Boek met adempauzes

Over Charlotte van David Foenkinos (2014)

Ik lees de laatste tijd meer bibliotheek e-books op mijn iPad. De keus is tegenwoordig steeds ruimer en de paar jaar oude boeken staan lang niet allemaal in analoge versie op de plank van mijn bibliotheek. Een van die boeken was Charlotte van David Foenkinos. Na positieve recensies op Goodreads kwam dit Franse boek op mijn NTL-lijstje terecht. Vorige week in de trein begon ik erin en terwijl de regendruppels gemoedelijk – en iets minder gemoedelijk – tegen de ramen tikten las ik de eerste hoofdstukken. Gisteren las ik de laatste pagina.

Zoals de titel al verraadt draait dit boek om Charlotte. Het betreft Charlotte Salomon, een kunstenares die van 1917 tot 1943 leefde. De schilderijen die zij gemaakt heeft, bevinden zich tegenwoordig in Nederland, in het depot van het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Ik kende haar niet, maar na dit verhaal over haar leven, de geschiedenis van haar familie, wil ik haar – en haar schilderijen – graag beter leren kennen.

Charlotte woont in Berlijn en heeft een Joodse vader, een vooraanstaand chirurg. In de familie van haar moeder is zelfmoord gemeengoed en zit de ‘waanzin’ in de genen. Haar oma, tante, maar ook haar moeder komt op deze manier aan haar einde. Charlotte is dan acht en ze groeit op als een meisje dat veel op zichzelf is. Haar vader hertrouwt en Charlotte en haar stiefmoeder kunnen het goed met elkaar vinden. Ze blijkt veel talenten te hebben en tekent graag.

In de jaren 30 wordt het steeds lastiger voor Joden in het fascistische Duitsland. Door haar talent wordt ze toch toegelaten tot de kunstacademie. Vlak voor de oorlog ontvlucht ze Duitsland naar haar grootouders die in Zuid-Frankrijk verblijven. Hier pakt ze het schilderen weer op, kunst is haar houvast in deze onzekere tijden. Ze schrijft en tekent haar autobiografie, leert de liefde (weer) kennen, maar vanuit hier vertrekt ze ook op haar laatste reis. Naar Auschwitz, 26 jaar oud.

Wat meteen opvalt is de bladspiegel, de manier waarop de zinnen gerangschikt zijn op de pagina. Elke zin staat op een nieuwe regel, na een beperkt aantal zinnen volgt een witregel. Een gedicht!, was mijn eerste gedachte. Maar het blijkt anders. De auteur pakt af en toe het woord in deze roman en vertelt dat hij adempauzes nodig heeft. Hij is al jaren geobsedeerd door Charlotte en in verschillende van zijn romans komt zij terug. Maar een boek over haar schrijven, lukte hem niet. Tot nu toe.

“Ik begon, ik probeerde, dan gaf ik het op.
Het lukte me niet twee zinnen achter elkaar te schrijven.
Op elk punt voelde ik dat ik vast zat.
Onmogelijk om verder te gaan.
Het was een fysieke gewaarwording, een beklemming.
Ik merkte dat het nodig was steeds op een nieuwe regel te beginnen, om lucht te krijgen.”

Na elke zin is nu een pauze ingelast. Na verschillende alinea’s – die verdacht veel lijken op strofes – volgt een nieuw hoofdstuk. Het is een boek met veel pauzes, ademmomenten om een kort en heftig leven te kunnen beschrijven.

Omdat de zinnen op één regel moeten passen, zijn ze kort en sober. Het maakt voor mij de tekst afstandelijk. In korte zinnen wordt een geschiedenis neergezet die gekenmerkt wordt door dood, verdriet, depressie en onmacht. Maar zodra de schrijver weer van zich laat horen, wordt het boek persoonlijk. Hij vertelt kort waarom hij een bepaalde keuze heeft gemaakt in de tekst. Maar ook wat hij voelde toen hij voor het huis in Berlijn stond waar Charlotte woonde. De huidige eigenaar laat hem niet binnen en al wat rest van Charlotte, haar vader en stiefmoeder zijn de Stolpersteine.

Deze mix tussen inhoud, vorm en de persoonlijke noot van de auteur maakt dit tot een boek waar ik eerst wat vreemd tegenaan keek, maar in mijn hoofd bleef hangen naarmate ik verder kwam. Ik wilde meer weten over Charlotte, zien hoe haar schilderijen er eigenlijk uitzien, maar ik was ook benieuwd waarom de auteur zo nieuwsgierig was geworden naar deze jonge kunstenares. Het werk, dat ze net voordat ze gedeporteerd wordt, schrijft en tekent, blijkt nog te bestaan en is onlangs in het Nederlands uitgegeven bij Uitgeverij Cossee, dezelfde uitgever als dit boek. Leven? of Theater? heet het en is een ‘graphic novel avant la lettre’ zoals de uitgever het noemt. ‘Dit is mijn hele leven’ zei Charlotte erover toen ze het werk bij een bevriende arts in bewaring gaf.

Een leven dat dit jaar precies 100 jaar geleden begon. Als markering van Charlottes honderdste geboortejaar organiseert het Joods Historisch Museum van 20 oktober 2017 tot en met 25 maart 2018 een expositie die gewijd is aan haar artistieke nalatenschap Leven? Of Theater?. Ik ben heel benieuwd.

Dit boek van Foenkinos is de ideale voorbereiding op de expositie. Lees dit boek langzaam en aandachtig. Haal adem na elke zin en laat het op je inwerken. Dit dunne boekje vertelt een interessant levensverhaal waar helaas veel te snel een einde aan is gekomen. Maar het is ook de zoektocht van een schrijver om het object van zijn obsessie tot leven te brengen, een poging om in het tastbare heden het verleden te laten herleven.

 

Advertenties

Waar ik mijn boekeninspiratie vandaan haal

Magie in de bibliotheek

In 2017 heb ik mezelf uitgedaagd om 130 boeken te gaan lezen. Het lijkt veel, maar is in werkelijkheid prima te doen. De tijd die ik naar en van mijn werk doorbreng in treinen en bussen breng ik veelal lezend door. Elke week gaan er wel een paar boeken doorheen. Het zijn meestal boeken die op mijn nog-te-lezen (NTL) lijst staan. Soms ook niet. Ik streef ernaar om een variëteit aan titels te lezen. Nieuw, maar ook oud, Nederlands, maar ook uit andere taalgebieden en landen. Maar hoe kom ik aan de titels die mijn NTL-lijst langer en langer maken?

Ik heb voor mezelf eens op een rijtje gezet waar ik mijn boekeninspiratie vandaan haal. Het rijtje blijkt verrassend langer dan verwacht.

Boekensites en boekbloggers

Allereerst is daar Goodreads. Deze internationale boekencommunity verenigt boekenliefhebbers van over de hele wereld. Je kunt lezers volgen of vrienden worden. Ook auteurs hebben hier hun eigen plek. Vrijwel alle boeken die ik lees zijn op deze boekensite terug te vinden. En anders kun je ze altijd zelf toevoegen. Mede-lezers plaatsen hier hun gelezen en nog te lezen titels op, beoordelen de boeken met sterren, schrijven recensies en wisselen in groepen informatie uit. Ik ben hier vrijwel elke dag te vinden en haal hier mijn meeste titels vandaan. Klein nadeel is dat ik nu ook veel Engelse boeken op mijn lijst heb staan, die in Nederlandse bibliotheken en boekhandels helemaal niet te vinden zijn. Toch maar eens een tripje plannen naar een Engelse stad om hele dagen in boekwinkels te sneupen…

Op Goodreads vind ik ook boekbloggers terug die ik al dan niet volg. Via een link kom ik bij hun recensies terecht en vaak ook weer bij andere artikelen en tips. Voor Nederlandse (zoals Lalagé), maar ook Engelstalige blogs (zoals Bookish Beck) is Goodreads een goed vertrekpunt. De boekbloggers zelf zijn meestal wel weer te volgen via social media als Twitter, Instagram of Facebook, waardoor je via meerdere kanalen op de hoogte kunt blijven.

Uiteraard volg ik nog veel meer boekbloggers die al dan niet regelmatig verslag doen van hun leeservaringen. Zo schrijven Jannie Trouwborst en Istvan Kops  voornamelijk over Nederlandstalige literatuur, heeft Literasa een voorkeur voor Frans(talig)e boeken en verschijnen er op de blog van Alex Hoogendoorn  regelmatig recensies en interviews, waaronder stukken die hij voor de Boekenkrant schreef. Dit is slechts een greep uit de enorme hoeveelheid boekbloggers die Nederland en België rijk is.

Ook Schwob is een fijne bron voor boekentips. Deze site is gericht op klassiekers die opnieuw worden uitgegeven. Elk jaar komt er een hele reeks aan nieuwe titels bij. Ook organiseert de organisatie leesclubs. De lijst met mij veelal onbekende boeken heeft me al mooie titels opgeleverd.

Literaire prijzen

Longlists en shortlists van literaire prijzen leveren ook een groot aantal onbekende titels en auteurs op, waarbij er altijd wel een paar aanraders zitten. Zo houd ik in ieder geval de Libris Literatuurprijs in de gaten en probeer elk jaar toch wel 10 titels te lezen van de huidige maar ook voorafgaande jaren.

Vorig jaar ontdekte ik de Europese Literatuurprijs. In het Nederlands vertaalde boeken uit een groot aantal Europese landen passeren hier de revue. De meeste titels zijn nieuw voor mij. Kortom, een bron van inspiratie. En gelukkig bestaat de prijs al sinds 2009, dus ik heb wat boeken om uit te putten. Titels uit bijvoorbeeld Estland of Finland kom ik buiten deze prijs om niet zo snel tegen.

Op Engelstalig gebied volg ik de Man Booker Prize en de Baileys Women’s Prize for fiction. Het levert interessante titels op van vaak onbekende boeken. Helaas duurt het meestal nog wel een tijdje voordat deze titels in de bibliotheek te krijgen zijn. Boekhandels hebben regelmatig wel de shortlist (vaak in vertaling) in hun assortiment.

Boekhandels en bibliotheken

Het e-bookaanbod van de bibliotheek groeit gestaag. Je zet de boeken vrij eenvoudig op de e-reader, iPad of telefoon en je hoeft er de deur niet voor uit. Fysieke boeken echter blijven een sterke aantrekkingskracht uitoefenen. De meeste titels haal ik dan ook persoonlijk uit de bibliotheek. Ik vind het helemaal niet erg om een uurtje door te brengen te midden van de boeken. De tafel met nieuwe boeken is standaard mijn eerste stop. Titels die ik bewust maar ook onbewust voorbij heb zien komen in de krant en op sites, neem ik mee. Ook ontdek ik er met enige regelmaat nieuwe titels. Ook de thematafels en de kasten zelf vereer ik regelmatig met een bezoekje.

Boekhandels probeer ik zoveel mogelijk te vermijden, maar af en toe kan ik de verleiding niet weerstaan. Zo kocht ik ooit heel wat delen van het verzamelde werk van Louis Couperus bij De Slegte. Ook bijzondere boekwinkels, zoals The American Book Center in Amsterdam en Den Haag, kan ik eigenlijk niet links laten liggen. Vaak kom ik dan niet met lege handen thuis. Tja, die Engelstalige boeken die niet in de bibliotheek te krijgen zijn, hè!

Kranten en brochures

Af en toe haal ik wel eens boektitels uit de NRC Boeken of uit de brochures met binnenkort te verschijnen boeken van een uitgeverij. Recensies met meerdere ballen plus een aansprekend verhaal doen boeken op mijn NTL-lijst belanden. Ook aantrekkelijke covers in brochures die je tegemoet glimmen vanaf de verschillende pagina’s zijn redelijk onweerstaanbaar.

Tips van personen

Tenslotte krijg ik nog wel eens boekentips van een vriendin, collega of familielid. Via de app van Goodreads op mijn telefoon kan ik ze dan vrijwel meteen op mijn NTL-lijst zetten. Ooit kreeg ik bij een bushalte een boekentip van een volslagen onbekende. Het betrof een boek uit de jaren 50 waar zij helemaal enthousiast over was. De plaatselijke bibliotheek had het boek in huis en als student Nederlands las ik de week daarna een Engelstalig boek over het leven van een Tibetaanse monnik. Het was een boek waar ik anders nooit mee in aanraking was gekomen. En het enthousiasme van de boekentipster was geheel terecht.

Nu ik mijn inspiratiebronnen zo op een rijtje zie staan, verbaas ik me erover hoe gevarieerd de bronnen zijn. En dit overzicht is zeker niet uitputtend, enkel persoonlijk. Eigenlijk kun je boekeninspiratie overal opdoen. Zelfs bij een bushalte.

Waar halen jullie je boekeninspiratie vandaan?

 

 

Verzamelaar van herinneringen

Over Het kleine leven van Norbert Jones van Marloes Kemming (2015)

Het kleine leven van Norbert Jones - Marloes Kemming

Norbert Jones is een verzamelaar. Niet zo iemand die maar spullen blijft binnenhalen om vervolgens te vervuilen in zijn eigen troep. Nee, Norbert heeft een collectie met bijzondere voorwerpen, schatten uit het verleden, als tegenwicht tegen de wegwerpmaatschappij en de vooruitgang. Althans, zo komt hij bekend te staan, nadat de plaatselijke krant een artikel over hem publiceert.

Norbert woont in het Engelse Exeter en is 77 jaar oud. Hij heeft net gehoord dat hij een aneurysma in zijn hoofd heeft dat waarschijnlijk binnen nu en een jaar zal knappen. Er is niks aan te doen, dus Norbert overziet zijn leven en besluit tot een soort afsluiting. Hij berekent dat hij bij elkaar ruim 19.000 voorwerpen heeft verzameld en daarnaast een meerdere decennia oud archief van krantenartikelen heeft opgebouwd. Met pijn in zijn hart neemt hij de moeilijke beslissing om er afstand van te doen. Het geld is voor zijn vrouw Emma.

Zijn schuur, waarin alles is verzameld, wordt een nostalgiewinkel. Alleen die potentiële kopers die een goed verhaal hebben bij het te kopen voorwerp mogen het voorwerp daadwerkelijk mee naar huis nemen. In het begin is het lastig om de spullen te laten gaan, maar Norbert krijgt er plezier in. Hij hoort de meest uiteenlopende verhalen en verkoopt zo flink wat voorwerpen, van kamerscherm tot horloge, van langspeelplaat tot bokshandschoen.

Door de voorwerpen maken we kennis met Norberts leven. Hoe hij nu al ruim 50 jaar samen is met zijn vrouw Emma, zijn gevoelens ten opzichte van zijn dochter Marie, maar ook over zijn eigen jeugd. Je leert zijn ouders kennen en ook zijn zusje Elisabeth (Beth). De eersten zijn al lang overleden, de laatste is op haar negende verdwenen en nooit meer teruggevonden. Het is nooit duidelijk geworden wat er gebeurd is.

Hij heeft het er nog altijd moeilijk mee en geeft zichzelf de schuld. Zijn hele leven is hij naar haar op zoek geweest. In de verzamelde voorwerpen en krantenartikelen meent hij haar te herkennen, hoe haar leven had kunnen verlopen. Met elk jaar dat verstrijkt, speurt hij de kranten af naar de ouder wordende Elisabeth. In een speciale map bewaart hij de verhalen over de vrouwen die zijn zus hadden kunnen zijn.

In mooie bewoordingen beschrijft Kemming het kleine leven van Norbert. Op het eerste gezicht typisch burgerlijk met de vaste dagelijkse patronen, maar langzaamaan ga je van Norbert houden. Je leert hem kennen en begrijpen en af en toe moet ik een brok wegslikken. Ook de verhalen van de kopers van de voorwerpen uit zijn verzameling zijn mooi en ontroerend.

Na 223 bladzijden was het boek uit. Veel te vroeg. Ik had nog veel meer willen lezen over Norbert. Het debuut van Marloes Kemming kan ik alleen maar aanraden. Neem de tijd en leef Norberts laatste maanden – en daarmee eigenlijk zijn hele kleine leven – mee. Het is een prachtig verhaal over herinneringen, ouder worden, loslaten, schuld, gemis en liefhebben. Maar ook over de verhalen van gewone mensen zoals jij en ik en hoe elk verhaal uniek is en waard om gehoord te worden.

2016: het jaar in boeken

En toen was het al weer 31 december. Het jaar is voorbij gevlogen, ook op boekengebied. Door mijn vele reisuren in treinen en bussen heb ik in 2016 meer boeken dan ooit gelezen. Tijd voor een terugblik.

In totaal las ik dit jaar 140 boeken, waarmee ik mijn Goodreads challenge van 110 boeken ruim overschreden heb. In tegenstelling tot andere jaren ontlopen het aantal mannelijke en vrouwelijke schrijvers elkaar nauwelijks. Het voornemen om meer boeken van vrouwelijke auteurs te lezen is hiermee gehaald.

Een ander voornemen was om minimaal 10 Man Booker Prize genomineerden te lezen. Op de site van de Man Booker Prize kun je in de archieven de genomineerden terugvinden. Begin dit jaar heb ik een hele rij toegevoegd aan mijn NTL-lijstje. Het heeft gewerkt, in december las ik Februari (2010) van Lisa Moore als tiende Man Booker Prize genomineerde van dit jaar.

Februari Lisa Moore
Tussen die Man Booker Prize-boeken zaten, net als voorgaande jaren, een paar pareltjes. Het groene pad (2015) van Anne Enright maakte indruk. Een roman over een Ierse familie, waarin de moeder worstelt met haar greep op het moederschap en haar (inmiddels) volwassen kinderen. Een boek dat er echt uitsprong is History of the Rain (2014) van Niall Williams. Wederom gesitueerd in het regenachtige Ierland vertelt Ruth Swain, bedlegerig, het verhaal van haar familie. Op Goodreads  schreef ik het volgende:

“Wat een indrukwekkend boek! Neem je tijd, laat de zinnen op je inwerken, ga op in die eeuwige regen en beleef Ierland door de ogen van Ruth. Het is een boek over schrijven, dichten, boeken, verlies en familie. Geschreven met veel humor in prachtige zinnen. Lees dit boek en als het even kan in het Engels.”

 

History of the Rain Niall Williams

De kathedraal van de zee (2006) van Ildefonso Falcones was met 656 bladzijden het dikste boek dat ik las dit jaar. Een boek dat al jaren op mijn NTL-lijstje (en eigenlijk ook al lang op mijn e-reader) stond, na een tip van een collega. Hoewel het een interessant onderwerp behandelt – de bouw van een kathedraal in het 14e-eeuwse Barcelona – werd ik niet echt gegrepen door het verhaal.

Al met al las ik nog 9 andere oorspronkelijk in het Spaans geschreven boeken. Daarnaast natuurlijk ook Nederlandse (52x), Engelse (43x), Duitse (9x), Franse (7x), Italiaanse (5x), Zweedse (4x), Noorse (3x), Japanse (2x), Koreaanse (1x), Afrikaanse (1x), Deense (1x), Turkse (1x) en Finse (1x) boeken. 9 hiervan waren genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Ik las 17 debuten, 11 verhalenbundels, 4 columnbundels (waaronder het humoristische De groene overmacht (2004) van Maarten ’t Hart over moestuinieren en nog veel meer), 5 dystopieën, en 2 reisverhalen.

De groene overmacht Maarten 't Hart
Verder veel verhalenbundels dit jaar. Een genre dat lijkt te winnen aan populariteit. Uitgeverij Podium heeft zelfs een hele reeks gewijd aan het korte verhaal. Dit jaar verscheen het 15e deel. Van de bundels die ik dit jaar las beleef ik goede herinneringen aan Het astronomische logboek voor zomermisdaden (2006) van Karen Russell. Een aanrader voor iedereen die van surreële verhalen houdt. Ze zijn af en toe zo origineel dat je bijna gaat geloven in het bestaan van het vertelde.

Het oudste boek dat ik las, is En de akker is de wereld (1947) van Dola de Jong over Europeanen die vlak voor de Tweede Wereldoorlog vanuit Europa naar Marokko vluchten. Het 70 jaar oude boek behandelt hiermee een heel actueel thema. Dit is een herontdekte titel en opnieuw uitgegeven. Een trend in de boekenwereld. Denk alleen al aan de werken van John Williams. Schwob.nl maakt zich hard voor dit soort “belangrijke boeken die we niet kennen, waar we niets over horen of lezen, die niet verkrijgbaar zijn in het Nederlands.” Ik haal veel titels van deze website voor vergeten of onontdekte boeken.

En de akker is de wereld Dola de Jong
En wat was nu het beste boek dat ik gelezen heb dit jaar? Zonder twijfel is dat On the beach (1957) van Nevil Shute. Een klassieker over de wereld na een nucleaire oorlog. Het leven op heel het noordelijk halfrond is door radioactieve straling verdwenen en de straling drijft langzaam maar zeker naar het zuidelijk halfrond. In Australië kan men niks anders doen dan afwachten. Iedereen beleeft het naderende einde op zijn eigen manier. Wat zou jij doen als je wist dat de wereld zoals je die kent over een paar maanden op zou houden te bestaan? De beschrijving van dit wachten in mooie zinnen, rustig en kabbelend, is indrukwekkend. Het boek blijft je bij en zet je aan tot nadenken.

On the beach - Nevil Shute
2016 was een mooi boekenjaar. Op naar het volgende. Wederom met een Goodreads challenge. Ik leg de lat in 2017 wat hoger dan dit jaar: 130 boeken, waarvan wederom 10 Man Booker Prize genomineerden. Dat is me goed bevallen dit jaar.

Ik wens jullie een inspirerend en verrassend boekenjaar toe!

Een sprookje vermomd als roman

Over De truc van Emanuel Bergmann (2016)

“Aan het begin van de twintigste eeuw leefde in Praag een man met de naam Laibl Goldenhirsch.”

Het klinkt als het begin van een sprookje, deze eerste zin uit de debuutroman van de Duitse schrijver Emanuel Bergmann. En dat is het eigenlijk ook. In twee verhaallijnen worden twee levens gevolgd. Dat van Mosche Goldenhirsch en dat van Max Cohn. Twee Joodse jongens, die het beide beter hadden kunnen treffen. Max’ verhaal begint in de laatste decennia van de 20ste eeuw, het leven van Mosche in de eerste decennia van die eeuw.

Nazi-Duitsland
De hierboven genoemde Laibl leeft in een woelige tijd. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, wordt hij opgeroepen om mee te vechten. Tijdens zijn afwezigheid blijkt zijn vrouw Rifka zwanger te zijn geworden.  Zij beweert dat het een wonder is, maar hij is niet van gisteren en verdenkt de buurman, een slotenmaker. Uiteindelijk besluit hij het toch te accepteren. Hij had altijd al een zoon willen hebben.

Mosche Goldenhirsch heet het ziekelijke kind. Hij is stil en teruggetrokken. Dan wordt Rifka ziek en overlijdt als Mosche negen is. Op een dag neemt de buurman (juist, de slotenmaker) hem mee naar het Wonder-Circus en daar ziet Mosche een goochelaar. Hij is zo gefascineerd door wat hij ziet dat hij besluit dat hij dit ook wil gaan doen.

Mosche loopt weg van huis en sluit zich aan bij het circus. Hij leert de kneepjes van het goochelaarsvak, en na een aantal jaren trekt hij met prinses Ariana van Perzië, oftwel Julia Klein, naar Berlijn waar hij succesvol wordt als illusionist en mentalist. Duitsland begint echter steeds meer te veranderen en het leven wordt er niet beter op voor Joden. Mosche gaat inmiddels met een valse pas door het leven als de Perzische Zabbatini en kan dus redelijk rustig doorleven.

De truc Emanuel  Bergmann
De truc staat op 27 november 2016 op nummer 5 in de Libris Top 10

Los Angeles
Mosches verhaal wordt afgewisseld met een tweede verhaallijn, die van Max Cohn. Max is een elfjarige jongen die in de “Stad der Engelen” woont in de Verenigde Staten. Zijn ouders gaan scheiden en hij denkt dat het zijn schuld is. Max heeft namelijk gewenst dat zijn vader zou verdwijnen. Zijn moeder ziet voornamelijk “die sloerie van een yogalerares” als oorzaak.

Als op een dag zijn vader verhuist naar diens moeder ziet Max in een van de dozen een langspeelplaat van de grote Zabbatini. Op de plaat legt Zabbatini zijn toverspreuken uit en leert hiermee ook de luisteraar goochelen. Max is onder de indruk en vindt “die man […] nog cooler dan James Bond”. Om het huwelijk van zijn ouders te redden, wil hij de spreuk van de liefde leren. Maar de plaat blijkt net op dat punt een kras te hebben.

Max is niet voor één gat te vangen en gaat op zoek naar de grote Zabbatini. Hij vindt hem uiteindelijk in een huis voor actieve senioren. Het blijkt een onhebbelijke, vieze, oude man te zijn die niets van Max wil weten. Maar Max houdt vol en langzaam maar zeker komen beide nader tot elkaar.

Dromen en magie
De twee verhaallijnen zijn innig met elkaar verweven. Niet alleen ontmoeten de twee jongens (waarvan er op dat moment één niet meer zo jong is) elkaar. Ook lijken ze meer op elkaar dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Beide jongens groeien op in een wereld die ze graag anders hadden gezien. Een wereld zonder scheidingen, oorlogen en rassenhaat. Beide hebben ze dromen en doen hard hun best om die dromen te verwezenlijken.

Het irrationele speelt een belangrijke rol. Zowel Mosche als Max willen graag geloven in de goochelkunst, in de illusie, in de magie. Als Mosche voor de laatste keer optreedt als de grote Zabbatini gelooft hij vol overtuiging in zijn eigen krachten. Misschien, denk hij, worden de ouders van Max echt wel weer verliefd op elkaar.

Dit magische aspect is een van de vele ingrediënten die deze roman tot een sprookje maakt. Naast magie is er een alwetende verteller, hebben de personages hun eigen queeste, zijn er hoofdstuktitels zoals ‘Max en de magiër’ die zelf ook weer een heel nieuw sprookje hadden kunnen zijn, worden de personages afstandelijk beschreven en worden grote, belangrijke gebeurtenissen even tussen neus en lippen genoemd.

Zo schrijft Bergmann over het einde van de Eerste Wereldoorlog: “Er werd gejoeld, gedanst, er werden wat ramen stukgesmeten zoals nou eenmaal gewoon is bij heuglijke gebeurtenissen” en even verderop vat de schrijver de gevolgen nog even kort samen.

“In Duitsland en Rusland was een revolutie uitgebroken. De Tsaar en zijn aanhang waren afgeslacht. De Duitse keizer was op vakantie en besloot ook maar te blijven.”

Dit alles wordt met veel vaart en vooral ook humor beschreven. De meest onvoorstelbare gebeurtenissen komen voorbij, maar passen prima in het sprookje dat Bergmann de lezer voorschotelt. Wij lezers zijn het publiek van de verteller en gaan met hem mee in zijn verhaal. Een goochelaar, zo leert Mosche, is eigenlijk ook een verteller. En goochelkunst is niets anders dan een vorm van verhalen vertellen. Zo beseft Mosche

“dat de ware truc zich altijd alleen afspeelde in het hoofd van de kijkers. De kunst was niet de verandering door de mechaniek van de handgrepen of rekwisieten, de kunst bestond uit de transformatie van de gevoelens.”

En dat is precies de verandering die zich bij de lezer van deze roman voltrekt. Je begint te lezen in een roman en slaat uiteindelijk de laatste bladzijde van een sprookje om.

Met dank aan WPG Uitgevers voor het digitale recensie-exemplaar.

Mankells laatste boek

Over Zweedse laarzen van Henning Mankell (2015)

Zweedse laarzen Henning MankellIk kende de schrijver van naam, van de misdaadromans waarin inspecteur Wallander een hoofdrol heeft. Het is een genre boeken dat ik slechts sporadisch lees. In de vakantiebieb-app van de bibliotheek trok de voorkant me op de een of andere manier toch aan. Nieuwsgierig geworden, zocht ik het betreffende boek op op Goodreads. Het bleek helemaal geen thriller te zijn, maar een literaire roman. Ook was het niet Mankells enige literaire werk. Wat het bijzonder maakte, was dat Zweedse laarzen uit 2015 zijn laatste boek was, zijn allerlaatste. In dat jaar overleed de schrijver. Het verhaal sprak me aan en met nog 10 dagen te gaan voordat de vakantiebieb weer sloot, zette ik het boek op mijn iPad en liet ik me meevoeren naar de Zweedse scherenkust.

Meteen op de eerste bladzijden maken we kennis met Fredrik Welin, 70 jaar, chirurg in ruste en hoofdpersoon van dit boek. Hij woont op een van de eilandjes van de Zweedse scherenkust in een huis dat door zijn grootouders is gebouwd. Het huis in kwestie is net tot de grond toe afgebrand en Fredrik heeft zich ternauwernood in veiligheid kunnen brengen. In de haast weg te komen heeft hij twee linkerlaarzen aangetrokken. De zoektocht naar een juist paar laarzen van Zweedse makelij loopt als een rode draad door dit boek. Fredrik neemt tijdelijk zijn intrek in een caravan die ook op het eiland staat en probeert zijn leven weer op te pakken. Dan rijzen er vragen omtrent de oorzaak van de brand.

Naarmate het boek vordert, leer je Fredrik beter kennen. Hij komt over als een weinig sympathieke, norse man, die weinig contacten heeft. Het is eenzaam leven op het eiland. Af en toe komt zijn buurman langs. De voormalige postbode en hypochonder woont een paar eilanden verderop en staat altijd voor hem en zijn bezoekers klaar. Fredrik moet echter maar weinig van hem hebben. Hij zoekt toenadering tot een 30 jaar jongere journaliste die schrijft over de brand, maar wat zij precies hebben, blijft lange tijd onduidelijk.

Wat opvalt is de beklemmende sfeer die uit het boek spreekt. Je kunt er als lezer bijna niet omheen. Een duidelijke oorzaak is het verlies dat door de pagina’s heen sijpelt. Het verlies van al zijn bezittingen als Fredriks huis afbrandt, het verlies van jeugdigheid als de ouderdom langzaam maar zeker terrein wint. Maar het is ook het verlies van zijn geliefde, dat in het aan dit boek voorafgaande boek Italiaanse schoenen (2006) plaatsvindt. De komst van zijn dochter Louise maakt deze herinnering weer springlevend.

Hoewel het boek geen misdaadroman is brengen de beklemmende sfeer, de vraag wie nu eigenlijk de brand heeft aangestoken en een paar onverklaarbare zaken een onderhuidse spanning met zich mee. De vreemde relatie die Fredrik met zijn dochter heeft, draagt hier ook aan bij. Wat doet Louise eigenlijk in het dagelijkse leven, waarom verdwijnt ze af en toe? Ik kan me voorstellen dat Mankell in zijn misdaadromans deze spanning ook geregeld inzet.

De ruige natuur van de eilanden vormt een goed decor voor de gebeurtenissen. Bomen en rotsen maken het gebied niet overzichtelijker en in de verlatenheid van zijn eiland is Fredrik op zichzelf aangewezen. Het brengt de lezer aan het twijfelen, wie anders dan hij moet de brand hebben aangestoken? Dat het boek – geschreven in de ik-vorm – verteld wordt vanuit Fredrik versterkt dit alleen maar. De ruige natuur wordt door de schrijver met veel aandacht neergezet. Je ziet het voor je en voor je het weet word je meegevoerd naar de Zweedse scherenkust. Een gebied bezaaid met eilandjes, waar ik altijd nog een keer heen wil.

Ik las het boek onderweg naar mijn werk, in de trein die het platte Nederlandse landschap van weilanden doorkruiste. Ik heb er weinig van gezien, mijn gedachten waren aan het begin en einde van twee werkdagen in Zweden. Zweedse laarzen mag dan ook met recht een boek genoemd worden, waarin je helemaal op kunt gaan. Het voert je mee naar andere oorden.

Op Twitter ontstond een gesprek over o.a. Mankells boek naar aanleiding van dit citaat:

Zweedse laarzen twitter

De bibliotheek (@bibliotheek) schreef dat de vakantiebieb je dit jaar op de gekste plekken kan brengen. Reizen zonder zelf op reis te gaan. Ik kan dit alleen maar onderschrijven. Zo bracht de vakantiebieb me deze zomer al naar Ierland (Nora van Colm Toíbín) en Hong Kong (Bidden en vallen van Henk van Straten), maar Zweden beviel me het beste. Het is een leuk cadeau van de vakantiebieb in de zomermaanden. Ik kijk nu al uit naar de reizen van volgend jaar.

Over moestuinieren

Over De groene overmacht van Maarten ’t Hart (2004)

De groene overmacht Maarten 't Hart
Een paar jaar geleden was ik groot fan van de televisieserie Maartens moestuin waarin de schrijver elke aflevering gedurende een jaar wordt gevolgd bij het planten, oogsten en bereiden van een bepaalde groente. Zijn moestuin is gelegen op de zware zeeklei, dat maakt het een vak apart. De klassieke muziek, zijn houten kas en het feit dat je vanuit een zaadje de meest wonderlijke groenten kunt kweken, spraken me erg aan. Regelmatig citeert hij uit een boek, ook zijn eigen boek over moestuinieren. Die moet ik lezen, besloot ik toen.

We zijn inmiddels twee jaar verder. Een paar weken geleden las ik eindelijk De groene overmacht, een serie kostelijke columns die grotendeels eerder verschenen in het NRC Handelsblad. De bundel is mooi vormgegeven in een groot formaat boek. Tussen de columns door staan af en toe zwart-wit tekeningen van Peter Vos in de stijl van de omslag. De tuinierder aan het werk, niet meer te onderscheiden van de planten in zijn tuin.

Tekeningen van Peter Vos in 'De groene overmacht'
Tekeningen van Peter Vos in ‘De groene overmacht’

Ik lees de columns met uitzicht op een aantal tomatenplanten met tomaten die elk moment hun uiteindelijke kleur kunnen aannemen. Het boek stelt niet teleur, integendeel. Wat kan de man humoristisch schrijven over groente. De zoon van een tuinder behandelt onderwerpen die menig moestuinierder wel eens uit zijn slaap hebben gehouden: het weer, ongedierte, onkruid en plantenziekten. Hij vertelt over mollen, slakken, over knopkruid. Hij brengt welhaast een ode aan crosne, een vergeten groente die in zijn tuin geen succes is. En als je over zijn geiten Adu en Jozef leest zie je de beesten rondlopen. De een zachtaardig, zwijgzaam en vraatzuchtig, de ander gewelddadig, treurig en zeer spraakzaam.

In de columns haalt ’t Hart regelmatig andere schrijvers aan. Auteurs van nieuwe en oudere boeken over ’s lands flora en fauna, vergeten groente en fruitteelt, waarmee hij het lang niet altijd eens is. Maar ook Schopenhauer passeert de revue, Simon Vestdijk en Geert Mak. Zij vormen een inspiratie maar ook een ergernis. In verrassend veel romans staan zaken over planten geschreven die niet kloppen. Althans niet in de ogen van ’t Hart. Hij schroomt dan ook niet om deze in zijn columns uitgebreid te behandelen.

Het maakt de bundel tot meer dan enkel een boek over tuinieren. ’t Hart toont de lezer een inkijkje in zijn gedachtewereld. Een wereld die door alle onverwachte gebeurtenissen in een moestuin, altijd voldoende input blijft houden. Het inspireert hem, maar mij ook.

Na het lezen van Het compostcirculatieplan (2016) van Anton Valens was ik ervan overtuigd geen volkstuin te willen. Nu ben ik blij met de tomatenplanten die welig tieren in mijn achtertuin. Wie weet komt er volgend jaar wel een bonenplant bij, of een aardappelplant, of misschien zelfs wel crosne. Onze tuin ligt niet op de zware zeeklei. Maar met de tips die ’t Hart erbij geeft, moet een extra groenteplant zeker lukken.

Eilandboeken

Op pagina 57 van de nieuwe verhalenbundel Gezellige verhalen (2015) van Marente de Moor kom ik het woord weer tegen dat me afgelopen tijd vaker is opgevallen in de media: islomania oftewel eilandgekte. Het klinkt een stuk aangenamer dan pyromanie, maar wat is het precies?

Gezellige verhalen Marente de Moor
De mannelijke helft van de twee stellen in het verhaal Baksmaten heeft duidelijk last van die gekte. De twee vrienden brengen hun vakanties door op en onderweg naar eilanden. Ze zijn er welhaast door bezeten. Als het verhaal begint, bevinden ze zich op een cruiseschip ergens in de Stille Zuidzee. Ze hebben net Paaseiland bezocht en zijn nu op weg naar de Pitcairneilanden. Het klinkt als een exotische vakantie maar valt in de praktijk wat tegen. Negen dagen op volle zee en tussendoor slechts een paar kleine eilandjes om te bezoeken. De echtgenotes zijn het erover eens: als het aan hen had gelegen hadden ze nu op de cruise Singapore Dreams gezeten.

De mannen echter houden nu eenmaal van eilanden en kaarten, hydrografische kaarten wel te verstaan. Als voormalig zeebonken hebben ze elkaar jaren geleden gevonden in hun liefhebberij. Op Pitcairn aangekomen gaan ze op eigen houtje op zoek naar een verdwenen eiland. Want eilanden willen nog wel eens verdwijnen. Ze zinken, ze verplaatsen of ze zijn er nooit echt geweest. Dit draagt bij aan het mysterie dat om een eiland hangt. Marente de Moor maakt hier in dit verhaal dankbaar gebruik van.

Dat stuk land omgeven door water intrigeert mensen, al eeuwen lang. Je moet moeite doen om er te komen, je kunt niet weg wanneer je wil, de bewoners zijn ‘anders’, de elementen hebben er vrij spel en het water is nooit ver weg. Kortom, genoeg ingrediënten voor een goed verhaal.

Het is daarom niet verwonderlijk dat vele boeken het eiland in welke hoedanigheid dan ook, als onderwerp hebben. Ik las er afgelopen jaren heel wat, van reisverhaal tot roman, van sprookje tot thriller. Er is zelfs een echte eilandenatlas. Judith Schalansky schreef De atlas van afgelegen eilanden (2009) vanuit haar leunstoel. Opmerkelijke verhalen over vijftig eilanden die stuk voor stuk tot de verbeelding spreken.

Een greep uit andere eilandboeken die ik las, van oud naar nieuw:

•    Zuidenwind (1917) van Norman Douglas over een fictief eiland in de middellandse zee en zijn excentrieke bewoners;
•    Zilverig licht (2005) van Gerrit jan Zwier, een reisboek over o.a. Spitsbergen, IJsland en de Faroereilanden;
•    Stromboli (2007) van Fleur Bourgonje vertelt over het draaien van de film ‘Stromboli’ op het gelijknamige eiland in 1949 en de romance die zich daar afspeelde tussen regisseur en hoofdrolspeelster;
•    Het meisje met de glazen voeten (2009) van Ali Shaw, een sprookje waarbij op een afgelegen eiland vreemde dingen gebeuren
•    Pooldrift (2010) van David Mulder, hoofdpersoon Krijn vlucht naar een subtropisch eiland en doet daar zijn best om uit te blinken in zijn rol als lamlendige nietsnut
•    Hoger dan de zee (2012) van Francesca Melandri over een gevangeniseiland waar een paar bezoekers door onvoorziene omstandigheden de nacht door moeten brengen
•    Skios (2012) van Michael Frayn is een komische roman over een exclusief resort op een Grieks eiland. Het laat zien waar misverstanden toe kunnen leiden
•    Luchtvissers (2013) van Gerwin van der Werf over een bijna verlaten eiland met een buitenstaander. Hoe te overleven en hoe zijn de onderlinge verhoudingen in zo’n situatie?
•    Vlamberken (2014) van Lars Mytting waarin het ruige weer op de Shetland-eilanden een passend decor vormt voor het verhaal
•    Evenbeeld (2014) van Marianne en Theo Hoogstraaten, historisch thriller over de rampzalig verlopen reis van de Batavia en de stranding op eilandjes voor de kust van Australië

Nu ik hier zo induik, merk ik dat mijn gelezen-lijst bevolkt wordt door verrassend veel eilanden. Eilanden die ik slechts gezien heb door de ogen van de auteur, niet in levende lijve. Ik heb dan ook geen last van islomania en mag me geen insulafiel (eilandliefhebber) noemen, zoals Gerrit-Jan Zwier. Maar een eilandboekliefhebber, ja, daar wil ik me wel aan wagen. Maar ja, is daar ook een woord voor? Misschien een islobibliofiel?

Gezellige verhalen is een bundel waarin uiteenlopende personages op zoek zijn naar genegenheid en intimiteit. Dit is niet altijd even makkelijk te vinden. Lalagé schreef eerder over deze bundel en was erg enthousiast. Ik kan haar positieve woorden alleen maar onderschrijven.

Afgelopen jaren verscheen op deze blog regelmatig een recensie over een boek dat net dat beetje extra had. De boeken waren zeer divers, de recensies ook. Soms las ik een maand geen opvallend boek, soms twee achter elkaar. Mijn boekbelevingen vind je hier. Dit jaar wil ik het vanuit een andere invalshoek benaderen. Elke maand kies ik één boek uit waar iets verrassends in zit. Dat kan van alles zijn, een citaat, een vreemde naam voor een café, een gevoel dat je er aan over houdt, stijl, een woord, de mooie cover, muziek, noem het maar. Het vereist een wat andere manier van naar een boek kijken en laat je langer stilstaan bij het gelezene. Komend jaar ben ik gespitst op het  verwonderpunt.

Incognito jezelf zijn

Over Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte van Joachim Meyerhoff (2015)

Joachim Meyerhoff Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte
Een jaar geleden las ik mijn eerste boek van Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest (2013). Verrast door de schrijfstijl, de humor en niet in de laatste plaats het onderwerp werd ik fan van Meyerhoff. Toen A.W. Bruna Uitgevers mij een tijdje geleden vroeg of ik zijn nieuwe boek wilde recenseren, twijfelde ik geen moment.

Meteen al in het begin ben ik terug in de wonderlijke wereld van Meyerhoff. De hoofdpersoon Joachim is 20 en aangenomen op de toneelschool in München. Het blijkt lastig een kamer te vinden en hij trekt voor de eerste weken in bij zijn grootouders. Het worden drie jaren. Drie jaren in een schitterend huis waar nooit iets verandert. Drie jaren te midden van wonderlijke mensen die bijna 60 jaar samen zijn.

Grootvader is een markant man, emeritus hoogleraar in de filosofie en nog steeds scherp. Hij beheerst iets dat het tegendeel is van tovenarij, hij tovert met logica. Een talent dat bijvoorbeeld bij verloren fietssleutels goed van pas komt. Elke ochtend doet hij zijn gymnastiekoefeningen op het balkon. Door zijn leeftijd waren de oefeningen slechts een vage schaduw van wat ooit elegante en zwierige bewegingen waren. Meyerhoff beschrijft het mooi:

“Sommige oefeningen waren amper waarneembaar, minutenlang stond hij daar maar en gymde in zichzelf.”

Grootmoeder is een gewezen actrice en heeft nog steeds de air van een diva. Regelmatig blijkt haar acteerervaring uit haar theatrale uitroepen met bijbehorende gebaren, zoals: “Moooahhh …” (hier valt een lange pauze vol spanning) “de brie is verrukkelijk vanavond”. De geur van haar Dunhill menthol sigaret en de wolk Shalimar parfum maken dat zij niet ongemerkt voorbij kan gaan.

Het leven van deze bijzondere mensen lijkt een beetje op een sprookje. Dit verhaal ademt dezelfde atmosfeer als het eerste boek van Meyerhoff. De absurde rituelen die de grootouders erop na houden dragen hier aan bij. Op gezette tijden vloeit de alcohol rijkelijk. Sprookje en werkelijkheid vervloeien als de geschiedenis van hun leven samen wordt beschreven. Niet alles is altijd geweest zoals het nu lijkt.

Met zijn grootouders als thuisbasis doet Joachim zijn best om door de toneelschool heen te komen. Het gaat niet van een leien dakje. Hij was eraan begonnen met het idee dat toneelspelen jezelf verbergen is achter schmink, pruiken en dikke brillenglazen. Maar niets blijkt minder waar. Je moest juist jezelf zijn, jezelf blootgeven en jezelf laten zien. Dit blijkt erg lastig voor Joachim.

“Ik wilde op het toneel staan en daarbij niet worden gezien. Ik wilde incognito mezelf zijn.”

Met vallen en opstaan slaagt hij toch nog onverwacht en wordt ‘bühnenreife’. Zijn studiegenoten vinden snel een baan. Als het Joachim ook eindelijk lukt, blijft het toneelspelen een moeizame bezigheid voor hem. Tijdens de beschrijvingen van zijn strubbelingen betrapte ik mezelf op een zekere ergernis. Waarom toch doorgaan als het je niet ligt?, vroeg ik me af. Dit maakte dat de toneelschoolscènes mij minder aanspraken en ik uitzag naar het volgende hoofdstuk waarin de grootouders weer ten tonele werden gevoerd.

Hoewel dit boek een vervolg is op Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest is het heel goed op zichzelf te lezen. Ook hier ontbreken de humor en de treffende vergelijkingen niet. Het is een boek vol herinneringen aan een bijzondere studententijd maar bovenal een liefdevol portret van zijn grootouders.

Zwienden en sporken

En alweer bleven we ongedeerd - Hanna Bervoets

Voor het schap met maaltijdsalades slaat de twijfel toe. Makkelijk maar gezond komt in zoveel mogelijkheden. De blauwe kaas-peer met frambozenvinaigrette ligt gebroederlijk naast de Marokkaanse kip met couscous en munt-citroendressing. “Wil je echt gezond doen, neem mij dan!” lijkt de spinazie quinoa maaltijdsalade met soja-gember-sesamdressing mij toe te roepen. Ik zie ze een zucht slaken als ik naar de geitenkaas met honing-tijm dressing reik.

Een groot bord voor het schap belooft de koper een gratis spork bij aankoop van iedere maaltijdsalade, af te halen bij de servicebalie. Voor wie even niet meer wist wat een spork nu ook al weer precies was, staat het stuk bestek meer dan levensgroot afgebeeld onder de tekst. Een lepel en vork in één, uitgevoerd in een frisgroene kleur. Hij oogt hip. Je kunt er mee gezien worden als maaltijdsalade etende treinreiziger. Die wil ik uiteraard ook.

Een ‘spork’ is een goed voorbeeld van een – weliswaar Engels – samengesteld woord. Waarom een geheel nieuwe term bedenken voor een stuk bestek als de som der delen ook nog herkenning oplevert bij de gebruikers? Hen wellicht een glimlach ontfutselt als ze door hebben waar de naam vandaan komt? Toegegeven, het klinkt een beetje buitenaards, maar de naam is pakkend.

Hanna Bervoets stelt in haar columnbundel En alweer bleven we ongedeerd (2015) ook het gebruik van een samengestelde woord voor: de ‘zwiend’. Dit zijn vrienden van vrienden die niet jouw vrienden zijn. Je komt ze tegen op verjaardagen en bij verhuizingen, maar hoe noem je nu zo iemand? Bervoets vindt ze nog het meest op zwagers lijken: “je kiest ze niet zelf, het is jouw band met een ander die jullie tot elkaar veroordeelt. Voor ik verder ga, wil ik voorstellen om de vrienden van vrienden voortaan ‘zwienden’ te noemen.”

Bij menig lezer zal deze column een feest der herkenning zijn. Ja, dacht ik, toen ik het las, ik heb ook zwienden. Sommigen ken ik al jaren. Met de ene zwiend kun je het goed vinden, terwijl je met de andere na drie woorden al uitgesproken bent. Zo heb ik laatst nog met een zwiend een leuk gesprek gehad over Sri Lanka. Die paar keer per jaar dat ik haar zie, is net genoeg om op de hoogte te blijven van haar reizen.

Andere zwienden zie ik nooit meer. Als zwienden hebben wij onze band niet in de hand. De vriendschap tussen mijn vriend en zijn vriend was voorbij. En ook wij waren zwiend-af. “Ook in dat opzicht zijn het net zwagers. Na een scheiding ben je ze kwijt. Omdat je ze nooit écht hebt gehad.” Mijn vocabulaire is weer een woord rijker, of eigenlijk twee.

De tweede dankzij de supermarkt, waar ik even later met mijn maaltijdsalade bij de servicebalie sta. Ik tref er een zenuwachtige zaterdaghulp. “Een spork, een spork, ja, dat stond op een bord voor het schap, toch?” vraagt ze mij, terwijl ze alle laden opentrekt in de hoop het gevraagde object tegen te komen. Een paar telefoontjes later en nog meer opengetrokken laden en kastjes, draait ze zich naar mij om. “ik denk dat de sporken niet binnengekomen zijn, helaas. Maar goed dat u er naar vroeg, nu weten we het in ieder geval.”

Een goede daad rijker, maar zonder de hippe spork loop ik naar huis. Ongewild lijkt hij meer op de zwiend dan gedacht. Ik heb ‘m ook nooit écht gehad, bedenk ik me. En ach, met een mes en een vork is zo’n salade ook stukken makkelijker te eten. Zou er eigenlijk een ‘mork’ bestaan?

Afgelopen jaren verscheen op deze blog regelmatig een recensie over een boek dat net dat beetje extra had. De boeken waren zeer divers, de recensies ook. Soms las ik een maand geen opvallend boek, soms twee achter elkaar. Mijn boekbelevingen vind je hier. Dit jaar wil ik het vanuit een andere invalshoek benaderen. Elke maand kies ik één boek uit waar iets verrassends in zit. Dat kan van alles zijn, een citaat, een vreemde naam voor een café, een gevoel dat je er aan over houdt, stijl, een woord, de mooie cover, muziek, noem het maar. Het vereist een wat andere manier van naar een boek kijken en laat je langer stilstaan bij het gelezene. Komend jaar ben ik gespitst op het  verwonderpunt.