Pieterpad etappe 13: Laren – Vorden

Route: Pieterpad
Afstand: 15 km (inclusief op en neer naar de Staringkoepel)
Start: Dorpsstraat Laren
Eind: Station Vorden

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

De laatste keer dat we in Laren stonden was afgelopen februari. Er lagen nog resten sneeuw langs de weg, sneeuwklokjes en krokussen bloeiden en we waren blij met het lentezonnetje. Vier maanden later hebben we al heel wat warme dagen achter de rug en is de natuur ontploft in vele kleuren groen. Bermen en velden tonen een kleurrijk palet aan allerhande bloeiende wilde bloemen. Tijd voor de volgende etappe van het Pieterpad.

We parkeren de auto bij station Vorden en fietsen naar de Dorpsstraat van Laren waar we bij De Wereldbakker eerst een cappuccino-to-go halen. Dit is ons vorige keer goed bevallen. Terwijl we de koffie drinken, zien we bij de tegenoverliggende bushalte een aantal wandelaars staan. Verschillende vlaggen en een teddybeer steken uit hun rugzakken. Andere wandelaars lopen richting de kerk, in hun hand het bekende boekje. De vele wandelaars vielen ons vorige keer ook al op. In Laren komen meerdere wandelroutes samen. Ook wij waren hier eerder met het Graafschapspad.

Als we Laren uitlopen zien we veel meikevers vliegen maar vooral ook in platte staat op de grond liggen. Dit was me nog niet eerder opgevallen. Duidelijk de tijd van het jaar. Over de Dochterense Weg komen we langs Groot Dochteren, een buurtschap van verspreide boerderijen. Om ons heen akkers met nog groen graan. Wat zul je hier in de zomer mooie foto’s kunnen maken van de gele velden.

Het graan is nog groen

We lopen een stukje langs de spoorlijn Zutphen – Hengelo en steken dan het Twentekanaal over. Even later komen we bij de Berkel. Een bekend riviertje dat we nog kennen van het Graafschapspad. Een vrouw staat met haar SUP board klaar om het water op te gaan, twee mannen zijn bezig hun Ally vouwkano in elkaar te zetten. De SUP-per vindt dat de mannen het goed bekeken hebben. Er staat een aardige wind en zij staat natuurlijk rechtop op haar plank. “Ik ben een echte windvanger. Dan kun je beter in een kano zitten.” Met enige jaloezie kijken we naar de kano en besluiten ook snel weer eens onze kano’s tevoorschijn te halen.

Twentekanaal

Aan de overkant van de Berkel voert een pad naar de Staringkoepel, een door Natuurmonumenten gerestaureerde historische theekoepel uit 1850 die mooi gelegen is aan de rivier. De koepel is geen onderdeel van het Pieterpad maar we besluiten de kilometer heen (en ook weer terug) mee te pakken. We worden omringd door beekweidejuffers als we over het pad naar de koepel lopen. Met een trekpontje steken we de Berkel over. De hoger gelegen witte koepel torent boven ons uit.

Trekpontje naar de Staringkoepel

Constantia Staring, dochter van de dichter A.C.W. Staring, liet deze koepel bouwen om onder het genot van een kopje thee te genieten van de rust en het fraaie uitzicht. Als we op het balkon op de eerste verdieping staan, begrijpen we haar helemaal. De omgeving ligt er prachtig bij. We zien de Berkel door het landschap kronkelen en in de verte wandelaars die ook de oversteek maken. In de koepel is meer informatie te vinden en uiteraard zijn er gedichten. Hij is vrij toegankelijk.

Staringkoepel
Uitzicht vanuit de Koepel, wandelaars lopen vanaf het trekpontje naar de Koepel

Na de Berkel duikt de route het bos in. Op een open plek strijken we neer op een bankje voor de lunch. Het is redelijk druk met wandelaars. Bijna allemaal Pieterpadders, herkenbaar aan het kenmerkende Pieterpadpoppetje en/of het boekje. Als de boterhammen op zijn, voegen ook wij weer in op het brede zandpad. Af en toe zien we een mountainbike route en een paar mountainbikers door het bos kronkelen. Het is een mooi gezicht tussen de bodem bedekkende varens.

Mountainbikeroute te midden van de varens

We lopen door het Grote Veld, ooit een heideveld maar nu een uitgestrekt bosgebied. We kruisen enkele onverharde historische wegen met namen als de Oude Vordenseweg en de Oude Borculoseweg. Hierna geven de rododendrons aan dat we over landgoederen lopen. We zien het indrukwekkende landhuis Enzerinck en even later kasteel Den Bramel. De laatste naam wordt in de 14e eeuw al genoemd maar het huidige gebouw stamt uit de 18e eeuw. Er gaan verhalen dat het spookt in dit kasteel. Op deze zonnige dag kan ik het alleen maar omschrijven als liefelijk.

Kasteel Den Bramel

Na het kasteel lopen we over de oprijlaan naar de doorgaande weg die ons weer naar Vorden brengt. De etappe loopt eigenlijk door tot aan kasteel Vorden, maar het station was voor ons praktischer. Het kasteel bewaren we voor de volgende keer. Dan beginnen we ook in het tweede boekje. We zijn op de helft! Nou ja, bijna dan. Nog even de eerste etappe van Pieterburen naar Winsum wandelen. Dat moet dit jaar toch lukken.

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Kopermolenpad: langs molens, landgoederen, beken en enken

Route: Klompenpad Kopermolenpad
Afstand: 13 km
Start: Wenumse Watermolen, Oude Zwolseweg 164 Wenum Wiesel
Eind: Wenumse Watermolen, Oude Zwolseweg 164 Wenum Wiesel

Vandaag is Nederland verdeeld. Op weergebied dan. De oostelijke helft is bewolkt, in de westelijke helft schijnt de zon. Hoewel Wenum Wiesel nu nog grijs is, heb ik goede hoop. De scheidslijn met wolken schuift langzaam naar het oosten. Het is 8 uur als ik mijn auto bij de Wenumse Watermolen parkeer. Er staat welgeteld één andere auto.

De route die ik vandaag loop bestaat uit vier naast elkaar gelegen lussen, wat inkorten mogelijk maakt. Ik loop de hele 13 kilometer en besluit de route met de klok mee te lopen. De wandeling start bij een molen die al in 1313 vermeld wordt. Deze molen was door de eeuwen heen een korenmolen, een kopermolen (hier werden koperen platen geslagen) en een runmolen (hier werd schors gemalen voor de leerlooierij). Langs de molen loopt de Wenumse Beek, waar in vroeger tijden vijf molens langs stonden. Vandaag de dag is alleen de Wenumse Watermolen nog over.

Wenumse Watermolen

Voor de molen ligt de wijerd, deze plas werd gebruikt voor de aandrijving van de molen. De route leidt me erlangs. De eerste en voorlopige laatste wandelaar die ik er tegenkom heeft een bos gras in zijn handen. Ontbijt voor de konijnen? Ik loop over kleine wegen en paden richting landgoed De Kopermolen. Onderweg kom ik grote huizen en veel uitbundig bloeiende rododendrons tegen.

Landgoed De Kopermolen was vroeger een stuk uitgestrekter. Het heette toen De Rotterdamse Kopermolen, in 1627 ontstaan na de bouw van een papiermolen aan de Wenumse Beek. Een Rotterdamse scheepsreder bouwde de molen om tot kopermolen. Ook de wijerd behoorde tot dit landgoed.

Landgoed De Kopermolen

Ik loop langs beken en bosweggetjes en twijfel bij een markering die naar een oprit wijst. Het pad blijkt daar toch door te lopen. Ik kan me voorstellen dat ik niet de eerste ben die daar nog even de klompenpaden-app raadpleegt, just to be sure dat je niet iemands tuin in loopt. Ik wandel langs weides waar de bermen vol staan met fluitenkruid en boterbloemen. De insecten vliegen af en aan. De vogels kwetteren en ik kom geen mens tegen. Heerlijk.

Bij Landhuis De Ploeg lees ik in de app dat de Rotterdamse industrieel Louis Joseph Dobbelman die deze villa begin 19e eeuw liet bouwen juist om die reden naar Wiesel kwam. Het is een gebied “waar je de wind door de bomen kon horen ruisen, de vogels kon horen fluiten en waar de beek stroomde.”

Landhuis De Ploeg

De villa is niet het enige grote huis dat ik passeer. Langs de bosweggetjes staan stuk voor stuk indrukwekkende huizen, oud en nieuw staat door elkaar. Ook hier zijn de rododendrons in groten getale aanwezig. Het lijkt me heerlijk rustig wonen hier. Bij de Wieselse Enk, waar veel kleine eenmansenken waren (een enk is een hooggelegen veldje of akker), staat een authentiek ogende schaapskooi in het veld bij de Zandhegge. Het ligt er mooi bij, 100 jaar geleden kan het er net zo uitgezien hebben. Op een bankje verderop drink ik mijn koffie. De enkele fietser die langskomt, groet vriendelijk.

Schaapskooi op de Wieselse Enk

Na de koffie volg ik drie ruiters een klein paadje in. Een beek kruist mijn weg, de paarden stappen er doorheen, ik maak gebruik van de stapstenen. Tussen weides met nog veel meer paarden door kom ik op een lange asfaltweg terecht. In de verte zie ik de Oranjemolen liggen, een windkorenmolen.

Gelukkig lagen er stapstenen in de beek

In de meest rechter lus loop ik tegen de Grift en het Apeldoorns Kanaal aan. Bekend terrein, hier loopt het Kopermolenpad een stukje gelijk op met het Holhorsterpad dat ik in januari liep. Ik herken het karakteristieke bruggetje dat er nu, 5 maanden later, met al dat groen, misschien nog wel mooier bij ligt.

Bruggetje waar het Holhorsterpad en het Kopermolenpad overheen gaan

De Wenumse Watermolen is nu niet ver meer. Ik volg nog een stuk fietspad dat vroeger het tracé van een spoorlijn was van Dieren naar Zwolle. Dit tracé kwam ik bij andere klompenpaden ook al tegen. Een klein, mooi gelegen paadje langs de Wenumse Beek brengt me naar de achterkant van de watermolen waar het waterrad zit.

Laatste paadje naar de Wenumse Watermolen
Wenumse Watermolen

Ik ben weer terug waar ik begon. Er staan wat meer auto’s op de parkeerplaats, maar druk is het niet. Misschien dat het grijze weer de mensen tegenhoudt. De zon is helaas niet tevoorschijn gekomen. Desondanks was dit een prachtige wandeling. Zeker in deze tijd van het jaar waarin alles bloeit en kwettert.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Trage Tocht Renderklippen: heide, sprengen en heel veel groen

Route: Trage Tocht Renderklippen: Sprengen en heuvelachtige heide
Afstand: 9 km
Start: Begraafplaats Engelmanskamp, Elburgerweg 29 Heerde
Eind: Begraafplaats Engelmanskamp, Elburgerweg 29 Heerde

Schaapskooi op de Renderklippen

In januari liep ik voor het eerst over de Renderklippen. Ik had veel over het gebied gehoord. Uitgestrekte glooiende heidevelden, schaapskuddes, vennetjes en een van de gebieden in Nederland waar het ’s nachts nog echt donker is. Die 2 januari was het mistig en het regende. Ik liep het klompenpad Horsthoekerpad. 17 kilometer over de Renderklippen, maar ook door de omliggende bossen, langs verschillende sprengen, landhuizen en een stukje door Heerde zelf. Het was een mooie route, “hier” – zo sloot ik mijn blogpost over die wandeling af – “kom ik zeker nog een keer terug als de zon schijnt.”

Wandelbankje met uitzicht over de Renderklippen

Die keer is vandaag, een zonnige zondagmorgen eind mei. We hebben ’s middag andere verplichtingen dus zoeken een korte rondwandeling in de natuur. Op wandelzoekpagina.nl vind ik de Trage Tocht Renderklippen van slechts 9 kilometer. Ideaal voor een ochtendwandeling en ik zie het gebied nu bij zon.

De start van de route is bij een begraafplaats die prachtig gelegen is in het bos. Zonnestralen vallen door de bladeren op het jonge groen van de struiken en bosbessenplantjes. We wandelen de route met de klok mee. Het eerste stuk door het bos en langs een aantal sprengen is bekend terrein. We lopen deels de route van het Horsthoekerpad.

De sprengen liggen er mooi bij

Met een trap komen we op de stuwwal van de Renderklippen terecht en hebben een prachtig uitzicht over het uitgestrekte heideveld. In de verte zien we hardlopers, ruiters, hondenuitlaters en mountainbikers. We slingeren over de heide, komen langs de schaapskooi waar de kudde buiten staat, passeren het pluizenmeer en verruilen hier de markering van het klompenpad voor die van het Maarten van Rossumpad.

Pluizenmeer

Het volgende stuk tot aan het einde is nieuw voor mij. We lopen over kleine paadjes over het heideveld en komen dan weer in het bos terecht. Enkele mountainbikers kruisen ons pad maar verder is het rustig. We genieten van het exploderende groen om ons heen, de bloeiende lijsterbessen, de vele vlinders en uiteraard de uitbundig zingende vogels.

Renderklippen

Bij de begraafplaats waar we die ochtend onze auto parkeerden is het iets drukker geworden. Wij zijn mooi op tijd weer terug en hebben een flinke dosis natuur gekregen vandaag. Ik heb dit gebied nu in een ander jaargetijde en bij een heel ander weertype gezien. Het was prachtig. Dat we vrijwel alleen over onverharde paden liepen – zoals het een echte Trage Tocht betaamt – hielp ook zeker. Hoe zou het hier aan het einde van de zomer zijn, als de heide in bloei staat? Er is maar één manier om daar achter te komen.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Graafschapspad etappe 5: Doetinchem – Doesburg

Route: Graafschapspad
Afstand: 20 km
Start: Station Doetinchem
Eind: Parkeerplaats De Bleek, Koepoortwal 19 Doesburg

In de zomer van 2018 kwam ik tijdens een fietsweekend in de Achterhoek geel-rode markering tegen. Dit bleek het 124 km lange Graafschapspad aan te duiden. Ik was die dagen door prachtige gebieden gekomen en besloot toen om deze streek ook te voet te verkennen. In januari 2020 is het zover en loop ik de eerste etappe van het Streekpad.
Het Graafschapspad maakt een rondje door de Achterhoek: van de IJsselvalei naar het glooiende land waar de Berkel doorheen meandert, door Hanzesteden, bossen, langs landgoederen en havezaten. Ik maak me op voor een afwisselend en verrassend stukje Nederland.

Na weken regen lijkt het dit weekend eindelijk weer zonnig te worden. Dat zijn goede wandelomstandigheden. We besluiten een etappe van het Graafschapspad te doen. De laatste etappe liepen we in maart toen de eerste groene blaadjes verschenen. Nu lijkt er een groene explosie te hebben plaatsgevonden. Bomen staan vol in frisgroen blad, de brem bloeit uitbundig en het fluitenkruid tiert welig. Ook het gras in de bermen staat hoog. Het maakt onze etappe van Doetinchem naar Doesburg prachtig.

Sinds kort mag je ook voor niet-noodzakelijke reizen weer met openbaar vervoer. Daarom dit keer geen fiets-auto combinatie maar luxe met de bus. We zetten de auto op een gratis parkeerterrein in Doesburg en wandelen om 8 uur ’s ochtends op ons gemakje in het zonnetje door het nog stille centrum van de oude Hanzestad naar de bushalte. De bus brengt ons naar Doetinchem waar op het busstation een beeldengroep denkt dat het nog regent.

Op station Doetinchem

We wandelen door het centrum van Doetinchem en strijken neer op een terras aan de voet van de Sint-Catharinakerk dat al open is op dit vroege tijdstip. Cappuccino is altijd een goed idee. Zeker als je er al een flinke autorit en een busrit op hebt zitten.

Sint-Catharinakerk Doetinchem

Verkwikt beginnen we na de koffie toch echt aan de wandeling. We doorkruisen Doetinchem, komen langs een straatgedicht, de oude stadbegraafplaats waar nog enkele oude grafstenen staan, een stadstuin, de schouwburg, het ziekenhuis en een heus kasteel (Kasteel de Kelder). Hier gaan we Landgoed Hagen op. De zon is inmiddels verdwenen achter de wolken.

Een straatgedicht, de oude stadbegraafplaats, kasteel de Kelder en Landgoed Hagen

Hier volgen we het boekje, de GPS-aanwijzingen en af en toe de markering, die niet overal duidelijk aanwezig is. De bosweggetjes slingeren zich door de Kruisbergse bossen. De routebeschrijving spreekt van een ‘kruising met twee jachtpalen’. We hebben geen idee waar we op moeten letten en zien zo’n hoge houten stoel voor ons die je in Duitsland wel ziet, al dan niet met camouflagenet. Het blijken hoge, smalle, stenen palen te zijn die privé jachtgebieden markeren. De slecht leesbare tekst rept inderdaad over ‘jagt’ en ‘private’.

Een jachtpaal

Bij Hummelo en Laag-Keppel beklimmen we de Wrange Bult. Bovengekomen lezen we dat deze heuvel ook wel Galgenbult wordt genoemd. De grote zwerfkei op de heuvel markeert de plek waar vroeger de galg stond. Of hier ooit iemand is opgehangen is de vraag. Vanaf de heuvel lopen 8 lanen naar beneden, het Sterrenbos in dat rondom 1750 is aangelegd ten noorden van kasteel Keppel. Oude zichtlijnen zijn hersteld waardoor je een mooi doorkijkje hebt naar aan de ene kant kasteel Keppel en in tegenovergestelde richting de kerktoren van Hummelo.

Zwerfkei op de Wrange Bult, in de verte de kerktoren van Hummelo

Na de Bult volgen kleine door fluitenkruid overgroeide paadjes langs akkers, bos en de Keppelse golfbaan. In Hoog-Keppel vinden we een mooi lunchbankje bij de dorpskerk. Ooit is deze kerk gebouwd op het hoogste punt in Keppel, een rivierduin van de IJssel. Dat is tegenwoordig nog goed te zien. Op het kerkhof staan gietijzeren grafzerken, vrij zeldzaam in Nederland. De ijzergieterij in Laag-Keppel is hier de reden van.

Het fluitenkruid tiert welig

We lopen Hoog-Keppel uit via een smal paadje langs een wei met paarden en twee draaihekjes. Een van de paarden vindt die wandelaars wel gezellig. Via een paadje over een akker en door een bosgebiedje en uiteindelijk door Drempt naderen we Doesburg. We lopen een tijdje langs de provinciale weg, komen langs de interessant klinkende Museumtuin ’t Olde Ras, een boomgaard met oude fruitrassen en slaan dan af naar de wallen van Doesburg. Op de kaart zie je duidelijke de hoekige contouren van de vestingwerken. In opdracht van koning-stadhouder Willem III zijn ze in 1700 ontworpen, de volgende 30 jaar gebouwd, maar nooit gebruikt. Tegenwoordig is het een mooi wandelgebied. We kwamen er welgeteld één hondenuitlater tegen.

Op de wallen van Doesburg

Na de wallen komen we uit bij de haven. De zon schijnt hier uitbundig. Op het parkeerterrein staan veel campers. De eigenaren zitten heerlijk op een stoeltje en kijken uit over het water. Even verderop zie je de IJssel in al haar glorie. We lopen over de IJsselkade en genieten van het uitzicht.

De IJssel

Bij de beeldengroep Passi d’Oro (voetstappen van goud) van de Italiaanse kunstenaar Roberto Barni blijven we even staan. We zien de mannen van verschillende lengte met hun rode jassen en broeken en gouden gezicht die vanaf de IJssel lijken aan te komen lopen. Ze gaan richting de oude binnenstad. Hun voeten staan op de kaart van Europa en lijken over de landsgrenzen heen te stappen. Toepasselijk voor Doesburg dat als Hanzestad ook binnen een groot Europees netwerk actief was.

Passi d’Oro van Roberto Barni

Via het oude centrum, dat inmiddels een stuk drukker is geworden, lopen we weer naar de auto. Ook hier staat het helemaal vol. De voordelen van vroeg beginnen… We kijken terug op een mooie groene etappe die eindigt in een leuk oud stadje.

Doesburg

Benieuwd naar de andere etappes van het Graafschapspad? Mijn wandelervaringen tot nu toe vind je hier.

Tuylermarkerpad: rust en ruimte in het buitengebied van Terwolde

Route: Klompenpad Tuylermarkerpad
Afstand: 11 km
Start: Cosmas en Damianuskerk, Molenweg 2 Terwolde
Eind: Cosmas en Damianuskerk, Molenweg 2 Terwolde

Cosmas en Damianuskerk Terwolde

Onderweg naar Terwolde worden de druppels op mijn voorruit steeds talrijker. In Terwolde miezert het een beetje. Geen reden om mijn wandelplannen te wijzigen. Ik parkeer mijn auto op een rustige parkeerplaats bij de indrukwekkende 14e eeuwse Cosmas en Damianuskerk. Op dit punt starten twee Klompenpaden: het Tuylermarkerpad en het Woldermarkerpad. Ik loop vandaag de eerste. De klompenpadensite belooft een wandeling over boerenerven, schouwpaden en historische wegen en een sfeer die wordt bepaald door rust, ruimte en het IJssellandschap.

Er bloeit veel onderweg

De route bestaat uit twee lussen. Ik besluit beide met de klok mee te lopen. Na een aanloopje over de Dorpsstraat vanuit Terwolde kom ik op de eerste lus. Na enige bebouwing loop ik al snel over kleine paadjes langs weilanden en sloten. Ook heb ik mijn eerste overstapjes over hekken en prikkeldraad te pakken. Vanaf een smal paadje met knotwilgen zie ik in de verte het gemaal mr. A.C. van der Feltz liggen. Vanaf 1916 stond hier een stoomgemaal dat nu in gebruik is als woonhuis. Ernaast staat het huidige gemaal uit 1951. Het is vernoemd naar een dijkgraaf van polderdistrict Veluwe.

Gemaal mr. A.C. van der Feltz

Langs weiden en over onverharde wegen loop ik naar de tweede lus. Het natte gras staat hoog en binnen de kortste keren zijn mijn schoenen en de onderkant van mijn broek doorweekt. Gelukkig zijn de schoenen waterdicht. Ik volg braaf een markering met een pijl naar rechts maar mis de pijl naar links er vlak na. Gelukkig is de omweg niet al te groot. De tweede lus brengt me op de IJsseldijk. De eigenlijke route loopt door de uiterwaarden, maar in verband met het broedseizoen blijf ik nu de Bandijk volgen. Ik heb een mooi uitzicht op Deventer aan de andere kant van de IJssel.

De Bandijk met aan de overkant Deventer

Op een grote steen in de buurt van ’t Nieuwe Diekhuus staat vermeld dat de schilder Ruysdael vanaf precies deze plek de IJssel heeft geschilderd. Het bordje nodigt de voorbijganger uit om zelf ook het penseel of potlood ter hand te nemen. Ik laat deze kans even aan mij voorbijgaan. Op het naastgelegen bankje geniet ik van mijn koffie met Ruysdaels uitzicht.

Het uitzicht van Ruysdael

Langs een mooie boerderij verscholen in het groen loop ik over kleine paadjes langs akkers en weiden, over bruggetjes, langs een aantal kunstzinnige immense insecten op oude boerenkarren en door een boomgaard terug naar waar ik de tweede lus begon. Het land wordt druk bemest en de trekkers met aanhanger rijden af en aan. Op de weg waar ik loop moet ik meerdere keren de berm in om een trekker te laten passeren.

Boerderij in het groen
Kunstzinnige insecten

Over asfaltwegen en kleine paadjes langs een sloot loop ik geleidelijk terug naar Terwolde. Het begint harder te regenen en bij een bankje doe ik mijn regenhoes om mijn rugzak. Als ik opkijk zie ik bij het Toevoerkanaal twee mannen vissen. Blijkbaar heeft een van de twee een goede vangst gedaan. Breed lachend poseert hij voor de foto. De route leidt me langs de Terwoldsche Wetering en via kleine paadjes weer terug naar Terwolde.

Aan leuke paadjes geen gebrek

In Terwolde is de Coop tegenover de kerk opengegaan. Het ingeslapen dorp van vanmorgen is een stuk levendiger geworden. Wat een verschil met de rust en ruimte van het IJssellandschap. Het was goed toeven in het buitengebied van Terwolde, waar alles nu weelderig groen is en allerhande bloemen in bloei staan. Op Instagram reageert iemand op mijn foto’s van deze wandeling: “Fijn als zelfs miezer de schoonheid van een pad blijft tonen.” Ze heeft helemaal gelijk. Dat zegt veel over het pad.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Marskramerpad etappe 7: Beekbergen – Hoog Buurlo

Route: Marskramerpad
Afstand: 21 km
Start: Parkeerplaats tegenover Restaurant Smittenberg, Arnhemseweg Beekbergen
Eind: Parkeerplaats kruising Alverschotenseweg en Turfbergweg bij Hoog Buurlo

Het is vandaag zondag en het is meivakantie. Er staat een etappe van het Marskramerpad op het programma die dwars over de Veluwe gaat. De afgelopen maanden was de Veluwe the place to be. Ik verwachtte daarom grote drukte en twijfelde of we dit wel moesten willen. Na berichtjes op social media over hoe rustig het is dit weekend in het gebied waar we willen lopen, besluiten we toch te gaan. Geen verkeerde keuze. De coronaregel-versoepelingen brengen mensen veel meer mogelijkheden dan wandelen. En na maanden rondlopen in de natuur lokken nu de winkels en terrassen. Een goede ontwikkeling voor ons.

We beginnen waar we gisteren eindigden: in Beekbergen naast het Exodusmonument. Het pad leidt ons naar de glooiende enk Konijnenkamp. Dit is bekend terrein, met het Bekbergerpad liep ik hier ook. Waar dat Klompenpad rechtdoor loopt, slaat het Marskramerpad af. Opeens lopen we in een frisgroen bos waar de bodem bedekt is met bosbessenplantjes. Door de grote hoeveelheden dringen zich gelijk vergelijkingen met Zweden op.

De enk Konijnenkamp

Het smalle paadje is niet enkel voor wandelaars, ook mountainbikers maken er gretig gebruik van. Verderop begrijpen we dat steeds beter. Het smalle weggetje begint flink te klimmen en te dalen. Op een gegeven moment kijken we in de diepte. Voor ons uit maakt het pad, net als een bergpad, aan de buitenkant van de heuvel een bocht. Hier wil ik ook wel mountainbiken!

Dit zijn de betere mountainbikepaden

Door Spelderholt wandelen we afwisselend over bredere en smallere bospaden naar Hoenderloo. Via een laan waar de smileys in allerlei varianten aan de bomen hangen (geen idee wat hier de achterliggende gedachte is) komen we uit bij een weide. Hier staan enkele langharige schapen in groepjes bij elkaar. Elk groepje omringd door hekken. Eén groepje van een stuk of vijf schapen loopt los op het veld. Een blaffende border collie probeert ze in bedwang te houden, aangespoord door een man die in het Engels bevelen roept. Als we dichter bij komen bespeuren we in het veld nog veel meer border collies met begeleiders. Zijn we getuigen van een cursus tot schaaps-/herdershond?

Een laan met Smileys

Filosoferend over waarom die bevelen in het Engels zijn (de hond verstaat geen Nederlands?) lopen we naar het witte kerkje van Hoenderloo dat we al van verre zagen liggen. De Heldringkerk stamt uit 1858 en ligt er mooi bij. Het pad loopt er omheen en brengt ons samen met het Veluwe Zwerfpad en het Trekvogelpad naar het centrum van Hoenderloo. Het is er drukker dan we tot nu toe zagen, maar als we de plaats weer uit zijn, is de drukte ook zo verdwenen.

De Helderingkerk in Hoenderloo

In het Hoenderlose Bos komen we een handjevol wandelaars en fietsers tegen en een enkele ruiter. Op een bankje met uitzicht over een veld eten we onze lunch. Een bospad brengt ons naar de Hoog Buurlose Heide. Onze eerste kennismaking is een zandverstuiving met veel mul zand. Ons tempo ligt aanmerkelijk lager als we ons een weg banen door het zand. Het zand gaat vrij abrupt over in een heideveld.

Zandverstuiving bij de Hoog Buurlose Heide

We vinden het hier al mooi, maar na wat afslagen ontvouwt zich een weids uitzicht over de omgeving. In de verte zien we het gebouw van Radio Kootwijk. De donkere luchten die zich boven het landschap samenpakken, beloven niet veel goeds maar leveren samen met de zon prachtige plaatjes op.

Donkere luchten pakken zich samen boven de Hoog Buurlose Heide

Op een bepaald punt geven het boekje, de markering en de GPS-route elk een andere weg aan. We besluiten de markering te volgen, die ons helemaal aan de rand van het heideveld brengt te midden van de dennenbomen. Een goede beslissing. Hier zijn we beter beschut tegen de fikse hagelbui die niet veel later uit die donkere wolken valt. Nu las ik dat er een nieuwe druk aan zat te komen van het boekje, dus wellicht hebben we de nieuwe route gelopen. Hij is een kilometer langer, concluderen we op het eindpunt.

Hoog Buurlose Heide

We laten het heideveld voor wat het is en komen bij de Schaapskooi Hoog Buurlo. Er zijn hier weinig schapen, maar des te meer mensen. Uitkijkend over de glooiende velden zitten ze op de picknickbankjes. De tandems, E-choppers en andersoortige vervoersmiddelen staan verspreid over de berm. Er lopen hier meerdere wandelroutes, waaronder een speciale route voor blinden en slechtzienden. Een infopaneel is in braille te lezen en er is een ingesproken tekst te beluisteren via een app. Dit had ik nog niet eerder gezien.

Schaapskooi Hoog Buurlo

Wij leggen de laatste paar honderd meter af naar de auto en stappen net voor de regen in. Dit weekend hebben we er 48 kilometer Marskramerpad opzitten. Na ruim een jaar was dat wel weer nodig. Hopelijk komen we hier dit jaar nog terug voor het vervolg.

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Marskramerpad etappe 6: Deventer – Beekbergen

Route: Marskramerpad
Afstand: 27 km
Start: Parkeerplaats De Worp Deventer
Eind: Parkeerplaats tegenover Restaurant Smittenberg, Arnhemseweg 537 Beekbergen

Bij Beekbergen komen we een andere LAW tegen

Na ruim een jaar staan we weer in Deventer. In maart 2020 stonden we hier ook, klaar om de tweede etappe van ons wandelweekend te wandelen. We kwamen toen niet verder dan de overkant van de IJssel. Een Tweede Wereldoorlog bom werd net op die dag bij de A1 tot ontploffing gebracht. De hele omgeving was afgezet. Het leger liet ons niet verder. Daarna kwam corona.

Deventer vanaf de overkant van de IJssel

Gelukkig gooien bommen nu geen roet in het eten. Bij een zonnetje starten we aan de overkant van de IJssel en lopen over de IJsseldijk naar Wilp. We hebben mooi uitzicht op de skyline van Deventer met echte Hollandse luchten. Het water staat nu een stuk lager dan vorig jaar maart. In Wilp lopen we langs oorlogsgraven aan de dijk. De witte kruisen steken fel af tegen het groen. Een Nederlandse en een Canadese vlag wapperen in de wind. Even verderop vinden we een bankje voor een welverdiend kopje koffie in de zon.

Zicht op Wilp met links de oorlogsgraven

Na Wilp slingeren we langere tijd over de Veluwse Bandijk. Op deze Bomendijk ontbreekt de markering, maar met boekje en GPS is dit geen probleem. De dijk is omzoomd door bomen die frisgroen getooid zijn. Aan de ene kant heb je uitzicht op de uiterwaarden van de IJssel en aan de andere kant op het coulisselandschap. Prachtig. De dijk stamt waarschijnlijk al uit de 14e eeuw toen hier een oude arm van de IJssel liep.

Veluwse Bandijk

Bij Gietelo komen we langs Landgoed Appen en duiken het Appense Bos in. Op een geriefelijke slagboom beginnen we aan onze lunch. We komen niet verder dan één boterham. Donkere wolken pakken zich samen en we krijgen een bui over ons heen. Regenhoes over de rugzak en snel verder. Als de zon weer schijnt, vinden we een al even geriefelijke boomstam om ook de andere boterham op te eten.

Landgoed Appen

De route komt door Klarenbeek, dat verlaten oogt. Misschien houdt de regen de mensen binnen. Als we langs een beek komen te lopen begint de zon weer te schijnen. Een bordje duidt het water aan als de Krepelse Beek, het boekje heeft het over de Beekbergse Beek. Even zijn we in verwarring, maar het blijken twee namen voor hetzelfde water.

De Krepelse of Beekbergse Beek

We gaan onder de A50 door en lopen door Oosterhuizen heen. Als we bij weidse akkers komen, komt het gebied me wel erg bekend voor. Vorige maand liep ik hier het Klompenpad Bekbergerpad. De luchten worden weer donker als we een spoorlijn kruisen waar enkel stoomtreinen rijden. Op de ruim 100 jaar oude spoorlijn tussen Apeldoorn en Dieren kun je een ritje maken met zo’n trein uit vervlogen tijden. Op station Beekbergen, dat we in de verte zien liggen, bevindt zich het Museumstoomdepot waar je van alles te weten kunt komen over stoomtreinen.

Museumlijn van De Veluwsche Stoomtrein Maatschappij

Langs een bekend bankje waar de koffie tijdens het Bekbergerpad wel erg lekker smaakte, lopen we Beekbergen in. Sinds een paar dagen zijn de terrassen weer open. We maken er dankbaar gebruik van. Met cappuccino en taart vieren we dat mijn medewandelaar vorige week jarig was. Ook het feit dat we na een jaar weer een Marskramerpadetappe hebben gelopen, mag gevierd worden. Morgen wandelen we verder de Veluwe op.

Tijdens het Bekbergerpad dronken we op dit bankje met uitzicht koffie

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Bekbergerpad: glooiende enken en oude bossen

Route: Klompenpad Bekbergerpad
Afstand: 13 km
Start: De Ruitersmolen, Tullekensmolenweg 47 in Beekbergen
Eind: De Ruitersmolen, Tullekensmolenweg 47 in Beekbergen

Op een zonnige woensdagochtend blijken mijn man en ik beide vrij te zijn. We grijpen onze kans om een van de klompenpaden op de Veluwe te wandelen, die in de weekenden druk belopen zijn. We kiezen voor het Bekbergerpad. Geen verkeerde keuze, zo blijkt.

We zijn vroeg en parkeren om kwart over acht de auto bij de Ruitersmolen. Schilders zijn al druk in de weer bij deze eeuwenoude graanmolen, van oorsprong een papiermolen. In de jaren 80 is de toen zwaar vervallen molen opgeknapt en sindsdien draait het waterrad weer in de Oude Beek. De schildersteigers maken de foto toch iets minder spectaculair.

Waterrad van de Ruitersmolen met steigers

We besluiten de route met de klok mee te lopen. Langs een houten watermolenrad die al lange tijd geen dienst meer lijkt te doen, komen we al snel op de eerste akkers uit. Er ligt nog rijp op van de koude nacht. Via kleine weggetjes en een SRV winkel (het is lang geleden dat ik een SRV wagen zag rijden!) ontvouwt zich voor ons een weids uitzicht. Glooiende akkers zover het oog strekt. Een prachtig gezicht met die zon erbij.

De route leidt ons over een klein pad dwars over de akkers. We zijn de enige wandelaars op deze doordeweekse ochtend. In de verte zien we een hondenuitlater voortsjokken. Aan de rand van de akker staat een bankje in de zon met een prachtig uitzicht. Hoewel we er net een paar kilometer op hebben zitten, houden we ons aan onze stelregel: ‘maak gebruik van mooie bankjes, je weet niet wanneer en of er een volgende komt’. Met een kopje koffie genieten we van het landschap.

Leuke paadjes over uitgestrekte akkers

Hierna duikt de route de oude Veluwse bossen in. De paden stijgen en dalen licht. Uit de verte zien we het voormalig sanatorium Immendaal voor TBC-patiënten uit Rotterdam. Tegenwoordig heeft het gebouw nog steeds een verpleegfunctie. Ook de andere gebouwen die we tegenkomen lijken onderdeel te zijn van een zorgorganisatie. Het ligt er mooi, zo in de bossen.

Voormalig sanitorium Immendaal

Via Villa Grafzicht, met inderdaad zicht op een boomrijke begraafplaats en langs tennisbanen, waar druk getennist wordt door Beekbergse senioren, lopen we de plaats in. De Nederlands hervormde kerk uit de 15e en 16e eeuw waar we langslopen is het oudste bestaande gebouw in de gemeente.

Nederlands hervormde kerk Beekbergen

Aan de rand van de bebouwing staat een monument voor de exodus uit Arnhem die op gang kwam door Operatie Market Garden in september 1944. Deze militaire operatie, bedoeld om strategische bruggen op Nederlands grondgebied te veroveren, mislukte. Arnhem bleek een brug te ver. 95.000 mensen uit Arnhem en omgeving sloegen op de vlucht, o.a. richting Apeldoorn en omgeving. Om aan geallieerde vliegtuigen duidelijk te maken dat ze vluchtelingen waren, hadden zij witte doeken bij zich. Helaas werkte dit niet altijd. Bij een geallieerde luchtaanval bij Beekbergen stierven tientallen vluchtelingen. Het monument herdenkt de mensen die op de vlucht sloegen, maar ook de mensen die hen opvingen.

Monument voor de exodus uit Arnhem

We lopen de enk (een hoog gelegen veld of akker) konijnenkamp op. We kijken uit over een uitgestrekt glooiend veld. Met de Hollandse lucht erboven is het een plaatje. Geleidelijk lopen we het bos weer in. Een turquoise houten huisje valt op. Het blijkt het voormalige tennishuisje bij de tennisbanen te zijn van kasteel Spelderholt, een landhuis uit 1908. De tennisbanen zijn al enige tijd verdwenen.

De enk konijnenkamp
Het tennishuisje bij kasteel Spelderholt

Over wederom een enk, de Engelanderenk, lopen we het bosgebied Bruggelen in. De Beekbergse enken behoren tot de oudste enken van Nederland. De glooiingen vinden hun oorsprong in een stuwwal die hier in de ijstijd is ontstaan. Het levert vele eeuwen later mooie plaatjes op.

Het pad slingert door het bos heen en brengt ons dicht bij de A1. We zien zelfs een tijdje de auto’s voorbijrazen. Het laatste stuk volgen we de Oude Beek die langs meerdere molens stroomt. Naast de Ruitersmolen waar we deze wandeling startten, stroomt de beek ook langs de Tullekensmolen. Het gebouw uit de 16e eeuw herbergde ooit een graanmolen, een papiermolen en een wasserij. Tegenwoordig is er een Ford-museum in gevestigd.

Tullekensmolen

Het laatste stukje van het pad is nog verrassend mooi. In de beek zien we de wolken weerspiegeld. Over kleine paadjes lopen we om de Ruitersmolen heen, passeren een hoop bankjes, een bijenkorf en veel speenkruid. Bij de auto aangekomen zijn we het er over eens dat we een prachtige wandeling hebben gelopen met veel afwisseling. Ons beide wacht een middag met werk, maar met zo’n ochtend is dat geen enkel probleem.

Oude Beek

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Graafschapspad etappe 4: Mariënvelde – Doetinchem

Route: Graafschapspad
Afstand: 20 km
Start: Mariënvelde
Eind: Station Doetinchem

In de zomer van 2018 kwam ik tijdens een fietsweekend in de Achterhoek geel-rode markering tegen. Dit bleek het 124 km lange Graafschapspad aan te duiden. Ik was die dagen door prachtige gebieden gekomen en besloot toen om deze streek ook te voet te verkennen. In januari 2020 is het zover en loop ik de eerste etappe van het Streekpad.
Het Graafschapspad maakt een rondje door de Achterhoek: van de IJsselvalei naar het glooiende land waar de Berkel doorheen meandert, door Hanzesteden, bossen, langs landgoederen en havezaten. Ik maak me op voor een afwisselend en verrassend stukje Nederland.

In november vorig jaar liep ik de derde etappe van het Graafschapspad. De lange rechte wegen maakten deze etappe niet tot de mooiste van dit pad. Op een van de eerste mooie lentedagen wandelen we etappe 4. Volgens de omschrijving in het boekje krijgen we een ander landschap te zien. Het pad passeert een smalle rug en het landschap wordt kleinschaliger. De wegen zijn minder recht en de percelen onregelmatiger. Dat klinkt goed.

We parkeren de auto bij station Doetinchem en fietsen naar Mariënvelde waar we langs de weg de fietsen tegen een boom zetten. Na een paar honderd meter wandelen strijken we op een bankje neer voor de hoognodige koffie. Na de reistijd met de auto en fietstocht zijn we wel toe aan iets. We kijken uit over een sluisje in de Veengoot. Het zonnetje schijnt en de eerste bomen krijgen blaadjes.

Uitzicht tijdens de koffie

Na de koffie lopen we verder naar Halle-Heide. Via een smal pad dat vroeger als schoolpad werd gebruikt, komen we langs een terrein waar zeecontainers staan, vermomd als boerderijtjes. Sommige zijn nog in aanbouw. Wat is dit? Het lijkt wel op een oefenterrein voor militairen. Ik kom er – met internet – ook niet achter.

Zeecontainer vermomd als boerderijtje

Het schoolpad brengt ons bij de voormalige Heideschool. Sinds 1922 vormde deze school het hart van de Heide, een moeilijk begaanbaar gebied van moeras, veen en heidegrond. Tussen 1900 en 1920 ontstond het buurtschap Halle-Heide door landbouwontginningsprojecten. Pas in 1997 werd Halle-Heide als bebouwde kom erkend. De school werd in 2014 gesloten. Tegenwoordig gaat het gebouw door het leven als Heidehuus, een sociaal-culturele ruimte.

Voormalige Heideschool

Vanaf Halle-Heide doorkruisen we het landschap over verharde wegen en zandpaden. Het wordt inderdaad langzaam glooiender en minder rechttoe rechtaan. De wilgenkatjes zien we overal oppoppen. De koolmezen, pimpelmezen, vinken en merels zingen uit volle borst hun lied en vliegen voor ons uit van boom naar boom.

Dan komt Landgoed Slangenburg in zicht. Bosgebied en wetland wisselen elkaar af. Het speenkruid bloeit volop. We zien de eerste andere wandelaars. Bij een richtingaanwijzer waar vier armen de voorbijganger verschillende richtingen op wijzen volgen wij de de arm ‘kasteel’.

Op Landgoed Slangenburg

In de verte, aan het einde van de lange kasteellaan zien we het kasteel liggen. Het is nog een hele tippel. Op een bankje onderweg eten we onze lunch met uitzicht op natte natuur en een authentiek hekje. Als vogelliefhebber is hier waarschijnlijk veel te spotten. Op een doordeweekse dag dan. Op deze zaterdag zijn we zeker niet de enige wandelaars op landgoed Slangenburg.

Lunchuitzicht op Landgoed Slangenburg

In de buurt van het kasteel komen we sporen van kabouters tegen. Op diverse boomstronken zijn deurtjes te zien. Kabouter Gerard woont er, maar er zijn ook een jamfabriek en een verhuishulp gevestigd. Ik sluit niet uit dat er meer deurtjes waren, waar ik niets vermoedend voorbij ben gelopen.

Sporen van kabouters

Bij het kasteel is het een drukte van belang. Mensen zitten op bankjes en drinken – jawel – koffie. Deze kans grijpen we met beide handen aan en bij het uitgiftepunt kopen we twee cappuccino’s die we op een bankje aan de slotgracht opdrinken.

Kasteel Slangenburg

Dat hier meer wandelaars zijn, is niet zo vreemd. Ook het Pieterpad blijkt hier langs te lopen. Over smalle weggetjes lopen het Graafschapspad en het Pieterpad enkele kilometers gelijk op. De kans is groot dat we hier dit jaar nogmaals wandelen, alleen dan met het Pieterpad. Als de twee paden scheiden, kruisen we de A18 en lopen door een af en toe glooiend bosgebied met klootschietroutes naar Doetinchem.

Klootschietroutes

We wandelen om de Vijverberg heen, het stadion van De Graafschap. Er is geen wedstrijd en het stadion ligt er verlaten bij. Ooit stond hier een hotel met dezelfde naam dat daadwerkelijk op een kleine berg gebouwd was. Die berg ontstond toen omdat voor de bouw van dat hotel een aantal vijvertjes dicht gegooid moesten worden.

Het station is nu niet ver meer. Via de Spoorstraat komen we weer bij onze auto. De parkeerplaats is een stuk voller, ook in het stationsgebied en op de nabijgelegen skatebaan is het druk. Het mooie lenteweer lokt de mensen naar buiten. Het was een prachtige wandeldag voor een mooie etappe. Volgende keer naar Doesburg.

Benieuwd naar de andere etappes van het Graafschapspad? Mijn wandelervaringen tot nu toe vind je hier.

Vrijheijtpad: door het buitengebied van Elburg

Route: Klompenpad Vrijheijtpad
Afstand: 14 km (zonder verlenging 11 km)
Start: Havenkade 21 Elburg (parkeerplaats De oude Vos)
Eind: Havenkade 21 Elburg (parkeerplaats De oude Vos)

Vorig jaar liepen we het Eekterpad bij Oosterwolde. Bij Elburg waren toen net twee nieuwe Klompenpaden geopend, we wandelden een tijdje gelijk op met één van die twee: het Vrijheijtpad. Sinds die wandeling staat dit pad op mijn nog-te-wandelen lijstje. Op een vroege zondagochtend met af en toe een buitje is het zover.

Op een parkeerplaats bij de haven zetten we de auto neer en doen onze wandelschoenen aan. Een hondenuitlater komt aanlopen en begint een praatje. Hij gaat ervan uit dat we vissers zijn. Dat we niet in het groen gekleed zijn, geen hengels of een enorme paraplu bij ons hebben, doet niets af aan zijn beeld. We wijzen op onze rugzakken en wandelschoenen en dan valt het kwartje pas. Als we van de parkeerplaats naar het beginpunt van het pad lopen, begrijpen we waarom hij die associatie had. In de haven zijn op deze vroege zondagochtend veel vissers te vinden die vast hun auto’s op dezelfde parkeerplaats hebben gezet.

Een van de stadspoorten van Elburg

We lopen de route met de klok mee. Dat betekent dat we eerst een stukje stadswal meepakken. Deze wandeling komt niet binnen de stadsmuren van het oude vestingstadje. Voor ons geen probleem. Elburg kennen we van o.a. het Westerborkpad. Voor wie de stad niet kent, maak aan het einde van je wandeling zeker even een rondje door het oude centrum. Het is de moeite waard.

Grote of Sint-Nicolaaskerk

Met zicht op de stompe toren van de Grote of Sint-Nicolaaskerk verlaten we de stadswal en worden meteen een drassig weiland ingeleid. Over zeven bruggetjes (het pad heet ‘De zeuven vondertjes’) lopen we naar De Vrijheid, een wijk van Elburg en tevens naamgever van dit pad. In de 14e eeuw lagen hier twee buurtschappen met dezelfde naam: De Groote Vrijheid en De Kleine Vrijheid. Een Vryheit is het rechtsgebied dat tot de stad behoort.

Over de Tempelweg verlaten we de stad. Op het onverharde pad, geflankeerd door wilgen kwetteren de vogels naar hartenlust. Hier en daar zien we de eerste blaadjes voorzichtig verschijnen. De lente komt eraan. We komen uit op de Melksteeg. Over deze smalle weg liepen boeren vroeger naar de graslanden in de polder om daar hun koeien te melken.

Tempelweg

Langs een bijenhouder die eigen honing verkoopt en gratis onkruid aanbiedt (wel zelf plukken), komen we in de buurt van Oosterwolde. Hier zien we de markering van het bekende Eekterpad en lopen een tijdje gelijk op. Als we Oostendorp naderen slaan we af voor de routeverlenger die ons via een klein paadje langs een industrieterrein naar Landgoed Zwaluwenburg brengt. Het landhuis stamt uit 1728 en wordt beschouwd als een van de fraaiste 18e-eeuwse landhuizen van Gelderland.

Zwaluwenburg

Dit is bekend terrein, het Westerborkpad loopt hier ook en als we later neerstrijken op een bankje in de Dr. A. Vogeltuinen (vrij toegankelijk) denk ik terug aan de Groene Wissel die ik hier jaren geleden liep. De wandeling werd toen begeleid door harde knallen van het nabijgelegen militaire oefenterrein. Vandaag is het stil. De kruiden en planten die hier op ecologische wijze worden gekweekt moeten nog uit hun winterslaap komen, op enkele narcissen en helleborussen na. Over een paar maanden ziet het er hier heel anders uit.

Dr. A. Vogeltuinen

Via Landgoed Schouwenburg, waar koningin Juliana regelmatig logeerde bij haar hofdame Jacoba Catharina van Sytzama, komen we op echt boerenland uit. Op het drassige weiland proberen we zoveel mogelijk de modder en mest te omzeilen. Langs een sloot en door een paardenweide is dit een uitdaging. Met bemodderde schoenen komen we op een asfaltweg uit die ons weer naar Oostendorp leidt.

We lopen een stukje langs de Zuiderzeestraatweg om vervolgens over een klein paadje langs sportvelden weer richting Elburg vesting te slingeren. We blijven aan de overkant van het water lopen en met een bocht om de vesting heen komen we weer bij de haven uit. Het aantal vissers is flink toegenomen en ook het publiek is danig gegroeid. Dagjesmensen blijven staan, locals kijken toe, half hangend op hun fietsen.

Zuiderzeestraatweg

Op de klompenpadensite zijn de meningen verdeeld over dit pad. Vooral het stuk langs de Zuiderzeestraatweg wordt als teleurstellend ervaren. Wij kijken terug op een mooie afwisselende wandeling. Onverwachte paadjes door weilanden met leuke bruggetjes worden afgewisseld met kleine plattelandsweggetjes, verschillende landgoederen en inderdaad een drukke weg. Wij liepen er op zondagochtend. Toen was die weg waarschijnlijk lang niet zo druk als anders. Het is echter een klein gedeelte van de route. Als ik thuis mijn bemodderde schoenen uit de auto haal, is het zeker niet de drukke weg waar ik als eerste aan denk.

Leuke paadjes en overstapjes

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.