Waar ik mijn boekeninspiratie vandaan haal

Magie in de bibliotheek

In 2017 heb ik mezelf uitgedaagd om 130 boeken te gaan lezen. Het lijkt veel, maar is in werkelijkheid prima te doen. De tijd die ik naar en van mijn werk doorbreng in treinen en bussen breng ik veelal lezend door. Elke week gaan er wel een paar boeken doorheen. Het zijn meestal boeken die op mijn nog-te-lezen (NTL) lijst staan. Soms ook niet. Ik streef ernaar om een variëteit aan titels te lezen. Nieuw, maar ook oud, Nederlands, maar ook uit andere taalgebieden en landen. Maar hoe kom ik aan de titels die mijn NTL-lijst langer en langer maken?

Ik heb voor mezelf eens op een rijtje gezet waar ik mijn boekeninspiratie vandaan haal. Het rijtje blijkt verrassend langer dan verwacht.

Boekensites en boekbloggers

Allereerst is daar Goodreads. Deze internationale boekencommunity verenigt boekenliefhebbers van over de hele wereld. Je kunt lezers volgen of vrienden worden. Ook auteurs hebben hier hun eigen plek. Vrijwel alle boeken die ik lees zijn op deze boekensite terug te vinden. En anders kun je ze altijd zelf toevoegen. Mede-lezers plaatsen hier hun gelezen en nog te lezen titels op, beoordelen de boeken met sterren, schrijven recensies en wisselen in groepen informatie uit. Ik ben hier vrijwel elke dag te vinden en haal hier mijn meeste titels vandaan. Klein nadeel is dat ik nu ook veel Engelse boeken op mijn lijst heb staan, die in Nederlandse bibliotheken en boekhandels helemaal niet te vinden zijn. Toch maar eens een tripje plannen naar een Engelse stad om hele dagen in boekwinkels te sneupen…

Op Goodreads vind ik ook boekbloggers terug die ik al dan niet volg. Via een link kom ik bij hun recensies terecht en vaak ook weer bij andere artikelen en tips. Voor Nederlandse (zoals Lalagé), maar ook Engelstalige blogs (zoals Bookish Beck) is Goodreads een goed vertrekpunt. De boekbloggers zelf zijn meestal wel weer te volgen via social media als Twitter, Instagram of Facebook, waardoor je via meerdere kanalen op de hoogte kunt blijven.

Uiteraard volg ik nog veel meer boekbloggers die al dan niet regelmatig verslag doen van hun leeservaringen. Zo schrijven Jannie Trouwborst en Istvan Kops  voornamelijk over Nederlandstalige literatuur, heeft Literasa een voorkeur voor Frans(talig)e boeken en verschijnen er op de blog van Alex Hoogendoorn  regelmatig recensies en interviews, waaronder stukken die hij voor de Boekenkrant schreef. Dit is slechts een greep uit de enorme hoeveelheid boekbloggers die Nederland en België rijk is.

Ook Schwob is een fijne bron voor boekentips. Deze site is gericht op klassiekers die opnieuw worden uitgegeven. Elk jaar komt er een hele reeks aan nieuwe titels bij. Ook organiseert de organisatie leesclubs. De lijst met mij veelal onbekende boeken heeft me al mooie titels opgeleverd.

Literaire prijzen

Longlists en shortlists van literaire prijzen leveren ook een groot aantal onbekende titels en auteurs op, waarbij er altijd wel een paar aanraders zitten. Zo houd ik in ieder geval de Libris Literatuurprijs in de gaten en probeer elk jaar toch wel 10 titels te lezen van de huidige maar ook voorafgaande jaren.

Vorig jaar ontdekte ik de Europese Literatuurprijs. In het Nederlands vertaalde boeken uit een groot aantal Europese landen passeren hier de revue. De meeste titels zijn nieuw voor mij. Kortom, een bron van inspiratie. En gelukkig bestaat de prijs al sinds 2009, dus ik heb wat boeken om uit te putten. Titels uit bijvoorbeeld Estland of Finland kom ik buiten deze prijs om niet zo snel tegen.

Op Engelstalig gebied volg ik de Man Booker Prize en de Baileys Women’s Prize for fiction. Het levert interessante titels op van vaak onbekende boeken. Helaas duurt het meestal nog wel een tijdje voordat deze titels in de bibliotheek te krijgen zijn. Boekhandels hebben regelmatig wel de shortlist (vaak in vertaling) in hun assortiment.

Boekhandels en bibliotheken

Het e-bookaanbod van de bibliotheek groeit gestaag. Je zet de boeken vrij eenvoudig op de e-reader, iPad of telefoon en je hoeft er de deur niet voor uit. Fysieke boeken echter blijven een sterke aantrekkingskracht uitoefenen. De meeste titels haal ik dan ook persoonlijk uit de bibliotheek. Ik vind het helemaal niet erg om een uurtje door te brengen te midden van de boeken. De tafel met nieuwe boeken is standaard mijn eerste stop. Titels die ik bewust maar ook onbewust voorbij heb zien komen in de krant en op sites, neem ik mee. Ook ontdek ik er met enige regelmaat nieuwe titels. Ook de thematafels en de kasten zelf vereer ik regelmatig met een bezoekje.

Boekhandels probeer ik zoveel mogelijk te vermijden, maar af en toe kan ik de verleiding niet weerstaan. Zo kocht ik ooit heel wat delen van het verzamelde werk van Louis Couperus bij De Slegte. Ook bijzondere boekwinkels, zoals The American Book Center in Amsterdam en Den Haag, kan ik eigenlijk niet links laten liggen. Vaak kom ik dan niet met lege handen thuis. Tja, die Engelstalige boeken die niet in de bibliotheek te krijgen zijn, hè!

Kranten en brochures

Af en toe haal ik wel eens boektitels uit de NRC Boeken of uit de brochures met binnenkort te verschijnen boeken van een uitgeverij. Recensies met meerdere ballen plus een aansprekend verhaal doen boeken op mijn NTL-lijst belanden. Ook aantrekkelijke covers in brochures die je tegemoet glimmen vanaf de verschillende pagina’s zijn redelijk onweerstaanbaar.

Tips van personen

Tenslotte krijg ik nog wel eens boekentips van een vriendin, collega of familielid. Via de app van Goodreads op mijn telefoon kan ik ze dan vrijwel meteen op mijn NTL-lijst zetten. Ooit kreeg ik bij een bushalte een boekentip van een volslagen onbekende. Het betrof een boek uit de jaren 50 waar zij helemaal enthousiast over was. De plaatselijke bibliotheek had het boek in huis en als student Nederlands las ik de week daarna een Engelstalig boek over het leven van een Tibetaanse monnik. Het was een boek waar ik anders nooit mee in aanraking was gekomen. En het enthousiasme van de boekentipster was geheel terecht.

Nu ik mijn inspiratiebronnen zo op een rijtje zie staan, verbaas ik me erover hoe gevarieerd de bronnen zijn. En dit overzicht is zeker niet uitputtend, enkel persoonlijk. Eigenlijk kun je boekeninspiratie overal opdoen. Zelfs bij een bushalte.

Waar halen jullie je boekeninspiratie vandaan?

 

 

Advertenties

Liefde in tijden van kinderen

Peter Middendorp Ben je gelukkig?Over Ben je gelukkig? (2015) van Peter Middendorp

In het verleden las ik al enkele columnbundels, o.a. van Auke Kok en A.L. Snijders. Ze bevielen me goed. Toen ik de bundel van Peter Middendorp zag liggen op de tafel met aanbevolen boeken in de bibliotheek, was er geen moment van twijfel. Dit boek gaat mee naar huis. Ik kende de auteur van naam, van zijn boek Vertrouwd voordelig (2014) dat genomineerd was voor de Libris Literatuurprijs. Zijn columns, die hij schrijft voor de Volkskrant, kende ik niet.

Middendorp laat zich inspireren door wat hij ziet, meemaakt en laat daar zijn gedachten over gaan. Waarom zegt iemand wat hij zegt? Wat beoogt hij daarmee? Wat zie ik de persoon denken? Zijn gedachten verwoordt hij in heerlijke zinnen, die ik met een glimlach lees. Zo is de column Achterdocht niet gespeend van enige zelfspot. Tijdens een interview met Radio Emmen laat een uitspraak van de presentator hem eens nadenken over het Drent-zijn:

Je moest altijd achterdochtig zijn, en dat was ik ook wel, ik was een Drent. Maar evengoed werd je wel eens door Drenten als Drent in een Drents programma uitgenodigd, helemaal onder ons, en bleek je in de studio ineens de verkeerde Drent te zijn, een Zuidoost-Drent, van wie andere Drenten niet altijd iets moesten hebben.
Het verbaasde me dat Drenten onderling nog zo veel kwaliteitsverschillen konden zien, maar misschien was het wel gewoon de loop der dingen: de wereld keek neer op Nederland, Nederland op Drenthe, Drenthe op Zuidoost-Drenthe, wij op Weiteveen, en de Weitevener hing zich op.

Middendorp heeft overigens door dergelijke uitspraken al veel boze Drenten over zich heen gekregen. In september 2014 werd de schrijver bedreigd vanwege uitspraken over zijn jeugd in Drenthe. Bij de boekpresentatie in een boekwinkel in Emmen moest hij daarom beveiligd worden. Het zette de schrijver wel in the picture en leverde hem een interview op bij Pauw.

Voordat Middendorps columns in de Volkskrant verschenen, schreef hij voor De Pers over politiek Den Haag. In Ben je gelukkig? is deel III Thuis geheel gewijd aan deze politieke columns. Tijdens het lezen is er veel herkenning. De beschrijving van Rutte klopt, zo zien we hem ook op tv:

Zijn gezicht breekt altijd open als hij iemand ziet. Een mens komt er onzeker van op de benen te staan: zijn mond ging open, de wenkbrauwen schoten omhoog – in en op de premier maakte alles zich gereed voor een overdonderende uitbraak van hartelijkheid.

Maar er zijn ook scherpe kritieken, waarin politici niet gespaard blijven. En ook Middendorp zelf komt er niet altijd goed vanaf. De schrijver deinst er niet voor terug zijn eigen fouten en misstappen te benoemen. Zinnen in de trend van “Hier had ik het bij moeten laten” kom je regelmatig tegen. Over Ferry Mingelen schrijft hij:

Vaak nam ik me voor om niet meer over hem te schrijven. Te lang doorgaan is voor niemand leuk. Maar ik weet niet. Sommige vijanden zijn net als nootjes of bastognekoekjes – het hoofd zegt nee, het lichaam ja. En dan stond toch weer een lullig stukje in de krant.

Maar het zijn vooral de columns over het dagelijkse leven, zijn vriendin en kind, die mij bij zijn gebleven. In het laatste deel van deze bundel beschrijft de auteur hoe hij reageert op een inbraak in zijn huis en hoe zijn vriendin dat graag anders had gezien. In woorden en gebaren vindt de communicatie plaats. Gebaren die in de column Pinguïn tijdens een woordeloze discussie tussen schrijver en vriendin zo beeldend worden beschreven dat ik ze helemaal voor me zie:

Ik keek naar mijn vriendin, mijn vriendin keek terug. Ik schonk een glas wijn in, mijn vriendin keek op haar pols. Woordeloos, de kinderoren moesten gespaard, vertelde ze me dat het te vroeg was voor wijn. Woordeloos probeerde ik – ‘Zeg, je moet niet op je pols kijken als je geen horloge draagt, want dat is irritant’ – terug te communiceren.

“Liefde in tijden van kinderen”, noemt de schrijver het met een mooie literaire verwijzing. Hij vindt het “een onmogelijke noodzaak”. Gelukkig is het ook een goede bron voor columns.

2015: het jaar in boeken

Jaar in boeken 2015
2015 is bijna ten einde. Tijd voor een terugblik op boekengebied. Hoe zag mijn jaar in boeken eruit? Welke sprongen eruit, wat was een verrassing en heb ik mijn boekenuitdagingen gehaald?

Gisteren heb ik mijn laatste boek van 2015 uitgelezen. Dat brengt de teller van dit jaar op 113 boeken. Een paar minder dan vorig jaar, maar niettemin genoeg om de Goodreads-challenge te halen, die ik dit jaar op 105 boeken had gezet. Ook de ‘Ik lees Nederlands’-uitdaging is in the pocket. 40 oorspronkelijk in het Nederlands geschreven boeken wilde ik lezen. Dit zijn er 54 geworden en leverde weer veel verrassende ontdekkingen op. Zo las ik met veel plezier een aantal columnbundels van Auke Kok en A.L. Snijders. Een genre om me meer in te verdiepen.
Jaar in boeken 2015
Het oudste boek van dit jaar is geschreven door Franz Kafka en stond al geruime tijd op de beruchte NTL (nog te lezen)-lijst. De gedaanteverwisseling (Die Verwandlung) komt uit 1915 en vertelt het magisch-realistische verhaal van Gregor Samsa die op een dag wakker wordt als kever. Hoewel het verhaal een eeuw oud is, is de stijl zeer goed leesbaar en zet het boek je nog steeds aan het denken.

Het dikste boek dat ik dit jaar las is Het zevende kind van de Deense schrijver Erik Valeur met 718 pagina’s. Ik las het op de e-reader tijdens onze fietsvakantie naar de Bodensee, waardoor de Deense kust en de Zuid-Duitse zon nu onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het is een roman over 7 kinderen die ter adoptie zijn afgestaan en in de jaren 60 in dezelfde kamer van een weeshuis sliepen. 60 jaar later blijkt dat een van hen een groot geheim met zich meedraagt.
Jaar in boeken 2015
Naast dit Deense boek en de 54 Nederlandse boeken, zijn de andere boeken oorspronkelijk geschreven in het Engels (29x), Frans (8x), Duits (7x), Spaans (6x), Portugees (2x), Italiaans (2x), Afrikaans (1x), Hebreeuws (1x), Noors (1x) en Hongaars (1x). 43 van deze boeken zijn geschreven door een vrouw. 5 waren genomineerd voor de Man Booker Prize, 8 voor de Libris Literatuur Prijs. Ik las 13 debuten, 4 reisverhalen, 5 verhalenbundels en 4 dystopieën.

De dystopie als genre bestaat al lang maar wint de laatste tijd weer aan populariteit, ook bij mij. Dergelijke boeken spelen zich af in een (denkbeeldige) samenleving met louter akelige kenmerken waarin men beslist niet zou willen leven. Eigenlijk het tegenovergestelde van een utopie, een bijzonder aangename samenleving. Ben je nieuwsgierig geworden naar het genre? Weerwater van Renate Dorrestein is een goed voorbeeld van een dystopie.
Jaar in boeken 2015
En wat was nu het beste boek dat ik gelezen heb dit jaar? Welk boek zou ik iedereen aan willen raden? Als ik zo terugkijk, zijn twee boeken gelijk geëindigd. Zowel Valse papieren van Valeria Luiselli (2010) als De atlas van afgelegen eilanden van Judith Schalansky (2009) maakten grote indruk. Beide blinken uit in originaliteit. Luiselli schreef een roman, reisverhaal en essaybundel ineen, waarin je meeslentert met de auteur en kunt genieten van de mooie en verrassende beelden die worden opgeroepen. Schalansky reist in haar atlas langs eilanden die tot de verbeelding spreken. Ze doet dit vanuit haar leunstoel, want ze is er zelf nooit geweest en zal er ook nooit komen.

2015 was een mooi boekenjaar. Ik heb er alle vertrouwen in dat 2016 dit minstens gaat evenaren. De eerste mooie boeken staan al weer in mijn kast te wachten. Ook in 2016 gebruik ik de Goodreads-challenge als extra zetje. Ditmaal met weer een iets hogere lat: 110 te lezen boeken in 2016. Ik begin het jaar met een Man Booker Prize genomineerde: Us van David Nicholls.

Jaar in boeken 2015
Hoe zag jouw boekenjaar eruit?

‘Gras’, het mooiste woord uit onze taal

Ruim water AL SnijdersOver Ruim water van A.L. Snijders (2012)

Eerder dit jaar las ik de columnbundel De eenzaamste vrouw van Amsterdam (2014) van Auke Kok. Hij beschrijft hierin het dagelijkse Amsterdamse leven, vanuit zijn observaties. Hij kijkt, voegt een associatie toe en vult hier en daar in voor de ander. Het resultaat: een herkenbaar, af en toe komische flard uit het dagelijkse leven. Zijn columns verschenen afgelopen jaren in Het Parool.

Bijna 30 jaar eerder was A.L. Snijders columnist voor deze zelfde krant. Zijn columns uit 1987 en 1988 zijn een paar jaar geleden gebundeld onder de titel Ruim water. Net als Auke Kok observeert en associeert de godfather van het ZKV (zeer korte verhaal) in zijn stukken. Artikelen die de lezer ’s avonds na het eten, bij de kop koffie in de luie stoel tot nadenken aanzetten. Hij deinst er niet voor terug om zijn mening te geven en ligt er niet wakker van wat de rest van Nederland daarvan vindt.

Zijn grote voorbeeld is Remco Campert. Hij probeert dan ook zijn devies ter harte te nemen: schrijf impliciet en gebruik weinig bijvoeglijke naamwoorden. Dan moet de lezer nadenken en voelt hij zich intelligent. Helaas lukt dit Snijders niet altijd: “Maar je kunt niet anders zijn dan je bent en ik ben helaas toch vaak agressief en venijnig. Dat komt er soms uit.”

Snijders heeft lievelingswoorden. Woorden die hij ronduit prachtig vind. Met stip op nummer één staat ‘gras’, gevolgd door ‘stadswaterkantoor’ en ‘buitenplaats’. Regelmatig duiken deze woorden op in zijn columns. In de column Broek schrijft hij

“(Misschien denkt u dat ik in dit stukje iets wil vertellen over de linkse intellectueel, misschien denkt u dat ik een ‘bijdrage wil leveren aan de discussie’. Dat wil ik niet, daar is geen sprake van, daar zijn andere mensen voor. Ik wil slechts een context voor het woord buitenplaats. Zo’n prachtig woord, momenteel een goede derde achter gras en stadswaterkantoor.)”

Maar hoe komt een schrijver op het onderwerp van een column? In deze bundel wordt een tipje van de sluier opgelicht. Niet alleen columns, maar ook begeleidende brieven aan de redacteur en diverse andere correspondentie over de columns zijn bijgevoegd. Je krijgt een kijkje achter de schermen, leest over de spellingdilemma’s van de auteur, je krijgt een idee hoe zo’n column nu tot stand komt.

November is ‘Nederland Leest’-maand. Het thema is het korte verhaal. Het boekje dat bibliotheekleden cadeau krijgen is dit keer een bundel met korte verhalen van diverse schrijvers, samengesteld door A.L. Snijders. Als er een goed moment is om Ruim water te lezen, is dat nu. Ook als ‘gras’ niet in je top drie staat.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Het ijsmakerschap

De ijsmakers Ernest van der KwastOver De ijsmakers van Ernest van der Kwast (2015)

Ik was er een paar weekenden geleden, op uitnodiging van een collega die 50 was geworden. Samen met nog ruim 100 mensen stond ik in een van de zalen van het voormalig Scheikundig Laboratorium van de Rijksuniversiteit Groningen te luisteren naar een Ierse zangeres. Met veel mimiek zong ze haar songs. Ik was er nog nooit geweest, in dat voormalig laboratorium, nu omgebouwd tot creatieve ontmoetingsplek en hotel. Hoewel ik jaren in de stad heb gewoond, zei de naam ‘Het Paleis’ me helemaal niets.

De week erop las ik De ijsmakers van Ernest van der Kwast. Op pagina 187 blijkt dat de schrijver Het Paleis wèl kent: “In kamer 109 van Het Paleis in Groningen staat het bed in de kast.” Een frappant en onverwacht herkenningspunt in een roman die niets met Groningen van doen heeft, maar verhaalt over het leven van een Italiaanse ijsmakersfamilie in Rotterdam. ‘Het Paleis’ vergeet ik voorlopig niet meer.

Het boek is een familiegeschiedenis over het ambacht van het ijsmaken, over de mindere kanten van zo’n traditioneel vak, het probleem van de opvolging. Maar ook poëzie speelt een grote rol. Twee heel verschillende werelden, die verenigd worden in de persoon van Giovanni Talamini. Oudste zoon en logische opvolger als ijsmaker in de Rotterdamse ijssalon. Hij breekt echter met de traditie en wijdt zich aan de poëzie. Daardoor automatisch het ijsmakerschap overlatend aan zijn jongere broer Luca. Maar of deze hier op zit te wachten …

De familiegeschiedenis in de roman beperkt zich niet tot de hedendaagse Rotterdamse Talamini’s maar gaat meerdere generaties terug in de tijd. Helemaal tot de ontdekking van het ijs in 1881 door de overgrootvader van Giovanni. Meegenomen door de fijne schrijfstijl van de schrijver word je getuige van de bijzondere geschiedenis van het nu zo beroemde Italiaanse ijs. Overgeleverd van generatie op generatie doen vele verhalen de ronde in de vallei van de ijsmakers, in het noorden van Italië. De vallei waar de ijsmakers elke winter weer naar terugkeren.

Tijdens het lezen had ik het gevoel dat ik een waargebeurd verhaal zat te lezen, iets wat de auteur zelf had meegemaakt. Is Van der Kwast stiekem een Talamini-telg? Als bij de Verantwoording de familie Olivo van ijssalon Venezia in Rotterdam en Bas Kwakman, directeur van het Poetry International Festival in Rotterdam bedankt worden voor de verhalen, besef je dat dit geen autobiografisch werk was. Knap als een auteur je toch dat gevoel kan geven.

Begin dit jaar had ik de vrolijke voorkant op verschillende stations voorbij zien komen. Hoewel januari niet de maand is voor ijsjes, zullen er ongetwijfeld lezers zijn geweest die tijdens het lezen van het boek een onweerstaanbare trek in Italiaans schepijs kregen. De beeldende beschrijvingen in de roman doen dat met je. Ik lees het boek in een betere tijd, op het randje van de zomer. De ijssalons zijn nog open. Misschien dat ik vanmiddag nog even naar de stad fiets. Ik krijg er steeds meer zin in.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Almere als dystopie

Weerwater Renate DorresteinOver Weerwater van Renate Dorrestein (2015)

In juni van dit jaar publiceerde Judith van Boekblogger een lijst met dystopische boeken. Dit zijn boeken die zich afspelen in een zogenaamde dystopie: een (denkbeeldige) samenleving met louter akelige kenmerken waarin men beslist niet zou willen leven. Eigenlijk het tegenovergestelde van een utopie, een bijzonder aangename samenleving. Dergelijke boeken zetten je aan het denken over de wereld waarin je nu leeft. Wat kan er gebeuren als …

Het is een genre dat al lang bestaat en de laatste tijd weer aan populariteit wint, ook onder Nederlandse schrijvers. Ongemerkt heb ik afgelopen jaren al redelijk wat dystopische boeken gelezen zoals 1984 (1949) van George Orwell, Brave New World (1932) van Aldous Huxley, maar ook Alles wat er was (2013) van Hanna Bervoets en Slaap zacht Johnny Idaho (2015) van Auke Hulst. Afgelopen week las ik weer een overduidelijk voorbeeld van dit genre met Weerwater van Renate Dorrestein.

In Weerwater komt de dystopie wel erg dichtbij als de wereld vergaat en alleen Almere blijft bestaan. Het geval wil dat dit net op een maandag in augustus gebeurt. Veel mensen zijn op vakantie en van de werkende thuisblijvers zijn ’s morgens velen vertrokken naar hun werk elders. Want Almere is en blijft een slaapstad. Gevolg is dat er voornamelijk vrouwen en pubers overblijven, waaronder gastschrijfster Renate Dorrestein. En de mannelijke gevangenen van de plaatselijke gevangenis. In totaal enkele duizenden mensen.

Zonder de gemakken van de moderne techniek zien de inwoners zich opeens geplaatst voor allerlei problemen die zij nooit eerder ervaren hebben. Hoe komen ze aan eten en hoe beschermen ze zich tegen de bedreiging van een aantal losgeslagen ex-gevangenen die zich ophouden in het ‘kasteel’ aan de A6. Samenwerking blijkt onvermijdelijk en onder leiding van een paar gemeenteraadsleden van de PVV, een cultuurwethouder en de gevangenisdirecteur worden er creatieve oplossingen bedacht. Renate Dorrestein wordt ingezet als geschiedschrijver. Ze krijgt de opdracht vast te leggen “hoe Almere deze ramp overleeft”.

Het is erg leuk bedacht, Almere als enige stad die de ramp overleeft. De plek waar veel Nederlanders voor geen goud zouden willen wonen, is nu de enige plek geworden waar leven mogelijk is. Deze setting biedt talloze mogelijkheden voor het verhaal. Na overleven is de volgende zorg het voortbestaan van de mensheid. Iets dat ook wat gecompliceerder blijkt dan gedacht. Het zet je aan het denken, dit boek. Over de maatschappij waarin we nu leven, wat jij zou doen als je in zo’n situatie terecht zou komen.

Het boek kent veel ontwikkelingen en misschien nog wel meer personages, die niet allemaal even goed uit de verf komen. Sommige karakters komen daardoor clichématig over: de moslima, het PVV-gemeenteraadslid, de ex-gedetineerde. Dorrestein heeft echter een erg prettige manier van schrijven. Dit maakt, samen met het hele idee en de creatieve ontwikkelingen in het verhaal dat ik door bleef lezen. Voor een ieder die benieuwd is naar de dystopische roman: Weerwater is zeker een goede eerste kennismaking.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

De sinistere gave van linkshandigheid

De linkshandigen
Over
De linkshandigen van Christiaan Weijts (2014)

Iedereen kent er wel eentje: een linkshandige. Ik mag er zelfs een tot mijn directe familie rekenen. In het dagelijkse leven kan hij niet om zijn linkshandigheid heen. Of eigenlijk om de discriminatie van linkshandigen. En dat heeft hij dan ook tot een dankbaar onderwerp van gesprek verheven. Van rechtshandige scharen, koffiekopjes met opdruk aan één kant “zit ik weer naar een wit vlak te staren” tot de Nederlandse auto’s waar met rechts geschakeld moet worden. Nee, wat hem betreft mag de Engelse manier van rijden de norm worden hier. Bijna elke zomer is hij op dat eiland te vinden, waar hij zich als linkshandige thuis voelt.

Ik weet zeker dat hij het boek De linkshandigen van Christiaan Weijts niet gelezen heeft. Anders had ik de afgelopen maanden vast en zeker een paar zinnen uit het boek voorbij horen komen over de sinistere gave van linkshandigheid. Iets waar het boek vol mee staat. In onderstaande alinea zal mijn familielid zich goed herkennen als linkshandige:

“Ze vormen een verborgen minderheid, eentje die nooit als groep vervolgd is en zich daarom ook nooit als groep heeft verenigd. Ze delen een handicap die geen handicap is. Ze zijn geen serieus object van discriminatie. Ze hebben geen gedeelde ideologie of levensovertuiging. Er wordt geen geld voor ze ingezameld. Toch zijn ze anders.”

Binnen het kader van de linkshandigheid volgen we hoofdpersoon de linkshandige Simon Sinkelberg. Simon werkt als cartoonist Zink voor een landelijke krant. Als de hoofdredacteur zijn cartoon over een Britse telecomgigant niet wil plaatsen, breekt hij abrupt met de krant. Impulsief springt hij in de auto en rijdt naar een concurrerende krant om daar zijn cartoon aan te bieden. Onderweg besluit hij een – overigens ook linkshandige – lifster met grote cellokoffer mee te nemen die naar België moet.

Hier begint een roadtrip met steeds meer thrillerachtige elementen. Is de celliste wel wie ze zegt dat ze is? Wat zit er in de cellokoffer? En waarom wilde Simon zo graag een cartoon over de telecomgigant maken? Mysterie na mysterie maakt dat je door blijft lezen. Zelfs als het verhaal steeds merkwaardiger wordt, steeds onrealistischer. Van zondag tot en met woensdag beleven we het mee.

Thema’s als toeval, ironie en privacy komen uitgebreid aan de orde. Vaak heel herkenbaar:

“Privacy interesseert de mensen hier geen hol. […] Niet in een land waar je opgroeit met Spotify, Facebook en een bonuskaart. Hier heeft privacy dezelfde bijsmaak als het milieu, de mensenrechten en gezonder eten. Je weet dat je er wat meer aan zou moeten doen, maar vind er de tijd maar eens voor.”

Ik raad het boek iedereen aan. Zowel rechts- als linkshandige lezers. En in het bijzonder aan mijn linkshandige familielid. Al is het alleen maar voor de citaten.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Observaties in Amsterdam

Auke Kok De eenzaamste vrouw van AmsterdamOver De eenzaamste vrouw van Amsterdam van Auke Kok (2014)

In de trein leg ik af en toe bewust mijn boek weg en ga er eens lekker voor zitten. Rustig kijk ik om me heen en luister naar de mensen om mij heen. Naar de medepassagiers die stuk voor stuk zeer observatiewaardig zijn. Welk verhaal zit er achter een telefoongesprek, waarom doet die jongen zoals hij doet, wat doen vertragingen met mensen? Voeg hier een beetje verwondering aan toe, een beetje fantasie, en de situaties worden zeer blogwaardig.

Auke Kok observeerde en verwonderde zich ook. Twee jaar lang ging hij voor Het Parool op pad in Neerlands hoofdstad. Hij keek naar Amsterdam en de mensen die de hoofdstad bevolken, Amsterdammers en toeristen. Het leverde interessante columns op, die in De eenzaamste vrouw van Amsterdam bij elkaar gebracht zijn. 300 pagina’s lang loop je mee met de auteur en kijk je over zijn schouder mee.

Mensen in alle soorten en maten krijgen een plek in het boek. Soms heeft de schrijver het zelf meegemaakt, soms op basis van krantenartikelen. Zo zijn we getuige van een ontmoeting in een café aan het Leidseplein. Terwijl het buiten regent en onstuimig waait en de scooters op hun zij liggen “als dode paarden in een schietfilm” schijnt binnen een denkbeeldige zon. Een man en een vrouw bespreken ogenschijnlijk een contract. De kleine, alledaagse dingen worden beschreven. Een observatie als “Zelfs haar bestelling – ‘Ik hou het bij een tomatensoepje’ – klonk nergens zuinig of benepen, eerder blijmoedig alsof het levensgeluk begint bij tomatensoepjes” is raak en herkenbaar.

Vlak voordat ik van de week op mijn werk aankwam, las ik de column Net Van Kooten. Hierin wordt de stem van Robert M. vergeleken met prof dr. Ir. P. Akkermans. “Voor een opfrisser: tik bij YouTube ‘Prof Akkermans’ in” staat er als tip bij. Ik bedacht me dat ik een beter middel achter hand had. Ik vroeg mijn regelmatig Koot & Bie citerende collega hoe Akkermans klinkt. Nog geen seconde later klonk de geaffecteerde stem van de professor doctor ingenieur over de afdeling: “Jaha, ik ben genoemd!”. De column was meteen een stuk duidelijker.

Aan het einde van het boek staat een column die uit vijf delen bestaat: Voorjaarsklassiekers. Het onderwerp? De Portugese keitjes in het centrum van Amsterdam. Uit de teksten spreekt een grote ergernis voor de kasseienstroken die Amsterdam rijk is. Aanvankelijk blijft het nog redelijk observerend, met een beetje ironie. Een vrouw probeert een brug op te fietsen die met keien bedekt is. Dit lukt niet helemaal. Maar naarmate we in deel twee en drie komen wordt de ergernis groter. Het gaat van hobbelen en rammelen naar een val en uiteindelijk zelfs een oproep tot oproer.

Dan blijkt een column een ideaal middel waarin je veel kwijt kunt. De auteur maakt daar dankbaar gebruik van. Komische, schrijnende, soms zeer realistische en herkenbare elementen wisselen elkaar af. Naar mijn mening een fijn boek voor bijvoorbeeld in de trein. Inspirerend zelfs, je zou het bijna wegleggen en doen wat Auke Kok twee jaar lang deed. Observeren, verwonderen en schrijven maar.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Onherbergzame streken

Nooit hier altijd daarOver Nooit hier, altijd daar van Gerrit Jan Zwier (2010)

Bijna anderhalf jaar geleden las ik mijn eerste boek van Gerrit Jan Zwier. De zelfverklaarde insulafiel (eilandgek) bezocht in Zilverig licht (2005) de noordelijke streken van Europa. Ik zag het voor me en raakte enthousiast door zijn verhalen. Van de week zag ik Nooit hier, altijd daar op een van de tafels in de bibliotheek liggen. Anderhalf jaar is lang, tijd voor een hernieuwde kennismaking.

Dit keer reist Zwier door verschillende gebieden in het noorden van Noord-Amerika. Zo bezoekt hij Alaska, de Aleoeten, Newfoundland, Labrador en Noord-Quebec. Twee kaarten voorin het boek en verschillende kleurenfoto’s helpen de lezer om een beeld te krijgen bij het gelezene. En de Russisch-orthodoxe kerken, het natuurschoon, de beren, maar ook het leven aan de rand van de samenleving vormen inderdaad een mooie illustratie.

Net als in Zilverig licht wisselt Zwier de eigen observaties af met verwijzingen naar andere avonturiers en reisliteratuur. Natuurlijk komen de ervaringen van Chris McCandless voorbij, de hoofdpersoon uit Jon Krakauers boek Into the Wild en de gelijknamige film. Maar ook Jack London ontbreekt niet met The Call of the Wild. Ook de plaatsen uit Shipping News van Annie Proulx, een boek over de onherbergzame kust en het harde leven van Newfoundland worden bezocht. Het is de ‘Zwier-formule’, zoals het ook wel wordt genoemd. Eigen beleving en herinneringen worden vermengd met de reisliteratuur en de ervaringen van de reizigers die hem zijn voorgegaan.

De auteur beschrijft ook het harde leven in deze streken. De door armoede en uitzichtloosheid ingegeven alcoholisme onder de oorspronkelijke bevolking, maar ook het lot van vele goedzoekers en – verder terug – het einde van de Deense ontdekkingsreiziger Vitus Bering in het onherbergzame Alaska. De onderwerpen worden aangestipt, maar het blijft bij observaties.

Voor wie hoopt meer te weten te komen over de oorspronkelijke bevolking in deze gebieden is dit niet het juiste boek. Het blijft bij een oppervlakkige kennismaking. Voor mij deed dit niet af aan het leesplezier. Het is een fijn geschreven en interessant reisverhaal, waarbij de schrijver in een stevig tempo doorreist. Hij is een echte reiziger. In gedachten is hij alweer verder, nooit hier maar altijd daar.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Het water komt

Opmaak 1Over Hoogvlakte van Naomi Rebekka Boekwijt (2014)

Een rood-witte voorkant, strakke vormen, reliëf, de contouren van bergtoppen. Dit in combinatie met de titel is te aantrekkelijk om in het rek te laten staan. Als ook nog in de eerste zin van de tekst op de achterkant het woord “Zwitserse” opduikt is de beslissing snel gemaakt. Dit boek gaat mee naar huis. Ik heb nu eenmaal een zwak voor Zwitserland.

Het eerste hoofdstuk stelt niet teleur. Door de ogen van de Nederlandse Maite van Veen beleven we een doorsnee dag op een oude boerderij in het Zwitserse Feldi, een dorpje aan de rivier de Thur. Sinds anderhalf jaar werkt de jonge vrouw voor de oude Moser. Ze melkt, bouwt afscheidingen en rooit aardappels. ’s Avonds tijdens de broodmaaltijd doet de oude boer een onheilspellende uitspraak “Het water komt. […] Ik moet een ark bouwen”.

De dreiging blijft het hele boek voelbaar, terwijl het normale leven doorgaat. In korte zinnen wordt het boerenleven geschetst. De werkzaamheden die dag in dag uit gedaan moeten worden in de verstilde omgeving van het Zwitserse dal, waar weinig veranderd is ten opzichte van 100 jaar geleden. Zo gaat het melkvee elk jaar nog de berg op. Met een veewagen, dat dan weer wel. Ook de landbouwmachines worden met naam en toenaam genoemd. Het contrast van de huidige tijd.

Maite is het benauwende Nederland ontvlucht om in het kalme boerenleven lucht te krijgen. Maar dit leven benauwt haar ook, alleen op een andere manier. Het werk gaat altijd door, ze heeft weinig sociale contacten binnen de onverschillige Zwitserse gemeenschap en Moser lijkt steeds meer waanzinnige trekjes te vertonen. Af en toe ziet ze weer waar ze het voor doet:

“Het was een graad of twee. De zon kwam op en zorgde voor een palet van roze, oranje en blauw. Door de vorst glinsterden de weilanden wit van rijp. Ik rook de geur van vuur in een kacheloven. Zo mocht het altijd zijn. Dat was het wat me daar hield. Niet de mensen.”

Dan komt er een onverwachte liefde op haar pad. Ze voelt weer even de vrijheid, maar die blijkt ook zijn ups en downs te hebben. Onderwijl blijft het water stijgen. Zal Moser dan toch gelijk krijgen?

Dit boek geeft een inkijkje in het Zwitserse boerenleven dat niet zo romantisch is als het wellicht op een vakantie lijkt. Maite ontvluchtte het vluchtige Nederland maar nam daarbij zichzelf mee. Ze is en blijft een buitenlander. Anders dan de lokale bevolking. Ze zoekt iets dat misschien niet meer bestond, “waarden waar ik vroeger over hoorde preken”. Ze trof ze niet aan. Er klinkt teleurstelling in door, maar ook gelatenheid. Boekwijt beschrijft dit goed. Je ziet Maite na gedane arbeid wegrijden op haar motor, verzonken in gedachten.

In het boek vond ik ook een paar op zichzelf staande zinnen om te onthouden. Zo wordt het blauwe uur beschreven. Het moment in de vroege ochtend wanneer het nog niet licht is, maar de hemel ook niet meer zwart is. Ook de zin “De woorden bezetten mij” is me bijgebleven. “De taal is altijd om ons heen – wij kunnen niet over haar spreken zonder door haar getekend te zijn.”

Hoogvlakte zet aan tot nadenken. Hoe is een land dat je enkel kent vanuit je hoedanigheid als toerist eigenlijk als je er daadwerkelijk woont? Hoe lang zet je dan door en wanneer is het moment aangebroken om terug te gaan? Je vormt je een beeld van iets dat wellicht beter een beeld had kunnen blijven.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015