Straatgedicht | Onder de bomen

Soort gedicht: Muurgedicht
Dichter: Fetze Pijlman
Plaats: Nunspeet

Soms heb je dat. Dat je een gedicht leest en meteen denkt, ja, heel herkenbaar. In dit geval ging het om een straatgedicht, waar ik onverwacht tegenaan liep naast de ingang van het Bezoekerscentrum Nunspeet van Staatsbosbeheer.

Ik had daar afgesproken met een vriendin om een ANWB-wandeling te lopen. De weersvoorspellingen waren niet al te best en daarom kozen we voor een bosrijke omgeving. Dan zit je bij Nunspeet wel goed.

Het gedicht van Fetze Pijlman past perfect in zijn omgeving. Overal waar je kijkt zijn bomen. De schaduwen die Pijlman beschrijft, het schommelende licht, zal veel wandelaars bekend voorkomen. Wij zagen het niet die dag. Voor schaduwen is zon nodig.

Het gevoel dat spreekt uit het gedicht ervaar ik vooral als ik alleen loop. Zonder wandelmaatje, zonder mountainbikers. Ik in een verlaten bos. Zoals laatst nog op een vroege woensdagochtend bij Dalfsen Hessum.

Daar in het Vechtdal droegen de imposante stammen een dicht bladerdek. Maar de zon wist toch haar stralen er doorheen te werpen. Op het pad voor me verschenen banen licht. Dansend bij ieder briesje.

Mijmeren wil goed te midden van dat groen, te midden van die lichtbanen. Die er elk jaargetijde weer anders uitzien. Onder de bomen is het goed toeven. Dat heeft Pijlman goed gezien en vooral goed beschreven.

Het gedicht ‘Onder de bomen’ van Fetze Pijlman komt uit de dichtbundel Een ander pad. De Zonnewijzer (1986) en hangt al sinds 2014 op de gevel van het bezoekerscentrum. Het valt onder de Stichting Muurgedichten Nunspeet die de wijde omgeving van straatgedichten voorziet. Zo kwam ik in 2018 het mooie gedicht ‘Landschap 2’ van Jozef Deleu tegen in Hulshorst. Ook dit gedicht heeft heel toevallig het wandelende licht als onderwerp.

Benieuwd naar de andere straatgedichten die ik afgelopen jaren tegenkwam? Hier vind je een overzicht.

Trage Tocht Zwolse Bos: bloeiende heide en paddenstoelen

Route: Trage Tocht Zwolse Bos: Landgoed Petrea en Tonnenberg
Afstand: 13 km
Start: Parkeerplaats Dreefseweg Wapenveld
Eind: Parkeerplaats Dreefseweg Wapenveld

De route ligt tussen Wapenveld en Heerde

Het is eind augustus. Op social media zie ik al een paar weken foto’s van bloeiende heidevelden voorbij komen. Om dit jaar ook wat van de paarse zeeën mee te krijgen, rijd ik op een vroege zaterdagochtend naar het startpunt van de Trage Tocht Zwolse Bos. Ik rijd de Dreefseweg bij Wapenveld, een onverharde weg met veel kuilen, helemaal af totdat ik begin te twijfelen. Dan zie ik de parkeerplaats, volledig verlaten.

Om de drukte op het glooiende heideveld Tonnenberg te vermijden, besluit ik de route tegen de klok in te lopen zodat ik al na een kilometer de Tonnenberg bereik. De heide bloeit en hoe! Zelfs met dit bewolkte weer kijk ik mijn ogen uit. Op de uitgestrekte heuvels, doorkruist met zandpaden, is het paars zover het oog reikt. Hier en daar zorgt een jong boompje voor een groen contrast. Een jaar geleden liep ik het klompenpad Vosbergenpad dat ook over dit heideveld ging. Het was toen stralend weer, de heide net zo paars maar – aan het einde van een woensdagochtend – een stuk drukker.

Op de Tonnenberg
Op de Tonnenberg

Na een lus door de bosrijke glooiende Kamperklippen doet de route nog een keer de Tonnenberg aan. Inmiddels zijn de hondenuitlaters wakker geworden. Het geblaf weerklinkt over het veld. Over smalle paadjes waar loslopende honden verboden zijn, duik ik uiteindelijk weer het Zwolse Bos in.

In het Zwolse Bos

Langs de paden staan bosbessenplantjes maar ook heide. Gedurende de hele wandeling, die verder hoofdzakelijk door bos gaat, duiken de paarse bloemetjes overal op. Langs de kant van de weg staan ze, maar ik kom ook diverse heideveldjes tegen. Bovenop de Hooge Berg geniet ik van mijn koffie met uitzicht op – jawel – een heideveld.

Een heideveldje onderweg. Dit was ook een leuk koffiedrinkbankje geweest

Naast heide zijn ook de paddenstoelen al in grote getalen aanwezig. De gele aardappelbovist zie ik overal maar ook de roodbruine slanke amaniet is goed vertegenwoordigd. Als klap op de vuurpijl zie ik aan het einde van mijn wandeling het opvallend geel/oranje van de koraalzwammetjes.

Volgens ObsIdentify boven van links naar rechts: kleverig koraalzwammetje, dennenvoetzwam, roodbruine slanke amaniet. Beneden van links naar rechts: gele aardappelbovist, viltige maggizwam, dennenvoetzwam.

Ik loop dan door een verdiepte sleuf, een ‘kret’ waar vroeger waterbuizen in lagen voor de Zwolse Waterleiding. Veluws drinkwater werd hier tussen 1892 en 1960 naar Zwolle gepompt. In het Zwolse Bos staat nog de gevelsteen van het voormalige pompstation.

Gevelsteen voormalig pompstation

En dan ben ik weer terug bij mijn auto. Er staat inmiddels één andere auto. Op het picknickbankje zitten wandelaars. Achter me rijden mountainbikers voorbij. Ik kwam tijdens de wandeling meerdere tegen, delen van de Trage Tocht lopen gelijk op met een gemarkeerde mountainbikeroute. Nu was het nog rustig, maar ik kan me voorstellen dat je het pad op een mooie zondagmiddag met heel wat meer MTB-ers moet delen. Loop deze tocht daarom ’s morgens of door de week. Hij is de moeite waard. En met 100% onverharde wegen mag deze wandeling zich met recht een Trage Tocht noemen.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Pieterpad etappe 15 Zelhem – Braamt

Route: Pieterpad
Afstand: 18 km
Start: Bushalte Markt Zelhem
Eind: Bushalte Buiting Braamt

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

Na dagen van wisselvallig weer is er één mooie dag voorspeld die precies op onze vrije zaterdag valt. Wij besluiten de laatste etappe van het Pieterpad te lopen die vanuit huis nog een redelijke reistijd heeft: Zelhem – Braamt. De volgende etappes komen onder de grote rivieren. Deze willen we met overnachtingen gaan doen.

Door onoplettendheid rijden we op de heenweg verkeerd en komen net op tijd aan in Braamt, parkeren de auto en snelwandelen naar de bushalte waar een minuut later de bus arriveert. Via een overstap in Doetinchem staan we om 9 uur in Zelhem. Het plaatsje is nog stil, we zien zelfs geen pieterpadders. Langs de boterfabriek Buisman, een naam die we toch echt alleen maar associeerden met koffie, en een veld vol zonnebloemen lopen we Zelhem uit.

Zonnebloemen in Zelhem

Via onverharde wegen komen we bij Heidenhoek, een buurtschap waar een van de Kathedralen van het Platteland te vinden is. Een hoge silo van een voormalige graanmaalderij is gered van de sloop en is nu een woning. Het ligt er mooi bij met aanbouw, tuin en uiteraard het weidse uitzicht. De route loopt eromheen en vanaf de andere kant zien we op het hoog gelegen dakterras twee stoeltjes staan. Geen verkeerde plek om je ontbijt te nuttigen.

Een van de Kathedralen van het Platteland bij Heidenhoek

Richting IJzevoorde wandelen we over het Kolkstroeterpad, dat door een actie van buurtbewoners gespaard werd binnen de ruilverkaveling Hengelo Zelhem in 2000. Het pad loopt langs een oude houtwal en is genoemd naar het naastgelegen weiland. Er groeien 137 soorten wilde planten, waarvan er nu meerdere in bloei staan.

Kolkstroeterpad

Door een bos met diverse ontwortelde bomen komen we bij een bekend kasteel uit. In maart stonden we met het Graafschapspad ook bij Kasteel Slangenburg. Toen was de horeca alleen open voor coffee-to-go en waren we heel blij met onze cappuccino’s op een bankje aan de slotgracht. Nu is er een groot terras waar we uiteraard gebruik van maken. Met uitzicht op het kasteel genieten we net als in maart van onze cappuccino met lekkers. Het is nu veel minder druk dan toen. Je merkt goed dat er nu naast wandelen veel meer andere dingen te doen zijn.

Cappuccino met uitzicht
Kasteel Slangenburg

We lopen een paar kilometers op met het Graafschapspad. In maart was het op de kronkelende weggetjes een stuk kaler. Nu staan op de velden de gewassen klaar om geoogst te worden. Vlak voor de spoorlijn Doetinchem – Winterswijk scheiden onze wegen en wandelen we weer enkel over het Pieterpad . Bij de Oude IJssel lopen we over een sluis uit de tijd van de ijzerindustrie bij Ulft. Een bekende ijzergieterij uit deze plaats is DRU, Diepenbrock en Reigers in Ulft. De fabriek in Ulft is al ruim 20 jaar gesloten maar deze sluis is behouden gebleven.

Sluis in de Oude IJssel

Langs de vistrap die uitkomt bij de sluis volgen we het water. Met zelfs een stukje over een vlonderpad komen we op zonovergoten plattelandsweggetjes uit. Hoge hoogspanningsmasten torenen boven de maisvelden uit. Op een bankje genaamd ‘Warm’ bij het buurtschap Warm eten we in de koelte van de schaduw onze lunch op. Er zijn weinig wandelaars, wel veel fietsers, waarvan een aanzienlijk deel Duits spreekt.

Hoogspanningsmasten en mais
Hier zit je er warmpjes bij

Na nog een laatste onverhard pad door een weiland heen zien we Braamt liggen. We zijn er al weer. Het ging vlot vandaag. De volgende etappe belooft heuvels, we zagen ze vandaag al liggen, en een stukje Duitsland. Of het dit jaar nog gaat lukken om een wandelweekend in te plannen is de vraag. Ik heb er in ieder geval nu al zin in, na deze zomerse etappe vol natuur.

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Beekweidenpad: volksverhalen en afwisselende natuur

Route: Klompenpad Beekweidenpad
Afstand: 17 km
Start: Parkeerplaats dorpshuis Voorst
Eind: Parkeerplaats dorpshuis Voorst

Het is een mooie augustusdag als we bij achten de auto parkeren bij het dorpshuis in Voorst. Het is nog stil in het dorp. De grote kerk staat statig te wachten op wat de dag gaat brengen. Het Klompenpad dat we gaan lopen, bestaat uit drie lussen. We besluiten de cijfervolgorde op het Klompenpadbord te volgen en beginnen het pad bij de grootste lus en bewaren de kleinste lus voor het laatst.

Kerk van Voorst

Net buiten het dorp worden we al meteen het weiland in gestuurd, zoals het een waar Klompenpad betaamt. Langs de randen van meerdere weiden, een boerderij en over enkele overstapjes komen we bij SVR camping De Adelaar uit, genoemd naar de gelijknamige rijksmonumentale boerderij. Gezien de volle parkeerplaats lijkt de camping goed bezet. Het ligt dan ook in een prachtig gebied. De oude boerderij, waarvan het voorhuis al uit 1609 stamt, vormt een mooie toegangspoort.

Boerderij De Adelaar

We zijn nu op landgoed Beekzicht waarover een belangrijk deel van het Beekweidenpad loopt. Op het parkachtige terrein dat volgt staan verschillende schildersezels met informatie over het landgoed. Als je alles leest, ben je hier wel even zoet. Dit park is bekend terrein, met het Marskramerpad liep ik hier drie maanden geleden ook.

Informatieborden op landgoed Beekzicht

We lopen de eerste lus tegen de klok in en komen al snel het Juffersgat tegen. Dit is een kolk, een poel ontstaan bij een dijkdoorbraak. De naam komt uit een oud volksverhaal. Er zou hier een witte vrouwgedaante rondwaren met vurige ogen en in wapperende witte kleding. Ze is alleen ‘s nachts te zien en huist ergens in een boom. En dat is niet het enige verhaal dat de ronde doet. Ook het spook van Voorst schijnt hiernaartoe te zijn verbannen. Het krijgt pas zijn vrijheid terug als het hem lukt de poel met een vingerhoed leeg te scheppen. Als ik naar de – nog lang niet leeg geschepte – poel kijk, zie ik enkel een lieflijk water. De bomen zien zichzelf weerspiegeld in het gladde wateroppervlak.

Juffersgat

Over kleine weggetjes met oude boerderijen lopen we langs landgoed Appen. Bij de Zutphenseweg zien we opvallend veel wandelaars. Is het Klompenpad zo populair? Al snel horen we dat er een Kennedymars aan de gang is. Het eerste stel dat we spreken is de weg kwijt, maar dat geeft niet want ze doen ‘maar’ 30 kilometer. Dat geldt niet voor iedereen. Een oudere man met indrukwekkende buik vraagt of we ook aan de mars meedoen. Hijzelf is al sinds die nacht onderweg en heeft er al 40 kilometer opzitten. Hij doet er 60 dus het is nog maar een klein eindje. We durven bijna niet te zeggen dat we een Klompenpad lopen van 16 kilometer…

Leuke boerderijen (met houtsnijwerk!) bij landgoed Appen

In het bosgebied dat volgt, zien we regelmatig wandelaars en de witte lintjes die zij volgen. Bij de grafheuvels van rond 2200 voor Chr. in het beboste Appense Veld scheiden onze wegen. Wij lopen verder naar de Voorster Beek waar we een goed koffiebankje vinden.

Grafheuvel
Voorsterbeek

Na de koffie lopen we verder langs de beek. De zon schijnt uitbundig, de sigaren staan fier overeind langs de waterkant, libellen vliegen af en aan en rechts van ons liggen de strobalen klaar om opgehaald te worden. Een zomerser plaatje is bijna niet mogelijk.

Hoogzomer langs het Beekweidenpad

Langs een monument voor een in 1943 neergehaalde Engelse bommenwerper lopen we via het park met de schildersezels naar de tweede lus. Dat de IJsselbiënnale nog steeds bezig is, merken we als we in een ruïne van een korenmolen aan De Halmen een woekerend kunstwerk zien van Henrique Oliveira. Het lijkt alsof er immense wortels door de ruïne kronkelen.

Mill van Henrique Oliveira

We komen op het Middelbeekspad uit, een dijk waar wij als wandelaars veruit in de minderheid zijn. Dit blijkt een favoriet fietspad. We lopen langs een gemaal en buigen dan weer af richting Voorst. We zien de kerktoren al weer liggen als we afslaan voor de laatste lus.

Over enkel smalle paadjes (vroeger was dit een kerkenpad) lopen we langs weiden en poelen. Bij een kleiput, een meertje ontstaan door kleiwinning voor de verderop gelegen steenfabriek het Hoendernest, staat een vogelscherm. In dit stille water zitten heel wat watervogels, aldus de borden die er hangen. Wij zien welgeteld één kuifeend die het hele water voor zichzelf lijkt te hebben.

Kerkenpad met de kerk van Voorst in de verte

Terug bij de parkeerplaats geeft mijn Garmin 17 kilometer aan in plaats van 16. Het is niet veel drukker geworden. Heeft elke wandelaar uit de nabije omgeving zich ingeschreven voor de Kennedymars? Onderweg zijn we ook maar een handjevol Klompenpadwandelaars tegengekomen. Op dit prachtige, afwisselend pad over boerenland, door bos, landgoederen en mooie natuur had ik heel wat meer wandelaars verwacht.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Ugcheler Markepad: heide, bossen en een kerkenpad

Route: Klompenpad Ugcheler Markepad
Afstand: 10 km
Start: Parkeerplaats Van der Valk hotel de Cantharel Ugchelen
Eind: Parkeerplaats Van der Valk hotel de Cantharel Ugchelen

Als ik de weerman mag geloven komen er fikse onweersbuien aan vandaag. Ik start daarom vroeg op het tiende Klompenpad dat ik dit jaar loop. Op een zondagochtend om half acht parkeer ik de auto bij het Van der Valk hotel de Cantharel. De naam hotel de Cantharel bestaat sinds 1946 en verwijst naar de toentertijd vlakbij gelegen champignonkwekerij. Hoewel het vlak aan de snelweg ligt, merk je daar niks van. Achter het uitgestrekte hotel begint de natuur. Je kunt zo vanuit je kamer een prachtige ochtendwandeling maken of een ritje op je eigen paard. Die kun je namelijk gewoon meenemen naar dit paardenhotel.

Ik loop achter het hotel langs over de glooiende Ugchelse enk. Aan weerszijden groeien hoge maisplanten. Voor mij loopt een stelletje in joggingbroek en op gympen. Op een kruising buigen ze weer af richting hotel waar voor de rest nog weinig leven te bespeuren was. Ik loop door, het bos in, dat tot mijn verbazing valt het onder het landgoed Den Treek-Henschoten. Die naam ken ik van de Utrechtse Heuvelrug en dat is hier toch niet naast de deur.

Landgoed Den Treek-Henschoten

Over verlaten bospaden stijg en daal ik met af en toe een doorkijkje naar de maisvelden aan mijn linkerhand. Langs het pad staan grote hoeveelheden uitgebloeid vingerhoedskruid. Wat zal het hier een maand geleden een mooi gezicht zijn geweest. Ik steek de N304 over en kom via het Ugchelsche Bosch bij Het Leesten uit. De route voert me dwars over het glooiende heideveld waar de eerste heideplantjes beginnen te bloeien.

Het Leesten

Na een paar hellingen loop ik langs een bosrand en heb af en toe een mooi uitzicht over het heideveld. Ik stuit op de buitenexpositie ‘Mooi Volk’ van de stadsfotograaf van Apeldoorn Sven Scholten. In de Apeldoornse dorpen heeft hij mensen gefotografeerd die buiten de lijntjes kleuren en hem inspireren en intrigeren. Hoewel het Klompenpad er niet langs loopt zet ik toch twee grote zwart-wit foto’s op de foto. Op de ene staat Tunnes Gierpet, Tamboer-maître van Normaal, naast zijn trekker en op de andere de muzikanten Michiel Tijgelaar en Pascal Schouten, muziek makend in het bos.

Buitenexpositie Mooi Volk

In dit bos hoor ik meerdere honden blaffen, maar ik zie ze niet. Ik zie wel een trap van cortenstaal met de woorden groen kuil grind. Ze verwijzen naar de grindkuil daar beneden. In de jaren 30 van de vorige eeuw hebben veel arbeiders in het kader van werkverschaffing hier grind opgegraven voor de Apeldoornse stoepbandenfabriek. Naast deze trap zijn er meer kunstwerken met woorden in dit gebied te vinden die verwijzen naar de geschiedenis van het landschap. Zo zie ik ook nog een cortenstalen plaat met de woorden bos hout oud. Interessant om al deze kunstwerken eens naast elkaar te zetten. Welke woorden/zinnen krijg je dan?

Kunstwerken langs het Ugcheler Markepad

Een paar honderd meter verder worden de blaffende honden (met eigenaren) zichtbaar. Het zijn er drie, lopen los en ze komen van meerdere kanten. Ze ontmoeten elkaar op een zandpad. De honden zijn zeer enthousiast en trekken zich niets aan van hun baasjes die op steeds luidere toon hun namen blijven herhalen. Gelukkig stuurt de markering mij een ander zandpad op.

Bij het Salamandergat, een natuurlijke ven met ijzerhoudende oerlaag zodat er altijd water in blijft staan, strijk ik neer op een bankje voor een slokje water en iets te eten. Volgens de overlevering ligt hier ergens in het water een gouden klok. Monniken op de vlucht voor de Noormannen hebben deze klok hier achtergelaten. Ik zie alleen de weerspiegeling van de bomen.

Salamandergat

Over bospaden, langs een verlaten hondendressuurclub en over een karrespoor door velden kom ik bij een eeuwenoud kerkenpad uit dat inwoners van het enkdorp Ugchelen naar de kerk in Beekbergen bracht. Nu vallen me vooral de vele paarden op die zich in de weilanden langs het onverharde pad tegoed doen aan net gebracht hooi.

Kerkenpad met veel paarden

Ik kruis de koppelsprengen en het Maarten van Rossumpad (ik blijf deze LAW tegenkomen op mijn wandelingen) en kom uit bij een papierfabriek. Eens stond hier een papiermolen. Tegenwoordig wordt hier papier voor bankbiljetten gemaakt.

Op de Van Golsteinlaan gaat het verkeerd. In de verte zie ik de markering, loop door en kom bij de N304 uit. Aan de overkant zie ik de Cantharel alweer liggen. Bij de auto blijkt dat ik een kleine 10 kilometer heb gelopen i.p.v. de 11 die de app aangaf. Vreemd, meestal kloppen de afstanden van de Klompenpaden wel. Thuis bekijk ik de routekaart in de app nog eens en blijk ik een lusje gemist te hebben langs de koppelsprengen en het gebouw Caesarea. Normaal houd ik altijd mijn GPX-bestand erbij, maar deze route was zo goed gemarkeerd dat ik enkel de bordjes volgde. En er duidelijk eentje over het hoofd heb gezien…

Ondanks de gemiste kilometer was het een mooie route door een glooiend landschap van bossen, enken en heidevelden. Hoewel ik geen regen heb gehad, liet de zon zich ook niet zien. Ik kan me voorstellen dat het landschap bij zon nog mooier is. Zeker over een paar weken als de heide helemaal in bloei staat.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Pieterpad etappe 14: Vorden – Zelhem

Route: Pieterpad
Afstand: 18 km
Start: Station Vorden
Eind: Toeristisch Overstappunt Kerkstraat, Zelhem

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

Volgens de weersvoorspellingen komen er stevige onweersbuien aan deze middag. We vertrekken daarom al vroeg van huis, zetten de auto op het Toeristisch Overstappunt in Zelhem en zijn precies op tijd voor de bus richting Ruurlo. Hier pakken we de trein naar Vorden. Om kwart voor 9 staan we voor station Vorden, op de plek waar we vorige keer geëindigd zijn. Klaar voor een nieuwe etappe over het Pieterpad, dat nu nog zonovergoten lijkt.

Het eerste fotomoment is het eigenlijke begin van deze 14e etappe: Kasteel Vorden. Door de blauwe hortensia’s is het een plaatje. Niet veel verder ligt het monument met de voetstappen van Toos en Bertje, de bedenksters van het Pieterpad. Het pad werd in 1983 officieel geopend op deze plek. “Zij lieten”, aldus de tekst, “een onuitwisbare indruk na. En inspireerden velen hun spoor te volgen.” Ook wij behoren tot die velen, 38 jaar na opening.

Kasteel Vorden
Pieterpadmonument

De route gaat verder door afwisselend bos, grasland en heidevelden. Aan de rand van zo’n heideveld staat een mooi picknickbankje. Ideaal voor een welverdiend kopje koffie. De nieuwe gele koffiemokken bevallen uitstekend.

Koffie met uitzicht

Na de koffie lopen we naar het buurtschap Linde. Langs een monument voor een gesloopte kapel lopen we Linde in en zien we al snel de Lindesche Molen. Vroeger een korenmolen en nu in gebruik als theater. Een bijzondere combinatie die, volgens een medewerker die voor de molen op een bankje zit, zeer goed werkt. Artiesten en gezelschappen komen uit heel Nederland om hier op te treden. Ook de bezoekers komen uit het hele land. 120 toeschouwers kunnen ze kwijt en dan is het balkon nog niet meegerekend. De man is erg enthousiast en als we hadden gewild, hadden we de molen ook kunnen bekijken, hoewel hij nog niet open was. Wij moeten echter weer verder.

Lindesche Molen en theater

Over Landgoed Zelle lopen we naar Varssel. Bij Rustpunt het Uutbloashuuske maakt een grote groep motorrijders zich klaar voor vertrek. Wij maken dankbaar gebruik van de vrijgekomen plekken en lessen onze dorst op het terras met een flesje sap en bloasen uiteraard ook even uut.

Na het terras vervolgen we onze weg langs een golfterrein en door het bosgebied van ’t Zand, een voormalig stuifzandgebied. De bospaden zijn lang, recht en welhaast verlaten. We komen welgeteld twee wandelstellen tegen. En een hoop muggen. Die genieten optimaal van ons gezelschap. De lunch nuttigen we na het bos. Om al lunchend zelf tot lunch te dienen, trekt toch wat minder.

De markering brengt ons op en over het erf van een boerderij. Langs een trekker en tussen schuren door komen we op een klein paadje uit langs de weilanden. Wat fijn dat deze eigenaren de wandelaars over hun erf laten lopen. Het voelde wel een beetje vreemd en zonder de markering was ik dit pad niet ingeslagen. Als ik me, eenmaal op het paadje, omdraai, zie ik vier bordjes onder elkaar die enigszins tegenstrijdig lijken. Ook hier zou ik blij zijn geweest om de markering te zien.

De route loop tussen trekker en schuur door, gelukkig staan er bordjes
Wat mag hier nu wel en niet?

Wij wandelen door naar Zelhem. Na een paar kilometers langs maisvelden en een kerkhof staan we voor de Lambertikerk. Oorspronkelijk uit de 15e eeuw maar verwoest in de tweede wereldoorlog en herbouwd. Op een paal tegenover de kerk zien we Smoks Hanne. Ze leefde in de 19e eeuw en was een kruidenvrouw met genezende krachten en helderziende gaven. Na haar dood zijn er legendes ontstaan rond haar persoon, de een nog gekker dan de andere. Inmiddels kennen mensen haar als een (goede) toverheks en zo wordt ze ook uitgebeeld bovenop de paal, inclusief bezemsteel.

Smoks Hanne

Na een ijsje lopen wij terug naar de auto. De zon is verdwenen, maar het onweer is nog een eind weg. Volgende keer wacht Braamt op ons en gaat de route langs Kasteel Slangenburg. Hier liepen we in maart ook met het Graafschapspad. Ik ben benieuwd hoe het er in een ander jaargetijde uitziet.

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Speuldepad: witte pauwen en dansende bomen

Route: Klompenpad Speuldepad
Afstand: 16 km
Start: Parkeerplaats Landgoed Staverden, Uddelermeerweg in Ermelo
Eind: Parkeerplaats Landgoed Staverden, Uddelermeerweg in Ermelo

Er is wat regen voorspeld op deze zondagochtend. We kiezen daarom voor een wandeling door de bossen en komen uit op het Speuldepad, een Klompenpad op de Veluwe. Het gebied kennen we van de Trage Tocht Drie die we vorig jaar herfst liepen. Het was geen verkeerde keuze. Niet alleen lopen we over prachtige paden in mooie gebieden, maar we worden ook niet al te nat tijdens de fikse buien.

Op landgoed Staverden

We parkeren de auto op landgoed Staverden bij het gelijknamige kasteel. Staverden is een buurtschap met ongeveer 30 inwoners. In 1298 zijn er stadsrechten verleend aan Staverden en daarom wordt deze plaats ook wel de kleinste stad van Nederland genoemd. Het idee om van Staverden een stad te maken is echter rond 1320, nog geen 25 jaar na de verlening van de rechten, opgegeven.

We laten het kasteel eerst voor wat het is en wandelen de route met de klok mee. Hierdoor komen we allereerst langs de witte pauwen, die we op de parkeerplaats al hoorden roepen. Achter een hek zitten een hele hoop van deze siervogels. De witte pauwen van kasteel Staverden (ook wel de Witte Pauwenburcht genoemd) kennen een lange traditie. Ze worden al sinds 1308 gehouden. Ook nu nog krijgt de commissaris van de Koning in Gelderland bij bepaalde gelegenheden een bos witte pauwenveren van de pauwen van Staverden.

Witte pauwen van Gelre

Over kleine paadjes lopen we over landgoed Staverden, steken de Staverdense Beek over en komen uit op het Houtdorper- en Speulderveld. Op de parkeerplaats was het rustig en dat merken we nu ook. Op de vroege zondagochtend zijn we hier helemaal alleen. We zien zelfs geen paarden, hoewel hier ook een uitgebreid ruiter- en mennetwerk met knooppunten blijkt te lopen.

Ruiter- en mennetwerk

Hoewel de aanvankelijk blauwe lucht steeds bewolkter wordt, blijft het droog. We lopen over de heide, horen allerhande vogels zoals de veldleeuwerik en zien vele zwaluwen voorbij scheren. Naast het pad staan kleurige wilde bloemen. Op een bankje naast eeuwenoude grafheuvels drinken we koffie en groeten de eerste mountainbikers van de dag. Er zullen er nog vele volgen.

Op het Houtdorper- en Speulderveld
Op het Houtdorper- en Speulderveld

De route loopt verder richting Speuld, een buurtschap en tevens naamgever van het pad. Hier duiken we de Speulder- en Sprielderbossen in. We zien de dansende bomen waar deze bossen bekend om staan. Eigenlijk zijn het kromme bomen, de rechte exemplaren zijn in de loop der eeuwen gekapt door de inwoners van de omliggende dorpen.

Dansende bomen

Als we weer bij een heideveld komen, merk je dat het later op de ochtend is. Mountainbikers rijden af en aan en we zien zelfs een paar wandelaars. Bij Landgoed Leuvenem begint het te druppelen. De regenhoezen gaan over de rugzakken en we steken het heideveld over. In de daarop volgende bossen regent het flink door. Gelukkig hebben we beschutting.

Landgoed Leuvenum

Bij hotel-restaurant De Zwarte Boer in Leuvenem is het droog en weten we nog net een plekje te bemachtigen op het terras. Het is een uitspanning met een geschiedenis. De naam komt van de oude boerderij die hier rond 1600 stond. Het lag op het kruispunt van de oude handelswegen Harderwijk-Deventer en Amersfoort-Zwolle en was hiermee een belangrijk uitspanning voor postkoetsen. Een aantal eeuwen later zitten er vooral veel mountainbikers op het terras.

Over de parkeerplaats weten we een doorgang te vinden die ons weer op het Klompenpad brengt. We zijn net op tijd van het terras vertrokken want het begint weer te regenen. Over bospaden en langs beken lopen we richting Kasteel Staverden. Het imposante witte gebouw ligt er mooi bij, zelfs in deze natte omstandigheden. We maken nog een rondje door de uitbundig bloeiende tuinen en overbruggen dan de laatste paar 100 meter naar de parkeerplaats.

Kasteel Staverden
Tuinen bij kasteel Staverden

Vanmorgen stonden we er met twee auto’s, inmiddels is de parkeerplaats flink vol. De regen weerhoudt de mensen er niet van om erop uit te trekken. Het is dan ook een prachtig gebied. We sluiten dit mooie Klompenpad af met een broodje op de parkeerplaats, begeleid door de roep van de witte pauwen.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Graafschapspad etappe 6: Doesburg – Zutphen

Route: Graafschapspad
Afstand: 28 km
Start: Doesburg, bushalte Meipoort
Eind: Station Zutphen

In de zomer van 2018 kwam ik tijdens een fietsweekend in de Achterhoek geel-rode markering tegen. Dit bleek het 124 km lange Graafschapspad aan te duiden. Ik was die dagen door prachtige gebieden gekomen en besloot toen om deze streek ook te voet te verkennen. In januari 2020 is het zover en loop ik de eerste etappe van het Streekpad.
Het Graafschapspad maakt een rondje door de Achterhoek: van de IJsselvalei naar het glooiende land waar de Berkel doorheen meandert, door Hanzesteden, bossen, langs landgoederen en havezaten. Ik maak me op voor een afwisselend en verrassend stukje Nederland.

De laatste twee etappes van het Graafschapspad zijn bij elkaar 28 kilometer. Dat moeten we kunnen doen in één dag, besluiten we. Op een zaterdag eind juni rijden we naar de Achterhoek om het Graafschapspad uit te lopen. De dag blijkt, in tegenstelling tot de voorspellingen, verrassend zonnig, als we in Zutphen de auto in de P&R achter het station zetten. We nemen de trein naar Dieren en de bus (met enige vertraging) naar Doesburg. We stappen uit waar we een maand geleden de bus naar Doetinchem namen om vanaf daar naar Doesburg te wandelen.

Aangezien we Doesburg de vorige keer uitgebreid bekeken hebben, lopen we nu al snel de stad uit. Maar niet voordat ik een wandelbankje op de foto heb gezet die de vermoeide voorbijganger in het Achterhoeks uitnodigt om te gaan zitten.

Achterhoeks wandelbankje

We komen op een dijk langs Het Zwarte Schaar terecht, een oude meander van de IJssel. Met de blauwe lucht en bermen met wilde bloemen en diverse grassen ziet het er hier prachtig uit. Ik las in blogposts over deze etappe de woorden saai en lang. Als het grijs weer is en koud, kan ik me voorstellen dat dit er een stuk minder aantrekkelijk uitziet.

In het boekje zag ik staan dat we langs een jachthaven zouden komen. Dat blijkt niet het enige. De route loopt over en langs meerdere grote campings en bungalowparken. Caravans, campers en tenten staan hier en daar boven op elkaar, maar wel mooi aan het water. Kampeerders zitten voor hun tijdelijke huisje aan de koffie of maken zich klaar voor een duik. Later passeren we nog enkele mini-campings in boomgaarden, veel minder massaal, meer ruimte en ook aan het water. Wel stuk voor stuk vol, aldus de bordjes.

Het laatste staartje van een camping langs de IJssel

Het is druk op de dijk. We komen veel fietsers tegen, maar weinig wandelaars. We hebben zin in koffie, maar de horecagelegenheden die er zijn, zijn nog niet open. En wandelbankjes zijn schaars. Ter hoogte van Dieren (aan de overkant van de IJssel), bespeuren we een schaduwplekje onderaan de dijk. Uiteraard hebben we onze fietsstoeltjes mee en een thermoskan koffie. Heerlijk in de schaduw genieten we van een welverdiend bakje en groeten de fietsers die we boven ons voorbij zien komen. We horen diverse positieve geluiden over onze stoeltjes.

Uitzicht tijdens de koffie

Vlak voor Bronkhorst, vinden we dan toch een terras bij een voormalig gemaal (het Keukengemaal) waar we in 2016 ook al eens neergestreken zijn tijdens een fietstocht. Verder gaan we door Bronkhorst, waar de terrassen vol zitten en met het pontje (eveneens vol) naar Brummen. Bronkhorst claimt met 100 inwoners het kleinste stadje van Nederland te zijn. Er zijn echter meer gehuchten met stadsrechten – en minder inwoners – die die titel claimen. Het buurtschap Staverden op de Veluwe is daar één van.

Bronkhorst
Pontje naar Brummen

Aan de overkant van de IJssel zien we het eerste kunstwerk van de IJsselbiennale die op dit moment (tot en met 19 september 2021) aan de gang is. Langs de IJssel is over 120 kilometer kunst, theater en muziek te vinden. Het kunstwerk dat we zien bestaat uit meerdere palen met skylines van een stad, weerspiegeld in het water. Twee Zeeuwse fietsers zijn hier afgestapt voor een foto. De man vindt het ook wel bij Zeeland passen. En of we nog een eind moeten wandelen. Valt wel mee, zeggen we, we hebben twee derde erop zitten, nog 9 kilometer. Beide maken ze een rekensommetje in hun hoofd en kijken dan met een mengeling van bewondering en opluchting naar hun elektrische fietsen. We wensen elkaar een goede tocht.

Kunstwerk bij het pontje

Vanaf Brummen verdwijnt de zon achter de wolken waardoor het minder warm wordt. Ruim 5 kilometer lopen we over een betonnen fietspad door de uiterwaarden. Bij hoog water is dit gebied niet begaanbaar. Ook hier staan de bermen vol wilde bloemen. Prachtig. We naderen de brug over de IJssel naar Zutphen, klimmen een hoge trap op en staan nu ver boven de rivier waar we de afgelopen 22 kilometer naast liepen.

IJsselbrug naar Zutphen

In tegenstelling tot wat er op de kaart in het boekje staat, maken we, de markering volgend, aan de overkant een wijde lus onder de brug door en komen op een fietspad langs de IJssel terecht. We lopen langs de buitenwijken van Zutphen. De huizen aan de rand hebben stuk voor stuk een mooi uitzicht op de rivier. Langs de jachthaven lopen we het centrum in van de Hanzestad, tot aan de voet van de St. Walburgiskerk. Op deze plek begonnen we in januari 2020 aan dit pad. Niet wetend dat een wereldwijd virus twee maanden later de boel aardig op zijn kop zou zetten. Met een ijsje vieren we dat we het gehaald hebben. Het was een afwisselende route door een mooie streek. Op naar andere paden in – nu nog – onbekende streken.

Benieuwd naar de andere etappes van het Graafschapspad? Mijn wandelervaringen tot nu toe vind je hier.

Pieterpad etappe 13: Laren – Vorden

Route: Pieterpad
Afstand: 15 km (inclusief op en neer naar de Staringkoepel)
Start: Dorpsstraat Laren
Eind: Station Vorden

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

De laatste keer dat we in Laren stonden was afgelopen februari. Er lagen nog resten sneeuw langs de weg, sneeuwklokjes en krokussen bloeiden en we waren blij met het lentezonnetje. Vier maanden later hebben we al heel wat warme dagen achter de rug en is de natuur ontploft in vele kleuren groen. Bermen en velden tonen een kleurrijk palet aan allerhande bloeiende wilde bloemen. Tijd voor de volgende etappe van het Pieterpad.

We parkeren de auto bij station Vorden en fietsen naar de Dorpsstraat van Laren waar we bij De Wereldbakker eerst een cappuccino-to-go halen. Dit is ons vorige keer goed bevallen. Terwijl we de koffie drinken, zien we bij de tegenoverliggende bushalte een aantal wandelaars staan. Verschillende vlaggen en een teddybeer steken uit hun rugzakken. Andere wandelaars lopen richting de kerk, in hun hand het bekende boekje. De vele wandelaars vielen ons vorige keer ook al op. In Laren komen meerdere wandelroutes samen. Ook wij waren hier eerder met het Graafschapspad.

Als we Laren uitlopen zien we veel meikevers vliegen maar vooral ook in platte staat op de grond liggen. Dit was me nog niet eerder opgevallen. Duidelijk de tijd van het jaar. Over de Dochterense Weg komen we langs Groot Dochteren, een buurtschap van verspreide boerderijen. Om ons heen akkers met nog groen graan. Wat zul je hier in de zomer mooie foto’s kunnen maken van de gele velden.

Het graan is nog groen

We lopen een stukje langs de spoorlijn Zutphen – Hengelo en steken dan het Twentekanaal over. Even later komen we bij de Berkel. Een bekend riviertje dat we nog kennen van het Graafschapspad. Een vrouw staat met haar SUP board klaar om het water op te gaan, twee mannen zijn bezig hun Ally vouwkano in elkaar te zetten. De SUP-per vindt dat de mannen het goed bekeken hebben. Er staat een aardige wind en zij staat natuurlijk rechtop op haar plank. “Ik ben een echte windvanger. Dan kun je beter in een kano zitten.” Met enige jaloezie kijken we naar de kano en besluiten ook snel weer eens onze kano’s tevoorschijn te halen.

Twentekanaal

Aan de overkant van de Berkel voert een pad naar de Staringkoepel, een door Natuurmonumenten gerestaureerde historische theekoepel uit 1850 die mooi gelegen is aan de rivier. De koepel is geen onderdeel van het Pieterpad maar we besluiten de kilometer heen (en ook weer terug) mee te pakken. We worden omringd door beekweidejuffers als we over het pad naar de koepel lopen. Met een trekpontje steken we de Berkel over. De hoger gelegen witte koepel torent boven ons uit.

Trekpontje naar de Staringkoepel

Constantia Staring, dochter van de dichter A.C.W. Staring, liet deze koepel bouwen om onder het genot van een kopje thee te genieten van de rust en het fraaie uitzicht. Als we op het balkon op de eerste verdieping staan, begrijpen we haar helemaal. De omgeving ligt er prachtig bij. We zien de Berkel door het landschap kronkelen en in de verte wandelaars die ook de oversteek maken. In de koepel is meer informatie te vinden en uiteraard zijn er gedichten. Hij is vrij toegankelijk.

Staringkoepel
Uitzicht vanuit de Koepel, wandelaars lopen vanaf het trekpontje naar de Koepel

Na de Berkel duikt de route het bos in. Op een open plek strijken we neer op een bankje voor de lunch. Het is redelijk druk met wandelaars. Bijna allemaal Pieterpadders, herkenbaar aan het kenmerkende Pieterpadpoppetje en/of het boekje. Als de boterhammen op zijn, voegen ook wij weer in op het brede zandpad. Af en toe zien we een mountainbike route en een paar mountainbikers door het bos kronkelen. Het is een mooi gezicht tussen de bodem bedekkende varens.

Mountainbikeroute te midden van de varens

We lopen door het Grote Veld, ooit een heideveld maar nu een uitgestrekt bosgebied. We kruisen enkele onverharde historische wegen met namen als de Oude Vordenseweg en de Oude Borculoseweg. Hierna geven de rododendrons aan dat we over landgoederen lopen. We zien het indrukwekkende landhuis Enzerinck en even later kasteel Den Bramel. De laatste naam wordt in de 14e eeuw al genoemd maar het huidige gebouw stamt uit de 18e eeuw. Er gaan verhalen dat het spookt in dit kasteel. Op deze zonnige dag kan ik het alleen maar omschrijven als liefelijk.

Kasteel Den Bramel

Na het kasteel lopen we over de oprijlaan naar de doorgaande weg die ons weer naar Vorden brengt. De etappe loopt eigenlijk door tot aan kasteel Vorden, maar het station was voor ons praktischer. Het kasteel bewaren we voor de volgende keer. Dan beginnen we ook in het tweede boekje. We zijn op de helft! Nou ja, bijna dan. Nog even de eerste etappe van Pieterburen naar Winsum wandelen. Dat moet dit jaar toch lukken.

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Kopermolenpad: langs molens, landgoederen, beken en enken

Route: Klompenpad Kopermolenpad
Afstand: 13 km
Start: Wenumse Watermolen, Oude Zwolseweg 164 Wenum Wiesel
Eind: Wenumse Watermolen, Oude Zwolseweg 164 Wenum Wiesel

Vandaag is Nederland verdeeld. Op weergebied dan. De oostelijke helft is bewolkt, in de westelijke helft schijnt de zon. Hoewel Wenum Wiesel nu nog grijs is, heb ik goede hoop. De scheidslijn met wolken schuift langzaam naar het oosten. Het is 8 uur als ik mijn auto bij de Wenumse Watermolen parkeer. Er staat welgeteld één andere auto.

De route die ik vandaag loop bestaat uit vier naast elkaar gelegen lussen, wat inkorten mogelijk maakt. Ik loop de hele 13 kilometer en besluit de route met de klok mee te lopen. De wandeling start bij een molen die al in 1313 vermeld wordt. Deze molen was door de eeuwen heen een korenmolen, een kopermolen (hier werden koperen platen geslagen) en een runmolen (hier werd schors gemalen voor de leerlooierij). Langs de molen loopt de Wenumse Beek, waar in vroeger tijden vijf molens langs stonden. Vandaag de dag is alleen de Wenumse Watermolen nog over.

Wenumse Watermolen

Voor de molen ligt de wijerd, deze plas werd gebruikt voor de aandrijving van de molen. De route leidt me erlangs. De eerste en voorlopige laatste wandelaar die ik er tegenkom heeft een bos gras in zijn handen. Ontbijt voor de konijnen? Ik loop over kleine wegen en paden richting landgoed De Kopermolen. Onderweg kom ik grote huizen en veel uitbundig bloeiende rododendrons tegen.

Landgoed De Kopermolen was vroeger een stuk uitgestrekter. Het heette toen De Rotterdamse Kopermolen, in 1627 ontstaan na de bouw van een papiermolen aan de Wenumse Beek. Een Rotterdamse scheepsreder bouwde de molen om tot kopermolen. Ook de wijerd behoorde tot dit landgoed.

Landgoed De Kopermolen

Ik loop langs beken en bosweggetjes en twijfel bij een markering die naar een oprit wijst. Het pad blijkt daar toch door te lopen. Ik kan me voorstellen dat ik niet de eerste ben die daar nog even de klompenpaden-app raadpleegt, just to be sure dat je niet iemands tuin in loopt. Ik wandel langs weides waar de bermen vol staan met fluitenkruid en boterbloemen. De insecten vliegen af en aan. De vogels kwetteren en ik kom geen mens tegen. Heerlijk.

Bij Landhuis De Ploeg lees ik in de app dat de Rotterdamse industrieel Louis Joseph Dobbelman die deze villa begin 19e eeuw liet bouwen juist om die reden naar Wiesel kwam. Het is een gebied “waar je de wind door de bomen kon horen ruisen, de vogels kon horen fluiten en waar de beek stroomde.”

Landhuis De Ploeg

De villa is niet het enige grote huis dat ik passeer. Langs de bosweggetjes staan stuk voor stuk indrukwekkende huizen, oud en nieuw staat door elkaar. Ook hier zijn de rododendrons in groten getale aanwezig. Het lijkt me heerlijk rustig wonen hier. Bij de Wieselse Enk, waar veel kleine eenmansenken waren (een enk is een hooggelegen veldje of akker), staat een authentiek ogende schaapskooi in het veld bij de Zandhegge. Het ligt er mooi bij, 100 jaar geleden kan het er net zo uitgezien hebben. Op een bankje verderop drink ik mijn koffie. De enkele fietser die langskomt, groet vriendelijk.

Schaapskooi op de Wieselse Enk

Na de koffie volg ik drie ruiters een klein paadje in. Een beek kruist mijn weg, de paarden stappen er doorheen, ik maak gebruik van de stapstenen. Tussen weides met nog veel meer paarden door kom ik op een lange asfaltweg terecht. In de verte zie ik de Oranjemolen liggen, een windkorenmolen.

Gelukkig lagen er stapstenen in de beek

In de meest rechter lus loop ik tegen de Grift en het Apeldoorns Kanaal aan. Bekend terrein, hier loopt het Kopermolenpad een stukje gelijk op met het Holhorsterpad dat ik in januari liep. Ik herken het karakteristieke bruggetje dat er nu, 5 maanden later, met al dat groen, misschien nog wel mooier bij ligt.

Bruggetje waar het Holhorsterpad en het Kopermolenpad overheen gaan

De Wenumse Watermolen is nu niet ver meer. Ik volg nog een stuk fietspad dat vroeger het tracé van een spoorlijn was van Dieren naar Zwolle. Dit tracé kwam ik bij andere klompenpaden ook al tegen. Een klein, mooi gelegen paadje langs de Wenumse Beek brengt me naar de achterkant van de watermolen waar het waterrad zit.

Laatste paadje naar de Wenumse Watermolen
Wenumse Watermolen

Ik ben weer terug waar ik begon. Er staan wat meer auto’s op de parkeerplaats, maar druk is het niet. Misschien dat het grijze weer de mensen tegenhoudt. De zon is helaas niet tevoorschijn gekomen. Desondanks was dit een prachtige wandeling. Zeker in deze tijd van het jaar waarin alles bloeit en kwettert.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.