Ierland | De wildernis in

In juni 2018 doorkruisen wij de zuidelijke helft van Ierland. We zijn met onze eigen auto en tent en kamperen op kleine campings. Af en toe slapen we in een Bed & Breakfast. Met de auto en te voet genieten we van de schoonheid van het groene eiland. De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen.

Onze eerste Ierse camping ligt in Donard, aan de rand van de Wicklow Mountains

Het veld is ruim, enigszins glooiend, met her en der wat boompjes en een stapel stenen in het midden. Het gras ligt er groen en verzorgd bij. Het heeft duidelijk kort geleden nog een grasmaaier gezien. Een incidentele bruine rechthoek herinnert aan een tent die er meer dan een paar dagen heeft gestaan. De kampeerders zijn doorgetrokken, op zoek naar nieuwe gebieden om te ontdekken.

Het uitzicht is weids. In de verte zijn de bergen van de Wicklow Mountains te zien. Door de drizzling rain zijn het vandaag slechts vage omtrekken. Ervoor lopen schapen op een stuk land dat door een hek gescheiden wordt van de camping. Zij laten elk uur van de dag enthousiast van zich horen. In de caravans en campers die op de verharde plekken om het veld heen staan, zitten de eigenaren met een warme kop koffie. Af en toe dwaalt hun blik van hun boek of tablet over het veld en in de verte.

Ierland – Wicklow Mountains

De rust is voelbaar op dit middaguur. De caravankampeerders vermaken zich prima. Wellicht dat er nog een ommetje in zit vanmiddag. Over een uurtje of zo. Als de regen wat minder is geworden. Nu eerst nog een mailtje naar de kleinkinderen. Met een foto van het uitzicht uit de caravan. Maar dan komt in een rustig tempo een donkergroene landrover het beeld in rijden.

In de auto zitten een vader en een zoon van een jaar of 8. Ze rijden helemaal door tot aan het hek met de schapen, alwaar ze de auto parkeren. De zoon sprint naar de berg stenen en lijkt zich prima te vermaken. De vader laadt de auto uit. Een tent, stoeltjes, een tafel, een koelbox, kratjes bier, een vuurkorf, blokken hout, alle ingrediënten voor een vader-zoon weekend lijken aanwezig.

De zoon is inmiddels naar de ingang van de camping gerend waar meer landrovers verschenen zijn. Ook hier weer vaders met zonen, af en toe een man alleen. De landrovers hebben alle denkbare soorten, maten en kleuren. Oud en nieuw, klein en groot, met en zonder daktent, met en zonder aanhanger (al dan niet volgeladen met hout). Achter elkaar rijden ze naar het hek en voegen zich bij hun soortgenoot. Enthousiaste begroetingen bij de mannen, joelende kinderen op de berg stenen.

Met een peuk en een flesje bier zetten de mannen de tenten op. Vuren branden vrolijk. Nog meer landrovers voegen zich bij de groep. Het lijkt een dorp op zich te worden. Van stoere mannen en jongens. De geur van gebraden worstjes verspreidt zich over de camping. De niet-Ierse kampeerders kijken verbaasd toe – sommige met een zweem van jaloezie. Een enkeling herkent dit tafereel van een vorige camping.

Het is vrijdagavond en Ierse landrover-eigenaren verzamelen zich op campings in de Ierse natuur. Voor een nacht, soms twee, bevinden ze zich in een echte landroverreclame-setting. Mannen onder elkaar, kampvuren, off-road rijden: kortom, the Land Rover experience onder het motto One life, live it. Maandag wacht het kantoor weer met de rapporten en de cijfertjes.

De camping op zondagmiddag, als de landrovers weer vertrokken zijn

Wij slaan het tafereel verbaasd gade op onze eerste nacht op onze eerste camping in Ierland. Een week later zien we hetzelfde, op een andere camping in een ander deel van het land. De groep is dan nog een stuk groter. Het grasveld een stuk kleiner. De natuur even mooi. Het zijn dan niet alleen vaders en zonen, maar ook stelletjes en zelfs hele gezinnen.

Een weekend de wildernis in. De landrover gebruiken waarvoor hij is bedoeld. Samen met gelijkgestemden. Ik was het fenomeen nog niet eerder tegengekomen in mijn kampeercarrière. De Ieren doen het gewoon, weer of geen weer, in het weekend trek je erop uit. Met de landrover, je zoon en desnoods de hele familie. Back to nature. En waarom niet?

Advertenties

Ierland | Een Ierse B&B in Connemara

In juni 2018 doorkruisen wij de zuidelijke helft van Ierland. We zijn met onze eigen auto en tent en kamperen op kleine campings. Af en toe slapen we in een Bed & Breakfast. Met de auto en te voet genieten we van de schoonheid van het groene eiland. De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen.

Spiddal ligt in de streek Connemara aan de Ierse westkust

De luchten zijn grijs, de drizzling rain en bijbehorende mist geven het landschap een merkwaardige sfeer. Prachtig, mysterieus en echt Iers. Althans, Iers zoals ik me Ierland voorstelde, totdat ik een paar dagen geleden voet aan land zette van dit groene eiland. Dat er een hittegolf aankomt met on-Iers weer, weten we dan nog niet.

Drizzling rain en mist: echt Iers weer

Met weersvoorspellingen die de komende dagen niet veel beter worden, besluiten we om die nacht een Ierse Bed & Breakfast uit te proberen. We reserveren een kamer in een B&B met de klinkende naam An Caladh Gearr Thatch Cottage. De witte cottage met rieten dak ligt net buiten Spiddal, 25 km van Galway in de Connemara-regio en dus midden in Gaeltacht gebied. Eén van de paar regio’s in Ierland waar de voertaal nog Gaelic is. De Wild Atlantic Way, de 2500 km lange autoroute die langs de hele Ierse westkust loopt, gaat ook hier langs. Onderweg komen we regelmatig de bruine borden tegen met de witte zigzagstreep op een blauwe achtergrond.

De Wild Atlantic Way in Connemara

Die morgen zijn we vertrokken uit het groene Wicklow Mountains-gebied in het oosten van Ierland. Hier aan de westkust is de omgeving compleet anders. Vlak land strekt zich voor ons uit met hier en daar een heuveltje. En uiteraard de talrijke muurtjes. Grotere en kleinere stenen vormen op elkaar gestapeld afscheidingen van de stukken land. Tot nu toe zagen we voornamelijk heggetjes. Af en toe opduikende witte en gele huisjes maken het beeld af en vormen een mooi kleurcontrast met het groen-grijze landschap.

Het landschap in Connemara

Als ’s avonds de zon doorbreekt, rijden we langs de kust naar de havenplaats Rossaveal, waar de boot naar de Aran Islands vertrekt. Wat een leegte, wat een schoonheid. Zo compleet anders dan we tot nu toe gezien hebben. Hier komen we nog een keer terug, besluiten we als we een paar uur later weer richting ons overnachtingsadres rijden.

Muurtjes, waar je ook kijkt

Als we de voordeur opendoen, stappen we gelijk de gezamenlijke woonkamer in. De open haard brandt, geriefelijke fauteuils staan er in een halve cirkel omheen. De naastgelegen ontbijtkamer heeft één grote tafel waar de gasten gezamenlijk een Iers ontbijt kunnen gebruiken. De muren en kasten zijn, net als in de woonkamer, bedekt met talloze beeldjes, schilderijtjes en wat dies meer zij.

De volgende ochtend blijken alle drie de kamers van de B&B verhuurd te zijn en we ontbijten samen met een Duits en een Amerikaans stel, alle vier vijftigers. Het Duitse stel is op de fiets en vindt het knap dat we met de auto links rijden. Op de fiets vinden ze het al een hele toer. Ze vertellen enthousiaste verhalen over hun afgelopen fietsdagen, waardoor het bij ons als vakantiefietsers natuurlijk ook gaat kriebelen.

Het Amerikaanse stel had een bruiloft in Ierland van een familielid. Veel Ieren zijn tussen 1845 en 1850 naar de Verenigde Staten vertrokken tijdens de great famine. In die periode mislukten de aardappeloogsten en stierven vele mensen door honger en ziekte. Maar ook daarna zijn ze en masse de oceaan overgestoken, op zoek naar een beter leven. De Amerikaanse vrouw heeft nog goed contact met haar Ierse familie en komt over wanneer ze kan. Links rijden laat zij over aan haar man, veel te gevaarlijk op al die kleine weggetjes. Haar man haalt zijn schouders op. “No problem”, zegt hij met een diepe, kalme stem en weidt vervolgens uit over de bijzonder geologie van The Burren, het gebied waar wij die dag heen willen.

Ik heb het Ierse ontbijt met spek, worstjes, scrambled eggs, black pudding en baked tomatoes aan me voorbij laten gaan. Scones, een bakje yoghurt en een pot sterke thee voldeden prima. Mijn tafelgenoten die ochtend lieten het zich echter goed smaken. De vriendelijke gastvrouw zorgde ervoor dat we niet zonder eten kwamen te zitten en als we gewild hadden, hadden we genoeg voedsel voor de rest van de dag naar binnen kunnen werken, daar in die leuke authentieke cottage aan de Ierse westkust.

An Caladh Gearr Thatch Cottage net buiten Spiddal

Veel verhalen rijker en met een goed gevulde maag stappen we in de auto. Op weg naar andere onbekende Ierse streken. De drizzle rain valt nog steeds. Arme vakantiefietsers, denken we. En even zijn we blij dat we dit jaar voor een ander soort vakantie hebben gekozen.

Ierland | Wandelen in de Glen of Aherlow

Route: Loop Walk ‘Dolmen Loop’
Afstand: 11 km
Stijging: 320 meter
Start en eindpunt: Camping Ballinacourty House caravan and camping park

In juni 2018 doorkruisen wij de zuidelijke helft van Ierland. We zijn met onze eigen auto en tent en kamperen op kleine campings. Af en toe slapen we in een Bed & Breakfast. Met de auto en te voet genieten we van de schoonheid van het groene eiland. De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen.

De mooie vallei Glen of Aherlow ligt vlakbij Tipperary

Iedereen kent het plaatsje Tipperary van het inmiddels ruim 100 jaar oude lied ‘It’s a long way to Tipperary’. Dat het in Ierland ligt is misschien wat minder bekend. Het plaatsje is een doorsnee provinciestadje en niet heel bijzonder. De county Tipperary herbergt daarentegen gebieden die zeker een bezoekje waard zijn. Wij bezochten de schitterende vallei Glen of Aherlow.

Wij stonden op een camping in dit gebied en er bleken verschillende zogenaamde loop walks uitgezet te zijn in de omgeving. Een paar liepen zelfs langs de camping. Aangezien de rondwandeling in Ierland in opkomst is, waren we benieuwd en besloten de Dolmen Loop te lopen op een zonovergoten zondagochtend.

Kaart en beschrijving van de Dolmen Loop

Deze wandelingen zijn via internet te downloaden als routekaart. Maar je kunt ze ook op papier halen bij de plaatselijke tourist office, of in ons geval de receptie van de camping . Het A5-je van stevig papier laat voorop de route zien en achterop de beschrijving. Hierbij wordt ook advies gegeven over wat je minimaal mee moet nemen (zoals raingear). Onervaren wandelaars worden dus ook goed op pad gestuurd. De wandelingen zijn met de klok mee gemarkeerd d.m.v. gekleurde pijlen.

De rode pijlen gaven goed aan waar we heen moesten

Onze wandeling loopt over gevarieerd terrein. We beginnen op de camping en komen al snel in het dorpje Lisvarrinane. Hier nemen we een landweggetje dat omhoog slingert tussen bos en weiden. Het uitzicht op de Ballyhoura Mountains wordt mooier en mooier. In een bocht zit een oude dame voor haar huis. Uit de openstaande deur klinkt vrolijke muziek. De inrichting lijkt op dat van een antiekzaak.

Wij groeten haar vriendelijk en raken aan de praat. Haar snelle Engels met Iers accent, binnensmonds uitgesproken, is moeilijk te verstaan maar we kunnen eruit opmaken dat ze geniet van de vele wandelaars die langskomen. Iedereen vindt dat ze een mooi uitzicht heeft, zegt ze, en wij kunnen dat alleen maar beamen. Ze geeft nog wat aanwijzingen over de weg. We knikken vriendelijk maar verstaan er weinig van.

Rechts het uitzicht van de oude dame

Hadden we maar beter geluisterd. Een kilometer verder loopt de weg dood. We blijken een afslag gemist te hebben. In de volle zon lopen wij weer terug en vinden uiteindelijk de juiste weg. Hier komen we een ouder echtpaar tegen dat de wandeling ook maakt. De man is vooral benieuwd naar het eeuwenoude graf dat langs de route ligt. Vandaar ook de naam ‘dolmen loop’. Een dolmen is een hunebed, een megalithische grafkamer, opgebouwd uit verschillende stenen, duizenden jaren oud.

De weg naar de top (en de dolmen)

Nadat we de route een aantal kilometer hebben gevolgd, geleidelijk stijgend tot aan de top van Slievenamuck (369 meter) staan we oog in oog met de dolmen. Er staat een bankje bij voor de wandelaar die even stil wil staan (zitten) bij dit duizenden jaar oude graf. Daarnaast is het uitzicht ook schitterend. De strakblauwe lucht en zon doen het groen van de omgeving nog beter uitkomen.

De dolmen

Hierna gaat het weer naar beneden. Eerst nog over het brede onverharde pad dat we al een aantal kilometers volgen. Hierna wordt het pad smaller en lijken we in de bedding van een beekje te lopen. We passeren verschillende dammetjes en af en toe een drassig stuk. Als het veel geregend heeft, is het waarschijnlijk lastig lopen hier. Het is goed mogelijk dat hier in de herfst en winter alleen een kolkende rivier te vinden is…

We lijken in de bedding van een beekje te lopen

Dan buigt het pad af naar een dicht bos waar de zonnebril echt af moet om het weggetje nog te kunnen zien. Via allerlei bochten en boomwortels komen we weer op een grotere weg uit die ons uiteindelijk naar de camping leidt. Met 11 kilometer in de benen en een stijging van ruim 300 meter komen we bij de tent aan. Hier horen we van onze buren, die een blik op onze wandeluitrusting werpen, dat zij fervente loop walks-verzamelaars zijn.

Zij wonen 60 kilometer van deze plek en staan nu een weekend met hun camper hier. Ze verzamelen overal waar ze komen in Ierland de A5-jes met wandelingen. Ze proberen ze allemaal te lopen. Ierland is volgens hen een echt wandelland met schitterende natuur, veel afwisseling en uiteraard veel uitgezette wandelingen. “Next time you’re in Ireland, you have to try more loop walks”, zegt de buurman, als hij hoort dat we de volgende dag alweer naar de boot gaan.

We onthouden zijn advies. Want Ierland bevalt ons erg goed en we komen hier zeker nog een keer terug, uiteraard met wandelschoenen.

Meer Ierse wandelinspiratie opdoen? Lees hier de blogpost over wandelen op Beara Peninsula.

Ierland | Wandelen op Beara Peninsula

Route: Nr. 12 Barley Lake, wandeling uit de Rother wandelgids Ierland (2016)
Afstand: 7 km
Startpunt: Parkeerplaats bij Barley Lake (bij Glengarriff)
Eindpunt: Parkeerplaats bij Barley Lake (bij Glengarriff)

In juni 2018 doorkruisen wij de zuidelijke helft van Ierland. We zijn met onze eigen auto en tent en kamperen op kleine campings. Af en toe slapen we in een Bed & Breakfast. Met de auto en te voet genieten we van de schoonheid van het groene eiland. De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen.

Iedereen die in Ierland is geweest of er nog heen wil, kent de Ring of Kerry, de rondweg over het schiereiland Iveragh. Dit schiereiland ligt in het zuidwesten van Ierland en is niet voor niets zo bekend geworden. De natuur en de uitzichten zijn er erg mooi. Dat je dit moet delen met hordes toeristen sprak ons echter niet zo aan. Nu wil het feit dat om Iveragh heen nog een aantal schiereilanden ligt, waaronder Beara Peninsula. De wegen zijn er kleiner, de natuur is er ruiger en het aantal toeristen aanzienlijk minder. De keuze was dus al snel gemaakt om een paar dagen op Beara door te brengen.

Op het prachtige Beara schiereiland zijn een hoop wandelmogelijkheden. Zo loopt er de Beara Way, één van Ierlands mooiste langeafstandswandelingen, die het hele schiereiland rondgaat. Ook zijn er verschillende loop walks – rondwandelingen – die je op de mooiste plekjes brengen.

De Beara Way gaat het hele Beara Peninsula rond. Hier met uitzicht op Dursey Island, in het westelijke puntje.

Wij beginnen ons wandelavontuur op Beara met een rondje Barley Lake, een meertje boven het plaatsje Glengarriff. We hebben het wandelboekje van Rother meegenomen met “de mooiste kust- en begwandelingen” door heel Ierland. Het rondje Barley Lake is gecategoriseerd als een ‘tamelijk moeilijke wandeling’ die, zo waarschuwt het boekje, je zeker niet bij mist moet doen. Wij als ervaren bergwandelaars gaan de uitdaging aan.

Neem bij een wandeling uit dit boekje zeker een GPS mee

Op een zonovergoten dag – geen mist te zien of voorspeld – volgen wij de aanwijzingen in het boekje op en slaan bij Glengarriff een klein weggetje in naar Barley Lake. Aanvankelijk kunnen twee auto’s elkaar nog makkelijk passeren, maar geleidelijk wordt het weggetje smaller totdat er een grasstrook in het midden begint te groeien en de weg wel heel steil omhoog gaat. Gelukkig kan onze auto het aan en na verschillende haarspeldbochten en stukken waar je echt geen andere auto’s tegen wil komen, bereiken we de kleine parkeerplaats.

De weg naar Barley Lake wordt steeds kleiner

Het is er verlaten, rotsachtig en de vegetatie bestaat voornamelijk uit gras. De keutels verraden de aanwezigheid van schapen. We pakken onze rugzakken en beginnen aan de wandeling. De aanwijzingen in het boekje zijn redelijk summier, maar gelukkig heeft Rother ook een GPS-track beschikbaar gesteld. Zonder GPS hadden we het pad waarschijnlijk niet gevonden. Een wandelaar op de camping vertelde dat hij bij een andere route uit hetzelfde boekje meerdere malen verdwaald was. Hij had geen GPS.

Over olifantenpaadjes (of eigenlijk schapenpaadjes) lopen we gestaag omhoog en zien dan Barley Lake liggen, schitterend in de zon. Een prachtig gezicht. De wandeling maakt een ruim rondje om het meer, wat betekent dat we over en achter de omringende bergkammen lopen. Dit geeft mooie uitzichten over de hele omgeving, maar vereist wel heel wat klimwerk.

Mooie uitzichten over de omgeving

We lopen niet hoog, op zo’n 300 meter boven zeeniveau. Maar door het ruige landschap en doordat er op die hoogte geen bomen meer groeien, lijkt het alsof je hoog in de bergen wandelt. Het is een heel ander landschap dan wij afgelopen week zagen langs de westkust.

Barley Lake in een ruig landschap

Het is de afgelopen dagen droog geweest, maar op heel wat stukken lopen we over drassige grond en regelmatig zijn we blij dat we bergschoenen aan hebben. Ook kruisen we een paar beekjes die bij natter weer waarschijnlijk een stuk moeilijker over te steken zijn. Van hoger gelegen gebied worden we gade geslagen door schapen en geiten variërend van wit tot zwart. Zij lopen hier vrij rond en hebben goede alpiene vaardigheden, getuige de onmogelijke plekken waar zij te vinden zijn.

We klauteren over rotsen, overbruggen heel wat hoogtemeters, en staan regelmatig stil om het ‘pad’ weer te vinden zoals de GPS het aangeeft. Dit is niet altijd eenvoudig, we lopen dan ook heel wat meer meters dan de beschreven wandeling. We komen langs verschillende meertjes, sommige met waterlelies, en genieten van het ruige landschap en de stilte. Het lijkt alsof we in een afgelegen gebied wandelen, hoewel we maar een paar kilometer van het stadje Glengarriff verwijderd zijn. Heel bijzonder.

Waar is het pad??

Op het einde van de wandeling komen we dan toch op meer-niveau en zien achter het glinsterende heldere water de bergkammen (of eigenlijk heuvels) oprijzen waar we op en achter liepen. Majestueus steken ze af tegen de blauwe lucht. Altijd bijzonder om te bedenken dat we daar liepen, een paar uur geleden. Kortom, een schitterende wandeling voor wie van ruiger terrein houdt, het leuk vindt om met GPS de weg te vinden en niet terugdeinst voor het pittige klauterwerk.

Barley Lake in de zon

Op de parkeerplaats zien we de eerste andere wandelaars, twee Duitsers in een Ierse huurauto. Ze gaan voor het rondje om het meer. Wij adviseren ze wel op de GPS te lopen. Ze knikken wat en gaan op pad. Ik ben heel benieuwd of ze het pad hebben kunnen vinden.

Meer Ierse wandelinspiratie opdoen? Lees hier de blogpost over wandelen bij Tipperary in de Glen of Aherlow

Het noordelijk gevoel van een insulafiel

Over Zilverig licht: het noordelijk gevoel 2 van Gerrit Jan Zwier (2005)

Zilverig lichtDe noordelijke streken van Europa zijn onherbergzaam en voedingsbodem voor allerhande legenden, schilderijen en boeken. Gerrit Jan Zwier beschrijft in Zilverig licht een aantal van deze noordelijke gebieden. Zo doet hij Noord-Noorwegen aan, treedt op de Lofoten in de voetsporen van de Noorse trollentekenaar Theodor Kittelsen, maakt een cruise langs Spitsbergen, is reisleider op IJsland en vertoeft op die plek in Donegal, noordelijk Ierland, waar de prins der dichters Adriaan Roland Holst ook ooit eens gewandeld heeft.

Hoewel een mediterraan terrasje in de zon ook niet onaardig klinkt, beginnen deze noordelijke streken mij, naarmate het boek vordert, steeds meer te trekken. Ik zie mezelf al lange wandelingen maken, haren verwaaid, diverse onbekende vogels spottend en af en toe stilstaand om een mooie natuurlijke compositie vast te leggen op de gevoelige plaat. Maar dan aan het einde van zo’n middag wel opwarmen bij een open haard, liefst met een kopje thee of cappuccino. Dat dan weer wel.

Met dit boek met noordelijke reisverhalen als inspiratiebron kun je als lezer de druilerige Nederlandse winter even achter je laten om alvast plannen te maken voor een zomervakantie in Scandinavië of het mythische Ierland. Zelfverklaard insulafiel (eilandgek) Gerrit Jan Zwier weet het in ieder geval aantrekkelijk te vertellen.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2014