Elke Maand Een … | Naar Terschelling

Elke Maand Een: Gedicht
Soort gedicht: Raamgedicht
Dichter: Gerda Posthumus
Plaats: Harlingen

Vrienden van ons wonen op Terschelling. Als we erheen gaan, gaan we een weekendje. Zo’n weekend voelt als een mini-vakantie, die begint op het moment dat we uit de auto stappen op het grote parkeerterrein aan het Skieppedykje. In 10 minuten lopen we naar de veerterminal, waar de boten naar Vlieland en Terschelling vertrekken. Onderweg zien we De Friesland al liggen, geduldig wachtend op zijn volgende vracht passagiers.

In de terminal is de aanblik iedere keer anders. In de zomervakantie staan er jonge gasten van amper 16 met volgeladen strandkarren uitgelaten met elkaar te praten. De slaapzakken, matjes, weekendtassen, een grote radio en uiteraard blikjes bier doen een eerste vakantie zonder ouders vermoeden.

Naast hen gezinnen met kinderen. Een meisje van een jaar of 10 vraagt: “Papa, gaan we dan ook zeehonden kijken?” Haar broertje slaat zijn armen over elkaar: “Ik wil naar het Wrakkenmuseum!” De vader knikt wat, mompelt een vaag “hmhm”, maar blijft op zijn telefoon kijken. De moeder maant haar gezin om in de rij te gaan staan, de tickets kunnen elk moment gescand worden.

Buiten de vakanties om zijn de bankjes bij de hoge ramen bezet door oudere echtparen in degelijke wandelschoenen. Een vrouw met een kort grijs kapsel haalt uit haar rode ANWB-rugzak een zakje met zelfgesmeerde boterhammen. Haar man pakt ze gretig aan. Het was een lange autorit van Rijswijk naar Harlingen. Naast het bankje staan twee dezelfde koffers op wieltjes.

Wij gaan ook vaak buiten de schoolvakanties. De grote mensenmassa’s zijn dan verdwenen. De rust is neergedaald over het eiland. Er is plek zat op de veerboten. Als de boot toetert en wegvaart kun je in alle rust je cappuccino met appeltaart halen. Door de ramen zie je Harlingen kleiner worden, de Waddenzee strekt zich voor je uit, aan de horizon een enkele zeilboot. Het vaste land ligt achter ons, het gewone leven met het vaste stramien lijkt ver weg.

Deze maand gingen we ook. Toen we de terminal in liepen, vielen de woorden op één van de hoge ramen me meteen op . Die woorden stonden er vorige keer nog niet. Ik ging op het bankje zitten en las het gedicht ‘Eilandverlangen’ van Gerda Posthumus.

Eilandverlangen

En het eiland, je eigen
zo eigen plek waarnaar
je dromend verlangt,
niet alleen

in de zomer maar juist
in de lente als alles
nog rust en haast
eenzaamheid denkt,

ruist de zee in de bomen
en golft het bos
in haar ritme door
brekend op stilte.

En het eiland, je eigen
weerkaatsing beweegt
in haar heen
en weer
terug.

Gerda Posthumus

In het ritme van het gedicht hoor ik de zee en de golven. Door de woorden zie ik letterlijk de Waddenzee, waardoor tekst en beeld zich met elkaar vermengen. Maar ook wij, de gedichtlezers, de passagiers, zien onszelf in het gedicht. Letterlijk door onze weerkaatsing en iets minder letterlijk in het verlangen naar het eiland dat Gerda Posthumus beschrijft. Iets dat veel reizigers – die in die terminal zitten te wachten – wel zullen kennen. Wie eens op Vlieland of Terschelling is geweest, keert vaak nog eens terug.

Gerda Posthumus is sinds 2013 Eilanddichter van Vlieland en heeft verschillende gedichten geschreven over dit eiland. Ze organiseert poëziewandelingen op Vlieland, waaronder de Slauerhoff-tour. Benieuwd naar haar gedichten? Er zijn drie dichtbundels van haar hand verschenen.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Advertenties

Elke Maand Een … | Stiekeme gedachte op de muur

Elke Maand Een: Straatgedicht
Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Tilburg
Dichter: Esther Porcelijn

Toen ik het gedicht zag, moest ik denken aan kruissteekjes, aan borduren, aan merklappen boven wiegjes. Het gaf een wonderlijke sfeer aan die stenen muur. Zacht, nauwkeurig en ambachtelijk. Een tweede blik deed me twijfelen. Was het logisch dat de letters op de muur waren aangebracht met keurige kruissteekjes? Natuurlijk niet, besloot ik in de volgende seconde en ik herkende de mozaïeksteentjes. Het gedicht had ik toen nog niet gelezen.

Vijf regels telt het slechts, het gedicht dat voormalig stadsdichter Esther Porcelijn speciaal schreef voor deze plek. De omwonenden hadden de gemeente gevraagd om meer verfraaiing van het straatbeeld. Ze kregen dit korte gedicht, dat makkelijk in het voorbijlopen te lezen is. “Het is”, aldus de dichter, “een stiekeme gedachte van iemand.”

Ik herken je aan je haren
je schouders, hoe je loopt

is het goed als ik in jou verdwaal
wil jij dan in mijn verhaal?
daar kan ik je voor altijd bewaren

Esther Porcelijn

Die iemand kan heel goed een voorbijganger zijn die in de drukke winkelstraat, waar dit gedicht is aangebracht, een andere persoon herkent. Ik heb dat ook wel, dat ik aan iemands houding een persoon herken. Nog voordat het kapsel en de kleding het plaatje compleet maken. Soms is er gelegenheid tot aanspreken, soms ook niet. De derde regel heb ik echter nog nooit hardop tegen iemand uitgesproken. Wat zou er dan gebeuren?

Het is natuurlijk geen hardop uitgesproken vraag (toch?), maar slechts een mijmering, een ‘stiekeme gedachte’. Van een voorbijganger over een voorbijganger. Hoe kun je een beeld van iemand, een herinnering, vasthouden? Hoe maak je een persoon tot jouw verhaal, onderdeel van je leven?

De omwonenden van de Langestraat hebben gekregen waar ze om vroegen. En meer. Niet alleen is de straat verfraaid met een mooi ontwerp, ze hebben ook stof tot nadenken erbij gekregen. En vergeet niet al die voorbijgangers die al lopend omhoog kijken, het gedicht lezen en dan blijven staan. Misschien vanwege de kruissteekjes die geen kruissteekjes zijn, misschien vanwege de stiekeme gedachte. Welke reacties zijn er af te lezen op hun gezichten? Over verfraaiing van het straatbeeld gesproken.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Leeg perron

Elke maand een: Straatgedicht
Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Utrecht
Dichter: Hanny Michaelis

Begin 2018 kondigde ik op deze blog aan, dat ik elke maand een ander straatgedicht in het zonnetje zou zetten. Vele reacties volgden. Stien van Stiensbuitenblog tipte het gedicht in de stationshal van Utrecht CS. Een plek waar ik, tot een paar jaar geleden, dagelijks kwam. Sinds ik in een ander deel van het land werk, kom ik er sporadisch. En nooit met veel tijd om op zoek te gaan naar gedichten. Deze maand was het eindelijk zover en wandelde ik op mijn gemakje door de Utrechtse stationshal. Ik zocht en vond een indringend gedicht.

Aan de Jaarbeurszijde van de hal, bij de gele borden met vertrektijden hangt al ruim twee jaar het gedicht van Hanny Michaelis. ProRail en de NS schonken het tijdens de opening van het nieuwe stationsgebouw aan de reizigers, die hier elke dag in groten getale aan voorbij trekken. Gezien de vele foto’s die ik op sociale media vind van dit gedicht, worden de dichtregels zeker gelezen.

Nacht: veilige overkapping
waar de droomtrein te wachten staat
die me naar jou terugbrengt
door een tunnel van slaap

Samen gaan we het pad
naar de zee, blauw
en warm onder de zon
van een voorbije zomer

Maar altijd rijdt de trein
terug naar het lege perron
van een dag zonder jou

Hanny Michaelis

Uit: Water uit de rots (1957)

De link met het station is duidelijk, maar de trein en het perron zijn niet wat ze lijken. De trein is een droom die de hoofdpersoon weer terugbrengt naar zonniger tijden. Naar herinneringen, lang vervlogen. Het is geen enkele reis en elke keer rijdt de trein weer terug naar het lege perron van het heden. Waar de persoon die gemist wordt, niet meer is.

Droevige regels die, als je meer weet over de dichteres, al snel betekenis krijgen. Hanny Michaelis (1922 – 2007) was Joods en verliest tijdens de Tweede Wereldoorlog haar ouders, vermoord in Sobibor. Door onder te duiken overleeft Hanny de oorlog. Vanaf 1949 verschijnen er zes dichtbundels van haar hand. Ook schrijft ze proza en vertaalt.

In haar gedichten vallen gevoelens en de fysieke omgeving vaak samen, zoals in het gedicht op Utrecht CS. Het moet de peinzende reiziger aanspreken, die even stilstaat bij de gele borden. Waar gaat zijn trein heen? Letterlijk, maar zeker ook figuurlijk. Het gedicht is bij mij in ieder geval blijven hangen. Wederom een prachtig stationsgedicht.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Achterberg in de Passage

Elke maand een: Straatgedicht
Soort gedicht:
Muurgedicht
Waar: Den Haag
Dichter: Gerrit Achterberg

Een perfecte cirkel. Boven mijn hoofd. Uitgelicht door een aarzelend februari-zonnetje.

Om me heen slenteren mensen. Hun blikken gaan naar de aanlokkelijke etalages. Weinigen kijken naar beneden. Naar de patronen in het graniet. Weinigen kijken omhoog. Naar de bijzondere bogen, de verticale tuinen, de perfecte cirkel van licht.

En Achterberg? Zien zij zijn woorden staan?

Ik zie ze. Ik wist dat ze hier ergens moesten zijn. Ik vind ze aan de rotonde. De entourage had ik niet verwacht. De zonnige omstandigheden niet. Het maakt dat die 14 regels nu onlosmakelijk verbonden zijn met dat gevoel van verwondering.

De weerspiegeling achter de woorden zal me nog regelmatig terugbrengen naar die fijne februari-dag in Den Haag. Stad van Couperus, van Bordewijk. Van romans die ik met veel plezier heb gelezen. Ik liep door het eerste en oudste winkelcentrum van Nederland. Met een doel. Maar kreeg meer dan dat.

In 1953 schreef Gerrit Achterberg:

In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet

66 jaar later zijn deze regels nog net zo waar.

Ga naar die hartkamer. Laat de omgeving op je inwerken. Kijk ook eens omhoog en naar beneden. Lees het gedicht met de beroemde regel “Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.”

Om dan door één van de drie uitgangen weer op te gaan in de oude binnenstad van Den Haag.

PASSAGE

Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.

Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.

Gerrit Achterberg

Uit: Ode aan den Haag, 1953

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

 

Elke Maand Een … 2019 (lustrum)

Lustrum
En toen werden we wakker in 2019. Een nieuw jaar met nieuwe uitdagingen. Ook voor de Elke Maand Een …- uitdaging. 2019 is wat dat betreft een lustrumjaar. In de afgelopen vier jaar blogde ik elke maand over de uitdagingen die ik mijzelf gesteld had dat jaar.

In 2015 bezocht ik elke maand een museum en schreef daarover. Het werkte erg motiverend, ook door de reacties op de stukken. Dat maakte dat ik in 2016 een nieuwe Elke Maand Een … – uitdaging aanging: Elke Maand Een Route, waarbij ik een bestaande route wandelde of fietste. Ook in 2017 en 2018 ging ik door met de uitdagingen, respectievelijk met Elke Maand Een Foto (met een verhaal) en Elke Maand Een Straatgedicht.

2019
Maar wat ga ik doen in 2019? Welke uitdaging stel ik mijzelf in dit lustrumjaar? Ik heb besloten om in 2019 alle eerdere Elke Maand Een …- categorieën aan bod te laten komen. Ik ga schrijven over musea, routes, foto’s en straatgedichten. Het streven is een gelijke verdeling van de categorieën over het jaar.

Hoog op het lijstje
Afgelopen jaren had ik de bedoeling om ook straatgedichten en musea in Zeeland te bezoeken. Dit is er niet van gekomen. Voor 2019 staat deze provincie daarom hoog op het lijstje. Ook het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en de N70 Natuurroute in het Rijk van Nijmegen wil ik dit jaar zien/wandelen.

Jullie tips
Uiteraard ben ik benieuwd naar jullie tips. Welke musea moet ik echt bezoeken? Welke wandel- en fietsroutes zijn niet te versmaden (bijvoorbeeld in Zeeland) en is er een straatgedicht dat ik echt niet mag missen? De categorie Elke Maand Een Foto is ook voor mij nog een verrassing. Het is maar net wat tegenkom in 2019 (en vastleg op de gevoelige plaat).

Een overzicht van de blogposts voor Elke Maand Een … 2019 vind je hier.

Elke maand een straatgedicht | Terugblik

Straatpoëzie in (met de klok mee) Hilversum, Bussum, Amsterdam, Schalkwijk en Zutphen

De uitdaging
Aan het begin van dit jaar startte ik met alweer de vierde ‘Elke Maand Een’-uitdaging. Dit keer stelde ik mezelf als doel om elke maand iets te schrijven over een straatgedicht. Enige voorwaarde was wel dat ik het straatgedicht zelf tegen was gekomen en op de foto had gezet. Het bleek geen moeilijke opgave. Ik heb de uitdaging dan ook gehaald om elke maand een blogpost over een straatgedicht te plaatsen. De 12 artikelen vind je hier.

Ik wendde mezelf aan om – overal waar ik kwam – om me heen te kijken. Muren, stoeptegels, ramen, alles kon een straatgedicht bevatten. Het deed me op een andere manier naar mijn omgeving kijken. En vaak leverde het wat op. Soms één gedicht, soms veel meer. Af en toe raadpleegde ik de site straatpoezie.nl (een (onvolledig) overzicht van alle straatpoëzie in Nederland en België) als ik een plaats bezocht. Het is tenslotte jammer als je, in een plaats aan de andere kant van het land, net een gedicht mist dat een straat verderop hangt.

De gedichten
Het leverde een aanzienlijke voorraad aan gedichten op. Over de mooiste en meest bijzondere maakte ik een blogpost. Een literaire wandeling door Zutphen besloot ik als geheel te beschrijven. Teveel mooie en bijzondere gedichten. Een aantal van de gedichten die ik afgelopen jaar verzamelde, stonden nog niet op het straatpoëzie-overzicht. Toevoegen is eenvoudig en het overzicht is nu een stukje vollediger.

Straatpoëzie in Zutphen

De gedichten waren erg verschillend. Er waren er die al lang voordat ze in het straatbeeld verschenen, geschreven waren. Zo ben ik meerdere malen Ida Gerhardt tegengekomen, o.a. in Zutphen. Maar ook Victor E. van Vriesland (Amsterdam) en Wotkoce Okisce (Leiden) waren al overleden toen hun poëzie straatpoëzie werd.

Andere gedichten zijn specifiek geschreven voor de plek waar ze hangen. Dit soort gedichten ben ik het meeste tegengekomen. Ze verhalen over (de historie van) het gebied of de (voormalige) functie van het gebouw. Zo kan de toevallige voorbijganger lezen over het voormalige klooster in Ten Boer waar nu een winkelcentrum staat, over de geschiedenis van de begraafplaats in Hilversum en de oorspronkelijke functie van de Bordenhal in Maastricht. In Bussum, Hilversum, Schalkwijk en Zutphen (en veel meer plekken waar ik nog niet over heb geschreven) lieten de stadsdichters van zich horen. Een of meerdere gedichten van hun hand sieren de straten op.

Straatgedicht in Ten Boer

De balans opmakend
Met een Drents gedicht in de maand december, heb ik 9 van de 12 provincies gehad. Alleen Flevoland, Brabant en Zeeland ontbreken nog in mijn verzameling. 7 dichters kende ik toen ik hun straatgedicht zag. Dit jaar heeft me dus veel nieuwe namen en gedichten opgeleverd. Er zaten een paar mooie gedichten tussen. Wat de meeste indruk maakte, was het gedicht van Judith Nieken in Leeuwarden. Misschien ook omdat het zo herkenbaar is. Het zijn zinnen die ik zelf geschreven had willen hebben.

Mijn verzameling telt op dit moment 83 gedichten en is nog altijd groeiende. Deze uitdaging leverde mij zoveel plezier op, dat ik ook volgend jaar gewoon doorga met het verzamelen van en schrijven over straatgedichten. Poëzie is overal om ons heen. Het is zonde is om daar niet wat meer aandacht aan te besteden.

Straatpoëzie in (met de klok mee) Zuidlaren, Leiden, Maastricht, Hulshorst, Zwolle en Leeuwarden

 

Luchtkasteeltjes

Soort gedicht: Bord op palen-gedicht
Waar: Zuidlaren
Dichter: Wija Oortwijn

Onder de oude treurboom zie ik de eerste. De neerhangende takken vormen een omlijsting van het rechthoekige bord dat tussen twee palen hangt. De zwarte letters op de witte achtergrond vormen een gedicht in een taal van deze streek. Drents of wellicht Gronings. Hardop lezend begrijp ik dat het gaat over deze plaats en de functie die het ooit had. Ik loop op historische grond.

Na dit gedicht volgt al snel een tweede. Twee palen, een rechthoekig bord, dezelfde opmaak. Een andere dichter, een andere taal. Ook deze zet ik op de foto, om later op mijn gemak nog eens terug te lezen. De derde volgt al snel, de vierde. Dit kan niet anders dan een poëzieroute zijn. Hoeveel meer komen er nog?

Mijn vrienden lopen steeds een beetje sneller verder, terwijl ik de gedichten op de foto zet. Ze weten van mijn straatgedichten-tic, maar we hebben ook een etappe te wandelen. Van het pad der paden welteverstaan. Als ik het vijfde gedicht spot met de intrigerende naam Luchtkasteeltjes, heb ik geen tijd om de regels in me op te nemen. Ik maak snel een foto en trek een sprintje om weer gelijk op te lopen met mijn medewandelaars.

Een paar kilometer geleden zijn we deze etappe van het Pieterpad gestart in het centrum van Zuidlaren. We hebben net Berend Botje met zijn scheepje achter ons gelaten op een rotonde, als we het terrein van Dennenoord opwandelen. In de omgeving een bekende naam. Van heinde en verre kent men het ‘gekkenhuis’. In 1895 werd hier het psychiatrisch ziekenhuis van de Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in Nederland geopend. Het terrein had veel groen en eigen voorzieningen. Het was een klein dorp op zich.

Tegenwoordig is het complex van GGZ-instelling Lentis, dat nog steeds een deel in gebruik heeft. De oude landschapstuin is er nog altijd. Over het mooie terrein kun je sinds kort een Kwiek-route lopen (waar je – juist – kwiek van kunt worden) en dus ook een poëzieroute.

Volgens Google kent de poëzieroute 17 gedichten, verspreid over het terrein. De winnaars van de Jan Boer Poëzieprijs (georganiseerd door Lentis) krijgen een plekje in de route. Het laatste gedicht dat ik op de foto zette, is van zo’n winnaar. In 2011 won Wija Oortwijn met haar gedicht Luchtkasteeltjes deze prijs. De prijs is in het leven geroepen om “aandacht te vragen voor de vaak uitzonderlijk creatieve talenten van (ex) cliënten van de geestelijke gezondheidszorg” en wordt eens in de drie jaar toegekend. De poëzieprijs is vernoemd naar de Groninger dichter Jan Boer (1899 – 1983).

Luchtkasteeltjes

In haar eentje, spelend op ’t strand,
bouwt ze luchtkasteeltjes,
schepje in de hand.

Met veels te grote slippers,
haren in de war.
Blik op oneindig,
ogen zo star…

Wie is zij? Klein meisje van vier?
Niemand die haar blijkbaar mist.
Wat doet ze eigenlijk hier?

Ik zie de golven komen,
wild rollend over haar heen.
Haar blik verzacht, ze lijkt te dromen en roept:
‘Nu ben ik eindelijk niet meer alleen.’

Nog een laatste blik,
voordat ze verdwijnt
in de armen
van de tomeloze zee.
Nog even zwaait ze terug
en neemt al haar geheimen met zich mee…

In mijn eentje, lopend op ’t strand,
tuur ik naar de einder
en neem
mijn schepje weer ter hand…

Wija Oortwijn

Het thema van 2011 was: ‘Ik zoek wat ik niet vinden kan’. Als ik Luchtkasteeltjes thuis nog eens rustig teruglees, blijkt dit gedicht uitstekend bij dit thema te passen. De ik-persoon ziet letterlijk haar verleden voor zich. Althans, de laatste zin “en neem mijn schepje weer ter hand” lijkt dit te suggereren. Ze ziet een klein meisje (zijzelf?) op het strand dat luchtkasteeltjes bouwt. Een luchtkasteel is een droombeeld of een irreëel toekomstbeeld. Waar denkt het meisje aan, daar op het strand? Ze wordt er in ieder geval niet gelukkig door. Haar “blik op oneindig, ogen zo star” en niemand die haar blijkbaar mist.

De ik-persoon vraagt zich af wie zij eigenlijk is, dat kleine meisje. Welke geheimen ze heeft. Ze krijgt wellicht nooit een antwoord op haar vragen. Dat kleine meisje is verdwenen “in de armen van de tomeloze zee”. Voor het meisje was het een zegen: “Nu ben ik eindelijk niet meer alleen”. Maar wat deed het met de volwassen ik-persoon? Ze tuurt naar de einder en neemt haar schepje weer ter hand. Wellicht om nieuwe luchtkasteeltjes te bouwen?

Als ik het gedicht een paar keer lees, dringt de lading pas echt tot me door. Een droevig gedicht dat aanzet tot nadenken. En op het terrein van Dennenoord zijn  nog minstens twaalf andere gedichten die ik niet gezien heb tijdens onze wandeling. Die komen op mijn Nog Te Bezoeken Straatgedichten-lijst!

Ben jij ook benieuwd naar de gedichten die op het terrein van Dennenoord staan? Bij de receptie van het hoofdgebouw kun je een gratis routebeschrijving krijgen van de poëzieroute.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

De poëzie ligt op straat

Het is Najaarspoëzieweek op de blog van Sandra leest. Zij vindt dat we met zijn allen veel te weinig poëzie lezen. Met dit initiatief wil ze laten zien “dat het lezen van poëzie niet moeilijk of lastig is maar juist leuk en boeiend”. Met mijn Elke Maand Een Straatgedicht-uitdaging van dit jaar sluit ik uiteraard graag aan bij dit initiatief. Vergeet de boekhandels of de bibliotheken, de poëzie ligt (of hangt of staat) immers gewoon op straat!

Sandra leest op Twitter

Zoals sommigen wel opgevallen is, schrijf ik dit jaar op deze blog maandelijks over de straatgedichten die ik tegenkom. Toevallig onderweg of bewust tijdens een literaire stadswandeling. Het zijn er veel, heel veel. En hun aantal neemt alleen maar toe. Elke zichzelf respecterende plaats heeft minimaal een paar regels poëzie op een muur staan. Een (nog altijd groeiend) overzicht van de straatpoëzie in Nederland en België vind je hier.

Tijdens een Groene Wissel wandeling door de binnenstad van Leiden kwam ik een bijzonder muurgedicht tegen. In een smalle straat stond op een witte muur tussen vier ramen een tekst in een taal die ik niet kende. Ook de naam van de dichter zei me niets. Wat me intrigeerde was de vorm van de tekst, door een stralende najaarszon mooi uitgelicht. Het leek wel een wervelstorm.

In leiden kom je op de meest onverwachte plekken gedichten tegen

Thuis zocht ik het gedicht op, wat niet een hele grote inspanning bleek. In Leiden ‘stikt’ het namelijk van de straatgedichten. Poëzie in allerlei talen, nieuw maar ook enkele eeuwen oud, siert de gevels van de sleutelstad. Een uitgebreide website vertelt de geïnteresseerden alles over de dichters en het gedicht. Je kunt de tekst zelfs in de oorspronkelijke taal beluisteren.

De taal van ‘mijn’ gedicht blijkt het Muskogee te zijn, een indianentaal uit het zuiden van de Verenigde Staten. Vandaag de dag zijn er nog slechts 5000 mensen die de taal spreken. Dit zijn hoofdzakelijk American Indians van de Creek Nation.

De dichter Wotkoce Okisce, oftewel Louis Oliver (1904 – 1991) maakte deel uit van deze Creek Nation. Als relatief hoog opgeleide American Indian (hij haalde zijn middelbare schooldiploma) was Oliver een buitenstaander. Hij kende de verhalen van zijn eigen volk, maar ook de wereldliteratuur en de westerse poëzie. Later in zijn leven probeerde hij de twee tradities bij elkaar te brengen en schreef hierover twee boeken met gedichten en verhalen.

Een van die gedichten is nu in Leiden door elke willekeurige voorbijganger te lezen. Althans, als je het Muskogee machtig bent. Het gedicht staat sinds 1993 op de gevel, maar ik vraag me af hoeveel mensen sindsdien (zonder uitleg) hebben begrepen wat er stond. Het is een traditioneel volksverhaal in een westers jasje. De Nederlandse vertaling (door Jelle Kaspersma) van de tekst luidt als volgt:

Bron: https://www.muurgedichten.nl/nl/muurgedicht/maskoke-okisce-ca-1985

Vorm en inhoud passen goed bij elkaar. Tornado’s zijn in het zuiden van de VS geen onbekend verschijnsel. Het is een natuurverschijnsel om ontzag voor te hebben. Uiteraard wordt er in de volksverhalen een verklaring gezocht voor het ontstaan van zo’n wervelstorm. Dat verhaal is – kort samengevat – hier op de muur te lezen. Voor iedereen die voorbij komt.

En dat is het leuke van straatgedichten. Ze brengen het grote publiek in aanraking met poëzie, op de meest onverwachte momenten. En – vaker dan je denkt – zitten er gedichten tussen die je niet meer loslaten. Van dichters die je in een boekhandel nooit had uitgekozen (gesteld dat je überhaupt al op zoek was naar een dichtbundel). Dus kijk om je heen als je buiten loopt. Er is meer poëzie voorhanden dan je denkt.

Benieuwd wat de andere Najaarspoëzieweek-bloggers schrijven over poëzie? Kijk eens op de blogs van:

Sandra leest
Jannie Tr
Stien
Lalagè Leest
Antoinette

Pottemennekes

Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Maastricht
Dichter: Wiel Kusters

De serveerster is in de weer met de tafels, stoelen en kussens. Op zo’n zonnige herfstdag als vandaag willen de mensen niet binnen zitten. Lunchen in het zonnetje, met uitzicht op de Maas, dat is wat men wil. Dat is wat iedereen wel wil. Ik glimlach naar haar als ze even opkijkt van haar werkzaamheden. ‘Ga maar door’, probeer ik uit te stralen, ‘ik maak alleen even een foto’.

Het muurgedicht staat levensgroot op de zijkant van het eigen theater van Toneelgroep Maastricht, waar ook het theatercafé bij hoort. Zwarte letters op een intens witte muur. Nog grotere letters laten geen twijfel bestaan over de oorspronkelijke functie van het gebouw. BORDENHAL, schreeuwt het me toe.

Ooit was de aarde plat, je viel eraf
wanneer je, tegendraads, de rand opzocht
en wars van hoge heren, blind voor straf
een moeten vond in wat niet kon of mocht.

De hemel was toen hoog, je klom erin
als je je hoofd maar boog, je hand ophield,
geen dingen zei over een Nieuw Begin,
je kromde, bad en werkte, neergeknield.

Van aarde was de schotel, was het bord
dat uit jouw hand ontstond, waarvan je at
en dat je brak. De fabrikant zijn naam

stond op de onderkant, jouw pseudoniem.
Uit leem en geest zijn wij, ook jij wist dat.
De mens heeft zich in kunst omhoog gestort.

Wiel Kusters

Lange tijd stond op deze plek de aardewerkfabriek Société Céramique. Serviezen werden hier gemaakt, maar ook lampetstellen en wc-potten. In de bordenhal uit 1880 beschilderden de pottemennekes met de hand de serviezen met allerlei motieven. Aan de onderkant stond zoals het gedicht zegt ‘de fabrikant zijn naam’. Aan het beeldmerk van een leeuw, omcirkeld door de woorden ‘Société Céramique Maestricht’ herken je nog de sporen van hun noeste arbeid.

Het was een andere tijd, een ander leven. Lekker lunchen op het terras of een toneelvoorstelling bezoeken, zat er voor deze mensen niet in. ‘Je kromde, bad en werkte, neergeknield.’ De wereld was nog plat en ‘je viel eraf wanneer je, tegendraads, de rand opzocht’. Als je ‘wars van hoge heren, blind voor straf een moeten vond in wat niet kon of mocht’. Je wereld was van aarde.

Tot ver in de twintigste eeuw heeft de fabriek daar gestaan, aan de oostelijke oever van de Maas. De naam van de wijk die er nu is verrezen (Céramique) herinnert nog aan die tijd. In het multifunctionele gebouw Centre Céramique is een grote collectie Maastricht aardewerk te vinden. En nu is er een gedicht dat de pottemennekes weer laat herleven, even, voor de wandelaar langs de Maas, de bezoeker van het theater en voor de straatgedichtverzamelaar.

Wiel Kusters is een Limburgse dichter met een omvangrijk oeuvre van dichtbundels, proza maar ook theaterwerken. Hij heeft o.a. meegewerkt aan stukken die de Toneelgroep Maastricht opvoert in de Bordenhal. In Maastricht zijn meer straatgedichten van zijn hand te vinden.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Maak jezelf een poosje kwijt

Soort gedicht: raamgedicht
Waar: Leeuwarden
Dichter: Judith Nieken

Het straalt huiselijkheid uit. Aan de muur hangen zwart-wit foto’s uit verschillende decennia. Gebouwen staan erop en mensen uit vervlogen tijden, trots poserend in de deuropening. De vensterbank is gevuld met groene planten in witte potten. De moderne peertjes geven sfeer. Mensen drinken gezellig keuvelend hun koffie. Wat ze zeggen versta ik niet. Ik sta buiten.

De steeg waarin ik sta, vormt de verbinding tussen de winkelstraat langs de gracht en het grote uitgestrekte plein. Winkeltjes en horecagelegenheden openen in deze steeg dagelijks hun deuren. Zetten hun rekken neer en stallen hun borden uit. De vele dagjesmensen slenteren al slalommend richting de Nieuwestad of het Zaailand.

Ik ook, op een zaterdag in september. Eindelijk dan toch een bezoekje aan de Culturele Hoofdstad van 2018. De stad doet internationaal aan. Om me heen hoor ik allerhande talen. Na de bibliotheek in de oude gevangenis en het Lân van Taal (Land van Taal), loop ik nu door de steeg en valt mijn oog op het gedicht.

De eerste zin intrigeert me meteen en eigenlijk de hele eerste strofe. De haast, de deadlines en gedoe heb ik gisteravond inderdaad gelaten voor wat ze waren. Nu eerst een weekend helemaal niks. Geen afspraken, niks hoeven, zelf bedenken wat ik eventueel wil gaan doen. Het werd een dagje Leeuwarden.

Om me heen blijven mensen staan. Kijken naar wat ik zie en lezen zelf ook. Een moment van rust te midden van de drukte. Ik lees de laatste strofe van het gedicht en vind het helemaal geen gek idee.

Thuis

Vind een stoel en trek je haast uit
hang haar traag over de leuning
naast je deadlines en gedoe

leeg je hoofd en leg de wereld
aan je voeten, laat maar liggen
kom je later wel aan toe

maak jezelf een poosje kwijt

neem een koffie
en DE tijd.

© 2017 Judith Nieken | lttrvreters.nl

Even later zit ik aan de andere kant van het gedicht, dat op het raam van het Douwe Egberts Café gedrukt is. Voor me staat een cappuccino. Ik leun achterover en kijk om me heen. Een van de foto’s aan de muur toont het gebouw waarin ik nu zit, alleen dan in een ver verleden. ‘Hoogstins’ staat er op de gevel. In de jaren dertig gebouwd als tandartspraktijk, lees ik later. Wat een wereld van verschil.

Internationale studenten wachten in de rij om te bestellen. Lachend en met handgebaren lijken zij zich prima te vermaken. Zij hebben de tijd. Aan de andere kant van het raam zie ik de mensen voorbij lopen. Sommige blijven staan, lezen wat er geschreven staat. Fronsen, glimlachen, werpen een blik naar binnen en gaan dan door.

Ik blijf hier voorlopig even zitten. Er is genoeg te zien. Vandaag hoef ik niets meer. Ik maak mezelf nog een poosje kwijt.

Dit gedicht van Judith Nieken is niet de enige in Leeuwarden. Meerdere panden in de stad en daarbuiten hebben inmiddels een gedicht van haar hand. Alle afgestemd op de bewoners, gebruikers of functie van het gebouw. Wat maakt hen tot wie ze zijn? Wat is hun kracht? Verwerkt in een gedicht is dit nu – ook buiten openingstijden – te lezen voor de oplettende voorbijganger. Lees hier meer over Judith Nieken en dit project.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?