Fietsen langs Duitse rivieren | Römer-Lippe-Route

Onze totale fietsroute

In de zomer van 2019 fietsen we in twee weken langs twee Duitse rivieren. De eerste week fietsen we vanuit Nederland naar de Emsradweg en pakken deze route in Ditzum op. Ditzum is een klein vissersplaatsje vlakbij de monding van de Ems in Emden. Vanaf hier zakken we af naar de bron van de Ems bij Hövelhof. Daar steken we over naar Detmold om in de tweede week de Römer-Lippe-Route te fietsen. De rivier de Lippe volgen we van bron naar monding in de Rijn, tussen Wesel en Xanten. Vanaf Xanten fietsen we weer terug naar Nederland. We zijn dan 1050 km verder, hebben verschillende landschappen doorkruist en zijn veel ontmoetingen en indrukken rijker.

Fietsen over de Römer-Lippe-Route

Het routeboekje met op de achtergrond de Lippe

Vanaf een camping midden in het Teutoburgerwald beginnen we aan de Römer-Lippe-Route. De bron van de rivier de Lippe zien we pas 35 kilometer verderop. De route begint namelijk bij het Hermannsdenkmal, een kolossaal beeld boven op een heuvel dat verwijst naar de slag bij het Teutoburgerwald tussen de Germanen en de Romeinen. Niet alleen volgt deze fietsroute de Lippe, maar leidt het de fietsers ook langs de uitgebreide Romeinse geschiedenis van dit gebied. En wat is nu een betere plek om te beginnen dan bij Hermann, oftewel Arminius, de Germaanse legeraanvoerder die Caesars legioenen verpletterend versloeg?

Hermann in volle glorie

Om bij het Denkmal te komen, moet je in korte tijd een paar honderd hoogtemeters overbruggen en dat valt me, na de vlakke EmsRadweg, wel zwaar. Ook de rest van de etappe van die dag die ons o.a. bij de Externsteine brengt, een rotsformatie van zandsteen te midden van de heuvels, is veel stijgen en dalen.

De Externsteine

De omgeving ziet er meteen ook heel anders uit. Heuvelachtige landschappen, overdekt met bossen, open vlakten met weiden, wilde bloemen en graanvelden vouwen zich voor ons uit. Het levert mooie vergezichten op.

We fietsen door een mooi landschap

Bij Bad Lippspringe ontspringt de Lippe. Vanaf 8 meter diepte borrelt het water op in een meertje. Informatieborden, bloembakken en verschillende uitzichtpunten maken het tot een officiële bron, die ik ook voor ogen had bij de Ems. Het verschil kan niet groter zijn. De route is vanaf hier redelijk vlak en de komende dagen volgen we de Lippe naar de monding bij Wesel. Af en toe steken we hem over met een trekpontje.

De bron van de Lippe in Bad Lippspringe

De rivier is vaak helder en stroomt snel. Waterplanten waaieren uit in de stroomrichting. De ganzen en eenden op het water moeten moeite doen om op hun plek te blijven. Heel breed wordt het water niet. Verschillende malen zien we kano’s voorbijkomen. Stroomafwaarts uiteraard. Grote stukken lopen de Lippe en het druk bevaren Datteln-Hamm-Kanal naast elkaar.

Met de klok mee vanaf links boven: de Lippe; een trekpontje; uitzicht op de Lippe vanaf het terras van hotel Zur Rauschenburg; de Lippe en het Datteln-Hamm-Kanal lopen naast elkaar

De plaatsjes langs de Lippe

Paderborn met de Pader

Onze eerste overnachting op de Römer-Lippe-Route is in Paderborn. Een oud, leuk stadje vol vakwerkhuizen. De Pader, met 4 kilometer de kortste rivier van Duitsland, ontspringt er en stroomt er als een helder, af en toe snelstromend, beekje doorheen. Om te eindigen in de Padersee bij Schloß Neuhaus. In Schloß Neuhaus ontbijten we bij een bakkertje vlakbij het slot, waar het plaatsje naar vernoemd is. De uitgestrekte tuinen achter het kasteel staan volop in bloei. Kinderen van de plaatselijke basisschool hebben er een sportdag.

De tuinen van Schloß Neuhaus

In Lippstadt bewonderen we het grote plein met – wederom – vakwerkhuizen en de fontein met bijzondere beelden. Ook de Kaffee und Kuchen smaken er goed. Van de uitgestrekte stad Hamm zien we voornamelijk de omliggende natuur. Wel werpen we een blik op de immense glazen olifant in het Maximilianpark waar industriële panden nu een andere bestemming krijgen à la Eindhoven of Rotterdam. In Werne pauzeren we bij het gradeerwerk, waar zout wordt gewonnen door water langs sleedoorntakjes te laten lopen

Met de klok mee vanaf links boven: Lippstadt; gradeerwerk van Werne; streetart in Dorsten; Haltern am See

Via Haltern am See, gelegen aan een groot meer en Dorsten, waar ik een mooie muurschildering spot, komt de route in Wesel uit, een oud stadje waar de Lippe uitmondt in de Rijn. De route zelf eindigt in Xanten, de plaats bij uitstek voor Romeinse geschiedenis.

Monding van de Lippe in de Rijn

Romeinse geschiedenis

Onderweg worden we verschillende malen herinnerd aan de Romeinse geschiedenis van dit gebied

De Limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk langs de Rijn, liep langs Xanten en in de Romeinse tijd lag bij deze plek de stad Colonia Ulpia Traiana en de belangrijke legerplaats Castra Vetera. In het archeologisch park bij de stad zijn originele resten van gebouwen terug te vinden. Ik was hier ooit met een excursie van de middelbare school. Zeker een aanrader.

Ook elders op de route komen we verschillende keren overblijfselen tegen uit de Romeinse tijd. Uitgebreide informatieborden en plaatsaanduidingen geven de geïnteresseerden een beeld van hoe het graanveld of het bos dat er nu ligt, er een paar duizend jaar geleden uitzag.

Omleidingen

De route kent opvallend veel omleidingen. Wegwerkzaamheden maken dat ook fietsers geen gebruik kunnen maken van bepaalde wegen of bruggen. Op de site van de Römer-Lippe-Route staat dit allemaal aangegeven en wordt ook een alternatieve route beschreven. Uiteraard hadden wij dit van te voren niet bekeken en hebben we heel wat meer kilometers gefietst dan nodig was. Soms over saaie rechten wegen, soms over mountainbike-paadjes door bossen. Niet echt ideaal met onze volgeladen fietsen.

Ontmoetingen

Af en toe komen we vreemde borden tegen

Onderweg is veel te zien. Daarom staan we regelmatig even stil om een foto te maken, in het boekje te kijken of een informatiebord te lezen. We hebben meerdere keren gehad dat er, zodra we afstapten, iemand naar ons toekwam en vroeg of hij ons kon helpen. Nadat we ontkennend geantwoord hadden, kwam het gesprek – uiteraard – op fietsen en de omgeving. Het heeft een aantal leuke gesprekken opgeleverd.

Zo vertelt een oude man op een e-bike in Detmold dat hij elke dag een rondje fietst “das ist gut für die Knochen”. Het verbaast hem niet dat we Nederlands zijn. Hij ziet de laatste jaren steeds meer fietsende Nederlanders. “Terecht”, merk ik op, “gezien de omgeving”. Daar is hij het volkomen mee eens.

Op onze laatste camping in Duitsland ontmoeten we een vakantiefietser uit Rotterdam die al vijf weken onderweg is. Hij heeft een rondje Zwitserland gedaan en heeft het nu wel weer gehad. Hij wil naar huis en het liefst voor de finale van het voetbal, de volgende dag. Dat wordt nog even doorfietsen, merken we op. Hij ziet het wel zitten. De dag ervoor had hij 140 kilometer afgelegd “en ook nog een lekke band geplakt”.

Overnachtingen

Camping Uentrop

Tijdens de Römer-Lippe-Route hebben we een aantal bijzondere overnachtingen gehad. Zo was er de camping Uentrop bij Hamm die op zichzelf erg rustig was, ware het niet dat de snelweg praktisch over de camping liep en de koeltorens van de verderop gelegen industrie ons uitzicht vormden. Het hotel Zur Rauschenburg bij Olfen was typisch Duits. Idyllisch gelegen aan de Lippe stond het statige gebouw aan de rand van het bos. De kamers waren sinds de jaren 50 niet meer veranderd en de zware houten meubels gaan nog wel een tijdje mee. We hebben er heerlijk op het terras gezeten en genoten van onze schnitzel.

De laatste camping aan de route lag bij Wesel aan de Rijn. We kwamen er aan op een vrijdagmiddag. Dit bleek geen goede combinatie. De camping was immens (het was een kilometer lopen van onze tent naar de douches) en de halve omgeving was uitgelopen om op die plek het weekend door te brengen. Wat een contrast met de boerencamping in Drempt (Achterhoek) waar we de volgende avond een plekje in de boomgaard vonden: “die ladder staat er om de kersen te plukken, dus ga vooral je gang.”

Meer informatie

Romeinse cijfers geven onderweg het aantal afgelegde kilometers vanaf de bron van de Lippe aan

Meer informatie over de Römer-Lippe-Route vind je op de site. Hier kun je ook de GPS-track downloaden. De hoofdroute is 295 kilometer lang. Regelmatig echter heb je de mogelijkheid om een alternatieve route te fietsen (een Schleife) langs een Romeinse bezienswaardigheid of mooie natuur. Zowel de hoofdroutes als de Schleifen zijn gemarkeerd en in het Bikelineboekje aangegeven. Ook vind je onderweg regelmatig grote roestrode stalen platen met Romeinse cijfers. Deze cijfers geven het aantal kilometers aan vanaf de bron van de Lippe.

De markering van de Römer-Lippe-Route

De markering bestaat uit rood-blauw-witte vierkantjes waarin je een gestileerde Romeinse helm en de Lippe kunt ontwaren. De bordjes hangen onderaan de richtingaanwijzerbordjes.

Benieuwd naar onze ervaringen op de EmsRadweg? Lees het hier.

Advertenties

Fietsen langs Duitse rivieren | EmsRadweg

Onze totale fietsroute

In de zomer van 2019 fietsen we in twee weken langs twee Duitse rivieren. De eerste week fietsen we vanuit Nederland naar de EmsRadweg en pakken deze route in Ditzum op. Ditzum is een klein vissersplaatsje vlakbij de monding van de Ems in Emden. Vanaf hier zakken we af naar de bron van de Ems bij Hövelhof. Daar steken we over naar Detmold om in de tweede week de Römer-Lippe-Route te fietsen. De rivier de Lippe volgen we van bron naar monding in de Rijn, tussen Wesel en Xanten. Vanaf Xanten fietsen we weer terug naar Nederland. We zijn dan 1050 km verder, hebben verschillende landschappen doorkruist en zijn veel ontmoetingen en indrukken rijker.

Naar de EmsRadweg toe

Zwarte Dennen

Het is boven de 30 graden als wij in twee dagen via Overijssel, Drenthe en Groningen naar Ditzum in Noord-Duitsland fietsen. De Nederlandse provincies doen niet onder voor het Duitse Ostfriesland. We rijden door de verstilde Zwarte Dennen bij Staphorst, over het mooiste fietspad van Drenthe in het Dwingelderveld en door het prachtige natuurgebied Bovenlanden (inclusief een verzonken dorp) in Noord-Groningen. We kamperen op twee mini-campings in Eursinge en Bellingwolde, waar het goed toeven is.

Bad Nieuweschans (en daarmee de grens) is niet ver meer

De EmsRadweg bereiken we de volgende ochtend. In ons routeboekje wordt de route van bron tot monding beschreven. Wij fietsen hem andersom en dus bladeren we terug in het boekje. In het veld is de route gelukkig beide kanten op gemarkeerd. Emden is de officiële start (of einde) van de route. Wij besluiten om de route in Ditzum, 10 km van Emden, op te pakken. Emden ligt aan de overkant van de Ems en dat retourtje met de pont geloven we wel.

Fietsen over de EmsRadweg

In Warendorf

Ditzum is een oud vissersdorpje aan de monding van de Ems. Het landschap van Ostfriesland is kaal en het eerste deel van de route fietsen we voornamelijk langs de dijk, af en toe laverend tussen de schapen. De weg is vlak en zal dit ook blijven tot aan de bron bij Hövelhof.

Laveren tussen schapen langs de dijk bij Ditzum

De Ems is breed en de binnenvaartschepen varen af en aan. Ook kun je hier een enorm cruiseschip tegenkomen dat in de Meyer-werf in Papenburg wordt gebouwd. Al jarenlang een onderwerp van discussie tussen natuurliefhebbers en de werf. De eerste groep ziet graag dat de Ems een natuurlijke loop houdt en de natuur bewaard blijft. De werf en de lobby eromheen daarentegen hebben voor de gebouwde cruiseschepen een diepe en brede rivier nodig.

Binnenvaartschepen komen onderweg in de Ems en in het er parallel aan lopende Dortmund-Ems-Kanal tot aan Rheine 13 sluizen tegen. Bij Greven, vroeger de laatste bevaarbare Emshaven, wordt de rivier te smal en zien we alleen nog plezierjachtjes, kano’s en op een gegeven moment zelfs dat niet meer. De serieuze rivier wordt in krap 400 km een lieflijk stroompje met overhangende bomen, koeien op de oevers en wuivende graanvelden erlangs. Wij kamperen aan de Ems, drinken er Kaffee und Kuchen naast, steken haar over in oude dorpjes met traditionele vakwerkhuizen en af en toe biedt zij een thuis aan een kunstwerk.

De Ems van monding tot bron deel 1: van Ditzum (bovenaan) tot aan Rheine (onderaan)

In de bossen bij Hövelhof bereiken we na zes dagen fietsen de bron van de Ems. In een informatiecentrum lezen we over de rivier, een paar honderd meter verderop vind je de bron. Het ligt bij een militair oefenterrein dat sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog Engels is. Al sinds het begin van de route heb ik een plek voor ogen waar je het water ziet opborrelen. De werkelijkheid is anders. Langs de vlonders waar je overheen loopt, zie je wat water glinsteren dat verder het bos in loopt. Naar het schijnt is dit overigens niet de echte bron. Die ligt even verderop, binnen de grenzen van de militaire zone.

De Ems van monding tot bron deel 2: van Telgte (bovenaan) tot aan de bron bij Hövelhof (onderaan)

Geschiedenis

Onderweg zien we veel graanvelden

Een aanleiding voor mij om de EmsRadweg te fietsen, was het boek Het lied van de Eems (2011) van Aafke Steenhuis. In dit boek fietst zij de EmsRadweg en vertelt over de geschiedenis van de rivier en het omliggende gebied. Ik herlees het tijdens onze fietsvakantie en dat maakt dat ik met hele andere ogen naar de omgeving kijk.

We doorkruisen Ostfriesland en Emsland, gebieden met een lange en niet altijd rooskleurige geschiedenis. In vroeger tijden waren het arme streken en werd er turf gewonnen. Net als aan de Nederlandse kant van de grens.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er maar liefst 15 straf-, concentratie- en krijgsgevangenenkampen in het Emsland. Het plaatsje Haren (Ems) is vlak na de oorlog nog een paar jaar Pools geweest. De Poolse soldaten die meevochten aan de geallieerde zijde en Poolse dwangarbeiders uit de kampen konden niet meer terug naar huis. Het land lag achter het IJzeren Gordijn. De Britse bezettingsmacht besloot toen de oorspronkelijke bevolking van Haren (Ems) weg te sturen en de huizen beschikbaar te stellen aan de Polen.

Moin

Onderweg komen we veel andere fietsers tegen die veelal op elektrische fietsen de route de andere kant op fietsen. Deze fietsers en ook de wandelaars groeten ons met moin. De groet die de Groningers ook niet vreemd is. Tot ver in het zuidelijke stroomgebied van de Ems groeten we op deze manier, totdat hallo en morgen de boventoon gaan voeren. Volgens Aafke Steenhuis kunnen mensen aan beide kanten van de grens elkaar prima verstaan als ze dialect spreken. Ze kan het weten, ze heeft het zelf uitgetest.

Eichenprozessionsspinner

Hier hadden we beter niet kunnen stoppen

Een paar dagen nadat we vertrokken zijn, haalt hij het nationale nieuws: de eikenprocessierups. In vergelijking met voorgaande jaren is het aantal rupsen verdriedubbeld. De brandhaartjes van de beesten zorgen voor hevig jeuk bij mens en dier. Het is dus oppassen geblazen. De rood-witte linten om de eikenbomen waarschuwen de voorbijgangers. In Duitsland krijgen we dit allemaal niet zo mee. Maar ook daar zijn de beesten aan een opmars bezig. We zien de borden, maar staan er niet zo bij stil. Tot vlak voor Warendorf.

Vanwege de warmte pauzeren we even in de schaduw van een grote boom. Pas later zien we het bord en daar vlak naast het nest van de Eichenprozessionsspinner. Ik maak nog even een foto, maar het kwaad is al geschied. ’s Avonds blijken we toch wel veel – naar we denken – muggenbulten te hebben en er komen steeds meer bij, op de vreemdste plekken. De rups heeft toegeslagen. De dagen erna vermijden we ondanks de aantrekkelijke schaduw alle eikenbomen, met of zonder bord. Dit niet weer.

De plaatsjes langs de Ems

Met de klok mee vanaf rechtsboven: Papenburg; Kloster Bentlage bij Rheine; Leer; Telgte; Rietberg; Rheda-Wiedenbrück; Warendorf; Hövelhof

De Ems komt door en langs verschillende leuke stadjes, zoals:

– Leer, een havenstadje met oude straatjes en huizen;
– Papenburg, dat doorkruist wordt door grachten boordevol bloembakken (zowel erin als erlangs);
– Rheine en het Kloster Bentlage, waar we met oud en nieuw waren en dat er nu, in de zon en met de bomen vol in blad, toch wel heel anders uitziet;
– Telgte, een oud stadje met een mooie kerk en een kunstwerk in de Ems van een man met een zwemband;
– Warendorf, met een pleintje met typisch Duitse geveltjes en een kerk met het opschrift ‘Nütz die Zeit’;
– Rheda-Wiedenbrück, met levensechte beelden van alledaagse mensen van keramiek;
– het sprookjesachtige Rietberg waar we naast de Ems, die veel weg heeft van een snelstromend beekje, onze cappuccino met overheerlijke Himbeerenkuche eten;
– Hövelhof, waar we voor het voormalige jachtslot van een bisschop uit de middeleeuwen van onze lunch genieten.

Overnachtingen

Op Camping Quellental bij de bron van de Ems

Tijdens de EmsRadweg hebben we verschillende soorten overnachtingen. We slapen op campings, sommigen iets groter dan we willen, soms in het gezelschap van eenden of kippen (inclusief een haan die om 4 uur ’s ochtends wakker werd), in een jeugdherberg, in een hostel op een boerderij in bedrijf en als enige gasten in een pension in een groot huis. Aanraders zijn voor ons:

Querdel’s Hof in Emsbüren, overnachten in een pension met meerdere kamers in een groot huis in the middle of nowhere, dat eigendom is van een boerenfamilie. Het ontbijt van voornamelijk zelfgemaakte producten, is een kilometer verderop, in de tuin van de boerderij.
Hotel Meier-Westmeyer in Marienfeld zit in een oude, nog in bedrijf zijnde boerderij in het rustige dorpje Marienfeld. Er is een oud klein goederenliftje waarmee we onze fietstassen eenvoudig naar de tweede verdieping kunnen krijgen.

Meer informatie

De groene ‘E’ markeert de EmsRadweg

Meer informatie over de EmsRadweg staat op de site van de route. Hier vind je o.a. de omleidingen, informatie over de omgeving en de GPS-track. Ook staat hier een link naar de praktische app van de EmsRadweg, waarmee je o.a. heel makkelijk de afstand tussen twee punten kunt bepalen. Heel handig als je ’s avonds voor je tentje de route van de volgende dag uitstippelt.

De EmsRadweg is ook gemarkeerd, zoals veel fietsroutes in Duitsland. De markeringsbordjes zijn vaak vierkantjes die onder de richtingaanwijzerbordjes hangen. De EmsRadweg is herkenbaar aan de groene E in beeld en spiegelbeeld. In verband met omleidingen kun je eigenlijk niet alleen op deze markering fietsen. Neem in ieder geval een fietsrouteboekje mee (wij hadden het boekje van Bikeline) of de GPS-track.

Benieuwd naar onze ervaringen op de Römer-Lippe-Route? Lees het hier.

Fietsen langs Duitse rivieren

Vorig jaar september begon het weer te kriebelen. De wandelvakantie in Ierland (lees hier een impressie) lag alweer een paar maanden achter ons. De donkere dagen voor kerst lagen in het verschiet. Wat is er dan leuker om te fantaseren over een volgende vakantie. Een fietsvakantie wel te verstaan, die keuze was snel gemaakt. Na een jaar wandelen werd het weer tijd om te gaan fietsen. Maar waar?

Nu kom ik af en toe leuke fietsideeën tegen. Ik houd ze bij in een alsmaar groeiend lijstje. Sinds een paar jaar staat de Noord-Duitse EmsRadweg ook op dit lijstje. Eigenlijk nadat ik het boek Het lied van de Eems (2011) van Aafke Steenhuis las. In dit boek fietst zij – juist – de EmsRadweg en vertelt over de geschiedenis van de rivier en het omliggende gebied. Dat doet ze goed, want halverwege het boek zag ik mij al langs de Eems fietsen, dwars door de historie.

De EmsRadweg (route uit de app van de EmsRadweg)

De keuze was dus snel gemaakt. Met die 382 kilometer zijn we wel een kleine week zoet. De route is beschreven in een boekje van Bikeline, van de bron in het Teutoburgerwald naar de monding van de rivier bij Emden. We besluiten de Radweg andersom te fietsen. Zo kunnen we bij de monding een andere fietsroute uit het lijstje oppikken: de Römer-Lippe-Route.

Deze route volgt, zoals de naam al zegt, de rivier de Lippe. Hij begint in Detmold en eindigt in Xanten waar de rivier uitmondt in de Rijn. Het leuke van deze route is dat je onderweg veel nog tastbare Romeinse historie tegenkomt. Ooit vertaalde ik op de middelbare school Latijnse teksten uit De Bello Gallico van Julius Caesar. Het Teutoburgerwald kreeg hierin haast mythische proporties. Daar moet ik nog eens heen, besloot ik toen. Ik ben er inmiddels al een paar keer geweest, te voet. Maar de combinatie in de Römer-Lippe-Route van dit mythische woud en tastbare Romeinse historie is wel heel aantrekkelijk.

De Römer-Lippe-Route (bron: http://www.din-atours.de)

Met deze tweede rivierroute van 295 kilometer is de fietsvakantie rond. Twee Duitse rivieren van bron tot monding, flink wat historie en niet in de laatste plaats mooie landschappen. Ik krijg er helemaal zin in.

Marskramerpad etappe 1: Bad Bentheim – Oldenzaal

Route: Marskramerpad
Afstand: 28 km
Start: Station Bad Bentheim
Eind: Centrum Oldenzaal

In Nederland is het Marskramerpad gemarkeerd met de wit-rode streep.

Vorig jaar wandelde ik twee dagen mee met een vriendin die in 5 weken het Pieterpad liep. Helemaal enthousiast besloten we toen om samen een langeafstandswandeling te doen, niet achter elkaar maar in weekendjes. Het werd het Marskramerpad, dat Nederland van oost naar west doorkruist. Het pad zou ons in streken brengen waar we niet vaak komen. In een weekend in maart staan de eerste twee etappes op het programma.

In de mist vertrekken we al vroeg met de trein naar Bad Bentheim. Sinds kort rijdt er een stoptrein van Hengelo naar Bielefeld. Ideaal voor wandelaars van het Marskramerpad. Nog voor negenen komen we aan in de Duitse plaats. Ook hier is het nog mistig waardoor we de beroemde burcht – de start van het Marskramerpad – enkel in nevelen gehuld zien.

De burcht van Bad Bentheim

Het Duitse gedeelte van het Marskramerpad valt samen met de Handelsweg (Töddenweg) die van Oldenzaal naar Osnabrück loopt en is gemarkeerd met een witte T op een zwarte achtergrond. Tödde is het Duitse woord voor Marskramer. In Bad Bentheim is het even zoeken naar de T, maar als we hem gevonden hebben, lopen we al snel Bad Bentheim uit. We komen door bos en over landweggetjes waar je mooie vergezichten hebt over het glooiende landschap. De zon is inmiddels doorgebroken en de rest van de dag lopen we onder een strakblauwe hemel, in korte mouwen.

Een Duitse paddenstoel voor Gildehaus
De witte T markeert het Duitse gedeelte van het Marskramerpad

Na een kilometer of 5 komen we in Gildehaus aan waar we op zoek gaan naar Kaffee und Kuchen. We verlaten de route en volgen de bordjes Ortsmitte. In het uitgestorven dorpje vinden we een bakkertje met terras. Met een cappuccino en lekkers gaan we aan één van de twee tafeltjes zitten. Dit voelt als vakantie! Aan het andere tafeltje zit een oudere dame. Ze vraagt nieuwsgierig waar we heen lopen en dan blijkt dat ze 30 jaar in Noord-Holland heeft gewoond. Onder het mom van ‘dan spreek ik weer eens Nederlands’ komt ze steeds met nieuwe vragen. Als onze koffie op is, maken we aanstalten om verder te gaan. Het is nog een eindje. Ze ziet ons met lede ogen vertrekken.

Typisch Duits landschap

Langs de Ostmühle, een oude molen, verlaten we Gildehaus. Over stille weggetjes, door bossen, langs spoorlijnen en windmolens lopen we richting Nederland. Het lijkt wel zomer, wat een heerlijk weer, heel anders dan afgelopen weken. De grens met Nederland nadert en daarmee ook het befaamde bruggetje over de Dinkel. Ons ‘Vrienden op de fiets’-adres van die avond had ons gewaarschuwd dat de Dinkel hoog stond. Wandelaars die het weekend daarvoor bij hen logeerden, moesten 5 kilometer omlopen. Gelukkig zien we het witte bruggetje duidelijk liggen. Het pad ernaartoe is vochtig en we moeten een aantal keren door grote plassen waden. We kunnen ons goed voorstellen dat het hier een week geleden blank stond. Gelukkig kunnen we nu doorlopen.

Het pad naar het bruggetje over de Dinkel (in de verte)

Bij het bruggetje delen we een picknicktafel met een Duits stel dat met de kano is gekomen. Een oudere Nederlandse fietser ziet de kanoërs en vertelt in zijn beste Duits enthousiast over die keer lang geleden dan hij in 3 dagen 40 km in Luxemburg kanode. “Drei Tage Muskelschmerzen!”, beëindigt hij zijn verhaal. De kanoërs lachen en stappen dan soepel in hun kano’s.

Het bruggetje over de Dinkel met rechts de kano’s

Wij lopen verder langs een (gesloten) ijsboerderij, over karrensporen, wegen met bijzondere namen zoals het Rotboerpad, langs bosranden met herten en uiteindelijk komt Oldenzaal in zicht. We zijn er echter nog niet. Met een omtrekkende beweging zien we het glooiende gebied rond Oldenzaal. Wat is Twente mooi, ook in maart als de meeste bomen nog kaal zijn.

Het Rotboerpad

Vlak voor Oldenzaal geeft een wegwijzer aan dat Scheveningen nog 336 km is, maar Bad Bentheim 25 km. De kop is eraf. Op de Grote Markt in Oldenzaal vinden we een plekje op een van de volle terrasjes. Het lijkt wel zomer! Na een welverdiend drankje zoeken we ons Vrienden op de fiets-overnachtingsadres op. In een klein rijtjeshuis worden we enthousiast ontvangen. De vrouw des huizes leidt ons naar een gezamenlijke grote tuin achter 11 woningen. Het blijkt een woongemeenschap waarbij de bewoners van de 11 huizen gezamenlijk betalen voor een 12e gemeenschappelijke woning. Dit huis wordt gebruikt voor gemeenschappelijke activiteiten maar ook als Vrienden op de fiets-overnachtingsadres. We hebben dus een heel huis voor onszelf. Een bijzondere afsluiting van een schitterende etappe.

Scheveningen nog 336 km

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Elke Maand Een … | Het klooster van Rheine

Elke Maand Een: Museum
Museum: Kloster Bentlage
Waar: Rheine, Duitsland

Toegang naar Kloster Bentlage

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

We beginnen ons lange weekend in Rheine, waar we het Klooster Bentlage willen bezoeken. In dit klooster is tegenwoordig een museum gevestigd met o.a. moderne kunst. Het ligt buiten het stadje en dus pakken we, na een rondje door het centrum van Rheine, de auto. Als we op een groot parkeerterrein aankomen, blijkt het klooster nog een eindje lopen. We volgen de bordjes en staan dan onverwacht te midden van oude vakwerkhuizen en hoge bouwwerken van takkenbossen.

Indrukwekkend gradeerwerk

We blijken op het terrein van de voormalige zoutwininstallatie terecht te zijn gekomen: het Salinenpark. Tot in 1952 werd hier zout geproduceerd. In de 18e en vroege 19e eeuw was zout uit Rheine een begeerd handelsgoed. Tegenwoordig staan de historische gebouwen er nog, met als blikvanger het gradeerwerk. Dit zijn twee hoge muren van takjes sleedoorn, waardoor men water laat sijpelen. Onder invloed van warmte, zonlicht en wind verdampt het water en neemt het zoutgehalte in het water toe.

Water sijpelt door takjes sleedoorn

Wij lopen er langs en verwonderen ons over deze verrassende bouwwerken. Een leuke bonus, onderweg naar het museum. Over een bospad komen we uiteindelijk bij het klooster uit. Het blijkt er verrassend druk. Dames in feestjurken, heren in pak, allemaal gaan ze de deur door en de lange gang in. In het klooster blijkt een bruiloft gaande. Maar “het museum is gewoon open”, verzekert een medewerkster ons, die achter de balie bij de ingang zit. Op haar aanwijzing lopen we door dezelfde lange gang en worden enthousiast ontvangen door de twee heren achter de museumbalie.

Kloster Bentlage

Een museumbezoek kost 5 euro per persoon, leggen ze uit, maar als we een kortingskaart hebben maar 3 Euro. De jongere man somt op waarmee we korting kunnen krijgen: een seniorenkaart, een studentenkaart, een vrienden van het kloosterkaart en nog veel meer. Verwachtingsvol kijkt hij ons aan. Ik moet hem teleurstellen, we zijn geen studenten meer, geen senioren en ook geen kloostervrienden.

Nadat we betaald hebben, komen we als eerste in een vleugel waar in zijkamers de geschiedenis van het klooster verteld wordt. Het klooster stamt uit 1437 en heeft in de eeuwen die volgden heel wat meegemaakt. De leden van de Orde van het Heilig Kruis stichtten het. De kruisheren voerden een bescheiden handel in de zoutwinning. In de 19e eeuw bouwde een adellijke familie het klooster om tot kasteel. Tegenwoordig is het een museum, kun je er overnachten, high teaën in het museumcafé en is het dus een trouwlocatie. Ook is het Europese Sprookjesgenootschap al meer dan 50 jaar in het klooster gevestigd.

Wat ons het meeste bijblijft van de tentoonstelling zijn de twee laatmiddeleeuwse relikwieëntuinen. In een duistere kamer worden twee enigszins lugubere voorstellingen uitgelicht. Honderden botten en schedels van heiligen zijn bijeengebracht en te midden van kunstbloemen om Jezus aan het kruis gerangschikt. Ze stellen het Hof van Eden en de Calvarieberg (Golgotha) voor. Op de stukjes perkament naast een relikwie is de naam van de heilige geschreven aan wie het botje ooit toebehoorde. De oudere heer van de balie is met ons meegelopen en vertelt dat elke relikwie een echtheidsverklaring heeft, voor zover dat mogelijk is. De twee ‘tuinen’ waren bijna bij het vuilnis beland.

Op de eerste verdieping is een wisselende tentoonstelling van moderne kunst. Op dit moment hangen er vele modernistische schilderijen van plaatselijke kunstenaars. Kubistische, expressionistische en dadaïstische werken wisselen elkaar af. De schilderijen komen mooi uit in deze bijzondere expositieruimte. Boven ons de oude balken van het museum en onder onze voeten donkere eeuwenoude, ongelijke planken. De werken hangen in de grote ruimte, maar ook in de oude cellen van de monniken. Door een rooster in een hoek van het vertrek komt een haardvuurgeur ons tegemoet. Er hangt hier een bijzondere sfeer, ik snap heel goed waarom dit een populaire expositieruimte is.

Op de eerste verdieping is een wisselende expositie

We zijn op dit moment de enige bezoekers en de oudere heer van de balie, die inmiddels ook naar boven is gekomen, popelt om wat meer te vertellen. Op mijn vraag of het altijd zo rustig is, vertelt hij enthousiast dat er dagen zijn geweest dat er wel 900 bezoekers waren. Waarom er nu bijna niemand is? “Ze zijn waarschijnlijk te druk met het voorbereiden van Sylvester”.

Als we weer bij de balie komen, blijkt dat we met het kaartje ook toegang hebben tot het Josef Wincklerhaus. Het geboortehuis van de auteur Josef Winckler (1881 – 1966) is nu een museum en blijkt op het salinenterrein te staan. Hoewel we de schrijver niet kennen, nemen we toch een kijkje in het kleine museum. Zijn bekendste werk blijkt de schelmenroman Der tolle Bomberg (1923) en zegt mij, om heel eerlijk te zijn, niets. Ik word echter wel nieuwsgierig als ik lees dat het boek inmiddels 750.000 exemplaren kent en verfilmd is.

Josef Wincklerhaus Rheine

En zo krijgen we bij ons bezoekje aan het klooster een uitgebreide geschiedenis van Rheine cadeau. Het klooster en het Salinenpark zijn zeker een bezoekje waard. Je kunt het combineren met de Naturzoo, de dierentuin van Rheine, die naast het park ligt. In het voorjaar en de zomer lijkt me dit een fijne plek om – zeker ook met kinderen – een middag door te brengen. En dat op nog geen half uur rijden vanaf de Nederlandse grens.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Wandelen op de Teutoschleifen | Bevergerner Pättken

Route: Teutoschleifen | Bevergerner Pättken
Afstand: 7 km
Hoogtemeters↑↓: 83 meter
Start: Bevergern bij een tuincentrum aan de Holtkamp
Eind: Bevergern bij een tuincentrum aan de Holtkamp

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

Op nieuwjaarsdag miezert het en besluiten we een korte rondwandeling te doen, voordat we weer terugrijden naar Nederland. Het wordt de Teutoschleife Bevergerner Pättken, die twee kanalen aandoet, door het plaatsje Bevergern loopt en nog een ‘berg’ meepakt. De regen zet niet door en met af en toe wat zon is het eigenlijk prima wandelweer.

Een Teutoschleifen-bankje kijkt uit op het kruispunt van de 2 kanalen: de ‘Nasses Dreieck’

In Bevergern vinden we een parkeerplaats bij een tuincentrum dat op nieuwjaarsdag gesloten is. Op het in het wandelgidsje aangegeven adres konden we geen parkeerplaats vinden. We zijn vlak bij het Dortmund-Ems-Kanal en lopen al snel langs het opvallend groene en heldere water. Eén binnenvaartschip ligt eenzaam aan de kade. Op andere dagen is het hier waarschijnlijk een stuk drukker.

Een eenzaam binnenvaartschip in het Dortmund-Ems-Kanal
Het water is opvallend helder

We steken het kanaal over via de historische voetgangersbrug ‘Bergeshöveder Steg’ en zien vanaf de brug de ‘Nasses Dreieck’ liggen. Hier eindigt het Mittellandkanal, dat helemaal naar Magdeburg loopt, in het Dortmund-Ems-Kanal. Lange tijd was dit HET centrum van de binnenvaart met Gaststätten en winkels. We lopen langs een sluis naar de overkant waar een informatiepaviljoen staat, waarin de geschiedenis van het kanaal te lezen is.

De Bergeshöveder Steg
De sluis met rechts het informatiepaviljoen

We lopen een tijdje langs het Mittellandkanal en duiken dan het bos in. Een stijgend paadje voert ons naar de Huckberg, met 96 meter het hoogste punt hier. Deze ‘berg’ is de meest westelijke punt van het Teutoburgerwald. Het pad daalt en stijgt en regelmatig hebben we een mooi uitzicht over de omgeving. Uiteindelijk komen we weer uit bij het Dortmund-Ems-Kanal. We passeren de sluizen van Bevergern die dagelijks ongeveer 40 binnenvaartschepen helpen het hoogteverschil van 10 meter te overbruggen.

Uitzicht vanaf de Huckberg

Aan de overkant wandelen we een stukje terug langs het kanaal en slaan dan af naar het plaatsje. Over kleine paadjes komen we in het centrum terecht waar we – zonder al te veel hoop – op zoek gaan naar koffie. Er blijkt slechts één hotel-restaurant open te zijn. Het interieur stamt nog uit de jaren 70 en op de barkrukken zitten 10 oude mannen. Achter de bar staat een ouder echtpaar. Ze lijken het heel gezellig te hebben. Als wij binnenkomen verstomt het gesprek en kijken 12 paar ogen ons aan.

Een kort knikje is het antwoord op de vraag of ze wel open zijn. Als de oudere mevrouw van achter de bar naar ons tafeltje komt, blijkt ze zeer vriendelijk. Cappuccino kan ze ons schenken, maar Kuchen heeft ze helaas niet op deze nieuwjaarsdag. Morgen weer, zegt ze met een glimlach. Wij laten de koffie ons smaken. Als we vertrekken wordt ons auf Wiedersehen met enthousiasme beantwoord.

Het is nog een klein stukje naar de auto. We lopen via het Nonnenpättken, een oude vluchtweg voor de cisterciënzer nonnen die vele eeuwen geleden dit pad in woelige tijden gebruikten om van hun buiten de stad gelegen klooster Gravenhorst binnen de stadsmuren te komen. In een miezerregenbui bereiken we de auto en sluiten een mooie en historisch interessante rondwandeling af.

Het Nonnenpättken

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Canyon Blick
Teutoschleife Dörenther Klippen

Wandelen op de Teutoschleifen | Dörenther Klippen

Route: Teutoschleifen | Dörenther Klippen
Afstand: 9,3 km
Hoogtemeters↑↓: 405 meter
Begin: Wanderparkplatz Bocketal
Eind: Wanderparkplatz Bocketal

De Teutoschleifen lopen deels over de Hermannshöhen (H)

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

Het is oudjaarsdag 2018. De Duitsers maken zich klaar voor Sylvester, wij trekken erop uit. Het is mistig, maar droog en met 11 graden helemaal niet koud. We wandelen vandaag de Teutoschleife Dörenther Klippen en beginnen op de parkeerplaats vlakbij Brochterbeck. We zijn niet de enigen. Gelijk met ons komen er zeker 15 andere auto’s aan. Mannen en vrouwen in felgekleurde hardloopkleding stappen uit en vormen een groep die steeds groter wordt.

Wanderparkplatz Bocketal

Wij laten ze gezellig bijpraten en beginnen onze wandeling. Het is een stuk minder modderig dan gisteren bij de Teutoschleife Canyon Blick, het is dan ook veel rotsachtiger. Dit loopt wel zo prettig. We zijn op weg naar markante zandsteenrotsen, de Dörenther Klippen. Verschillende rotsen hebben namen gekregen zoals Das Hockende Weib en de Dreikaiserstuhl.

De mist geeft een bijzondere sfeer

We lopen over een klein paadje langs de bosrand en passeren twee onbewaakte spoorwegovergangen. Het pad komt uit bij een boomgaard. Dit is het Obstlehrpfad. De voorbijganger kan hier zijn kennis ophalen over de verschillende fruitbomen en bijvoorbeeld de snoeimogelijkheden. Ik kan me voorstellen dat het hier in de lente erg mooi is, als de fruitbomen in bloei staan.

Langs het Obstlehrpfad

Dan begint het te stijgen. De weg gaat het bos in en de mist tussen de bomen levert mooie plaatjes op. Bij het uitzichtpunt op het Bocketal kunnen we in de grijze verte vaag een wit huisje onderscheiden. Verderop staan we op de Dreikaiserstuhl en zien het bos in de diepte, waar we aan het einde van de wandeling zullen lopen. Het zijn indrukwekkende rotsformaties.

Het uitzicht is vandaag iets minder

We beginnen ons net af te vragen waar de hardlopers eigenlijk gebleven zijn, als we een heel stel aan zien komen. Gezellig kletsend komen er een stuk of 20 voorbij, hun kleding ietwat modderiger dan op de parkeerplaats. Even verderop komen we langs een Ehrenfriedhof midden in het bos. Op deze plek is op 3 april 1945 flinke strijd geleverd tussen de geallieerde troepen, die aan de opmars naar Berlijn bezig waren en het Duitse leger. De mist geeft het geheel een mysterieuze sfeer.

Het Ehrenfriedhof midden in het bos

We dalen een stuk en staan dan aan de andere kant van het rondje dat we maken. Hier gaat de weg scherp omhoog richting Das Hockende Weib. Over rotsen en boomwortels stijgen we gestaag. Het is zaak goed te kijken waar je je voeten zet. We doen ons best om een hurkende vrouw te zien in de rotsen die we voor ons zien, maar helaas. Onze fantasie laat ons in de steek.

Veel rotsen, weinig hurkende vrouwen

De weg voert langs de bosrand en we zien de glooiende weiden met hier en daar een boerderij. Op een bankje eten we de broodjes, die we die morgen vers bij de bakker hebben gehaald. Een langskomende hond met een stok in zijn bek, vindt ons brood er aantrekkelijk uit zien, maar zijn bazin houdt hem in het gareel. “Du brauchst kein Brot, du hast een stökchen”. De hond lijkt niet helemaal overtuigd van deze logica, maar gehoorzaamt toch maar zijn bazin.

Het laatste stuk van de wandeling leidt ons onderlangs de rotspartijen waar we een paar uur geleden nog bovenop stonden. Het bos is hier groen en ruikt naar regen en frisse lucht, heerlijk! We nemen nog een stuk trimparcours mee en zien dan de parkeerplaats weer liggen. Het was een mooie wandeling en door de mist zelfs wat mysterieus.

Onderweg komen we hier en daar nog een paddenstoel tegen

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven. Deze wandeling was grotendeels onverhard, met geregeld rotsen en boomwortels die het pad vormden. Goede wandelschoenen zijn dan ook geen overbodige luxe.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Canyon Blick
Teutoschleife Bevergerner Pättken

Wandelen op de Teutoschleifen | Canyon Blick

Route: Teutoschleifen | Canyon Blick
Afstand: 11 km
Hoogtemeters ↑↓: 356 meter
Begin: Parkeerplaats Friedhofskapelle Lengerich
Eind: Parkeerplaats Friedhofskapelle Lengerich

De rondwandelingen zijn goed gemarkeerd

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van  Rheine naar Marsberg loopt.

We beginnen in een rij bij de enige bakker die open is op zondag in Lengerich. Nadat we de broodjes voor de lunch binnen hebben, parkeren we de auto op de bijna volle parkeerplaats bij de Friedhofskapelle. We zijn niet de enige wandelaars die op pad zijn op deze zondagochtend. Onze eerste kennismaking met de Teutoschleifen staat op het programma.

Friedhofskapelle

Onze wandeling heet Canyon Blick en gaat langs de Lengericher Canyon, een kalksteengroeve t.b.v. de cementproductie. Vandaag de dag is de groeve gevuld met helblauw water, als we de plaatjes mogen geloven. Die Blick is bijna aan het einde van de wandeling. Eerst beginnen we aan een stijging door het bos. Het brengt ons meteen in de bergwandelstemming. We moeten even wennen, maar al snel zitten we er in. Door de modder lopen we gestaag omhoog.

Bovengekomen lopen we een stukje Hermannshöhen. Als ik dit pad nou eens helemaal kon lopen … iets om voor een ander jaargetijde eens te overwegen. In de verte zien we de heuvels als grijze contouren boven de glooiende weiden uitsteken. Het weer is grauw maar niet koud. Een zonnetje had het geheel nog mooier gemaakt. We wijken uit voor drie ruiters die al snel overgaan in galop en de heuvel bestormen die we net aflopen. We zien de volgende kilometers voortdurend hun sporen terug in de modder.

Langs uitkijk/jaag/vogelhutten lopen we langs de bosrand. Als we weer op asfalt uitkomen zien we alpaca’s in de wei staan. Het boekje kondigde het al aan: “Mit etwas Glück: Alpakas am Wegesrand”. Het geluk is duidelijk met ons. In een weiland aan de andere kant van de weg wordt voorbijgangers uitgelegd waarom de alpaca’s niet gevoerd mogen worden. Dat is wat anders dan een bordje met alleen ‘verboden te voeren’. Een goede manier om begrip te kweken.

Verboden te voeren, maar dan anders

Na de lama’s zien we het dorpje Leeden liggen, de wandeling gaat er niet door heen en ook wij besluiten het dorpje rechts te laten liggen. Die koffie komt in Lengerich wel. Er volgt een pittig klimmetje naar het hoogste punt van de Leedener Berg op 202 m. We zien hier de restanten van het Lusthauschen van de plaatselijke pastoor. Tot 1910 wandelde en mediteerde hij hier. Het is ook een mooi uitzichtpunt. Bij helder weer kun je de domtoren van Osnabrück zien liggen. Helaas is het vandaag te heiig.

Blik op Leeden
Restanten van het Lusthauschen op de Leedener Berg

Bergafwaarts gaat het weer. We nemen een kijkje bij de Hermannsbrücke over de snelweg en dalen dan verder af. Door boerenland komen we bij een Ehrenmal uit voor gesneuvelde soldaten in de tweede Wereldoorlog uit verschillende landen. Een man met zoon komen net de trappen op om weer terug te komen op de route. De jongen raadt ons af om al die trappen af te dalen en te beklimmen. “Dort gibt es nur ein Kreuz mit Namen”, zegt hij teleurgesteld en zelfs een beetje boos. Hij had duidelijk wat anders verwacht. Wij nemen toch een kijkje en vinden het eigenlijk wel indrukwekkend, zo midden in het bos, hoog op een rots.

Ehrenmal
Ehrenmal

Op een bankje met uitzicht op de verderop gelegen snelweg eten we onze eerder gehaalde broodjes. Niet het meest idyllische uitzicht, maar het is niet gek om eind december buiten te lunchen met heerlijke Duitse broodjes. Diverse wandelaars komen langs, vele hebben hun hond meegenomen.

Na de lunch is de Canyon niet ver meer. Door weiden en langs de bosrand komen we uiteindelijk op het uitzichtpunt uit. Er staan een paar mensen naar het grijze water te kijken, maar lopen dan snel verder. Wij laten het uitzicht op ons inwerken, de wandeling is niet voor niets hiernaar vernoemd. De kleur van het water in het boekje haalt het echter niet bij de (winterse) realiteit. Verkeerde jaargetijde … Dan lopen we ook verder. Langs een aantal beelden in het bos van het Skulpturenpark komen we weer bij de kapel uit. De parkeerplaats is nog voller en jong en oud wandelt af en aan. Een populaire wandeling zo vlak voor Sylvester. En terecht!

De Lengericher Canyon

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven. Deze wandeling was grotendeels onverhard en, na een aantal fikse regenbuien, knap modderig. Goede wandelschoenen zijn dan ook geen overbodige luxe.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Dörenther Klippen
Teutoschleife Bevergerner Pättken

Ever tried to climb this?

Ever tried to climb this? vroeg een onbekende. Hij of zij had in een duidelijk leesbaar handschrift zijn vraag achtergelaten op een stalen constructie die de overkapping van het perron ondersteunde. Mijn antwoord was een volmondig Nee! En ik ga er vandaag ook niet aan beginnen, voegde ik er in gedachten aan toe.

Het is woensdagochtend, midden-augustus en stralend weer. Een uur daarvoor was ik vanuit een klein Noord-Duits plaatsje op de trein gestapt naar Hamburg, in de hoop daar tickets te bemachtigen richting Nederland. De Deutsche Bahn medewerkster had meegedacht en via 5 overstappen zouden ik en mijn volgeladen fiets in Nederland geraken. Die dag nog. Regionalbahn was het toverwoord. Met een cappuccino-to-go en een zoet broodje wachtte ik op mijn trein richting Bremen.

Ever tried to climb this? Ik had er überhaupt niet over nagedacht dat je deze constructie ook zou kunnen beklimmen. Maar voor de avonturier onder ons is het waarschijnlijk een koud kunstje. Erg ver kom je echter niet. Binnen een paar meter kom je bij het dak. Het uitzicht is niet veel beter dan hier beneden. Treinen, rails, reizigers en af en toe een vakantiefietser.

Wie was de onbekende vragensteller? Heeft hij de constructie echt beklommen? Of is het niet verder gekomen dan een gedachte? Een wachtende reiziger, aan het einde van de dag. Hij (het is vast een ‘hij’) komt uit zijn werk en is op weg naar huis. Zoals elke dag neemt hij zijn vertrouwde plekje in, naast de constructie. Hij staart voor zich uit, zijn gedachten mijlenver weg.

Een jongetje huppelt langs aan de hand van zijn moeder. “Mag ik daarop klimmen, mama?” vraagt hij en hij wil al naar de constructie toelopen. “Nee joh”, zegt zijn moeder, “dat is niet om in te klimmen. Dit is een station, geen speeltuin.” Moeder en zoon lopen verder, maar hebben iets wakker gemaakt in de wachtende reiziger. Hij bekijkt de constructie met hele andere ogen.

Uit zijn tas pakt hij een viltstift en schrijft zijn gedachte op. In het Engels … eigenlijk vrij ongebruikelijk voor een Duitser.

Dus misschien was de vragensteller wel een heel ander persoon. Een Amerikaanse toerist op doorreis, een baldadige internationale student die daadwerkelijk naar boven is geklommen. Of wellicht een vakantiefietser die die dag op zijn tweede station aanbeland was en nog vele treinen in het verschiet had … en vele wachttijden.

Wie het ook was, er rest nu slechts een vraag. Een vijfwoordenzin die mensen op ideeën brengt, ze aanspoort om anders naar hun omgeving te kijken en zelfs bloggers inspireert.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Fiets in de trein

Treinleven

Stel je voor

Stel je voor: je staat op het perron met je fiets volgepakt met minimaal twee voor- en twee achtertassen. Net heb je de lift genomen om in de spoortunnel te kunnen komen. Het oude vrouwtje met rollator, dat aan kwam lopen toen jij al in de lift stond, wilde heel graag met je mee in de lift en was enigszins gepikeerd dat dat niet paste. Vanuit de spoortunnel nam je een tweede lift om op het perron te komen. Nu wacht je op de trein die je op je Duitse plek van bestemming zal brengen. Of in ieder geval een stukje in de goede richting, er wachten je namelijk nog drie overstappen.

Met de fiets in de trein

Met de fiets in de trein. Het kan in Nederland, Duitsland, België, Luxemburg en nog veel meer andere landen. Dat is fijn en handig. Het scheelt je als fietser enorm veel tijd. Maar reizen met een fiets in de trein brengt ook uitdagingen met zich mee. Altijd. Althans wel die keren, afgelopen jaren, dat ik het deed. Geen enkele reis is hetzelfde, geen enkele conducteur is hetzelfde en ook de medereizigers die met hun fietsen de reis ondernamen, zijn stuk voor stuk anders. Het mag met recht een avontuur genoemd worden.

Vier vakanties ervaring heb ik inmiddels. De eerste reis vanuit Luxemburg, de laatste vanuit Noord-Duitsland. In Luxemburg had ik nog geen fiets-in-trein ervaring en was ik blij dat mijn fiets überhaupt een plekje vond op het balkon. Samen met nog een aantal andere fietsen, waardoor er niemand meer in of uit kon. Vanuit Noord-Duitsland reisden we met enkel regionale treinen, wat een luxe bleek te zijn voor de vakantiefietser.

Luxemburg en België

De Luxemburgse trein leek veel op de Nederlandse, alleen een paar decennia ouder. Fietsen konden in principe op het balkon staan, maar als het er meer dan drie werden, kon je er eigenlijk niet meer in of uit. Tassen konden we er niet kwijt en stonden opgestapeld op het bankje tegenover ons. Gelukkig was het niet druk en de andere fietsers hadden dezelfde constructie bedacht. Wij hadden net de Vennbahn gefietst, de smokkelroute door Duitsland, België en Luxemburg over een oud spoorwegtracé en zagen een deel van de door ons gefietste route langs ons heen flitsen, terwijl we in rap tempo naar België reden.

In de Belgische trein was een apart rijtuig gereserveerd voor de fietsen. De conducteur had de sleutel en tijdens de rit mochten reizigers niet bij hun fietsen blijven. Geen probleem en lekker makkelijk. Diefstal werd zo ook lastig. Bij krappe overstaptijden ben je wel weer afhankelijk van de man met de sleutel, maar die wil over het algemeen ook weer verder. Geen enkel probleem dus.

Duitsland

Het fietsgedeelte in de Duitse intercity

En dan de Duitse treinen. Hier ligt mijn meeste ervaring en ook de meeste avonturen. In de intercity’s is reserveren voor je fiets verplicht. Er is beperkt plek in de speciale fietsgedeelten van de coupés. Je fiets hang je aan of zet je in de speciale haken. Bagage kan er meestal niet op blijven maar kun je naast je fiets kwijt.

Nadeel is dat niet iedereen zich aan de nummers houdt die zijn toegewezen in de reserveringen. Bepaalde plekken hebben nu eenmaal de voorkeur boven andere. Ik zet ook liever mijn fiets in een lage stalling, dan dat ik het voorwiel aan een haak in de buurt van het plafond moet hangen. Daarnaast heb ik de ervaring dat reserveringen ook wel opgeheven worden. Onder het mom van ‘zie maar dat je een plekje kunt bemachtigen’ stap je dan met zwaarbeladen fiets de trein in.

Intercity’s hebben een hoge instap en een smalle deur en een nauw gangetje waardoor je je fiets naar binnen moet wurmen. Instappen bij regionale treinen daarentegen zijn meestal gelijkvloers en de doorgangen zijn breder. Ook merkten we, toen we afgelopen zomer zonder reservering met enkel regionale treinen vanuit Noord-Duitsland terugreden naar Nederland, dat bepaalde Bundesländer hun regionale treinen uitrusten met een compleet fietsrijtuig.

Op station Hamburg Harburg rijden regionale treinen met aparte fietscoupés

Enkel haken, standaards en stangen om je fiets in te zetten, aan te hangen of tegen aan te laten leunen. Ideaal! Dertig fietsen konden er zeker staan. Op onze reis was het niet druk, waardoor we 10 uur en 5 overstappen later geen enkel stuk bagage van de fiets hadden hoeven halen. Ook kwamen we keurig op tijd aan op ons eindstation.

Een ervaring die maakt dat ik volgende keer weer met regionale treinen wil reizen. Zeker na ons akkefietje in Almelo vorig jaar met de intercity. Vanuit Denemarken reisden we toen terug naar Nederland, met een Duitse trein. In Almelo stapten we over op een Nederlandse trein. De bagage stond al op het perron, de fietsen nog in de trein. Toen gingen de deuren dicht en reed de trein weg. Gelukkig stond ik ook op het perron en mijn medefietser nog in de trein, waardoor het allemaal nog goed kwam. Maar dit is de nachtmerrie van elke fietser en was voor mij bijna de reden om niet meer met de fiets in de trein te reizen.

Maar ja, het is zo makkelijk en je komt zo veel verder. Dus dit jaar, toen het Almelo-akkefietje iets minder vers in het geheugen lag, toch weer een fiets-treinreis geboekt. Naar Rostock ditmaal (en vanuit daar naar Zweden), wederom met de intercity. Helaas bleek de tweede trein überhaupt geen fietsrijtuig te hebben waardoor de fietsers hun fietsen kwijt moesten in een gewoon rijtuig met bankjes en tafeltjes. Hangend aan het voorwiel bevestigden wij onze fietsen met de spin aan de bagagerekken, nadat we hem, zonder bagage, met moeite door het gangpad hadden gemanoeuvreerd. De tafeltjes waren opgeklapt, waardoor er bij zo’n vierzitsbankje net plek was voor twee fietsen.

De niet fietsende reiziger keek vreemd op toen het rijtuig bevolkt bleek door op hun achterwiel balancerende fietsen. Dit soort gevallen verenigt wel de vakantiefietser. Iedereen helpt elkaar met bagage en ophangen van fietsen. Ook bij het uitstappen worden van alle kanten helpende handen uitgestoken. Dat is het positieve aan dit soort situaties, het maakt het contact een stuk makkelijker. En de met de trein reizende vakantiefietser is over het algemeen geïnteresseerd in zijn collega-fietsers. De afgelopen vier fietsvakanties hebben we dan ook veel verhalen gehoord (en verteld) in de trein. Het maakt de reis onzeker, onverwacht, maar ook zeker interessant en avontuurlijk.

Nederland

Nederlandse treinen tenslotte kunnen nog wat leren van de Duitse regionale treinen – en toegegeven – ook van de Duitse intercity’s. Aparte fietsgedeelten ben ik nog niet tegengekomen in de Nederlandse trein. Op het balkon zijn per treinstel drie plekken gereserveerd voor fietsen. Dat is het. Als het vol is, is het vol. Reserveren is niet mogelijk. Gelukkig is de manoeuvreerruimte in de Nederlandse trein wel een stuk ruimer dan in de Duitse intercity. En als je een vroege of late trein pakt is er vaak ook genoeg plek.

Dus

Treinreizen met de fiets is dus per land, maar ook per trein een verrassing. Het beste is om zonder verwachtingen in te stappen en de avonturen onderweg over je heen te laten komen. Het loopt altijd anders dan je denkt en dat levert leuke verhalen op voor later (of voor een blog). Waar we volgend jaar heengaan, weet ik nog niet. Maar beginnen of eindigen met een treinreis sluit ik zeker niet uit.