Salland Pad etappe 4: Luttenberg – Heino

Route: Salland Pad
Afstand: 16 km
Start: Bushalte Heuvelweg Luttenberg
Eind: Bushalte Marktplein Heino

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

Op een zonnige en frisse lentedag starten we de vierde etappe van het Salland Pad in Luttenberg. Omdat de buurtbus hier slechts 1 keer per uur rijdt, lopen we deze etappe andersom, van Luttenberg naar Heino, waar we in februari geëindigd zijn. Die twee maanden maken een enorm verschil. De temperatuur is een stuk aangenamer en de natuur staat in bloei. Het lichtgroen van de eerste blaadjes contrasteren met de bloesem van de krentenbomen en de sleedoorn. De brem en de magnolia stralen. Evenals de bloemen in de bermen. De strakblauwe lucht maakt het geheel af.

Bloesem naast de eerste frisgroene blaadjes

In Luttenberg vangen we een glimp op van het glooiende landschap van de volgende etappe, als we een paar honderd meter de verkeerde kant op lopen. Gelukkig komen we hier op tijd achter en keren om, richting het vlakke achterland van Heino. We lopen zuidelijk van Luttenberg over een onverhard pad langs mooie huizen. We komen door bos en langs boerenland waar de boer op zijn tractor hard aan het werk is.

Via een paar kilometer over de doorgaande Luttenbergerweg komen we uit bij het Overijssels Kanaal. Over de Wolthaarsdijk volgen we dit kanaal een tijdje. We lopen over een onverhard pad en komen nauwelijks mensen tegen. Af en toe vliegt een wilde eend op. Zo’n woensdagochtendwandeling heeft zijn voordelen.

Het Overijssels Kanaal

Als we het kanaal verlaten, komen we langs een kraampje met allerlei streekproducten, zoals je ze wel meer ziet langs het Salland Pad. Maar dit kraampje biedt meer. Zo wordt de waarschuwing voor de zachte berm duidelijk geïllustreerd en is er een oplaadpunt voor groene stroom, rechtstreeks uit een boom. Ik vraag me af of er voorbijgangers zijn die geprobeerd hebben gebruik te maken van dit oplaadpunt.

Onderweg komen we regelmatig kraampjes tegen
Sallandse humor deel 1
Sallandse humor deel 2

Kort na deze Sallandse humor komen we langs een recreatieplas bij een camping. Bordjes waarschuwen dat enkel campinggasten gebruik mogen maken van de plas. Ook worden automobilisten erop gewezen dat je niet “Let op! Let op! Let op!” in de berm mag parkeren. Ik vermoed dat het hier in de zomer een stuk drukker is. Nu is er geen mens. Op een picknickbankje met uitzicht over het water eten we onze lunch op.

Hierna volgt een aantal kilometers door het bos en langs de bosrand. De oude boerderijen, de bloeiende bomen en de frisgroene blaadjes laten een schitterend gebied zien. Uiteindelijk kruisen we de N35, de doorgaande weg naar Raalte en lopen Heino in. Op het Marktplein sluiten we de etappe af met een cappuccino.

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Advertenties

Rollator

Treinleven

Het belsignaal klinkt, de slagbomen gaan naar beneden, de lange trein rijdt het station binnen. Als hij tot stilstand komt, maken reizigers op het perron als op afspraak rijtjes aan weerszijden van de deuren. De korte klikjes van de deurontgrendeling klinken en een fractie later zwaaien de deuren open. Het eerste dat in de deuropening verschijnt is een rollator, gedragen door een jongen van een jaar of 19. Hoodie, sneakers met dikke doorzichtige zolen, blote enkels, spijkerbroek met gaten. Hij zet het zilverkleurige hulpmiddel langzaam neer op het perron, het mandje richting de treindeur en kijkt achterom.

Een kleine, kromgebogen oude mevrouw daalt stapje voor stapje de paar treden af. Ze houdt zich stevig vast aan de stangen van de deuren. Als ze vaste grond onder haar voeten heeft, kijkt ze op. Ze ziet haar rollator en de jongen die aanstalten maakt om de stroom naar de uitgang te volgen. “Dank je wel, jongeman” klinkt het opvallend duidelijk. De jongen knikt en loopt dan weg. Even ben ik in de war. Ik had in mijn hoofd van de jongen al haar kleinzoon gemaakt.

Een andere reiziger komt aanlopen en ziet de rollator staan. In een vloeiende beweging pakt deze jongen, in eenzelfde tenue als de uitstappende rollatordrager, het ding op en draait het om. De handvatten wijzen nu naar de oude mevrouw. Hij glimlacht kort naar de dame, neemt in één stap de treden en verdwijnt in de coupé. De oude mevrouw fronst haar wenkbrauwen, kijkt van haar rollator naar de treindeur en weer terug en glimlacht even.

Ze rangschikt haar tas in het mandje, doet haar sjaal goed en raakt even haar gepermanente witte krullen aan. Links en rechts van haar lopen drommen reizigers richting uitgang. De conducteur fluit, de deuren gaan dicht en de trein zet zich in beweging. De oude mevrouw kijkt de trein na, pakt dan de handvatten vast en op haar gemakje gaat ze de stroom achterna. Ik zie haar schuifelend steeds kleiner worden. Voor haar treinreizen heeft zij geen kleinzoon nodig.

Noardlike Fryske Wâlden etappe 1: Burgum – Gytsjerk

Route: Noardlike Fryske Wâlden (Streekpad 20)
Afstand: 21 km
Start: Markt, Burgum
Eind: Nieuwe Straatweg, Gytsjerk

Op 12 april 2018 opent weerman Gerrit Hiemstra Frieslands nieuwste streekpad: Noardlike Fryske Wâlden. Zoals de naam al zegt, loopt deze 165 km lange rondwandeling door de noordelijke Friese Wouden, de noordoosthoek van Friesland. Deze streek staat bekend om het coulisselandschap: kleinschalig boerenland omzoomd door houtwallen en elzensingels. Het is aangewezen als Nationaal Landschap. Wandelaars Jaap en Anneke Jongejan zijn de initiatiefnemers van de route. Op Wandelnet staat het volgende: “Ze combineerden onverharde paden, klinkerwegen en dorpsommetjes tot een prachtige route door een gebied dat wel ‘het best bewaarde geheim van Friesland’ wordt genoemd.”

Veel elzensingels …

Dit klinkt heel aantrekkelijk. Op een zonovergoten zondag in februari besluiten we eens een kijkje te nemen in de Noardlike Fryske Wâlden. We starten onze etappe in Burgum, een groot dorp van meer dan 10.000 inwoners. Ik kende de plaats enkel van de ‘stinkfabriek’ waar slachtafval verwerkt wordt tot allerlei producten. Na deze zondag heb ik mijn beeld moeten bijstellen. De plaats ligt er mooi bij in het voorjaarszonnetje. Over brede straten met hoge bomen en mooie huizen lopen we richting de Kruiskerk. Een bord wijst ons daar op het kloosterpad uit 1453 dat vanuit Dokkum langs Burgum naar Smalle Ee loopt. De 40 km lange route voert langs plaatsen waar ooit monniken en/of nonnen woonden of werkten. Een wandelidee voor een andere keer.

De Kruiskerk in Burgum

Via een smalle weg lopen we Burgum uit en slaan dan af naar wat lijkt een toegang tot een boerderij. De route leidt ons echter via elzensingels langs de boerderijen en we maken een verrassend mooie lus. En zo volgen er meer. Door bosjes, over verharde en onverharde weggetjes lopen we via Noordburgum richting Quatrebras. Het buurtschap bij een groot kruispunt is bekend van de grote discotheek die hier al tientallen jaren zit. Bij gebrek aan bankje besluiten we langs de weg op de stoeprand ons broodje op te eten. De zon schijnt fel in ons gezicht, achter ons razen de auto’s langs. Een wat minder fijn stuk om langs te wandelen, maar waarschijnlijk hadden de routemakers weinig andere keus.

Na Quatrebras steken we de Centrale As over, de nieuwe doorgaande weg van de N31 bij Drachten naar Holwerd. We slaan af richting Feanwâldsterwâl, waar volgens het boekje tussen begin- en eindpunt het enige kopje koffie op deze etappe te vinden is. We worden niet teleurgesteld. Schitterend gelegen aan een vaart met knotwilgen vinden we It Dûke Lûk, een klein hotel-café dat ook kano’s en bootjes verhuurt. We zijn de enige gasten en genieten in het zonnetje op het terras van onze cappuccino met appeltaart.

Feanwâldsterwâl met aan de vaart It Dûke Lûk

Als we de route verder volgen, begrijpen we de bootjesverhuur wat beter. In het natuurgebied Bûtenfjild ten noorden van Feanwâldsterwâl – hier is na 1750 veel veen afgegraven – zijn slootjes en vaarten te over. Hier moeten we nog maar eens terugkomen met onze vouwkano! Maar te voet is dit gebied niet minder mooi. Knotwilgen, rietkragen en ganzen in overvloed. En ook mensen. Liepen we tot nu toe praktisch alleen over de paden, nu moeten we regelmatig uitwijken voor fietsers en wandelaars. Het mooie weer drijft de mensen naar buiten.

Het Bûtenfjild boven Feanwâldsterwâl

Stuk voor stuk groeten de tegenliggers ons. Standaard in het Fries. Een oude dame die naast haar fiets loopt, wordt door veel mensen vriendelijk aangesproken: “Wat nou, is de fiets kapot?”. Het smalle fietspad en de vele tegenliggers blijken de oorzaak te zijn van haar gedwongen wandeling. Ze moet nog een eindje, maar heeft op deze manier wel veel aanspraak. Ik geloof niet dat ze het heel erg vindt. Bij het uitzichtpunt blijk je ook een aantal rondwandelingen in dit gebied te kunnen maken. Sommige door met het trekpontje de vaart over te steken. Wij hebben nog 6 km voor de boeg en lopen door. Maar wel met de gedachte om hier nog eens terug te komen. Al dan niet te voet.

Het Bûtenfjild met trekpontje aan de rechteroever

Langs een aantal meertjes (de Bouwepet) komen we uit bij het Geologisch Monument. Jan Faber uit Gytsjerk heeft hier zo’n 100.000 zwerfstenen uit de omgeving verzameld. Deze stenen zijn in de laatste ijstijd hier terecht gekomen en met de ruilverkaveling Tysjerksteradiel weer aan de oppervlakte gekomen. De stenen liggen in de vorm van de kaart van Scandinavië (schaal 1:100.000). Gesteenten waarvan de herkomst bekend is, liggen daar waar ze vandaan komen. Je kunt ook over de Scandinavische landen heenlopen. Twee meisjes zijn in Noord-Noorwegen aan het spelen. Wij houden het bij Zweden en vervolgen na noordelijk Lapland onze weg.

Geologisch Monument
Geologisch monument

Via onverharde weggetjes lopen we via Mûnein naar ons eindpunt Gytsjerk. Een bord in een tuin met de tekst “It is hjir tritich bliksem” laat ons niet vergeten dat we in Friesland zijn. Het zonnetje staat laag maar schijnt nog even fel. Het heeft vandaag het prachtige landschap nog eens extra uitgelicht. De etappe was goed gemarkeerd en ging veelal over weggetjes met weinig verkeer en onverharde paden. De makers hebben echt hun best gedaan om er een aantrekkelijke tocht van te maken. Ik ben overstag en wil meer zien van die Noardlike Fryske Wâlden. Volgende keer naar Damwâld.

30 km per uur in Gytsjerk

Benieuwd naar de andere etappes van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Salland Pad etappe 3: Windesheim – Heino

Route: Salland Pad
Afstand: 16 km
Start: Bushalte Windesheim Brug
Eind: Bushalte Marktplein Heino

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

Langs een Rustpunt gaan we het natuurgebied Den Alerdinck in

Op een grijze doordeweekse dag in februari nemen we de bus naar Windesheim. We laten het markante kerkgebouw waar we vorige keer startten op weg naar Wijhe langs de IJssel, achter ons. We steken de N337 en gaan het Sallandse binnenland in. De IJssel zien we voorlopig niet meer.

Over een eerder gefietst fietspad door de weilanden komen we bij een vaart uit. Bij zonnig weer is het heerlijk om hier op het bruggetje even om je heen te kijken. De vogels in het water en de weilanden doen rustig hun ding, vissers zitten langs de waterkant en hondenuitlaters lopen over het dijkje. Nu is het stil en verlaten.

Een bekend bruggetje

Over verschillende plattelandsweggetjes, waar de chauffeurs van voorbijrijdende auto’s stuk voor stuk hun hand opsteken bij wijze van groet, komen we uit bij een Rustpunt met geel-rode luiken. De eerste sneeuwklokjes staan uitbundig te bloeien. Hier duiken we het natuurgebied Den Alerdinck in. Dit hoort bij de havezate met dezelfde naam. We maken een lus door dit bosgebied en zien de havezate van verschillende kanten liggen. Het ligt er mooi bij. De bomen zijn nog kaal, maar over niet al te lange tijd barst de lente hier los. Dat geeft een heel ander plaatje.

In de verte tussen de bomen zie je de havezate

 

Den Alerdinck heeft leuke paadjes

We laten het landgoed achter ons en lopen parallel aan het spoor over onverharde weggetjes de kleine 4 kilometer naar station Heino. Bij het station dat buiten Heino ligt, besluiten we door te lopen naar het centrum van de plaats en daar de bus terug te nemen. De route maakt een omtrekkende beweging om Heino heen via onverwachte bosweggetjes. Uiteindelijk lopen we dan toch de plaats in. Met 16 km in de benen drinken we op het Marktplein bij de kerk een welverdiende cappuccino.

Het theater van Heino zit in een bijzonder pand

Bij het plaatselijke theater dat in een historisch pand zit, nemen we de buurtbus terug naar Zwolle. Deze 8-persoonsbusjes worden steeds vaker ingezet op trajecten waar te weinig passagiers zijn voor de normale bussen. De chauffeurs zijn vrijwilligers die, zo vertelt onze chauffeur in plat Sallands, minimaal een dagdeel op de bus rijden. We zijn de enige passagiers dit ritje en de chauffeur ziet zijn kans schoon. We verstaan lang niet alles, maar de man is erg enthousiast. Gezien de plekken waar het Salland Pad langs loopt, sluit ik niet uit dat we de komende tijd vaker in een buurtbus stappen.

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Elke Maand Een … | Achterberg in de Passage

Elke maand een: Straatgedicht
Soort gedicht:
Muurgedicht
Waar: Den Haag
Dichter: Gerrit Achterberg

Een perfecte cirkel. Boven mijn hoofd. Uitgelicht door een aarzelend februari-zonnetje.

Om me heen slenteren mensen. Hun blikken gaan naar de aanlokkelijke etalages. Weinigen kijken naar beneden. Naar de patronen in het graniet. Weinigen kijken omhoog. Naar de bijzondere bogen, de verticale tuinen, de perfecte cirkel van licht.

En Achterberg? Zien zij zijn woorden staan?

Ik zie ze. Ik wist dat ze hier ergens moesten zijn. Ik vind ze aan de rotonde. De entourage had ik niet verwacht. De zonnige omstandigheden niet. Het maakt dat die 14 regels nu onlosmakelijk verbonden zijn met dat gevoel van verwondering.

De weerspiegeling achter de woorden zal me nog regelmatig terugbrengen naar die fijne februari-dag in Den Haag. Stad van Couperus, van Bordewijk. Van romans die ik met veel plezier heb gelezen. Ik liep door het eerste en oudste winkelcentrum van Nederland. Met een doel. Maar kreeg meer dan dat.

In 1953 schreef Gerrit Achterberg:

In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet

66 jaar later zijn deze regels nog net zo waar.

Ga naar die hartkamer. Laat de omgeving op je inwerken. Kijk ook eens omhoog en naar beneden. Lees het gedicht met de beroemde regel “Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.”

Om dan door één van de drie uitgangen weer op te gaan in de oude binnenstad van Den Haag.

PASSAGE

Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.

Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.

Gerrit Achterberg

Uit: Ode aan den Haag, 1953

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

 

Moerasdak

“Hoe was je weekend?” vraag ik mijn collega op maandagochtend bij het koffieautomaat. Zij kijkt mij over de rand van haar leesbril aan, fronst haar wenkbrauwen, en vraagt: “Heb je wel eens van een moerasdak gehoord?”

Die vraag had ik niet verwacht. Groene daken ken ik. Er groeien vetplanten op, of kruiden, of gras. Maar een moerasdak? In vroeger tijden was een moeras een gebied waar je beter niet kon komen. Gespuis en enge monsters hielden zich er op. Er was drijfzand en onverwachte gevaren. In sprookjes en thrillers is het DE plek waar de slechte dingen gebeuren. Je raakt er kwijt. Of vermoord. Of iets anders onprettigs. Blijf er ver vandaan is het devies dat we al van kinds af aan meekrijgen.

Blijkbaar kijk ik mijn collega vragend aan. Ze steekt van wal. Haar man had in het weekend een enthousiast betoog gehouden over een moerasdak. Het leek hem wel wat voor hun – nu nog standaard – platte dak. Zij had geknikt en “ja schat” gemompeld, terwijl in haar hoofd de meest angstaanjagende associaties met een moeras voorbij kwamen.

Veilig bij het koffieautomaat gebeurt mij hetzelfde. “Schat, ik ben even het dak op”, zegt zo’n echtgenoot. En vervolgens zie je hem nooit meer terug. Verdronken in het moerasdak, is de conclusie van het rechercheteam. “Risico van zo’n dak, mevrouwtje. Dat weet je als je er aan begint. Dit is al de derde dit jaar. Om het maar niet te hebben over al die vermiste huisdieren. Fikkie en Felix komen echt niet allemaal onder een auto terecht. Neem dat maar van ons aan. Zo’n moeras in de buurt oefent een aantrekkingskracht uit op zelfs de minst avontuurlijke huisdieren. Tja, duurzaamheid brengt zo z’n risico’s met zich mee.”

Mijn collega haalt haar kopje onder de automaat vandaan, laat een suikerklontje in haar cappuccino vallen en roert. “Het is niet dat ik niet groen wil leven, maar ik moet erg wennen aan het idee om onder een moeras te wonen. Maar, zo benadrukt mijn man, we zouden wel de eerste in het dorp zijn met zo’n dak. Dat is voor hem belangrijk.”

“Maar wat is een moerasdak nou eigenlijk?” vraag ik mijn collega. Het blijkt iets minder spannend dan het in mijn fantasie was geworden, veel minder spannend. Huisdieren zijn veilig en echtgenoten ook. Het is een dak waar permanent een laagje water op staat met daarin blijvend groene waterplanten. Het dak dient als waterberging waardoor bij fikse regenbuien de riolering wordt ontzien. Ook heeft het een isolerende werking: koel in de zomer, warm in de winter.

Niet te vergelijken met het concept moeras dat ik uit mijn jeugd ken dus. Tussen toen en nu ligt een hele wereld en het is nu zover dat mensen zelf, bewust, een moeras opzoeken. Sterker nog, ze halen het in (of eigenlijk op) huis! Een moerasdak als groen prestigeobject. Dat is weer wat anders dan de nieuwste elektrische auto.

Als we teruglopen naar de kantoortuin moet mijn collega toegeven dat het – nu ze zichzelf alle voordelen hoort opsommen – wel aantrekkelijk begint te klinken. “Alleen die naam hè…” Ik knik instemmend en denk bij mezelf, daar valt wat aan te doen. “Wat denk je van een Shrekdak?” Ik spreek het uit als shrekdek. “De tekenfilmheld Shrek woont immers lang en gelukkig in the Swamp.” Mijn collega lacht. “Dat vinden de kinderen vast leuk. En het bekt nog lekker ook!”

Elke Maand Een … | Het klooster van Rheine

Elke Maand Een: Museum
Museum: Kloster Bentlage
Waar: Rheine, Duitsland

Toegang naar Kloster Bentlage

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

We beginnen ons lange weekend in Rheine, waar we het Klooster Bentlage willen bezoeken. In dit klooster is tegenwoordig een museum gevestigd met o.a. moderne kunst. Het ligt buiten het stadje en dus pakken we, na een rondje door het centrum van Rheine, de auto. Als we op een groot parkeerterrein aankomen, blijkt het klooster nog een eindje lopen. We volgen de bordjes en staan dan onverwacht te midden van oude vakwerkhuizen en hoge bouwwerken van takkenbossen.

Indrukwekkend gradeerwerk

We blijken op het terrein van de voormalige zoutwininstallatie terecht te zijn gekomen: het Salinenpark. Tot in 1952 werd hier zout geproduceerd. In de 18e en vroege 19e eeuw was zout uit Rheine een begeerd handelsgoed. Tegenwoordig staan de historische gebouwen er nog, met als blikvanger het gradeerwerk. Dit zijn twee hoge muren van takjes sleedoorn, waardoor men water laat sijpelen. Onder invloed van warmte, zonlicht en wind verdampt het water en neemt het zoutgehalte in het water toe.

Water sijpelt door takjes sleedoorn

Wij lopen er langs en verwonderen ons over deze verrassende bouwwerken. Een leuke bonus, onderweg naar het museum. Over een bospad komen we uiteindelijk bij het klooster uit. Het blijkt er verrassend druk. Dames in feestjurken, heren in pak, allemaal gaan ze de deur door en de lange gang in. In het klooster blijkt een bruiloft gaande. Maar “het museum is gewoon open”, verzekert een medewerkster ons, die achter de balie bij de ingang zit. Op haar aanwijzing lopen we door dezelfde lange gang en worden enthousiast ontvangen door de twee heren achter de museumbalie.

Kloster Bentlage

Een museumbezoek kost 5 euro per persoon, leggen ze uit, maar als we een kortingskaart hebben maar 3 Euro. De jongere man somt op waarmee we korting kunnen krijgen: een seniorenkaart, een studentenkaart, een vrienden van het kloosterkaart en nog veel meer. Verwachtingsvol kijkt hij ons aan. Ik moet hem teleurstellen, we zijn geen studenten meer, geen senioren en ook geen kloostervrienden.

Nadat we betaald hebben, komen we als eerste in een vleugel waar in zijkamers de geschiedenis van het klooster verteld wordt. Het klooster stamt uit 1437 en heeft in de eeuwen die volgden heel wat meegemaakt. De leden van de Orde van het Heilig Kruis stichtten het. De kruisheren voerden een bescheiden handel in de zoutwinning. In de 19e eeuw bouwde een adellijke familie het klooster om tot kasteel. Tegenwoordig is het een museum, kun je er overnachten, high teaën in het museumcafé en is het dus een trouwlocatie. Ook is het Europese Sprookjesgenootschap al meer dan 50 jaar in het klooster gevestigd.

Wat ons het meeste bijblijft van de tentoonstelling zijn de twee laatmiddeleeuwse relikwieëntuinen. In een duistere kamer worden twee enigszins lugubere voorstellingen uitgelicht. Honderden botten en schedels van heiligen zijn bijeengebracht en te midden van kunstbloemen om Jezus aan het kruis gerangschikt. Ze stellen het Hof van Eden en de Calvarieberg (Golgotha) voor. Op de stukjes perkament naast een relikwie is de naam van de heilige geschreven aan wie het botje ooit toebehoorde. De oudere heer van de balie is met ons meegelopen en vertelt dat elke relikwie een echtheidsverklaring heeft, voor zover dat mogelijk is. De twee ‘tuinen’ waren bijna bij het vuilnis beland.

Op de eerste verdieping is een wisselende tentoonstelling van moderne kunst. Op dit moment hangen er vele modernistische schilderijen van plaatselijke kunstenaars. Kubistische, expressionistische en dadaïstische werken wisselen elkaar af. De schilderijen komen mooi uit in deze bijzondere expositieruimte. Boven ons de oude balken van het museum en onder onze voeten donkere eeuwenoude, ongelijke planken. De werken hangen in de grote ruimte, maar ook in de oude cellen van de monniken. Door een rooster in een hoek van het vertrek komt een haardvuurgeur ons tegemoet. Er hangt hier een bijzondere sfeer, ik snap heel goed waarom dit een populaire expositieruimte is.

Op de eerste verdieping is een wisselende expositie

We zijn op dit moment de enige bezoekers en de oudere heer van de balie, die inmiddels ook naar boven is gekomen, popelt om wat meer te vertellen. Op mijn vraag of het altijd zo rustig is, vertelt hij enthousiast dat er dagen zijn geweest dat er wel 900 bezoekers waren. Waarom er nu bijna niemand is? “Ze zijn waarschijnlijk te druk met het voorbereiden van Sylvester”.

Als we weer bij de balie komen, blijkt dat we met het kaartje ook toegang hebben tot het Josef Wincklerhaus. Het geboortehuis van de auteur Josef Winckler (1881 – 1966) is nu een museum en blijkt op het salinenterrein te staan. Hoewel we de schrijver niet kennen, nemen we toch een kijkje in het kleine museum. Zijn bekendste werk blijkt de schelmenroman Der tolle Bomberg (1923) en zegt mij, om heel eerlijk te zijn, niets. Ik word echter wel nieuwsgierig als ik lees dat het boek inmiddels 750.000 exemplaren kent en verfilmd is.

Josef Wincklerhaus Rheine

En zo krijgen we bij ons bezoekje aan het klooster een uitgebreide geschiedenis van Rheine cadeau. Het klooster en het Salinenpark zijn zeker een bezoekje waard. Je kunt het combineren met de Naturzoo, de dierentuin van Rheine, die naast het park ligt. In het voorjaar en de zomer lijkt me dit een fijne plek om – zeker ook met kinderen – een middag door te brengen. En dat op nog geen half uur rijden vanaf de Nederlandse grens.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Salland Pad etappe 2: Windesheim – Wijhe

Route: Salland Pad
Afstand: 10 km
Start: Bushalte Windesheim Brug
Eind: Bushalte Het Weijtendaal Wijhe

 

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

De eerste etappe van het Salland Pad liepen we van Olst naar Wijhe, plaatsen met een treinstation. De etappe naar Windesheim blijkt een wat grotere uitdaging, met een bus die alleen door de week en slechts één keer per uur rijdt. Als we op een woensdag tijd hebben, nemen we de bus naar Windesheim en lopen vanaf daar naar Wijhe. In Wijhe kunnen we zowel met de bus als de trein terug. Dus door de etappe de andere kant op te lopen, omzeilen we een eventuele wachttijd van een uur.

We beginnen de etappe in Windesheim. Het kleine plaatsje heeft een rijke geschiedenis. In de 14e eeuw werd hier door de volgelingen van Geert Grote een klooster gesticht. Dit klooster kreeg grote invloed in heel Europa en werd daarmee de bakermat van de moderne devotie. Tijdens de reformatie werd het klooster verwoest. Al wat nu rest is het hoge kerkgebouw met een karakteristieke vorm.

Het karakteristieke kerkgebouw van Windesheim

Na het plaatsje lopen we door de Tichelgaten, een natuurgebied met moerassen en weilanden bij de voormalige steenfabriek van Windesheim. Uitkijkend over de vele watertjes zien en horen we veel vogels. Afgelopen jaar, tijdens de vorstperiode begin maart, kon je hier mooi schaatsen en was het een drukte van belang. Nu is het verlaten.

Tichelgaten bij Windesheim

Na de Tichelgaten gaan we al snel de IJsseldijk op die we volgen tot bij Wijhe. Met onze keuze voor start en einde van deze etappe hadden we niet op de wind gerekend. Op de IJsseldijk heeft de wind vrij spel. Hij waait uit het zuiden en we hebben ‘m dus pal tegen. Ook de miezerregen maakt het er niet warmer op. Voordeel van dit weer is wel dat we geen enkele fietser tegenkomen en dus de dijk voor onszelf hebben.

Over de IJsseldijk

Bij Wijhe gaat het fietspad (en wij dus ook) naast de dijk verder. Het water van de IJssel staat al wat hoger. Er zijn tijden dat dit fietspad onder water staat. Bij een bord dat waarschuwt dat het viswater alleen voor leden van de plaatselijke visvereniging is, gaat de route de uiterwaarden in. Ganzen vliegen op en strijken luid protesterend elders neer. Je ziet ze bijna denken: “Wat doen die wandelaars in ons gebied?”.

De Uiterwaarden en visgebied

De route eindigt in Wijhe, waar we de bus weer terug pakken. Zelfs met het grijze weer was het een mooie ochtendetappe. Volgende keer verlaten we de IJssel en gaan het Sallandse binnenland in richting Heino.

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Elke Maand Een … 2019 (lustrum)

Lustrum
En toen werden we wakker in 2019. Een nieuw jaar met nieuwe uitdagingen. Ook voor de Elke Maand Een …- uitdaging. 2019 is wat dat betreft een lustrumjaar. In de afgelopen vier jaar blogde ik elke maand over de uitdagingen die ik mijzelf gesteld had dat jaar.

In 2015 bezocht ik elke maand een museum en schreef daarover. Het werkte erg motiverend, ook door de reacties op de stukken. Dat maakte dat ik in 2016 een nieuwe Elke Maand Een … – uitdaging aanging: Elke Maand Een Route, waarbij ik een bestaande route wandelde of fietste. Ook in 2017 en 2018 ging ik door met de uitdagingen, respectievelijk met Elke Maand Een Foto (met een verhaal) en Elke Maand Een Straatgedicht.

2019
Maar wat ga ik doen in 2019? Welke uitdaging stel ik mijzelf in dit lustrumjaar? Ik heb besloten om in 2019 alle eerdere Elke Maand Een …- categorieën aan bod te laten komen. Ik ga schrijven over musea, routes, foto’s en straatgedichten. Het streven is een gelijke verdeling van de categorieën over het jaar.

Hoog op het lijstje
Afgelopen jaren had ik de bedoeling om ook straatgedichten en musea in Zeeland te bezoeken. Dit is er niet van gekomen. Voor 2019 staat deze provincie daarom hoog op het lijstje. Ook het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en de N70 Natuurroute in het Rijk van Nijmegen wil ik dit jaar zien/wandelen.

Jullie tips
Uiteraard ben ik benieuwd naar jullie tips. Welke musea moet ik echt bezoeken? Welke wandel- en fietsroutes zijn niet te versmaden (bijvoorbeeld in Zeeland) en is er een straatgedicht dat ik echt niet mag missen? De categorie Elke Maand Een Foto is ook voor mij nog een verrassing. Het is maar net wat tegenkom in 2019 (en vastleg op de gevoelige plaat).

Een overzicht van de blogposts voor Elke Maand Een … 2019 vind je hier.

Westerborkpad etappe 19: Koekange – Hoogeveen

Route: Westerborkpad
Afstand: 15 km
Start: Bushalte Dorpsstraat Koekange
Eind: Station Hoogeveen

Tijdens de vorige etappe van het Westerborkpad – begin november – was het zonovergoten herfstweer. Vandaag is het grijs. De kortste dag is bijna daar en van Koekange tot aan Hoogeveen is men in kerstsfeer.

We zetten de auto bij station Meppel en nemen daar de 8-persoonsbus naar Koekange. Sinds de vorige keer dat we hier waren, is het dorpje meerdere keren in het nieuws geweest door opgravingen naar een lijk bij een boerderij. Er is – voor zover ik weet – niets gevonden. En als wij uit de bus stappen, is het dorp nog net zo ingeslapen als de vorige keer.

De Mr. Harm Smeengeweg leidt ons Koekange uit richting het spoor. Ruim vijf kilometer volgen we de spoorrails richting Echten en zien verschillende intercity’s en sprinters langskomen van en naar Meppel. Bij een wegwijzer staat een bekend geel-blauw bordje met Jacobsschelp. Het Jacobspad loopt hier ook langs. We herkennen het niet direct, maar hier hebben we vorig jaar dus ook gelopen.

Het Jacobspad loopt hier ook langs

Niet veel verder lopen we langs Stal Zoer. Was er ook niet een bekende springruiter met die naam? Als we ‘Okidoki’ op een gebouw zien staan, weten we het zeker. Deze namen van paard en ruiter zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de weilanden om ons heen draven paarden en pony’s vrolijk heen en weer.

In Echten stuiten we op een echte plaggenhut. Je kunt er zo naar binnen lopen en we werpen een blik op het karig ingerichte woon- en slaapvertrek. Zelfs nu, midden op de dag, is het schemerig binnen. Dan prijs je je gelukkig met je moderne huis. Aan de overkant van de weg zien we onze eerste grote zwerfkei. Een bordje vermeldt dat de steen oorspronkelijk uit een gebied 100 km boven Stockholm komt.

Plaggenhut in Echten

Via Huize Echten, een statige Havezate uit de 15e eeuw, dat nu gebruikt wordt als werkplaats van de Stichting Visio voor visueel en verstandelijk gehandicapten, lopen we een bospad in. Parallel aan een weg lopen we naar het centrum van Echten en besluiten bij hotel-restaurant-café Boschzicht een cappuccino te drinken. Altijd extra lekker bij dit grijze weer.

Huize Echten

Hierna is het niet ver meer naar Hoogeveen. We volgen de Hoogeveensche Vaart waar we de vorige etappe ook langs liepen. Vlak voor Hoogeveen geeft een steen met plakkaat aan dat de bewoners van de boerderij aan de overkant van de weg – de familie Flokstra – tijdens de oorlog 13 Joodse onderduikers verborgen hielden. Ze verbleven tweeëneenhalf jaar in een hol onder het hooi en overleefden de oorlog.

Gedenksteen voor de familie Flokstra

In Hoogeveen lopen we langs een groep zwerfkeien die als kunstproject bijeen zijn gebracht. We blijven lange tijd de vaart volgen. Lopend over een gravelpaadje zien we veel achterkanten van huizen en Hoogeveense tuinen. We kruisen de A28 en lopen dan richting centrum. De route komt langs een Joodse begraafplaats die sinds 1831 in gebruik is. Ervoor staat een indrukwekkend monument. Een hand heeft een paar mensen te pakken die uit alle macht proberen te ontsnappen. Op plakkaten staan de namen vermeld van de Joodse slachtoffers uit Hoogeveen.

Joods monument in Hoogeveen

De nummers op het kaartje in het wandelboekje staan niet goed aangegeven, waardoor we – blijkt achteraf – de voormalige synagoge gemist hebben. Deze ligt niet direct aan de route, waardoor we er zo voorbijgelopen zijn. Bij een inmiddels doorgebroken winterzonnetje doorkruisen we de ‘beste middelgrote binnenstad 2011-2013’, lopen langs onze laatste zwerfkei en buigen dan af richting station.

Station Hoogeveen in de zon

Volgende keer gaan we verder Drenthe in. Dat wordt nog een uitdaging. De buslijnen die in het boekje worden genoemd, zijn vorige maand opgeheven. Doorlopen naar Beilen (bijna 30 km) of een hubtaxi (tip van een andere wandelaar) lijken onze enige opties. Ach, dat zoeken we volgend jaar wel uit. In 2019 weer verder met het Westerborkpad.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.