Elke Maand Een … | De IJssel als muze

Elke Maand Een: Straatgedicht
Soort gedicht: Grondgedicht
Dichter: Johanneke ter Stege
Plaats: Deventer

Het is zondag, begin maart. Deventer ligt aan de overkant van de IJssel. Een pontje vaart heen en weer om mensen over te zetten. Sinds kort weer, een paar dagen geleden stond het water nog te hoog. Ook wij wachten op het pontje naar Deventer, hoewel dat niet de bedoeling was vandaag. Een bom uit de Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten. We konden de geplande Marskramerpad-etappe van Deventer naar Beekbergen niet lopen en keren nu terug naar de Hanzestad die we een uur eerder verlieten.

Enigszins teleurgesteld, al andere plannen makend voor die dag, kijk ik naar de grond en vind onder mijn voeten een gedicht.

De IJssel

We hebben haar taille losgemaakt
ze mag weer vrijuit ademen
ze wentelt zich om en om in zichzelf
de breedste schepen kan ze dragen

We nestelen ons in het zand
van haar weids gemaakte oevers
we kietelen haar oppervlak
met pas gelakte nagels

Oh zij, reislustig tranendal dat
eeuwen voor ons heeft overleefd
is talloze malen bezien en bezongen
een jaar is voor haar
een vluchtige droom

Geen warme huid of schaterlach
zal haar ervan weerhouden
zich over je te buigen
om jou te zuigen in haar stroom

Johanneke ter Stege (Deventer Dichter)

Hoe toepasselijk is het onderwerp op deze plek. De rivier die voor me ligt wordt hier beschreven, welhaast bezongen. Het is een ‘zij’ met een indrukwekkende staat van dienst. Eeuwenlang stroomt ze hier al en zitten mensen aan haar oevers. En “kietelen” (ik kan me dit beeld zo voorstellen) “haar oppervlak met pas gelakte nagels”. Maar de IJssel heeft ook een ander gezicht en kan zich over diezelfde mensen buigen om ze “te zuigen in haar stroom”. Met het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ van Rijkswaterstaat (niet voor niets de aanbieder van het gedicht) krijgt nu ook de IJssel meer ruimte om buiten haar oevers te treden: “Ze mag weer vrijuit ademen”.

Het gedicht doet me denken aan het reisprogramma ‘Langs de Rijn’ dat begin 2020 werd uitgezonden. Martin Hendriksma en Huub Stapel reizen langs de Rijn vanaf de bron in Zwitserland tot aan de monding in de Noordzee. Onderweg spreken ze allerlei mensen over de rivier. Vaak blijkt dat omwonenden de machtige stroom als een persoon zien, als een femme fatale of juist als vader Rijn. Een (grotere) rivier is heel bepalend voor de economie, maar ook de cultuur in dat gebied. Een rivier brengt verhalen met zich mee.

En inspireert dichters. Dit gedicht van Johanneke ter Stege is niet het eerste gedicht over de IJssel in mijn straatgedichtenverzameling. Eerder al kwam ik in een andere stad aan de IJssel, Zutphen, het gedicht ‘IJsselbrug in de ochtend’ tegen van H.C. ten Berge. Het beschrijft hoe de natuur ontwaakt langs en op de IJssel. Ook in Hattem verwijzen vier dichtregels van Ida Gerhardt op een oud pand naar die rivier. In het bijzonder naar de luchten in het voorjaar, zoals de schilder Jan Voerman ze schilderde.

Ida Gerhardt in Hattem en H.C. ten Berge in Zutphen (helaas niet goed te lezen door de steiger)

Er zullen ongetwijfeld meer IJssel-gedichten zijn, al dan niet in de openbare ruimte te zien. Ik ben blij met mijn meest recente aanwinst. Johanneke ter Stege zet de IJssel beeldend neer in mooie zinnen. Ik ben ervan overtuigd dat haar woorden menig pont-passagier even doet stilstaan. Om vervolgens op die pont met hele andere ogen naar dat water te kijken. Zo’n klein bootje op zo’n machtige stroom.

Net als vorig jaar is de Elke Maand Een …- uitdaging in 2020 een combinatie van eerdere uitdagingen. Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Ook dit jaar komen alle eerdere categorieën aan bod. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Toon Tellegen in Hattem

Elke Maand Een: Straatgedicht
Soort gedicht: Muurgedicht
Dichter: Toon Tellegen
Plaats: Hattem

Een paar jaar geleden liep ik door het Gelderse Hanzestadje Hattem. Mooi gelegen op de grens tussen IJssel en Veluwe is het de ideale uitvalsbasis voor een wandeltocht of mountainbikeroute door de al enigszins heuvelende bossen in de omgeving. Tot mijn verrassing trof ik op een oud pand vlakbij de molen een straatgedicht aan.

Zal ik weggaan?

Zal ik weggaan?
Zal ik verdrietig worden en weggaan?
Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden, mijn schouders ophalen
en weggaan?
Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken: zo is het genoeg
en weggaan?
Zal ik een deur zoeken,
en als er geen deur is: zal ik een deur maken, hem voorzichtig opendoen
en weggaan- met kleine zachtmoedige passen?
Of zal ik blijven?

Zal ik blijven?

Toon Tellegen

Toon Tellegen raakte me met zijn elf regels. De ik-persoon staat voor een keuze. ‘Zal ik weggaan?’ vraagt hij zich af. Hij denkt erover het leven voor een keertje onbelangrijk te vinden, de wereld neer te zetten (of aan iemand anders te geven) en een deur te zoeken. En, bedenkt de ik-persoon, als er geen deur is, zal ik hem maken. En dan zachtjes weggaan, ongemerkt. Of blijft hij toch hier? Heeft hij een keuze?

Ik vraag me af wat de ik-persoon achter zich wil laten. Zijn werk? Zijn leven zoals hij dat nu leeft? Of misschien wel het leven zelf? Het gedicht is op verschillende manieren te interpreteren. Elke lezer zal er weer zijn eigen betekenis uit halen. Ik lees er twijfel in, kalmte en hoop. En mooie bewoordingen. Het is herkenbaar voor velen: wie wil nu niet de wereld die je op je schouders torst even neerzetten of misschien wel aan iemand anders geven?

Dit gedicht komt uit de bundel Alleen liefde (2002). Ik kende Toon Tellegen eigenlijk alleen van zijn romans en kinderboeken, maar hij heeft ook ruim 30 dichtbundels op zijn naam staan. Hoog tijd om er eens eentje in huis te halen.

Net als vorig jaar is de Elke Maand Een …- uitdaging in 2020 een combinatie van eerdere uitdagingen. Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Ook dit jaar komen alle eerdere categorieën aan bod. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

 

Dichten kun je leren

De plaatselijke boekhandelaar schonk de deelnemers het poëzieweekgeschenk

Op palindroomdag sla ik aan het dichten. Samen met zeven andere dichters in spe produceer ik op een regenachtige zondagmiddag het ene na het andere gedicht. Ik wist niet dat ik het in me had.

Ik bevind me in een historisch stadje in het midden van het land. In het kader van de poëzieweek organiseert een vriendin/dichter een poëzieworkshop. Door weer en wind komen verwaaide en verregende deelnemers aan. Het kopje thee wordt dankbaar geaccepteerd als ze aan de lange tafel neerploffen.

Schriften en pennen worden verdeeld, versnaperingen ook. We zijn er klaar voor en stellen ons voor via een naamgedicht. Hoewel niemand van ons Wilhelmus heet, gaat het ons goed af. Enkele woorden, hele verhalen: de variatie is groot.

Door naar de Middeleeuwen. Het vaste rijmschema van het rondeel valt me zwaar. Het voelt als een sinterklaasgedicht in het kwadraat. Ik vind: serieuze poëzie heeft serieuze rijm nodig. Denken en schenken is off limits. Gelukkig ben ik niet de enige met problemen. Menig rondeel ontstaat onder veel gezucht en gesteun.

Het kreeftgedicht dan? Van voor naar achteren en van achteren naar voren moet er een logisch en goed (of mooi of grappig) gedicht uitkomen. De deelnemers verrassen elkaar met de korte rake zinnen. Heeft de datum van vandaag voor inspiratie gezorgd?

We eindigen met een voordracht, zoals het de echte dichter betaamt. Staand lezen de dichters hun eindproducten voor. Soms kort en grappig, soms indrukwekkend mooi. Mijn buurman kiest voor een modern sonnet, “omdat het niet rijmt”. Precies diezelfde gedachte ligt ten grondslag aan mijn gedicht. Ik wilde schrijven over wandelen, maar uit mijn pen vloeide iets heel anders. Warmgedraaid door de vele vormen en oefeningen schreef ik over ‘de ochtend erna’.

De ochtend erna

Op mooie zomeravonden
Gingen we op in onze omgeving
Werden we bomen, gras en fluitekruid
Onzichtbaar voor toevallige voorbijgangers

We liepen naar de verte
En praatten met elkaar
Over het leven en daarna
De stilte was ver weg

Beloof je het? vroeg je
Natuurlijk, zei ik toen
Ik hou me aan mijn woord

Het is een ijzige ochtend
Die avond staat in mijn geheugen gegrift
Het gezegde is voor altijd stilte

Pieterpad etappe 2: Winsum – Groningen

Route: Pieterpad
Afstand: 21 km
Start: Station Winsum
Eind: Station Groningen

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes in Drenthe met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

Op een van de laatste dagen van het jaar is er mooi winterweer voorspeld. Ik heb een zondag zonder afspraken en besluit een vroege trein naar Winsum te pakken voor de tweede etappe van het Pieterpad. Als ik in Groningen overstap op de trein naar Roodeschool, stappen er met mij nog een aantal wandelaars in. Ze hebben het over ‘De Gouden Karper’, een herberg in Winsum, maar ook het beginpunt van de tweede etappe. Dit moeten wel Pieterpadwandelaars zijn.

In Winsum is het stil. Zondagochtend half 10 in de kerstvakantie is blijkbaar geen tijd om naar buiten te gaan. Het is ook knap koud, wellicht dat dat ook niet meehelpt. Ik geniet van de rust als ik met behulp van de aanwijzingen in het boekje naar ‘De Gouden Karper’ loop. Vanaf daar gaat de route al snel Winsum uit.

Over een rustig landweggetje loop ik tussen de weilanden richting Garnwerd. De beloofde zon laat nog op zich wachten, maar de rijp op de weilanden levert mooie plaatjes op. Er lopen twee mannen met vier honden voor me. De honden lopen los en zijn erg enthousiast. Nu ben ik niet zo’n fan van enthousiaste honden en ga steeds langzamer lopen. Het mag niet baten. Midden op een smal fietspad lassen ze een pauze in, waar koekjes voor zowel mens als dier aan te pas komen. De mannen zien mijn aarzeling, grijpen de honden vast en zeggen het bekende zinnetje ‘ze doen niks hoor!’. Ik mompel een bedankje en zet flink de pas erin. Het geblaf achter me wordt langzaam zachter.

Het Groninger land op een winterse zondagochtend

Uit de richting van Garnwerd hoor ik de knallen van het carbid schieten. Tot aan Groningen blijven de knallen te horen. Nog een paar dagen tot aan oud en nieuw. Dat kan niemand ontgaan. De route laat Garnwerd links (of eigenlijk rechts) liggen. Het is nog vroeg en waarschijnlijk is er weinig horeca open. Ik besluit maar door te lopen. Bij de Wetsingersluis in het Reitdiep breekt dan toch een winterzonnetje door en het landschap krijgt een heel ander aangezicht.

Verder naar Oostum. Als in de verte het kerkje, hooggelegen op een wierde, opdoemt, zie ik langs de weg een schilderij van – juist – hetzelfde kerkje. Bijna 100 jaar geleden, in 1922, schilderde Ploeglid Johan Dijkstra hier het kerkje van Oostum. Door zo’n bord kijk je heel anders naar het landschap om je heen. Een leuk idee!

Het schilderij met rechts in de verte het kerkje

 

Het kerkje van Oostum

In Wierumerschouw stuit ik op een van de omleidingen van deze etappe. Door een aanvaring is de Paddepoelsterbrug over het Van Starkenborghkanaal gestremd. Gelukkig zijn er meer bruggen en de goed aangegeven markering brengt me langs het Reitdiep naar de Dorkwerderbrug. Op de dijk langs het Reitdiep staat de lage zon recht voor me. De silhouetten van de Pieterpadwandelaars die in de verte voor me lopen, steken mooi af tegen de kale bomen. Als ik me omdraai ziet de wereld er heel anders uit. De dreigende lucht met zon maakt dat ik een beetje sneller ga lopen.

Het Reitdiep richting de zon

 

Het Reitdiep met de zon in de rug

Langs het Van Starkenborghkanaal loop ik naar de plek waar de route oorspronkelijk zou uitkomen. Waar een brug zou moeten liggen, is nu een vrije doorgang. Dat was inderdaad lastig oversteken geweest. De route buigt hier af richting Groningen. Al snel zie ik rechts van me de eerste gebouwen van universiteitscomplex Zernike opdoemen.

De Paddepoelsterbrug is verdwenen

Aan mijn linkerhand staat een bord dat wijst ‘naar het klooster’. Nu zie ik geen klooster, maar wel een gedicht. Albertina Soepboer beschrijft het klooster dat hier ooit stond. Een tweede gedicht van Lammert Tiesinga even verderop heeft de titel ‘Galgenveld’. Google geeft een verklaring. Beide gedichten verwijzen naar Kasteel Selwerd (nog steeds een wijk in Groningen) dat in de Middeleeuwen op deze plek stond. Het klooster en galgenveld lagen bij het kasteel. Ook lees ik dat er hier nog twee gedichten zijn die verwijzen naar het kasteel. Nog maar een keer terug!

Gedicht van Lammert Tiesinga

Via Selwerd en het Noorderplantsoen loop ik de stad in. Ik heb 7 jaar in Groningen gewoond en ik bevind me op bekend terrein. Via het Hoge der A, de Vismarkt, de Folkingestraat en het Groninger Museum kom ik weer bij het station uit. Het was een mooie etappe op deze winterdag. Volgende keer de laatste Groningse etappe van Pieterburen naar Winsum en dan vanaf Schoonloo verder Drenthe in.

Het bekende Hoge der A

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Elke Maand Een … 2019 | Terugblik

2019 was een lustrumjaar voor de Elke Maand Een-uitdaging. Vijf jaar geleden begon ik met de uitdaging om elke maand over een museum te schrijven. De jaren daarop schreef ik over een foto met een verhaal, een route en een straatgedicht. In dit lustrumjaar besloot ik gedurende 2019 over alle vier de uitdagingen te schrijven.

Hoe is het me bevallen? Erg goed. Dit was geen lastig opgave. In enkele maanden schreef ik zelfs over meerdere zaken. Vooral die afwisseling maakte het leuk. Niet elke maand een museum, maar ook eens een route, een straatgedicht of een bijzondere foto waarbij het verhaal zich makkelijk laat schrijven.

Straatgedicht

Nog steeds kijk ik op de plekken waar ik kom om me heen, in de hoop een straatgedicht te spotten. Vaak lukt dat ook. Zo ontdekte ik dit jaar in de Passage in Den Haag, op station Utrecht Centraal, in Tilburg en in de veerterminal van Harlingen mooie exemplaren waar ik over schreef. Ik zag er echter veel meer, zoals deze in Naarden-Vesting.

Jana Beranová in Naarden-Vesting

Genoeg materiaal dus om volgend jaar mee verder te gaan.

Route

Kanoën in de Mastenbroekerpolder

Naast wandelroutes in Zeeland, het Rijk van Nijmegen en het Eiland van Schalkwijk schreef ik dit jaar ook een artikel over een kanoroute. Een activiteit die ik graag, maar veel te weinig doe. Ik ben wel benieuwd of dit de kanoërs onder de lezers aangezet heeft tot kanoën.

Foto

De lezer in de Hortus Botanicus Leiden

Als ik iets aparts, bijzonders of gewoonweg moois zie, maak ik er een foto van. Soms leidt dit tot een verhaal. Zo kon ik dit jaar de lezer in de Hortus in Leiden niet ongemerkt voorbij laten gaan en werd het ook hoog tijd om de stiltecoupé in een artikel te verwerken. Daarnaast inspireerden een zak glutenvrij hondenvoer en een roze post-it me tot verhalen. Door foto’s als uitgangspunt te nemen krijg je verrassende posten.

Museum

Detail uit Collage#6 van Ruud van Empel in Museum Belvédère Oranjewoud

Ik kom niet elke maand meer in een museum, maar toch wel met enige regelmaat. En altijd valt er weer iets op. Een kunstwerk, een persoon, een sfeer. Genoeg stof tot schrijven. De beschreven musea van dit jaar lagen verspreid over het (buiten)land, namelijk in Rheine in Duitsland, Oranjewoud en Tilburg.

Dus

Een behaalde uitdaging dus in 2019. Een overzicht van alle blogposten vind je hier. De afwisseling tussen de verschillende onderwerpen is me zo goed bevallen dat ik hier in 2020 mee doorga. Elke maand een Museum, Foto, Route of Straatgedicht in 2020!

Pieterpad etappe 3: Groningen -Zuidlaren

Route: Pieterpad
Afstand: 21 km
Start: Station Groningen
Eind: Bushalte op de Brink in Zuidlaren

De Sint Pietersberg is nog een heel eind

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes in Drenthe met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

Het is een frisse en zonovergoten herfstdag als ik mijn collega ontmoet op station Groningen. We moeten hoognodig bijpraten en wat is nu een betere gelegenheid dan tijdens een wandeling. Mijn collega woont al tientallen jaren in Groningen en weet veel over de wijken, gebouwen en kunstwerken waar we langskomen. Hoewel ik zelf 7 jaar in de stad heb gewoond, hoor ik veel nieuwe dingen. Ideaal om met een local op pad te gaan.

Vanaf perron 2a komen we via een trap op het viaduct over het spoor. Vanaf daar volgen we het Hoornsediep de stad uit. We zien studenten van de roeivereniging Gyas zich klaarmaken om het water op te gaan en komen even verderop een aantal roeiboten in actie tegen. Een mooi gezicht in de stralende herfstzon.

Studentenroeivereniging Gyas

Dan wijst mijn collega op de hoogspanningsmast met vlammetjes die in de verte te zien is. Iedereen die wel eens Groningen genaderd is over de A28, kent dit kunstwerk. In 1990 bestond de stad 950 jaar en kreeg 10 stadmarkeringen aan de belangrijkste toegangswegen op de grens van de stad. De hoogspanningsmast heet de ‘Gate Tower Clio’ en is gemaakt door Kurt W. Forster. Het laat 2 vormen van energie bij elkaar komen: elektriciteit en gas. De 7 gasvlammetjes staan voor de weekdagen. Op de eerste dag van de week gaat de eerste aan, op de tweede de tweede, totdat alle 7 aan zijn, aan het einde van de week.

Een bekende stadsmarkering

We komen bij het Hoornse Meer uit en besluiten een extra lusje te pakken langs het water. Het is een plaatje. Tegen de strakblauwe lucht staat de molen ‘De Helper’ er fier bij, geflankeerd door de bomen in herfsttooi aan de overkant. Even verderop gaan twee kano’s te water. Warm aangekleed is dit een prachtige dag om te gaan kanoën.

Molen ‘De Helper’ aan het Hoornse Meer

Haren is niet ver meer. We passeren de plaats langs de rand. De omgeving verandert. Je merkt dat je echt op de Hondsrug loopt en richting Drenthe gaat. We laten Glimmen rechts liggen en komen via een hoge trap op een viaduct over het spoor. Via het Tranendal (ik vraag me dan af hoe zo’n weg aan zo’n naam komt?) komen we in het natuurgebied en voormalig militair oefenterrein Appèlbergen terecht. Het is inmiddels lunchtijd en ergens is hier een pannenkoekenrestaurant. We verlaten de route en m.b.v. Google Maps vinden we via kleine paadjes het restaurant.

Wij gaan door een tranendal …

De pannenkoek smaakt goed en voldaan pikken we de route weer op. Aan de rand van het Noordlaarder Bos komen we zowaar een straatgedicht tegen. Op een grote steen staat een gedichtfragment van Vasalis:

Tijd

Ik droomde dat ik langzaam leefde
langzamer dan de oudste steen

Vasalis

Hoe toepasselijk en onverwacht zo middenin de natuur!

Vasalis bij het Noordlaarder Bos

Langs een mooi gelegen Nivon natuurvriendenhuis vervolgen we onze weg naar Zuidlaren. We lopen nu voornamelijk door open land waar de suikerbieten welig tieren. Die gaan binnenkort naar de befaamde suikerfabriek in Groningen. Dan komen we in Zuidlaren. We maken een omweggetje langs het kerkje waar mijn collega is getrouwd. Het ligt er idyllisch bij met de laagstaande zon, de verkleurende bomen en de omgeving van de Kerkbrink. Ik kan me voorstellen dat dit een populaire trouwlocatie is.

Kerkje in Zuidlaren

Dan komt de Brink weer in zicht. Het is alweer een jaar geleden dat ik mijn auto hier parkeerde toen ik begon aan de etappe Zuidlaren – Rolde. Nu nemen we er de bus terug naar Groningen. Het was een mooie en gezellige dag. En ik ben veel informatie rijker die ik als solo-wandelaar zeker niet te weten was gekomen. Op naar de volgende etappe!

De herfst op haar mooist
De etappe loopt door een zeer gevarieerd landschap

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Elke Maand Een … | Naar Terschelling

Elke Maand Een: Straatgedicht
Soort gedicht: Raamgedicht
Dichter: Gerda Posthumus
Plaats: Harlingen

Vrienden van ons wonen op Terschelling. Als we erheen gaan, gaan we een weekendje. Zo’n weekend voelt als een mini-vakantie, die begint op het moment dat we uit de auto stappen op het grote parkeerterrein aan het Skieppedykje. In 10 minuten lopen we naar de veerterminal, waar de boten naar Vlieland en Terschelling vertrekken. Onderweg zien we De Friesland al liggen, geduldig wachtend op zijn volgende vracht passagiers.

In de terminal is de aanblik iedere keer anders. In de zomervakantie staan er jonge gasten van amper 16 met volgeladen strandkarren uitgelaten met elkaar te praten. De slaapzakken, matjes, weekendtassen, een grote radio en uiteraard blikjes bier doen een eerste vakantie zonder ouders vermoeden.

Naast hen gezinnen met kinderen. Een meisje van een jaar of 10 vraagt: “Papa, gaan we dan ook zeehonden kijken?” Haar broertje slaat zijn armen over elkaar: “Ik wil naar het Wrakkenmuseum!” De vader knikt wat, mompelt een vaag “hmhm”, maar blijft op zijn telefoon kijken. De moeder maant haar gezin om in de rij te gaan staan, de tickets kunnen elk moment gescand worden.

Buiten de vakanties om zijn de bankjes bij de hoge ramen bezet door oudere echtparen in degelijke wandelschoenen. Een vrouw met een kort grijs kapsel haalt uit haar rode ANWB-rugzak een zakje met zelfgesmeerde boterhammen. Haar man pakt ze gretig aan. Het was een lange autorit van Rijswijk naar Harlingen. Naast het bankje staan twee dezelfde koffers op wieltjes.

Wij gaan ook vaak buiten de schoolvakanties. De grote mensenmassa’s zijn dan verdwenen. De rust is neergedaald over het eiland. Er is plek zat op de veerboten. Als de boot toetert en wegvaart kun je in alle rust je cappuccino met appeltaart halen. Door de ramen zie je Harlingen kleiner worden, de Waddenzee strekt zich voor je uit, aan de horizon een enkele zeilboot. Het vaste land ligt achter ons, het gewone leven met het vaste stramien lijkt ver weg.

Deze maand gingen we ook. Toen we de terminal in liepen, vielen de woorden op één van de hoge ramen me meteen op . Die woorden stonden er vorige keer nog niet. Ik ging op het bankje zitten en las het gedicht ‘Eilandverlangen’ van Gerda Posthumus.

Eilandverlangen

En het eiland, je eigen
zo eigen plek waarnaar
je dromend verlangt,
niet alleen

in de zomer maar juist
in de lente als alles
nog rust en haast
eenzaamheid denkt,

ruist de zee in de bomen
en golft het bos
in haar ritme door
brekend op stilte.

En het eiland, je eigen
weerkaatsing beweegt
in haar heen
en weer
terug.

Gerda Posthumus

In het ritme van het gedicht hoor ik de zee en de golven. Door de woorden zie ik letterlijk de Waddenzee, waardoor tekst en beeld zich met elkaar vermengen. Maar ook wij, de gedichtlezers, de passagiers, zien onszelf in het gedicht. Letterlijk door onze weerkaatsing en iets minder letterlijk in het verlangen naar het eiland dat Gerda Posthumus beschrijft. Iets dat veel reizigers – die in die terminal zitten te wachten – wel zullen kennen. Wie eens op Vlieland of Terschelling is geweest, keert vaak nog eens terug.

Gerda Posthumus is sinds 2013 Eilanddichter van Vlieland en heeft verschillende gedichten geschreven over dit eiland. Ze organiseert poëziewandelingen op Vlieland, waaronder de Slauerhoff-tour. Benieuwd naar haar gedichten? Er zijn drie dichtbundels van haar hand verschenen.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Stiekeme gedachte op de muur

Elke Maand Een: Straatgedicht
Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Tilburg
Dichter: Esther Porcelijn

Toen ik het gedicht zag, moest ik denken aan kruissteekjes, aan borduren, aan merklappen boven wiegjes. Het gaf een wonderlijke sfeer aan die stenen muur. Zacht, nauwkeurig en ambachtelijk. Een tweede blik deed me twijfelen. Was het logisch dat de letters op de muur waren aangebracht met keurige kruissteekjes? Natuurlijk niet, besloot ik in de volgende seconde en ik herkende de mozaïeksteentjes. Het gedicht had ik toen nog niet gelezen.

Vijf regels telt het slechts, het gedicht dat voormalig stadsdichter Esther Porcelijn speciaal schreef voor deze plek. De omwonenden hadden de gemeente gevraagd om meer verfraaiing van het straatbeeld. Ze kregen dit korte gedicht, dat makkelijk in het voorbijlopen te lezen is. “Het is”, aldus de dichter, “een stiekeme gedachte van iemand.”

Ik herken je aan je haren
je schouders, hoe je loopt

is het goed als ik in jou verdwaal
wil jij dan in mijn verhaal?
daar kan ik je voor altijd bewaren

Esther Porcelijn

Die iemand kan heel goed een voorbijganger zijn die in de drukke winkelstraat, waar dit gedicht is aangebracht, een andere persoon herkent. Ik heb dat ook wel, dat ik aan iemands houding een persoon herken. Nog voordat het kapsel en de kleding het plaatje compleet maken. Soms is er gelegenheid tot aanspreken, soms ook niet. De derde regel heb ik echter nog nooit hardop tegen iemand uitgesproken. Wat zou er dan gebeuren?

Het is natuurlijk geen hardop uitgesproken vraag (toch?), maar slechts een mijmering, een ‘stiekeme gedachte’. Van een voorbijganger over een voorbijganger. Hoe kun je een beeld van iemand, een herinnering, vasthouden? Hoe maak je een persoon tot jouw verhaal, onderdeel van je leven?

De omwonenden van de Langestraat hebben gekregen waar ze om vroegen. En meer. Niet alleen is de straat verfraaid met een mooi ontwerp, ze hebben ook stof tot nadenken erbij gekregen. En vergeet niet al die voorbijgangers die al lopend omhoog kijken, het gedicht lezen en dan blijven staan. Misschien vanwege de kruissteekjes die geen kruissteekjes zijn, misschien vanwege de stiekeme gedachte. Welke reacties zijn er af te lezen op hun gezichten? Over verfraaiing van het straatbeeld gesproken.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Stadswandeling in zomers Middelburg

Route: Groene Wissel Middelburg
Afstand: 8 km
Start: Station Middelburg
Eind: Station Middelburg

Een van de vele straatgedichten in Middelburg

Als je een stad wilt verkennen waar je nog niet eerder bent geweest, is een stadswandeling de ideale manier om een aantal hoogtepunten te zien. Maar hoe kom je aan een route? Ik kijk altijd eerst op wandelzoekpagina.nl of er een zogenaamde Groene Stadswissel is. Dit zijn goed beschreven routes, vaak niet meer dan 10 km, die je gratis van de site kan halen. Tot nu toe waren ze zeer de moeite waard. Zo liep ik al eerder in Leiden, Maastricht, Apeldoorn en op Urk leuke routes. Ook Middelburg blijkt een Groene Stadswissel te hebben.

Op een lentedag met zomerse temperaturen parkeren we de auto achter station Middelburg. Het KNMI voorspelt 30 graden vandaag. Het is nog vroeg, maar je voelt nu al dat het warm gaat worden. We besluiten de route tegen de klok in te lopen, zodat we aan het einde over de schaduwrijke vestingwallen komen. Vanaf het station lopen we door straatjes met allerlei eetgelegenheden naar de binnenstad. Een boter-kaas-en-eieren vogelhuisje doet ons even stilstaan. Wat een leuk idee.

Boter, kaas en eieren

In het centrum gaat de wandeling langs de bekende bezienswaardigheden van Middelburg. We lopen over het Abdijplein, langs het Zeeuws Museum, over de Markt en blijven stilstaan voor het imposante voormalige stadhuis. Op beide pleinen staan podia en worden stoelen neergezet. Medewerkers in kraampjes zijn druk bezig met de voorbereidingen voor het korenfestival ‘Middelburg VÓLkoren’ dat dit weekend wordt gehouden.

Het Abdijplein met het Zeeuws Museum

 

Stadhuis van Middelburg

Overal waar we lopen, beieren de klokken. Kerkgangers haasten zich door de straten. Door open deuren zien we kerkdiensten die aan de gang zijn. Wij wandelen verder, langs de Lange Jan, door de winkelstraat. Hier en daar zet ik een straatgedicht op de foto. Want er zijn straatgedichten genoeg in de Zeeuwse hoofdstad.

Veel straatgedichten in Middelburg verwijzen naar het water en de zee

Het project Sprekende Gevels, waarbij straatgedichten aangebracht worden op gevels in Middelburg, heeft inmiddels 21 (en waarschijnlijk nog wel meer) straatgedichten opgeleverd. Van tevoren heb ik de kaart met de locaties van de gedichten geprint. Ik loop deze Groene Wissel met deze kaart in de hand, mijn man heeft de GPS-route op zijn telefoon. Een goede verdeling. Af en toe wijk ik uit naar een gedicht in een zijstraatje. We zijn er nu toch. Ik kom zelfs twee gedichten tegen die niet op mijn kaartje staan. Een daarvan staat rondom de roos met de naam ‘Rosa Middelburg’, die is aangeboden aan de stad Middelburg, ter gelegenheid van Middelburg 800 jaar stadsrechten.

Een gedicht rond de ‘Rosa Middelburg’ door stadsdichter Karel Leeftink

Via de Volkssterrenwacht Philippus Lansbergen – in 1967 opgericht en daarmee de oudste nog bestaande publiekssterrenwacht van Nederland – lopen we langs de gracht. Het is tijd voor koffie en we strijken neer op een terrasboot bij het leuke HoneyPie voor een cappuccino met heerlijke carrotcake. Vanachter de geraniums kijken we uit over het water en de bootjes die voorbij komen. We zien twee hoofden en een meisje drijven in het water. Kunstwerken van Sjer Jacobs, lees ik later. De hoofden zijn van piepschuim en zijn omhuld door een laagje beton. Ze drijven er inmiddels ruim een maand en trekken veel bekijks. Ik kan me er iets bij voorstellen.

De gracht met het meisje, in de verte de hoofden en de terrasboot

De temperatuur stijgt en we besluiten verder te wandelen. De route brengt ons bij de vestingwallen. Door de bomen is het hier heerlijk schaduwrijk. We lopen bijna alleen over de paadjes langs het water en volgen de punten van het bastion. De witte molen De Hoop steekt fel af tegen de blauwe lucht.

Over de vestingwallen en langs molen De Hoop

Bij het Noordbolwerk is een stuk afgezet waar schapen grazen. Of eigenlijk liggen ze nu voornamelijk in de schaduw. Een bordje geeft aan dat het terrein op een ecologische manier wordt onderhouden door een schaapskudde, die hier een aantal keren per jaar graast. De schapen worden op meerdere plaatsen in Walcheren ingezet, waardoor ze allerlei zaden en sporen van planten verspreiden. Dit leidt tot ecologische verbindingen. Goed dat hier over nagedacht wordt!

Voor schapen is 30 graden ook best wel warm

Na de vestingwallen gaan we door de Koepoort weer het centrum in. De route leidt ons door kleine steegjes. Regelmatig twijfelen we of ze niet doodlopen. Maar elke keer kunnen we doorlopen. Via de binnenhaven tenslotte brengt de route ons weer terug naar het station.

Veel steegjes lijken dood te lopen

Grote groepen mensen komen ons tegemoet, elke groep in een eigen kleur outfit. Koren die op weg zijn naar het festival. Wij lopen door en verlaten deze mooie middeleeuwse stad. Zeer de moeite waard en door de Groene Stadswissel (en de kaart met straatgedichten) zijn we op plekken geweest waar we anders niet gekomen waren. Een aanrader!

Benieuwd naar de andere Groene Wissels die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Elke Maand Een … | Leeg perron

Elke maand een: Straatgedicht
Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Utrecht
Dichter: Hanny Michaelis

Begin 2018 kondigde ik op deze blog aan, dat ik elke maand een ander straatgedicht in het zonnetje zou zetten. Vele reacties volgden. Stien van Stiensbuitenblog tipte het gedicht in de stationshal van Utrecht CS. Een plek waar ik, tot een paar jaar geleden, dagelijks kwam. Sinds ik in een ander deel van het land werk, kom ik er sporadisch. En nooit met veel tijd om op zoek te gaan naar gedichten. Deze maand was het eindelijk zover en wandelde ik op mijn gemakje door de Utrechtse stationshal. Ik zocht en vond een indringend gedicht.

Aan de Jaarbeurszijde van de hal, bij de gele borden met vertrektijden hangt al ruim twee jaar het gedicht van Hanny Michaelis. ProRail en de NS schonken het tijdens de opening van het nieuwe stationsgebouw aan de reizigers, die hier elke dag in groten getale aan voorbij trekken. Gezien de vele foto’s die ik op sociale media vind van dit gedicht, worden de dichtregels zeker gelezen.

Nacht: veilige overkapping
waar de droomtrein te wachten staat
die me naar jou terugbrengt
door een tunnel van slaap

Samen gaan we het pad
naar de zee, blauw
en warm onder de zon
van een voorbije zomer

Maar altijd rijdt de trein
terug naar het lege perron
van een dag zonder jou

Hanny Michaelis

Uit: Water uit de rots (1957)

De link met het station is duidelijk, maar de trein en het perron zijn niet wat ze lijken. De trein is een droom die de hoofdpersoon weer terugbrengt naar zonniger tijden. Naar herinneringen, lang vervlogen. Het is geen enkele reis en elke keer rijdt de trein weer terug naar het lege perron van het heden. Waar de persoon die gemist wordt, niet meer is.

Droevige regels die, als je meer weet over de dichteres, al snel betekenis krijgen. Hanny Michaelis (1922 – 2007) was Joods en verliest tijdens de Tweede Wereldoorlog haar ouders, vermoord in Sobibor. Door onder te duiken overleeft Hanny de oorlog. Vanaf 1949 verschijnen er zes dichtbundels van haar hand. Ook schrijft ze proza en vertaalt.

In haar gedichten vallen gevoelens en de fysieke omgeving vaak samen, zoals in het gedicht op Utrecht CS. Het moet de peinzende reiziger aanspreken, die even stilstaat bij de gele borden. Waar gaat zijn trein heen? Letterlijk, maar zeker ook figuurlijk. Het gedicht is bij mij in ieder geval blijven hangen. Wederom een prachtig stationsgedicht.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.