Pieterpad etappe 3: Groningen -Zuidlaren

Route: Pieterpad
Afstand: 21 km
Start: Station Groningen
Eind: Bushalte op de Brink in Zuidlaren

De Sint Pietersberg is nog een heel eind

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

Het is een frisse en zonovergoten herfstdag als ik mijn collega ontmoet op station Groningen. We moeten hoognodig bijpraten en wat is nu een betere gelegenheid dan tijdens een wandeling. Mijn collega woont al tientallen jaren in Groningen en weet veel over de wijken, gebouwen en kunstwerken waar we langskomen. Hoewel ik zelf 7 jaar in de stad heb gewoond, hoor ik veel nieuwe dingen. Ideaal om met een local op pad te gaan.

Vanaf perron 2a komen we via een trap op het viaduct over het spoor. Vanaf daar volgen we het Hoornsediep de stad uit. We zien studenten van de roeivereniging Gyas zich klaarmaken om het water op te gaan en komen even verderop een aantal roeiboten in actie tegen. Een mooi gezicht in de stralende herfstzon.

Studentenroeivereniging Gyas

Dan wijst mijn collega op de hoogspanningsmast met vlammetjes die in de verte te zien is. Iedereen die wel eens Groningen genaderd is over de A28, kent dit kunstwerk. In 1990 bestond de stad 950 jaar en kreeg 10 stadmarkeringen aan de belangrijkste toegangswegen op de grens van de stad. De hoogspanningsmast heet de ‘Gate Tower Clio’ en is gemaakt door Kurt W. Forster. Het laat 2 vormen van energie bij elkaar komen: elektriciteit en gas. De 7 gasvlammetjes staan voor de weekdagen. Op de eerste dag van de week gaat de eerste aan, op de tweede de tweede, totdat alle 7 aan zijn, aan het einde van de week.

Een bekende stadsmarkering

We komen bij het Hoornse Meer uit en besluiten een extra lusje te pakken langs het water. Het is een plaatje. Tegen de strakblauwe lucht staat de molen ‘De Helper’ er fier bij, geflankeerd door de bomen in herfsttooi aan de overkant. Even verderop gaan twee kano’s te water. Warm aangekleed is dit een prachtige dag om te gaan kanoën.

Molen ‘De Helper’ aan het Hoornse Meer

Haren is niet ver meer. We passeren de plaats langs de rand. De omgeving verandert. Je merkt dat je echt op de Hondsrug loopt en richting Drenthe gaat. We laten Glimmen rechts liggen en komen via een hoge trap op een viaduct over het spoor. Via het Tranendal (ik vraag me dan af hoe zo’n weg aan zo’n naam komt?) komen we in het natuurgebied en voormalig militair oefenterrein Appèlbergen terecht. Het is inmiddels lunchtijd en ergens is hier een pannenkoekenrestaurant. We verlaten de route en m.b.v. Google Maps vinden we via kleine paadjes het restaurant.

Wij gaan door een tranendal …

De pannenkoek smaakt goed en voldaan pikken we de route weer op. Aan de rand van het Noordlaarder Bos komen we zowaar een straatgedicht tegen. Op een grote steen staat een gedichtfragment van Vasalis:

Tijd

Ik droomde dat ik langzaam leefde
langzamer dan de oudste steen

Vasalis

Hoe toepasselijk en onverwacht zo middenin de natuur!

Vasalis bij het Noordlaarder Bos

Langs een mooi gelegen Nivon natuurvriendenhuis vervolgen we onze weg naar Zuidlaren. We lopen nu voornamelijk door open land waar de suikerbieten welig tieren. Die gaan binnenkort naar de befaamde suikerfabriek in Groningen. Dan komen we in Zuidlaren. We maken een omweggetje langs het kerkje waar mijn collega is getrouwd. Het ligt er idyllisch bij met de laagstaande zon, de verkleurende bomen en de omgeving van de Kerkbrink. Ik kan me voorstellen dat dit een populaire trouwlocatie is.

Kerkje in Zuidlaren

Dan komt de Brink weer in zicht. Het is alweer een jaar geleden dat ik mijn auto hier parkeerde toen ik begon aan de etappe Zuidlaren – Rolde. Nu nemen we er de bus terug naar Groningen. Het was een mooie en gezellige dag. En ik ben veel informatie rijker die ik als solo-wandelaar zeker niet te weten was gekomen. Op naar de volgende etappe!

De herfst op haar mooist
De etappe loopt door een zeer gevarieerd landschap

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Elke maand een straatgedicht | Terugblik

Straatpoëzie in (met de klok mee) Hilversum, Bussum, Amsterdam, Schalkwijk en Zutphen

De uitdaging
Aan het begin van dit jaar startte ik met alweer de vierde ‘Elke Maand Een’-uitdaging. Dit keer stelde ik mezelf als doel om elke maand iets te schrijven over een straatgedicht. Enige voorwaarde was wel dat ik het straatgedicht zelf tegen was gekomen en op de foto had gezet. Het bleek geen moeilijke opgave. Ik heb de uitdaging dan ook gehaald om elke maand een blogpost over een straatgedicht te plaatsen. De 12 artikelen vind je hier.

Ik wendde mezelf aan om – overal waar ik kwam – om me heen te kijken. Muren, stoeptegels, ramen, alles kon een straatgedicht bevatten. Het deed me op een andere manier naar mijn omgeving kijken. En vaak leverde het wat op. Soms één gedicht, soms veel meer. Af en toe raadpleegde ik de site straatpoezie.nl (een (onvolledig) overzicht van alle straatpoëzie in Nederland en België) als ik een plaats bezocht. Het is tenslotte jammer als je, in een plaats aan de andere kant van het land, net een gedicht mist dat een straat verderop hangt.

De gedichten
Het leverde een aanzienlijke voorraad aan gedichten op. Over de mooiste en meest bijzondere maakte ik een blogpost. Een literaire wandeling door Zutphen besloot ik als geheel te beschrijven. Teveel mooie en bijzondere gedichten. Een aantal van de gedichten die ik afgelopen jaar verzamelde, stonden nog niet op het straatpoëzie-overzicht. Toevoegen is eenvoudig en het overzicht is nu een stukje vollediger.

Straatpoëzie in Zutphen

De gedichten waren erg verschillend. Er waren er die al lang voordat ze in het straatbeeld verschenen, geschreven waren. Zo ben ik meerdere malen Ida Gerhardt tegengekomen, o.a. in Zutphen. Maar ook Victor E. van Vriesland (Amsterdam) en Wotkoce Okisce (Leiden) waren al overleden toen hun poëzie straatpoëzie werd.

Andere gedichten zijn specifiek geschreven voor de plek waar ze hangen. Dit soort gedichten ben ik het meeste tegengekomen. Ze verhalen over (de historie van) het gebied of de (voormalige) functie van het gebouw. Zo kan de toevallige voorbijganger lezen over het voormalige klooster in Ten Boer waar nu een winkelcentrum staat, over de geschiedenis van de begraafplaats in Hilversum en de oorspronkelijke functie van de Bordenhal in Maastricht. In Bussum, Hilversum, Schalkwijk en Zutphen (en veel meer plekken waar ik nog niet over heb geschreven) lieten de stadsdichters van zich horen. Een of meerdere gedichten van hun hand sieren de straten op.

Straatgedicht in Ten Boer

De balans opmakend
Met een Drents gedicht in de maand december, heb ik 9 van de 12 provincies gehad. Alleen Flevoland, Brabant en Zeeland ontbreken nog in mijn verzameling. 7 dichters kende ik toen ik hun straatgedicht zag. Dit jaar heeft me dus veel nieuwe namen en gedichten opgeleverd. Er zaten een paar mooie gedichten tussen. Wat de meeste indruk maakte, was het gedicht van Judith Nieken in Leeuwarden. Misschien ook omdat het zo herkenbaar is. Het zijn zinnen die ik zelf geschreven had willen hebben.

Mijn verzameling telt op dit moment 83 gedichten en is nog altijd groeiende. Deze uitdaging leverde mij zoveel plezier op, dat ik ook volgend jaar gewoon doorga met het verzamelen van en schrijven over straatgedichten. Poëzie is overal om ons heen. Het is zonde is om daar niet wat meer aandacht aan te besteden.

Straatpoëzie in (met de klok mee) Zuidlaren, Leiden, Maastricht, Hulshorst, Zwolle en Leeuwarden

 

Verdwenen kloosterlingen

Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Ten Boer
Dichter: Jean Pierre Rawie

Het is februari 2017 en ik heb net 17 kilometer afgelegd over Groningse plattelandswegen. Het Jacobspad is nog onontdekt terrein voor me en ik ben blij deze winterse etappe tot een goed einde te hebben gebracht. De komende maanden loop ik het zuiden en de betere seizoenen tegemoet om bijna een jaar later te eindigen in een Overijsselse Hanzestad.

Maar zover is het nog lang niet. Op dit moment loop ik het Groningse plaatsje Ten Boer in. Als het centrum van het dorp in zicht komt, loop ik bijna tegen de gevel op waar levensgroot een gedicht van Jean Pierre Rawie te lezen is. Een foto is snel gemaakt en bijna een jaar later ben ik mijn jongere ik dankbaar voor die actie. Met de Elke Maand Een Straatgedicht-uitdaging komt het gedicht nu goed van pas.

Jean Pierre Rawie (1951) is geen onbekende voor me. Tijdens mijn studie in Groningen kwam ik deze Groningse dichter regelmatig tegen. In dichtvorm wel te verstaan. Zijn gedichten gaan over de bekende thema’s in het leven zoals liefde en dood. Enige ironie is hem niet vreemd. Zo staat het gedicht Finis (uit: Het meisje en de dood, 1979) me nog helder voor de geest. Hij neemt hierin alvast een voorproefje op zijn eigen overlijden en schrijft een overlijdensbericht. De eerste strofe luidt:

Heden is, na een langdurig lijden
dat hij met godsvertrouwen droeg,
Jean Pierre Rawie van ons verscheiden,
Hij komt dus niet meer in de kroeg.

De dichter staat bekend om zijn flamboyante levensstijl. De drank heeft hem eind jaren 80 zelfs bijna zijn leven gekost. Tegenwoordig behoort Rawie tot de bestverkopende dichters van Nederland. Regels uit zijn gedichten worden vaak gebruikt in rouwadvertenties.

Nu kom ik hem hier tegen, in dit dorp, 10 kilometer van ‘Stad’, zoals Groningen door de Groningers genoemd wordt. Het gedicht uit mei 2007 is speciaal geschreven voor het nieuwe dorpscentrum met winkels en appartementen dat naar deze plek is verplaatst. Voorheen bevond het centrum zich op de Wierde, de plek waar in de 13e eeuw een nonnenklooster stond. Al wat nu nog rest van het benedictinessenklooster is de kerk. Statig en indrukwekkend, omsloten door de huizen van het dorp.

Het dunbevolkte gebied herbergt veel geschiedenis. Pas als je je er in verdiept, realiseer je je dat de wereld hier er vele eeuwen geleden heel anders uitzag. Tijdens de Groningse etappes van het Jacobspad ervoeren we dit aan den lijve. We passeerden meerdere plekken waar in vroeger tijden grote kloosters stonden, liepen over kerkepaden en bezochten indrukwekkende kerken in bijna verlaten dorpjes.

Het gedicht op de muur in Ten Boer past heel goed bij deze langeafstandwandeling en gaat als volgt:

De eeuwen kwamen en de eeuwen gingen.
De kleine dorpskern op de zwarte klei
veranderde met de veranderingen.
De stad kroop ieder jaar wat naderbij,

en veel verdween. De vroegere abdij
is heen, heen zijn de vrome kloosterlingen –
maar in de wind is het soms weer of wij
hen door de nieuwbouwwijken horen zingen.

mei 2007
Jean Pierre Rawie

Het verwoordt wat voor meerdere Groninger dorpen geldt. Door de eeuwen veranderen met de veranderingen de dorpen. En veel verdwijnt. En toen ik in het verlaten dorpje Wittewierum tussen de eeuwenoude omgevallen en halfvergane grafstenen stond – ooit de plek waar het beroemde klooster Bloemhof van abt Emo (van Emo’s reis van Dick E.H. de Boer) gevestigd was – kwam de geschiedenis wel heel dichtbij. Het leek zelfs even of ik in de wind de kloosterlingen hoorde zingen.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Jacobspad etappe 4: Groningen – Foxwolde

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 18 km
Startpunt: Groningen Centraal Station
Eindpunt: Peize carpoolplaats N372

Een jacobsschelp op de Jacobskerk aan het Jacobspad in Roderwolde

Een maand geleden eindigden we onze etappe op het Centraal Station in Groningen. Op een bewolkte en winderige dag in april pakken we hier de route weer op. Even daarvoor hadden we de auto achtergelaten in Peize, vlakbij de bushalte waar de bus naar Groningen stopt. Hier zou onze etappe van vandaag eindigen, een paar honderd meter van het Jacobspad.

In 20 minuten brengt de bus ons in Groningen en om 10 uur staat we voor het Groninger Museum. We zijn niet de enigen. Het is een drukte van belang op deze Stille Zaterdag. We pakken de route bij het museum op en lopen via het Emmaplein en een paar bruggen al snel richting zuiden. In het kanaal zien we verschillende roeiers tegen de wind in hun best doen, sommigen slechts gekleed in T-shirt. Het mag dan wel lente zijn, op een dag als vandaag is het nog wel erg koud!

Een roeier richting Groningen-centrum

Na een paar afslagen staan we in het Stadspark. Eigenlijk lusten we wel een kopje koffie – we zijn al een tijd onderweg inclusief auto- en busrit – als we op een terras aan het water stuiten. Het paviljoen heet Ni Hao, wat wel heel Chinees klinkt en we twijfelen of daar wel koffie te verkrijgen is. Een lid van de plaatselijke jeu de boules vereniging (die een niet onaardige trainingsplek hebben hier aan het water) ziet ons twijfelen. Met een “Daar hebben ze zeker koffie” wijst hij ons het bewuste paviljoen aan. Helaas blijkt het nog gesloten.

Het uitzicht op de trainingsplek van de plaatselijke jeu de boules vereniging

Door maar weer. Het valt ons op dat we vanaf het begin van deze etappe nog geen routeaanduidingen hebben gezien. Het bordje of sticker met schelp en kenmerkende blauw-gele kleuren ontbreekt. Pas als we het Stadspark weer uitlopen zien we de eerste sticker. Deze etappe kun je zeker niet zonder boekje lopen!

We lopen langs de stadsparkcamping en belanden dan tussen de volkstuintjes. De eersten lijken nog echt op tuintjes met af en toe een schuurtje. Maar naarmate we verder lopen begint het meer op een vakantiehuisjescomplex te lijken. Langs de lange weg liggen rechts en links huisjes in vele soorten en maten. De meesten afgezet met een hek, sommigen met kunstzinnige uitingen in de tuin. Echte volkstuintjes zien wij bijna niet.

Kunstzinnige brievenbussen bij het vakantiehuisjes/volkstuinencomplex Bruilweering

Over een onverharde weg lopen we Groningen nu echt uit en gaan De Onlanden binnen, een natuurgebied waar de ganzen, meeuwen en eenden naar hartenlust hun aanwezigheid laten blijken. We lopen langs een vaart met aan de rechterhand de wetlands van de Onlanden en aan de linkerhand een nieuwbouwwijk in aanbouw. Deze bewoners hebben geen verkeerd plekje uitgekozen met dit uitzicht.

Natuurmonumenten heeft aan de rand van dit natuurgebied een uitspanning, inclusief lammetjesschuur. Het is een drukte van belang op een van de eerste lammetjesdagen. Ouders met kinderen lopen heen en weer tussen schuur, speeltuin en restaurant waar de cappuccino lonkt. Ook wij zien onze kans schoon en zitten niet veel later tussen tientallen kleine kinderen aan onze eerste koffie van de dag.

Opgewarmd lopen we verder Drenthe in. We hadden de hoop op een bord met ‘Welkom in de provincie Drenthe’ (leuk voor de foto), maar dat zit er niet in. Op het fietspad dwars door het natuurgebied heeft de wind vrij spel en we doen ons best om met de tegenwind ons oorspronkelijke looptempo aan te houden. We zijn heel blij met een rijtje bomen dat af en toe opduikt.

Als we de N372 overgestoken hebben, wordt de weg wat beschutter. Bomen, speenkruid, kleine boerderijen, het landschap begint wat te veranderen. We steken het Peizerdiep over en stuiten op een Drents gedicht van Peter van der Velde, een schrijver die in 2004 in Roderwolde is overleden. Het beschrijft een winters tafereel. Eigenlijk hadden we hier een paar maanden eerder moeten lopen om het juiste uitzicht te hebben bij de tekst. Hoewel de wind ons nu ook flink door de kleren waait.

Niet heel veel later lopen we Roderwolde in. Het oogt als een ingeslapen dorpje met keurige voortuinen als visitekaartjes. Bloeiende magnoliabomen, beschenen door een voorjaarszonnetje, maken het geheel af. We lopen langs de olie- en korenmolen Woldzigt die er indrukwekkend bij ligt. De Hollandse luchten helpen ook een handje. Even verderop staat de Jacobskerk, waar een Jacobsschelp geen twijfel laat over de route die we aan het lopen zijn. Helaas zijn zowel molen als kerk gesloten. We hadden graag een kijkje binnen genomen.

De olie- en korenmolen Woldzigt is helaas gesloten

Net buiten Roderwolde komen we langs het Kleibosch, een aardkundig monument waar potklei aan de oppervlakte komt. Al in de middeleeuwen maakten monniken hier dankbaar gebruik van. Zij groeven dit af (tichelen) en maakten hier een soort bakstenen van. In dit natuurgebied komen nu nog zeldzame plantsoorten voor.

Het Moleneind brengt ons uiteindelijk weer op de N372, waar die morgen onze bus vertrok. We laten het Jacobspad achter ons en lopen door naar de carpoolplaats. De zon is inmiddels flink gaan schijnen en maakt de harde wind iets aangenamer. Een mooie etappe, concluderen we. De verwachtingen die we een maand geleden koesterden in de Starbucks op Groningen CS zijn zeker uitgekomen. De eerste kilometers in deze nieuwe provincie smaken naar meer.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Jacobspad etappe 3: Ten Boer – Groningen

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 21 km
Startpunt: Ten Boer bushalte Boltbrug
Eindpunt: Groningen Centraal Station

Bij de bushalte in Ten Boer begint onze wandeling

Een maand geleden eindigden we onze etappe in Ten Boer. Met een man minder beginnen we vandaag in deze Groningse plaats. De bus brengt ons in ruim 20 minuten vanaf Groningen Centraal op de plek van bestemming. Er is zon voorspeld en hoge temperaturen (13 graden!). Vol verwachting stappen we uit de bus.

Ten Boer blijkt net als meerdere plaatsjes waar we voorgaande etappes doorheen kwamen ook een echte kloosterkerk te herbergen. Bij een wereldwinkel die in een schitterende oude boerderij gevestigd is, slaan we af en komen via de achterkant bij de 13e-eeuwse kerk uit. Eens hoorde deze kerk bij het benedictinessenklooster van Ten Boer.

We lopen om de kerk heen en slaan een klein paadje in waar een bord ‘verboden voor onbevoegden’ ons enigszins aan het twijfelen brengt. De routeomschrijving zegt echter dat we hierin moeten en we lopen langs achtertuinen en voordeuren naar een pleintje met een waterput. Voor we het weten, staan we weer in de straat van de wereldwinkel en kijken tegen een oplaadpunt voor elektrische auto’s aan. Het voelt welhaast als een anachronisme. Samen met het levensgrote schaakbord en de huizen geeft het de kerk nu een heel ander aangezicht.

De kerk van Ten Boer met schaakbord

We lopen Ten Boer uit over een betonpad. Dwars door de weilanden komen we in Thesinge. Oude, kleine huisjes bevolken de straten. De molenaar begroet ons vanaf zijn molen. Bij de kloosterkerk bewonderen we het plaatje. Geflankeerd door vele grafstenen uit vervlogen eeuwen, sneeuwklokjes en knotwilgen staat dit 13e-eeuwse overblijfsel van het grote kloostercomplex Germania er idyllisch bij.

Ook Thesinge heeft een kloosterkerk

Als we het dorpje weer uitlopen, zien we in een boom bij een RUST-punt een bord hangen voor de pelgrims van het Jacobspad. Santiago de Compostela is nog maar 2960 km, meldt het. ‘845 uur gaans’ staat er optimistisch onder. Wij zijn blij als we vandaag Groningen CS halen. Het regent inmiddels zachtjes, van de voorspelde zon is nog niet veel te zien. We lopen snel verder.

Een aanmoediging voor de pelgrim op weg naar Santiago de Compostela

Aan de einder zien we al een tijdje een aantal kenmerkende gebouwen van Groningen. Als we bij het Bevrijdingsbos komen en een bord meldt dat we in het gebied Kardinge beland zijn, is het duidelijk. We hebben de rand van de stad bereikt. Kardinge ken ik van het transferium en de ijsbaan, maar het blijkt ook een prachtig natuurgebied te zijn. Hoewel ik 7 jaar in Groningen heb gewoond, ontdek ik bij elk bezoek weer nieuwe dingen.

Aan het begin van het Bevrijdingsbos eten we een broodje en – heel toepasselijk – Groninger Koek. Het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus op een marmeren steen houden ons gezelschap. Het bos is in 1995 geplant bij de 50-jarige viering van de bevrijding van Nederland. Het is een dankbetuiging aan de Canadese bevrijders van Groningen in april 1945. De bomen in het bos zijn esdoorns. Het esdoornblad (maple leaf) is het nationale symbool van Canada. Door het bos loopt een pad met stenen waarop de tien rechten van het kind te lezen zijn. Door het grijze weer komt het jammer genoeg niet echt uit de verf voor ons.

Na het bos lopen we door Noorddijk, het laatste dorpje voor Groningen. De Groningse wijk Lewenborg is er praktisch tegenaan gebouwd. Toch heb je hier het landelijk gevoel. Mooie uitzichten, authentieke huizen en wederom een oude kerk maken dat je vlak bij de stad toch ‘buiten’ woont.

Noorddijk ligt vlak bij de stad, maar is toch echt ‘buiten’ met dit soort uitzichten

Door een natuurgebied met loslopende paarden en koeien komen we bij het Kardingermeer en uiteindelijk het sportcomplex Kardinge. Het wordt steeds drukker. Nederlandse maar ook Duitse bussen rijden af en aan met kinderen die op zaterdag hun sportwedstrijden spelen.

Via de Gerrit Krol-brug komen we op bekend terrein

We vervolgen de route en lopen nu echt de stad binnen. De Gerrit Krol-Brug brengt ons in de Korrewegwijk. Een wijk waar veel studenten wonen. De zon is inmiddels doorgebroken en zonder de wind uit de weilanden is het heerlijk. Op straat is het een drukte van belang. In het Noorderplantsoen zit het terras van de uitspanning helemaal vol. Iedereen wil de eerste lentezon meepikken. Het groene gras is vermengd met het geel en wit van de krokussen en sneeuwklokjes.

Het Noorderplantsoen is bezaaid met krokussen en sneeuwklokjes

Groningen is voor ons bekend terrein en we besluiten de stadswandeling uit de route te laten voor wat het is. We maken een kleine trip down memory lane via de Oude Kijk in ’t Jatstraat (waar ik jaren gestudeerd heb), de Vismarkt, de Grote Markt en de Oosterstraat om uiteindelijk weer bij het station uit te komen. In de vroegere stationsrestauratie is nu een Starbucks gevestigd. In een statige interieur drinken we onze thee en sluiten een gezellige wandeling af over bekende en onbekende wegen.

De provincie Groningen was verrassend mooi. Molens, kerken, eeuwenoude geschiedenis en weidse landschappen in overvloed. Volgende keer staat er een nieuwe provincie op het programma. Ik ben heel benieuwd wat Drenthe ons voor verhalen brengt.

Nog een eindje te gaan tot aan Hasselt


Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Een neushoorn cadeau

'De Leidse Rhinoceros' door Johann Dietrich Findorff
‘De Leidse Rhinoceros’ door Johann Dietrich Findorff

Je zou het maar cadeau krijgen. Attent, zeker. Niet alledaags. In een bepaald opzicht ook nog wel schattig. En niet onbelangrijk, je kunt er de blits mee maken, back home. Voor die paar praktische bezwaren wordt wel een oplossing gevonden. Want wie wil er nu niet een neushoorn als huisdier?

Jan Albert Sichterman (1692 – 1764) mocht zich in 1738 tot een van de gelukkigen rekenen. Hij kreeg een baby-neushoorn als relatiegeschenk. De directeur van de VOC-vestiging in Bengalen (India) heeft een aantal jaar genoten van het dier. Het was tam en liep vrij rond in en om het huis van Sichterman. Je kan je voorstellen dat het een leuk vermaak was voor de directeur en zijn gezin.

Toen de neushoorn drie jaar was, was de schattigheid er wel af. Neushoorns zijn redelijk kolossaal vergeleken met de gemiddelde huishond. Ongetwijfeld met pijn in zijn hart, want je gaat toch wennen aan zo’n huisdier, deed hij het beest cadeau aan de Nederlandse kapitein Douwe Jansz. Mout van der Meer, die er wel brood in zag. Samen met Clara, zoals de neushoorn inmiddels heette, reisde hij heel Europa door. Zij was de vijfde levende neushoorn in dit werelddeel en maakte faam door gewoon zichzelf te zijn: een neushoorn.

Van heinde en ver kwamen de mensen om een glimp op te vangen van Clara. Onder hen hoogwaardigheidsbekleders en zelfs vorsten. Er werden brieven, gedichten en liederen over haar geschreven. Haar portret is nu nog te vinden op diverse tekeningen, gedenkpenningen, Meissen porselein en schilderijen. De Franse marine doopte een oorlogsschip “Rhinocéros”. Het ging zelfs zover dat Clara in Parijs de haardracht van de dames beïnvloedde. Een ‘coiffure aux rhinoceros’ was een tijdje een grote hit.

Kortom, een carrière waar menig neushoorn jaloers op zou zijn. Maar roem eist ook zijn tol. Waar een wilde neushoorn gemiddeld 50 jaar wordt, sterft Clara op 20-jarige leeftijd. Op reis in Engeland. Na jaren van groot succes verdwijnt Van der Meer in de vergetelheid. Clara echter, geniet tot op de dag van vandaag een zekere bekendheid. In de afgelopen decennia zijn er verschillende tentoonstellingen geweest waarin zij een rol speelde. Tot vorig weekend zelfs was haar beeltenis te zien in een Nederlands museum.

Ik zag haar op de laatste dag van de tentoonstelling Koning van Groningen. Jan Albert Sichterman (1692-1764) in het Groninger Museum. Ik kende haar niet, maar raakte gefascineerd door haar verhaal. Ruim 250 jaar na haar dood weet Clara nog steeds de mensen te boeien met haar charmante verschijning.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.