Elke Maand Een … | Achterberg in de Passage

Elke maand een: Straatgedicht
Soort gedicht:
Muurgedicht
Waar: Den Haag
Dichter: Gerrit Achterberg

Een perfecte cirkel. Boven mijn hoofd. Uitgelicht door een aarzelend februari-zonnetje.

Om me heen slenteren mensen. Hun blikken gaan naar de aanlokkelijke etalages. Weinigen kijken naar beneden. Naar de patronen in het graniet. Weinigen kijken omhoog. Naar de bijzondere bogen, de verticale tuinen, de perfecte cirkel van licht.

En Achterberg? Zien zij zijn woorden staan?

Ik zie ze. Ik wist dat ze hier ergens moesten zijn. Ik vind ze aan de rotonde. De entourage had ik niet verwacht. De zonnige omstandigheden niet. Het maakt dat die 14 regels nu onlosmakelijk verbonden zijn met dat gevoel van verwondering.

De weerspiegeling achter de woorden zal me nog regelmatig terugbrengen naar die fijne februari-dag in Den Haag. Stad van Couperus, van Bordewijk. Van romans die ik met veel plezier heb gelezen. Ik liep door het eerste en oudste winkelcentrum van Nederland. Met een doel. Maar kreeg meer dan dat.

In 1953 schreef Gerrit Achterberg:

In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet

66 jaar later zijn deze regels nog net zo waar.

Ga naar die hartkamer. Laat de omgeving op je inwerken. Kijk ook eens omhoog en naar beneden. Lees het gedicht met de beroemde regel “Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.”

Om dan door één van de drie uitgangen weer op te gaan in de oude binnenstad van Den Haag.

PASSAGE

Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.

Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.

Gerrit Achterberg

Uit: Ode aan den Haag, 1953

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

 

Advertenties

Elke Maand Een … 2019 (lustrum)

Lustrum
En toen werden we wakker in 2019. Een nieuw jaar met nieuwe uitdagingen. Ook voor de Elke Maand Een …- uitdaging. 2019 is wat dat betreft een lustrumjaar. In de afgelopen vier jaar blogde ik elke maand over de uitdagingen die ik mijzelf gesteld had dat jaar.

In 2015 bezocht ik elke maand een museum en schreef daarover. Het werkte erg motiverend, ook door de reacties op de stukken. Dat maakte dat ik in 2016 een nieuwe Elke Maand Een … – uitdaging aanging: Elke Maand Een Route, waarbij ik een bestaande route wandelde of fietste. Ook in 2017 en 2018 ging ik door met de uitdagingen, respectievelijk met Elke Maand Een Foto (met een verhaal) en Elke Maand Een Straatgedicht.

2019
Maar wat ga ik doen in 2019? Welke uitdaging stel ik mijzelf in dit lustrumjaar? Ik heb besloten om in 2019 alle eerdere Elke Maand Een …- categorieën aan bod te laten komen. Ik ga schrijven over musea, routes, foto’s en straatgedichten. Het streven is een gelijke verdeling van de categorieën over het jaar.

Hoog op het lijstje
Afgelopen jaren had ik de bedoeling om ook straatgedichten en musea in Zeeland te bezoeken. Dit is er niet van gekomen. Voor 2019 staat deze provincie daarom hoog op het lijstje. Ook het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en de N70 Natuurroute in het Rijk van Nijmegen wil ik dit jaar zien/wandelen.

Jullie tips
Uiteraard ben ik benieuwd naar jullie tips. Welke musea moet ik echt bezoeken? Welke wandel- en fietsroutes zijn niet te versmaden (bijvoorbeeld in Zeeland) en is er een straatgedicht dat ik echt niet mag missen? De categorie Elke Maand Een Foto is ook voor mij nog een verrassing. Het is maar net wat tegenkom in 2019 (en vastleg op de gevoelige plaat).

Een overzicht van de blogposts voor Elke Maand Een … 2019 vind je hier.

Elke maand een straatgedicht | Terugblik

Straatpoëzie in (met de klok mee) Hilversum, Bussum, Amsterdam, Schalkwijk en Zutphen

De uitdaging
Aan het begin van dit jaar startte ik met alweer de vierde ‘Elke Maand Een’-uitdaging. Dit keer stelde ik mezelf als doel om elke maand iets te schrijven over een straatgedicht. Enige voorwaarde was wel dat ik het straatgedicht zelf tegen was gekomen en op de foto had gezet. Het bleek geen moeilijke opgave. Ik heb de uitdaging dan ook gehaald om elke maand een blogpost over een straatgedicht te plaatsen. De 12 artikelen vind je hier.

Ik wendde mezelf aan om – overal waar ik kwam – om me heen te kijken. Muren, stoeptegels, ramen, alles kon een straatgedicht bevatten. Het deed me op een andere manier naar mijn omgeving kijken. En vaak leverde het wat op. Soms één gedicht, soms veel meer. Af en toe raadpleegde ik de site straatpoezie.nl (een (onvolledig) overzicht van alle straatpoëzie in Nederland en België) als ik een plaats bezocht. Het is tenslotte jammer als je, in een plaats aan de andere kant van het land, net een gedicht mist dat een straat verderop hangt.

De gedichten
Het leverde een aanzienlijke voorraad aan gedichten op. Over de mooiste en meest bijzondere maakte ik een blogpost. Een literaire wandeling door Zutphen besloot ik als geheel te beschrijven. Teveel mooie en bijzondere gedichten. Een aantal van de gedichten die ik afgelopen jaar verzamelde, stonden nog niet op het straatpoëzie-overzicht. Toevoegen is eenvoudig en het overzicht is nu een stukje vollediger.

Straatpoëzie in Zutphen

De gedichten waren erg verschillend. Er waren er die al lang voordat ze in het straatbeeld verschenen, geschreven waren. Zo ben ik meerdere malen Ida Gerhardt tegengekomen, o.a. in Zutphen. Maar ook Victor E. van Vriesland (Amsterdam) en Wotkoce Okisce (Leiden) waren al overleden toen hun poëzie straatpoëzie werd.

Andere gedichten zijn specifiek geschreven voor de plek waar ze hangen. Dit soort gedichten ben ik het meeste tegengekomen. Ze verhalen over (de historie van) het gebied of de (voormalige) functie van het gebouw. Zo kan de toevallige voorbijganger lezen over het voormalige klooster in Ten Boer waar nu een winkelcentrum staat, over de geschiedenis van de begraafplaats in Hilversum en de oorspronkelijke functie van de Bordenhal in Maastricht. In Bussum, Hilversum, Schalkwijk en Zutphen (en veel meer plekken waar ik nog niet over heb geschreven) lieten de stadsdichters van zich horen. Een of meerdere gedichten van hun hand sieren de straten op.

Straatgedicht in Ten Boer

De balans opmakend
Met een Drents gedicht in de maand december, heb ik 9 van de 12 provincies gehad. Alleen Flevoland, Brabant en Zeeland ontbreken nog in mijn verzameling. 7 dichters kende ik toen ik hun straatgedicht zag. Dit jaar heeft me dus veel nieuwe namen en gedichten opgeleverd. Er zaten een paar mooie gedichten tussen. Wat de meeste indruk maakte, was het gedicht van Judith Nieken in Leeuwarden. Misschien ook omdat het zo herkenbaar is. Het zijn zinnen die ik zelf geschreven had willen hebben.

Mijn verzameling telt op dit moment 83 gedichten en is nog altijd groeiende. Deze uitdaging leverde mij zoveel plezier op, dat ik ook volgend jaar gewoon doorga met het verzamelen van en schrijven over straatgedichten. Poëzie is overal om ons heen. Het is zonde is om daar niet wat meer aandacht aan te besteden.

Straatpoëzie in (met de klok mee) Zuidlaren, Leiden, Maastricht, Hulshorst, Zwolle en Leeuwarden

 

Luchtkasteeltjes

Soort gedicht: Bord op palen-gedicht
Waar: Zuidlaren
Dichter: Wija Oortwijn

Onder de oude treurboom zie ik de eerste. De neerhangende takken vormen een omlijsting van het rechthoekige bord dat tussen twee palen hangt. De zwarte letters op de witte achtergrond vormen een gedicht in een taal van deze streek. Drents of wellicht Gronings. Hardop lezend begrijp ik dat het gaat over deze plaats en de functie die het ooit had. Ik loop op historische grond.

Na dit gedicht volgt al snel een tweede. Twee palen, een rechthoekig bord, dezelfde opmaak. Een andere dichter, een andere taal. Ook deze zet ik op de foto, om later op mijn gemak nog eens terug te lezen. De derde volgt al snel, de vierde. Dit kan niet anders dan een poëzieroute zijn. Hoeveel meer komen er nog?

Mijn vrienden lopen steeds een beetje sneller verder, terwijl ik de gedichten op de foto zet. Ze weten van mijn straatgedichten-tic, maar we hebben ook een etappe te wandelen. Van het pad der paden welteverstaan. Als ik het vijfde gedicht spot met de intrigerende naam Luchtkasteeltjes, heb ik geen tijd om de regels in me op te nemen. Ik maak snel een foto en trek een sprintje om weer gelijk op te lopen met mijn medewandelaars.

Een paar kilometer geleden zijn we deze etappe van het Pieterpad gestart in het centrum van Zuidlaren. We hebben net Berend Botje met zijn scheepje achter ons gelaten op een rotonde, als we het terrein van Dennenoord opwandelen. In de omgeving een bekende naam. Van heinde en verre kent men het ‘gekkenhuis’. In 1895 werd hier het psychiatrisch ziekenhuis van de Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in Nederland geopend. Het terrein had veel groen en eigen voorzieningen. Het was een klein dorp op zich.

Tegenwoordig is het complex van GGZ-instelling Lentis, dat nog steeds een deel in gebruik heeft. De oude landschapstuin is er nog altijd. Over het mooie terrein kun je sinds kort een Kwiek-route lopen (waar je – juist – kwiek van kunt worden) en dus ook een poëzieroute.

Volgens Google kent de poëzieroute 17 gedichten, verspreid over het terrein. De winnaars van de Jan Boer Poëzieprijs (georganiseerd door Lentis) krijgen een plekje in de route. Het laatste gedicht dat ik op de foto zette, is van zo’n winnaar. In 2011 won Wija Oortwijn met haar gedicht Luchtkasteeltjes deze prijs. De prijs is in het leven geroepen om “aandacht te vragen voor de vaak uitzonderlijk creatieve talenten van (ex) cliënten van de geestelijke gezondheidszorg” en wordt eens in de drie jaar toegekend. De poëzieprijs is vernoemd naar de Groninger dichter Jan Boer (1899 – 1983).

Luchtkasteeltjes

In haar eentje, spelend op ’t strand,
bouwt ze luchtkasteeltjes,
schepje in de hand.

Met veels te grote slippers,
haren in de war.
Blik op oneindig,
ogen zo star…

Wie is zij? Klein meisje van vier?
Niemand die haar blijkbaar mist.
Wat doet ze eigenlijk hier?

Ik zie de golven komen,
wild rollend over haar heen.
Haar blik verzacht, ze lijkt te dromen en roept:
‘Nu ben ik eindelijk niet meer alleen.’

Nog een laatste blik,
voordat ze verdwijnt
in de armen
van de tomeloze zee.
Nog even zwaait ze terug
en neemt al haar geheimen met zich mee…

In mijn eentje, lopend op ’t strand,
tuur ik naar de einder
en neem
mijn schepje weer ter hand…

Wija Oortwijn

Het thema van 2011 was: ‘Ik zoek wat ik niet vinden kan’. Als ik Luchtkasteeltjes thuis nog eens rustig teruglees, blijkt dit gedicht uitstekend bij dit thema te passen. De ik-persoon ziet letterlijk haar verleden voor zich. Althans, de laatste zin “en neem mijn schepje weer ter hand” lijkt dit te suggereren. Ze ziet een klein meisje (zijzelf?) op het strand dat luchtkasteeltjes bouwt. Een luchtkasteel is een droombeeld of een irreëel toekomstbeeld. Waar denkt het meisje aan, daar op het strand? Ze wordt er in ieder geval niet gelukkig door. Haar “blik op oneindig, ogen zo star” en niemand die haar blijkbaar mist.

De ik-persoon vraagt zich af wie zij eigenlijk is, dat kleine meisje. Welke geheimen ze heeft. Ze krijgt wellicht nooit een antwoord op haar vragen. Dat kleine meisje is verdwenen “in de armen van de tomeloze zee”. Voor het meisje was het een zegen: “Nu ben ik eindelijk niet meer alleen”. Maar wat deed het met de volwassen ik-persoon? Ze tuurt naar de einder en neemt haar schepje weer ter hand. Wellicht om nieuwe luchtkasteeltjes te bouwen?

Als ik het gedicht een paar keer lees, dringt de lading pas echt tot me door. Een droevig gedicht dat aanzet tot nadenken. En op het terrein van Dennenoord zijn  nog minstens twaalf andere gedichten die ik niet gezien heb tijdens onze wandeling. Die komen op mijn Nog Te Bezoeken Straatgedichten-lijst!

Ben jij ook benieuwd naar de gedichten die op het terrein van Dennenoord staan? Bij de receptie van het hoofdgebouw kun je een gratis routebeschrijving krijgen van de poëzieroute.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

De poëzie ligt op straat

Het is Najaarspoëzieweek op de blog van Sandra leest. Zij vindt dat we met zijn allen veel te weinig poëzie lezen. Met dit initiatief wil ze laten zien “dat het lezen van poëzie niet moeilijk of lastig is maar juist leuk en boeiend”. Met mijn Elke Maand Een Straatgedicht-uitdaging van dit jaar sluit ik uiteraard graag aan bij dit initiatief. Vergeet de boekhandels of de bibliotheken, de poëzie ligt (of hangt of staat) immers gewoon op straat!

Sandra leest op Twitter

Zoals sommigen wel opgevallen is, schrijf ik dit jaar op deze blog maandelijks over de straatgedichten die ik tegenkom. Toevallig onderweg of bewust tijdens een literaire stadswandeling. Het zijn er veel, heel veel. En hun aantal neemt alleen maar toe. Elke zichzelf respecterende plaats heeft minimaal een paar regels poëzie op een muur staan. Een (nog altijd groeiend) overzicht van de straatpoëzie in Nederland en België vind je hier.

Tijdens een Groene Wissel wandeling door de binnenstad van Leiden kwam ik een bijzonder muurgedicht tegen. In een smalle straat stond op een witte muur tussen vier ramen een tekst in een taal die ik niet kende. Ook de naam van de dichter zei me niets. Wat me intrigeerde was de vorm van de tekst, door een stralende najaarszon mooi uitgelicht. Het leek wel een wervelstorm.

In leiden kom je op de meest onverwachte plekken gedichten tegen

Thuis zocht ik het gedicht op, wat niet een hele grote inspanning bleek. In Leiden ‘stikt’ het namelijk van de straatgedichten. Poëzie in allerlei talen, nieuw maar ook enkele eeuwen oud, siert de gevels van de sleutelstad. Een uitgebreide website vertelt de geïnteresseerden alles over de dichters en het gedicht. Je kunt de tekst zelfs in de oorspronkelijke taal beluisteren.

De taal van ‘mijn’ gedicht blijkt het Muskogee te zijn, een indianentaal uit het zuiden van de Verenigde Staten. Vandaag de dag zijn er nog slechts 5000 mensen die de taal spreken. Dit zijn hoofdzakelijk American Indians van de Creek Nation.

De dichter Wotkoce Okisce, oftewel Louis Oliver (1904 – 1991) maakte deel uit van deze Creek Nation. Als relatief hoog opgeleide American Indian (hij haalde zijn middelbare schooldiploma) was Oliver een buitenstaander. Hij kende de verhalen van zijn eigen volk, maar ook de wereldliteratuur en de westerse poëzie. Later in zijn leven probeerde hij de twee tradities bij elkaar te brengen en schreef hierover twee boeken met gedichten en verhalen.

Een van die gedichten is nu in Leiden door elke willekeurige voorbijganger te lezen. Althans, als je het Muskogee machtig bent. Het gedicht staat sinds 1993 op de gevel, maar ik vraag me af hoeveel mensen sindsdien (zonder uitleg) hebben begrepen wat er stond. Het is een traditioneel volksverhaal in een westers jasje. De Nederlandse vertaling (door Jelle Kaspersma) van de tekst luidt als volgt:

Bron: https://www.muurgedichten.nl/nl/muurgedicht/maskoke-okisce-ca-1985

Vorm en inhoud passen goed bij elkaar. Tornado’s zijn in het zuiden van de VS geen onbekend verschijnsel. Het is een natuurverschijnsel om ontzag voor te hebben. Uiteraard wordt er in de volksverhalen een verklaring gezocht voor het ontstaan van zo’n wervelstorm. Dat verhaal is – kort samengevat – hier op de muur te lezen. Voor iedereen die voorbij komt.

En dat is het leuke van straatgedichten. Ze brengen het grote publiek in aanraking met poëzie, op de meest onverwachte momenten. En – vaker dan je denkt – zitten er gedichten tussen die je niet meer loslaten. Van dichters die je in een boekhandel nooit had uitgekozen (gesteld dat je überhaupt al op zoek was naar een dichtbundel). Dus kijk om je heen als je buiten loopt. Er is meer poëzie voorhanden dan je denkt.

Benieuwd wat de andere Najaarspoëzieweek-bloggers schrijven over poëzie? Kijk eens op de blogs van:

Sandra leest
Jannie Tr
Stien
Lalagè Leest
Antoinette

Pottemennekes

Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Maastricht
Dichter: Wiel Kusters

De serveerster is in de weer met de tafels, stoelen en kussens. Op zo’n zonnige herfstdag als vandaag willen de mensen niet binnen zitten. Lunchen in het zonnetje, met uitzicht op de Maas, dat is wat men wil. Dat is wat iedereen wel wil. Ik glimlach naar haar als ze even opkijkt van haar werkzaamheden. ‘Ga maar door’, probeer ik uit te stralen, ‘ik maak alleen even een foto’.

Het muurgedicht staat levensgroot op de zijkant van het eigen theater van Toneelgroep Maastricht, waar ook het theatercafé bij hoort. Zwarte letters op een intens witte muur. Nog grotere letters laten geen twijfel bestaan over de oorspronkelijke functie van het gebouw. BORDENHAL, schreeuwt het me toe.

Ooit was de aarde plat, je viel eraf
wanneer je, tegendraads, de rand opzocht
en wars van hoge heren, blind voor straf
een moeten vond in wat niet kon of mocht.

De hemel was toen hoog, je klom erin
als je je hoofd maar boog, je hand ophield,
geen dingen zei over een Nieuw Begin,
je kromde, bad en werkte, neergeknield.

Van aarde was de schotel, was het bord
dat uit jouw hand ontstond, waarvan je at
en dat je brak. De fabrikant zijn naam

stond op de onderkant, jouw pseudoniem.
Uit leem en geest zijn wij, ook jij wist dat.
De mens heeft zich in kunst omhoog gestort.

Wiel Kusters

Lange tijd stond op deze plek de aardewerkfabriek Société Céramique. Serviezen werden hier gemaakt, maar ook lampetstellen en wc-potten. In de bordenhal uit 1880 beschilderden de pottemennekes met de hand de serviezen met allerlei motieven. Aan de onderkant stond zoals het gedicht zegt ‘de fabrikant zijn naam’. Aan het beeldmerk van een leeuw, omcirkeld door de woorden ‘Société Céramique Maestricht’ herken je nog de sporen van hun noeste arbeid.

Het was een andere tijd, een ander leven. Lekker lunchen op het terras of een toneelvoorstelling bezoeken, zat er voor deze mensen niet in. ‘Je kromde, bad en werkte, neergeknield.’ De wereld was nog plat en ‘je viel eraf wanneer je, tegendraads, de rand opzocht’. Als je ‘wars van hoge heren, blind voor straf een moeten vond in wat niet kon of mocht’. Je wereld was van aarde.

Tot ver in de twintigste eeuw heeft de fabriek daar gestaan, aan de oostelijke oever van de Maas. De naam van de wijk die er nu is verrezen (Céramique) herinnert nog aan die tijd. In het multifunctionele gebouw Centre Céramique is een grote collectie Maastricht aardewerk te vinden. En nu is er een gedicht dat de pottemennekes weer laat herleven, even, voor de wandelaar langs de Maas, de bezoeker van het theater en voor de straatgedichtverzamelaar.

Wiel Kusters is een Limburgse dichter met een omvangrijk oeuvre van dichtbundels, proza maar ook theaterwerken. Hij heeft o.a. meegewerkt aan stukken die de Toneelgroep Maastricht opvoert in de Bordenhal. In Maastricht zijn meer straatgedichten van zijn hand te vinden.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Maak jezelf een poosje kwijt

Soort gedicht: raamgedicht
Waar: Leeuwarden
Dichter: Judith Nieken

Het straalt huiselijkheid uit. Aan de muur hangen zwart-wit foto’s uit verschillende decennia. Gebouwen staan erop en mensen uit vervlogen tijden, trots poserend in de deuropening. De vensterbank is gevuld met groene planten in witte potten. De moderne peertjes geven sfeer. Mensen drinken gezellig keuvelend hun koffie. Wat ze zeggen versta ik niet. Ik sta buiten.

De steeg waarin ik sta, vormt de verbinding tussen de winkelstraat langs de gracht en het grote uitgestrekte plein. Winkeltjes en horecagelegenheden openen in deze steeg dagelijks hun deuren. Zetten hun rekken neer en stallen hun borden uit. De vele dagjesmensen slenteren al slalommend richting de Nieuwestad of het Zaailand.

Ik ook, op een zaterdag in september. Eindelijk dan toch een bezoekje aan de Culturele Hoofdstad van 2018. De stad doet internationaal aan. Om me heen hoor ik allerhande talen. Na de bibliotheek in de oude gevangenis en het Lân van Taal (Land van Taal), loop ik nu door de steeg en valt mijn oog op het gedicht.

De eerste zin intrigeert me meteen en eigenlijk de hele eerste strofe. De haast, de deadlines en gedoe heb ik gisteravond inderdaad gelaten voor wat ze waren. Nu eerst een weekend helemaal niks. Geen afspraken, niks hoeven, zelf bedenken wat ik eventueel wil gaan doen. Het werd een dagje Leeuwarden.

Om me heen blijven mensen staan. Kijken naar wat ik zie en lezen zelf ook. Een moment van rust te midden van de drukte. Ik lees de laatste strofe van het gedicht en vind het helemaal geen gek idee.

Thuis

Vind een stoel en trek je haast uit
hang haar traag over de leuning
naast je deadlines en gedoe

leeg je hoofd en leg de wereld
aan je voeten, laat maar liggen
kom je later wel aan toe

maak jezelf een poosje kwijt

neem een koffie
en DE tijd.

© 2017 Judith Nieken | lttrvreters.nl

Even later zit ik aan de andere kant van het gedicht, dat op het raam van het Douwe Egberts Café gedrukt is. Voor me staat een cappuccino. Ik leun achterover en kijk om me heen. Een van de foto’s aan de muur toont het gebouw waarin ik nu zit, alleen dan in een ver verleden. ‘Hoogstins’ staat er op de gevel. In de jaren dertig gebouwd als tandartspraktijk, lees ik later. Wat een wereld van verschil.

Internationale studenten wachten in de rij om te bestellen. Lachend en met handgebaren lijken zij zich prima te vermaken. Zij hebben de tijd. Aan de andere kant van het raam zie ik de mensen voorbij lopen. Sommige blijven staan, lezen wat er geschreven staat. Fronsen, glimlachen, werpen een blik naar binnen en gaan dan door.

Ik blijf hier voorlopig even zitten. Er is genoeg te zien. Vandaag hoef ik niets meer. Ik maak mezelf nog een poosje kwijt.

Dit gedicht van Judith Nieken is niet de enige in Leeuwarden. Meerdere panden in de stad en daarbuiten hebben inmiddels een gedicht van haar hand. Alle afgestemd op de bewoners, gebruikers of functie van het gebouw. Wat maakt hen tot wie ze zijn? Wat is hun kracht? Verwerkt in een gedicht is dit nu – ook buiten openingstijden – te lezen voor de oplettende voorbijganger. Lees hier meer over Judith Nieken en dit project.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Wandelen langs straatpoëzie in Zutphen

Zicht op de IJssel en de skyline van Zutphen

Soort gedicht: muurgedicht, glasgedicht
Waar: Zutphen
Dichters: Ida Gerhardt, J.C. Bloem, Paul Rodenko, Eke Mannink, H.C. ten Berge, Henk Gombert, Charuk Suebrak, Rosa van den Bos, Emma van Wijngaarden, Tim Pardijs, Sabine Kars

De afspraak stond al een tijdje. Bijkletsen met een vriendin onder het genot van een cappuccino en dan op jacht. Op jacht naar straatgedichten wel te verstaan. Ik voor mijn Elke Maand Een Straatgedicht-uitdaging, zij als dichter en bijzondere teksten-fan. Plaats van handeling is de Hanzestad Zutphen, die – niet geheel toevallig – een poëzieroute aanbiedt.

Meerdere steden maar ook natuurgebieden kennen inmiddels dit fenomeen. Wandelen langs gedichten in de openbare ruimte. Zo kun je o.a. in Leeuwarden, Gorinchem, Harderwijk en op de Veluwezoom (John Jansen van Galen pad) een wandeling maken langs straatgedichten. De poëzie is aan een opmars bezig. Goed nieuws voor Elke Maand Een Straatgedicht. Daarom deze maand niet één enkel gedicht maar een hele route.

In Zutphen kun je bij de VVV, Houtmarkt 75, voor 2 Euro de folder ‘Stadswandeling Literair Zutphen’ halen, waarin je een kaartje en routebeschrijving vindt van de 5 kilometer lange route. De nummers 1 t/m 32 verwijzen naar de literaire bezienswaardigheden onderweg. Als je de hele wandeling loopt, heb je de meeste straatgedichten, boekhandels en optrekjes van Zutphense schrijvers gezien die zich op beloopbare afstand van de binnenstad bevinden.

Stadswandeling Literair Zutphen

Onze ervaring is dat je dan zeker een paar uur verder bent. Gedichten lezen, foto’s maken van de leuke straatjes en verrassende doorkijkjes, in bijzondere winkeltjes rondlopen en pauzeren voor vlierbessensap met citroentaart in een hofje kosten nu eenmaal tijd.

Ook dit is Zutphen

De folder biedt ons, zoals mijn dichter-vriendin het formuleert “de contouren van een route met ruimte om te dwalen”. Onze kaartleeskwaliteiten en tekstintepretatievaardigheden worden danig op de proef gesteld. We halen makkelijk onze stappen en moeten eigenlijk nog een keer terugkomen op een doordeweekse dag om de gedichten in het (op zondag gesloten) gemeentehuis en de (op zondag gesloten) koffiewinkel De Pelikaan te kunnen aanschouwen.

Maar ook zonder die gedichten blijven er nog genoeg over. We herkennen poëzie van gevestigde namen zoals Ida Gerhardt, J.C. Bloem en Paul Rodenko. Alle drie hebben ze in de Hanzestad gewoond en hebben daarmee een plekje in de openbare ruimte verdiend.

Gedichten van Paul Rodenko, J.C. Bloem en Ida Gerhardt (het beroemde gedicht waar de ‘d’ aanvankelijk ontbrak in de titel)

Ook de dichtregels van de initiatiefnemer van de poëzieroute Henk Gombert, P.C. Hooftprijs-winnaar H.C. ten Berge, Zutphense stadsdichters, en zelfs enkele middelbare scholieren laten niets vermoedende voorbijgangers stilstaan. De gedichten bevinden zich hoog boven onze hoofden op witte muren in de oude binnenstad, verborgen achter steigers, op glasplaten in de Walburgiskerk en op huizen in achterafstraatjes.

Gedichten van Henk Gombert in de Walburgiskerk, middelbare scholieren, voormalig stadsdichter Eke Mannink en een gedicht in de steigers van H.C. ten Berge

Maar ook in de Noorderhaven vinden we straatpoëzie. Gestanst in een roestig-rode metalen plaat lezen we de boodschap van voormalig stadsdichter Tim Pardijs voor de bootjes die in deze haven hebben aangelegd: “Kom hier terug, lees andere steden in de golven”.

Gedicht van voormalig stadsdichter Tim Pardijs in de Noorderhaven

De Zutphense straatgedichten zijn overal en beperken zich niet tot de route van deze stadswandeling. Inside information leidt ons over de brug naar de andere oever van de IJssel, naar het buurtschap De Hoven. Daar op een wit huisje met gele raampjes is onlangs een van de nieuwste straatgedichten van Zutphen aangebracht. De strofe uit een gedicht van dichteres Sabine Kars steekt fel af tegen de witte muur en beschrijft de gewaterverfde lucht die we boven het huisje uit zien steken. De woorden kijken uit op de IJssel en de skyline van Zutphen.

Een strofe uit een gedicht van Sabine Kars in De Hoven

Met heel wat kilometers in de benen zoeken we aan het einde van de middag weer het centrum op en concluderen op een van de terrasjes dat een poëzieroute een leuke en originele manier is om een stad te leren kennen. In Zutphen is er aan gedichten geen gebrek. En de voorraad straatpoëzie lijkt alleen maar uit te dijen. Een uitbreiding van de folder ‘Stadswandeling Literair Zutphen’ is slechts een kwestie van tijd.

“Hoezeer heeft deze kleine stad allure …”

Ik kan het alleen maar eens zijn met Ida Gerhardt

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Ode aan een straat

Soort gedicht: muurgedicht
Waar: Zwolle
Dichter: Trijntje Gosker

Als je van station Zwolle naar het centrum van de stad loopt, is de wijk Assendorp niet te missen. Oude huizen staan gebroederlijk aan weerszijden van smalle straatjes. Velen staan er al meer dan een eeuw. Van oorsprong was het een wijk voor (spoor)arbeiders, nu wonen alle bevolkingsgroepen er door elkaar. De bakfiets, het studentenbarrel en de rollator vinden naast elkaar een plekje op de stoep.

Er zijn een paar routes die vanaf het station naar het oude centrum van de Hanzestad leiden. Een ervan is door de Venestraat, een niet al te lange, typische Assendorper straat. Niets bijzonders, zou je zeggen. Trijntje Gosker dacht hier anders over. Zij schreef speciaal voor de Venestraat een gedicht, dat menig voorbijganger even om zich heen laat kijken.

Venestraat

De straat die recht is en toch golft
Die langs het spoor al 100 jaar
De doorgang is voor wie de stad bezoekt
En weer verlaat met kofferwieltjes
Of studentenpraat

Een straat van formaat die overgaat
In handige huisjes zonder lastige trappen
En rijen met bellen in het portaal
Een oude straat die denkt en speelt
Een straat met een verhaal

Trijntje Gosker

Trijntje Gosker is een Zwolse dichter en lid van het Zwols dichterscollectief. Van haar hand verschenen meerdere gedichten over de stad. Daarnaast is Gosker bedenker van de pictopoëzie. Dit is, zoals zij zelf schrijft, “een dichtvorm waarbij gebruik gemaakt wordt van het spanningsveld tussen woord en beeld”. Iets wat in het muurgedicht in Assendorp goed te zien is. De kunstenaars Marcin & Milou van Studio mmmade zijn verantwoordelijk voor de vormgeving. Tekst en vorm lopen hier heel mooi door elkaar en passen goed in het straatbeeld.

Voor de nieuwsgierige Zwolle-bezoeker: Je vindt het gedicht op de zijgevel van de oude verffabriek van Klinkert en Co.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 12: Nunspeet – ’t Harde

Route: Westerborkpad
Afstand: 12 km
Start: Station Nunspeet
Eind: Station ‘t Harde

Door de droogte beginnen de bomen al geel te kleuren

In verband met onze wandelvakantie in Ierland was het al weer een maand geleden dat we een etappe liepen van dit pad. Hoog tijd dus voor een ochtend Westerborkpad. Er staat een korte etappe op het programma die ons van Nunspeet naar ‘t Harde brengt. We beginnen op station Nunspeet waar we afgelopen etappes al meerdere malen stonden. Ditmaal was het (voorlopig) toch echt de laatste keer.

De route leidt ons Nunspeet in, richting winkelstraat. Het is 10 uur, en er zijn al veel mensen op de been op deze zonnige zaterdagochtend. Ik was al bijna de Stichting Muurgedichten Nunspeet vergeten (lees hier mijn blogpost over een bijzonder straatgedicht in Hulshorst), maar het liefdesgedicht van K. Schippers op een gevel herinnert aan de vele straatgedichten die in Nunspeet en omgeving te vinden zijn.

K. Schippers in Nunspeet, één van de vele gedichten in de gemeente

De huizen langs de route zijn authentiek zoals het oude gemeentehuis met monument ter ere van het 100-jarige bestaan van het regiment dat in april 1945 Nunspeet bevrijdde: Lord Strathcona’s Horse (Royal Canadians).

Het monument dat herinnert aan de bevrijding van Nunspeet in april 1945

Af en toe is zo’n oud huis met naambord niet direct wat je verwacht. Zoals onderstaand bedrijf waarbij de uitstraling van het bordje een oude ambacht doet vermoeden, terwijl het om iets veel moderners gaat.

Een modern ambacht …

De route gaat verder door een park waar we langs een monument komen voor de gefusilleerde en gesneuvelde Nunspeters. Hierna gaat het al snel het bos in over een lange laan met grote huizen. Als we bij een nieuwe rotonde komen – zo te zien gesponsord door Stella Fietsen – zeggen het boekje, de GPS-route en de stickers elk wat anders. We besluiten de stickers te volgen en lopen via een nieuw fietspad het bos weer in

Gesponsorde rotonde

Langs het bungalowpark De Witte Wieven volgen we een lange weg door het bos waar we samen oplopen met het Zuiderzeepad. Als onze wegen scheiden, zien wij een prachtige zandvlakte voor ons liggen: De Haere. Er is geen mens te zien. Zoveel mogelijk het mulle zand vermijdend, lopen we langs de rand van de zandverstuiving verder.

De Haere ligt er prachtig bij

De stickers van de route zijn hier schaars en we zijn blij dat we op de GPS kunnen lopen. Als we op een kruising van paadjes stilstaan, komen we een wandelaar tegen met een klein hondje. Ze wijst ons op de verschillende rondwandelingen die hier lopen en vraagt waar we heen moeten. Het Westerborkpad kent ze niet en het spijt haar dat ze ons niet kan helpen. “Maar”, zegt ze, “jullie zien eruit alsof jullie het vaker gedaan hebben, dus dat komt vast goed”. Ik denk dat onze bergschoenen, rugzak, routeboekje, pet en wat dies meer zij, ons verraden hebben!

De Haere

We laten De Haere achter ons en in het bos dat volgt, zien we aan de bomen briefjes met nummers voor levend ganzenbord hangen. Even verderop rent een hele schare kinderen vrolijk rond. Zij horen vast bij het Clubkamp (er is geen naam vermeld) dat straks een levend bordspel gaat spelen. We komen nog een paar nummers tegen en slaan dan af.

Levend ganzenbord

Je ziet hier goed dat het een tijd niet geregend heeft. De bomen beginnen geel te worden, hoewel het pas begin juli is. Naast het waterleidinggebouw van Vitens, dat hier opeens midden in het bos staat, ligt een prachtig meertje, inclusief bankje. De prikkeldraadafrastering denken we even weg. Hier eten we een broodje, terwijl we uitkijken op de waterlelies in het glinsterende water.

Ons lunchplekje

Daarna is het niet ver meer en lopen we recht op ‘t Harde aan. Volgende keer de rondwandeling naar Elburg, ik ben erg benieuwd!

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.