Elke Maand Een … | Stilte

Elke Maand Een: Foto
Waar: Trein

“Dames, ik zeg het niet nog een keer.” Hij wijst naar het raam. Door rimpels in zijn voorhoofd te trekken probeert de conducteur zijn woorden kracht bij te zetten. De zweem van een glimlach die om zijn lippen speelt, maakt het lastig hem serieus te nemen. De oude dames in kwestie merken dit maar al te goed. Ze proberen schuldbewust te kijken. “Ja, nu zie ik het ook”, zegt de ene mevrouw, terwijl ze naar het raam kijkt. Haar buurvrouw knikt instemmend en probeert ernstig te kijken.

Een station eerder had ik nog een sprintje getrokken om bij de juiste coupé uit te komen. Ik wilde mijn boek uitlezen en hoopte op een stille stiltecoupé. Geen zekerheid tegenwoordig. Het enige vrije bankje was direct achter twee oude dametjes. Hun witte haren stevig in de krul, hun beige jassen netjes aan het haakje, een pak stroopwafels op het neergeklapte tafeltje. Ook lag er een opengeslagen fotoalbum. De ene dame wees haar buurvrouw oude zwart-wit foto’s aan. Ik zat nog niet, of haar duidelijke en luide stem klonk door de coupé. “Weet je nog, toen we met Mies en Henk naar Zeeland gingen?”

Ik twijfel of ik er wat van moet zeggen. Vaak hebben oudere mensen, die niet regelmatig met de trein reizen, niet door dat ze in een stiltecoupé zitten. Ook het begrip stiltecoupé is lang niet altijd duidelijk. Voor veel mensen is stiltecoupé synoniem aan fluistercoupé. Om mij heen zit iedereen met oordopjes in. Ik besluit ook maar mijn oortjes te pakken en bij de rustige klanken van een Spotify-playlist, sla ik mijn boek open.

Tien minuten later komt de conducteur langs. Hij heeft helblauwe ogen met een twinkeling. Samen met zijn tweedagen-baardje zou hij zo uit een soapserie gestapt kunnen zijn. Of uit een jongensband. Het donkere uniform laat zijn brede schouders en lange lichaam goed uitkomen. Na mijn OV-kaart checkt hij de geprinte e-tickets van de dames voor mij, die ze na enig zoeken uit hun tassen weten op te diepen. “Sorry conducteur, we zagen u niet aankomen.” Als hij verder loopt, keuvelen ze gezellig verder.

Als de conducteur klaar is met zijn ronde draait hij zich om naar de dames. Blijkbaar is hij ze al eerder tegengekomen deze treinreis. “Dames, jullie zitten nog steeds in de stiltecoupé. Als jullie gezellig willen kletsen, dan moeten jullie ergens anders gaan zitten.” De oude dames knikken wat. “Dit is een stiltecoupé”, probeert de conducteur weer, “hier moet je echt stil zijn. Ik zeg het niet nog een keer.” Hij wijst naar het woord ‘stilte’ op het raam. Heel even draaien de dames hun hoofden in de gewezen richting.

Tussen de twee stoelen in vang ik de blik op van de conducteur. Ik trek mijn wenkbrauwen en schouders op en maak met mijn handpalmen naar boven duidelijk dat het weinig zin heeft. Hij knikt, kijkt verontschuldigend, zucht en loopt dan verder. Voor me hoor ik de twee vrouwen op een ietwat zachtere toon van onderwerp veranderen. “Aardige knaap hè, knap ook! Zeker als hij probeert om streng te kijken. Zou hij nog terugkomen, voordat we in Utrecht zijn?”

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Pieterpad etappe 3: Groningen -Zuidlaren

Route: Pieterpad
Afstand: 21 km
Start: Station Groningen
Eind: Bushalte op de Brink in Zuidlaren

De Sint Pietersberg is nog een heel eind

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

Het is een frisse en zonovergoten herfstdag als ik mijn collega ontmoet op station Groningen. We moeten hoognodig bijpraten en wat is nu een betere gelegenheid dan tijdens een wandeling. Mijn collega woont al tientallen jaren in Groningen en weet veel over de wijken, gebouwen en kunstwerken waar we langskomen. Hoewel ik zelf 7 jaar in de stad heb gewoond, hoor ik veel nieuwe dingen. Ideaal om met een local op pad te gaan.

Vanaf perron 2a komen we via een trap op het viaduct over het spoor. Vanaf daar volgen we het Hoornsediep de stad uit. We zien studenten van de roeivereniging Gyas zich klaarmaken om het water op te gaan en komen even verderop een aantal roeiboten in actie tegen. Een mooi gezicht in de stralende herfstzon.

Studentenroeivereniging Gyas

Dan wijst mijn collega op de hoogspanningsmast met vlammetjes die in de verte te zien is. Iedereen die wel eens Groningen genaderd is over de A28, kent dit kunstwerk. In 1990 bestond de stad 950 jaar en kreeg 10 stadmarkeringen aan de belangrijkste toegangswegen op de grens van de stad. De hoogspanningsmast heet de ‘Gate Tower Clio’ en is gemaakt door Kurt W. Forster. Het laat 2 vormen van energie bij elkaar komen: elektriciteit en gas. De 7 gasvlammetjes staan voor de weekdagen. Op de eerste dag van de week gaat de eerste aan, op de tweede de tweede, totdat alle 7 aan zijn, aan het einde van de week.

Een bekende stadsmarkering

We komen bij het Hoornse Meer uit en besluiten een extra lusje te pakken langs het water. Het is een plaatje. Tegen de strakblauwe lucht staat de molen ‘De Helper’ er fier bij, geflankeerd door de bomen in herfsttooi aan de overkant. Even verderop gaan twee kano’s te water. Warm aangekleed is dit een prachtige dag om te gaan kanoën.

Molen ‘De Helper’ aan het Hoornse Meer

Haren is niet ver meer. We passeren de plaats langs de rand. De omgeving verandert. Je merkt dat je echt op de Hondsrug loopt en richting Drenthe gaat. We laten Glimmen rechts liggen en komen via een hoge trap op een viaduct over het spoor. Via het Tranendal (ik vraag me dan af hoe zo’n weg aan zo’n naam komt?) komen we in het natuurgebied en voormalig militair oefenterrein Appèlbergen terecht. Het is inmiddels lunchtijd en ergens is hier een pannenkoekenrestaurant. We verlaten de route en m.b.v. Google Maps vinden we via kleine paadjes het restaurant.

Wij gaan door een tranendal …

De pannenkoek smaakt goed en voldaan pikken we de route weer op. Aan de rand van het Noordlaarder Bos komen we zowaar een straatgedicht tegen. Op een grote steen staat een gedichtfragment van Vasalis:

Tijd

Ik droomde dat ik langzaam leefde
langzamer dan de oudste steen

Vasalis

Hoe toepasselijk en onverwacht zo middenin de natuur!

Vasalis bij het Noordlaarder Bos

Langs een mooi gelegen Nivon natuurvriendenhuis vervolgen we onze weg naar Zuidlaren. We lopen nu voornamelijk door open land waar de suikerbieten welig tieren. Die gaan binnenkort naar de befaamde suikerfabriek in Groningen. Dan komen we in Zuidlaren. We maken een omweggetje langs het kerkje waar mijn collega is getrouwd. Het ligt er idyllisch bij met de laagstaande zon, de verkleurende bomen en de omgeving van de Kerkbrink. Ik kan me voorstellen dat dit een populaire trouwlocatie is.

Kerkje in Zuidlaren

Dan komt de Brink weer in zicht. Het is alweer een jaar geleden dat ik mijn auto hier parkeerde toen ik begon aan de etappe Zuidlaren – Rolde. Nu nemen we er de bus terug naar Groningen. Het was een mooie en gezellige dag. En ik ben veel informatie rijker die ik als solo-wandelaar zeker niet te weten was gekomen. Op naar de volgende etappe!

De herfst op haar mooist
De etappe loopt door een zeer gevarieerd landschap

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Christoffelpad etappe 2: Vollenhove – Hasselt

Route: Christoffelpad
Afstand: 22 km
Start: Bushalte Zwembad in Vollenhove
Eind: Bushalte Hasselt centrum

Het Zuiderzeepad en het Jabikspaad lopen hier ook

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo is er sinds 2018 het Christoffelpad, dat gebruik maakt van de wandelnetwerken van IJsseldelta en Weerribben-Wieden. Eigenlijk net als het Salland Pad dat doet met Wandelnetwerk Salland. Het Christoffelpad is ruim 40 km lang en kan dus prima in een weekend gelopen worden. Het pad maakt een rondje langs de grotere plaatsen Hasselt, Zwartsluis, Vollenhove en Genemuiden. De routekaart koop je voor EUR 4,50 in deze en omliggende plaatsen. Bijvoorbeeld in het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten bij Sint Jansklooster (zoals ik).

Een maand nadat ik de eerste etappe van het Christoffelpad liep, zit ik weer in bus 71 naar Emmeloord. Vollenhove is mijn doel van vanochtend, daar waar ik vorige keer instapte na mijn eerste etappe. Geen wandelaars in de bus vandaag, behalve ik. Het is bewolkt en frisjes, maar het belooft fotogeniek weer te worden met afwisselend zon en wolken en een aangename temperatuur van 18 graden. Wel waait het enorm hard. Daar ga ik zeker nog wat van merken op de vele dijken die ik ga bewandelen.

De start in Vollenhove

In Vollenhove vind ik, in tegenstelling tot in Hasselt, vrijwel gelijk de oranje-groene markering van het Christoffelpad. Langs de imposante en mooi gelegen kerk van de Hervormde Gemeente Vollenhove loop ik het plaatsje uit. Ik volg het Vollenhover kanaal en kom al snel in het buitengebied terecht. Op de kaart lees ik dat Vollenhove nog geen eeuw geleden een badplaats was aan de Zuiderzee. Dat is nu moeilijk voor te stellen.

Kerk van de Hervormde Gemeente Vollenhove

De route blijft het water volgen. Na het Vollenhover kanaal volgt het Kadoelermeer. In het vlakke land zie ik het kunstwerk ‘Krusende Flerken’ van Ids Willemsma al van verre. De twee stalen platen stellen de staartvleugels van een eend voor die onder water duikt. De vleugels omvatten een trap, die de beklimmer een mooi uitzicht geeft over het Kadoelermeer. Als ik weer naar beneden ga, blijkt de trap toch een stuk steiler dan op de heenweg. Ik moet moeite doen om er niet af te waaien met de harde wind.

Krusende Flerken van Ids Willemsma

Ik heb inmiddels uitzicht op het Zwarte Meer als ik bij Barsbeek op het wandelbankje Zuiderzeezicht stuit. De stenen bank staat in het gras op de dijk en heeft een prachtig uitzicht op het Vogeleiland. Volgens de kaart kun je hier zeearenden spotten. Ik blijf een tijdje zitten, maar zie ze helaas niet. Wel zie ik onder mijn voeten, in de stenen, taferelen die verband houden met de Zuiderzee die hier ooit lag.

Zicht op de Zuiderzee

 

Taferelen uit de Zuiderzee-tijd

De trap die vanaf de weg naar dit bankje leidt, blijkt een gedicht te herbergen. Om de trede staat een woord. Samen vormen ze de zin:

Kijk
bij elke trede
daalt het land
en stijgt het licht

Het gedicht is van de hand van provinciedichteres Heleen Bosma.

Een onverwacht straatgedicht: lees het van links naar recht en per foto van onder naar boven

Langs het Zwolsche Diep laat ik de markering voor wat het is en volg het pad langs het water, zoals de kaart aangeeft. Het levert me mooie uitzichten op. In de verte zie ik het pontje naar Genemuiden wegvaren, maar gelukkig hoef ik niet lang te wachten. In Genemuiden haal ik een kop koffie en verwonder ik me over de vele vissers in de haven. Ze zitten aan weerszijden van het water, op gelijke afstand van elkaar, ingespannen naar hun dobbers te staren. De meesten zitten op meegebrachte geavanceerde visstoelen, verstelbaar voor de ruigere waterkanten en voorzien van allerlei bakjes en laatjes.

Vissers in de haven van Genemuiden

Langs de beroemde tapijtfabrieken van Genemuiden en een enkele diervoederfabriek loop ik de plaats uit en volg de kronkelende dijk richting Hasselt. Het is druk met auto’s op deze zaterdagmiddag. Er komt zelfs een hele groep in rode jacks gehulde mannen voorbij op oude brommers. Ze groeten uitbundig. Wat ik vooral doe op die dijk, is proberen op die dijk te blijven. De wind komt inmiddels van zij en doet overtuigende pogingen om mij van die dijk af te blazen. Nog een geluk dat het Zwarte Water niet gelijk aan de voet van de dijk begint.

Het is druk op de dijk

 

Hollandse luchten boven een weids landschap

Ondanks de wind schiet ik mooie plaatjes van de dijkweg, het Zwarte Water en Zwartsluis aan de overkant. Moeilijk voor te stellen dat ik daar een maand geleden in een shirtje liep. Dat is nu echt te koud. De weg kronkelt richting Hasselt. De brug en de kerktoren liggen er mooi bij. Via de brug steek ik het Zwarte Water over en sta ik weer op de plek waar ik een maand geleden dit pad begon.

Hasselt komt in zicht

Ik vond het pad zeer de moeite waard. De plaatsjes, de uitzichten, het natuurschoon: het gebied heeft me verrast. Een aanrader voor wie van weidse uitzichten houdt. En het grote voordeel is de lengte. In een weekendje kun je het Christoffelpad prima lopen. Of zelfs in een dag, zoals een die-hard wandelaar (en vriendin) opmerkte.

Zicht op het Vogeleiland in het Zwarte Meer

Elke Maand Een … | N70 Natuurwandelroute in het Rijk van Nijmegen

Elke Maand Een: Route
Route: N70 Natuurwandelroute
Afstand: 16 km
Start: Beek centrum
Eind: Beek centrum

Naast de N70 lopen in dit gebied ook veel andere wandelpaden

Al tijden staat de N70 op mijn nog-te-wandelen lijstje. In 2016 liep ik in dit gebied de Trage Tocht Berg en Dal en kwam ik de N70-bordjes tegen. Ik wist toen niet dat ze de markering waren van een schitterende wandeling. De N70 verwijst naar het jaar 1970, dit was het natuurbeschermingsjaar.

Op een nazomerdag eind september is het zover. Samen met mijn moeder wandel ik de populaire wandeling die ons over 8 bergen voert. We parkeren de auto in Beek en vinden al snel de route. Na een paar honderd meter komen we bij de Muur van Beek. Een steen verwijst naar de Giro di Berg en Dal. De cijfers liegen er niet om (althans niet voor Nederlandse begrippen): een hoogte van 21,7 meter, een stijging van maximaal 10% en de top pas na 1170 meter. Vol goede moed beginnen we aan onze eerste stijging, er zullen nog vele volgen.

Muur van Beek

De route leidt ons naar het natuurgebied de Duivelsberg. Onderweg zien we een richtingaanwijzer die al meer dan 100 jaar op deze plek staat. Tot 1949 liep hier de grens met Duitsland, nu ligt de landsgrens twee kilometer oostelijker. Op de twee armen staat de spreuk ‘laat vriendschap heelen wat grenzen deelen’.

Een 100 jaar oude richtingaanwijzer

De omgeving is schitterend. Stijgend en dalend hebben we regelmatig mooie uitzichten. We lopen door de vallei de Assekuul met oude eiken en vlechtheggen langs het pad. Ook komen we veel tamme kastanjes tegen, soms hele lanen. De paden liggen bezaaid met de kastanjes die vaak nog in hun puntige schil zitten. De algemene veronderstelling is dat de Romeinen hier de bomen ooit geplant hebben als voedselvoorziening.

Veel tamme kastanjebomen onderweg

De namen van de bergen, dalen en beken spreken tot de verbeelding. We beklimmen o.a. de Duivelsberg, de Boterberg, de Sterrenberg en de Ravenberg, we lopen door het Filosofendal en komen langs de Heksendans. Deze laatste is een pannenkoekenrestaurant maar ook een plek met leemkuilen en een lugubere geschiedenis. In de 19e eeuw is hier een dienstmeisje dood gevonden, in de Tweede Wereldoorlog is op deze plek flink gevochten. Maar de naam Heksendans stamt van veel eerder. Voor het christendom zijn intrede deed, vereerden mensen hier waarschijnlijk watergeesten.

De Heksendans, een plek met historie

We lopen in een lus vlak langs de Duitse grens naar Berg en Dal en door naar Nijmegen. De route is aangegeven met witte bordjes met N70 erop en – zoals de Vlaamse wandelaars zeiden die we tegenkwamen – kleine witte mannekes. De bordjes zijn niet overal even duidelijk aanwezig, waardoor we niet precies het pad van de kaart lopen. Met onze routebeschrijving, kaart en Endomondo komen we echter elke keer weer op de goede weg terecht. En het maakt ook niet zoveel uit, het is in dit gebied overal even prachtig.

Een lange lindenlaan

Als we wederom met omwegen weer in Beek uitkomen heb ik volgens mijn fitness tracker 105 verdiepingen gelopen. Op een gemiddelde dag kom ik niet verder dan 15. Er waren vandaag dan ook weinig vlakke stukken bij. Voor wie in Nederland wil trainen voor een wandelvakantie in de bergen raad ik deze wandeling ten zeerste aan. En ook aan iedereen die een dag door on-Nederlands doch schitterend landschap wil wandelen. Ik kom hier zeker nog eens terug!

Mooie uitzichten en paden

Ik liep de N70 met behulp van een papieren wandelkaart en omschrijving die ik bij de Fiets- en Wandelbeurs in Utrecht haalde dit jaar. Hier kun je deze wandelfolder downloaden. In het veld is de route gemarkeerd met witte plaatjes waar met zwarte letters ‘N70’ op staat. Ook kun je de kleine witte ‘mannekes’ op verschillende kleuren bordjes volgen. Af en toe wijst een richtingaanwijzer de wandelaar in de goede richting. De route is een rondwandeling dus je kunt zelf je startpunt bepalen.

De wandelfolder

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier

Christoffelpad etappe 1: Hasselt – Vollenhove

Route: Christoffelpad
Afstand: 25 km
Start: Bushalte Hasselt centrum
Eind: Bushalte Zwembad in Vollenhove

Het Christoffelpad is gemarkeerd met een oranje-groene pijl

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo is er sinds 2018 het Christoffelpad, dat gebruik maakt van de wandelnetwerken van IJsseldelta en Weerribben-Wieden. Eigenlijk net als het Salland Pad dat doet met Wandelnetwerk Salland. Het Christoffelpad is ruim 40 km lang en kan dus prima in een weekend gelopen worden. Het pad maakt een rondje langs de grotere plaatsen Hasselt, Zwartsluis, Vollenhove en Genemuiden. De routekaart koop je voor EUR 4,50 in deze en omliggende plaatsen. Bijvoorbeeld in het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten bij Sint Jansklooster (zoals ik).

Ik begin de eerste dag van de herfst in bus 71 naar Emmeloord, die ook in Hasselt stopt. Met mij zitten er nog 4 andere passagiers in de bus, allen wandelaars. Ze kennen elkaar niet, maar wisselen ervaringen uit over het Overijssels Havezatenpad en het Zuiderzeepad waar ze naar op weg zijn. Over één ding zijn ze het eens. Op zondag rijden er weinig bussen in dit deel van het land! Ik ken het probleem met het Salland Pad…

Mooie woorden in Hasselt

In een zonovergoten Hasselt stap ik uit en dwaal door het oude plaatsje op zoek naar de markering. Begin 2018 was ik hier ook met het Jacobspad. Toen was de tekst bij het Oude Stadhuis, nu Toeristisch Informatiepunt, ‘Hoe velen zijn niet deze weg gegaan’ goed leesbaar. Nu staat er een marktkraam over de woorden. Ik laat de markt voor wat hij is en loop op goed geluk in de richting van de route.

Hasselt ligt er mooi bij op deze eerste herfstdag

Gelukkig is Hasselt niet zo groot en heb ik mijn eerste oranje-groene markering snel gevonden. Door Hasselter buitenwijken loop ik zo de natuur in, langs weilanden, schapen, sloten en door een nieuw natuurgebied: de Olde Maten. Dit natuurgebied is in 2014 helemaal heringericht. Van oorsprong was het een veengebied, waarna boeren het ontgonnen. Het streven is nu dat verdwenen dieren en planten het gebied weer in bezit nemen. Er zijn nu, 5 jaar later, in ieder geval al heel wat mooie plaatjes te schieten.

Natuurgebied de Olde Maten

Door de Olde Maten kom ik in Zwartewatersklooster uit. Een ingeslapen gehucht waar af en toe een voorbijrijdende wielrenner de rust verstoort. Geen spoor van een klooster. Maar het plaatsje heeft niet voor niets zijn naam gekregen. In de 13e eeuw werd op deze plek namelijk een nonnenklooster gesticht. Ook gaat het verhaal dat hier ridders begraven liggen, die sneuvelden bij de Slag bij Ane in 1227 (Ane ligt in de huidige gemeente Hardenberg). De ridders waren in dienst van het leger van de bisschop van Utrecht en streden tegen opstandige Drenten. De Drenten wonnen, de bisschop sneuvelde. Als boetedoening voor de dood van de bisschop werd het klooster in Zwartewatersklooster opgericht. Met zo’n verhaal bekijk ik zo’n ingeslapen plaatsje met een hele andere blik.

Een plek met een lange geschiedenis

Na Zwartewatersklooster kom ik al snel op de Sluizerdijk uit en loop parallel aan de weg richting Zwartsluis. Ik ben niet de enige die op weg is naar deze plaats aan het water. Onophoudelijk rijden er auto’s voorbij en de brug in de verte bij Zwartsluis zie ik meerdere keren opengaan. In het plaatsje zelf zijn er veel bootjes op het water en de terrassen zitten vol. Iedereen geniet nog even van wellicht één van de laatste nazomerdagen. En geef ze eens ongelijk.

Na Zwartsluis kom ik via lange smalle wegen in het Nationaal Park Weerribben-Wieden uit. Het is druk met fietsers en auto’s. Een aantal is ongetwijfeld op weg naar het even verderop gelegen Belt-Schutsloot. Giethoorn in het klein en nog niet ontdekt door Chinezen. Ik ga de andere kant op.

Lunchuitzicht in Nationaal Park Weerribben-Wieden

Via de kleine dorpjes Barsbeek en Heetveld loop ik richting Sint Jansklooster. Vandaag vindt hier het Jeugdbloemencorso plaats. Hoewel ik niet door het plaatsje kom, zie ik wel een wagen staan met daarop een levensgroot beest, gemaakt uit vuurrode bloemen. Bij een koffie- en theeschenkerij op het landgoed Oldenhof las ik een pauze in. 20 kilometer op de teller, tijd voor thee met echte Oldenhover plaatkoek. Het terras ligt er schitterend bij tussen de hoge bomen.

Een mooie pauzeplek

En dan is het tijd voor het laatste stuk. Vollenhove is niet ver meer en de bus gaat maar één keer per uur. Ik loop flink door, pik in Vollenhove landgoed Oldruitenborgh, inclusief ruïne, mee en haal nog net op tijd mijn bus. Ik neem me voor om de volgende keer nog een rondje door het centrum te doen.

Het was een prachtige etappe, uiteraard hielp de mooie nazomerdag ook mee. De volgende etappe gaat deels langs de andere oever van het Zwarte Water. Ook belooft de routekaart een pontje en wellicht een zeearend. Ik kan niet wachten!

Elke Maand Een … | Naar Terschelling

Elke Maand Een: Gedicht
Soort gedicht: Raamgedicht
Dichter: Gerda Posthumus
Plaats: Harlingen

Vrienden van ons wonen op Terschelling. Als we erheen gaan, gaan we een weekendje. Zo’n weekend voelt als een mini-vakantie, die begint op het moment dat we uit de auto stappen op het grote parkeerterrein aan het Skieppedykje. In 10 minuten lopen we naar de veerterminal, waar de boten naar Vlieland en Terschelling vertrekken. Onderweg zien we De Friesland al liggen, geduldig wachtend op zijn volgende vracht passagiers.

In de terminal is de aanblik iedere keer anders. In de zomervakantie staan er jonge gasten van amper 16 met volgeladen strandkarren uitgelaten met elkaar te praten. De slaapzakken, matjes, weekendtassen, een grote radio en uiteraard blikjes bier doen een eerste vakantie zonder ouders vermoeden.

Naast hen gezinnen met kinderen. Een meisje van een jaar of 10 vraagt: “Papa, gaan we dan ook zeehonden kijken?” Haar broertje slaat zijn armen over elkaar: “Ik wil naar het Wrakkenmuseum!” De vader knikt wat, mompelt een vaag “hmhm”, maar blijft op zijn telefoon kijken. De moeder maant haar gezin om in de rij te gaan staan, de tickets kunnen elk moment gescand worden.

Buiten de vakanties om zijn de bankjes bij de hoge ramen bezet door oudere echtparen in degelijke wandelschoenen. Een vrouw met een kort grijs kapsel haalt uit haar rode ANWB-rugzak een zakje met zelfgesmeerde boterhammen. Haar man pakt ze gretig aan. Het was een lange autorit van Rijswijk naar Harlingen. Naast het bankje staan twee dezelfde koffers op wieltjes.

Wij gaan ook vaak buiten de schoolvakanties. De grote mensenmassa’s zijn dan verdwenen. De rust is neergedaald over het eiland. Er is plek zat op de veerboten. Als de boot toetert en wegvaart kun je in alle rust je cappuccino met appeltaart halen. Door de ramen zie je Harlingen kleiner worden, de Waddenzee strekt zich voor je uit, aan de horizon een enkele zeilboot. Het vaste land ligt achter ons, het gewone leven met het vaste stramien lijkt ver weg.

Deze maand gingen we ook. Toen we de terminal in liepen, vielen de woorden op één van de hoge ramen me meteen op . Die woorden stonden er vorige keer nog niet. Ik ging op het bankje zitten en las het gedicht ‘Eilandverlangen’ van Gerda Posthumus.

Eilandverlangen

En het eiland, je eigen
zo eigen plek waarnaar
je dromend verlangt,
niet alleen

in de zomer maar juist
in de lente als alles
nog rust en haast
eenzaamheid denkt,

ruist de zee in de bomen
en golft het bos
in haar ritme door
brekend op stilte.

En het eiland, je eigen
weerkaatsing beweegt
in haar heen
en weer
terug.

Gerda Posthumus

In het ritme van het gedicht hoor ik de zee en de golven. Door de woorden zie ik letterlijk de Waddenzee, waardoor tekst en beeld zich met elkaar vermengen. Maar ook wij, de gedichtlezers, de passagiers, zien onszelf in het gedicht. Letterlijk door onze weerkaatsing en iets minder letterlijk in het verlangen naar het eiland dat Gerda Posthumus beschrijft. Iets dat veel reizigers – die in die terminal zitten te wachten – wel zullen kennen. Wie eens op Vlieland of Terschelling is geweest, keert vaak nog eens terug.

Gerda Posthumus is sinds 2013 Eilanddichter van Vlieland en heeft verschillende gedichten geschreven over dit eiland. Ze organiseert poëziewandelingen op Vlieland, waaronder de Slauerhoff-tour. Benieuwd naar haar gedichten? Er zijn drie dichtbundels van haar hand verschenen.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Noardlike Fryske Wâlden etappe 2: Gytsjerk – Feanwâlden

Route: Noardlike Fryske Wâlden (Streekpad 20)
Afstand: 18 km
Start: Nieuwe Straatweg, Gytsjerk
Eind: Station Feanwâlden

Indrukwekkende wolkenluchten boven Oer de Wiel

Op 12 april 2018 opent weerman Gerrit Hiemstra Frieslands nieuwste streekpad: Noardlike Fryske Wâlden. Zoals de naam al zegt, loopt deze 165 km lange rondwandeling door de noordelijke Friese Wouden, de noordoosthoek van Friesland. Deze streek staat bekend om het coulisselandschap: kleinschalig boerenland omzoomd door houtwallen en elzensingels. Het is aangewezen als Nationaal Landschap. Wandelaars Jaap en Anneke Jongejan zijn de initiatiefnemers van de route. Op Wandelnet staat het volgende: “Ze combineerden onverharde paden, klinkerwegen en dorpsommetjes tot een prachtige route door een gebied dat wel ‘het best bewaarde geheim van Friesland’ wordt genoemd.”

Veel springbalsemien onderweg

Een half jaar geleden liepen we de eerste etappe van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden. Het was verrassend mooi en we waren het er over eens dat we snel de tweede etappe moesten lopen. Heel snel is het niet geworden, maar op een zonnige dag tussen regenachtige dagen in augustus stappen we in Gytsjerk uit de auto voor de tweede etappe. Over de Canterlandseweg lopen we al snel het dorp uit en lopen dwars door de weilanden in noordelijke richting. Een mountainbiker haalt ons in, groet en rijdt door in een zigzaggende lijn. Al die kuilen en hoge graspollen rijden niet al te prettig. Dan komt Oentsjerk in zicht.

Volgens de kaart zou hier een koffiegelegenheid zijn, maar het café blijkt gesloten i.v.m. zomervakantie. Ook Stania State – vroeger een landhuis met landgoed van Friese adellijke families, nu een mooi gelegen restaurant, conferentiecentrum en trouwlocatie – is dicht. Jammer, want we hadden op deze mooie plek best een kopje koffie willen drinken. We lopen door de Engelse landschapstuinen en door het bos richting Griekenland en Turkije.

Stania State is helaas dicht

Een aparte naam voor een klein bos dat ooit in het bezit was van de familie Van Sminia. Met de opbrengst van Griekse en Turkse staatsobligaties kochten zij dit gebied. Op dit moment zijn de bosjes in het bezit van het Fryske Gea. Via het dorpje Readtsjerk komen we uit bij het natuurgebied Oer de Wiel.

We klimmen over het hek, zoals de route aangeeft en bevinden ons in uitgestrekte weilanden. Rechts van ons zien we water. Meerkoeten en waterhoentjes dobberen er op hun gemakje. Er is geen mens te bekennen. Enthousiast door het uitzicht volgen we het water, klimmen over nog veel meer hekken en lopen te midden van schapen die zich weinig van ons aantrekken. Dan wordt het tijd voor de lunch.

We klimmen over meerdere hekken

In dit natuurgebied zijn weinig bankjes, dus eten we zittend in het gras met uitzicht op het water onze broodjes. De indrukwekkende wolkenluchten maken het plaatje compleet. Erg mooi! Als we verder lopen zien we na 10 minuten een bankje (het lijkt wel een wetmatigheid). Aan de rand van het weiland staat een kunstwerk van Nynke Rixt Jukema, dat tevens een verhoogd bankje is. Het kijkt uit over het water en was een mooie lunchplek geweest.

Dit was een mooi lunchbankje geweest

Na een paar kilometer komen we bij een weg, waar we de route verlaten. Het natuurgebied en de route gaan aan de overkant van de weg verder. Daar lopen we volgende keer, besluiten we. Hopelijk niet pas over een half jaar. Over de weg lopen we terug naar het station van Feanwâlden, waar we die ochtend de tweede auto hadden geparkeerd. Het Noardlike Fryske Wâlden pad is nog steeds zeer de moeite waard.

Benieuwd naar de andere etappes van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Elke Maand Een … | Kanoën in de Mastenbroekerpolder

Elke Maand Een: Route
Route: Kanoroute Mastenbroekerpolder
Afstand: 10,8 km
Start: Opstapplaats Kerkwetering / Oude Wetering Mastenbroek
Eind: Opstapplaats Kerkwetering / Oude Wetering Mastenbroek

Kanonetwerk Mastenbroekerpolder, in rood onze route

Al enkele decennia is mijn man de trotse bezitter van een Oost-Duitse tweepersoons vouwkano van zeker 50 jaar oud. In gevouwen vorm past de kano op de achterbank van onze auto en is dus makkelijk mee te nemen naar een kano-plek naar keuze. Eenmaal daar aangekomen passen we de gelakte latjes in elkaar en schuiven het geheel in het blauwe doek, waardoor er een kano ontstaat. Vaak ontlokt dit construeren verbaasde blikken bij de andere watersporters. Soms ook wel uitroepen van herkenning.

Op de ochtend van een warme zomerdag in juli hebben we geen toeschouwers. Nog voor negenen liggen de latjes al uitgespreid over de steiger in Mastenbroek, een dorp in de gelijknamige polder tussen Kampen en Zwolle. De kerk van het buurtschap staat op een steenworp afstand. Een informatiebord toont de geschiedenis van een van de oudste polders van Nederland. Al in de 14e eeuw is dit gebied – toen een moerasbos – drooggelegd. Al ruim 10 jaar zijn er verschillende kanoroutes te vinden in deze polder. Hoog tijd om eens op ontdekking te gaan.

Het start- en eindpunt in Mastenbroek van ons kanorondje

Als de kano in elkaar zit, leggen we hem in het water en varen de brede sloot op. Links van ons loopt een lange rechte weg waar zelfs op deze vroege zaterdag veel auto’s rijden. Rechts is weiland. Allerhande waterplanten bloeien kleurig langs de oever. Een fris windje maakt golfjes op het glinsterende water.

De waterwegen in de polder zijn net als de autowegen lang en recht. Het had me van tevoren wat saai geleken, maar niets is minder waar. Vanaf het water ziet de wereld er heel anders uit. Doordat je laag zit, zie je alleen maar de natuur om je heen. Een waterhoentje dat geschrokken opvliegt, een koe die enkel haar kop even opheft om vervolgens weer onverstoorbaar verder te kauwen, de libellen in verschillende soorten en maten die voor je over het water scheren. De weg merk je enkel op als er een auto of fietser langskomt.

We maken een rondje (of eigenlijk een vierkantje) van ruim 10 km door sloten, vaarten en over een meertje. We pauzeren bij een steiger aan het brede water langs de Kamperzeedijk en kijken uit op het stoomgemaal Mastenbroek, door de Zeediekers ‘d’Olde Mesiene’ genoemd. De schoorsteen zagen we al van verre. Ik lees later dat dit uit 1885 stammende gemaal de oudste horizontaal draaiende stoommachine van Europa is. Het gemaal heeft een prachtig uitzicht over het water. Ganzen drijven voorbij en doorkruisen de velden met waterlelies.

Stoomgemaal Mastenbroek, oftewel ‘d’Olde Mesiene’

Onderweg komen we veel bruggetjes tegen die de wegen met elkaar verbinden of de oprit vormen naar een boerderij. Bij de meeste bruggetjes hoeven we niet te bukken. Bij sommige wel. Dit zijn betonnen exemplaren die wel 10 meter lang zijn, smal, laag en zonder uitzondering vol spinnenwebben. Peddelen lukt niet in zo’n smalle tunnel en dus trekken we ons er aan de muren doorheen. Geen optimale doorgang, maar we hebben tijdens ons rondje de kano niet één keer hoeven overtillen.

Na ruim 2 uur zijn we weer terug bij de steiger in Mastenbroek. Het is er nog net zo rustig als toen we begonnen. Ook onderweg zijn we geen andere watersporters tegengekomen. Op een zonnige zaterdag in de zomervakantie hadden we dit wel verwacht. Misschien moet de Mastenbroekerpolder nog ontdekt worden door de kanoënde medemens? Aan de natuur ligt het in ieder geval niet. Dit mooie gebied is zeker een kanotocht waard.

Mocht je nu ook een kanotochtje willen maken in de Mastenbroekerpolder, maar je hebt geen eigen kano? Bij Boer Pelleboer kun je een kano huren.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Fietsen langs Duitse rivieren | Römer-Lippe-Route

Onze totale fietsroute

In de zomer van 2019 fietsen we in twee weken langs twee Duitse rivieren. De eerste week fietsen we vanuit Nederland naar de Emsradweg en pakken deze route in Ditzum op. Ditzum is een klein vissersplaatsje vlakbij de monding van de Ems in Emden. Vanaf hier zakken we af naar de bron van de Ems bij Hövelhof. Daar steken we over naar Detmold om in de tweede week de Römer-Lippe-Route te fietsen. De rivier de Lippe volgen we van bron naar monding in de Rijn, tussen Wesel en Xanten. Vanaf Xanten fietsen we weer terug naar Nederland. We zijn dan 1050 km verder, hebben verschillende landschappen doorkruist en zijn veel ontmoetingen en indrukken rijker.

Fietsen over de Römer-Lippe-Route

Het routeboekje met op de achtergrond de Lippe

Vanaf een camping midden in het Teutoburgerwald beginnen we aan de Römer-Lippe-Route. De bron van de rivier de Lippe zien we pas 35 kilometer verderop. De route begint namelijk bij het Hermannsdenkmal, een kolossaal beeld boven op een heuvel dat verwijst naar de slag bij het Teutoburgerwald tussen de Germanen en de Romeinen. Niet alleen volgt deze fietsroute de Lippe, maar leidt het de fietsers ook langs de uitgebreide Romeinse geschiedenis van dit gebied. En wat is nu een betere plek om te beginnen dan bij Hermann, oftewel Arminius, de Germaanse legeraanvoerder die Caesars legioenen verpletterend versloeg?

Hermann in volle glorie

Om bij het Denkmal te komen, moet je in korte tijd een paar honderd hoogtemeters overbruggen en dat valt me, na de vlakke EmsRadweg, wel zwaar. Ook de rest van de etappe van die dag die ons o.a. bij de Externsteine brengt, een rotsformatie van zandsteen te midden van de heuvels, is veel stijgen en dalen.

De Externsteine

De omgeving ziet er meteen ook heel anders uit. Heuvelachtige landschappen, overdekt met bossen, open vlakten met weiden, wilde bloemen en graanvelden vouwen zich voor ons uit. Het levert mooie vergezichten op.

We fietsen door een mooi landschap

Bij Bad Lippspringe ontspringt de Lippe. Vanaf 8 meter diepte borrelt het water op in een meertje. Informatieborden, bloembakken en verschillende uitzichtpunten maken het tot een officiële bron, die ik ook voor ogen had bij de Ems. Het verschil kan niet groter zijn. De route is vanaf hier redelijk vlak en de komende dagen volgen we de Lippe naar de monding bij Wesel. Af en toe steken we hem over met een trekpontje.

De bron van de Lippe in Bad Lippspringe

De rivier is vaak helder en stroomt snel. Waterplanten waaieren uit in de stroomrichting. De ganzen en eenden op het water moeten moeite doen om op hun plek te blijven. Heel breed wordt het water niet. Verschillende malen zien we kano’s voorbijkomen. Stroomafwaarts uiteraard. Grote stukken lopen de Lippe en het druk bevaren Datteln-Hamm-Kanal naast elkaar.

Met de klok mee vanaf links boven: de Lippe; een trekpontje; uitzicht op de Lippe vanaf het terras van hotel Zur Rauschenburg; de Lippe en het Datteln-Hamm-Kanal lopen naast elkaar

De plaatsjes langs de Lippe

Paderborn met de Pader

Onze eerste overnachting op de Römer-Lippe-Route is in Paderborn. Een oud, leuk stadje vol vakwerkhuizen. De Pader, met 4 kilometer de kortste rivier van Duitsland, ontspringt er en stroomt er als een helder, af en toe snelstromend, beekje doorheen. Om te eindigen in de Padersee bij Schloß Neuhaus. In Schloß Neuhaus ontbijten we bij een bakkertje vlakbij het slot, waar het plaatsje naar vernoemd is. De uitgestrekte tuinen achter het kasteel staan volop in bloei. Kinderen van de plaatselijke basisschool hebben er een sportdag.

De tuinen van Schloß Neuhaus

In Lippstadt bewonderen we het grote plein met – wederom – vakwerkhuizen en de fontein met bijzondere beelden. Ook de Kaffee und Kuchen smaken er goed. Van de uitgestrekte stad Hamm zien we voornamelijk de omliggende natuur. Wel werpen we een blik op de immense glazen olifant in het Maximilianpark waar industriële panden nu een andere bestemming krijgen à la Eindhoven of Rotterdam. In Werne pauzeren we bij het gradeerwerk, waar zout wordt gewonnen door water langs sleedoorntakjes te laten lopen

Met de klok mee vanaf links boven: Lippstadt; gradeerwerk van Werne; streetart in Dorsten; Haltern am See

Via Haltern am See, gelegen aan een groot meer en Dorsten, waar ik een mooie muurschildering spot, komt de route in Wesel uit, een oud stadje waar de Lippe uitmondt in de Rijn. De route zelf eindigt in Xanten, de plaats bij uitstek voor Romeinse geschiedenis.

Monding van de Lippe in de Rijn

Romeinse geschiedenis

Onderweg worden we verschillende malen herinnerd aan de Romeinse geschiedenis van dit gebied

De Limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk langs de Rijn, liep langs Xanten en in de Romeinse tijd lag bij deze plek de stad Colonia Ulpia Traiana en de belangrijke legerplaats Castra Vetera. In het archeologisch park bij de stad zijn originele resten van gebouwen terug te vinden. Ik was hier ooit met een excursie van de middelbare school. Zeker een aanrader.

Ook elders op de route komen we verschillende keren overblijfselen tegen uit de Romeinse tijd. Uitgebreide informatieborden en plaatsaanduidingen geven de geïnteresseerden een beeld van hoe het graanveld of het bos dat er nu ligt, er een paar duizend jaar geleden uitzag.

Omleidingen

De route kent opvallend veel omleidingen. Wegwerkzaamheden maken dat ook fietsers geen gebruik kunnen maken van bepaalde wegen of bruggen. Op de site van de Römer-Lippe-Route staat dit allemaal aangegeven en wordt ook een alternatieve route beschreven. Uiteraard hadden wij dit van te voren niet bekeken en hebben we heel wat meer kilometers gefietst dan nodig was. Soms over saaie rechten wegen, soms over mountainbike-paadjes door bossen. Niet echt ideaal met onze volgeladen fietsen.

Ontmoetingen

Af en toe komen we vreemde borden tegen

Onderweg is veel te zien. Daarom staan we regelmatig even stil om een foto te maken, in het boekje te kijken of een informatiebord te lezen. We hebben meerdere keren gehad dat er, zodra we afstapten, iemand naar ons toekwam en vroeg of hij ons kon helpen. Nadat we ontkennend geantwoord hadden, kwam het gesprek – uiteraard – op fietsen en de omgeving. Het heeft een aantal leuke gesprekken opgeleverd.

Zo vertelt een oude man op een e-bike in Detmold dat hij elke dag een rondje fietst “das ist gut für die Knochen”. Het verbaast hem niet dat we Nederlands zijn. Hij ziet de laatste jaren steeds meer fietsende Nederlanders. “Terecht”, merk ik op, “gezien de omgeving”. Daar is hij het volkomen mee eens.

Op onze laatste camping in Duitsland ontmoeten we een vakantiefietser uit Rotterdam die al vijf weken onderweg is. Hij heeft een rondje Zwitserland gedaan en heeft het nu wel weer gehad. Hij wil naar huis en het liefst voor de finale van het voetbal, de volgende dag. Dat wordt nog even doorfietsen, merken we op. Hij ziet het wel zitten. De dag ervoor had hij 140 kilometer afgelegd “en ook nog een lekke band geplakt”.

Overnachtingen

Camping Uentrop

Tijdens de Römer-Lippe-Route hebben we een aantal bijzondere overnachtingen gehad. Zo was er de camping Uentrop bij Hamm die op zichzelf erg rustig was, ware het niet dat de snelweg praktisch over de camping liep en de koeltorens van de verderop gelegen industrie ons uitzicht vormden. Het hotel Zur Rauschenburg bij Olfen was typisch Duits. Idyllisch gelegen aan de Lippe stond het statige gebouw aan de rand van het bos. De kamers waren sinds de jaren 50 niet meer veranderd en de zware houten meubels gaan nog wel een tijdje mee. We hebben er heerlijk op het terras gezeten en genoten van onze schnitzel.

De laatste camping aan de route lag bij Wesel aan de Rijn. We kwamen er aan op een vrijdagmiddag. Dit bleek geen goede combinatie. De camping was immens (het was een kilometer lopen van onze tent naar de douches) en de halve omgeving was uitgelopen om op die plek het weekend door te brengen. Wat een contrast met de boerencamping in Drempt (Achterhoek) waar we de volgende avond een plekje in de boomgaard vonden: “die ladder staat er om de kersen te plukken, dus ga vooral je gang.”

Meer informatie

Romeinse cijfers geven onderweg het aantal afgelegde kilometers vanaf de bron van de Lippe aan

Meer informatie over de Römer-Lippe-Route vind je op de site. Hier kun je ook de GPS-track downloaden. De hoofdroute is 295 kilometer lang. Regelmatig echter heb je de mogelijkheid om een alternatieve route te fietsen (een Schleife) langs een Romeinse bezienswaardigheid of mooie natuur. Zowel de hoofdroutes als de Schleifen zijn gemarkeerd en in het Bikelineboekje aangegeven. Ook vind je onderweg regelmatig grote roestrode stalen platen met Romeinse cijfers. Deze cijfers geven het aantal kilometers aan vanaf de bron van de Lippe.

De markering van de Römer-Lippe-Route

De markering bestaat uit rood-blauw-witte vierkantjes waarin je een gestileerde Romeinse helm en de Lippe kunt ontwaren. De bordjes hangen onderaan de richtingaanwijzerbordjes.

Benieuwd naar onze ervaringen op de EmsRadweg? Lees het hier.

Fietsen langs Duitse rivieren | EmsRadweg

Onze totale fietsroute

In de zomer van 2019 fietsen we in twee weken langs twee Duitse rivieren. De eerste week fietsen we vanuit Nederland naar de EmsRadweg en pakken deze route in Ditzum op. Ditzum is een klein vissersplaatsje vlakbij de monding van de Ems in Emden. Vanaf hier zakken we af naar de bron van de Ems bij Hövelhof. Daar steken we over naar Detmold om in de tweede week de Römer-Lippe-Route te fietsen. De rivier de Lippe volgen we van bron naar monding in de Rijn, tussen Wesel en Xanten. Vanaf Xanten fietsen we weer terug naar Nederland. We zijn dan 1050 km verder, hebben verschillende landschappen doorkruist en zijn veel ontmoetingen en indrukken rijker.

Naar de EmsRadweg toe

Zwarte Dennen

Het is boven de 30 graden als wij in twee dagen via Overijssel, Drenthe en Groningen naar Ditzum in Noord-Duitsland fietsen. De Nederlandse provincies doen niet onder voor het Duitse Ostfriesland. We rijden door de verstilde Zwarte Dennen bij Staphorst, over het mooiste fietspad van Drenthe in het Dwingelderveld en door het prachtige natuurgebied Bovenlanden (inclusief een verzonken dorp) in Noord-Groningen. We kamperen op twee mini-campings in Eursinge en Bellingwolde, waar het goed toeven is.

Bad Nieuweschans (en daarmee de grens) is niet ver meer

De EmsRadweg bereiken we de volgende ochtend. In ons routeboekje wordt de route van bron tot monding beschreven. Wij fietsen hem andersom en dus bladeren we terug in het boekje. In het veld is de route gelukkig beide kanten op gemarkeerd. Emden is de officiële start (of einde) van de route. Wij besluiten om de route in Ditzum, 10 km van Emden, op te pakken. Emden ligt aan de overkant van de Ems en dat retourtje met de pont geloven we wel.

Fietsen over de EmsRadweg

In Warendorf

Ditzum is een oud vissersdorpje aan de monding van de Ems. Het landschap van Ostfriesland is kaal en het eerste deel van de route fietsen we voornamelijk langs de dijk, af en toe laverend tussen de schapen. De weg is vlak en zal dit ook blijven tot aan de bron bij Hövelhof.

Laveren tussen schapen langs de dijk bij Ditzum

De Ems is breed en de binnenvaartschepen varen af en aan. Ook kun je hier een enorm cruiseschip tegenkomen dat in de Meyer-werf in Papenburg wordt gebouwd. Al jarenlang een onderwerp van discussie tussen natuurliefhebbers en de werf. De eerste groep ziet graag dat de Ems een natuurlijke loop houdt en de natuur bewaard blijft. De werf en de lobby eromheen daarentegen hebben voor de gebouwde cruiseschepen een diepe en brede rivier nodig.

Binnenvaartschepen komen onderweg in de Ems en in het er parallel aan lopende Dortmund-Ems-Kanal tot aan Rheine 13 sluizen tegen. Bij Greven, vroeger de laatste bevaarbare Emshaven, wordt de rivier te smal en zien we alleen nog plezierjachtjes, kano’s en op een gegeven moment zelfs dat niet meer. De serieuze rivier wordt in krap 400 km een lieflijk stroompje met overhangende bomen, koeien op de oevers en wuivende graanvelden erlangs. Wij kamperen aan de Ems, drinken er Kaffee und Kuchen naast, steken haar over in oude dorpjes met traditionele vakwerkhuizen en af en toe biedt zij een thuis aan een kunstwerk.

De Ems van monding tot bron deel 1: van Ditzum (bovenaan) tot aan Rheine (onderaan)

In de bossen bij Hövelhof bereiken we na zes dagen fietsen de bron van de Ems. In een informatiecentrum lezen we over de rivier, een paar honderd meter verderop vind je de bron. Het ligt bij een militair oefenterrein dat sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog Engels is. Al sinds het begin van de route heb ik een plek voor ogen waar je het water ziet opborrelen. De werkelijkheid is anders. Langs de vlonders waar je overheen loopt, zie je wat water glinsteren dat verder het bos in loopt. Naar het schijnt is dit overigens niet de echte bron. Die ligt even verderop, binnen de grenzen van de militaire zone.

De Ems van monding tot bron deel 2: van Telgte (bovenaan) tot aan de bron bij Hövelhof (onderaan)

Geschiedenis

Onderweg zien we veel graanvelden

Een aanleiding voor mij om de EmsRadweg te fietsen, was het boek Het lied van de Eems (2011) van Aafke Steenhuis. In dit boek fietst zij de EmsRadweg en vertelt over de geschiedenis van de rivier en het omliggende gebied. Ik herlees het tijdens onze fietsvakantie en dat maakt dat ik met hele andere ogen naar de omgeving kijk.

We doorkruisen Ostfriesland en Emsland, gebieden met een lange en niet altijd rooskleurige geschiedenis. In vroeger tijden waren het arme streken en werd er turf gewonnen. Net als aan de Nederlandse kant van de grens.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er maar liefst 15 straf-, concentratie- en krijgsgevangenenkampen in het Emsland. Het plaatsje Haren (Ems) is vlak na de oorlog nog een paar jaar Pools geweest. De Poolse soldaten die meevochten aan de geallieerde zijde en Poolse dwangarbeiders uit de kampen konden niet meer terug naar huis. Het land lag achter het IJzeren Gordijn. De Britse bezettingsmacht besloot toen de oorspronkelijke bevolking van Haren (Ems) weg te sturen en de huizen beschikbaar te stellen aan de Polen.

Moin

Onderweg komen we veel andere fietsers tegen die veelal op elektrische fietsen de route de andere kant op fietsen. Deze fietsers en ook de wandelaars groeten ons met moin. De groet die de Groningers ook niet vreemd is. Tot ver in het zuidelijke stroomgebied van de Ems groeten we op deze manier, totdat hallo en morgen de boventoon gaan voeren. Volgens Aafke Steenhuis kunnen mensen aan beide kanten van de grens elkaar prima verstaan als ze dialect spreken. Ze kan het weten, ze heeft het zelf uitgetest.

Eichenprozessionsspinner

Hier hadden we beter niet kunnen stoppen

Een paar dagen nadat we vertrokken zijn, haalt hij het nationale nieuws: de eikenprocessierups. In vergelijking met voorgaande jaren is het aantal rupsen verdriedubbeld. De brandhaartjes van de beesten zorgen voor hevig jeuk bij mens en dier. Het is dus oppassen geblazen. De rood-witte linten om de eikenbomen waarschuwen de voorbijgangers. In Duitsland krijgen we dit allemaal niet zo mee. Maar ook daar zijn de beesten aan een opmars bezig. We zien de borden, maar staan er niet zo bij stil. Tot vlak voor Warendorf.

Vanwege de warmte pauzeren we even in de schaduw van een grote boom. Pas later zien we het bord en daar vlak naast het nest van de Eichenprozessionsspinner. Ik maak nog even een foto, maar het kwaad is al geschied. ’s Avonds blijken we toch wel veel – naar we denken – muggenbulten te hebben en er komen steeds meer bij, op de vreemdste plekken. De rups heeft toegeslagen. De dagen erna vermijden we ondanks de aantrekkelijke schaduw alle eikenbomen, met of zonder bord. Dit niet weer.

De plaatsjes langs de Ems

Met de klok mee vanaf rechtsboven: Papenburg; Kloster Bentlage bij Rheine; Leer; Telgte; Rietberg; Rheda-Wiedenbrück; Warendorf; Hövelhof

De Ems komt door en langs verschillende leuke stadjes, zoals:

– Leer, een havenstadje met oude straatjes en huizen;
– Papenburg, dat doorkruist wordt door grachten boordevol bloembakken (zowel erin als erlangs);
– Rheine en het Kloster Bentlage, waar we met oud en nieuw waren en dat er nu, in de zon en met de bomen vol in blad, toch wel heel anders uitziet;
– Telgte, een oud stadje met een mooie kerk en een kunstwerk in de Ems van een man met een zwemband;
– Warendorf, met een pleintje met typisch Duitse geveltjes en een kerk met het opschrift ‘Nütz die Zeit’;
– Rheda-Wiedenbrück, met levensechte beelden van alledaagse mensen van keramiek;
– het sprookjesachtige Rietberg waar we naast de Ems, die veel weg heeft van een snelstromend beekje, onze cappuccino met overheerlijke Himbeerenkuche eten;
– Hövelhof, waar we voor het voormalige jachtslot van een bisschop uit de middeleeuwen van onze lunch genieten.

Overnachtingen

Op Camping Quellental bij de bron van de Ems

Tijdens de EmsRadweg hebben we verschillende soorten overnachtingen. We slapen op campings, sommigen iets groter dan we willen, soms in het gezelschap van eenden of kippen (inclusief een haan die om 4 uur ’s ochtends wakker werd), in een jeugdherberg, in een hostel op een boerderij in bedrijf en als enige gasten in een pension in een groot huis. Aanraders zijn voor ons:

Querdel’s Hof in Emsbüren, overnachten in een pension met meerdere kamers in een groot huis in the middle of nowhere, dat eigendom is van een boerenfamilie. Het ontbijt van voornamelijk zelfgemaakte producten, is een kilometer verderop, in de tuin van de boerderij.
Hotel Meier-Westmeyer in Marienfeld zit in een oude, nog in bedrijf zijnde boerderij in het rustige dorpje Marienfeld. Er is een oud klein goederenliftje waarmee we onze fietstassen eenvoudig naar de tweede verdieping kunnen krijgen.

Meer informatie

De groene ‘E’ markeert de EmsRadweg

Meer informatie over de EmsRadweg staat op de site van de route. Hier vind je o.a. de omleidingen, informatie over de omgeving en de GPS-track. Ook staat hier een link naar de praktische app van de EmsRadweg, waarmee je o.a. heel makkelijk de afstand tussen twee punten kunt bepalen. Heel handig als je ’s avonds voor je tentje de route van de volgende dag uitstippelt.

De EmsRadweg is ook gemarkeerd, zoals veel fietsroutes in Duitsland. De markeringsbordjes zijn vaak vierkantjes die onder de richtingaanwijzerbordjes hangen. De EmsRadweg is herkenbaar aan de groene E in beeld en spiegelbeeld. In verband met omleidingen kun je eigenlijk niet alleen op deze markering fietsen. Neem in ieder geval een fietsrouteboekje mee (wij hadden het boekje van Bikeline) of de GPS-track.

Benieuwd naar onze ervaringen op de Römer-Lippe-Route? Lees het hier.