Marskramerpad etappe 1: Bad Bentheim – Oldenzaal

Route: Marskramerpad
Afstand: 28 km
Start: Station Bad Bentheim
Eind: Centrum Oldenzaal

In Nederland is het Marskramerpad gemarkeerd met de wit-rode streep.

Vorig jaar wandelde ik twee dagen mee met een vriendin die in 5 weken het Pieterpad liep. Helemaal enthousiast besloten we toen om samen een langeafstandswandeling te doen, niet achter elkaar maar in weekendjes. Het werd het Marskramerpad, dat Nederland van oost naar west doorkruist. Het pad zou ons in streken brengen waar we niet vaak komen. In een weekend in maart staan de eerste twee etappes op het programma.

In de mist vertrekken we al vroeg met de trein naar Bad Bentheim. Sinds kort rijdt er een stoptrein van Hengelo naar Bielefeld. Ideaal voor wandelaars van het Marskramerpad. Nog voor negenen komen we aan in de Duitse plaats. Ook hier is het nog mistig waardoor we de beroemde burcht – de start van het Marskramerpad – enkel in nevelen gehuld zien.

De burcht van Bad Bentheim

Het Duitse gedeelte van het Marskramerpad valt samen met de Handelsweg (Töddenweg) die van Oldenzaal naar Osnabrück loopt en is gemarkeerd met een witte T op een zwarte achtergrond. Tödde is het Duitse woord voor Marskramer. In Bad Bentheim is het even zoeken naar de T, maar als we hem gevonden hebben, lopen we al snel Bad Bentheim uit. We komen door bos en over landweggetjes waar je mooie vergezichten hebt over het glooiende landschap. De zon is inmiddels doorgebroken en de rest van de dag lopen we onder een strakblauwe hemel, in korte mouwen.

Een Duitse paddenstoel voor Gildehaus

 

De witte T markeert het Duitse gedeelte van het Marskramerpad

Na een kilometer of 5 komen we in Gildehaus aan waar we op zoek gaan naar Kaffee und Kuchen. We verlaten de route en volgen de bordjes Ortsmitte. In het uitgestorven dorpje vinden we een bakkertje met terras. Met een cappuccino en lekkers gaan we aan één van de twee tafeltjes zitten. Dit voelt als vakantie! Aan het andere tafeltje zit een oudere dame. Ze vraagt nieuwsgierig waar we heen lopen en dan blijkt dat ze 30 jaar in Noord-Holland heeft gewoond. Onder het mom van ‘dan spreek ik weer eens Nederlands’ komt ze steeds met nieuwe vragen. Als onze koffie op is, maken we aanstalten om verder te gaan. Het is nog een eindje. Ze ziet ons met lede ogen vertrekken.

Typisch Duits landschap

Langs de Ostmühle, een oude molen, verlaten we Gildehaus. Over stille weggetjes, door bossen, langs spoorlijnen en windmolens lopen we richting Nederland. Het lijkt wel zomer, wat een heerlijk weer, heel anders dan afgelopen weken. De grens met Nederland nadert en daarmee ook het befaamde bruggetje over de Dinkel. Ons ‘Vrienden op de fiets’-adres van die avond had ons gewaarschuwd dat de Dinkel hoog stond. Wandelaars die het weekend daarvoor bij hen logeerden, moesten 5 kilometer omlopen. Gelukkig zien we het witte bruggetje duidelijk liggen. Het pad ernaartoe is vochtig en we moeten een aantal keren door grote plassen waden. We kunnen ons goed voorstellen dat het hier een week geleden blank stond. Gelukkig kunnen we nu doorlopen.

Het pad naar het bruggetje over de Dinkel (in de verte)

Bij het bruggetje delen we een picknicktafel met een Duits stel dat met de kano is gekomen. Een oudere Nederlandse fietser ziet de kanoërs en vertelt in zijn beste Duits enthousiast over die keer lang geleden dan hij in 3 dagen 40 km in Luxemburg kanode. “Drei Tage Muskelschmerzen!”, beëindigt hij zijn verhaal. De kanoërs lachen en stappen dan soepel in hun kano’s.

Het bruggetje over de Dinkel met rechts de kano’s

Wij lopen verder langs een (gesloten) ijsboerderij, over karrensporen, wegen met bijzondere namen zoals het Rotboerpad, langs bosranden met herten en uiteindelijk komt Oldenzaal in zicht. We zijn er echter nog niet. Met een omtrekkende beweging zien we het glooiende gebied rond Oldenzaal. Wat is Twente mooi, ook in maart als de meeste bomen nog kaal zijn.

Het Rotboerpad

Vlak voor Oldenzaal geeft een wegwijzer aan dat Scheveningen nog 336 km is, maar Bad Bentheim 25 km. De kop is eraf. Op de Grote Markt in Oldenzaal vinden we een plekje op een van de volle terrasjes. Het lijkt wel zomer! Na een welverdiend drankje zoeken we ons Vrienden op de fiets-overnachtingsadres op. In een klein rijtjeshuis worden we enthousiast ontvangen. De vrouw des huizes leidt ons naar een gezamenlijke grote tuin achter 11 woningen. Het blijkt een woongemeenschap waarbij de bewoners van de 11 huizen gezamenlijk betalen voor een 12e gemeenschappelijke woning. Dit huis wordt gebruikt voor gemeenschappelijke activiteiten maar ook als Vrienden op de fiets-overnachtingsadres. We hebben dus een heel huis voor onszelf. Een bijzondere afsluiting van een schitterende etappe.

Scheveningen nog 336 km

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Advertenties

Elke Maand Een … | Het klooster van Rheine

Elke Maand Een: Museum
Museum: Kloster Bentlage
Waar: Rheine, Duitsland

Toegang naar Kloster Bentlage

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

We beginnen ons lange weekend in Rheine, waar we het Klooster Bentlage willen bezoeken. In dit klooster is tegenwoordig een museum gevestigd met o.a. moderne kunst. Het ligt buiten het stadje en dus pakken we, na een rondje door het centrum van Rheine, de auto. Als we op een groot parkeerterrein aankomen, blijkt het klooster nog een eindje lopen. We volgen de bordjes en staan dan onverwacht te midden van oude vakwerkhuizen en hoge bouwwerken van takkenbossen.

Indrukwekkend gradeerwerk

We blijken op het terrein van de voormalige zoutwininstallatie terecht te zijn gekomen: het Salinenpark. Tot in 1952 werd hier zout geproduceerd. In de 18e en vroege 19e eeuw was zout uit Rheine een begeerd handelsgoed. Tegenwoordig staan de historische gebouwen er nog, met als blikvanger het gradeerwerk. Dit zijn twee hoge muren van takjes sleedoorn, waardoor men water laat sijpelen. Onder invloed van warmte, zonlicht en wind verdampt het water en neemt het zoutgehalte in het water toe.

Water sijpelt door takjes sleedoorn

Wij lopen er langs en verwonderen ons over deze verrassende bouwwerken. Een leuke bonus, onderweg naar het museum. Over een bospad komen we uiteindelijk bij het klooster uit. Het blijkt er verrassend druk. Dames in feestjurken, heren in pak, allemaal gaan ze de deur door en de lange gang in. In het klooster blijkt een bruiloft gaande. Maar “het museum is gewoon open”, verzekert een medewerkster ons, die achter de balie bij de ingang zit. Op haar aanwijzing lopen we door dezelfde lange gang en worden enthousiast ontvangen door de twee heren achter de museumbalie.

Kloster Bentlage

Een museumbezoek kost 5 euro per persoon, leggen ze uit, maar als we een kortingskaart hebben maar 3 Euro. De jongere man somt op waarmee we korting kunnen krijgen: een seniorenkaart, een studentenkaart, een vrienden van het kloosterkaart en nog veel meer. Verwachtingsvol kijkt hij ons aan. Ik moet hem teleurstellen, we zijn geen studenten meer, geen senioren en ook geen kloostervrienden.

Nadat we betaald hebben, komen we als eerste in een vleugel waar in zijkamers de geschiedenis van het klooster verteld wordt. Het klooster stamt uit 1437 en heeft in de eeuwen die volgden heel wat meegemaakt. De leden van de Orde van het Heilig Kruis stichtten het. De kruisheren voerden een bescheiden handel in de zoutwinning. In de 19e eeuw bouwde een adellijke familie het klooster om tot kasteel. Tegenwoordig is het een museum, kun je er overnachten, high teaën in het museumcafé en is het dus een trouwlocatie. Ook is het Europese Sprookjesgenootschap al meer dan 50 jaar in het klooster gevestigd.

Wat ons het meeste bijblijft van de tentoonstelling zijn de twee laatmiddeleeuwse relikwieëntuinen. In een duistere kamer worden twee enigszins lugubere voorstellingen uitgelicht. Honderden botten en schedels van heiligen zijn bijeengebracht en te midden van kunstbloemen om Jezus aan het kruis gerangschikt. Ze stellen het Hof van Eden en de Calvarieberg (Golgotha) voor. Op de stukjes perkament naast een relikwie is de naam van de heilige geschreven aan wie het botje ooit toebehoorde. De oudere heer van de balie is met ons meegelopen en vertelt dat elke relikwie een echtheidsverklaring heeft, voor zover dat mogelijk is. De twee ‘tuinen’ waren bijna bij het vuilnis beland.

Op de eerste verdieping is een wisselende tentoonstelling van moderne kunst. Op dit moment hangen er vele modernistische schilderijen van plaatselijke kunstenaars. Kubistische, expressionistische en dadaïstische werken wisselen elkaar af. De schilderijen komen mooi uit in deze bijzondere expositieruimte. Boven ons de oude balken van het museum en onder onze voeten donkere eeuwenoude, ongelijke planken. De werken hangen in de grote ruimte, maar ook in de oude cellen van de monniken. Door een rooster in een hoek van het vertrek komt een haardvuurgeur ons tegemoet. Er hangt hier een bijzondere sfeer, ik snap heel goed waarom dit een populaire expositieruimte is.

Op de eerste verdieping is een wisselende expositie

We zijn op dit moment de enige bezoekers en de oudere heer van de balie, die inmiddels ook naar boven is gekomen, popelt om wat meer te vertellen. Op mijn vraag of het altijd zo rustig is, vertelt hij enthousiast dat er dagen zijn geweest dat er wel 900 bezoekers waren. Waarom er nu bijna niemand is? “Ze zijn waarschijnlijk te druk met het voorbereiden van Sylvester”.

Als we weer bij de balie komen, blijkt dat we met het kaartje ook toegang hebben tot het Josef Wincklerhaus. Het geboortehuis van de auteur Josef Winckler (1881 – 1966) is nu een museum en blijkt op het salinenterrein te staan. Hoewel we de schrijver niet kennen, nemen we toch een kijkje in het kleine museum. Zijn bekendste werk blijkt de schelmenroman Der tolle Bomberg (1923) en zegt mij, om heel eerlijk te zijn, niets. Ik word echter wel nieuwsgierig als ik lees dat het boek inmiddels 750.000 exemplaren kent en verfilmd is.

Josef Wincklerhaus Rheine

En zo krijgen we bij ons bezoekje aan het klooster een uitgebreide geschiedenis van Rheine cadeau. Het klooster en het Salinenpark zijn zeker een bezoekje waard. Je kunt het combineren met de Naturzoo, de dierentuin van Rheine, die naast het park ligt. In het voorjaar en de zomer lijkt me dit een fijne plek om – zeker ook met kinderen – een middag door te brengen. En dat op nog geen half uur rijden vanaf de Nederlandse grens.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Wandelen op de Teutoschleifen | Bevergerner Pättken

Route: Teutoschleifen | Bevergerner Pättken
Afstand: 7 km
Hoogtemeters↑↓: 83 meter
Start: Bevergern bij een tuincentrum aan de Holtkamp
Eind: Bevergern bij een tuincentrum aan de Holtkamp

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

Op nieuwjaarsdag miezert het en besluiten we een korte rondwandeling te doen, voordat we weer terugrijden naar Nederland. Het wordt de Teutoschleife Bevergerner Pättken, die twee kanalen aandoet, door het plaatsje Bevergern loopt en nog een ‘berg’ meepakt. De regen zet niet door en met af en toe wat zon is het eigenlijk prima wandelweer.

Een Teutoschleifen-bankje kijkt uit op het kruispunt van de 2 kanalen: de ‘Nasses Dreieck’

In Bevergern vinden we een parkeerplaats bij een tuincentrum dat op nieuwjaarsdag gesloten is. Op het in het wandelgidsje aangegeven adres konden we geen parkeerplaats vinden. We zijn vlak bij het Dortmund-Ems-Kanal en lopen al snel langs het opvallend groene en heldere water. Eén binnenvaartschip ligt eenzaam aan de kade. Op andere dagen is het hier waarschijnlijk een stuk drukker.

Een eenzaam binnenvaartschip in het Dortmund-Ems-Kanal
Het water is opvallend helder

We steken het kanaal over via de historische voetgangersbrug ‘Bergeshöveder Steg’ en zien vanaf de brug de ‘Nasses Dreieck’ liggen. Hier eindigt het Mittellandkanal, dat helemaal naar Magdeburg loopt, in het Dortmund-Ems-Kanal. Lange tijd was dit HET centrum van de binnenvaart met Gaststätten en winkels. We lopen langs een sluis naar de overkant waar een informatiepaviljoen staat, waarin de geschiedenis van het kanaal te lezen is.

De Bergeshöveder Steg
De sluis met rechts het informatiepaviljoen

We lopen een tijdje langs het Mittellandkanal en duiken dan het bos in. Een stijgend paadje voert ons naar de Huckberg, met 96 meter het hoogste punt hier. Deze ‘berg’ is de meest westelijke punt van het Teutoburgerwald. Het pad daalt en stijgt en regelmatig hebben we een mooi uitzicht over de omgeving. Uiteindelijk komen we weer uit bij het Dortmund-Ems-Kanal. We passeren de sluizen van Bevergern die dagelijks ongeveer 40 binnenvaartschepen helpen het hoogteverschil van 10 meter te overbruggen.

Uitzicht vanaf de Huckberg

Aan de overkant wandelen we een stukje terug langs het kanaal en slaan dan af naar het plaatsje. Over kleine paadjes komen we in het centrum terecht waar we – zonder al te veel hoop – op zoek gaan naar koffie. Er blijkt slechts één hotel-restaurant open te zijn. Het interieur stamt nog uit de jaren 70 en op de barkrukken zitten 10 oude mannen. Achter de bar staat een ouder echtpaar. Ze lijken het heel gezellig te hebben. Als wij binnenkomen verstomt het gesprek en kijken 12 paar ogen ons aan.

Een kort knikje is het antwoord op de vraag of ze wel open zijn. Als de oudere mevrouw van achter de bar naar ons tafeltje komt, blijkt ze zeer vriendelijk. Cappuccino kan ze ons schenken, maar Kuchen heeft ze helaas niet op deze nieuwjaarsdag. Morgen weer, zegt ze met een glimlach. Wij laten de koffie ons smaken. Als we vertrekken wordt ons auf Wiedersehen met enthousiasme beantwoord.

Het is nog een klein stukje naar de auto. We lopen via het Nonnenpättken, een oude vluchtweg voor de cisterciënzer nonnen die vele eeuwen geleden dit pad in woelige tijden gebruikten om van hun buiten de stad gelegen klooster Gravenhorst binnen de stadsmuren te komen. In een miezerregenbui bereiken we de auto en sluiten een mooie en historisch interessante rondwandeling af.

Het Nonnenpättken

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Canyon Blick
Teutoschleife Dörenther Klippen

Wandelen op de Teutoschleifen | Dörenther Klippen

Route: Teutoschleifen | Dörenther Klippen
Afstand: 9,3 km
Hoogtemeters↑↓: 405 meter
Begin: Wanderparkplatz Bocketal
Eind: Wanderparkplatz Bocketal

De Teutoschleifen lopen deels over de Hermannshöhen (H)

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

Het is oudjaarsdag 2018. De Duitsers maken zich klaar voor Sylvester, wij trekken erop uit. Het is mistig, maar droog en met 11 graden helemaal niet koud. We wandelen vandaag de Teutoschleife Dörenther Klippen en beginnen op de parkeerplaats vlakbij Brochterbeck. We zijn niet de enigen. Gelijk met ons komen er zeker 15 andere auto’s aan. Mannen en vrouwen in felgekleurde hardloopkleding stappen uit en vormen een groep die steeds groter wordt.

Wanderparkplatz Bocketal

Wij laten ze gezellig bijpraten en beginnen onze wandeling. Het is een stuk minder modderig dan gisteren bij de Teutoschleife Canyon Blick, het is dan ook veel rotsachtiger. Dit loopt wel zo prettig. We zijn op weg naar markante zandsteenrotsen, de Dörenther Klippen. Verschillende rotsen hebben namen gekregen zoals Das Hockende Weib en de Dreikaiserstuhl.

De mist geeft een bijzondere sfeer

We lopen over een klein paadje langs de bosrand en passeren twee onbewaakte spoorwegovergangen. Het pad komt uit bij een boomgaard. Dit is het Obstlehrpfad. De voorbijganger kan hier zijn kennis ophalen over de verschillende fruitbomen en bijvoorbeeld de snoeimogelijkheden. Ik kan me voorstellen dat het hier in de lente erg mooi is, als de fruitbomen in bloei staan.

Langs het Obstlehrpfad

Dan begint het te stijgen. De weg gaat het bos in en de mist tussen de bomen levert mooie plaatjes op. Bij het uitzichtpunt op het Bocketal kunnen we in de grijze verte vaag een wit huisje onderscheiden. Verderop staan we op de Dreikaiserstuhl en zien het bos in de diepte, waar we aan het einde van de wandeling zullen lopen. Het zijn indrukwekkende rotsformaties.

Het uitzicht is vandaag iets minder

We beginnen ons net af te vragen waar de hardlopers eigenlijk gebleven zijn, als we een heel stel aan zien komen. Gezellig kletsend komen er een stuk of 20 voorbij, hun kleding ietwat modderiger dan op de parkeerplaats. Even verderop komen we langs een Ehrenfriedhof midden in het bos. Op deze plek is op 3 april 1945 flinke strijd geleverd tussen de geallieerde troepen, die aan de opmars naar Berlijn bezig waren en het Duitse leger. De mist geeft het geheel een mysterieuze sfeer.

Het Ehrenfriedhof midden in het bos

We dalen een stuk en staan dan aan de andere kant van het rondje dat we maken. Hier gaat de weg scherp omhoog richting Das Hockende Weib. Over rotsen en boomwortels stijgen we gestaag. Het is zaak goed te kijken waar je je voeten zet. We doen ons best om een hurkende vrouw te zien in de rotsen die we voor ons zien, maar helaas. Onze fantasie laat ons in de steek.

Veel rotsen, weinig hurkende vrouwen

De weg voert langs de bosrand en we zien de glooiende weiden met hier en daar een boerderij. Op een bankje eten we de broodjes, die we die morgen vers bij de bakker hebben gehaald. Een langskomende hond met een stok in zijn bek, vindt ons brood er aantrekkelijk uit zien, maar zijn bazin houdt hem in het gareel. “Du brauchst kein Brot, du hast een stökchen”. De hond lijkt niet helemaal overtuigd van deze logica, maar gehoorzaamt toch maar zijn bazin.

Het laatste stuk van de wandeling leidt ons onderlangs de rotspartijen waar we een paar uur geleden nog bovenop stonden. Het bos is hier groen en ruikt naar regen en frisse lucht, heerlijk! We nemen nog een stuk trimparcours mee en zien dan de parkeerplaats weer liggen. Het was een mooie wandeling en door de mist zelfs wat mysterieus.

Onderweg komen we hier en daar nog een paddenstoel tegen

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven. Deze wandeling was grotendeels onverhard, met geregeld rotsen en boomwortels die het pad vormden. Goede wandelschoenen zijn dan ook geen overbodige luxe.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Canyon Blick
Teutoschleife Bevergerner Pättken

Wandelen op de Teutoschleifen | Canyon Blick

Route: Teutoschleifen | Canyon Blick
Afstand: 11 km
Hoogtemeters ↑↓: 356 meter
Begin: Parkeerplaats Friedhofskapelle Lengerich
Eind: Parkeerplaats Friedhofskapelle Lengerich

De rondwandelingen zijn goed gemarkeerd

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van  Rheine naar Marsberg loopt.

We beginnen in een rij bij de enige bakker die open is op zondag in Lengerich. Nadat we de broodjes voor de lunch binnen hebben, parkeren we de auto op de bijna volle parkeerplaats bij de Friedhofskapelle. We zijn niet de enige wandelaars die op pad zijn op deze zondagochtend. Onze eerste kennismaking met de Teutoschleifen staat op het programma.

Friedhofskapelle

Onze wandeling heet Canyon Blick en gaat langs de Lengericher Canyon, een kalksteengroeve t.b.v. de cementproductie. Vandaag de dag is de groeve gevuld met helblauw water, als we de plaatjes mogen geloven. Die Blick is bijna aan het einde van de wandeling. Eerst beginnen we aan een stijging door het bos. Het brengt ons meteen in de bergwandelstemming. We moeten even wennen, maar al snel zitten we er in. Door de modder lopen we gestaag omhoog.

Bovengekomen lopen we een stukje Hermannshöhen. Als ik dit pad nou eens helemaal kon lopen … iets om voor een ander jaargetijde eens te overwegen. In de verte zien we de heuvels als grijze contouren boven de glooiende weiden uitsteken. Het weer is grauw maar niet koud. Een zonnetje had het geheel nog mooier gemaakt. We wijken uit voor drie ruiters die al snel overgaan in galop en de heuvel bestormen die we net aflopen. We zien de volgende kilometers voortdurend hun sporen terug in de modder.

Langs uitkijk/jaag/vogelhutten lopen we langs de bosrand. Als we weer op asfalt uitkomen zien we alpaca’s in de wei staan. Het boekje kondigde het al aan: “Mit etwas Glück: Alpakas am Wegesrand”. Het geluk is duidelijk met ons. In een weiland aan de andere kant van de weg wordt voorbijgangers uitgelegd waarom de alpaca’s niet gevoerd mogen worden. Dat is wat anders dan een bordje met alleen ‘verboden te voeren’. Een goede manier om begrip te kweken.

Verboden te voeren, maar dan anders

Na de lama’s zien we het dorpje Leeden liggen, de wandeling gaat er niet door heen en ook wij besluiten het dorpje rechts te laten liggen. Die koffie komt in Lengerich wel. Er volgt een pittig klimmetje naar het hoogste punt van de Leedener Berg op 202 m. We zien hier de restanten van het Lusthauschen van de plaatselijke pastoor. Tot 1910 wandelde en mediteerde hij hier. Het is ook een mooi uitzichtpunt. Bij helder weer kun je de domtoren van Osnabrück zien liggen. Helaas is het vandaag te heiig.

Blik op Leeden
Restanten van het Lusthauschen op de Leedener Berg

Bergafwaarts gaat het weer. We nemen een kijkje bij de Hermannsbrücke over de snelweg en dalen dan verder af. Door boerenland komen we bij een Ehrenmal uit voor gesneuvelde soldaten in de tweede Wereldoorlog uit verschillende landen. Een man met zoon komen net de trappen op om weer terug te komen op de route. De jongen raadt ons af om al die trappen af te dalen en te beklimmen. “Dort gibt es nur ein Kreuz mit Namen”, zegt hij teleurgesteld en zelfs een beetje boos. Hij had duidelijk wat anders verwacht. Wij nemen toch een kijkje en vinden het eigenlijk wel indrukwekkend, zo midden in het bos, hoog op een rots.

Ehrenmal
Ehrenmal

Op een bankje met uitzicht op de verderop gelegen snelweg eten we onze eerder gehaalde broodjes. Niet het meest idyllische uitzicht, maar het is niet gek om eind december buiten te lunchen met heerlijke Duitse broodjes. Diverse wandelaars komen langs, vele hebben hun hond meegenomen.

Na de lunch is de Canyon niet ver meer. Door weiden en langs de bosrand komen we uiteindelijk op het uitzichtpunt uit. Er staan een paar mensen naar het grijze water te kijken, maar lopen dan snel verder. Wij laten het uitzicht op ons inwerken, de wandeling is niet voor niets hiernaar vernoemd. De kleur van het water in het boekje haalt het echter niet bij de (winterse) realiteit. Verkeerde jaargetijde … Dan lopen we ook verder. Langs een aantal beelden in het bos van het Skulpturenpark komen we weer bij de kapel uit. De parkeerplaats is nog voller en jong en oud wandelt af en aan. Een populaire wandeling zo vlak voor Sylvester. En terecht!

De Lengericher Canyon

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven. Deze wandeling was grotendeels onverhard en, na een aantal fikse regenbuien, knap modderig. Goede wandelschoenen zijn dan ook geen overbodige luxe.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Dörenther Klippen
Teutoschleife Bevergerner Pättken

Ever tried to climb this?

Ever tried to climb this? vroeg een onbekende. Hij of zij had in een duidelijk leesbaar handschrift zijn vraag achtergelaten op een stalen constructie die de overkapping van het perron ondersteunde. Mijn antwoord was een volmondig Nee! En ik ga er vandaag ook niet aan beginnen, voegde ik er in gedachten aan toe.

Het is woensdagochtend, midden-augustus en stralend weer. Een uur daarvoor was ik vanuit een klein Noord-Duits plaatsje op de trein gestapt naar Hamburg, in de hoop daar tickets te bemachtigen richting Nederland. De Deutsche Bahn medewerkster had meegedacht en via 5 overstappen zouden ik en mijn volgeladen fiets in Nederland geraken. Die dag nog. Regionalbahn was het toverwoord. Met een cappuccino-to-go en een zoet broodje wachtte ik op mijn trein richting Bremen.

Ever tried to climb this? Ik had er überhaupt niet over nagedacht dat je deze constructie ook zou kunnen beklimmen. Maar voor de avonturier onder ons is het waarschijnlijk een koud kunstje. Erg ver kom je echter niet. Binnen een paar meter kom je bij het dak. Het uitzicht is niet veel beter dan hier beneden. Treinen, rails, reizigers en af en toe een vakantiefietser.

Wie was de onbekende vragensteller? Heeft hij de constructie echt beklommen? Of is het niet verder gekomen dan een gedachte? Een wachtende reiziger, aan het einde van de dag. Hij (het is vast een ‘hij’) komt uit zijn werk en is op weg naar huis. Zoals elke dag neemt hij zijn vertrouwde plekje in, naast de constructie. Hij staart voor zich uit, zijn gedachten mijlenver weg.

Een jongetje huppelt langs aan de hand van zijn moeder. “Mag ik daarop klimmen, mama?” vraagt hij en hij wil al naar de constructie toelopen. “Nee joh”, zegt zijn moeder, “dat is niet om in te klimmen. Dit is een station, geen speeltuin.” Moeder en zoon lopen verder, maar hebben iets wakker gemaakt in de wachtende reiziger. Hij bekijkt de constructie met hele andere ogen.

Uit zijn tas pakt hij een viltstift en schrijft zijn gedachte op. In het Engels … eigenlijk vrij ongebruikelijk voor een Duitser.

Dus misschien was de vragensteller wel een heel ander persoon. Een Amerikaanse toerist op doorreis, een baldadige internationale student die daadwerkelijk naar boven is geklommen. Of wellicht een vakantiefietser die die dag op zijn tweede station aanbeland was en nog vele treinen in het verschiet had … en vele wachttijden.

Wie het ook was, er rest nu slechts een vraag. Een vijfwoordenzin die mensen op ideeën brengt, ze aanspoort om anders naar hun omgeving te kijken en zelfs bloggers inspireert.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Fiets in de trein

Treinleven

Stel je voor

Stel je voor: je staat op het perron met je fiets volgepakt met minimaal twee voor- en twee achtertassen. Net heb je de lift genomen om in de spoortunnel te kunnen komen. Het oude vrouwtje met rollator, dat aan kwam lopen toen jij al in de lift stond, wilde heel graag met je mee in de lift en was enigszins gepikeerd dat dat niet paste. Vanuit de spoortunnel nam je een tweede lift om op het perron te komen. Nu wacht je op de trein die je op je Duitse plek van bestemming zal brengen. Of in ieder geval een stukje in de goede richting, er wachten je namelijk nog drie overstappen.

Met de fiets in de trein

Met de fiets in de trein. Het kan in Nederland, Duitsland, België, Luxemburg en nog veel meer andere landen. Dat is fijn en handig. Het scheelt je als fietser enorm veel tijd. Maar reizen met een fiets in de trein brengt ook uitdagingen met zich mee. Altijd. Althans wel die keren, afgelopen jaren, dat ik het deed. Geen enkele reis is hetzelfde, geen enkele conducteur is hetzelfde en ook de medereizigers die met hun fietsen de reis ondernamen, zijn stuk voor stuk anders. Het mag met recht een avontuur genoemd worden.

Vier vakanties ervaring heb ik inmiddels. De eerste reis vanuit Luxemburg, de laatste vanuit Noord-Duitsland. In Luxemburg had ik nog geen fiets-in-trein ervaring en was ik blij dat mijn fiets überhaupt een plekje vond op het balkon. Samen met nog een aantal andere fietsen, waardoor er niemand meer in of uit kon. Vanuit Noord-Duitsland reisden we met enkel regionale treinen, wat een luxe bleek te zijn voor de vakantiefietser.

Luxemburg en België

De Luxemburgse trein leek veel op de Nederlandse, alleen een paar decennia ouder. Fietsen konden in principe op het balkon staan, maar als het er meer dan drie werden, kon je er eigenlijk niet meer in of uit. Tassen konden we er niet kwijt en stonden opgestapeld op het bankje tegenover ons. Gelukkig was het niet druk en de andere fietsers hadden dezelfde constructie bedacht. Wij hadden net de Vennbahn gefietst, de smokkelroute door Duitsland, België en Luxemburg over een oud spoorwegtracé en zagen een deel van de door ons gefietste route langs ons heen flitsen, terwijl we in rap tempo naar België reden.

In de Belgische trein was een apart rijtuig gereserveerd voor de fietsen. De conducteur had de sleutel en tijdens de rit mochten reizigers niet bij hun fietsen blijven. Geen probleem en lekker makkelijk. Diefstal werd zo ook lastig. Bij krappe overstaptijden ben je wel weer afhankelijk van de man met de sleutel, maar die wil over het algemeen ook weer verder. Geen enkel probleem dus.

Duitsland

Het fietsgedeelte in de Duitse intercity

En dan de Duitse treinen. Hier ligt mijn meeste ervaring en ook de meeste avonturen. In de intercity’s is reserveren voor je fiets verplicht. Er is beperkt plek in de speciale fietsgedeelten van de coupés. Je fiets hang je aan of zet je in de speciale haken. Bagage kan er meestal niet op blijven maar kun je naast je fiets kwijt.

Nadeel is dat niet iedereen zich aan de nummers houdt die zijn toegewezen in de reserveringen. Bepaalde plekken hebben nu eenmaal de voorkeur boven andere. Ik zet ook liever mijn fiets in een lage stalling, dan dat ik het voorwiel aan een haak in de buurt van het plafond moet hangen. Daarnaast heb ik de ervaring dat reserveringen ook wel opgeheven worden. Onder het mom van ‘zie maar dat je een plekje kunt bemachtigen’ stap je dan met zwaarbeladen fiets de trein in.

Intercity’s hebben een hoge instap en een smalle deur en een nauw gangetje waardoor je je fiets naar binnen moet wurmen. Instappen bij regionale treinen daarentegen zijn meestal gelijkvloers en de doorgangen zijn breder. Ook merkten we, toen we afgelopen zomer zonder reservering met enkel regionale treinen vanuit Noord-Duitsland terugreden naar Nederland, dat bepaalde Bundesländer hun regionale treinen uitrusten met een compleet fietsrijtuig.

Op station Hamburg Harburg rijden regionale treinen met aparte fietscoupés

Enkel haken, standaards en stangen om je fiets in te zetten, aan te hangen of tegen aan te laten leunen. Ideaal! Dertig fietsen konden er zeker staan. Op onze reis was het niet druk, waardoor we 10 uur en 5 overstappen later geen enkel stuk bagage van de fiets hadden hoeven halen. Ook kwamen we keurig op tijd aan op ons eindstation.

Een ervaring die maakt dat ik volgende keer weer met regionale treinen wil reizen. Zeker na ons akkefietje in Almelo vorig jaar met de intercity. Vanuit Denemarken reisden we toen terug naar Nederland, met een Duitse trein. In Almelo stapten we over op een Nederlandse trein. De bagage stond al op het perron, de fietsen nog in de trein. Toen gingen de deuren dicht en reed de trein weg. Gelukkig stond ik ook op het perron en mijn medefietser nog in de trein, waardoor het allemaal nog goed kwam. Maar dit is de nachtmerrie van elke fietser en was voor mij bijna de reden om niet meer met de fiets in de trein te reizen.

Maar ja, het is zo makkelijk en je komt zo veel verder. Dus dit jaar, toen het Almelo-akkefietje iets minder vers in het geheugen lag, toch weer een fiets-treinreis geboekt. Naar Rostock ditmaal (en vanuit daar naar Zweden), wederom met de intercity. Helaas bleek de tweede trein überhaupt geen fietsrijtuig te hebben waardoor de fietsers hun fietsen kwijt moesten in een gewoon rijtuig met bankjes en tafeltjes. Hangend aan het voorwiel bevestigden wij onze fietsen met de spin aan de bagagerekken, nadat we hem, zonder bagage, met moeite door het gangpad hadden gemanoeuvreerd. De tafeltjes waren opgeklapt, waardoor er bij zo’n vierzitsbankje net plek was voor twee fietsen.

De niet fietsende reiziger keek vreemd op toen het rijtuig bevolkt bleek door op hun achterwiel balancerende fietsen. Dit soort gevallen verenigt wel de vakantiefietser. Iedereen helpt elkaar met bagage en ophangen van fietsen. Ook bij het uitstappen worden van alle kanten helpende handen uitgestoken. Dat is het positieve aan dit soort situaties, het maakt het contact een stuk makkelijker. En de met de trein reizende vakantiefietser is over het algemeen geïnteresseerd in zijn collega-fietsers. De afgelopen vier fietsvakanties hebben we dan ook veel verhalen gehoord (en verteld) in de trein. Het maakt de reis onzeker, onverwacht, maar ook zeker interessant en avontuurlijk.

Nederland

Nederlandse treinen tenslotte kunnen nog wat leren van de Duitse regionale treinen – en toegegeven – ook van de Duitse intercity’s. Aparte fietsgedeelten ben ik nog niet tegengekomen in de Nederlandse trein. Op het balkon zijn per treinstel drie plekken gereserveerd voor fietsen. Dat is het. Als het vol is, is het vol. Reserveren is niet mogelijk. Gelukkig is de manoeuvreerruimte in de Nederlandse trein wel een stuk ruimer dan in de Duitse intercity. En als je een vroege of late trein pakt is er vaak ook genoeg plek.

Dus

Treinreizen met de fiets is dus per land, maar ook per trein een verrassing. Het beste is om zonder verwachtingen in te stappen en de avonturen onderweg over je heen te laten komen. Het loopt altijd anders dan je denkt en dat levert leuke verhalen op voor later (of voor een blog). Waar we volgend jaar heengaan, weet ik nog niet. Maar beginnen of eindigen met een treinreis sluit ik zeker niet uit.

 

Het eendaagse-stedentrip-museum

Kunstmuseum Pabla Picasso Münster

Een indrukwekkende trap strekt zich voor ons uit. De aarderode muren en de grote ramen doen de lichte treden nog beter uitkomen. Een enkele bezoeker klimt langzaam hoger en hoger naar de eerste tentoonstellingsruimte. Dit moet ik vastleggen, schiet er door mijn hoofd en ik pak mijn telefoon uit mijn tas.

Nadat het beeld op het scherm mijn goedkeuring kan wegdragen, zie ik beweging in mijn linkerooghoek. De suppoost die net onze kaartjes heeft gecontroleerd staat aan de voet van de trap te gebaren. Hij wijst naar de bordjes die naast hem hangen. Op een ervan staat een fototoestel met een streep erdoorheen.

Ik had ze wel gezien maar niet geregistreerd. Mijn medemuseumbezoeker draait zich naar de man toe en reageert met een grote glimlach. Hij spreekt de geruststellende woorden “Das war das letzte Foto”. De suppoost steekt zijn duim omhoog en lacht zijn tanden bloot. Het uniform herbergt onverwachte vriendelijkheid.

We bevinden ons op de Picassoplatz in het Duitse Münster en zijn toe aan het culturele deel van onze eendaagse stedentrip: een bezoek aan het Kunstmuseum Pablo Picasso Münster. Een jaar eerder voerde onze stedentrip-voor-een-dag ons naar Osnabrück, alwaar het Felix-Nussbaum-haus een verpletterende indruk maakte. Met hooggespannen verwachtingen beklimmen we nu de treden naar de werken van Henri Matisse.

In de schetsen die aan de muren hangen, wordt in enkele lijnen een gezicht uitgebeeld. Meerdere gezichten hangen naast elkaar, bijna hetzelfde. Een net wat andere uitdrukking. De lippen bestaan uit een enkele streek en zijn toch herkenbaar als mond. Ze bevatten een zwierigheid, deze beelden. De schetsen lijken een aanzet te vormen tot een melodie. Matisse was van mening dat een kunstenaar door dagelijks te oefenen “de hand tot zingen moet brengen”. Wat we aanschouwen zijn oefeningen, een basis voor een schilderij, de opzet voor een later kunstwerk.

Henri Matisse - Primavera (1938)
Henri Matisse – Primavera (1938) Afbeelding: abc.net.au

De meeste bezoekers houden een audio device aan hun oor en luisteren per tekening, litho of knipwerk naar het verhaal erachter. Wij zijn (niet geheel bewust) device-loos en hebben naast de schilderijtitel op het bordje naast het kunstwerk, ook de toelichtende teksten in dieprode en donkergrijze vlakken op de muren tot onze beschikking. En natuurlijk de kunstwerken zelf, die stuk voor stuk een verhaal vertellen.

Als we de trap verder bestijgen naar de bovenste tentoonstellingsruimte komen we bekendere werken tegen van de kunstenaar. Gele bladeren in een blauwe vlakte, die ook als kerkramen vervaardigd zijn, papierknipwerken, illustraties met gedichten. Dit is waar we Matisse van kennen. Interessant om deze werken nu eens in het echt te aanschouwen. Hij laat weinig ruimte over voor de naamgever van dit museum. Letterlijk. Picasso is in slechts een paar ruimten terug te vinden.

In minder dan een uur hebben we de twee verdiepingen gezien en vangen de afdaling aan. We groeten de inmiddels een stuk jonger en slanker geworden suppoost onderaan de trap. En tussen suppoost en kluisje is daar onvermijdelijk de vergelijking met het eendaagse-stedentrip-museum van een jaar geleden. Was het even indrukwekkend, vragen we ons af. Zijn we flabbergasted en toe aan een cappuccino? Nee, concluderen we beide, hoewel die cappuccino er altijd wel in gaat. Het is een interessante tentoonstelling, maar van een hele andere orde dan het Felix- Nussbaum-haus.

Misschien is het ook niet met elkaar te vergelijken: een tijdelijke tentoonstelling van twee verdiepingen en een gebouw, levensverhaal en schilderijen die met elkaar vervloeien. Mijmerend over de geziene werken, bevinden we ons weer op de keitjes van de Picassoplatz en besluiten op zoek te gaan naar een niet noodzakelijke, doch zeer welkome cappuccino.

Matisse - Die Hand zum singen bringen
Afbeelding: kunstmuseum-picasso-muenster.de

Ook benieuwd naar de tentoonstelling ‘Matisse – Die Hand zum Singen bringen’? De kunstwerken zijn nog te zien tot en met 29 januari 2017 in Kunstmuseum Pablo Picasso Münster.

Strandstoelen, sups en een oorlogsschip

Deense fietsvakantie #3

In juni 2016 fietsen we anderhalve week al eiland hoppend door Denemarken. Ons Deense avontuur begint in het Duitse Flensburg, waar de trein ons en onze fietsen in ruim 9 uur heen brengt. Via zuidelijk Jutland, Als, het zuiden van Fyn, Tåsinge, Langeland, Lolland, Falster en Bogø komen we uiteindelijk op Møn aan. Onze meest oostelijke bestemming. Terug op Lolland steken we over naar Noord-Duitsland, alwaar we in Lübeck de trein weer terug pakken naar Nederland.

Onderweg genieten we van het Deense landschap, hebben allerlei ontmoetingen en beleven dingen die je van tevoren niet bedenkt. De komende tijd kun je hier een greep uit die belevenissen lezen, in willekeurige volgorde.

Te voet/te fiets: Te fiets
Route: Van Fehmarnsund via de Oostzeekustroute naar Lübeck
De Oostzeekustroute – ook wel Ostseeküsten-Radweg, Baltic Sea Cycle Route of EuroVelo 10 genoemd – volgt bijna 8000 km lang de kust van de Oostzee. De route gaat door Duitsland, Polen, Litouwen, Letland, Estland, Rusland, Finland, Zweden en Denemarken. Wij rijden er 100 km van, in de Duitse deelstaat Schleswig-Holstein.
Afstand: 102 km
Startpunt: Fehmarnsund op het Oostzee-eiland Fehmarn (Duitsland)
Eindpunt: Lübeck (Duitsland)

Oostzeekustroute van Fehmarnsund naar Lübeck
Oostzeekustroute van Fehmarnsund naar Lübeck

We worden wakker in een oude caravan met een inrichting die sinds de jaren 70 niet meer is veranderd. Dagen later ruik ik nog de muffe geur die in mijn slaapzak is achtergebleven. Het matras ligt echter prima en onze telefoons en batterijen voor de GPS zijn weer helemaal opgeladen. Het animatieteam dat over een paar dagen zijn intrek neemt in dit stulpje heeft niks te klagen. Wij ook niet, en de overnachting was kosteloos.

Gisteren kwamen we na een lange dag fietsen op deze camping aan. Onze laatste dag Denemarken was er een met veel (tegen)wind, lange rechte wegen en uiteindelijk de haven van Rødby. Wachtend op de veerboot die ons naar het Duitse Puttgarden zou brengen, blikten we terug op een zonnige, mooie week in Denemarken. Het Scandinavische land had ons aangenaam verrast. Nu op zoek naar een Duitse camping.

Die camping vinden we in Fehmarnsund pal aan de Oostzee, waar de campingmevrouw ons geheel onverwacht een gratis overnachting in een caravan aanbiedt. “De nachten zijn koud” geeft ze als verklaring. Misschien dat onze volgepakte fietsen en de sporen van een lange dag op onze gezichten mee hebben  gespeeld.

De volgende ochtend vertrekken we vroeg. We hebben aardig wat kilometers voor de boeg. We willen vandaag Lübeck halen om morgen de trein terug te pakken naar Nederland. Na een blik op de kaart besluiten we de Ostseeküsten-Radweg te volgen. Buiten de camping zien we een klein vierkant bordje met ‘Ostseeküsten-Radweg’ onder de richtingaanwijzer hangen. Het is nu een kwestie van bordjes volgen. Dat blijkt echter niet zo eenvoudig.

Ostseeküsten-Radweg
Aanvankelijk gaat het goed. Over de hoge Fehmarnsundbrücke steken we de zee-engte tussen Fehmarn en het vasteland over. Door het hoge gras aan weerszijden van het fietspad blijft er slechts een smalle strook weg over. Het lijkt wel een single track op een mountainbike parcours. Onze fietstassen raken continu het gras, waardoor we ongewild een breder pad banen voor de fietsers die na ons komen. Het weerhoudt ons er niet van om te genieten van het uitzicht over de Oostzee. Het ochtendzonnetje doet het water glinsteren.

De route voert ons door een glooiend landschap met akkers en boerderijen. De zee is nooit ver weg, getuige de vele richtingaanwijzers naar uitspanningen en campings. We zien hem echter pas na 25 kilometer weer, azuurblauw en zomers. Deze afwisseling van kust en binnenland maakt de Oostzeekustroute zeer aantrekkelijk. Verandering van spijs doet eten.

Even een pauze om de kaart te raadplegen
Even een pauze om de kaart te raadplegen

Aan de kust zijn we niet de enige. Hoewel het een doordeweekse dag in juni is, hebben vele mensen de weg naar het strand gevonden. Ook de fietspaden zijn goed bezet. We passeren dagjesmensen maar ook vakantiefietsers, veel vakantiefietsers. In 10 minuten Oostzeekustroute komen we er al meer tegen dan in een week Denemarken.

Als we in een grotere plaats komen, raken we de routebordjes kwijt. Een GPS-route was nu wel handig geweest. We fietsen maar naar het zuiden en pikken uiteindelijk weer de route op. In de volgende plaats is het weer hetzelfde verhaal. We maken zo heel wat extra kilometers maar komen ook een bakkerij met heerlijke broodjes tegen. Op het terras bepalen we opnieuw onze richting. Het zal niet de laatste keer zijn.

In de middag stoppen we voor bloedsinaasappelschepijs. Op een muurtje kijken we uit over zee. Er komt een kano langs en een supper. Staand op zijn sup-board beweegt de jongen zich met soepele slagen voort en is binnen no-time uit ons gezichtsveld verdwenen. De typisch Duitse strandstoelen staan netjes in rijen opgesteld. In de verte ligt een oorlogsschip. Het vormt een vreemd contrast.

Typisch Duitse strandstoelen
Typisch Duitse strandstoelen

Aan het einde van de dag bereiken we de buitenwijken van Lübeck. De GPS is ingesteld op het station en verkeerslicht na verkeerslicht naderen we het centrum van deze Hanzestad. Wachtend voor één van deze verkeerslichten stopt er een oudere dame naast mij. Na een goedkeurende blik op onze bepakte fietsen vraagt ze waar wij heengaan. “We zijn er al”, zeg ik, “Lübeck”. Ze glimlacht en steekt haar duim omhoog. “Was ik nog maar jong” denk ik haar te horen mompelen. Dan springt het licht op groen. “Nog een mooie avond in mijn stad” roept ze ons na.

Deze fietstocht telt mee voor de uitdaging Elke Maand Een Route 2016

Museum zonder uitgang

Felix Nussbaum HausMet een zacht zoef-geluid zwaait de zware deur open. Dik staal, zonder handgreep. Het lijkt wel een kluisdeur, of de toegangsdeur van een gevangenis. Achter de deur strekt zich een lange gang uit. Betonnen wanden, betonnen vloeren, licht hellend, geen ramen, spaarzaam licht. Helemaal aan het einde flitsen zwart-wit beelden, geprojecteerd op de achterwand. Een geluid dendert door de gang en sterft weg. Het lijkt wel alsof er een goederentrein voorbij rijdt. Langzaam lopen we de gang in. Achter ons horen we de deur met een plof dichtvallen.

We bevinden ons in het Felix-Nussbaum-haus in Osnabrück. Een museum gewijd aan de werken van de gelijknamige schilder en illustrator. We brengen er uiteindelijk twee uur door. Niet alleen gegrepen door de schilderijen van deze man, maar ook door zijn verhaal en bovendien door het gebouw dat feilloos lijkt te passen bij hetgeen het museum wil vertellen.

We waren er op de juiste dag, grijs en koud. In veel zalen waren wij de enige bezoeker. De intense stilte met in de verte af en toe de goederentrein, onze voetstappen op de betonnen vloeren. De schuine, welhaast willekeurige neergezette scheidingswanden. De rasters in de vloeren waardoor je de verdieping onder je kon zien. Het droeg allemaal bij aan het gevoel van uitzichtloosheid, desoriëntatie, machteloosheid en bij tijd en wijle van onderdrukking, van gevangenschap. De tweede wereldoorlog kwam wel heel dichtbij. Felix Nussbaum HausDe Joodse Felix Nussbaum wordt in 1904 geboren in Osnabrück en wordt met liefde voor de kunst groot gebracht. Hij begint zijn carrière als schilder in Berlijn waar hij schilderkunst studeert. Hij wint een studiebeurs voor de Villa Massimo in Rome en vertrekt in 1932 naar Italië. Hij zou nooit meer terugkeren naar Duitsland. De Duitse anti-Joodse maatregelen missen hun invloed niet op het Italië van Mussollini. In 1933 wordt Nussbaum uit de Villa Massimo gezet en komt hij via omzwervingen in België terecht. Hier leeft hij jarenlang onder voortdurende bedreiging. Totdat hij in de zomer van 1944 samen met zijn vrouw wordt opgepakt en uiteindelijk in Auschwitz wordt vermoord. Hij is dan 39 jaar oud.

In zijn werken zie je zijn veranderende leven voorbij komen. In een eigen naïef-nieuwzakelijke stijl schildert hij aanvankelijk hedendaagse taferelen (zijn ouders, vrienden), waarin hij zijn eigen werkelijkheid probeert te stoppen. Later echter spreekt er steeds meer een grimmige sfeer uit zijn werk, zoals bij zijn zelfportret met de gele ster. Op het laatst komt het besef dat hij zal sterven sterk naar voren en worden zijn werken bevolkt door skeletten.  Afbeeldingen: osnabrueck.de en wikipedia.com

Afbeeldingen: osnabrueck.de en wikipedia.com

Het museum wordt in 1998 opgericht en in 2011 in zijn huidige vorm opgeleverd. De Amerikaanse architect Daniel Libeskind, zoon van Holocaust-overlevenden, is verantwoordelijk voor het ontwerp. Voor hem is architectuur communicatieve kunst. In 2002 in The New Statesman zegt hij hierover:

“Maar al te vaak wordt architectuur […] als nietszeggend beschouwd. Gebouwen worden gezien als vrij ter beschikking staande gebruiksvoorwerpen, met als enig doel om te verdwijnen achter het gebruik dat van hen gemaakt wordt. […] Ik ben vastbesloten om af te komen van dit al te zeer vereenvoudigde standpunt over de traditie van de architectuur.”

Het Felix-Nussbaum-Haus is het eerste gebouw van Libeskind, dat wordt voltooid. Hij noemt het ‘Museum zonder uitgang’. Zijn standpunt is hier heel duidelijk te zien. Het gebouw bepaalt mede de sfeer in dit museum. Ik was eerder in het ook door Libeskind ontworpen Jüdisches Museum in Berlijn. Op de een of andere manier roept dit dezelfde atmosfeer op. Dezelfde typerende schuine wanden, hoekige nissen. Het onderwerp zal hier natuurlijk ook een rol bij spelen. Een ander bekend ontwerp van Libeskind is dat van 1 World Trade Center op Ground Zero in New York.  Felix Nussbaum HausAls we na twee uur weer bij de kluisjes in de kelder komen, die overigens ook helemaal in de stijl van het gebouw zijn, besluiten we de koffie in het museum over te slaan. En in de oude binnenstad van Osnabrück een koffiebarretje op te zoeken. Even een andere atmosfeer. De bijna letterlijke rillingen kwijtraken. Het doet wat met je, dit museum. Ik stapte naar binnen met het idee om voor de Elke Maand Een Museum-uitdaging het buitenlandse museum van mijn lijstje af te strepen. Ik stapte eruit met een overweldigend gevoel. Dit was verreweg het indrukwekkendste museum dat ik dit jaar gezien heb. De museumfolder beschrijft het heel goed:

“Kunst blijft hier geen zuiver visuele ervaring, maar is ook subtiel op andere niveaus aanwezig.”

Wil je ook het Felix-Nussbaum-Haus ervaren? Osnabrück ligt slechts 80 km van de Nederlandse grens en is ook per trein goed te bereiken. Vanaf het museum loop je zo het oude centrum in met leuke koffiebarretjes, veel winkels en heel veel andere musea.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.