Het dak op

Puntige heuvels tot zover het oog strekt. Het gras steekt felgroen af tegen de met donkere wolken bezaaide blauwe lucht. In de schijnbaar willekeurig neergeplante glazen driehoeken zie ik de zon gemeen fel branden en de wolken voorbij spoeden. Nog even en ze laten weer een pittig bui los. Het is dat de heuvels niet rond zijn, anders had ik me zeker in het welbekende Teletubbieslandschap gewaand.

Ik loop over een zwarte loopbrug die door het landschap slingert. Een keer slechts kom ik een andere bezoeker tegen. Iemand die ook de treden heeft beklommen, benieuwd naar wat daarboven was. Hij loopt net zo rond als ik. Om zich heen kijkend, verwondering in zijn ogen, maar ook een voldane glimlach. Hij is bij het einde geweest, dat is duidelijk.

Voor mij nadert het einde ook. In een paar passen sta ik bij de rand en word beloond met een uitzicht over het gebied. Regendruppels op auto’s glinsteren in de zon, wandelaars lopen over de brug verderop, vogels vullen de lucht met hun gekwetter. In de verte zie ik het water van het natuurgebied. Een bezoeker kijkt omhoog, ziet mij staan en denkt, daar wil ik straks ook staan. Daar boven.

Daar boven in de heuvels, die strikt genomen helemaal geen heuvels zijn. Onder mij lopen bezoekers. Onder mij liep ik net ook. Slenterend langs de de oude boot, de visnetten, de rietsnijdersattributen, de foto’s en filmpjes uit het verleden, langs geprojecteerde vissen die over muren lijken te zwemmen en niet te vergeten een aaibare bever.

Een kleine foto bij de uitgang (tevens ingang) toont de heuvels in hun kale staat van zijn. Simpele vakantiehuisjes lijken het, met puntdaken. Niet indrukwekkend, zeker niet iets om bij stil te staan. Nu getransformeerd tot het huidige heuvellandschap geeft het het gebouw een extra dimensie. Want hoe vaak kun je nu zeggen dat je bovenop een museum hebt gestaan? En dat je je helemaal niet bovenop een museum waande? Maar in een Teletubbieslandschap … Nou ja, bijna dan.

Wil je ook ervaren hoe het is om op een museum te lopen? Bezoek dan het Biesboschmuseum in Werkendam. Het gebouw ligt midden in Nationaal Park de Biesbosch en is onlangs geheel vernieuwd.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Advertenties

Het blauw

Het blauw is overal. Boven en onder me, tegen me aan, tussen me in. Ik voel het tegen mijn huid, het zoekt toenadering tot mijn haren. Het voelt afstandelijk, glad maar toch stroef, warm maar niet per se aangenaam. Ronde vormen omringen me zover het oog strekt.

Het blauw is niet donker, het is niet licht. Het is de kleur van het blauwe uur tussen middag en avond. De zon heeft zich teruggetrokken en de avond bereidt zijn opwachting voor. Als ik echter mijn hoofd beweeg, verandert ook de kleur. Van middag naar avond en soms heel kort naar nacht.

Bewegen lukt en ik tunnelgraaf me een weg door de massa. Het blauw dwarrelt weg, zweeft omhoog, schiet opzij. Ik hoor geluiden als mijn vingers in aanraking komen met het oppervlak. Maar ik hoor ook wat anders. Doffe slagen in de verte, gemoffelde stemmen.

Waar ben ik? Zodra ik de glazen deuren doorging, was mijn oriëntatie verdwenen. Een paar seconden daarvoor wist ik nog heel goed waar ik heen moest. Enkele stappen verder, een bocht, een draaiing van mijn hoofd en weg was die zekerheid.

Dan hoor ik mijn naam, ergens uit deze kamer. Komt het van links? Ik doe een paar stappen in die richting en blijf staan. Weer mijn naam, nu van rechts. Ik begin te lopen in tegengestelde richting. En roep zijn naam. En loop. En roep.

Er is geen paniek. Verdwalen kan niet in deze afgesloten ruimte. Vroeg of laat kom je bij de uitgang. Maar ik voel een stijgende verbazing over hoe snel je gedesoriënteerd kunt raken. Hoe ongelooflijk vlug je ingesloten wordt door al dat blauw, dat in een andere situatie alleen maar bijdraagt aan de feestvreugde.

museum-voorlinden

Ik zie een hand en dan nog een. Ik zeg zijn naam. Maar de vrouw die aan de handen vastzit lijkt in niets op hem. Dat concludeert ze zelf ook als ze opmerkt dat ik helaas de verkeerde voor me heb. Naast haar zie ik nu ook een man opduiken. Een deel van zijn gezicht verschijnt, een arm. Hij groet me. “Kom, we gaan nog een rondje” zegt hij tegen de vrouw. En binnen een seconde zijn ze weer opgeslokt door het blauw.

Mijn naam klinkt nu dichtbij: “Waar ben je?” “Hier!” roep ik en ik voel zijn hand al op mijn schouder. Even later zijn lachende gezicht en dat van haar. Gevonden, zeggen hun glimlachen. Nu de deur nog. Die blijkt verrassend dichtbij.

In de naastgelegen ruimte fatsoeneren we onze statisch geworden haren. In hun ogen zie ik de schittering van plezier. “Het leukste onderdeel van het museum!”, zou mijn oudtante van 83 later zeggen. Achter de glazen deuren deinen de hoog opgestuwde blauwe ballonnen op en neer. Af en toe steekt er een hand bovenuit.

Wil je ook het blauw ervaren? Of een van de andere bijzondere kunstwerken, zoals het zwembad waar je in kunt staan zonder nat te worden? Bezoek dan ook Museum Voorlinden in Wassenaar. De ballonnen maken onderdeel uit van de tentoonstelling Say cheese! Van Martin Creed en is nog te zien tot en met 11 juni 2017.

Het eendaagse-stedentrip-museum

Kunstmuseum Pabla Picasso Münster

Een indrukwekkende trap strekt zich voor ons uit. De aarderode muren en de grote ramen doen de lichte treden nog beter uitkomen. Een enkele bezoeker klimt langzaam hoger en hoger naar de eerste tentoonstellingsruimte. Dit moet ik vastleggen, schiet er door mijn hoofd en ik pak mijn telefoon uit mijn tas.

Nadat het beeld op het scherm mijn goedkeuring kan wegdragen, zie ik beweging in mijn linkerooghoek. De suppoost die net onze kaartjes heeft gecontroleerd staat aan de voet van de trap te gebaren. Hij wijst naar de bordjes die naast hem hangen. Op een ervan staat een fototoestel met een streep erdoorheen.

Ik had ze wel gezien maar niet geregistreerd. Mijn medemuseumbezoeker draait zich naar de man toe en reageert met een grote glimlach. Hij spreekt de geruststellende woorden “Das war das letzte Foto”. De suppoost steekt zijn duim omhoog en lacht zijn tanden bloot. Het uniform herbergt onverwachte vriendelijkheid.

We bevinden ons op de Picassoplatz in het Duitse Münster en zijn toe aan het culturele deel van onze eendaagse stedentrip: een bezoek aan het Kunstmuseum Pablo Picasso Münster. Een jaar eerder voerde onze stedentrip-voor-een-dag ons naar Osnabrück, alwaar het Felix-Nussbaum-haus een verpletterende indruk maakte. Met hooggespannen verwachtingen beklimmen we nu de treden naar de werken van Henri Matisse.

In de schetsen die aan de muren hangen, wordt in enkele lijnen een gezicht uitgebeeld. Meerdere gezichten hangen naast elkaar, bijna hetzelfde. Een net wat andere uitdrukking. De lippen bestaan uit een enkele streek en zijn toch herkenbaar als mond. Ze bevatten een zwierigheid, deze beelden. De schetsen lijken een aanzet te vormen tot een melodie. Matisse was van mening dat een kunstenaar door dagelijks te oefenen “de hand tot zingen moet brengen”. Wat we aanschouwen zijn oefeningen, een basis voor een schilderij, de opzet voor een later kunstwerk.

Henri Matisse - Primavera (1938)
Henri Matisse – Primavera (1938) Afbeelding: abc.net.au

De meeste bezoekers houden een audio device aan hun oor en luisteren per tekening, litho of knipwerk naar het verhaal erachter. Wij zijn (niet geheel bewust) device-loos en hebben naast de schilderijtitel op het bordje naast het kunstwerk, ook de toelichtende teksten in dieprode en donkergrijze vlakken op de muren tot onze beschikking. En natuurlijk de kunstwerken zelf, die stuk voor stuk een verhaal vertellen.

Als we de trap verder bestijgen naar de bovenste tentoonstellingsruimte komen we bekendere werken tegen van de kunstenaar. Gele bladeren in een blauwe vlakte, die ook als kerkramen vervaardigd zijn, papierknipwerken, illustraties met gedichten. Dit is waar we Matisse van kennen. Interessant om deze werken nu eens in het echt te aanschouwen. Hij laat weinig ruimte over voor de naamgever van dit museum. Letterlijk. Picasso is in slechts een paar ruimten terug te vinden.

In minder dan een uur hebben we de twee verdiepingen gezien en vangen de afdaling aan. We groeten de inmiddels een stuk jonger en slanker geworden suppoost onderaan de trap. En tussen suppoost en kluisje is daar onvermijdelijk de vergelijking met het eendaagse-stedentrip-museum van een jaar geleden. Was het even indrukwekkend, vragen we ons af. Zijn we flabbergasted en toe aan een cappuccino? Nee, concluderen we beide, hoewel die cappuccino er altijd wel in gaat. Het is een interessante tentoonstelling, maar van een hele andere orde dan het Felix- Nussbaum-haus.

Misschien is het ook niet met elkaar te vergelijken: een tijdelijke tentoonstelling van twee verdiepingen en een gebouw, levensverhaal en schilderijen die met elkaar vervloeien. Mijmerend over de geziene werken, bevinden we ons weer op de keitjes van de Picassoplatz en besluiten op zoek te gaan naar een niet noodzakelijke, doch zeer welkome cappuccino.

Matisse - Die Hand zum singen bringen
Afbeelding: kunstmuseum-picasso-muenster.de

Ook benieuwd naar de tentoonstelling ‘Matisse – Die Hand zum Singen bringen’? De kunstwerken zijn nog te zien tot en met 29 januari 2017 in Kunstmuseum Pablo Picasso Münster.

Soepel in de heupen

Voetbal kende ik. Volleybal, basketbal, handbal, korfbal, allemaal bekend. Deze laatste sport heb ik zelfs nog een tijd fanatiek beoefend. Samen met de andere kinderen in het dorp. Als je niet op korfbal zat, hoorde je er eigenlijk niet echt bij. Korfbal was je-van-het. Zou dat ook gelden voor de balsport waar ik afgelopen weekend kennis mee maakte?

Een voormalig ziekenhuis is het decor van kennismaking. Tegenwoordig is het imposante gebouw opgedeeld in werelddelen. Door duistere zalen dwaal je in een middag over de aarde. Het Museum Volkenkunde in Leiden had een mindere locatie kunnen kiezen. We zijn net door Azië gelopen en staan nu voor grote glazen deuren die toegang geven tot Midden-Amerika. Een stap en ze zwaaien automatisch open. Na de drukte in de grote hal is het hier relatief rustig.

De mensenmassa’s mogen dan ontbreken, maar van alle kanten hoor je geluiden, zie je beelden geprojecteerd en zijn er objecten tentoongesteld. Een vijftal skeletten vormt een orkestje. De een speelt gitaar, de andere viool. Ze lijken plezier te hebben. Op een ietwat morbide manier. Ze trekken zich niets aan van de jonge mannen die zich – even verderop – halfnaakt in allerlei vreemde bochten wringen.

Museum Volkenkunde Mexico
Op een scherm schiet over een veld een bal heen en weer. Zoals bij veel balsporten is het de bedoeling om de bal in een doel te krijgen. Er is echter een klein verschil met voetbal of handbal, je mag noch je voeten, noch je handen gebruiken. Het enige dat de mannen tot hun beschikking hebben is een zwierige heupbeweging. Het verklaart meteen de naam van de sport: heupbal.

Voor ons stijve Hollanders doet het vreemd aan. Ik zie bijvoorbeeld mijn – overigens fanatiek voetballende – buurman nog niet met een soepele heupbeweging een bal meters ver het doel in schieten. En ook de outfit die de spelers dragen, verschilt enigszins van wat hier onder sportkleding wordt verstaan. Het lijkt nog het meeste op een leren luier, die met behulp van een ingewikkeld vetersysteem, vastgesnoerd wordt. Op het filmpje wordt deze aansnoering uitgebreid in beeld gebracht. Ik vermoed dat ook hierbij de gemiddelde Nederlandse man verstek laat gaan.

Heupbal Museum Volkenkunde
Een heupbalspeler met op de achtergrond het speelveld

Het spel is eeuwenoud en werd al door de Maya’s gespeeld. Voor oorsprong had het een belangrijke rituele betekenis, maar waarschijnlijk was het spel ook een plezierig tijdverdrijf. Op een veld in de vorm van een I speelden twee teams van 2 tot 5 personen met een rubberen bal. De bedoeling was om de bal door een van de stenen ringen te krijgen die aan de muren rondom het speelveld hingen. De precieze regels van het oude heupbal zijn echter niet bekend.

Tegenwoordig worden nog varianten van het spel gespeeld, bijvoorbeeld in Mexico. Een van die varianten – Ulama genaamd – zie ik terug op het filmpje. Het lijkt een mannenspel te zijn. Iets wat de plaatselijke bevolking speelt in het weekend. Misschien wel een sport waar kinderen in bepaalde dorpen als vanzelfsprekend op gaan. Dorpen waar heupbal je-van-het is.

Wil jij ook kennismaken met heupbal of het vijfkoppig orkest van skeletten? Bezoek dan ook het Museum Volkenkunde in Leiden.

De museummedewerkster

Leunend op haar stok wijst ze naar een met allerhande stoffen bloemen versierde hoed in de vitrine. “Die zouden ze bij ons op doen met carnaval!” roept de man met Brabants accent uit. Zijn vrouw knikt instemmend. De zuidelijke toeristen dwalen nog wat door de zaal met klederdracht en met een vrolijk ‘houdoe’ lopen ze weer de gang in. Dan krijgt de museummedewerkster ons in het oog.

We bevinden ons in Nunspeet, in het Noord-Veluws Museum. Ons hoofddoel is de tentoonstelling van de werken van Chris ten Bruggen Kate (1920-2003), de magisch-realistische schilder, wiens werken, de laatste keer dat ik in dit museum was, grote indruk maakten. De hele benedenverdieping is aan hem gewijd. Luchten in verschillende kleuren stralen je tegemoet. Van diep-oranje, intens geel, via nachtblauw, zeegroen naar donkerrood.

Chris ten Bruggen Kate Noord-Veluws Museum
De landschappen zijn stuk voor stuk geschilderd in een typerende stijl. Sterk vereenvoudigd, badend in een magisch licht staan bomen, huisjes en af en toe een hooiberg aan de horizon. Het zijn vaak onbekende landschappen, maar ook de IJssel en Urk hangen er tussen. “Hij schildert de natuur niet zoals hij is, maar zoals hij zou moeten zijn” vertelt Lenie, de vrouw van de kunstenaar, op een video.

Chris ten Bruggen Kate Noord-Veluws Museum
Ik ben onder de indruk. En mijn medebezoekers ook, aan de enthousiaste uitroepen te horen. Missie geslaagd! Een verdieping hoger maken we nog een rondje langs de vaste collectie en werpen tot slot nog een blik in de zaal met de klederdracht. Eigenlijk niet onze cup-of-tea, maar ja, we zijn er toch.

Langs de Brabanders lopen we verder de zaal in en worden aangesproken door de oudere dame met stok. Op haar rode gehaakte vestje valt het oranje lintje bijna weg. Moeiteloos vervolgt ze haar verhaal over de versierde hoed, die helemaal niets met carnaval te maken heeft. Oorijzers, kapjes, mutsjes, mofjes, ze weet er alles van en deelt dit graag met ons.

Van de klederdracht is de stap klein naar de meekrap (een kleurstof) en de eekschillers (letterlijk: het schillen van een eik, de bast van de eik werd in de leerlooierij gebruikt). Enthousiast vertelt de oudere dame geschiedenissen die ze uit de eerste en tweede hand vernomen heeft. Verhalen uit deze streek. Het zou zo input kunnen zijn voor een levensverhaal of een roman.

Als we later in het museumcafé nog nagenieten van deze onverwachte twist in ons museumbezoek, zien we de museummedewerkster weer. Ze heeft lunchpauze en drinkt samen met haar collega’s een kopje koffie. We vangen woorden op als ‘jong stel’ en ‘eekschillers’. We kijken elkaar aan en concluderen met een zwijgende glimlach dat niet alleen wij genoten hebben van de ontmoeting.

Ook benieuwd naar de werken van Chris ten Bruggen Kate? De tentoonstelling is nog tot en met 11 juni 2016 te zien in het Noord-Veluws Museum. Collega-blogger JannieTR bezocht de tentoonstelling in maart en was ook erg enthousiast. De tentoonstelling Veluwse streekdracht in beeld is tot en met 5 juni 2016 te bezoeken.

Het huis van het boek

Monnik in Museum MeermannoVoorovergebogen zit hij in zijn bankje. Zijn gezicht gaat schuil achter de kap van zijn monnikspij. Er hangt een serene atmosfeer in deze ruimte. De Gregoriaanse muziek, de flakkerende kaarsen, het schemerduister: het helpt hem om rustig te worden, om het geduld op te brengen voor zijn werk. In zijn rechterhand een ganzenveer, waarmee hij beheerst lijntjes op het papier zet. Als hij zijn veer in de koehoorn met inkt doopt, wordt even zijn pols zichtbaar. Een zilverkleurig horloge – met stopwatchfunctie – glinstert in het kaarslicht.

We bevinden ons op de zolder van het 18e-eeuwse pand aan de rand van het Haagse Malieveld waar Museum Meermanno sinds jaar en dag gevestigd is. Voorheen het optrekje van een baron, maar sinds 1852 het huis van het boek. Voor een boekenliefhebber als ik, een must om eens heen te gaan. De collectie varieert van eeuwenoude handschriften, miniatuurboekjes, o.a. tentoongesteld in een miniatuurbibliotheek mèt geheime boekenkast tot de e-reader en het dikste boek ooit gedrukt. In de 19e-eeuwse boekzaal kan menig bibliofiel zijn hart ophalen.

Op dit moment is er de tentoonstelling ‘Het boek van binnen’ over de ontwikkeling van het boek, van kleitablet tot het boek van de toekomst. We volgen de geschiedenis en komen bij de gedrukte werken Histoire de la Reine du Matin & de Soliman Prince des Genies tegen. Het valt op door de prachtige versieringen in de art nouveau traditie. Het is een uitgave gedrukt in 1909 door Eragny Press van Lucien en Esther Pissarro.

Gérard de Nerval in Museum Meermanno
De auteur is de Franse dichter en schrijver Gérard de Nerval (1808 – 1855), pseudoniem van Gérard Labrunie. In de jaren 40 van de 19e eeuw reist hij een jaar door de Oriënt. In 1851 verschijnt Voyage en Orient, een kloek boekwerk over zijn omzwervingen in het Midden-Oosten. Het boek dat wij zien liggen is een van de verhalen uit dit boek, dat overigens ook in het Nederlands is vertaald. Geerten Meijsing, bewonderaar van de Nerval zegt over het boek het volgende: “Hij schreef het mooiste Frans, schitterend en lucide. Bovendien waren het van die geheimzinnige verhalen.” Nieuwsgierigmakende zinnen.

Maar ik ruk me los van de koningin van de ochtend en bekijk de andere tentoongestelde werken. Gelijk met ons op gaan een enthousiaste 50-er en zijn Aziatische metgezel. In het Engels legt hij aan haar uit wat er in de vitrines getoond wordt. Hoe hoger we in het gebouw komen, hoe enthousiaster hij wordt. Zij toont weinig emotie. Wellicht onder de indruk van zijn verhalen.

Op zolder zien we hem in een monnikspij, voorovergebogen in zijn houten bankje. Hij hangt zijn ganzenveer echter al snel aan de wilgen. Een ruimte verderop vinden we hem terug, achter een drukpers. Enthousiast discussiërend met de drukpersspecialiste over de letter V. Kort geleden was hij in het Gutenberg Museum in Mainz, maar hij had veel beter gelijk hierheen kunnen gaan. Dit museum overtreft zijn Duitse tegenhanger op alle fronten!

Na een tijdje laten we de drukpers en fans voor wat ze zijn en lopen, voorzien van drukpersbedien-ervaring en een boekenlegger als bewijs, via het sierlijke rondlopende trappenhuis weer terug naar de ingang. In de museumwinkel zien we de enthousiasteling terug. Hij complimenteert de medewerker achter de balie met het mooie museum. “Niet te vergelijken met Gutenberg”. Wij bekijken hem met een glimlach en geloven hem op zijn woord – hoewel we nu wel een beetje nieuwsgierig zijn geworden naar dat Duitse museum. Met de inkt op onze vingers openen we de zware voordeur en nemen ons voor om hier nog eens terug te komen.
Boekenlegger Museum Meermanno
Wil je je onderdompelen in de geschiedenis van het boek, schrijven met een ganzenveer en aan de slag met een drukpers? Bezoek dan ook Museum Meermanno. Een must voor elke boekenliefhebber, maar dat is mijn persoonlijke mening.

Het nieuwe land

Museum van Nieuw Land
Op de vraag wat we tijdens ons dagje weg gingen doen, antwoordde mijn vriendin direct: naar een museum in Flevoland. Zij had mijn terugblik op 2015 over ‘Elke Maand Een Museum’ gelezen en vond dat een museum in ‘haar’ provincie niet mocht ontbreken. Op de eerste zondag van 2016 togen wij dus naar Lelystad om ons onder te laten dompelen in de geschiedenis van het nieuwe land.

Naast de Bataviawerf ligt het museum van Nieuw Land. In het modern vormgegeven gebouw is letterlijk de hele geschiedenis van Neerlands twaalfde provincie te vinden. Duizenden jaren wordt deze plek al bewoond. De bewoners hebben hun sporen nagelaten. We lopen langs pijlpunten, aardewerk, maar ook skeletten, liggend in hun eeuwenoude graf.

We zijn echter vooral geïnteresseerd in de recente geschiedenis van Flevoland, het verhaal van de inpoldering. Het zogenaamde Zuiderzeeproject, waarbij onder leiding van ir. Cornelis Lely de Zuiderzee getemd werd. In de tentoonstelling Polderen! Verleden en toekomst van het Zuiderzeeproject worden we op onze wenken bediend. Op golvende tijdlijnen is de geschiedenis te lezen. Objecten als klompen en gereedschap dienen als illustratie. Het is een fascinerend verhaal. De creatie van de ideale maatschappij.

Onderweg in de auto ernaartoe waren we al enthousiast geworden. Mijn vriendin kent mensen die vanaf het begin in de polder hebben gewoond. Zo lang is het tenslotte niet geleden. In de Tweede Wereldoorlog viel bijvoorbeeld de Noordoostpolder droog en na de oorlog werd begonnen met uitgifte van grond. Oostelijk en Zuidelijk Flevoland volgen in de jaren 50 en 60. Terwijl we over lange rechte weggetjes langzaam Lelystad naderen, passeren verhalen over hoe de selectie gemaakt werd de revue. Wie wel in aanmerking kwam voor een boerderij in het nieuwe land en wie niet en waarom.

De Noordoostpolder werd ingericht met een visie. Er werd niet alleen nagedacht over het landschap. Hoe er één centrale plaats moest zijn (Emmeloord) met daaromheen tien kleinere dorpen. Alles moest op fietsafstand zijn, want de arbeiders moesten op hun werk kunnen komen. Er werd ook nagedacht over de maatschappij. Het moest een afspiegeling zijn van het Nederland van die tijd. Elke kerk (katholiek, protestants en gereformeerd) diende gelijk vertegenwoordigd te zijn. De inwoners moesten bewezen vakbekwaam zijn, een goed huishouden kunnen voeren, sociaal betrokken zijn. Dit sociale aspect is nu nog steeds aanwezig. Veel mensen zijn betrokken bij allerlei verenigingen en dorpsactiviteiten. Ook mijn vriendin en haar gezin.

Museum van Nieuw Land
In het museum vinden we ook de verhalen van de inwoners. Waarom wilden zij naar die nieuwe provincie? Kostte het veel moeite om in aanmerking te komen? Hoe doorstonden zij de selectie? En natuurlijk, hoe beviel het leven in de polder? Was het wat zij ervan verwachtten? Met foto’s, brieven en documenten krijgt de bezoeker een beeld van die tijd. Zo anders dan nu en toch zo kort geleden. Het zijn mensen die je nu nog tegen kunt komen bij de bakker.

Als buitenstaander zag ik de polder niet anders dan als een het land van vergezichten, kaal met hier en daar een boom, met lange, rechte wegen waar je altijd wind tegen hebt. Een bezoekje aan een museum (en een gesprek met een inwoner) laat je dat uitgestrekte land met hele andere ogen bekijken. Eva Vriend heeft er een boek over geschreven, Het nieuwe land (2013) Het staat al een paar jaar in mijn kast. Hoog tijd om eens in te beginnen.

Met het museum van Nieuw Land kan ik een museum in Flevoland afstrepen. Blijft er nog één provincie over. Helaas ligt Limburg niet naast de deur. Maar wie weet, het jaar is nog maar net begonnen.

2015: het jaar van ‘Elke Maand Een Museum’

Elke maand een museum logo
Toen 2015 net 11 uur oud was ging ik de uitdaging ‘Elke Maand Een Museum’ aan. Letterlijk elke maand een museum bezoeken, waaronder eentje in het buitenland. Wie wilde kon meedoen en tips waren welkom. De reacties waren overweldigend. Veel tips en mensen die zich aangemoedigd voelden om dit jaar toch maar weer eens een museum te bezoeken. 2015 is inmiddels bijna ten einde. Tijd om de balans op te maken.

Uiteindelijk heb ik niet elke maand een museum bezocht, in juni en december is dit niet gelukt. Maar in totaal heb ik dit jaar toch 19 musea bezocht, waaronder een buitenlands museum. Gemiddeld ruim anderhalve museum per maand! Er waren drie andere mensen die een of meerdere malen meegedaan hebben met de EMEM-uitdaging: Femke Knoop, Jannietr en DaniëlleSabine.

De bezochte musea van alle deelnemers bevonden zich door heel Nederland. In bijna elke provincie is een museum bezocht. Alleen Limburg en Flevoland ontbreken. De bezochte musea in het buitenland staan in Antwerpen en Osnabrück. Musea die meerdere keren bezocht zijn door de deelnemers zijn het Groninger Museum (2 maal), Museum De Fundatie (2 maal), Stedelijk Museum Zwolle (2 maal) en het Noord-Veluws Museum (2 maal). In maart werden de meeste musea bezocht.

Kasteel Het Nijenhuis en Museum IJsselstein
Kasteel Het Nijenhuis en Museum IJsselstein

Ikzelf kijk terug op een interessant museumjaar. Ik kwam in bekende, maar ook in veel onbekende musea. Het museum dat de meeste indruk maakte was het Felix-Nussbaum-Haus door de combinatie van architectuur, tentoongestelde werken en het levensverhaal van Nussbaum. Mocht je in Osnabrück zijn, reserveer dan ook een uurtje voor dit museum dat op een paar minuten lopen van het oude centrum ligt. In Den Haag lag het kleinste museum dat ik bezocht: het Louis Couperusmuseum. Dit was tevens het enige museum waar we moesten aanbellen om naar binnen te kunnen. Het oudste gebouw waarin een museum gevestigd was, was het 14e eeuwse Kasteel Het Nijenhuis. Het nieuwste museum was het Noord-Veluws Museum. Het was net een half jaar open, toen wij het bezochten. Het meest aansprekende museumcafé (sfeer, menukeuze, en uiteraard de cappuccino) vond ik toch wel Grand Café Clusius in de Hortus Botanicus in Leiden.

Van elk bezoek verscheen een blogpost, waarvan de ene aanmerkelijk populairder was dan de andere. De blogpost die het meest gelezen werd, beschreef het surrealistisch klavecimbel in Kasteel Het Nijenhuis in Wijhe. Op de tweede plaats staat ‘De stad in beweging‘ over een tentoonstelling in Museum IJsselstein, op de voet gevolgd door de blogpost over het Noord-Veluws Museum: ‘Magisch-realisme op de Veluwe‘.

Drents Museum, Noord-Brabants Museum en Keramiekmuseum Princessehof
Drents Museum, Noord-Brabants Museum en Keramiekmuseum Princessehof

Ik ben niet alleen naar de musea gegaan. Er was altijd wel iemand te vinden die mee wilde: een echtgenoot, zussen, vriendinnen, ouders, zelfs een oud-collega heeft me ‘haar’ museum laten zien. En tijdens een familiedag was – juist – het museum the place to be! Ook waren er een paar keer kinderen bij in de leeftijd van 1 tot en met 8. De betreffende musea waren er goed op ingespeeld (Museum IJsselstein, Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden) en boden o.a. zelf te bouwen suikerklontjessteden, oud-Hollands speelgoed en vluchten op de rug van een gans aan. Het valt me op dat er tegenwoordig steeds meer musea zijn die ook een programma aanbieden voor kinderen. Een goede ontwikkeling en slimme investering in de toekomstige museumbezoeker.

Nederland heeft ruim 400 musea. Ik heb daar dit jaar nog geen fractie van gezien, om maar niet te spreken over de musea in de landen om ons heen. Volgend jaar ga ik gewoon door met mijn museumbelevingen. Niet meer onder de noemer ‘Elke Maand Een Museum’, maar er zal zeker regelmatig een blogpost verschijnen over datgene wat mij opviel, toen ik door een onbekend of iets minder onbekend museum liep. Er zijn een paar musea die ik volgend jaar zeker wil bezoeken: het dit jaar geopende MORE in Gorssel met o.a. de modern realistische collectie van Hans Melchers. Daarnaast Museum Meermanno in Den Haag waar ik als boekenliefhebber nog nooit ben geweest. Daar moet hoognodig verandering in komen. En als laatste het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, dat dit jaar al op het programma stond, maar waar op het laatste moment het Noord-Brabants Museum voor in de plaats kwam (overigens ook geen verkeerde keuze).

Ben je benieuwd naar alle museumbelevingen? Een overzicht van alle door de EMEM-deelnemers bezochte musea vind je hier.

Op de bodem van de sloot

Afbeelding: tripadvisor.nl
Afbeelding: tripadvisor.nl

Voor ons kronkelt het pad het schemer in en verdwijnt in een bocht. Het is stil. Er zijn nog weinig bezoekers op dit uur. Na een paar passen doemt rechts een klein zilverkleurig visje op. Aan de linkerkant zijn tussen de waterplanten de poten van een eend te zien. In mijn ooghoek zie ik wat bewegen. Lippen worden zichtbaar, een tong. Ik voel een klein handje in mijn hand knijpen. “Is niet echt?” vraagt een onzeker stemmetje. Hij heeft ook de beweging gezien en probeert zichzelf ervan te overtuigen dat het geen echte koe is die van het slootwater drinkt. Dat is alleen wel erg lastig, die bek lijkt angstaanjagend echt. En hij beweegt!

Voordat wij afdaalden naar de bodem van de sloot had zijn moeder hem nog even apart aangenomen. “Alles wat je zo direct ziet is niet echt. De visjes niet, de eendjes niet. Ze zijn allemaal nep.” Hij had ernstig geknikt. “Allemaal nep”, had hij nog herhaald. Eenmaal in de sloot sloeg echter de twijfel toe. Die vissen leken best wel echt. En die eenden. En nu een bewegende tong. Hij hoopte vurig dat zijn moeder gelijk had.

Wij bevinden ons op de onderste verdieping van het Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden. Zonder nat te worden volg je het kronkelende pad dat je langs allerlei dieren in en om de sloot voert. Zoals het een echte sloot betaamt is het schemerig en ontbreken ook de oude fietsen, verloren schoenen en wat dies meer zij, niet. Je loopt zelfs onder een roeiboot door. Voor kinderen een leuke en soms ook wel spannende mogelijkheid om op een andere manier naar de natuur te kijken. En dat is pas het begin van de ontdekkingstocht door dit museum.

Een museum dat niet onbekend is. Vroeger kwamen wij hier vaak. De opgezette vogels waren fascinerend, maar ook het geraamte van de walvis. Op bepaalde dagen kon je je eigen fossielen maken uit gips en ik heb er een keer een dierenambulance van binnen gezien. De sloot kan ik me niet herinneren, misschien bestond deze toen nog niet. Mijn zussen en ik zijn het over één ding eens: het gebouw leek toen wel een stuk groter.

Op de regenachtige zondagmorgen uit het heden lopen wij na de sloot met twee kleine jongetjes de bekende trappen op. Het walvisgeraamte is er nog. De imposante bek maakt indruk. Het zachte vel van de zeehond nog wat meer. En de knopjes waarmee je geluiden tevoorschijn kunt toveren. De opgezette krokodil verderop beweegt niet, maar lijkt toch bedrieglijk echt. Het opgezette poesje dat op een bankje ligt te slapen is alleen maar lief.

Net als we deze museumochtend willen afsluiten met koffie en limonade, zien we ‘onze’ sloot vanuit een heel ander perspectief. Op de rug van een gans kun je, net als Niels Holgersson, over de Friese weilanden vliegen. Onze belangstelling hiervoor blijkt iets groter te zijn dan die van de twee broertjes. We vinden ze terug bij de pissebedden. Als je één en drie bent, zijn pissebedden nu eenmaal beter te behappen.

Wil jij ook over de bodem van een sloot lopen of je Niels Holgersson wanen? Bezoek dan ook het Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden. Tot en met 3 januari 2016 is hier ook nog de voor Nederland unieke tentoonstelling Animal Inside Out te zien (voor kinderen vanaf 6 jaar). Het is een “anatomische safari” langs allerlei dieren, zoals haaien, geiten, koeien, een olifant en zelfs een giraffe.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.

Fotografische wereldreis

wpid-20151028_132403.jpg
Een foto is een momentopname van een heden dat nu geschiedenis is. Iets dat was, kort of lang geleden, maar nu niet meer is en alleen maar voortleeft in de herinnering van mensen. En ook op foto’s. Gelukkig maar. De meeste foto’s overleven namelijk hun makers en ook de herinneringen van de mens. Een klein stukje geschiedenis gevangen tussen vier randen, soms in kleur, maar ook nog vaak in zwart-wit.

Afgelopen weekend waren wij getuige van kleine brokjes geschiedenis, het ene brokje iets ouder dan het andere. Museum de Fundatie heeft twee foto-exposities ingericht in tegenover elkaar liggende vleugels. Exposities van foto’s van twee vrouwelijke fotografen. Allebei Duits, de ene overleden, de ander niet. De jongere de herontdekker van de oudere. Elke foto in zwart-wit, maar per vleugel compleet verschillende onderwerpen. Van schommels in een vooroorlogs Palestina en sloppenwijken in het London van de jaren 30 tot Duitse beroemde politici in de 80-er jaren en de val van de muur.

De foto’s van Ellen Auerbach (1906 – 2003) deden me het meest. Stukjes wereldgeschiedenis gevat in een eenvoudige houten lijst. Geboren in Duitsland in 1906 komt Ellen via Palestina en Engeland uiteindelijk in het Amerika van de jaren 40 terecht. Als jonge vrouw raakt ze geïnteresseerd in de fotografie en begint samen met zakenpartner Grete Stern een fotostudio. Een ongekende stap voor vrouwen eind jaren 20 van de vorige eeuw. Als Hitler de macht grijpt in Duitsland, wordt het te gevaarlijk voor de Joodse Ellen en emigreert ze naar Palestina. Ze woont daarna een tijdje in Engeland om zich uiteindelijk in de Verenigde Staten te vestigen. Het fototoestel houdt ze tijdens haar omzwervingen altijd bij zich.

Dit resulteert in een grote collectie foto’s van het alledaagse leven op verschillende continenten en gedurende een groot deel van de 20e eeuw. De titel van de tentoonstelling: Ellen Auerbach Berlijn – Tel Aviv – New York. Een fotografische wereldreis is dan ook goed gekozen. Het intrigeert en dat is precies wat de foto’s ook doen. Een aantal zijn me bijgebleven.

'Schommels' (Gronxadar, Palestina) 1933-36 en 'Sloppenwijk' (Londen) 1936
‘Schommels’ (Gronxadar, Palestina) 1933-36 en ‘Sloppenwijk’ (Londen) 1936

De schommels in Palestina vormen niet alleen een bijna abstract beeld, maar laten ook een onbezorgdheid zien van een gebied dat zoveel te verduren had en nog zou krijgen. De mensen op de trappen van een huis in een Londense sloppenwijk geven een mooi tijdsbeeld. De foto door het raam in Maine heeft wat van een zondagmiddagloomheid, maar het zou ook zomaar het eerste shot van een griezelfilm kunnen zijn. De vitrage beweegt bijna ongemerkt, uit de mist komt opeens iemand tevoorschijn …

Zonder titel (Maine) 1968
Zonder titel (Maine) 1968

Dankzij de Duitse persfotografe Barbara Klemm – bekend van haar beelden van politieke gebeurtenissen in het gedeelde en herenigde Duitsland, maar ook de portretten van kunstenaars, schrijvers en musici – zijn deze en vele andere foto’s van Auerbach nu in verschillende musea te zien. Waaronder dus ook in Zwolle. Het oeuvre van de herontdekte en haar herontdekker in hetzelfde gebouw. Ga mee op wereldreis en laat je intrigeren door de soms wel 80 jaar oude foto’s. Foto’s van een mensenleven geleden.

De tentoonstellingen Ellen Auerbach Berlijn – Tel Aviv – New York. Een fotografische wereldreis en Barbara Klemm Tussen Willy Brandt en Andy Warhol zijn nog tot 29 november 2015 te zien in Museum de Fundatie in Zwolle.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.