Salland Pad etappe 3: Windesheim – Heino

Route: Salland Pad
Afstand: 16 km
Start: Bushalte Windesheim Brug
Eind: Bushalte Marktplein Heino

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

Langs een Rustpunt gaan we het natuurgebied Den Alerdinck in

Op een grijze doordeweekse dag in februari nemen we de bus naar Windesheim. We laten het markante kerkgebouw waar we vorige keer startten op weg naar Wijhe langs de IJssel, achter ons. We steken de N337 en gaan het Sallandse binnenland in. De IJssel zien we voorlopig niet meer.

Over een eerder gefietst fietspad door de weilanden komen we bij een vaart uit. Bij zonnig weer is het heerlijk om hier op het bruggetje even om je heen te kijken. De vogels in het water en de weilanden doen rustig hun ding, vissers zitten langs de waterkant en hondenuitlaters lopen over het dijkje. Nu is het stil en verlaten.

Een bekend bruggetje

Over verschillende plattelandsweggetjes, waar de chauffeurs van voorbijrijdende auto’s stuk voor stuk hun hand opsteken bij wijze van groet, komen we uit bij een Rustpunt met geel-rode luiken. De eerste sneeuwklokjes staan uitbundig te bloeien. Hier duiken we het natuurgebied Den Alerdinck in. Dit hoort bij de havezate met dezelfde naam. We maken een lus door dit bosgebied en zien de havezate van verschillende kanten liggen. Het ligt er mooi bij. De bomen zijn nog kaal, maar over niet al te lange tijd barst de lente hier los. Dat geeft een heel ander plaatje.

In de verte tussen de bomen zie je de havezate

 

Den Alerdinck heeft leuke paadjes

We laten het landgoed achter ons en lopen parallel aan het spoor over onverharde weggetjes de kleine 4 kilometer naar station Heino. Bij het station dat buiten Heino ligt, besluiten we door te lopen naar het centrum van de plaats en daar de bus terug te nemen. De route maakt een omtrekkende beweging om Heino heen via onverwachte bosweggetjes. Uiteindelijk lopen we dan toch de plaats in. Met 16 km in de benen drinken we op het Marktplein bij de kerk een welverdiende cappuccino.

Het theater van Heino zit in een bijzonder pand

Bij het plaatselijke theater dat in een historisch pand zit, nemen we de buurtbus terug naar Zwolle. Deze 8-persoonsbusjes worden steeds vaker ingezet op trajecten waar te weinig passagiers zijn voor de normale bussen. De chauffeurs zijn vrijwilligers die, zo vertelt onze chauffeur in plat Sallands, minimaal een dagdeel op de bus rijden. We zijn de enige passagiers dit ritje en de chauffeur ziet zijn kans schoon. We verstaan lang niet alles, maar de man is erg enthousiast. Gezien de plekken waar het Salland Pad langs loopt, sluit ik niet uit dat we de komende tijd vaker in een buurtbus stappen.

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Advertenties

Elke Maand Een … | Achterberg in de Passage

Elke maand een: Straatgedicht
Soort gedicht:
Muurgedicht
Waar: Den Haag
Dichter: Gerrit Achterberg

Een perfecte cirkel. Boven mijn hoofd. Uitgelicht door een aarzelend februari-zonnetje.

Om me heen slenteren mensen. Hun blikken gaan naar de aanlokkelijke etalages. Weinigen kijken naar beneden. Naar de patronen in het graniet. Weinigen kijken omhoog. Naar de bijzondere bogen, de verticale tuinen, de perfecte cirkel van licht.

En Achterberg? Zien zij zijn woorden staan?

Ik zie ze. Ik wist dat ze hier ergens moesten zijn. Ik vind ze aan de rotonde. De entourage had ik niet verwacht. De zonnige omstandigheden niet. Het maakt dat die 14 regels nu onlosmakelijk verbonden zijn met dat gevoel van verwondering.

De weerspiegeling achter de woorden zal me nog regelmatig terugbrengen naar die fijne februari-dag in Den Haag. Stad van Couperus, van Bordewijk. Van romans die ik met veel plezier heb gelezen. Ik liep door het eerste en oudste winkelcentrum van Nederland. Met een doel. Maar kreeg meer dan dat.

In 1953 schreef Gerrit Achterberg:

In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet

66 jaar later zijn deze regels nog net zo waar.

Ga naar die hartkamer. Laat de omgeving op je inwerken. Kijk ook eens omhoog en naar beneden. Lees het gedicht met de beroemde regel “Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.”

Om dan door één van de drie uitgangen weer op te gaan in de oude binnenstad van Den Haag.

PASSAGE

Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.

Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.

Gerrit Achterberg

Uit: Ode aan den Haag, 1953

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

 

Moerasdak

“Hoe was je weekend?” vraag ik mijn collega op maandagochtend bij het koffieautomaat. Zij kijkt mij over de rand van haar leesbril aan, fronst haar wenkbrauwen, en vraagt: “Heb je wel eens van een moerasdak gehoord?”

Die vraag had ik niet verwacht. Groene daken ken ik. Er groeien vetplanten op, of kruiden, of gras. Maar een moerasdak? In vroeger tijden was een moeras een gebied waar je beter niet kon komen. Gespuis en enge monsters hielden zich er op. Er was drijfzand en onverwachte gevaren. In sprookjes en thrillers is het DE plek waar de slechte dingen gebeuren. Je raakt er kwijt. Of vermoord. Of iets anders onprettigs. Blijf er ver vandaan is het devies dat we al van kinds af aan meekrijgen.

Blijkbaar kijk ik mijn collega vragend aan. Ze steekt van wal. Haar man had in het weekend een enthousiast betoog gehouden over een moerasdak. Het leek hem wel wat voor hun – nu nog standaard – platte dak. Zij had geknikt en “ja schat” gemompeld, terwijl in haar hoofd de meest angstaanjagende associaties met een moeras voorbij kwamen.

Veilig bij het koffieautomaat gebeurt mij hetzelfde. “Schat, ik ben even het dak op”, zegt zo’n echtgenoot. En vervolgens zie je hem nooit meer terug. Verdronken in het moerasdak, is de conclusie van het rechercheteam. “Risico van zo’n dak, mevrouwtje. Dat weet je als je er aan begint. Dit is al de derde dit jaar. Om het maar niet te hebben over al die vermiste huisdieren. Fikkie en Felix komen echt niet allemaal onder een auto terecht. Neem dat maar van ons aan. Zo’n moeras in de buurt oefent een aantrekkingskracht uit op zelfs de minst avontuurlijke huisdieren. Tja, duurzaamheid brengt zo z’n risico’s met zich mee.”

Mijn collega haalt haar kopje onder de automaat vandaan, laat een suikerklontje in haar cappuccino vallen en roert. “Het is niet dat ik niet groen wil leven, maar ik moet erg wennen aan het idee om onder een moeras te wonen. Maar, zo benadrukt mijn man, we zouden wel de eerste in het dorp zijn met zo’n dak. Dat is voor hem belangrijk.”

“Maar wat is een moerasdak nou eigenlijk?” vraag ik mijn collega. Het blijkt iets minder spannend dan het in mijn fantasie was geworden, veel minder spannend. Huisdieren zijn veilig en echtgenoten ook. Het is een dak waar permanent een laagje water op staat met daarin blijvend groene waterplanten. Het dak dient als waterberging waardoor bij fikse regenbuien de riolering wordt ontzien. Ook heeft het een isolerende werking: koel in de zomer, warm in de winter.

Niet te vergelijken met het concept moeras dat ik uit mijn jeugd ken dus. Tussen toen en nu ligt een hele wereld en het is nu zover dat mensen zelf, bewust, een moeras opzoeken. Sterker nog, ze halen het in (of eigenlijk op) huis! Een moerasdak als groen prestigeobject. Dat is weer wat anders dan de nieuwste elektrische auto.

Als we teruglopen naar de kantoortuin moet mijn collega toegeven dat het – nu ze zichzelf alle voordelen hoort opsommen – wel aantrekkelijk begint te klinken. “Alleen die naam hè…” Ik knik instemmend en denk bij mezelf, daar valt wat aan te doen. “Wat denk je van een Shrekdak?” Ik spreek het uit als shrekdek. “De tekenfilmheld Shrek woont immers lang en gelukkig in the Swamp.” Mijn collega lacht. “Dat vinden de kinderen vast leuk. En het bekt nog lekker ook!”

Elke Maand Een … | Het klooster van Rheine

Elke Maand Een: Museum
Museum: Kloster Bentlage
Waar: Rheine, Duitsland

Toegang naar Kloster Bentlage

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

We beginnen ons lange weekend in Rheine, waar we het Klooster Bentlage willen bezoeken. In dit klooster is tegenwoordig een museum gevestigd met o.a. moderne kunst. Het ligt buiten het stadje en dus pakken we, na een rondje door het centrum van Rheine, de auto. Als we op een groot parkeerterrein aankomen, blijkt het klooster nog een eindje lopen. We volgen de bordjes en staan dan onverwacht te midden van oude vakwerkhuizen en hoge bouwwerken van takkenbossen.

Indrukwekkend gradeerwerk

We blijken op het terrein van de voormalige zoutwininstallatie terecht te zijn gekomen: het Salinenpark. Tot in 1952 werd hier zout geproduceerd. In de 18e en vroege 19e eeuw was zout uit Rheine een begeerd handelsgoed. Tegenwoordig staan de historische gebouwen er nog, met als blikvanger het gradeerwerk. Dit zijn twee hoge muren van takjes sleedoorn, waardoor men water laat sijpelen. Onder invloed van warmte, zonlicht en wind verdampt het water en neemt het zoutgehalte in het water toe.

Water sijpelt door takjes sleedoorn

Wij lopen er langs en verwonderen ons over deze verrassende bouwwerken. Een leuke bonus, onderweg naar het museum. Over een bospad komen we uiteindelijk bij het klooster uit. Het blijkt er verrassend druk. Dames in feestjurken, heren in pak, allemaal gaan ze de deur door en de lange gang in. In het klooster blijkt een bruiloft gaande. Maar “het museum is gewoon open”, verzekert een medewerkster ons, die achter de balie bij de ingang zit. Op haar aanwijzing lopen we door dezelfde lange gang en worden enthousiast ontvangen door de twee heren achter de museumbalie.

Kloster Bentlage

Een museumbezoek kost 5 euro per persoon, leggen ze uit, maar als we een kortingskaart hebben maar 3 Euro. De jongere man somt op waarmee we korting kunnen krijgen: een seniorenkaart, een studentenkaart, een vrienden van het kloosterkaart en nog veel meer. Verwachtingsvol kijkt hij ons aan. Ik moet hem teleurstellen, we zijn geen studenten meer, geen senioren en ook geen kloostervrienden.

Nadat we betaald hebben, komen we als eerste in een vleugel waar in zijkamers de geschiedenis van het klooster verteld wordt. Het klooster stamt uit 1437 en heeft in de eeuwen die volgden heel wat meegemaakt. De leden van de Orde van het Heilig Kruis stichtten het. De kruisheren voerden een bescheiden handel in de zoutwinning. In de 19e eeuw bouwde een adellijke familie het klooster om tot kasteel. Tegenwoordig is het een museum, kun je er overnachten, high teaën in het museumcafé en is het dus een trouwlocatie. Ook is het Europese Sprookjesgenootschap al meer dan 50 jaar in het klooster gevestigd.

Wat ons het meeste bijblijft van de tentoonstelling zijn de twee laatmiddeleeuwse relikwieëntuinen. In een duistere kamer worden twee enigszins lugubere voorstellingen uitgelicht. Honderden botten en schedels van heiligen zijn bijeengebracht en te midden van kunstbloemen om Jezus aan het kruis gerangschikt. Ze stellen het Hof van Eden en de Calvarieberg (Golgotha) voor. Op de stukjes perkament naast een relikwie is de naam van de heilige geschreven aan wie het botje ooit toebehoorde. De oudere heer van de balie is met ons meegelopen en vertelt dat elke relikwie een echtheidsverklaring heeft, voor zover dat mogelijk is. De twee ‘tuinen’ waren bijna bij het vuilnis beland.

Op de eerste verdieping is een wisselende tentoonstelling van moderne kunst. Op dit moment hangen er vele modernistische schilderijen van plaatselijke kunstenaars. Kubistische, expressionistische en dadaïstische werken wisselen elkaar af. De schilderijen komen mooi uit in deze bijzondere expositieruimte. Boven ons de oude balken van het museum en onder onze voeten donkere eeuwenoude, ongelijke planken. De werken hangen in de grote ruimte, maar ook in de oude cellen van de monniken. Door een rooster in een hoek van het vertrek komt een haardvuurgeur ons tegemoet. Er hangt hier een bijzondere sfeer, ik snap heel goed waarom dit een populaire expositieruimte is.

Op de eerste verdieping is een wisselende expositie

We zijn op dit moment de enige bezoekers en de oudere heer van de balie, die inmiddels ook naar boven is gekomen, popelt om wat meer te vertellen. Op mijn vraag of het altijd zo rustig is, vertelt hij enthousiast dat er dagen zijn geweest dat er wel 900 bezoekers waren. Waarom er nu bijna niemand is? “Ze zijn waarschijnlijk te druk met het voorbereiden van Sylvester”.

Als we weer bij de balie komen, blijkt dat we met het kaartje ook toegang hebben tot het Josef Wincklerhaus. Het geboortehuis van de auteur Josef Winckler (1881 – 1966) is nu een museum en blijkt op het salinenterrein te staan. Hoewel we de schrijver niet kennen, nemen we toch een kijkje in het kleine museum. Zijn bekendste werk blijkt de schelmenroman Der tolle Bomberg (1923) en zegt mij, om heel eerlijk te zijn, niets. Ik word echter wel nieuwsgierig als ik lees dat het boek inmiddels 750.000 exemplaren kent en verfilmd is.

Josef Wincklerhaus Rheine

En zo krijgen we bij ons bezoekje aan het klooster een uitgebreide geschiedenis van Rheine cadeau. Het klooster en het Salinenpark zijn zeker een bezoekje waard. Je kunt het combineren met de Naturzoo, de dierentuin van Rheine, die naast het park ligt. In het voorjaar en de zomer lijkt me dit een fijne plek om – zeker ook met kinderen – een middag door te brengen. En dat op nog geen half uur rijden vanaf de Nederlandse grens.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Salland Pad etappe 2: Windesheim – Wijhe

Route: Salland Pad
Afstand: 10 km
Start: Bushalte Windesheim Brug
Eind: Bushalte Het Weijtendaal Wijhe

 

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

De eerste etappe van het Salland Pad liepen we van Olst naar Wijhe, plaatsen met een treinstation. De etappe naar Windesheim blijkt een wat grotere uitdaging, met een bus die alleen door de week en slechts één keer per uur rijdt. Als we op een woensdag tijd hebben, nemen we de bus naar Windesheim en lopen vanaf daar naar Wijhe. In Wijhe kunnen we zowel met de bus als de trein terug. Dus door de etappe de andere kant op te lopen, omzeilen we een eventuele wachttijd van een uur.

We beginnen de etappe in Windesheim. Het kleine plaatsje heeft een rijke geschiedenis. In de 14e eeuw werd hier door de volgelingen van Geert Grote een klooster gesticht. Dit klooster kreeg grote invloed in heel Europa en werd daarmee de bakermat van de moderne devotie. Tijdens de reformatie werd het klooster verwoest. Al wat nu rest is het hoge kerkgebouw met een karakteristieke vorm.

Het karakteristieke kerkgebouw van Windesheim

Na het plaatsje lopen we door de Tichelgaten, een natuurgebied met moerassen en weilanden bij de voormalige steenfabriek van Windesheim. Uitkijkend over de vele watertjes zien en horen we veel vogels. Afgelopen jaar, tijdens de vorstperiode begin maart, kon je hier mooi schaatsen en was het een drukte van belang. Nu is het verlaten.

Tichelgaten bij Windesheim

Na de Tichelgaten gaan we al snel de IJsseldijk op die we volgen tot bij Wijhe. Met onze keuze voor start en einde van deze etappe hadden we niet op de wind gerekend. Op de IJsseldijk heeft de wind vrij spel. Hij waait uit het zuiden en we hebben ‘m dus pal tegen. Ook de miezerregen maakt het er niet warmer op. Voordeel van dit weer is wel dat we geen enkele fietser tegenkomen en dus de dijk voor onszelf hebben.

Over de IJsseldijk

Bij Wijhe gaat het fietspad (en wij dus ook) naast de dijk verder. Het water van de IJssel staat al wat hoger. Er zijn tijden dat dit fietspad onder water staat. Bij een bord dat waarschuwt dat het viswater alleen voor leden van de plaatselijke visvereniging is, gaat de route de uiterwaarden in. Ganzen vliegen op en strijken luid protesterend elders neer. Je ziet ze bijna denken: “Wat doen die wandelaars in ons gebied?”.

De Uiterwaarden en visgebied

De route eindigt in Wijhe, waar we de bus weer terug pakken. Zelfs met het grijze weer was het een mooie ochtendetappe. Volgende keer verlaten we de IJssel en gaan het Sallandse binnenland in richting Heino.

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Wandelen op de Teutoschleifen | Bevergerner Pättken

Route: Teutoschleifen | Bevergerner Pättken
Afstand: 7 km
Hoogtemeters↑↓: 83 meter
Start: Bevergern bij een tuincentrum aan de Holtkamp
Eind: Bevergern bij een tuincentrum aan de Holtkamp

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

Op nieuwjaarsdag miezert het en besluiten we een korte rondwandeling te doen, voordat we weer terugrijden naar Nederland. Het wordt de Teutoschleife Bevergerner Pättken, die twee kanalen aandoet, door het plaatsje Bevergern loopt en nog een ‘berg’ meepakt. De regen zet niet door en met af en toe wat zon is het eigenlijk prima wandelweer.

Een Teutoschleifen-bankje kijkt uit op het kruispunt van de 2 kanalen: de ‘Nasses Dreieck’

In Bevergern vinden we een parkeerplaats bij een tuincentrum dat op nieuwjaarsdag gesloten is. Op het in het wandelgidsje aangegeven adres konden we geen parkeerplaats vinden. We zijn vlak bij het Dortmund-Ems-Kanal en lopen al snel langs het opvallend groene en heldere water. Eén binnenvaartschip ligt eenzaam aan de kade. Op andere dagen is het hier waarschijnlijk een stuk drukker.

Een eenzaam binnenvaartschip in het Dortmund-Ems-Kanal
Het water is opvallend helder

We steken het kanaal over via de historische voetgangersbrug ‘Bergeshöveder Steg’ en zien vanaf de brug de ‘Nasses Dreieck’ liggen. Hier eindigt het Mittellandkanal, dat helemaal naar Magdeburg loopt, in het Dortmund-Ems-Kanal. Lange tijd was dit HET centrum van de binnenvaart met Gaststätten en winkels. We lopen langs een sluis naar de overkant waar een informatiepaviljoen staat, waarin de geschiedenis van het kanaal te lezen is.

De Bergeshöveder Steg
De sluis met rechts het informatiepaviljoen

We lopen een tijdje langs het Mittellandkanal en duiken dan het bos in. Een stijgend paadje voert ons naar de Huckberg, met 96 meter het hoogste punt hier. Deze ‘berg’ is de meest westelijke punt van het Teutoburgerwald. Het pad daalt en stijgt en regelmatig hebben we een mooi uitzicht over de omgeving. Uiteindelijk komen we weer uit bij het Dortmund-Ems-Kanal. We passeren de sluizen van Bevergern die dagelijks ongeveer 40 binnenvaartschepen helpen het hoogteverschil van 10 meter te overbruggen.

Uitzicht vanaf de Huckberg

Aan de overkant wandelen we een stukje terug langs het kanaal en slaan dan af naar het plaatsje. Over kleine paadjes komen we in het centrum terecht waar we – zonder al te veel hoop – op zoek gaan naar koffie. Er blijkt slechts één hotel-restaurant open te zijn. Het interieur stamt nog uit de jaren 70 en op de barkrukken zitten 10 oude mannen. Achter de bar staat een ouder echtpaar. Ze lijken het heel gezellig te hebben. Als wij binnenkomen verstomt het gesprek en kijken 12 paar ogen ons aan.

Een kort knikje is het antwoord op de vraag of ze wel open zijn. Als de oudere mevrouw van achter de bar naar ons tafeltje komt, blijkt ze zeer vriendelijk. Cappuccino kan ze ons schenken, maar Kuchen heeft ze helaas niet op deze nieuwjaarsdag. Morgen weer, zegt ze met een glimlach. Wij laten de koffie ons smaken. Als we vertrekken wordt ons auf Wiedersehen met enthousiasme beantwoord.

Het is nog een klein stukje naar de auto. We lopen via het Nonnenpättken, een oude vluchtweg voor de cisterciënzer nonnen die vele eeuwen geleden dit pad in woelige tijden gebruikten om van hun buiten de stad gelegen klooster Gravenhorst binnen de stadsmuren te komen. In een miezerregenbui bereiken we de auto en sluiten een mooie en historisch interessante rondwandeling af.

Het Nonnenpättken

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Canyon Blick
Teutoschleife Dörenther Klippen

Wandelen op de Teutoschleifen | Dörenther Klippen

Route: Teutoschleifen | Dörenther Klippen
Afstand: 9,3 km
Hoogtemeters↑↓: 405 meter
Begin: Wanderparkplatz Bocketal
Eind: Wanderparkplatz Bocketal

De Teutoschleifen lopen deels over de Hermannshöhen (H)

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

Het is oudjaarsdag 2018. De Duitsers maken zich klaar voor Sylvester, wij trekken erop uit. Het is mistig, maar droog en met 11 graden helemaal niet koud. We wandelen vandaag de Teutoschleife Dörenther Klippen en beginnen op de parkeerplaats vlakbij Brochterbeck. We zijn niet de enigen. Gelijk met ons komen er zeker 15 andere auto’s aan. Mannen en vrouwen in felgekleurde hardloopkleding stappen uit en vormen een groep die steeds groter wordt.

Wanderparkplatz Bocketal

Wij laten ze gezellig bijpraten en beginnen onze wandeling. Het is een stuk minder modderig dan gisteren bij de Teutoschleife Canyon Blick, het is dan ook veel rotsachtiger. Dit loopt wel zo prettig. We zijn op weg naar markante zandsteenrotsen, de Dörenther Klippen. Verschillende rotsen hebben namen gekregen zoals Das Hockende Weib en de Dreikaiserstuhl.

De mist geeft een bijzondere sfeer

We lopen over een klein paadje langs de bosrand en passeren twee onbewaakte spoorwegovergangen. Het pad komt uit bij een boomgaard. Dit is het Obstlehrpfad. De voorbijganger kan hier zijn kennis ophalen over de verschillende fruitbomen en bijvoorbeeld de snoeimogelijkheden. Ik kan me voorstellen dat het hier in de lente erg mooi is, als de fruitbomen in bloei staan.

Langs het Obstlehrpfad

Dan begint het te stijgen. De weg gaat het bos in en de mist tussen de bomen levert mooie plaatjes op. Bij het uitzichtpunt op het Bocketal kunnen we in de grijze verte vaag een wit huisje onderscheiden. Verderop staan we op de Dreikaiserstuhl en zien het bos in de diepte, waar we aan het einde van de wandeling zullen lopen. Het zijn indrukwekkende rotsformaties.

Het uitzicht is vandaag iets minder

We beginnen ons net af te vragen waar de hardlopers eigenlijk gebleven zijn, als we een heel stel aan zien komen. Gezellig kletsend komen er een stuk of 20 voorbij, hun kleding ietwat modderiger dan op de parkeerplaats. Even verderop komen we langs een Ehrenfriedhof midden in het bos. Op deze plek is op 3 april 1945 flinke strijd geleverd tussen de geallieerde troepen, die aan de opmars naar Berlijn bezig waren en het Duitse leger. De mist geeft het geheel een mysterieuze sfeer.

Het Ehrenfriedhof midden in het bos

We dalen een stuk en staan dan aan de andere kant van het rondje dat we maken. Hier gaat de weg scherp omhoog richting Das Hockende Weib. Over rotsen en boomwortels stijgen we gestaag. Het is zaak goed te kijken waar je je voeten zet. We doen ons best om een hurkende vrouw te zien in de rotsen die we voor ons zien, maar helaas. Onze fantasie laat ons in de steek.

Veel rotsen, weinig hurkende vrouwen

De weg voert langs de bosrand en we zien de glooiende weiden met hier en daar een boerderij. Op een bankje eten we de broodjes, die we die morgen vers bij de bakker hebben gehaald. Een langskomende hond met een stok in zijn bek, vindt ons brood er aantrekkelijk uit zien, maar zijn bazin houdt hem in het gareel. “Du brauchst kein Brot, du hast een stökchen”. De hond lijkt niet helemaal overtuigd van deze logica, maar gehoorzaamt toch maar zijn bazin.

Het laatste stuk van de wandeling leidt ons onderlangs de rotspartijen waar we een paar uur geleden nog bovenop stonden. Het bos is hier groen en ruikt naar regen en frisse lucht, heerlijk! We nemen nog een stuk trimparcours mee en zien dan de parkeerplaats weer liggen. Het was een mooie wandeling en door de mist zelfs wat mysterieus.

Onderweg komen we hier en daar nog een paddenstoel tegen

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven. Deze wandeling was grotendeels onverhard, met geregeld rotsen en boomwortels die het pad vormden. Goede wandelschoenen zijn dan ook geen overbodige luxe.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Canyon Blick
Teutoschleife Bevergerner Pättken

Wandelen op de Teutoschleifen | Canyon Blick

Route: Teutoschleifen | Canyon Blick
Afstand: 11 km
Hoogtemeters ↑↓: 356 meter
Begin: Parkeerplaats Friedhofskapelle Lengerich
Eind: Parkeerplaats Friedhofskapelle Lengerich

De rondwandelingen zijn goed gemarkeerd

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van  Rheine naar Marsberg loopt.

We beginnen in een rij bij de enige bakker die open is op zondag in Lengerich. Nadat we de broodjes voor de lunch binnen hebben, parkeren we de auto op de bijna volle parkeerplaats bij de Friedhofskapelle. We zijn niet de enige wandelaars die op pad zijn op deze zondagochtend. Onze eerste kennismaking met de Teutoschleifen staat op het programma.

Friedhofskapelle

Onze wandeling heet Canyon Blick en gaat langs de Lengericher Canyon, een kalksteengroeve t.b.v. de cementproductie. Vandaag de dag is de groeve gevuld met helblauw water, als we de plaatjes mogen geloven. Die Blick is bijna aan het einde van de wandeling. Eerst beginnen we aan een stijging door het bos. Het brengt ons meteen in de bergwandelstemming. We moeten even wennen, maar al snel zitten we er in. Door de modder lopen we gestaag omhoog.

Bovengekomen lopen we een stukje Hermannshöhen. Als ik dit pad nou eens helemaal kon lopen … iets om voor een ander jaargetijde eens te overwegen. In de verte zien we de heuvels als grijze contouren boven de glooiende weiden uitsteken. Het weer is grauw maar niet koud. Een zonnetje had het geheel nog mooier gemaakt. We wijken uit voor drie ruiters die al snel overgaan in galop en de heuvel bestormen die we net aflopen. We zien de volgende kilometers voortdurend hun sporen terug in de modder.

Langs uitkijk/jaag/vogelhutten lopen we langs de bosrand. Als we weer op asfalt uitkomen zien we alpaca’s in de wei staan. Het boekje kondigde het al aan: “Mit etwas Glück: Alpakas am Wegesrand”. Het geluk is duidelijk met ons. In een weiland aan de andere kant van de weg wordt voorbijgangers uitgelegd waarom de alpaca’s niet gevoerd mogen worden. Dat is wat anders dan een bordje met alleen ‘verboden te voeren’. Een goede manier om begrip te kweken.

Verboden te voeren, maar dan anders

Na de lama’s zien we het dorpje Leeden liggen, de wandeling gaat er niet door heen en ook wij besluiten het dorpje rechts te laten liggen. Die koffie komt in Lengerich wel. Er volgt een pittig klimmetje naar het hoogste punt van de Leedener Berg op 202 m. We zien hier de restanten van het Lusthauschen van de plaatselijke pastoor. Tot 1910 wandelde en mediteerde hij hier. Het is ook een mooi uitzichtpunt. Bij helder weer kun je de domtoren van Osnabrück zien liggen. Helaas is het vandaag te heiig.

Blik op Leeden
Restanten van het Lusthauschen op de Leedener Berg

Bergafwaarts gaat het weer. We nemen een kijkje bij de Hermannsbrücke over de snelweg en dalen dan verder af. Door boerenland komen we bij een Ehrenmal uit voor gesneuvelde soldaten in de tweede Wereldoorlog uit verschillende landen. Een man met zoon komen net de trappen op om weer terug te komen op de route. De jongen raadt ons af om al die trappen af te dalen en te beklimmen. “Dort gibt es nur ein Kreuz mit Namen”, zegt hij teleurgesteld en zelfs een beetje boos. Hij had duidelijk wat anders verwacht. Wij nemen toch een kijkje en vinden het eigenlijk wel indrukwekkend, zo midden in het bos, hoog op een rots.

Ehrenmal
Ehrenmal

Op een bankje met uitzicht op de verderop gelegen snelweg eten we onze eerder gehaalde broodjes. Niet het meest idyllische uitzicht, maar het is niet gek om eind december buiten te lunchen met heerlijke Duitse broodjes. Diverse wandelaars komen langs, vele hebben hun hond meegenomen.

Na de lunch is de Canyon niet ver meer. Door weiden en langs de bosrand komen we uiteindelijk op het uitzichtpunt uit. Er staan een paar mensen naar het grijze water te kijken, maar lopen dan snel verder. Wij laten het uitzicht op ons inwerken, de wandeling is niet voor niets hiernaar vernoemd. De kleur van het water in het boekje haalt het echter niet bij de (winterse) realiteit. Verkeerde jaargetijde … Dan lopen we ook verder. Langs een aantal beelden in het bos van het Skulpturenpark komen we weer bij de kapel uit. De parkeerplaats is nog voller en jong en oud wandelt af en aan. Een populaire wandeling zo vlak voor Sylvester. En terecht!

De Lengericher Canyon

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven. Deze wandeling was grotendeels onverhard en, na een aantal fikse regenbuien, knap modderig. Goede wandelschoenen zijn dan ook geen overbodige luxe.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Dörenther Klippen
Teutoschleife Bevergerner Pättken

Elke Maand Een … 2019 (lustrum)

Lustrum
En toen werden we wakker in 2019. Een nieuw jaar met nieuwe uitdagingen. Ook voor de Elke Maand Een …- uitdaging. 2019 is wat dat betreft een lustrumjaar. In de afgelopen vier jaar blogde ik elke maand over de uitdagingen die ik mijzelf gesteld had dat jaar.

In 2015 bezocht ik elke maand een museum en schreef daarover. Het werkte erg motiverend, ook door de reacties op de stukken. Dat maakte dat ik in 2016 een nieuwe Elke Maand Een … – uitdaging aanging: Elke Maand Een Route, waarbij ik een bestaande route wandelde of fietste. Ook in 2017 en 2018 ging ik door met de uitdagingen, respectievelijk met Elke Maand Een Foto (met een verhaal) en Elke Maand Een Straatgedicht.

2019
Maar wat ga ik doen in 2019? Welke uitdaging stel ik mijzelf in dit lustrumjaar? Ik heb besloten om in 2019 alle eerdere Elke Maand Een …- categorieën aan bod te laten komen. Ik ga schrijven over musea, routes, foto’s en straatgedichten. Het streven is een gelijke verdeling van de categorieën over het jaar.

Hoog op het lijstje
Afgelopen jaren had ik de bedoeling om ook straatgedichten en musea in Zeeland te bezoeken. Dit is er niet van gekomen. Voor 2019 staat deze provincie daarom hoog op het lijstje. Ook het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en de N70 Natuurroute in het Rijk van Nijmegen wil ik dit jaar zien/wandelen.

Jullie tips
Uiteraard ben ik benieuwd naar jullie tips. Welke musea moet ik echt bezoeken? Welke wandel- en fietsroutes zijn niet te versmaden (bijvoorbeeld in Zeeland) en is er een straatgedicht dat ik echt niet mag missen? De categorie Elke Maand Een Foto is ook voor mij nog een verrassing. Het is maar net wat tegenkom in 2019 (en vastleg op de gevoelige plaat).

Een overzicht van de blogposts voor Elke Maand Een … 2019 vind je hier.

Elke maand een straatgedicht | Terugblik

Straatpoëzie in (met de klok mee) Hilversum, Bussum, Amsterdam, Schalkwijk en Zutphen

De uitdaging
Aan het begin van dit jaar startte ik met alweer de vierde ‘Elke Maand Een’-uitdaging. Dit keer stelde ik mezelf als doel om elke maand iets te schrijven over een straatgedicht. Enige voorwaarde was wel dat ik het straatgedicht zelf tegen was gekomen en op de foto had gezet. Het bleek geen moeilijke opgave. Ik heb de uitdaging dan ook gehaald om elke maand een blogpost over een straatgedicht te plaatsen. De 12 artikelen vind je hier.

Ik wendde mezelf aan om – overal waar ik kwam – om me heen te kijken. Muren, stoeptegels, ramen, alles kon een straatgedicht bevatten. Het deed me op een andere manier naar mijn omgeving kijken. En vaak leverde het wat op. Soms één gedicht, soms veel meer. Af en toe raadpleegde ik de site straatpoezie.nl (een (onvolledig) overzicht van alle straatpoëzie in Nederland en België) als ik een plaats bezocht. Het is tenslotte jammer als je, in een plaats aan de andere kant van het land, net een gedicht mist dat een straat verderop hangt.

De gedichten
Het leverde een aanzienlijke voorraad aan gedichten op. Over de mooiste en meest bijzondere maakte ik een blogpost. Een literaire wandeling door Zutphen besloot ik als geheel te beschrijven. Teveel mooie en bijzondere gedichten. Een aantal van de gedichten die ik afgelopen jaar verzamelde, stonden nog niet op het straatpoëzie-overzicht. Toevoegen is eenvoudig en het overzicht is nu een stukje vollediger.

Straatpoëzie in Zutphen

De gedichten waren erg verschillend. Er waren er die al lang voordat ze in het straatbeeld verschenen, geschreven waren. Zo ben ik meerdere malen Ida Gerhardt tegengekomen, o.a. in Zutphen. Maar ook Victor E. van Vriesland (Amsterdam) en Wotkoce Okisce (Leiden) waren al overleden toen hun poëzie straatpoëzie werd.

Andere gedichten zijn specifiek geschreven voor de plek waar ze hangen. Dit soort gedichten ben ik het meeste tegengekomen. Ze verhalen over (de historie van) het gebied of de (voormalige) functie van het gebouw. Zo kan de toevallige voorbijganger lezen over het voormalige klooster in Ten Boer waar nu een winkelcentrum staat, over de geschiedenis van de begraafplaats in Hilversum en de oorspronkelijke functie van de Bordenhal in Maastricht. In Bussum, Hilversum, Schalkwijk en Zutphen (en veel meer plekken waar ik nog niet over heb geschreven) lieten de stadsdichters van zich horen. Een of meerdere gedichten van hun hand sieren de straten op.

Straatgedicht in Ten Boer

De balans opmakend
Met een Drents gedicht in de maand december, heb ik 9 van de 12 provincies gehad. Alleen Flevoland, Brabant en Zeeland ontbreken nog in mijn verzameling. 7 dichters kende ik toen ik hun straatgedicht zag. Dit jaar heeft me dus veel nieuwe namen en gedichten opgeleverd. Er zaten een paar mooie gedichten tussen. Wat de meeste indruk maakte, was het gedicht van Judith Nieken in Leeuwarden. Misschien ook omdat het zo herkenbaar is. Het zijn zinnen die ik zelf geschreven had willen hebben.

Mijn verzameling telt op dit moment 83 gedichten en is nog altijd groeiende. Deze uitdaging leverde mij zoveel plezier op, dat ik ook volgend jaar gewoon doorga met het verzamelen van en schrijven over straatgedichten. Poëzie is overal om ons heen. Het is zonde is om daar niet wat meer aandacht aan te besteden.

Straatpoëzie in (met de klok mee) Zuidlaren, Leiden, Maastricht, Hulshorst, Zwolle en Leeuwarden