Elke maand een straatgedicht | Terugblik

Straatpoëzie in (met de klok mee) Hilversum, Bussum, Amsterdam, Schalkwijk en Zutphen

De uitdaging
Aan het begin van dit jaar startte ik met alweer de vierde ‘Elke Maand Een’-uitdaging. Dit keer stelde ik mezelf als doel om elke maand iets te schrijven over een straatgedicht. Enige voorwaarde was wel dat ik het straatgedicht zelf tegen was gekomen en op de foto had gezet. Het bleek geen moeilijke opgave. Ik heb de uitdaging dan ook gehaald om elke maand een blogpost over een straatgedicht te plaatsen. De 12 artikelen vind je hier.

Ik wendde mezelf aan om – overal waar ik kwam – om me heen te kijken. Muren, stoeptegels, ramen, alles kon een straatgedicht bevatten. Het deed me op een andere manier naar mijn omgeving kijken. En vaak leverde het wat op. Soms één gedicht, soms veel meer. Af en toe raadpleegde ik de site straatpoezie.nl (een (onvolledig) overzicht van alle straatpoëzie in Nederland en België) als ik een plaats bezocht. Het is tenslotte jammer als je, in een plaats aan de andere kant van het land, net een gedicht mist dat een straat verderop hangt.

De gedichten
Het leverde een aanzienlijke voorraad aan gedichten op. Over de mooiste en meest bijzondere maakte ik een blogpost. Een literaire wandeling door Zutphen besloot ik als geheel te beschrijven. Teveel mooie en bijzondere gedichten. Een aantal van de gedichten die ik afgelopen jaar verzamelde, stonden nog niet op het straatpoëzie-overzicht. Toevoegen is eenvoudig en het overzicht is nu een stukje vollediger.

Straatpoëzie in Zutphen

De gedichten waren erg verschillend. Er waren er die al lang voordat ze in het straatbeeld verschenen, geschreven waren. Zo ben ik meerdere malen Ida Gerhardt tegengekomen, o.a. in Zutphen. Maar ook Victor E. van Vriesland (Amsterdam) en Wotkoce Okisce (Leiden) waren al overleden toen hun poëzie straatpoëzie werd.

Andere gedichten zijn specifiek geschreven voor de plek waar ze hangen. Dit soort gedichten ben ik het meeste tegengekomen. Ze verhalen over (de historie van) het gebied of de (voormalige) functie van het gebouw. Zo kan de toevallige voorbijganger lezen over het voormalige klooster in Ten Boer waar nu een winkelcentrum staat, over de geschiedenis van de begraafplaats in Hilversum en de oorspronkelijke functie van de Bordenhal in Maastricht. In Bussum, Hilversum, Schalkwijk en Zutphen (en veel meer plekken waar ik nog niet over heb geschreven) lieten de stadsdichters van zich horen. Een of meerdere gedichten van hun hand sieren de straten op.

Straatgedicht in Ten Boer

De balans opmakend
Met een Drents gedicht in de maand december, heb ik 9 van de 12 provincies gehad. Alleen Flevoland, Brabant en Zeeland ontbreken nog in mijn verzameling. 7 dichters kende ik toen ik hun straatgedicht zag. Dit jaar heeft me dus veel nieuwe namen en gedichten opgeleverd. Er zaten een paar mooie gedichten tussen. Wat de meeste indruk maakte, was het gedicht van Judith Nieken in Leeuwarden. Misschien ook omdat het zo herkenbaar is. Het zijn zinnen die ik zelf geschreven had willen hebben.

Mijn verzameling telt op dit moment 83 gedichten en is nog altijd groeiende. Deze uitdaging leverde mij zoveel plezier op, dat ik ook volgend jaar gewoon doorga met het verzamelen van en schrijven over straatgedichten. Poëzie is overal om ons heen. Het is zonde is om daar niet wat meer aandacht aan te besteden.

Straatpoëzie in (met de klok mee) Zuidlaren, Leiden, Maastricht, Hulshorst, Zwolle en Leeuwarden

 

Advertenties

Westerborkpad etappe 16: Zwolle – De Lichtmis

Route: Westerborkpad
Afstand: 16 km
Start: Station Zwolle
Eind: Bushalte De Lichtmis

De Overijsselse Vecht bij Zwolle

We verwachten een saaie etappe als we op station Zwolle beginnen aan de 16e etappe van het Westerborkpad. Niets blijkt minder waar. De route gaat weliswaar over een industrieterrein, maar de stukken daarvoor en daarna zijn verrassend.

Vanaf station Zwolle lopen we richting centrum. Langs de gracht die helemaal om de oude binnenstad heen loopt, hebben we mooi zicht op de stadspoort de Sassenpoort en de indrukwekkende bomen aan de overkant van de gracht. Ze beginnen al herfstig bruin te kleuren.

De Zwolse gracht met in de verte de Sassenpoort

Onder de Sassenpoort door – waar we onverwacht een straatgedicht vinden met de toepasselijke naam ‘In mijn sas’ – lopen we het oude centrum binnen. Via smalle straatjes staan we al snel voor de synagoge. Deze is nu gesloten, maar was met Open Monumentendag geopend. Wij zagen toen onze kans schoon en namen er een kijkje.

Buitenkant van de synagoge
Binnenkant van de synagoge

Via een lange rechte weg lopen we het centrum uit. Langs het voetbalstadion van PEC Zwolle komen we uit bij de wijk Berkum. De route leidt ons het Vegtlusterbos in waar de herinnering centraal lijkt te staan. Op een veldje staan meerdere bomen, geplant als het inwonertal van de stad een mijlpaal bereikte. Verderop is het Herinneringsbos waar je als inwoner een boom kunt laten planten n.a.v. een bijzondere gelegenheid.

De bomen zijn geplant als herinnering aan overleden personen, aan jubilea, maar ook zien we diverse familiebomen. Sommige teksten maakten ons nieuwsgierig, zoals deze:

“Herinnering aan Gerrit Wieten veelzijdig in schoenen-voeten-muziek”

Herinneringsbos

Hierna steken we de Overijsselse Vecht over en staan we op het industrieterrein Hessenpoort. We volgen de lange rechte weg die het industrieterrein doorsnijdt. Bij de grote Van der Valk aan de A28 drinken we een cappuccino. Met wandelschoenen en rugzakken zitten we tussen de werkende mensen die besprekingen hebben, sollicitatiegesprekken houden of achter hun laptop zitten te werken. Een strategisch trefpunt aan de snelweg. En een welkom rustpunt voor de Westerborkpadwandelaar.

Industrieterrein Hessenpoort

Uitgerust vervolgen we onze weg over het industrieterrein. Nadat we Zwolle uitgelopen zijn, slaat de route af, de weilanden in. Over fietspaden en later zandwegen zigzaggen we door het boerenland. Hier en daar staan boerderijen. Het monotone gezoem van de A28 is op de achtergrond continu aanwezig. De blauwe wolkenluchten, de groene graslanden, de koeien en de windmolens vormen een mooi plaatje.

Onverwacht mooie plaatjes na het industrieterrein

We lopen in de buurt van het spoor en komen dan – aldus het boekje – langs een plek waar 8 jonge mensen ontsnapten uit de laatste trein van kamp Westerbork naar Auschwitz op 3 september 1944. Ze vonden allen een veilig onderduikadres. Wij zien alleen een zandweg, weilanden en het spoor. Niets herinnert aan deze ontsnappingsactie van bijna 75 jaar geleden.

Over zandpaden zigzaggen we verder door de weilanden en komen uiteindelijk weer op verharde ondergrond. Op de Nieuwendijk is men druk bezig met het aanleggen van glasvezel. Langs de weg graaft een kleine graafmachine een geul. Mannen leggen de kabel erin. Een tweede graafmachine gooit de boel weer dicht. Met dit nazomerweer is het buiten werken geen straf.

Werk in uitvoering

En dan lopen we het buurtschap De Lichtmis binnen, bekend vanwege de watertoren met restaurant De Koperen Hoogte. De route gaat naar rechts, wij slaan linksaf richting bushalte. In het bushokje kijken we terug op de afgelopen drie uur. Een verrassende route was het, met onverwachte paadjes en mooie vergezichten. Volgende keer is station Meppel het eindpunt, alweer een nieuwe provincie.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Westerborkpad etappe 15: Wezep – Zwolle

Route: Westerborkpad
Afstand: 17 km
Start: Station Wezep
Eind: Station Zwolle

Paddestoelen langs de Willemsvaart in Zwolle

Op een zonnige dag in september keren wij terug naar Wezep om het Westerborkpad te vervolgen richting Zwolle. Het belooft een afwisselende etappe te worden met heidevelden, bossen, de IJssel en maar liefst twee Hanzesteden.

Vanaf station Wezep sta je in een oogwenk tussen de paars bloeiende (en af en toe helaas ook bruine) heide van de Wezepsche Heide. We zijn niet de enige op deze zondagochtend. Hondenuitlaters, wandelaars, mountainbikers en niet te vergeten de Schotse Hooglanders (met een fotografe in hun kielzog) bevolken het gebied.

Schotse Hooglanders op de Wezepsche Heide

De 25 meter afstand tot de dieren die wij in acht zouden moeten nemen volgens de bordjes, redden wij – maar ook zeker de fotografe – niet. De beesten liggen ontspannen midden op het pad en lijken zich in het geheel niet te storen aan al dat volk dat al zo vroeg in de ochtend op de been is. Met enige omtrekkende bewegingen lopen we langs de dieren, wijken uit voor een groep mountainbikers en vervolgen onze weg richting de A50.

De Wezepsche Heide is een mooi mountainbike-gebied

Aan de overkant van de snelweg komen we al snel in het buitengebied van Hattem terecht. Via een heuvel met de intrigerende naam Vuursteenberg komen we uit bij een herberg met een heus waterrad. De rood-gele luiken geven dat beetje extra jeu aan Herberg Molecaten. Na een cappuccino gaan we richting het stadje.

Herberg Molecaten in de bossen bij Hattem

Het is druk in het bos. We passeren vooral veel groepjes wandelaars van een zekere leeftijd. In afritsbroeken, bergschoenen en fleecevesten stappen ze stevig door. Aanvankelijk schrijven we het toe aan de populariteit van wandelen en natuurlijk het mooie gebied. Maar de groepjes blijven maar komen. Na een korte zoektocht op internet blijkt dat dit deelnemers zijn aan de jaarlijkse Bos- en Heidewandeltocht over o.a. de Wezepsche Heide. Tot aan het startpunt van de wandeltocht in Hattem blijven we ze tegenkomen en blijven wij hen vriendelijk groeten.

Hattem, Hanzestad op de Veluwe

We komen Hattem via een omweg binnen. De route leidt ons eerst langs de Joodse begraafplaats die onderdeel uitmaakt van de algemene begraafplaats van Hattem. Via het Daendelspoortje gaan we uiteindelijk het oude centrum in. De Markt baadt in het zonnetje en staat bijna helemaal vol met terrasjes. Vanmiddag zal het hier waarschijnlijk wel vol zitten, als is het maar met de deelnemers aan de wandeltocht.

De Markt in de Hattem

We maken een zigzagbeweging door het centrum en lopen onverwacht tegen een straatgedicht van Toon Tellegen aan. Die komt bij de verzameling van Elke Maand Een Straatgedicht! Even verderop vinden we de voormalige synagoge van Hattem. Op de gevel staan de namen van de 28 Joden uit Hattem, Epe en Heerde die de synagoge bezochten en de oorlog niet overleefd hebben.

Voormalige synagoge van Hattem

Via de stadspoort verlaten we Hattem en lopen via de Geldersedijk richting de imposante rode spoorbrug. Met uitzicht op de IJssel en Hattem verlaten we via deze brug Gelderland en begroeten Overijssel. Naast ons denderen de treinen voorbij.

Via de rode spoorbrug steken we de IJssel over

Aan de overkant lopen we langs de uiterwaarden van de IJssel naar de Katerveersluizen, een idyllisch stukje Zwolle, waar we onze boterhammen opeten met uitzicht op de Willemsvaart. Via een lange laan met aan weerszijden oude bomen en al een hele hoop paddestoelen lopen we tenslotte richting het station. Een mooie etappe op een zonovergoten nazomerdag.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Ode aan een straat

Soort gedicht: muurgedicht
Waar: Zwolle
Dichter: Trijntje Gosker

Als je van station Zwolle naar het centrum van de stad loopt, is de wijk Assendorp niet te missen. Oude huizen staan gebroederlijk aan weerszijden van smalle straatjes. Velen staan er al meer dan een eeuw. Van oorsprong was het een wijk voor (spoor)arbeiders, nu wonen alle bevolkingsgroepen er door elkaar. De bakfiets, het studentenbarrel en de rollator vinden naast elkaar een plekje op de stoep.

Er zijn een paar routes die vanaf het station naar het oude centrum van de Hanzestad leiden. Een ervan is door de Venestraat, een niet al te lange, typische Assendorper straat. Niets bijzonders, zou je zeggen. Trijntje Gosker dacht hier anders over. Zij schreef speciaal voor de Venestraat een gedicht, dat menig voorbijganger even om zich heen laat kijken.

Venestraat

De straat die recht is en toch golft
Die langs het spoor al 100 jaar
De doorgang is voor wie de stad bezoekt
En weer verlaat met kofferwieltjes
Of studentenpraat

Een straat van formaat die overgaat
In handige huisjes zonder lastige trappen
En rijen met bellen in het portaal
Een oude straat die denkt en speelt
Een straat met een verhaal

Trijntje Gosker

Trijntje Gosker is een Zwolse dichter en lid van het Zwols dichterscollectief. Van haar hand verschenen meerdere gedichten over de stad. Daarnaast is Gosker bedenker van de pictopoëzie. Dit is, zoals zij zelf schrijft, “een dichtvorm waarbij gebruik gemaakt wordt van het spanningsveld tussen woord en beeld”. Iets wat in het muurgedicht in Assendorp goed te zien is. De kunstenaars Marcin & Milou van Studio mmmade zijn verantwoordelijk voor de vormgeving. Tekst en vorm lopen hier heel mooi door elkaar en passen goed in het straatbeeld.

Voor de nieuwsgierige Zwolle-bezoeker: Je vindt het gedicht op de zijgevel van de oude verffabriek van Klinkert en Co.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Ronde van de Lemelerberg

Te voet/te fiets: Te fiets
Route: Van Zwolle via de LF 16 Vechtdalroute, LF 8 en LF 15 Boerenlandroute terug naar Zwolle.
De LF 16 Vechtdalroute is 230 km lang en loopt van de monding van de Vecht bij Zwolle naar de bron bij het Duitse Darfeld. De naamloze LF 8 is een 100 km lange verbindingsroute tussen LF-routes en loopt van Ommen naar Winterswijk. De LF 15 Boerenlandroute tenslotte is 260 km lang en doorkruist Nederland van Alkmaar naar Enschede. Het draait bij deze route allemaal om het authentieke Nederlandse boerenleven, dat per streek veel verschillen laat zien.
Afstand: 74 km
Startpunt: Zwolle
Eindpunt: Zwolle

Een rondje van LF-routes om de Lemelerberg heen
Een rondje van LF-routes om de Lemelerberg heen

Op de kaart vormen ze een driehoek, de drie LF-routes die om en nabij de Lemelerberg lopen. Het lijkt een mooi rondje voor deze zondag. Om kwart over negen ’s ochtends zitten we al op de fiets. De temperatuur is aangenaam als we de binnenstad van Zwolle doorkruisen. Volgens de voorspellingen wordt vandaag de 27 graden aangetikt. Een gelukje dat deze zomerse dag in het weekend valt na al die regendagen van afgelopen weken.

Na een aantal kilometers zien we de eerste LF-bordjes. We zitten op de Vechtdalroute. Al snel verlaten we Zwolle en fietsen langs de rivier over de dijk. Hoewel het nog vroeg is, zijn we niet de enigen. Veel hardlopers en fietsers genieten van het zomerse weer. Aan de overkant van de rivier zien we de met zilverkleurig plastic omhulde hooibalen glinsteren in de zon. Net van die zilveren bolletjes waar we vroeger op kinderfeestjes de plakjes cake mee versierden.

De vecht met zilveren hooibalen
De vecht met zilveren hooibalen

Een paar kilometer voor Dalfsen staat een kleindochter met haar opa en oma om een groene paal heen. Ze luisteren ingespannen naar een kinderstem die over de dijk heen schalt. We vangen woorden op als ‘Vechtdal’, ‘landgoed’ en ‘lang geleden’. Nieuwsgierig geworden, stappen we een paar meter verder af, pakken de zonnebrandcrème en luisteren mee naar het verhaal.

Als de opa en oma verder fietsen met hun kleindochter, overbruggen wij de paar meter en zien een vechtdalinformatiepaal. D.m.v. een pedaal onderaan de paal wek je stroom op voor het verhaal  (“blijven trappen” maant het opschrift ons). Wij kiezen voor de volwassenenvariant en luisteren een paar minuten lang naar een ver familielid van een grootgrondbezitter die hier lang geleden woonde.

Een informatiepaal aan de Vecht
Een informatiepaal aan de Vecht

Helemaal op de hoogte van het ontstaan van dit gebied fietsen we verder. Al gauw zien we de zwevende steen van Dalfsen en het daar tegenover liggende stadje. Naast het gemeentehuis ligt een zeer aanlokkelijk terrasje aan de Vecht. De beslissing is snel genomen en al snel zitten we aan de cappuccino. We kijken uit over het water en steken onze hand op naar een voorbijvarend sloepje met grote picknickmand. Ja, deze zondag mag met recht zomers genoemd worden.

De zwevende steen bij Dalfsen
De zwevende steen bij Dalfsen

De fiets lonkt weer en we vertrekken richting Ommen. We volgen nog steeds de Vecht en moeten regelmatig afremmen voor grote groepen wandelaars die in zomerse kleding het fietspad bevolken. We komen door bossen, langs landgoederen en beklimmen zelfs een berg. De Lemelerberg wel te verstaan. Een heuvel die oprijst in het landschap en een populaire plek is voor wandelaars en mountainbikers.

Even daarvoor waren we al verschillende campings en B&B’s tegengekomen die namen hadden als ‘Bergzicht’ en ‘Berg en bos’. Maar hoe we ook ons best deden, een berg zagen we niet. Misschien dat het zicht op de berg alleen in de winter van toepassing is, als de bomen kaal zijn. Als we kort daarna het bos induiken en de weg merkbaar begint te stijgen, kunnen we het bestaan van de berg niet meer ontkennen. We passeren enkele afgestapte fietsers die de laatste hoogtemeters te voet overbruggen. Hun fietsen aan de hand. Dat is onze eer te na en wij zetten stug door. Gelukkig hebben we nog de Deense heuvels in de benen en bereiken fietsend de top.

Na de top zijn we in no time weer beneden, waar we een bankje zoeken om ons te beraden op de verdere fietstocht. De temperatuur is aanmerkelijk gestegen en onze bidons beginnen leeg te raken. We zijn het niet meer gewend, die hoge temperaturen. We besluiten het rondje wat kleiner te maken. We laten Hellendoorn en Nijverdal voor wat ze zijn en steken door naar Lemelerveld, waardoor we op de Boerenlandroute terechtkomen.

LF 15 Boerenlandroute
LF 15 Boerenlandroute

Zoals de naam al doet vermoeden passeren we veel akkerland, met hier en daar een varkensboerderij. Het zijn rustige wegen langs vaarten en bosranden. We hebben de wind in de rug en waaien met gemak terug naar Zwolle. 74 kilometer geeft de teller aan, als we afstappen. 40 kilometer minder dan in de planning lag, maar het voelt als een volwaardige etappe: de Ronde van de Lemelerberg.

Deze fietstocht telt mee voor de uitdaging Elke Maand Een Route 2016

Met je voeten in de IJssel

Te voet/te fiets: Te voet
Route: Hanzestedenpad, etappe Kampen – Zwolle
Het Hanzestedenpad is een streekpad van officieel 164 kilometer (hoewel er meerdere varianten zijn) langs een aantal voormalige Hanzesteden. De route is beide kanten op gemarkeerd met geel-rode bordjes. Het pad begint bij Doesburg en eindigt in Kampen (of omgekeerd).
Afstand: 20 km
Startpunt: Station Kampen
Eindpunt: Station Zwolle

Geel-rode markering van het Hanzestedenpad
Geel-rode markering van het Hanzestedenpad

Op 1 januari ging ik de uitdaging aan om elke maand een lange afstandsroute te wandelen of te fietsen. Vandaag stond de eerste wandeling op het programma: een etappe van het Hanzestedenpad van Kampen naar Zwolle. Twee plaatsen met een treinstation, we begonnen makkelijk.

In het Kamperlijntje (de trein naar Kampen) zijn we niet de enige wandelaars. Verschillende stellen of groepjes met wandelschoenen bezetten de bankjes in de coupé. Na elkaar nog een verlaat ‘gelukkig nieuwjaar’ gewenst te hebben, nippen ze van hun op Zwolle gehaalde koffie. Hun handen met een zekere overgave om de warme bekers gevouwen.

In 10 minuten zijn we in Kampen en pakken de route op, terug naar waar we vandaan kwamen. De wandelaars uit de trein zijn nergens meer te bekennen. Het is grijs, de Kampense kerktoren aan de overkant van de IJssel vervaagt in de laaghangende bewolking. Al snel laten we Kampen achter ons en doemt de ‘nieuwe IJsselbrug’ op. Althans, zo noemt mijn medewandelaar hem. Deze brug heet officieel de Molenbrug en is helemaal niet zo nieuw. In 1983 werd hij geopend door de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Smit-Kroes.

De route lijkt onder de brug door te gaan. De geel-rode markering wijst die richting op, over een modderige dijk achter een hek. De GPS is het met de markering eens en dus slechten we deze barrière met een zeker vertrouwen en een iets mindere mate van soepelheid. Bergschoenen zijn duidelijk niet gemaakt om over hekken te klimmen. Even later lopen we onder de niet zo nieuwe IJsselbrug door. De pijlers in de IJssel bieden een bijzonder uitzicht.

Onder de 'Nieuwe IJsselbrug' bij Kampen door
Onder de ‘Nieuwe IJsselbrug’ bij Kampen door

Na de brug zien we een paar kleumende vogelaars in schutkleuren en zwaaien we naar een mevrouw in een legerjeep die even daarvoor een indrukwekkend staaltje ‘keren op de weg’ liet zien op de smalle IJsseldijk. Dan buigt de route af naar rechts, richting IJssel. Door de modder ploegen we voort, volgen we de markeringspijlen en komen uiteindelijk aan de oever van de IJssel uit. Een bordje geeft aan dat de liefhebber op deze plek met zijn voeten in de IJssel kan staan. Wij laten deze kans maar even aan ons voorbij gaan.

Op verschillende plekken kun je met je voeten in de IJssel staan
Op verschillende plekken kun je met je voeten in de IJssel staan

Bij het dorpje Wilsum lopen we langs het Wilsumse strandje, nu verlaten, maar in de zomer waarschijnlijk een drukte van belang. Ook hier kun je heel goed met je voeten in de IJssel staan. Even verderop verjagen we ongewild een grote groep ganzen van een weiland. In het tegenlicht van een aarzelend zonnetje is het een mooi gezicht. De V’s zijn snel gevormd en de vogels vliegen in strakke formatie richting Zwolle.

De rechte dijkweg strekt zich voor ons uit
De rechte dijkweg strekt zich voor ons uit

Als we weer vaste asfaltgrond onder onze voeten hebben, strekt de rechte dijkweg zich ver voor ons uit. Op een paar hondenuitlaters en een verdwaalde hardloper na komen we weinig mensen tegen. De wind is koud, het regent af en toe en het beloofde zonnetje laat zich maar mondjesmaat zien. We lopen langs het theehuis bij het pontje naar Zalk, maar we zijn helaas een paar maanden te vroeg voor een warme cappuccino. Pas in april komt het pontje weer in de vaart en biedt ook het theehuis weer versnaperingen aan aan de vermoeide wandelaar of fietser.

Het pontje naar Zalk komt 1 april weer in de vaart
Het pontje naar Zalk komt 1 april weer in de vaart

Op een bankje naast het theehuis zit een wandelaar die zo te zien ook wel een warm kopje koffie had gelust. Ze eet haar reep chocolade op en zet haar wandeling voort in de richting die wij ook gaan. In haar knickerbocker en hip geruite wandelkniekousen zou ze niet misstaan in een berglandschap. Een Heidi op leeftijd. Misschien wandelt ze hier wel elke dag. Om een beetje in beweging te blijven.

Als we dan de buitenwijken van Zwolle eindelijk zien liggen, blijkt het verdere fietspad over de dijk afgesloten te zijn. Rijkswaterstaat is er bezig met Ruimte voor de Rivier. Een project waarbij rivieren, in dit geval de IJssel, meer ruimte krijgen. De bewoners van het rivierengebied zijn zo beter beschermd tegen overstromingen. We lopen achter de dijk verder, het oranje omleidingsbord volgend. Het lijkt een langdurende situatie te zijn. De geel-rode markering is op deze alternatieve route ook gewoon aanwezig.

Uiteindelijk zien we de Peperbus en komt het station binnen handbereik. Snakkend naar koffie ploffen we neer bij de Starbucks tegenover het station. Naast ons nemen twee oude dames plaats. De ene heeft net een mok thee gehaald en verbaast zich over de enorme afmetingen van de beker. Ze vraagt zich hardop af of ze misschien niet een kleinere had moeten nemen. We helpen haar uit de droom. Zij heeft de kleinste beker voor zich staan. Ze zijn er alleen groter. Haar vriendin laat dit gegeven even op zich inwerken en besluit dan toch ook maar zo’n grote mok te gaan halen. Met wat lekkers. Ze zijn tenslotte een dagje weg.

Dat lekkers konden wij ook niet weerstaan. We hadden tenslotte wat te vieren. De eerste lange afstandsroute voor ‘Elke Maand Een Route’ was volbracht.

Deze wandeling telt mee voor de uitdaging Elke Maand Een Route 2016

Fotografische wereldreis

wpid-20151028_132403.jpg
Een foto is een momentopname van een heden dat nu geschiedenis is. Iets dat was, kort of lang geleden, maar nu niet meer is en alleen maar voortleeft in de herinnering van mensen. En ook op foto’s. Gelukkig maar. De meeste foto’s overleven namelijk hun makers en ook de herinneringen van de mens. Een klein stukje geschiedenis gevangen tussen vier randen, soms in kleur, maar ook nog vaak in zwart-wit.

Afgelopen weekend waren wij getuige van kleine brokjes geschiedenis, het ene brokje iets ouder dan het andere. Museum de Fundatie heeft twee foto-exposities ingericht in tegenover elkaar liggende vleugels. Exposities van foto’s van twee vrouwelijke fotografen. Allebei Duits, de ene overleden, de ander niet. De jongere de herontdekker van de oudere. Elke foto in zwart-wit, maar per vleugel compleet verschillende onderwerpen. Van schommels in een vooroorlogs Palestina en sloppenwijken in het London van de jaren 30 tot Duitse beroemde politici in de 80-er jaren en de val van de muur.

De foto’s van Ellen Auerbach (1906 – 2003) deden me het meest. Stukjes wereldgeschiedenis gevat in een eenvoudige houten lijst. Geboren in Duitsland in 1906 komt Ellen via Palestina en Engeland uiteindelijk in het Amerika van de jaren 40 terecht. Als jonge vrouw raakt ze geïnteresseerd in de fotografie en begint samen met zakenpartner Grete Stern een fotostudio. Een ongekende stap voor vrouwen eind jaren 20 van de vorige eeuw. Als Hitler de macht grijpt in Duitsland, wordt het te gevaarlijk voor de Joodse Ellen en emigreert ze naar Palestina. Ze woont daarna een tijdje in Engeland om zich uiteindelijk in de Verenigde Staten te vestigen. Het fototoestel houdt ze tijdens haar omzwervingen altijd bij zich.

Dit resulteert in een grote collectie foto’s van het alledaagse leven op verschillende continenten en gedurende een groot deel van de 20e eeuw. De titel van de tentoonstelling: Ellen Auerbach Berlijn – Tel Aviv – New York. Een fotografische wereldreis is dan ook goed gekozen. Het intrigeert en dat is precies wat de foto’s ook doen. Een aantal zijn me bijgebleven.

'Schommels' (Gronxadar, Palestina) 1933-36 en 'Sloppenwijk' (Londen) 1936
‘Schommels’ (Gronxadar, Palestina) 1933-36 en ‘Sloppenwijk’ (Londen) 1936

De schommels in Palestina vormen niet alleen een bijna abstract beeld, maar laten ook een onbezorgdheid zien van een gebied dat zoveel te verduren had en nog zou krijgen. De mensen op de trappen van een huis in een Londense sloppenwijk geven een mooi tijdsbeeld. De foto door het raam in Maine heeft wat van een zondagmiddagloomheid, maar het zou ook zomaar het eerste shot van een griezelfilm kunnen zijn. De vitrage beweegt bijna ongemerkt, uit de mist komt opeens iemand tevoorschijn …

Zonder titel (Maine) 1968
Zonder titel (Maine) 1968

Dankzij de Duitse persfotografe Barbara Klemm – bekend van haar beelden van politieke gebeurtenissen in het gedeelde en herenigde Duitsland, maar ook de portretten van kunstenaars, schrijvers en musici – zijn deze en vele andere foto’s van Auerbach nu in verschillende musea te zien. Waaronder dus ook in Zwolle. Het oeuvre van de herontdekte en haar herontdekker in hetzelfde gebouw. Ga mee op wereldreis en laat je intrigeren door de soms wel 80 jaar oude foto’s. Foto’s van een mensenleven geleden.

De tentoonstellingen Ellen Auerbach Berlijn – Tel Aviv – New York. Een fotografische wereldreis en Barbara Klemm Tussen Willy Brandt en Andy Warhol zijn nog tot 29 november 2015 te zien in Museum de Fundatie in Zwolle.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.

De geschiedenis van ‘Eene berijmde Vertelling’

Dick Wittington en zijn kat

Sneeuw was er voorspeld op deze kille zondag in januari. Het hield veel mensen binnen. Wij lieten ons niet weerhouden en togen naar het Stedelijk Museum Zwolle, alwaar we nu in alle rust door het voormalige Drostenhuis konden dwalen. Door eeuwenoude gangen en over afgesleten treden van de grote wenteltrap kwamen we op de eerste verdieping van dit 16e-eeuwse pand terecht. Bij elke stap die we zetten, kraakte de oude houten vloer vervaarlijk.

Onbewust in een wat lichtere tred, zien we in de vitrines de geschiedenis van de Hanzestad uitgestald. Thematisch gecategoriseerd aan de hand van de hedendaagse millenniumdoelen die in 2000 door de VN geformuleerd zijn. ‘Hoe we de wereld een beetje beter maakten en maken’ is het thema. Via armoedebestrijding, kindersterfte en ongelijkheid tussen man en vrouw bereiken we onderwijs.

Te midden van schoolkistjes en pennendozen liggen er ook een paar kinderboeken uitgestald. “Uit de 19e en 20e eeuw” staat er op een bordje te lezen. Ze doen inderdaad oud aan, enigszins versleten. Eén boekje trekt de aandacht. Een oranje voorkant waarop een man afgebeeld staat. Blote voeten, een knapzak over zijn schouder. Hij lijkt onderweg te zijn, getuige het (grens)paaltje en het landschap dat zich achter hem ontvouwt. Zijn hand heeft hij voor zijn gezicht geslagen. Is het vermoeidheid, wanhoop?

Maar het is vooral de titel die intrigeert: De geschiedenis van Dick Wittington en zijn kat. Eene berijmde Vertelling. Wat beleeft Dick voor avonturen en belangrijker nog, welke rol speelt zijn kat daarin? Op het toelichtingbordje staat weinig informatie, maar gelukkig is er internet.

De schrijver van het boekje, J.J.A. Goeverneur, is snel gevonden en blijkt naast kinderboekenschrijver ook vertaler en dichter te zijn. Beroemde kinderliedjes als In een groen, groen knollen- knollenland, Roodborstje tikt tegen ’t raam en Toen onze Mop een Mopje was blijken van zijn hand.

Het boekje zelf komt uit 1874. Dick Wittington is, zoals zijn naam ook doet vermoeden, geen Nederlander. Hij en zijn kat zijn figuren uit een Engels volksverhaal rondom Richard Whittington, koopman en burgemeester van Londen. Een persoon die in de 14e en 15e eeuw werkelijk bestaan heeft.

Het verhaal gaat dat hij in zijn kinderjaren in armoede leefde, maar dankzij zijn kat rijk geworden is. De kat was namelijk zeer bekwaam in het vangen van ratten. Naast rattenvangende katten spelen kerkklokken ook een essentiële rol in de legende. Deze zouden Dick namelijk beloofd hebben dat hij ooit burgemeester van Londen zou worden.

Het is een ware legende. De echte Whittington kwam helemaal niet uit een arme familie en over een kat is niets terug te vinden, zeker niet dat hij een excellente rattenvanger was. Om over voorspellende kerkklokken nog maar te zwijgen. Het verhaal heeft niettemin veel schrijvers geïnspireerd. Het is bewerkt tot toneelstukken, marionettenspelen maar is ook, tot op de dag van vandaag, vaak opnieuw verteld als kinderverhaal. J.J.A. Goeverneur heeft het zelfs op rijm gezet.

Interessante informatie die echter nooit op een toelichtingbordje had gepast. Het zou ook ondoenlijk zijn om elke voorwerp zo uitgebreid te beschrijven. De voorwerpen fungeren als representant van de geschiedenis. Het is aan de museumbezoeker om hier letterlijk wat achter te gaan zoeken. Tegenwoordig is dit vrij gemakkelijk te doen.

Door het kraken van de vloer wordt ik uit mijn overpeinzingen gewekt. Over mijn schouder zie ik een medebezoeker de aangrenzende kamer binnengaan. Gretig leest hij de toelichtingbordjes over hoe we de wereld een beetje beter maakten en maken.

De expositie De geschiedenis van Zwolle, de Millenniumdoelen is nog tot eind 2016 te zien in het Stedelijk Museum Zwolle.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.

Een hallucinerend schilderij

Afbeelding: museumserver.nl
‘Papillons’ door Francis Picabia – Afbeelding: museumserver.nl

Dwalend langs modernistische kunstwerken zit ik weer even in de collegebanken. Voorin de grote zaal zie ik schilderijen over het scherm flitsen. De -ismen wisselen elkaar in hoog tempo af. Van herkenbaar realistisch tot veelkleurig abstract worden er verbanden gelegd tussen verschillende kunstvormen. De beelden grijpen me. De theorie staat in mijn geheugen gegrift.

Nu, vele jaren later, komt het historisch avant-gardisme weer tot leven. De eerste helft van de 20e eeuw gevangen in kleurige composities in dit museum op een druilerige zondagochtend. Via o.a. het magisch realisme van Carel Willink, het expressionisme van Franz Marc, het kubisme van Pablo Picasso en het constructivisme van Bart van der Leck stond ik ineens oog in oog met Papillons.

Afbeelding: cortonamia.com
Gina, dochter van Gino Severini – Afbeelding: cortonamia.com

Dit werk uit 1929 van de hand van de Franse kunstschilder Francis Picabia (1879 – 1953) hing naast een klein schilderijtje (1931) van Gina, de dochter van de Italiaanse schilder Gino Severini. Helemaal in de sfeer van de nieuwe zakelijkheid kijkt de jonge vrouw welhaast emotieloos naar de toeschouwer. Haar groene ogen contrasterend met de blauwe kralen van de ketting om haar hals. Uit niets blijkt dat ze zich bewust is van het schouwspel dat zich naast haar voltrekt.

Als in een droom vermengen zich daar verschillende beelden met elkaar. Vlinders gaan over in gele bloemen, een kolibrie neemt de welving aan van de rug van het paard en de groene bladeren vervagen in de blauwe einder. Ondanks de frisse kleuren lijken de beelden geschetst en slechts een aanzet tot een definitief schilderij. Wat is dit voor wereld?

Een toelichting in de museum-app leert dat dit schilderij een van de ‘transparanten’ is. Picabia maakte in deze reeks werken waar verschillende voorstellingen over elkaar heen zijn gelegd. Hij liet zich hierbij vaak inspireren door oude meesters. Verschillende eeuwen verenigd in één schilderij, verscheidende lagen vervloeien. Een vluchtige blik van een langslopende bezoeker dringt niet door in de diepte die dit doek herbergt.

Bij de ingang van de zaal was de bezoeker hier al op attent gemaakt. Op het bord aan de muur wordt een korte toelichting gegeven op het thema van deze zaal: ‘Naast elkaar en door elkaar’. Over Papillons staat het volgende te lezen:

“Het schetsmatige karakter en de ongewone combinatie van motieven maken Papillons (1929) tot een hallucinerend en tijdloos beeld, waarop geen enkel –isme zijn stempel heeft kunnen drukken. Het doek ziet eruit alsof het gisteren is geschilderd. “

Wil je dit bijzondere schilderij met eigen ogen aanschouwen? De permanente tentoonstelling ‘Van Turner tot Appel, topstukken uit eigen collectie’ is te zien in Museum De Fundatie in Zwolle.