Een sprookje vermomd als roman

Over De truc van Emanuel Bergmann (2016)

“Aan het begin van de twintigste eeuw leefde in Praag een man met de naam Laibl Goldenhirsch.”

Het klinkt als het begin van een sprookje, deze eerste zin uit de debuutroman van de Duitse schrijver Emanuel Bergmann. En dat is het eigenlijk ook. In twee verhaallijnen worden twee levens gevolgd. Dat van Mosche Goldenhirsch en dat van Max Cohn. Twee Joodse jongens, die het beide beter hadden kunnen treffen. Max’ verhaal begint in de laatste decennia van de 20ste eeuw, het leven van Mosche in de eerste decennia van die eeuw.

Nazi-Duitsland
De hierboven genoemde Laibl leeft in een woelige tijd. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, wordt hij opgeroepen om mee te vechten. Tijdens zijn afwezigheid blijkt zijn vrouw Rifka zwanger te zijn geworden.  Zij beweert dat het een wonder is, maar hij is niet van gisteren en verdenkt de buurman, een slotenmaker. Uiteindelijk besluit hij het toch te accepteren. Hij had altijd al een zoon willen hebben.

Mosche Goldenhirsch heet het ziekelijke kind. Hij is stil en teruggetrokken. Dan wordt Rifka ziek en overlijdt als Mosche negen is. Op een dag neemt de buurman (juist, de slotenmaker) hem mee naar het Wonder-Circus en daar ziet Mosche een goochelaar. Hij is zo gefascineerd door wat hij ziet dat hij besluit dat hij dit ook wil gaan doen.

Mosche loopt weg van huis en sluit zich aan bij het circus. Hij leert de kneepjes van het goochelaarsvak, en na een aantal jaren trekt hij met prinses Ariana van Perzië, oftwel Julia Klein, naar Berlijn waar hij succesvol wordt als illusionist en mentalist. Duitsland begint echter steeds meer te veranderen en het leven wordt er niet beter op voor Joden. Mosche gaat inmiddels met een valse pas door het leven als de Perzische Zabbatini en kan dus redelijk rustig doorleven.

De truc Emanuel  Bergmann
De truc staat op 27 november 2016 op nummer 5 in de Libris Top 10

Los Angeles
Mosches verhaal wordt afgewisseld met een tweede verhaallijn, die van Max Cohn. Max is een elfjarige jongen die in de “Stad der Engelen” woont in de Verenigde Staten. Zijn ouders gaan scheiden en hij denkt dat het zijn schuld is. Max heeft namelijk gewenst dat zijn vader zou verdwijnen. Zijn moeder ziet voornamelijk “die sloerie van een yogalerares” als oorzaak.

Als op een dag zijn vader verhuist naar diens moeder ziet Max in een van de dozen een langspeelplaat van de grote Zabbatini. Op de plaat legt Zabbatini zijn toverspreuken uit en leert hiermee ook de luisteraar goochelen. Max is onder de indruk en vindt “die man […] nog cooler dan James Bond”. Om het huwelijk van zijn ouders te redden, wil hij de spreuk van de liefde leren. Maar de plaat blijkt net op dat punt een kras te hebben.

Max is niet voor één gat te vangen en gaat op zoek naar de grote Zabbatini. Hij vindt hem uiteindelijk in een huis voor actieve senioren. Het blijkt een onhebbelijke, vieze, oude man te zijn die niets van Max wil weten. Maar Max houdt vol en langzaam maar zeker komen beide nader tot elkaar.

Dromen en magie
De twee verhaallijnen zijn innig met elkaar verweven. Niet alleen ontmoeten de twee jongens (waarvan er op dat moment één niet meer zo jong is) elkaar. Ook lijken ze meer op elkaar dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Beide jongens groeien op in een wereld die ze graag anders hadden gezien. Een wereld zonder scheidingen, oorlogen en rassenhaat. Beide hebben ze dromen en doen hard hun best om die dromen te verwezenlijken.

Het irrationele speelt een belangrijke rol. Zowel Mosche als Max willen graag geloven in de goochelkunst, in de illusie, in de magie. Als Mosche voor de laatste keer optreedt als de grote Zabbatini gelooft hij vol overtuiging in zijn eigen krachten. Misschien, denk hij, worden de ouders van Max echt wel weer verliefd op elkaar.

Dit magische aspect is een van de vele ingrediënten die deze roman tot een sprookje maakt. Naast magie is er een alwetende verteller, hebben de personages hun eigen queeste, zijn er hoofdstuktitels zoals ‘Max en de magiër’ die zelf ook weer een heel nieuw sprookje hadden kunnen zijn, worden de personages afstandelijk beschreven en worden grote, belangrijke gebeurtenissen even tussen neus en lippen genoemd.

Zo schrijft Bergmann over het einde van de Eerste Wereldoorlog: “Er werd gejoeld, gedanst, er werden wat ramen stukgesmeten zoals nou eenmaal gewoon is bij heuglijke gebeurtenissen” en even verderop vat de schrijver de gevolgen nog even kort samen.

“In Duitsland en Rusland was een revolutie uitgebroken. De Tsaar en zijn aanhang waren afgeslacht. De Duitse keizer was op vakantie en besloot ook maar te blijven.”

Dit alles wordt met veel vaart en vooral ook humor beschreven. De meest onvoorstelbare gebeurtenissen komen voorbij, maar passen prima in het sprookje dat Bergmann de lezer voorschotelt. Wij lezers zijn het publiek van de verteller en gaan met hem mee in zijn verhaal. Een goochelaar, zo leert Mosche, is eigenlijk ook een verteller. En goochelkunst is niets anders dan een vorm van verhalen vertellen. Zo beseft Mosche

“dat de ware truc zich altijd alleen afspeelde in het hoofd van de kijkers. De kunst was niet de verandering door de mechaniek van de handgrepen of rekwisieten, de kunst bestond uit de transformatie van de gevoelens.”

En dat is precies de verandering die zich bij de lezer van deze roman voltrekt. Je begint te lezen in een roman en slaat uiteindelijk de laatste bladzijde van een sprookje om.

Met dank aan WPG Uitgevers voor het digitale recensie-exemplaar.

Advertenties

4 gedachtes over “Een sprookje vermomd als roman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s