is het niet verder gekomen dan een gedachte? Een wachtende reiziger, aan het einde van de dag. Hij (het is vast een ‘hij’) komt uit zijn werk en is op weg naar huis. Zoals elke dag neemt hij zijn vertrouwde plekje in, naast de constructie. Hij staart voor zich uit, zijn gedachten mijlenver weg.

Een jongetje huppelt langs aan de hand van zijn moeder. “Mag ik daarop klimmen, mama?” vraagt hij en hij wil al naar de constructie toelopen. “Nee joh”, zegt zijn moeder, “dat is niet om in te klimmen. Dit is een station, geen speeltuin.” Moeder en zoon lopen verder, maar hebben iets wakker gemaakt in de wachtende reiziger. Hij bekijkt de constructie met hele andere ogen.

Uit zijn tas pakt hij een viltstift en schrijft zijn gedachte op. In het Engels … eigenlijk vrij ongebruikelijk voor een Duitser.

Dus misschien was de vragensteller wel een heel ander persoon. Een Amerikaanse toerist op doorreis, een baldadige internationale student die daadwerkelijk naar boven is geklommen. Of wellicht een vakantiefietser die die dag op zijn tweede station aanbeland was en nog vele treinen in het verschiet had … en vele wachttijden.

Wie het ook was, er rest nu slechts een vraag. Een vijfwoordenzin die mensen op ideeën brengt, ze aanspoort om anders naar hun omgeving te kijken en zelfs bloggers inspireert.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Fiets in de trein

Treinleven

Stel je voor

Stel je voor: je staat op het perron met je fiets volgepakt met minimaal twee voor- en twee achtertassen. Net heb je de lift genomen om in de spoortunnel te kunnen komen. Het oude vrouwtje met rollator, dat aan kwam lopen toen jij al in de lift stond, wilde heel graag met je mee in de lift en was enigszins gepikeerd dat dat niet paste. Vanuit de spoortunnel nam je een tweede lift om op het perron te komen. Nu wacht je op de trein die je op je Duitse plek van bestemming zal brengen. Of in ieder geval een stukje in de goede richting, er wachten je namelijk nog drie overstappen.

Met de fiets in de trein

Met de fiets in de trein. Het kan in Nederland, Duitsland, België, Luxemburg en nog veel meer andere landen. Dat is fijn en handig. Het scheelt je als fietser enorm veel tijd. Maar reizen met een fiets in de trein brengt ook uitdagingen met zich mee. Altijd. Althans wel die keren, afgelopen jaren, dat ik het deed. Geen enkele reis is hetzelfde, geen enkele conducteur is hetzelfde en ook de medereizigers die met hun fietsen de reis ondernamen, zijn stuk voor stuk anders. Het mag met recht een avontuur genoemd worden.

Vier vakanties ervaring heb ik inmiddels. De eerste reis vanuit Luxemburg, de laatste vanuit Noord-Duitsland. In Luxemburg had ik nog geen fiets-in-trein ervaring en was ik blij dat mijn fiets überhaupt een plekje vond op het balkon. Samen met nog een aantal andere fietsen, waardoor er niemand meer in of uit kon. Vanuit Noord-Duitsland reisden we met enkel regionale treinen, wat een luxe bleek te zijn voor de vakantiefietser.

Luxemburg en België

De Luxemburgse trein leek veel op de Nederlandse, alleen een paar decennia ouder. Fietsen konden in principe op het balkon staan, maar als het er meer dan drie werden, kon je er eigenlijk niet meer in of uit. Tassen konden we er niet kwijt en stonden opgestapeld op het bankje tegenover ons. Gelukkig was het niet druk en de andere fietsers hadden dezelfde constructie bedacht. Wij hadden net de Vennbahn gefietst, de smokkelroute door Duitsland, België en Luxemburg over een oud spoorwegtracé en zagen een deel van de door ons gefietste route langs ons heen flitsen, terwijl we in rap tempo naar België reden.

In de Belgische trein was een apart rijtuig gereserveerd voor de fietsen. De conducteur had de sleutel en tijdens de rit mochten reizigers niet bij hun fietsen blijven. Geen probleem en lekker makkelijk. Diefstal werd zo ook lastig. Bij krappe overstaptijden ben je wel weer afhankelijk van de man met de sleutel, maar die wil over het algemeen ook weer verder. Geen enkel probleem dus.

Duitsland

Het fietsgedeelte in de Duitse intercity

En dan de Duitse treinen. Hier ligt mijn meeste ervaring en ook de meeste avonturen. In de intercity’s is reserveren voor je fiets verplicht. Er is beperkt plek in de speciale fietsgedeelten van de coupés. Je fiets hang je aan of zet je in de speciale haken. Bagage kan er meestal niet op blijven maar kun je naast je fiets kwijt.

Nadeel is dat niet iedereen zich aan de nummers houdt die zijn toegewezen in de reserveringen. Bepaalde plekken hebben nu eenmaal de voorkeur boven andere. Ik zet ook liever mijn fiets in een lage stalling, dan dat ik het voorwiel aan een haak in de buurt van het plafond moet hangen. Daarnaast heb ik de ervaring dat reserveringen ook wel opgeheven worden. Onder het mom van ‘zie maar dat je een plekje kunt bemachtigen’ stap je dan met zwaarbeladen fiets de trein in.

Intercity’s hebben een hoge instap en een smalle deur en een nauw gangetje waardoor je je fiets naar binnen moet wurmen. Instappen bij regionale treinen daarentegen zijn meestal gelijkvloers en de doorgangen zijn breder. Ook merkten we, toen we afgelopen zomer zonder reservering met enkel regionale treinen vanuit Noord-Duitsland terugreden naar Nederland, dat bepaalde Bundesländer hun regionale treinen uitrusten met een compleet fietsrijtuig.

Op station Hamburg Harburg rijden regionale treinen met aparte fietscoupés

Enkel haken, standaards en stangen om je fiets in te zetten, aan te hangen of tegen aan te laten leunen. Ideaal! Dertig fietsen konden er zeker staan. Op onze reis was het niet druk, waardoor we 10 uur en 5 overstappen later geen enkel stuk bagage van de fiets hadden hoeven halen. Ook kwamen we keurig op tijd aan op ons eindstation.

Een ervaring die maakt dat ik volgende keer weer met regionale treinen wil reizen. Zeker na ons akkefietje in Almelo vorig jaar met de intercity. Vanuit Denemarken reisden we toen terug naar Nederland, met een Duitse trein. In Almelo stapten we over op een Nederlandse trein. De bagage stond al op het perron, de fietsen nog in de trein. Toen gingen de deuren dicht en reed de trein weg. Gelukkig stond ik ook op het perron en mijn medefietser nog in de trein, waardoor het allemaal nog goed kwam. Maar dit is de nachtmerrie van elke fietser en was voor mij bijna de reden om niet meer met de fiets in de trein te reizen.

Maar ja, het is zo makkelijk en je komt zo veel verder. Dus dit jaar, toen het Almelo-akkefietje iets minder vers in het geheugen lag, toch weer een fiets-treinreis geboekt. Naar Rostock ditmaal (en vanuit daar naar Zweden), wederom met de intercity. Helaas bleek de tweede trein überhaupt geen fietsrijtuig te hebben waardoor de fietsers hun fietsen kwijt moesten in een gewoon rijtuig met bankjes en tafeltjes. Hangend aan het voorwiel bevestigden wij onze fietsen met de spin aan de bagagerekken, nadat we hem, zonder bagage, met moeite door het gangpad hadden gemanoeuvreerd. De tafeltjes waren opgeklapt, waardoor er bij zo’n vierzitsbankje net plek was voor twee fietsen.

De niet fietsende reiziger keek vreemd op toen het rijtuig bevolkt bleek door op hun achterwiel balancerende fietsen. Dit soort gevallen verenigt wel de vakantiefietser. Iedereen helpt elkaar met bagage en ophangen van fietsen. Ook bij het uitstappen worden van alle kanten helpende handen uitgestoken. Dat is het positieve aan dit soort situaties, het maakt het contact een stuk makkelijker. En de met de trein reizende vakantiefietser is over het algemeen geïnteresseerd in zijn collega-fietsers. De afgelopen vier fietsvakanties hebben we dan ook veel verhalen gehoord (en verteld) in de trein. Het maakt de reis onzeker, onverwacht, maar ook zeker interessant en avontuurlijk.

Nederland

Nederlandse treinen tenslotte kunnen nog wat leren van de Duitse regionale treinen – en toegegeven – ook van de Duitse intercity’s. Aparte fietsgedeelten ben ik nog niet tegengekomen in de Nederlandse trein. Op het balkon zijn per treinstel drie plekken gereserveerd voor fietsen. Dat is het. Als het vol is, is het vol. Reserveren is niet mogelijk. Gelukkig is de manoeuvreerruimte in de Nederlandse trein wel een stuk ruimer dan in de Duitse intercity. En als je een vroege of late trein pakt is er vaak ook genoeg plek.

Dus

Treinreizen met de fiets is dus per land, maar ook per trein een verrassing. Het beste is om zonder verwachtingen in te stappen en de avonturen onderweg over je heen te laten komen. Het loopt altijd anders dan je denkt en dat levert leuke verhalen op voor later (of voor een blog). Waar we volgend jaar heengaan, weet ik nog niet. Maar beginnen of eindigen met een treinreis sluit ik zeker niet uit.

 

Rondje Kattegat op de fiets | Jutlandroute

Onze fietsroute rond het Kattegat

In de zomer van 2017 fietsen we in tweeëneenhalve week rond het Kattegat. We beginnen in Trelleborg, Zweden en fietsen via de eerste langeafstand fietsroute van Zweden – de Kattegattleden – naar Göteborg. Hier steken we over naar Frederikshavn, Denemarken. We volgen het spoor van de Vikingen – via de Jutlandroute – terug naar het zuiden en nemen uiteindelijk in Hemmoor, Noord-Duitsland, de trein weer terug naar Nederland. We zijn dan 1200 km verder en veel ontmoetingen, ervaringen en indrukken rijker.

De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen. Hoe beviel Zweden op de fiets, is de eerste Zweedse langeafstand fietsroute een aanrader, hebben we daadwerkelijk sporen van Vikingen gezien en hoe gaat dat nu eigenlijk, met de fiets in de trein?

Jutlandroute

De hærvejen is zowel een populaire wandel- als fietsroute

We staan vooraan als de deuren van het schip opengaan en we Denemarken zien liggen. Donkere luchten, extra uitgelicht door een fel schijnende zon is ons eerste beeld van dit Scandinavische land. De Stena Line man gebaart dat wij fietsers als eersten eraf mogen en enkele minuten later rijden we samen met een paar andere vakantiefietsers over het veerbootterrein. Voor ons ligt het havenplaatsje Frederikshavn, het begin van onze Jutlandroute.

De komende anderhalve week fietsen we vanaf Frederikshavn richting zuiden. Eerst langs de kust en daarna landinwaarts. We volgen het spoor van de Vikingen, de basis van de Jutlandroute van Clemens Sweerman. De route loopt van Skagen, helemaal in het noorden van Denemarken over rustige landwegen, voormalige spoorbanen en historische handelswegen (de Hærvejen) via Noord-Duitsland naar Emmen.

De meeste mensen zullen de route andersom fietsen. Qua wind, die vaak uit het zuidwesten waait, niet zo’n gekke keuze. Voor ons rondje Kattegat kwam deze richting beter uit. Onderweg komen we dan ook veel fietsers tegen die ons tegemoet fietsen en slechts een enkeling die ‘onze’ kant op fietst. Ondanks de tegenwind was deze richting prima te doen. Net als vorig jaar de eilanden, beviel het vaste land van Denemarken ons weer zeer goed.

Zon, regen en heuvels

Het is vier uur ’s middags als we met Deense Kronen op zak en ingrediënten voor een simpel avondmaal vanuit Fredrikshavn op weg gaan naar onze eerste Deense camping in Sæby. Dreigende luchten met hier en daar een bliksemschicht begeleiden ons, terwijl de zon haar best doet de glooiende korenvelden zo geel mogelijk te laten lijken. De 15 kilometer doen ons weer denken aan vorig jaar. Denemarken is niet vlak, is ook nu weer onze conclusie. De eerste hellingen dienen zich al aan als we Frederikshavn nog niet uit zijn.

Op de camping aangekomen begint het te stortregenen en moeten we nog een uurtje wachten totdat we, zonder helemaal doorweekt te raken, onze tent op kunnen zetten. Bij het opzetten schijnt de zon weer uitbundig. ’s Avonds maken we zelfs een mooie zonsondergang mee. En dat is hoe het weer de rest van onze Deense fietsweek zal zijn, stralende zon afgewisseld door fikse regenbuien.

Na regen komt zonneschijn … en daarna weer regen (camping Sæby)

De volgende dag volgt een mooie fietsetappe langs de kust van Noord-Jutland. Over rustige landwegen komen we langs typische Deense boerderijen, waarvan er veel til salg (te koop) zijn. Even dringt een vergelijking met Noord-Groningen zich op, maar dan zonder de aardbevingen. Mensen trekken weg uit deze streek. Het natuurschoon en de dorpen zullen niet de reden zijn. We fietsen door kleine kustdorpjes met kleurige oude huizen en kenmerkende kerken. Bij zon zeer fotogeniek.

Ontmoetingen

Hoewel we aanvankelijk weinig vakantiefietsers tegenkomen, spreken we wel een aantal geïnteresseerde Denen. Bij een haventje aan zee wil de eigenaar van een koffietentje weten welke Nederlandse pretparken hij in september echt moet bezoeken als hij met vrouw en twee zoons onder de 10 naar Amsterdam gaat. De bijna gepensioneerde eigenaresse van de camping in Hadsund is zelf enthousiast fietser en schuift ons, na een half uur fietservaringen uitwisselen, twee douchemunten toe met de woorden “Cyclists get free showers here”.

De dag erop verlaten we de kust en fietsen al ‘heuvelend’, zoals Sweerman het in zijn routeboekje schrijft, langs het Mariager Fjord landinwaarts. Deze etappe valt ons zwaar en na 17 kilometer klimmen en dalen – de laatste afdaling over natte kinderkopjes – zijn we blij om in het historische stadje Mariager een terrasje te zien. We strijken neer aan een van de twee tafeltjes en genieten van een grote beker koffie met veel melk. Zeker geen cappuccino, zoals de verkoopster het noemde, maar zeer verdiend.

De fietsen parkeren we in Mariager bij de paardenkoetshalte, die gelukkig niet verschijnt

De weersvoorspellingen zijn niet best als we in Viborg, een van Denemarkens oudste stadjes, aankomen. We vinden, dankzij de hulp van een meedenkende VVV-medewerkster, een van de laatste kamers in een B&B. Een handbalevenement en een hondenshow doen de stad kraken in zijn voegen. De volgende dag spreken we af met vrienden die toevallig ook in de buurt vakantie houden. In het café bij de dom wisselen we vakantie-ervaringen uit en horen we alles over Legoland, een must voor alle kinderen, aldus de twee jongens. De gutsende regen slaat tegen de ramen.

In Viborg komen we deze tekst tegen: als de bakker dood is, bakt hij geen brood meer (vrij vertaald)

Lekke banden

Tot aan Viborg waren de lekke banden ons bespaard gebleven, maar dat geluk duurt niet eeuwig. De volgende dagen wordt er een ernstig beroep gedaan op onze bandenplakvaardigheden. De beroemde grindwegen, waarover ik in blogs over de Jutlandroute had gelezen, doen hun invloed gelden. Ze worden steeds talrijker en de combinatie van scherpe steentjes en natte banden is geen gelukkige. In drie dagen plakken we vier lekke banden. We besluiten om de volgende fietsvakantie toch maar antilekbanden te proberen.

Fietsen over grindwegen is vooral bij regen een goede basis voor lekke banden

De grindwegen kennen een lange historie. Het zijn de oude handelswegen, de ‘Hærvejen’, in Duitsland ook ‘Ochsenweg’ genoemd, die van zuid naar noord lopen. Sommige delen gaan terug tot vóór de bronstijd. Dat maakt dat je zo’n lekke band toch even wat anders bekijkt. Op die wegen komen we naast fietsers ook veel wandelaars met grote rugzakken tegen, het zijn populaire routes. Langs de Hærvejen vind je af en toe nog een zogenaamde Kro, een herberg waar vroeger de postkoetsreizigers overnachtten. In Jelling, thuisstad van de Vikingkoning Blauwtand (Bluetooth is naar hem vernoemd), eten we een hapje in de eeuwenoude Kro. Fietsen over oude Deense wegen en niet eten in een Kro, dat kan eigenlijk niet.

De Kro in Jelling ziet er uit zoals een Kro er (in mijn gedachten) uit moest zien

Overnachten

Tijdens onze fietstocht hebben we allerhande overnachtingen gehad. Van tent tot B&B, van hotel tot stuga. Onze laatste camping in Denemarken – in Vojens – is een geval apart. Na een dag vol regenbuien en enige onenigheid met de GPS komen we er aan. De camping hoort bij een sportcomplex en is verlaten. Geen campingpersoneel, geen campinggasten, alleen één onbewoonde caravan. We bellen het telefoonnummer dat op het hek staat en 10 minuten later komt er een mevrouw aan gereden.

Ze is niet verbaasd als we vertellen dat we een route fietsen die in Nederland begint of – in ons geval – eindigt. Veel Jutlandroutefietsers gebruiken deze camping om te overnachten. Als campinggast heb je toegang tot de faciliteiten van het sportcomplex. Als enige twee kampeerders betekent dat dat we een enorme keuken, veel douches, toiletten, een tv en wat dies meer zij tot onze beschikking hebben. Een verlaten camping voelde wat vreemd maar is zo gek nog niet.

In Noord-Duitsland kamperen we in Hademarschen bij de boer. Achter zijn boerderij, met uitzicht op de weilanden, zijn een paar kampeerplaatsen. De ene douche, het ene toilet en de afwasgelegenheid zitten bij elkaar in één ruimte, in een soort tuinhuisje. Karig, maar prima verzorgd. Net als het ontbijt. De bestelde warme broodjes worden door de boer bij de tent gebracht en de boerin vraagt of wij er ook koffie bij willen. Even later zitten we met een grote mok koffie op een van de bankjes die zij er speciaal voor de kampeerders hebben neergezet. In het gastenboekje lezen we dat we niet de eerste Jutlandroutefietsers zijn die deze leuke camping hebben ontdekt.

Ons uitzicht vanaf de camping in Hademarschen

Kortom

In Noord-Duitsland sluiten we ons rondje Kattegat af. In de paar dagen die we nog hebben, halen we Nederland niet meer en er is weer regen voorspeld. We vinden het mooi geweest. In tweeëneenhalve week hebben we drie landen doorkruist, veel mooie natuur en idyllische dorpjes gezien, onze conditie weer op peil gebracht en zijn we weer heel wat historische kennis wijzer. Ook de ontmoetingen onderweg met fietsers maar ook met inwoners van de gebieden waar we doorheen fietsten waren inspirerend en verrassend.

De laatste dag reizen we per trein met onze fietsen terug naar Nederland. Met regionale treinen reist het eigenlijk prima, ze zijn fietsvriendelijk en we hebben alle tijd. Met vijf overstappen en tien uur later zijn we dan eindelijk op de plek van bestemming. Het voelt vreemd om weer terug te zijn, maar ook heel goed. Medekampeerders op de camping in Hademarschen kenden het gevoel. Oma, moeder en twee dochters (ongeveer 9 en 11 jaar) waren met de fiets onderweg naar Kopenhagen. Een van de dochters zei enthousiast: “Dan kan ik op school vertellen dat ik naar Denemarken ben gefietst! Vanuit huis!” Een gevoel om te koesteren.

Benieuwd naar onze ervaringen in Zweden? Lees het hier.

 

Zweedse schuilplaats

Het is onze eerste echte fietsdag in Zweden en volgepakt doorkruisen we Skåne. Moe van de inspanning, de heuvels en de elementen zijn we – aan het einde van de middag – blij bij de camping te zijn aangekomen. Althans, we zijn blij om een plekje voor onze tent te hebben, en een douche. Deze grote, volgepakte, niet goedkope camping die ook nog eens de nodige vertier biedt, is niet ons ding.

Na alle post-fietswerkzaamheden (tent opzetten, wasje doen, douchen, maaltijd bereiden) die de komende weken routine gaan worden, wandelen we richting zee. Want dat is een belangrijke reden voor de grootte, drukte en prijs van deze camping: hij ligt aan zee. Aan het Kattegat om precies te zijn, de zeestraat tussen zuidwest-Zweden en het Deense Jutland.

De zon staat laag. Nog even en de schemering treedt in. Wij wandelen langs de steigers, de kleine houten huisjes, de barbecue-plekken. Een jong stel zit knusjes op een bankje, een paar kinderen schoppen een bal over. Aan de overkant ligt een cruiseschip voor anker. Nog een kwartiertje besluiten we, dan gaan we terug naar de tent voor de welverdiende nachtrust.

En opeens is daar het bordje, onopvallend, klein, maar fascinerend. Het doet ons stilstaan. Wat staat erop? Wat wil dit bordje zeggen? Met mijn medefietser speculeer ik over een ongemakkelijke bushalte, een backpackerval (als je het stokje weghaalt) en een schuilkelder in geval van een bombardement. We weten het simpelweg niet.

Het moet een kilometer verderop zijn. Er is maar één manier om erachter te komen, besluiten we, en we lopen verder. Maar na een kilometer hebben we niets gezien wat op het bordje lijkt. We lopen nog een paar honderd meter maar zien enkel de inmiddels zwart geworden zee. In de schemering keren we terug naar onze tent.

Anderhalve week later worstelen we ons door de Jutlandse tegenwind over de Hærvejen, de eeuwenoude Deense handelswegen. Voornamelijk fietsers en wandelaars maken gebruik van deze grindwegen. We zijn die dag al regelmatig afgestapt om een schuilplaats te zoeken voor de fikse regenbuien die over het land trekken. Ook nu naderen de donkere wolken in rap tempo. Met een schuin oog op bomen met een dicht en overhangend bladerdek fietsen we verder.

Twee wandelaars in regenponcho en grote rugzak komen ons tegemoet. Zoals gebruikelijk groeten we elkaar. En precies op dat moment barst de bui los. Wij speuren de omgeving af naar een droge schuilplek. Een van de geponchoode wandelaars draait zich half om en wijst naar de weg waar zij vandaan komen: “There is a shelter, a 100 meters that way. You can wait there for the rain to stop”.

Dankbaar fietsen we in een hoog tempo verder. Wat we daar verderop, glimmend van de regen, langs de weg zien staan, brengt ons in één klap weer terug naar die avond van de eerste fietsdag in Zweden. Het onopvallende Zweedse bordje staat hier in Denemarken in levensgroot formaat langs de weg. Het is een bivak, een plek om te schuilen, wellicht ook te gebruiken door kampeerders die er willen overnachten. Ja, dat moet het bijna wel geweest zijn, daar aan het strand bij die overvolle camping. Als we dat geweten hadden…

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

 

Rondje Kattegat op de fiets | Kattegattleden

Onze fietsroute rond het Kattegat

In de zomer van 2017 fietsen we in tweeëneenhalve week rond het Kattegat. We beginnen in Trelleborg, Zweden en fietsen via de eerste langeafstand fietsroute van Zweden – de Kattegattleden – naar Göteborg. Hier steken we over naar Frederikshavn, Denemarken. We volgen het spoor van de Vikingen – via de Jutlandroute – terug naar het zuiden en nemen uiteindelijk in Hemmoor, Noord-Duitsland, de trein weer terug naar Nederland. We zijn dan 1200 km verder en veel ontmoetingen, ervaringen en indrukken rijker.

De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen. Hoe beviel Zweden op de fiets, is de eerste Zweedse langeafstand fietsroute een aanrader, hebben we daadwerkelijk sporen van Vikingen gezien en hoe gaat dat nu eigenlijk, met de fiets in de trein?

Onderweg naar de Kattegattleden

Het Kattegat in Borstahusen bij Landskrona

Sinds een paar jaar kent ook Zweden een officiële langeafstand fietsroute. De route is 370 km lang en doorkruist de provincies Skåne en Halland. Over fietspaden en autoluwe wegen fiets je langs de mooie Zweedse zuidwestkust van Helsingborg naar Göteborg. Onderweg bevind je je regelmatig in de typische Zweedse landschappen met de rode houten boerderijen, uitgestrekte korenvelden (met korenbloemen en klaprozen), glooiende heuvels, leuke dorpjes en niet te vergeten de pittoreske haventjes.

Wij beginnen ons Zweedse fietsavontuur in Trelleborg, 100 km zuidelijker dan Helsingborg. Vanuit Nederland reizen we met de trein (en onze fietsen) in ruim zeven uur naar Rostock. De volgende ochtend nemen we daar de boot naar Trelleborg. Zeven uur later staan we in de stromende regen in het Zweedse havenplaatsje. Unaniem besluiten we om onze eerste Zweedse nacht door te brengen in een Zweedse trekkershut, de stuga. De tent krijgt zijn kans nog wel.

De daaropvolgende dagen klaart het weer op en fietsen we bij een aangename temperatuur en zon door Skåne. Ook nu we nog niet op de Kattegattleden fietsen is het landschap zeker de moeite waard. Van tevoren hadden we een route uitgestippeld over kleine weggetjes en langs de kust en deze in de GPS gezet. We rijden over glooiende wegen met bomen, langs korenvelden met wilde bloemen en zien onze eerste typische Zweedse rode boerderijen.

Onze eerste kennismaking met fietsland Zweden is niet gek

Als fietsers voelen we ons meteen thuis in Zweden. Er is een keur aan fietspaden, in de steden maar ook erbuiten. Voor fietsers worden nabijgelegen plaatsen met wegwijzers aangegeven. Automobilisten geven ons overal voorrang, ook als wij dat helemaal niet hebben. Het is prettig fietsen zo.

Hoewel we op weg zijn naar de Kattegattleden, de eerste officiële fietsroute van Zweden, komen we onderweg ook wegwijzers tegen van een ander Zweeds fietsroutenetwerk: de Sverigeleden. Deze volledig bewegwijzerde routes lopen door heel Zweden en zijn gebundeld in drie fietsgidsen. Voor wie na de Kattegattleden Zweden verder wil verkennen op de fiets zijn er dus nog genoeg mogelijkheden.

Fietsen over de Kattegattleden

Het begin van de Kattegattleden in Helsingborg

Op onze tweede volledige fietsdag bereiken we dan toch Helsingborg, het begin van de Kattegattleden. Op het centrale plein, waar de boten uit Denemarken aankomen, de treinen uit omliggende gebieden en fietsers uit alle windstreken vereeuwigen we onszelf voor het startbord van de route. Met een cappuccino en muffin luiden we het begin van de route in en vangen met een stralend zonnetje de weg aan.

Fietsend door korenvelden is de zee nooit ver weg

De dagen erop volgen we donkerrode routebordjes die ons langzaam maar zeker dichter bij Göteborg brengen. De route is allerminst vlak. Heuveltjes zijn aan de orde van de dag en af en toe moet er flink geklommen worden. Gelukkig zijn de klimmetjes slechts kort en goed te doen. Geregeld staan we even stil om het prachtige uitzicht over het Kattegat vast te leggen op de gevoelige plaat.

Het haventje van Träslövsläge ligt er idyllisch bij

Regelmatig rijden we over of langs een golfbaan. Als je enkel de Kattegattleden fietst krijg je al snel het gevoel dat heel Zweden golft. En geef ze eens ongelijk. Vaak zijn de golfbanen op schitterende plekken aangelegd. Uitkijkend over het Kattegat of het weidse landschap een balletje slaan: wie wil dat nu niet!

In de idyllische dorpjes halen we onze lunch om deze op een leuk plekje aan zee op te eten. Onze volgepakte fietsen baren nog wel wat opzien. Een oud vrouwtje begint in het Zweeds een heel verhaal tegen mij, terwijl ik bij de supermarkt sta te wachten. “English?” vraag ik verontschuldigend, maar ze kan alleen maar Zweeds. Wel steekt ze haar duim op om ons succes te wensen bij onze verdere fietsavonturen, die ze waarschijnlijk graag gehoord zou hebben.

De route gaat door een mooi, maar ook toeristisch gebied van Zweden. Niet alleen zijn er in deze zomermaanden veel fietsers die de route fietsen, ook de kust en het strand trekken veel vakantiegangers. In sommige plaatsjes moeten we moeite doen om langs de grote stromen strandgangers te komen.

Regelmatig gaat de route vlak langs de kust

De grote campings langs de kust zijn afgeladen vol en aardig prijzig. Gelukkig is er altijd wel een plekje voor een tent, maar onze voorkeur gaat toch uit naar de kleine campings met weinig voorzieningen. In de latere etappes zoeken we daarom vooral campings uit die niet direct aan zee liggen.

Zo komen we in Galtabäck op een kleine camping bij een boer terecht met een mooi grasveld en prima ‘kök’ (keuken op de camping), waar we vanwege de regen ons maaltje bereiden, koffiedrinken en de hele avond blijven zitten. We spreken er verschillende kampeerders die al wandelend, vissend, fietsend of met een camper rondtrekkend het land verkennen. Het zijn gesprekken die we op de grote kustcampings nooit hebben gehad.

Op de camping bij Galtabäck hebben we alle plek

En dan nadert Göteborg, het eindpunt van onze Zweedse fietsroute. In zes volle fietsdagen (en een zeer natte rustdag) hebben we 500 km afgelegd en Zweden als fietsland leren kennen. Wat een mooie route is de Kattegattleden. Over enkel fietsvriendelijke paden rijden we door een zeer afwisselend landschap. Kust wordt afgewisseld door binnenland, glooiende korenvelden door pittoreske haventjes, pittige klimmetjes door vlakke kustpaden, grote steden door leuke dorpjes waar de stokrozen tegen de gekleurde houten huizen leunen.

Meer informatie

Ja, de Kattegattleden was een bijzondere ervaring die ik elke fietser kan aanraden. Kijk voor meer informatie op de site van de Kattegattleden . Hier vind je een PDF-versie van de routekaarten, overnachtingsmogelijkheden en nog veel meer. Wij fietsten de route in de Nederlandse, maar ook Duitse en Zweedse zomervakantie. Dus op het hoogtepunt van het toeristische seizoen. Ik kan me voorstellen dat het er in het voorjaar of september een stuk rustiger is.

Benieuwd naar onze ervaringen in Denemarken? Lees het hier.

 

Marokko, bijna

Millinger Theetuin – Millingen aan de Rijn

De blauwe en groene steentjes liggen in V-vorm gerangschikt en vormen samen een kunstig mozaïek. Blauwe lijnen omlijsten de langwerpige vijver in het midden. Een bescheiden fonteintje maakt kringen op het water. De overdekte veranda erachter ziet er uitnodigend uit. De gordijnen bewegen zachtjes in de wind.

Het tafereel ligt nu nog deels in de schaduw, maar binnen niet al te lange tijd baadt alles in het stralende zonlicht. Dan glinsteren de steentjes de bezoekers tegemoet, alsof ze willen zeggen: “Kom hier verpozen, vlij je neer op de kussens en droom weg!”

Uit ervaring kan ik zeggen dat dat niet zo moeilijk is. Toen ik de trappen afliep en de vijver zag, waande ik me op slag in een binnentuin in Marokko. Een oase van rust, temidden van het stadsgewoel. Ik hoorde bijna de kooplui hun waren aanprijzen, in de smalle straatjes aan de andere kant van de hoge muren.

Totdat een “Sorry, mag ik er even langs?” mij een stap opzij doet zetten. Een stevige dame van middelbare leeftijd in een fleurige jurk houdt met twee handen een dienblad vast met twee glazen thee, één cappuccino en drie lekker uitziende gebakjes. Haar gezicht heeft een geconcentreerde uitdrukking als ze de laatste treden van de trap neemt en langs mij heen richting veranda schuifelt.

En om me heen verschijnen nu meer mensen met dienbladen, in fietsoutfit, met wandelschoenen en hier en daar een kinderwagen. De vijver ligt er nog hetzelfde bij, maar de Marokko-droom heeft toch wat aan kracht ingeboet. Ik ben weer daar, waar ik een half uurtje geleden van mijn fiets stapte. In een theetuin in een natuurgebied aan de Rijn, gewoon in Gelderland. Maar eventjes was ik in Marokko. Heerlijk!

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

2016: het jaar van ‘Elke Maand Een Route’

Logo EMER
Net als in 2015 begon ik 2016 met een ‘Elke Maand’-uitdaging. Ditmaal geen musea, maar een sportievere uitdaging. Ik daagde mezelf uit om elke maand een route te gaan lopen of fietsen. In het geval van de fietsroute minimaal 50 km, in geval van de wandelroute minimaal 15 km. Op de blogpost van begin januari kwamen vele reacties met tips. Ook vele voor mij onbekende. Hartstikke leuk. En is het me gelukt?

Uiteindelijk heb ik niet elke maand een route gefietst of gewandeld van de minimale afstand. In augustus, september en december waren de routes korter. De teller blijft steken op 10 routes, waarvan 5 wandelroutes en 5 fietsroutes. Al met al kijk ik niettemin wel degelijk terug op een goed route-jaar. Door de uitdaging kwam ik op allerlei plaatsen en ontdekte nieuwe routes.

De wandelroutes brachten me naar Overijssel, Drenthe en Gelderland. Ik wandelde een frisse maar mooie etappe van het Streekpad het Hanzestedenpad langs de IJssel van Kampen naar Zwolle. Ook de eerste Groene Wissel bij Rolde leverde mooie plaatjes op. En een belofte om nog eens terug te komen, als er geen rijp meer in de bomen hing.

Aan de horizon is nog net het kerkje van Rolde zichtbaar
Een frisse Groene Wissel-wandeling bij Rolde

De andere Groene Wissel wandeling ging door de voormalige landbouwkolonie Frederiksoord, waar we dwaalden door Drentse historie. Bij Steenwijk liep ik een NS-wandeling door een afwisselende omgeving waar vroeger de mammoeten rondliepen. De enige Trage Tocht in het rijtje bracht me naar buitenlands Nederland in Berg en Dal. Toch wel een van de meest bijzondere routes van dit jaar.

Onhollandse landschappen
Onhollandse landschappen bij Berg en Dal

De fietsroutes in eigen land gingen langs vele LF-routes met af en toe nieuwsgierigmakende namen: de LF-3 Hanzeroute, LF9 NAP-route, LF23 Zuiderzeeroute, LF4 Midden-Nederlandroute, LF16 Vechtdalroute en LF15 Boerenlandroute. De verschillende etappes brachten me naar de rivieren van Overijssel, het Veluwemeer aan de kant van Flevoland, heuvelachtig Gelderland en de bekende maar altijd mooie Utrechtse Heuvelrug.

In Duitsland fietste ik, terugkomend van ons Deense fietsvakantie nog 100 km over de Ostseeküsten-Radweg. De afwisseling van binnenland en kust, inclusief de traditionele Duitse strandstoelen maakte deze route tot een van de hoogtepunten van onze vakantie. Ik sluit het niet uit dat ik in de toekomst nog een paar etappes van deze fietsroute meepak.

Typisch Duitse strandstoelen
Langs de Ostseeküsten-Radweg

Ik ben heel wat paadjes in gewandeld en gefietst, waar ik anders niet afgeslagen zou zijn. Dat is het leuke van een route. Je komt op plekken waar je anders nooit zou komen. En op die paadjes ontmoet je weer mensen die je anders niet was tegengekomen. Zo heb ik zelfs een keer een collega-blogger begroet. Weliswaar zonder dat ik het zelf door had. Bij hem viel het kwartje, na het lezen van mijn blogpost.

Al met al een sportief jaar, dat ik in 2017 zeker wil evenaren. Weliswaar niet meer als uitdaging en zonder de restrictie van de minimale kilometers. Wel staan er al wel weer wat routes op het programma. Zo wil ik in de zomer het Rondje Vlaanderen gaan fietsen (ongeveer 900 kilometer) door vijf Vlaamse provincies en heb ik het idee opgevat om het Jacobspad Uithuizen – Hasselt in een jaar te lopen.

Pelgrimspad Jacobspad Uithuizen Hasselt
Ben je benieuwd naar alle gewandelde en gefietste routes? Hier vind je een overzicht.

Op naar een wandel- en fietsrijk 2017!

Ronde van de Lemelerberg

Te voet/te fiets: Te fiets
Route: Van Zwolle via de LF 16 Vechtdalroute, LF 8 en LF 15 Boerenlandroute terug naar Zwolle.
De LF 16 Vechtdalroute is 230 km lang en loopt van de monding van de Vecht bij Zwolle naar de bron bij het Duitse Darfeld. De naamloze LF 8 is een 100 km lange verbindingsroute tussen LF-routes en loopt van Ommen naar Winterswijk. De LF 15 Boerenlandroute tenslotte is 260 km lang en doorkruist Nederland van Alkmaar naar Enschede. Het draait bij deze route allemaal om het authentieke Nederlandse boerenleven, dat per streek veel verschillen laat zien.
Afstand: 74 km
Startpunt: Zwolle
Eindpunt: Zwolle

Een rondje van LF-routes om de Lemelerberg heen
Een rondje van LF-routes om de Lemelerberg heen

Op de kaart vormen ze een driehoek, de drie LF-routes die om en nabij de Lemelerberg lopen. Het lijkt een mooi rondje voor deze zondag. Om kwart over negen ’s ochtends zitten we al op de fiets. De temperatuur is aangenaam als we de binnenstad van Zwolle doorkruisen. Volgens de voorspellingen wordt vandaag de 27 graden aangetikt. Een gelukje dat deze zomerse dag in het weekend valt na al die regendagen van afgelopen weken.

Na een aantal kilometers zien we de eerste LF-bordjes. We zitten op de Vechtdalroute. Al snel verlaten we Zwolle en fietsen langs de rivier over de dijk. Hoewel het nog vroeg is, zijn we niet de enigen. Veel hardlopers en fietsers genieten van het zomerse weer. Aan de overkant van de rivier zien we de met zilverkleurig plastic omhulde hooibalen glinsteren in de zon. Net van die zilveren bolletjes waar we vroeger op kinderfeestjes de plakjes cake mee versierden.

De vecht met zilveren hooibalen
De vecht met zilveren hooibalen

Een paar kilometer voor Dalfsen staat een kleindochter met haar opa en oma om een groene paal heen. Ze luisteren ingespannen naar een kinderstem die over de dijk heen schalt. We vangen woorden op als ‘Vechtdal’, ‘landgoed’ en ‘lang geleden’. Nieuwsgierig geworden, stappen we een paar meter verder af, pakken de zonnebrandcrème en luisteren mee naar het verhaal.

Als de opa en oma verder fietsen met hun kleindochter, overbruggen wij de paar meter en zien een vechtdalinformatiepaal. D.m.v. een pedaal onderaan de paal wek je stroom op voor het verhaal  (“blijven trappen” maant het opschrift ons). Wij kiezen voor de volwassenenvariant en luisteren een paar minuten lang naar een ver familielid van een grootgrondbezitter die hier lang geleden woonde.

Een informatiepaal aan de Vecht
Een informatiepaal aan de Vecht

Helemaal op de hoogte van het ontstaan van dit gebied fietsen we verder. Al gauw zien we de zwevende steen van Dalfsen en het daar tegenover liggende stadje. Naast het gemeentehuis ligt een zeer aanlokkelijk terrasje aan de Vecht. De beslissing is snel genomen en al snel zitten we aan de cappuccino. We kijken uit over het water en steken onze hand op naar een voorbijvarend sloepje met grote picknickmand. Ja, deze zondag mag met recht zomers genoemd worden.

De zwevende steen bij Dalfsen
De zwevende steen bij Dalfsen

De fiets lonkt weer en we vertrekken richting Ommen. We volgen nog steeds de Vecht en moeten regelmatig afremmen voor grote groepen wandelaars die in zomerse kleding het fietspad bevolken. We komen door bossen, langs landgoederen en beklimmen zelfs een berg. De Lemelerberg wel te verstaan. Een heuvel die oprijst in het landschap en een populaire plek is voor wandelaars en mountainbikers.

Even daarvoor waren we al verschillende campings en B&B’s tegengekomen die namen hadden als ‘Bergzicht’ en ‘Berg en bos’. Maar hoe we ook ons best deden, een berg zagen we niet. Misschien dat het zicht op de berg alleen in de winter van toepassing is, als de bomen kaal zijn. Als we kort daarna het bos induiken en de weg merkbaar begint te stijgen, kunnen we het bestaan van de berg niet meer ontkennen. We passeren enkele afgestapte fietsers die de laatste hoogtemeters te voet overbruggen. Hun fietsen aan de hand. Dat is onze eer te na en wij zetten stug door. Gelukkig hebben we nog de Deense heuvels in de benen en bereiken fietsend de top.

Na de top zijn we in no time weer beneden, waar we een bankje zoeken om ons te beraden op de verdere fietstocht. De temperatuur is aanmerkelijk gestegen en onze bidons beginnen leeg te raken. We zijn het niet meer gewend, die hoge temperaturen. We besluiten het rondje wat kleiner te maken. We laten Hellendoorn en Nijverdal voor wat ze zijn en steken door naar Lemelerveld, waardoor we op de Boerenlandroute terechtkomen.

LF 15 Boerenlandroute
LF 15 Boerenlandroute

Zoals de naam al doet vermoeden passeren we veel akkerland, met hier en daar een varkensboerderij. Het zijn rustige wegen langs vaarten en bosranden. We hebben de wind in de rug en waaien met gemak terug naar Zwolle. 74 kilometer geeft de teller aan, als we afstappen. 40 kilometer minder dan in de planning lag, maar het voelt als een volwaardige etappe: de Ronde van de Lemelerberg.

Deze fietstocht telt mee voor de uitdaging Elke Maand Een Route 2016