Westerborkpad etappe 12: Nunspeet – ’t Harde

Route: Westerborkpad
Afstand: 12 km
Start: Station Nunspeet
Eind: Station ‘t Harde

Door de droogte beginnen de bomen al geel te kleuren

In verband met onze wandelvakantie in Ierland was het al weer een maand geleden dat we een etappe liepen van dit pad. Hoog tijd dus voor een ochtend Westerborkpad. Er staat een korte etappe op het programma dat ons van Nunspeet naar ‘t Harde brengt. We beginnen op station Nunspeet waar we afgelopen etappes al meerdere malen stonden. Ditmaal was het (voorlopig) toch echt de laatste keer.

De route leidt ons Nunspeet in, richting winkelstraat. Het is 10 uur, en er zijn al veel mensen op de been op deze zonnige zaterdagochtend. Ik was al bijna de Stichting Muurgedichten Nunspeet vergeten (lees hier mijn blogpost over een bijzonder straatgedicht in Hulshorst), maar het liefdesgedicht van K. Schippers op een gevel herinnert aan de vele straatgedichten die in Nunspeet en omgeving te vinden zijn.

K. Schippers in Nunspeet, één van de vele gedichten in de gemeente

De huizen langs de route zijn authentiek zoals het oude gemeentehuis met monument ter ere van het 100-jarige bestaan van het regiment dat in april 1945 Nunspeet bevrijdde: Lord Strathcona’s Horse (Royal Canadians).

Het monument dat herinnert aan de bevrijding van Nunspeet in april 1945

Af en toe is zo’n oud huis met naambord niet direct wat je verwacht. Zoals onderstaand bedrijf waarbij de uitstraling van het bordje een oude ambacht doet vermoeden, terwijl het om iets veel moderners gaat.

Een modern ambacht …

De route gaat verder door een park waar we langs een monument komen voor de gefusilleerde en gesneuvelde Nunspeters. Hierna gaat het al snel het bos in over een lange laan met grote huizen. Als we bij een nieuwe rotonde komen – zo te zien gesponsord door Stella Fietsen – zeggen het boekje, de GPS-route en de stickers elk wat anders. We besluiten de stickers te volgen en lopen via een nieuw fietspad het bos weer in

Gesponsorde rotonde

Langs het bungalowpark De Witte Wieven volgen we een lange weg door het bos waar we samen oplopen met het Zuiderzeepad. Als onze wegen scheiden, zien wij een prachtige zandvlakte voor ons liggen: De Haere. Er is geen mens te zien. Zoveel mogelijk het mulle zand vermijdend, lopen we langs de rand van de zandverstuiving verder.

De Haere ligt er prachtig bij

De stickers van de route zijn hier schaars en we zijn blij dat we op de GPS kunnen lopen. Als we op een kruising van paadjes stilstaan, komen we een wandelaar tegen met een klein hondje. Ze wijst ons op de verschillende rondwandelingen die hier lopen en vraagt waar we heen moeten. Het Westerborkpad kent ze niet en het spijt haar dat ze ons niet kan helpen. “Maar”, zegt ze, “jullie zien eruit alsof jullie het vaker gedaan hebben, dus dat komt vast goed”. Ik denk dat onze bergschoenen, rugzak, routeboekje, pet en wat dies meer zij, ons verraden hebben!

De Haere

We laten De Haere achter ons en in het bos dat volgt, zien we aan de bomen briefjes met nummers voor levend ganzenbord hangen. Even verderop rent een hele schare kinderen vrolijk rond. Zij horen vast bij het Clubkamp (er is geen naam vermeld) dat straks een levend bordspel gaat spelen. We komen nog een paar nummers tegen en slaan dan af.

Levend ganzenbord

Je ziet hier goed dat het een tijd niet geregend heeft. De bomen beginnen geel te worden, hoewel het pas begin juli is. Naast het waterleidinggebouw van Vitens, dat hier opeens midden in het bos staat, ligt een prachtig meertje, inclusief bankje. De prikkeldraadafrastering denken we even weg. Hier eten we een broodje, terwijl we uitkijken op de waterlelies in het glinsterende water.

Ons lunchplekje

Daarna is het niet ver meer en lopen we recht op ‘t Harde aan. Volgende keer de rondwandeling naar Elburg, ik ben erg benieuwd!

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Advertenties

Ierland | Wandelen in de Glen of Aherlow

Route: Loop Walk ‘Dolmen Loop’
Afstand: 11 km
Stijging: 320 meter
Start en eindpunt: Camping Ballinacourty House caravan and camping park

In juni 2018 doorkruisen wij de zuidelijke helft van Ierland. We zijn met onze eigen auto en tent en kamperen op kleine campings. Af en toe slapen we in een Bed & Breakfast. Met de auto en te voet genieten we van de schoonheid van het groene eiland. De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen.

De mooie vallei Glen of Aherlow ligt vlakbij Tipperary

Iedereen kent het plaatsje Tipperary van het inmiddels ruim 100 jaar oude lied ‘It’s a long way to Tipperary’. Dat het in Ierland ligt is misschien wat minder bekend. Het plaatsje is een doorsnee provinciestadje en niet heel bijzonder. De county Tipperary herbergt daarentegen gebieden die zeker een bezoekje waard zijn. Wij bezochten de schitterende vallei Glen of Aherlow.

Wij stonden op een camping in dit gebied en er bleken verschillende zogenaamde loop walks uitgezet te zijn in de omgeving. Een paar liepen zelfs langs de camping. Aangezien de rondwandeling in Ierland in opkomst is, waren we benieuwd en besloten de Dolmen Loop te lopen op een zonovergoten zondagochtend.

Kaart en beschrijving van de Dolmen Loop

Deze wandelingen zijn via internet te downloaden als routekaart. Maar je kunt ze ook op papier halen bij de plaatselijke tourist office, of in ons geval de receptie van de camping . Het A5-je van stevig papier laat voorop de route zien en achterop de beschrijving. Hierbij wordt ook advies gegeven over wat je minimaal mee moet nemen (zoals raingear). Onervaren wandelaars worden dus ook goed op pad gestuurd. De wandelingen zijn met de klok mee gemarkeerd d.m.v. gekleurde pijlen.

De rode pijlen gaven goed aan waar we heen moesten

Onze wandeling loopt over gevarieerd terrein. We beginnen op de camping en komen al snel in het dorpje Lisvarrinane. Hier nemen we een landweggetje dat omhoog slingert tussen bos en weiden. Het uitzicht op de Ballyhoura Mountains wordt mooier en mooier. In een bocht zit een oude dame voor haar huis. Uit de openstaande deur klinkt vrolijke muziek. De inrichting lijkt op dat van een antiekzaak.

Wij groeten haar vriendelijk en raken aan de praat. Haar snelle Engels met Iers accent, binnensmonds uitgesproken, is moeilijk te verstaan maar we kunnen eruit opmaken dat ze geniet van de vele wandelaars die langskomen. Iedereen vindt dat ze een mooi uitzicht heeft, zegt ze, en wij kunnen dat alleen maar beamen. Ze geeft nog wat aanwijzingen over de weg. We knikken vriendelijk maar verstaan er weinig van.

Rechts het uitzicht van de oude dame

Hadden we maar beter geluisterd. Een kilometer verder loopt de weg dood. We blijken een afslag gemist te hebben. In de volle zon lopen wij weer terug en vinden uiteindelijk de juiste weg. Hier komen we een ouder echtpaar tegen dat de wandeling ook maakt. De man is vooral benieuwd naar het eeuwenoude graf dat langs de route ligt. Vandaar ook de naam ‘dolmen loop’. Een dolmen is een hunebed, een megalithische grafkamer, opgebouwd uit verschillende stenen, duizenden jaren oud.

De weg naar de top (en de dolmen)

Nadat we de route een aantal kilometer hebben gevolgd, geleidelijk stijgend tot aan de top van Slievenamuck (369 meter) staan we oog in oog met de dolmen. Er staat een bankje bij voor de wandelaar die even stil wil staan (zitten) bij dit duizenden jaar oude graf. Daarnaast is het uitzicht ook schitterend. De strakblauwe lucht en zon doen het groen van de omgeving nog beter uitkomen.

De dolmen

Hierna gaat het weer naar beneden. Eerst nog over het brede onverharde pad dat we al een aantal kilometers volgen. Hierna wordt het pad smaller en lijken we in de bedding van een beekje te lopen. We passeren verschillende dammetjes en af en toe een drassig stuk. Als het veel geregend heeft, is het waarschijnlijk lastig lopen hier. Het is goed mogelijk dat hier in de herfst en winter alleen een kolkende rivier te vinden is…

We lijken in de bedding van een beekje te lopen

Dan buigt het pad af naar een dicht bos waar de zonnebril echt af moet om het weggetje nog te kunnen zien. Via allerlei bochten en boomwortels komen we weer op een grotere weg uit die ons uiteindelijk naar de camping leidt. Met 11 kilometer in de benen en een stijging van ruim 300 meter komen we bij de tent aan. Hier horen we van onze buren, die een blik op onze wandeluitrusting werpen, dat zij fervente loop walks-verzamelaars zijn.

Zij wonen 60 kilometer van deze plek en staan nu een weekend met hun camper hier. Ze verzamelen overal waar ze komen in Ierland de A5-jes met wandelingen. Ze proberen ze allemaal te lopen. Ierland is volgens hen een echt wandelland met schitterende natuur, veel afwisseling en uiteraard veel uitgezette wandelingen. “Next time you’re in Ireland, you have to try more loop walks”, zegt de buurman, als hij hoort dat we de volgende dag alweer naar de boot gaan.

We onthouden zijn advies. Want Ierland bevalt ons erg goed en we komen hier zeker nog een keer terug, uiteraard met wandelschoenen.

Meer Ierse wandelinspiratie opdoen? Lees hier de blogpost over wandelen op Beara Peninsula.

Ierland | Wandelen op Beara Peninsula

Route: Nr. 12 Barley Lake, wandeling uit de Rother wandelgids Ierland (2016)
Afstand: 7 km
Startpunt: Parkeerplaats bij Barley Lake (bij Glengarriff)
Eindpunt: Parkeerplaats bij Barley Lake (bij Glengarriff)

In juni 2018 doorkruisen wij de zuidelijke helft van Ierland. We zijn met onze eigen auto en tent en kamperen op kleine campings. Af en toe slapen we in een Bed & Breakfast. Met de auto en te voet genieten we van de schoonheid van het groene eiland. De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen.

Iedereen die in Ierland is geweest of er nog heen wil, kent de Ring of Kerry, de rondweg over het schiereiland Iveragh. Dit schiereiland ligt in het zuidwesten van Ierland en is niet voor niets zo bekend worden. De natuur en de uitzichten zijn er erg mooi. Dat je dit moet delen met hordes toeristen sprak ons echter niet zo aan. Nu wil het feit dat om Iveragh heen nog een aantal schiereilanden ligt, waaronder Beara Peninsula. De wegen zijn er kleiner, de natuur is er ruiger en het aantal toeristen aanzienlijk minder. De keuze was dus al snel gemaakt om een paar dagen op Beara door te brengen.

Op het prachtige Beara schiereiland zijn een hoop wandelmogelijkheden. Zo loopt er de Beara Way, één van Ierlands mooiste langeafstandswandelingen, die het hele schiereiland rondgaat. Ook zijn er verschillende loop walks – rondwandelingen – die je op de mooiste plekjes brengen.

De Beara Way gaat het hele Beara Peninsula rond. Hier met uitzicht op Dursey Island, in het westelijke puntje.

Wij beginnen ons wandelavontuur op Beara met een rondje Barley Lake, een meertje boven het plaatsje Glengarriff. We hebben het wandelboekje van Rother meegenomen met “de mooiste kust- en begwandelingen” door heel Ierland. Het rondje Barley Lake is gecategoriseerd als een ‘tamelijk moeilijke wandeling’ die, zo waarschuwt het boekje, je zeker niet bij mist moet doen. Wij als ervaren bergwandelaars gaan de uitdaging aan.

Neem bij een wandeling uit dit boekje zeker een GPS mee

Op een zonovergoten dag – geen mist te zien of voorspeld – volgen wij de aanwijzingen in het boekje op en slaan bij Glengarriff een klein weggetje in naar Barley Lake. Aanvankelijk kunnen twee auto’s elkaar nog makkelijk passeren, maar geleidelijk wordt het weggetje smaller totdat er een grasstrook in het midden begint te groeien en de weg wel heel steil omhoog gaat. Gelukkig kan onze auto het aan en na verschillende haarspeldbochten en stukken waar je echt geen andere auto’s tegen wil komen, bereiken we de kleine parkeerplaats.

De weg naar Barley Lake wordt steeds kleiner

Het is er verlaten, rotsachtig en de vegetatie bestaat voornamelijk uit gras. De keutels verraden de aanwezigheid van schapen. We pakken onze rugzakken en beginnen aan de wandeling. De aanwijzingen in het boekje zijn redelijk summier, maar gelukkig heeft Rother ook een GPS-track beschikbaar gesteld. Zonder GPS hadden we het pad waarschijnlijk niet gevonden. Een wandelaar op de camping vertelde dat hij bij een andere route uit hetzelfde boekje meerdere malen verdwaald was. Hij had geen GPS.

Over olifantenpaadjes (of eigenlijk schapenpaadjes) lopen we gestaag omhoog en zien dan Barley Lake liggen, schitterend in de zon. Een prachtig gezicht. De wandeling maakt een ruim rondje om het meer, wat betekent dat we over en achter de omringende bergkammen lopen. Dit geeft mooie uitzichten over de hele omgeving, maar vereist wel heel wat klimwerk.

Mooie uitzichten over de omgeving

We lopen niet hoog, op zo’n 300 meter boven zeeniveau. Maar door het ruige landschap en doordat er op die hoogte geen bomen meer groeien, lijkt het alsof je hoog in de bergen wandelt. Het is een heel ander landschap dan wij afgelopen week zagen langs de westkust. Ierland kent veel variatie in landschap.

Barley Lake in een ruig landschap

Het is de afgelopen dagen droog geweest, maar op heel wat stukken lopen we over drassige grond en regelmatig zijn we blij dat we bergschoenen aan hebben. Ook kruisen we een paar beekjes die bij natter weer waarschijnlijk een stuk moeilijker over te steken zijn. Van hoger gelegen gebied worden we gade geslagen door schapen en geiten variërend van wit tot zwart. Zij lopen hier vrij rond en hebben goede alpiene vaardigheden, getuige de onmogelijke plekken waar zij te vinden zijn.

We klauteren over rotsen, overbruggen heel wat hoogtemeters, en staan regelmatig stil om het ‘pad’ weer te vinden zoals de GPS het aangeeft. Dit is niet altijd eenvoudig, we lopen dan ook heel wat meer meters dan de beschreven wandeling. We komen langs verschillende meertjes, sommige met waterlelies, en genieten van het ruige landschap en de stilte. Het lijkt alsof we in een afgelegen gebied wandelen, hoewel we maar een paar kilometer van het stadje Glengarriff verwijderd zijn. Heel bijzonder.

Waar is het pad??

Op het einde van de wandeling komen we dan toch op meer-niveau en zien achter het glinsterende heldere water de bergkammen (of eigenlijk heuvels) oprijzen waar we op en achter liepen. Majestueus steken ze af tegen de blauwe lucht. Altijd bijzonder om te bedenken dat we daar liepen, een paar uur geleden. Kortom, een schitterende wandeling voor wie van ruiger terrein houdt, het leuk vindt om met GPS de weg te vinden en niet terugdeinst voor het pittige klauterwerk.

Barley Lake in de zon

Op de parkeerplaats zien we de eerste andere wandelaars, twee Duitsers in een Ierse huurauto. Ze gaan voor het rondje om het meer. Wij adviseren ze wel op de GPS te lopen. Ze knikken wat en gaan op pad. Ik ben heel benieuwd of ze het pad hebben kunnen vinden.

Meer Ierse wandelinspiratie opdoen? Lees hier de blogpost over wandelen bij Tipperary in de Glen of Aherlow

Westerborkpad etappe 11: rondwandeling Nunspeet – Verscholen Dorp

Route: Westerborkpad
Afstand: 20km
Start: Parkeerplaats Veluwestransferium Nunspeet
Einde: Parkeerplaats Veluwetransferium Nunspeet

Wandelend langs de Zandenplas

Met de auto ditmaal komen we op een wat koelere dag tussen de warme dagen van afgelopen weken aan in Nunspeet. Op het programma staat de rondwandeling (een van de twee rondwandelingen die het Westerborkpad rijk is) die ons naar het Verscholen Dorp in de bossen bij Vierhouten brengt. Het Veluwetransferium met uitkijktoren is een grote parkeerplaats met horeca waar we aan het einde van onze wandeling dankbaar gebruik van maken.

Maar zo ver is het nog niet. Eerst maar eens de bossen in. We lopen in de goede richting, maar zien geen markering. Met de beschrijving in het boekje en de route op de GPS volgen we een asfaltweg langs een landgoed en een bungalowpark dat ons naar het viaduct over de A28 leidt. Hier komen we in het Zandenbos terecht en lopen over bospaden en betonfietspaden richting Vierhouten. De Westerborkpadstickers zijn inmiddels opgedoken.

Het Eibertjespad leidt langs landgoederen

Onderweg bloeien het vingerhoedskruid en rododendrons om en op de landgoederen die we tegenkomen, zoals Roostee en Huize de Vennen. Af en toe komt er een groetende fietser langs. Bij de Ossenkolk kijken we uit over de waterlelies en het eilandje met neergelaten vlaggenmast. Bij welke gelegenheid vaart men naar het eilandje, zet de vlaggenmast overeind en hijst de vlag? Het zal niet vaak voorkomen, vermoeden we.

Op het eilandje zie je links, als je goed kijkt, de liggende vlaggenmast

En dan nadert Vierhouten. Op een terrasje met heel veel wielrenners, motorrijders en andere dagjesmensen vinden we een plekje en drinken een cappuccino. Na de koffie lopen we al snel Vierhouten uit en komen weer in de rust van het bos terecht. Bij een klaphekje laten we drie dankbare mtb-ers door die een mooie mountainbikeroute lijken te rijden. Iets om te onthouden.

We passeren ruiters en komen dan aan de rand van het Hendrik Mouwenveld uit. Een heideveld met bijzondere wandelbankjes waar bomen doorheen groeien. Het is nog te vroeg voor de lunch, dus lopen we door. De markering zien we hier niet, dus ook hier zijn we aangewezen op de GPS. Geen overbodige luxe in een natuurgebied met vele paadjes.

Hendrik Mouwenveld

Dan volgt al snel het Verscholen Dorp, een bezienswaardigheid, getuige de vele fietsers die zich hier verzameld hebben. In 1943 en 1944 hebben hier tussen de 80 en 120 mensen ondergedoken gezeten in ondergrondse hutten: letterlijk een verscholen dorp. Dit waren niet alleen Joden maar ook geallieerde piloten, agenten die niet voor de bezetter wilden werken en zelfs een gedeserteerde Duitse soldaat. Toevallig wordt het dorp ontdekt door Duitse soldaten in oktober 1944. De meeste onderduikers wisten gelukkig te ontkomen.

Een van de nagebouwde onderkomens in het Verscholen Dorp

Een paar van de oorspronkelijke hutten zijn nagebouwd en te bezoeken. De kleine, donkere en bedompte ruimtes zien er niet heel aantrekkelijk uit. Moeilijk om voor te stellen dat op die plek zoveel mensen woonden. Altijd op hun hoede. Een gedicht van Ida Vos, bij een van de nagebouwde hutten, verwoordt dit goed.

Een straatgedicht in het bos

Na het Verscholen Dorp volgt een heel lang recht fietspad van betonplaten. Dit stuk is aanzienlijk drukker dan de heenweg. Regelmatig stappen we in de berm om de veelal elektrische fietsers te laten passeren. De weg duurt en duurt en we krijgen zin in een broodje. De spaarzame bankjes zijn bezet. Uiteindelijk vinden we bij de Waskolk een leeg picknickbankje. Met uitzicht over het vennetje, waar veel honden zich vermaken in het water, eten we onze lunch.

Een late lunch aan de Waskolk

We vervolgen onze weg op het betonnen fietspad dat onder de A28 doorgaat en bij de Zandenplas uitkomt, een recreatieplas naast de snelweg, midden in het bos. Het water is groen, samen met de inmiddels blauwe lucht en het witte zand ziet het er mooi uit. Er zijn opvallend weinig mensen. Ook op de golfbaan die aan de andere kant van het fietspad ligt, is het rustig. Een mooie plek om een balletje te slaan. Na een paar kilometer komt Nunspeet weer in zicht. Volgende keer vervolgen we de hoofdroute van het Westerborkpad naar ‘t Harde.

De Zandenplas op een zonnige zondagmiddag

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Door het raam

Soort gedicht: Raamgedicht
Waar: Hulshorst
Dichter: Jozef Deleu

Het kwam als een aangename verrassing op 1e Pinksterdag. Wandelend over een karrenspoor, weilanden om me heen, in de verte het dorpje Hulshorst, sta ik opeens oog in oog met een straatgedicht. Of eigenlijk een raamgedicht. Het glas waar de tekst op te lezen is, is ingeklemd tussen twee houten palen. Ernaast staat een scheefgezakt bankje, dat zijn functie niet meer kan vervullen. Ooit kon de voorbijganger hier gaan zitten en uitkijkend over de weilanden het gedicht op zich in laten werken.

Een bijzondere plek voor een straatgedicht. De aantallen voorbijgangers zullen niet immens zijn, hoewel het populaire Westerborkpad langs dit gedicht voert. Ook ik loop dit pad en kom vandaag uit Harderwijk gewandeld.

Ik moest moeite doen om het gedicht enigszins leesbaar op de foto te krijgen. In alle mogelijke houdingen heb ik voor het raam gestaan. Eigenlijk, dacht ik toen, moet ik wachten totdat de zon minder schittert of achter een wolk verdwijnt. Want licht wandelt, daar slaat de dichter Jozef Deleu de spijker op zijn kop. Op elk moment van de dag is het gedicht te lezen tegen een andere achtergrond, hoewel het gras en de bomen blijven.

Elk uur van de dag, elke dag, jaar in, jaar uit zijn foto’s van deze plek verschillend. Het weer, de seizoenen, maar ook de mens zijn hier debet aan. Licht en schaduwen wisselen elkaar af. Wat zou het een mooie collage opleveren als je 365 dagen lang op een vast uur en een vaste plek een foto maakt van dit gedicht. Het jaar in beelden als bewijs dat dit korte gedicht zo waar is.

LANDSCHAP 2

Kijken
hoe het licht
wandelt

over het land
met de schaduw
aan de hand

hoe de ruimte
vorm krijgt

van zien

Jozef Deleu

Stichting Muurgedichten Nunspeet koos heel bewust voor dit gedicht op deze plek. Je kunt het zien als een aansporing voor de voorbijganger om het oude cultuurlandschap door het gedicht (letterlijk en figuurlijk) te (her)ontdekken. Jozef Deleu (1937) is bij uitstek de dichter voor dit doel. De Vlaamse dichter en prozaschrijver richtte in 1957 met twee anderen het Belgisch-Nederlandse culturele tijdschrift Ons Erfdeel op en was jarenlang hoofdredacteur van het blad. Hij krijgt grote bekendheid als voorvechter voor een volwaardige plaats van de Vlaamse en Nederlandse cultuur binnen Europa.

Ik kende Jozef Deleu niet. Hij is, lees ik op de site van de stichting, geen veelschrijver “maar schrijft alleen op wat hij echt van belang vindt. Daarom zijn met name zijn gedichten veelzeggend”. Landschap 2 is een goede illustratie. Het maakt mij benieuwd naar zijn andere gedichten. Met het voornemen om hem op te zoeken in de bibliotheek, vervolg ik mijn weg naar Nunspeet, naar het volgende straatgedicht.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 10: Harderwijk – Nunspeet

Route: Westerborkpad
Afstand: 20 km
Startpunt: Station Harderwijk
Eindpunt: Station Nunspeet

Op de grens van bos en boerenland bij Hulshorst

Op een zonovergoten eerste Pinksterdag stappen wij uit op Station Harderwijk voor de tiende etappe van het Westerborkpad. Samen met ons stapt een ouder stel uit met – naar het lijkt – een Westerborkpadboekje. Ze nemen meteen een voorsprong en voor we het weten lopen ze al enkele honderden meters voor ons, richting het centrum van Harderwijk. We hadden ze graag even gesproken, benieuwd naar hun ervaringen op dit pad. In het oude centrum besluiten we eerst koffie te drinken op een terrasje bij het Hortuspark. Hier zaten we een paar jaar geleden ook tijdens een fietstocht langs de Zuiderzee. Het plekje is nog even mooi. De wandelaars verliezen we uit het oog.

Na de koffie met warme appelcrumble beginnen we opgefrist aan de rest van de wandeling. We wandelen door oude straatjes en komen in de Jodenkerksteeg langs de synagoge. Op de gevel staan op twee plakkaten de namen van Joodse inwoners die in de oorlog weggevoerd zijn. Slechts twee Joodse gezinnen uit Harderwijk zouden de oorlog overleven.

De synagoge in Harderwijk

Vlak bij de synagoge valt een bakker ons op. Het oude pand staat vol spreuken waaronder deze:

“Als de burger leijt te slapen, en de boer nog doende is met gapen, zijn wij al in de weer, voor boer, burger en meneer”

Vandaag de dag nog zeker actueel en eigenlijk ook een soort staatgedicht, waarvan er overigens in Harderwijk meerdere hangen. In de Jodenkerksteeg hangt niet geheel toevallig dit gedicht van Ina Stabergh:

Straatgedicht dat onderdeel uitmaakt van de poëzieroute

We verlaten het oude centrum om zigzaggend door straten met namen van schrijvers uit alle eeuwen langzaam Harderwijk weer uit te lopen. Via een lange weg langs het spoor laten we de Hanzestad achter ons. Langs bedrijfjes, niet allemaal in een even beste staat, komen we uiteindelijk bij een fiets/voetbrug die ons over het spoor en de A28 naar de Harderwijker bossen brengt.

We lopen langs de fietstoegang de brug op als we worden ingehaald door een oudere man met ruitjesoverhemd. Zijn vrouw staan een paar bochten terug stil en roept naar haar man dat ze dit dus echt niet gaat doen. De man stopt, zucht, draait zich om en fietst weer langzaam naar beneden. Zijn gezicht spreekt boekdelen. We zien ze niet meer terug. Ze missen het prachtige natuurgebied dat aan de andere kant ligt. Waarschijnlijk tot grote spijt van de man.

Harderwijker Bossen

Wij lopen wel door en duiken aan de andere kant van de weg het bos in. Het is een hele andere omgeving dan aan de overkant. Over bospaadjes en af en toe een fietspad doorkruisen we het Koopmansbosch. Ter hoogte van het Gelle Gat horen we steeds luidere muziek, afkomstig van – zo blijkt later – een groep pubers. Op een springkussen vermaken ze zich in het zonnetje. In een halve cirkel staan achter hen grote groene tenten. Geen verkeerde besteding van dit pinksterweekend.

We verruilen de bassen voor het constante geruis van de A28 en komen dan bij het Hulshorsterzand. Voor ons strekt zich een zandmassa uit van wit zand en diverse duinen. We beklimmen het uitkijkpunt en besluiten daar op een bankje een broodje te eten. Dit is, wat je noemt lunch with a view! Niet veel later lopen er bekende gezichten langs. De Westerborkpadwandelaars van station Harderwijk hebben we blijkbaar ongezien ingehaald. Ze lopen het pad sinds februari dit jaar en gaan vandaag ook naar Nunspeet.

Lunch with a view!

We geven ze wat voorsprong en gaan dan ook weer op pad. We maken een korte stop bij het Monument de Souvenir. We zagen de obelisk al van verre midden in de zandvlakte staan. De herdenknaald herinnert aan het Landschapsakkoord van Apeldoorn van 2008. Door 5 cent in te werpen kun je een herdenkingsmunt draaien. Uiteraard proberen wij het, maar helaas, het werkt niet.

Monument de Souvenir

Dan volgt het woenstijngedeelte van deze etappe. Door mul zand en in de brandende zon ploegen we verder. Bij elke stap die we zetten, zakken we weg in het zand. Het doet me denken aan een scène uit een film waarin de hoofdpersoon op een gegeven moment zijn zakdoek met geknoopte hoeken om zijn hoofd bindt en langzaam richting horizon wandelt. Nu zijn we natuurlijk wel in Nederland en na een paar hele lange kilometers, leidt het pad omhoog het bos in, naar de schaduw.

Hulshorsterzand

Over de A28 en het spoor lopen we het bos weer uit en komen in boerenland terecht. Met pas gemaaid gras aan de ene kant en net ontkiemende gewassen aan de andere kant wandelen we richting Hulshorst. Bij het dorp volgen we een karrenspoor en worden getrakteerd op een bijzonder straatgedicht dat gedrukt is op glas. Het landschap, waar het gedicht over gaat, kun je daardoor direct waarnemen. Hier kun je de blogpost lezen over dit bijzondere gedicht.

Een straatgedicht bij Hulshorst

Na Hulshorst volgt het Belvédèrebosch en lopen we lange tijd langs een fietspad. En dan is daar Nunspeet. Grote huizen in het bos omringd door bloeiende rododendrons vormen een mooie entree. Het industrieterrein dat volgt staat in schril contrast. We worden een doodlopende straat in geleid en de route loopt verder over een schelpenpaadje tussen het spoor en de achterkant van bedrijven. Als we langs grote vaten met zwavelzuur, zoutzuur en natronloog komen, moeten we direct denken aan een plaats delict uit een detective serie. Gelukkig is het drie uur ’s middags, niet drie uur ‘s nachts.

En dan komt het station in zicht. Met een ijsje en een wel heel toepasselijk stationsgedicht van Rutger Kopland sluiten we een mooie en afwisselende etappe af.

Een van de vele straatgedichten die we deze etappe tegenkomen

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Wandelbankje

Soort gedicht: Bankgedicht
Waar: Schalkwijk (Eiland van Schalkwijk)
Dichter: Maria van de Looverbosch

Elke wandelaar kent ze: de bankjes onderweg tijdens een wandeltocht. Je kijkt er al een tijdje smachtend naar uit. Om daar je hongerklop te bezweren met meegebrachte boterhammen. Of je te verwarmen aan de koffie uit je thermoskan. Of om gewoon neer te strijken en even uit te rusten. Liefst met uitzicht. Bij warme dagen in de schaduw en bij koudere dagen in de zon. Dergelijke bankjes hebben zelfs een naam, een website en vele volgers op social media. Dit zijn de zogenaamde wandelbankjes.

Nu zijn deze bankjes niet exclusief voor wandelaars gereserveerd. Het staat iedereen die langskomt vrij er gebruik van te maken. Als fietsende wandelaar doe ik dat ook regelmatig, zowel wandelend als fietsend. Gezeten op zo’n bankje, heb ik al heel wat landschappen bewonderd. In binnen- en buitenland. Op een zonovergoten Bevrijdingsdag stap ik van mijn fiets om een late lunch te gebruiken op een van de eerste bankjes na aankomst met de veerpont Culemborg – Schalkwijk.

Het wandelbankje staat op het Eiland van Schalkwijk, aan de Veerweg bij de Lekdijk. Je hebt weids uitzicht over de uiterwaarden van de Lek en regelmatig trekken er hordes mensen voorbij die net van de pont afkomen. Echt rustig is het niet, maar er is wel wat te zien. Tot mijn verrassing blijkt het bankje een bankgedicht te bezitten.

Voor Leo van de Looverbosch en Jan Koudijs

HOUTEN, BANKEN

het landschap is niet om te haasten daarom
verplaats het langzaam langs uw oog
zorg daarbij voor stil uitzicht en laat zacht
zonlicht erop kaatsen en wees niet vooringenomen:
denk niet: ik ken het hier, ‘k heb het allang gezien

want haast doodt alles, in heel het leven
het is die zuivere eenvoud van het zitten die toont
hoe verder je kunt kijken, hoe meer je ziet
dichtbij en hoe rustiger je gaat begrijpen
bankjes langs de weg tonen de essentie aan

en wie razen er hier voorbij gemotoriseerd
of zelfs per fiets kun je te hard rijden
om te kunnen zien wat er gezien moet worden
en de tijd te nemen om stil te gaan zitten
even te leven als, ik zeg: een boom

Maria van de Looverbosch
1e dorpsdichteres van de gemeente Houten

Het gedicht is van de hand van Maria van de Looverbosch. In 2008 is zij benoemd tot eerste dorpsdichteres van de gemeente Houten. Naast gedichten schrijft zij ook proza, korte verhalen, romans, essays en wetenschappelijke artikelen, zowel over ethiek als biologie. Het gedicht is opgedragen aan Leo van de Looverbosch en Jan Koudijs, beide inmiddels overleden. De eerste is de vader van de dichteres. Zij schrijft:

“Omdat ik het kijken vanaf een bank langs de weg of bosrand van ons vader geleerd heb èn bijzonder ben gaan waarderen draag ik dit gedicht op aan hem.”

Jan Koudijs was wethouder van Houten tussen 2006 en 2010. Hij heeft Maria van de Looverbosch aangesteld als eerste dorpsdichteres.

Van de Looverbosch maant in haar gedicht de voorbijganger even pas op de plaats te maken, te gaan zitten en om zich heen te kijken. Echt te kijken en het landschap “langzaam langs uw oog” te verplaatsen. Geen enkel uitzicht is elke dag hetzelfde. Je denkt het wellicht te kennen, maar als je echt even de tijd neemt, zie je meer. In het dagelijkse leven is ‘haast’ een alomtegenwoordige factor. De dichteres lijkt de passant een moment van rust te willen geven op dit bankje. Om “even te leven als, ik zeg: een boom” en overpeinzingen de vrije loop te laten.

Na een fietstocht van 50 kilometer en nog ettelijke kilometers voor de boeg kijk ik om me heen en eet geheel ontspannen mijn boterhammen. Op de fiets kun je je onderdompelen in het landschap maar wandelend zie je meer. Zittend op een bankje echter kun je de omgeving echt in je opnemen. “Die zuivere eenvoud van het zitten” blijft onderdeel uitmaken van mijn wandel- en fietstochten. Het is zoals Maria van de Looverbosch zegt: “Het landschap is niet om te haasten”. Maak gebruik van die wandelbankjes.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 9: Putten – Harderwijk

Route: Westerborkpad
Afstand: 16 km
Startpunt: Station Putten
Eindpunt: Station Harderwijk

De brem bloeit volop onderweg naar de Groevenbeekse Heide

25 graden is het als we op station Putten uitstappen voor onze negende etappe van het Westerborkpad. De vijfde zonnige etappe op een rij! Nog weer iets warmer dan de vorige keer. Volgens het boekje mogen we veel bebouwing verwachten met als afwisseling een heideveld. Het blijkt groener dan verwacht.

Station Putten ligt buiten de plaats en we lopen vrijwel meteen over een kleine weg buitenuit. Na een eerste afslag bevinden we ons te midden van boterbloemen en fluitenkruid. Al snel komen we langs het voormalige werkkamp De Vanenburg. Het eerste dat we zien zijn paraplu’s. De gasten – De Vanenburg is nu een hotel en conferentiecentrum – kunnen deze gebruiken bij slecht weer. Een attente geste die vandaag niet nodig is.

Paraplu’s bij De Vanenburg

Even verder zien we het monument Sarah staan. Het bestaat uit prikkeldraad waar twee groene blaadjes uit bloeien. Op het omringende muurtje liggen kleine steentjes. Iets dat we bij Joodse monumenten en begraafplaatsen veel zagen de afgelopen etappes. Het monument herdenkt de 125 Joodse mannen die hier in de zomer van 1942 dwangarbeid moesten verrichten onder toezicht van de Heidemaatschappij. Er is weinig over het werkkamp bekend. Er zijn geen overlevenden die er nu nog over kunnen vertellen. Ik kende het ook niet.

Monument Sarah

We besluiten een kijkje te nemen bij De Vanenburg. Het ‘kasteel’ baadt in het zonlicht. Mooie tuinen omringen het statige gebouw en zijn toegankelijk voor de gasten. We lopen langs de moestuinen en onder een pergola met blauweregen door. Op deze stralende dag ziet het er allemaal prachtig uit. Niets herinnert meer aan de functie van deze plek, nu ruim 75 jaar geleden.

Kasteel De Vanenburg

 

Blauweregen bij Kasteel De Vanenburg

We vervolgen onze weg en kruisen op de Volenbekerweg het spoor weer. Langs het spoor lopen we in de richting van de Groevenbeekse Heide. De brem bloeit uitbundig en steekt fel af tegen de blauwe lucht. Op de Groevenbeekse Heide is het stil. De route loopt over het fietspad naast de heide, maar al snel besluiten we het parallel lopende paadje op de heide zelf te nemen. We worden beloond met een mooi uitzicht over het uitgestrekte gebied.

Groevenbeekse Heide

Ermelo is niet ver meer en al snel lopen we de bebouwde kom in. Bij het station nemen we een ijsje. Het is er weer voor. Na het ijsje lopen we door lange lommerrijke lanen met aan weerszijden grote huizen. De vogels kwetteren luid, af en toe passeert er een auto. Verder is het zo goed als uitgestorven op deze zondagochtend.

Ermelo gaat praktisch over in Harderwijk. Op een industrieterrein eten we onze boterhammen in de schaduw van een tuincentrum. Hierna gaat het vlot. Door nieuwbouwwijken volgen we de richting van het spoor. We kruisen de A28 en komen langs een Joodse begraafplaats, vrij klein in vergelijking met de andere begraafplaatsen die we afgelopen etappes tegenkwamen. In vroeger tijden lag het buiten de bebouwde kom, nu ligt het midden in een woonwijk.

Joodse begraafplaats Harderwijk

Even later bereiken we het station. De kiosk mag zichzelf trotse bezitter van een stationsgedicht noemen, het derde stationsgedicht die ik tegenkom tijdens het lopen van het Westerborkpad. Dat is er één voor mijn verzameling straatgedichten voor Elke Maand Een Straatgedicht. Het blijft leuk, die onverwachte gedichten!

Gedicht op station Harderwijk

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Stationsgedicht

Soort gedicht: Muurgedicht / Stationsgedicht
Waar: Bussum
Dichter: Gaston Bannier

Stations, ik breng er veel tijd door. Op een gemiddelde werkdag vertoef ik toch – alles bij elkaar – zo een half uur op de verschillende treinstations die ik aandoe. Ook op andere dagen reis ik – als het even kan – met de trein naar mijn plek van bestemming. Zo ook tijdens het wandelen van het Westerborkpad dat tussen Amsterdam en voormalig Kamp Westerbork veelal het spoor volgt. Tijdens een van de etappes kom ik een bijzonder soort straatgedicht tegen: het stationsgedicht.

Straatpoëzie is bedoeld om een gevarieerd publiek kennis te laten maken met een gedicht, een dichter of wellicht iets te zeggen over de plek waar het betreffende gedicht hangt. In een willekeurige straat krijgt een gedicht aandacht van de voorbijganger die toevallig omhoog (muurgedicht) of omlaag (grondgedicht) kijkt. Velen zullen er echter, zonder het te weten, aan voorbij lopen.

Een station daarentegen is dé plek van de wachtenden. Op een trein of bijvoorbeeld een afspraak. Bij uitstek een locatie voor een gedicht. Ik zie ze dan ook steeds meer verschijnen, deze stationsgedichten. Sinds mijn eerste op station Kampen-Zuid, kijk ik op – voor mij nieuwe – stations altijd even bewust om me heen. Is er ergens een gedicht verscholen?

Op station Naarden-Bussum is het raak. Na een lange etappe vanuit Weesp via Muiden, Muiderberg en het Naardermeer stap ik op een koude januaridag in Bussum het bijzondere stationsgebouw binnen. Het kubistisch-expressionistische gebouw uit 1926 met de asymmetrische vormen, de indrukwekkende hal met bijzondere lampen en de glas-in-loodramen maakt dat ik even rustig om me heen kijk. Dan valt mijn oog op de twee muurgedichten in de stationshal die gebroederlijk naast elkaar hangen.

Beiden zijn van Gaston Bannier, kunstenaar, dichter en performer. Van 2013 tot en met 2015 was hij stadsdichter van de gemeente Bussum en heeft meerdere straatgedichten achtergelaten in deze plaats. Zo ook hier, op dit station. Vooral het korte gedicht spreekt me aan.

hier komen de verhalen uit hun huizen,
staan de stoelen klaar voor vertrek.
hier spreekt men af,
ergens in de tijd,
in het licht of in de duisternis,
als binnen op weg naar buiten is.

Gaston Bannier

Ik herken het treinleven dat ik zo goed ken. Een station is een plek waar mensen bij elkaar komen, die elkaar anders nooit ontmoet hadden. De trein is hun overeenkomst. Maar elke reiziger brengt zijn eigen verhaal mee. Een verhaal dat voor de andere reizigers vaak verborgen blijft. Starend naar hun telefoons wacht men op de trein, zit men in de trein en gaat zijns weegs.

Maar heel soms heb je geluk en komen niet alleen de mensen maar ook de verhalen naar buiten. Een vertraging wil hier nog wel eens bij helpen. Gezamenlijk leed maakt de tongen los. Althans dat is mijn ervaring. Elke dag stap ik in de trein met de stiekeme hoop op een verhaal. Ze zijn er. Overal. Ze moeten alleen hun weg naar buiten vinden.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 8: Nijkerk – Putten

Route: Westerborkpad
Afstand: 16 km
Startpunt: Station Nijkerk
Eindpunt: Station Putten

Op een zonovergoten dag waarbij het lentegroen van de bomen scherp afsteekt tegen de strakblauwe lucht stappen wij uit de trein in Nijkerk. Twee weken geleden  waren we hier ook en sloten toen de etappe af met een terrasje. Deze achtste etappe blijkt precies langs datzelfde terrasje te lopen, nu nog verlaten. We lopen verder het centrum in en komen in de Singel – een winkelstraat – waar we op zoek gaan naar nummer 11. De plek waar vroeger de synagoge stond.

Voor één van de winkels zien we scouts op hun knieën zitten. Pas als we een paar passen verder zijn, zien we dat ze met tandenborstels en koperpoets struikelstenen aan het schoonmaken zijn. Een oudere meneer op een rollator kijkt toe, een mevrouw maakt foto’s. Ik zie mijn kans schoon en vraag of ik een foto mag maken voor de blogpost die ik over deze etappe van het Westerborkpad ga schrijven. De scouts vinden het geen probleem en gaan rustig verder.

Scouts maken struikelstenen schoon in de Singel

We hebben echter de interesse van de oudere meneer gewekt. Hij wijst op de achterkant van het routeboekje dat ik in mijn hand heb. Hier staat een afbeelding van het Joods Monument in Nijkerk. “Dat monument heb ik onthuld” vertelt hij niet zonder enige trots. Hij blijkt Louk de Liever te zijn, een overlevende van Bergen-Belsen en daarmee één van de overlevenden van de voormalige Joodse gemeenschap in Nijkerk. In 2002 onthulde hij het Joods Monument Nijkerk, waar wij later deze etappe nog langs komen.

Joods Monument Nijkerk

Hij vertelt dat de scouting periodiek de struikelstenen in Nijkerk schoonmaakt. In Amersfoort is het een ander verhaal. Daar zijn de struikelstenen van zwart graniet – zoals ons tijdens de vorige etappe al opviel. De maker van de ‘Stolpersteine’, kunstenaar Gunter Demnig, kon de grote order van de stad niet aan, omdat hij slechts een beperkt aantal stenen per jaar maakt. Om die reden is voor een andere uitvoering gekozen van de herdenkingsstenen.

In Nijkerk glimt de messing bovenplaat van de struikelstenen inmiddels alsof ze net zijn neergelegd. De scouts maken aanstalten om verder te gaan en ook wij vervolgen onze weg, onder de indruk van deze toevallige ontmoeting. Via nummer 11, waar een bronzen plaquette in de gevel herinnert aan de synagoge die hier eens stond, lopen we verder door het centrum. Langs de haven en het stadhuis komen we uiteindelijk bij het bewuste monument uit.

De plaquette herinnert aan de synagoge die hier eens stond

Het monument bevat veel symboliek. De stenen driehoeken staan in de vorm van een Davidster en het blauw en wit verwijzen naar de Israëlische vlag. De drie druppels – tranen van glas – in het monument blijken meer te herbergen dan je op het eerste gezicht ziet. De eerste bevat de sleutel van de oude, inmiddels verdwenen, synagoge. De tweede druppel is leeggelaten als symbool voor de verdwenen Joodse gemeenschap. De derde traan bevat een kleine sleutel, die symbool staat voor de toegang tot een hoopvolle toekomst. Een bijzonder monument, zeker na onze ontmoeting met de onthuller.

De drie tranen in het monument herbergen elk iets anders

De etappe gaat verder over de Havenlijn, de voormalige havenspoorlijn, en we lopen geleidelijk Nijkerk uit. De route volgt de spoorlijn richting Putten over een landweggetje omzoomd door knotwilgen. Het is hier goed toeven. De blaadjes zijn nog frisgroen, zoals je ze alleen ziet in de eerste weken na het ontluiken. De gele paardenbloemen in de groene weilanden stralen ons tegemoet. De karakteristieke boerderijen langs de weg en de zon maken het af. Een schitterend plaatje.

De Wallersteeg bij Nijkerk in lentekleuren

Via de Wallersteeg komen we op de Meskampersteeg, waar we moeten uitwijken voor een grote groep solexrijders. Het is er weer tijd voor. We lopen verder door natuurgebied Oldenaller in de richting van het kopje koffie op de kaart met de naam De Zoete Inval. Wij verwachten een toeristisch oord, maar niets blijkt minder waar. Bij een boerderij is een zelfbedieningspunt waar je koffie, thee en boerderij-ijs kunt krijgen. Vooral dat laatste gaat er goed in.

Boerderij-ijs bij De Zoete Inval

Na het ijs duiken we het natuurgebied Oldenaller weer in. We komen diverse bordjes van klompenpaden tegen en ook de nodige wandelaars. Nooit eerder een klompenpad gelopen, misschien toch maar eens doen. Over de lange Hellerweg gaat het richting Putten. Eenmaal in Putten aangekomen, leidt de route ons langs de Puttense voetbalclub waar het een drukte van belang is. Grote voetbalmannen en kleine voetballertjes lopen rond, spelen op de velden en stappen in en uit de auto’s. Waarschijnlijk een standaard zaterdag.

In Putten zelf lopen we al snel tegen het monument aan dat herdenkt dat op 2 oktober 1944 660 mannen weggevoerd worden als vergelding voor een kort daarvoor gepleegde aanslag. Slechts 48 van hen zouden terugkeren. Het beeld van de weduwe staat in de richting van de Oude Kerk, waarvandaan de mannen werden weggevoerd naar kamp Amersfoort. Na de wegvoering is Putten grotendeels in brand gestoken. Aan de andere kant van de straat staat de Gedachtenisruimte waar de namen van de overledenen en het verhaal erachter te lezen is. Wederom een plek om bij de geschiedenis en de verschrikkelijke gebeurtenissen stil te staan.

De weduwe op het Herdenkingshof

De laatste kilometers naar het station lopen we door een brede laan met hoge bomen. Het ziet er vredig uit. Wij kijken echter met een andere blik naar de huizen om ons heen. Welke huizen zijn nieuw en welke zijn gespaard gebleven bij de brand van oktober 1944?

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.