Huisjes

Je ziet ze steeds meer de laatste tijd. In alle soorten, maten en kleuren. Het lijkt wel een rage te worden. Aan de schuttingen, in de bomen, aan de huizen, zelfs in de huizen. Soms eentje, vaker meerdere. Hele rijtjes, complete woonwijken bevolken het straatbeeld.

Maar het zijn niet alleen de bevolkte gebieden waar deze trend zich verspreidt. Ook de bossen gaan mee met de laatste hype. Kijk maar eens omhoog, de volgende keer dat je door een kleine of grotere verzameling bomen loopt. Vogelhuisjes zo ver het oog reikt.

Als vogel zou ik een beetje in de war raken. Welk huisje had ik ook al weer gehuurd voor dit seizoen? Met de gekleurde exemplaren, af en toe zelfs voorzien van een motiefje, is dit nog niet zo’n probleem. Maar in het bos zijn ze allemaal groen, of bruin. En de bomen zijn ook allemaal groen, en bruin. Vind dan maar eens je optrekje terug.

In de bossen van Landgoed Den Alerdinck heeft men hier wat op gevonden. Simpel en doelmatig zijn de huisjes voorzien van een huisnummer. Eigenlijk zoals het in de mensenwereld ook werkt. Het enige wat de koolmees, pimpelmees, of ander gevederd medewezen hoeft te doen, is het nummer van zijn eigen huisje onthouden. Eitje.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Advertenties

Jacobspad etappe 9: Terhorst – Dwingelderveld

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 18 km
Startpunt: Terhorst, parkeerplaats buiten het dorp aan het Koninginnepad
Eindpunt: Bezoekerscentrum Dwingelderveld, Ruinen

Het Moordenaarsveen aan het begin van de Kraloër Heide

Bij het beantwoorden van de vragen van de Wandelen-tag schreef ik dat het beste wandelweer voor mij 20 graden en een zonnetje is. Tijdens de vorige Jacobspad-etappe in augustus waren deze omstandigheden aanvankelijk ver te zoeken. De september-etappe is echter zonovergoten. En 20 graden. Het ideale wandelweer dus voor een etappe die eigenlijk vrijwel alleen door natuur en over onverharde paden gaat.

De heide staat nog volop in bloei

We starten met zijn vieren, waaronder één wandelaar die nog niet eerder meeliep. Hij had de foto’s van de ‘incidentele’ koffie met appeltaart gezien en wilde graag deel uitmaken van die ervaring (en uiteraard meewandelen). Hij bleek een enthousiaste wandelaar die na deze etappe de smaak te pakken heeft. De oktober-etappe staat al in zijn agenda.

Vanaf de parkeerplaats in Terhorst lopen we vrijwel gelijk over een zandpad en na een paar honderd meter al midden tussen de bloeiende heide van het Terhorsterzand. Nog bedauwd van een frisse nacht levert het een mooi plaatje op. Ook de paddenstoelen zijn ruimschoots aanwezig. Het is met recht een mooie herfstdag.

Langs Camping De Bosrand lopen we naar het enige plaatsje van deze etappe, Spier. Hier komen we er niet onderuit om weer zo’n foto met koffie en appeltaart te ensceneren. Wij, de ervaren Jacobspadwandelaars, vinden dat overigens geen enkel probleem. Misschien is dit – nu de herfst zijn intrede doet – wel het laatste terrasje van het Jacobspad.

Spier: een plaatsnaam die ik, sinds we het Jacobspad in januari begonnen, tegenkwam op de borden langs de A28. Daar lopen we ook ooit langs, dacht ik dan. Nu was het zover, na 8,5 etappe staan we in Spier. Het ooit is heden geworden.

Na de koffie wandelen we richting diezelfde A28 en slaan een paadje met het bordje voetpad in. Opeens lopen we vlak langs de snelweg, slechts een slootje en een groenstrook scheidt ons van het voortrazende verkeer. Via een trap komen we uiteindelijk op een viaduct over de weg uit en lopen langs de Van der Valk waar ik afgelopen maanden zo vaak langs reed.

De A28 waar ik regelmatig overheen reed

Vlak hierna duiken we boswachterij Dwingeloo in en lopen met veel afslagen door bos en heideveld. Met dit weer een plaatje. De routeaanduidingen zijn niet overal even talrijk en zonder boekje en GPS waren we gegarandeerd de weg kwijtgeraakt. Bij een bankje in de zon stoppen we voor de lunch. Ons uitzicht is een uitgestrekt heideveld. In de verte zien we de fietsers van de fietsvariant van het Jacobspad.

Hierna volgen lange rechte wegen die naar de Dwingeloosche en Kraloër Heide leiden. We lopen langs een schaapskooi en komen steeds meer fietsers, wandelaars en ook een huifkar tegen. En geef ze eens ongelijk. Na het weer van afgelopen weken is dit een cadeautje waar we niet meer op gehoopt hadden. De Kraloër Heide is groot, uitgestrekt maar ook enigszins kaal. De bloeiende heide hebben we achter ons gelaten.

Een kilometerslang zandpad doorsnijdt de Kraloër Heide

Na een kilometerslang zandpad bereiken we weer het bezoekerscentrum Dwingelderveld waar we die ochtend één van de twee auto’s achterlieten. De parkeerplaats is een stuk drukker geworden. Voor het bord van het bezoekerscentrum willen we een foto maken van ons vieren. Eén van mijn medewandelaars vraagt een oudere man met zijn handen vol plantjes. Hij twijfelt geen moment, zet de plantjes neer en neemt vier foto’s. Vervolgens grijpt hij deze kans aan om zijn Amerika-ervaringen te delen. Hij en zijn vrouw zijn net terug van twee weken westkust en hij vond het geweldig. Twee van mijn medewandelaars kunnen meepraten over dit gebied, waardoor de man alleen maar enthousiaster wordt.

Het bewuste bord

Met moeite kunnen we ons losrukken. De man moet eigenlijk ook weer verder met de voorbereidingen voor de streekmarkt van morgen bij het bezoekerscentrum. Wij maken dankbaar gebruik van de mogelijkheid om in het bezoekerscentrum een boerderij-ijsje te halen. Op een bankje in de schaduw genieten we van deze plaatselijke lekkernij en evalueren de wandeling. Hij is te scharen onder een van de mooiste etappes die we tot nu toe gelopen hebben. Het perfecte wandelweer hielp ook een handje.

In oktober duiken we boswachterij Ruinen in voor een van de laatste etappes voor Hasselt.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Ever tried to climb this?

Ever tried to climb this? vroeg een onbekende. Hij of zij had in een duidelijk leesbaar handschrift zijn vraag achtergelaten op een stalen constructie die de overkapping van het perron ondersteunde. Mijn antwoord was een volmondig Nee! En ik ga er vandaag ook niet aan beginnen, voegde ik er in gedachten aan toe.

Het is woensdagochtend, midden-augustus en stralend weer. Een uur daarvoor was ik vanuit een klein Noord-Duits plaatsje op de trein gestapt naar Hamburg, in de hoop daar tickets te bemachtigen richting Nederland. De Deutsche Bahn medewerkster had meegedacht en via 5 overstappen zouden ik en mijn volgeladen fiets in Nederland geraken. Die dag nog. Regionalbahn was het toverwoord. Met een cappuccino-to-go en een zoet broodje wachtte ik op mijn trein richting Bremen.

Ever tried to climb this? Ik had er überhaupt niet over nagedacht dat je deze constructie ook zou kunnen beklimmen. Maar voor de avonturier onder ons is het waarschijnlijk een koud kunstje. Erg ver kom je echter niet. Binnen een paar meter kom je bij het dak. Het uitzicht is niet veel beter dan hier beneden. Treinen, rails, reizigers en af en toe een vakantiefietser.

Wie was de onbekende vragensteller? Heeft hij de constructie echt beklommen? Of is het niet verder gekomen dan een gedachte? Een wachtende reiziger, aan het einde van de dag. Hij (het is vast een ‘hij’) komt uit zijn werk en is op weg naar huis. Zoals elke dag neemt hij zijn vertrouwde plekje in, naast de constructie. Hij staart voor zich uit, zijn gedachten mijlenver weg.

Een jongetje huppelt langs aan de hand van zijn moeder. “Mag ik daarop klimmen, mama?” vraagt hij en hij wil al naar de constructie toelopen. “Nee joh”, zegt zijn moeder, “dat is niet om in te klimmen. Dit is een station, geen speeltuin.” Moeder en zoon lopen verder, maar hebben iets wakker gemaakt in de wachtende reiziger. Hij bekijkt de constructie met hele andere ogen.

Uit zijn tas pakt hij een viltstift en schrijft zijn gedachte op. In het Engels … eigenlijk vrij ongebruikelijk voor een Duitser.

Dus misschien was de vragensteller wel een heel ander persoon. Een Amerikaanse toerist op doorreis, een baldadige internationale student die daadwerkelijk naar boven is geklommen. Of wellicht een vakantiefietser die die dag op zijn tweede station aanbeland was en nog vele treinen in het verschiet had … en vele wachttijden.

Wie het ook was, er rest nu slechts een vraag. Een vijfwoordenzin die mensen op ideeën brengt, ze aanspoort om anders naar hun omgeving te kijken en zelfs bloggers inspireert.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

De Wandelen-Tag

Een zandpad onderweg op het Jacobspad Uithuizen – Hasselt

Op de blog van Vera wandelt zag ik in augustus deze tag voorbijkomen. De weken erna dook hij bij meerdere wandel- en reisbloggers op. Ze deden uit de doeken waarom ze hun wandelschoenen aantrokken en uren achtereen al wandelend binnen- en buitenland verkenden. Ik kwam bijzondere antwoorden tegen. Hieronder volgen de mijne.

Waarom wandel je?
Ik wandel al zolang ik mij kan herinneren. Van kinds af aan gingen wij elke herfstvakantie met drie generaties naar Zwitserland om de meest schitterende wandelingen te maken. De natuur, de gezelligheid en de prestatie zijn redenen die ook nu nog gelden. Je komt op plekken waar je met de fiets of auto niet komt, hebt lunches met prachtige uitzichten en ik ben soms verbaasd over hoe makkelijk ik 20 kilometers ‘wegtik’.

Steenmannetjes tijdens een wandeling naar Cabane de Moiry in het Val d’Anniviers, Zwitserland

Tegenwoordig is historie ook een belangrijke reden om een wandeling te doen. Het Jacobspad van Uithuizen naar Hasselt is het eerste langeafstandwandelpad dat ik loop en brengt me langs eeuwenoude kerken, kerkepaden, onbekende dorpjes en heel veel geschiedenis waar ik niets van af wist. Voor het Westerborkpad waar ik binnenkort mee wil starten, is historie ook de belangrijkste drijfveer.

Maar misschien nog wel de belangrijkste reden om te wandelen zijn de onverwachte, onvoorziene zaken waar je onderweg op stuit. Het zijn de dingen die je niet in de hand hebt. Het pad houdt op, de aanwijzingen blijken niet te kloppen, je komt bekende of onbekende mensen tegen waarmee je leuke gesprekken hebt. En soms leidt dat zelfs tot een kopje koffie in een 18e-eeuwse boerderij.

Wanneer wandel je?
Ik wandel wanneer ik de tijd heb. Meestal is dit in een weekend of op mijn roostervrije dag door de week. Deze dagen besteed ik dan aan groene wissels, trage tochten, een etappe van een langeafstandswandeling of een ommetje in de buurt. Daarnaast draag ik altijd mijn Garmin, een activity tracker waarmee ik al mijn stappen bij houd. Ik ben dus eigenlijk dagelijks bezig met wandelen en loop vaak bewust nog een stukje als ik bijvoorbeeld moet wachten op mijn trein of bus.

Waar wandel je het liefst?
Eigenlijk heeft elke wandeling zijn eigen charme. Je maakt altijd wel iets mee of komt iets tegen dat je niet verwacht en dat maakt het leuk. Mooie natuur, verrassende paadjes, uitdagende klimmen zijn zeker favoriet, maar een wandeling door een stad of dorpje zijn minstens zo interessant. Ik word iets minder blij van kilometerslange geasfalteerde paden langs grote wegen.

Tijdens de Trage Tocht Berg en Dal maken we veel hoogtemeters

Wandel je samen of alleen?
Meestal wandel ik samen met echtgenoot, familielid, vriendin of collega. Wandelen is een ideale gelegenheid om bij te praten. Daarnaast is het gewoon gezellig en zie je met meerdere mensen meer dan in je eentje, zoals hertensporen of de juiste afslag.

Wat is voor jou het perfecte wandelweer?
Het meest ideale weertype om bij te wandelen is een graadje of 20, droog en niet te veel wind. Maar bij andere weertypen trek ik er ook op uit. De herfst en de lente vind ik fijne jaargetijden om buiten te zijn. De natuur laat zich dan van haar mooiste kant zien. Ik kom dan ook met veel foto’s thuis.

Op een mooie herfstdag lopen we de Trage Tocht Paleis Het Loo

Wat neem je mee tijdens jouw wandeling?
In mijn rugzak zit altijd voldoende proviand voor onderweg, we komen lang niet altijd een horeca-gelegenheid tegen. Bij het Jacobspad hebben we de traditie ingesteld om elke etappe iets lekkers mee te nemen. Dit varieert van Terschellinger pondkoek tot verse ananasstukjes. Daarnaast natuurlijk het routeboekje, eventueel een wandelkaart, mijn telefoon, een fototoestel, een EHBO-setje, een plastic zak om op natte bankjes of grasvelden droog te zitten en afhankelijk van waar en bij welke weersomstandigheden we wandelen een GPS-apparaat, een warme trui en zonnebrandcrème.

Wat is jouw wandeltempo?
Mijn wandeltempo is helemaal afhankelijk van het gebied waar ik wandel, met wie ik wandel en hoe fotogeniek alles is. Het gaat me bij het wandelen niet om de snelheid, maar om het genieten. Een wandeling is een middagje of dagje uit.

Op welke schoenen wandel je?
Ik wandel eigenlijk altijd op mijn Lowa’s, bergschoenen die inmiddels al weer 7 jaar oud zijn. Ik heb ermee in de bergen van Canada, Madeira en de Alpen gewandeld, maar ze hebben ook regelmatig door de duinen van Terschelling, de heidevelden van Drenthe en de bossen van de Veluwe gewandeld.

Mijn trouwe Lowa’s

Wandel je het liefst verhard of onverhard?
Ik kan niet zeggen dat ik liever verhard of onverhard wandel, dat is helemaal afhankelijk van de wandeling. Als ik een wandeling maak voor en door de natuur heeft onverhard wandelen mijn voorkeur. Wandelingen door een eeuwenoude geschiedenis van een stad of gebied echter brengt onvermijdelijk verharde wegen met zich mee. Dit past bij de wandeling. En die kinderkopjes hebben zeker hun charme.

Wanneer is een wandeling voor jou geslaagd?
Een wandeling is voor mij geslaagd als ik met een goed gevoel huiswaarts keer. Dit kan zijn omdat de natuur prachtig was, ik interessante historische dingen ben tegengekomen, het gezelschap aangenaam was, ik leuke ontmoetingen heb gehad of verrassende dingen ben tegengekomen onderweg (zoals een zebra in de sneeuw).

Tijdens de Trage Tocht Duursche Waarden bij Den Nul komen we wel een heel bijzonder dier tegen

Kortom, een wandeling is geslaagd als ik er een stuk over kan schrijven. Tot nu toe is dat altijd het geval geweest. Volgens Robert Macfarlane is dit ook niet zo vreemd. In zijn boek De oude wegen (2012) schrijft hij het volgende:

“Het pact tussen lopen en schrijven is bijna zo oud als de literatuur zelf – een wandeling is maar één stap verwijderd van een verhaal, en elk pad vertelt.”

Geef de Wandel-Tag door
Lees je dit nu en denk je: herkenbaar! Of juist helemaal niet? Vul dan ook de Wandelen-Tag van Vera wandelt in. Ik ben benieuwd naar jouw wandelervaringen.

 

Fiets in de trein

Treinleven

Stel je voor

Stel je voor: je staat op het perron met je fiets volgepakt met minimaal twee voor- en twee achtertassen. Net heb je de lift genomen om in de spoortunnel te kunnen komen. Het oude vrouwtje met rollator, dat aan kwam lopen toen jij al in de lift stond, wilde heel graag met je mee in de lift en was enigszins gepikeerd dat dat niet paste. Vanuit de spoortunnel nam je een tweede lift om op het perron te komen. Nu wacht je op de trein die je op je Duitse plek van bestemming zal brengen. Of in ieder geval een stukje in de goede richting, er wachten je namelijk nog drie overstappen.

Met de fiets in de trein

Met de fiets in de trein. Het kan in Nederland, Duitsland, België, Luxemburg en nog veel meer andere landen. Dat is fijn en handig. Het scheelt je als fietser enorm veel tijd. Maar reizen met een fiets in de trein brengt ook uitdagingen met zich mee. Altijd. Althans wel die keren, afgelopen jaren, dat ik het deed. Geen enkele reis is hetzelfde, geen enkele conducteur is hetzelfde en ook de medereizigers die met hun fietsen de reis ondernamen, zijn stuk voor stuk anders. Het mag met recht een avontuur genoemd worden.

Vier vakanties ervaring heb ik inmiddels. De eerste reis vanuit Luxemburg, de laatste vanuit Noord-Duitsland. In Luxemburg had ik nog geen fiets-in-trein ervaring en was ik blij dat mijn fiets überhaupt een plekje vond op het balkon. Samen met nog een aantal andere fietsen, waardoor er niemand meer in of uit kon. Vanuit Noord-Duitsland reisden we met enkel regionale treinen, wat een luxe bleek te zijn voor de vakantiefietser.

Luxemburg en België

De Luxemburgse trein leek veel op de Nederlandse, alleen een paar decennia ouder. Fietsen konden in principe op het balkon staan, maar als het er meer dan drie werden, kon je er eigenlijk niet meer in of uit. Tassen konden we er niet kwijt en stonden opgestapeld op het bankje tegenover ons. Gelukkig was het niet druk en de andere fietsers hadden dezelfde constructie bedacht. Wij hadden net de Vennbahn gefietst, de smokkelroute door Duitsland, België en Luxemburg over een oud spoorwegtracé en zagen een deel van de door ons gefietste route langs ons heen flitsen, terwijl we in rap tempo naar België reden.

In de Belgische trein was een apart rijtuig gereserveerd voor de fietsen. De conducteur had de sleutel en tijdens de rit mochten reizigers niet bij hun fietsen blijven. Geen probleem en lekker makkelijk. Diefstal werd zo ook lastig. Bij krappe overstaptijden ben je wel weer afhankelijk van de man met de sleutel, maar die wil over het algemeen ook weer verder. Geen enkel probleem dus.

Duitsland

Het fietsgedeelte in de Duitse intercity

En dan de Duitse treinen. Hier ligt mijn meeste ervaring en ook de meeste avonturen. In de intercity’s is reserveren voor je fiets verplicht. Er is beperkt plek in de speciale fietsgedeelten van de coupés. Je fiets hang je aan of zet je in de speciale haken. Bagage kan er meestal niet op blijven maar kun je naast je fiets kwijt.

Nadeel is dat niet iedereen zich aan de nummers houdt die zijn toegewezen in de reserveringen. Bepaalde plekken hebben nu eenmaal de voorkeur boven andere. Ik zet ook liever mijn fiets in een lage stalling, dan dat ik het voorwiel aan een haak in de buurt van het plafond moet hangen. Daarnaast heb ik de ervaring dat reserveringen ook wel opgeheven worden. Onder het mom van ‘zie maar dat je een plekje kunt bemachtigen’ stap je dan met zwaarbeladen fiets de trein in.

Intercity’s hebben een hoge instap en een smalle deur en een nauw gangetje waardoor je je fiets naar binnen moet wurmen. Instappen bij regionale treinen daarentegen zijn meestal gelijkvloers en de doorgangen zijn breder. Ook merkten we, toen we afgelopen zomer zonder reservering met enkel regionale treinen vanuit Noord-Duitsland terugreden naar Nederland, dat bepaalde Bundesländer hun regionale treinen uitrusten met een compleet fietsrijtuig.

Op station Hamburg Harburg rijden regionale treinen met aparte fietscoupés

Enkel haken, standaards en stangen om je fiets in te zetten, aan te hangen of tegen aan te laten leunen. Ideaal! Dertig fietsen konden er zeker staan. Op onze reis was het niet druk, waardoor we 10 uur en 5 overstappen later geen enkel stuk bagage van de fiets hadden hoeven halen. Ook kwamen we keurig op tijd aan op ons eindstation.

Een ervaring die maakt dat ik volgende keer weer met regionale treinen wil reizen. Zeker na ons akkefietje in Almelo vorig jaar met de intercity. Vanuit Denemarken reisden we toen terug naar Nederland, met een Duitse trein. In Almelo stapten we over op een Nederlandse trein. De bagage stond al op het perron, de fietsen nog in de trein. Toen gingen de deuren dicht en reed de trein weg. Gelukkig stond ik ook op het perron en mijn medefietser nog in de trein, waardoor het allemaal nog goed kwam. Maar dit is de nachtmerrie van elke fietser en was voor mij bijna de reden om niet meer met de fiets in de trein te reizen.

Maar ja, het is zo makkelijk en je komt zo veel verder. Dus dit jaar, toen het Almelo-akkefietje iets minder vers in het geheugen lag, toch weer een fiets-treinreis geboekt. Naar Rostock ditmaal (en vanuit daar naar Zweden), wederom met de intercity. Helaas bleek de tweede trein überhaupt geen fietsrijtuig te hebben waardoor de fietsers hun fietsen kwijt moesten in een gewoon rijtuig met bankjes en tafeltjes. Hangend aan het voorwiel bevestigden wij onze fietsen met de spin aan de bagagerekken, nadat we hem, zonder bagage, met moeite door het gangpad hadden gemanoeuvreerd. De tafeltjes waren opgeklapt, waardoor er bij zo’n vierzitsbankje net plek was voor twee fietsen.

De niet fietsende reiziger keek vreemd op toen het rijtuig bevolkt bleek door op hun achterwiel balancerende fietsen. Dit soort gevallen verenigt wel de vakantiefietser. Iedereen helpt elkaar met bagage en ophangen van fietsen. Ook bij het uitstappen worden van alle kanten helpende handen uitgestoken. Dat is het positieve aan dit soort situaties, het maakt het contact een stuk makkelijker. En de met de trein reizende vakantiefietser is over het algemeen geïnteresseerd in zijn collega-fietsers. De afgelopen vier fietsvakanties hebben we dan ook veel verhalen gehoord (en verteld) in de trein. Het maakt de reis onzeker, onverwacht, maar ook zeker interessant en avontuurlijk.

Nederland

Nederlandse treinen tenslotte kunnen nog wat leren van de Duitse regionale treinen – en toegegeven – ook van de Duitse intercity’s. Aparte fietsgedeelten ben ik nog niet tegengekomen in de Nederlandse trein. Op het balkon zijn per treinstel drie plekken gereserveerd voor fietsen. Dat is het. Als het vol is, is het vol. Reserveren is niet mogelijk. Gelukkig is de manoeuvreerruimte in de Nederlandse trein wel een stuk ruimer dan in de Duitse intercity. En als je een vroege of late trein pakt is er vaak ook genoeg plek.

Dus

Treinreizen met de fiets is dus per land, maar ook per trein een verrassing. Het beste is om zonder verwachtingen in te stappen en de avonturen onderweg over je heen te laten komen. Het loopt altijd anders dan je denkt en dat levert leuke verhalen op voor later (of voor een blog). Waar we volgend jaar heengaan, weet ik nog niet. Maar beginnen of eindigen met een treinreis sluit ik zeker niet uit.

 

Rondje Kattegat op de fiets | Jutlandroute

Onze fietsroute rond het Kattegat

In de zomer van 2017 fietsen we in tweeëneenhalve week rond het Kattegat. We beginnen in Trelleborg, Zweden en fietsen via de eerste langeafstand fietsroute van Zweden – de Kattegattleden – naar Göteborg. Hier steken we over naar Frederikshavn, Denemarken. We volgen het spoor van de Vikingen – via de Jutlandroute – terug naar het zuiden en nemen uiteindelijk in Hemmoor, Noord-Duitsland, de trein weer terug naar Nederland. We zijn dan 1200 km verder en veel ontmoetingen, ervaringen en indrukken rijker.

De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen. Hoe beviel Zweden op de fiets, is de eerste Zweedse langeafstand fietsroute een aanrader, hebben we daadwerkelijk sporen van Vikingen gezien en hoe gaat dat nu eigenlijk, met de fiets in de trein?

Jutlandroute

De hærvejen is zowel een populaire wandel- als fietsroute

We staan vooraan als de deuren van het schip opengaan en we Denemarken zien liggen. Donkere luchten, extra uitgelicht door een fel schijnende zon is ons eerste beeld van dit Scandinavische land. De Stena Line man gebaart dat wij fietsers als eersten eraf mogen en enkele minuten later rijden we samen met een paar andere vakantiefietsers over het veerbootterrein. Voor ons ligt het havenplaatsje Frederikshavn, het begin van onze Jutlandroute.

De komende anderhalve week fietsen we vanaf Frederikshavn richting zuiden. Eerst langs de kust en daarna landinwaarts. We volgen het spoor van de Vikingen, de basis van de Jutlandroute van Clemens Sweerman. De route loopt van Skagen, helemaal in het noorden van Denemarken over rustige landwegen, voormalige spoorbanen en historische handelswegen (de Hærvejen) via Noord-Duitsland naar Emmen.

De meeste mensen zullen de route andersom fietsen. Qua wind, die vaak uit het zuidwesten waait, niet zo’n gekke keuze. Voor ons rondje Kattegat kwam deze richting beter uit. Onderweg komen we dan ook veel fietsers tegen die ons tegemoet fietsen en slechts een enkeling die ‘onze’ kant op fietst. Ondanks de tegenwind was deze richting prima te doen. Net als vorig jaar de eilanden, beviel het vaste land van Denemarken ons weer zeer goed.

Zon, regen en heuvels

Het is vier uur ’s middags als we met Deense Kronen op zak en ingrediënten voor een simpel avondmaal vanuit Fredrikshavn op weg gaan naar onze eerste Deense camping in Sæby. Dreigende luchten met hier en daar een bliksemschicht begeleiden ons, terwijl de zon haar best doet de glooiende korenvelden zo geel mogelijk te laten lijken. De 15 kilometer doen ons weer denken aan vorig jaar. Denemarken is niet vlak, is ook nu weer onze conclusie. De eerste hellingen dienen zich al aan als we Frederikshavn nog niet uit zijn.

Op de camping aangekomen begint het te stortregenen en moeten we nog een uurtje wachten totdat we, zonder helemaal doorweekt te raken, onze tent op kunnen zetten. Bij het opzetten schijnt de zon weer uitbundig. ’s Avonds maken we zelfs een mooie zonsondergang mee. En dat is hoe het weer de rest van onze Deense fietsweek zal zijn, stralende zon afgewisseld door fikse regenbuien.

Na regen komt zonneschijn … en daarna weer regen (camping Sæby)

De volgende dag volgt een mooie fietsetappe langs de kust van Noord-Jutland. Over rustige landwegen komen we langs typische Deense boerderijen, waarvan er veel til salg (te koop) zijn. Even dringt een vergelijking met Noord-Groningen zich op, maar dan zonder de aardbevingen. Mensen trekken weg uit deze streek. Het natuurschoon en de dorpen zullen niet de reden zijn. We fietsen door kleine kustdorpjes met kleurige oude huizen en kenmerkende kerken. Bij zon zeer fotogeniek.

Ontmoetingen

Hoewel we aanvankelijk weinig vakantiefietsers tegenkomen, spreken we wel een aantal geïnteresseerde Denen. Bij een haventje aan zee wil de eigenaar van een koffietentje weten welke Nederlandse pretparken hij in september echt moet bezoeken als hij met vrouw en twee zoons onder de 10 naar Amsterdam gaat. De bijna gepensioneerde eigenaresse van de camping in Hadsund is zelf enthousiast fietser en schuift ons, na een half uur fietservaringen uitwisselen, twee douchemunten toe met de woorden “Cyclists get free showers here”.

De dag erop verlaten we de kust en fietsen al ‘heuvelend’, zoals Sweerman het in zijn routeboekje schrijft, langs het Mariager Fjord landinwaarts. Deze etappe valt ons zwaar en na 17 kilometer klimmen en dalen – de laatste afdaling over natte kinderkopjes – zijn we blij om in het historische stadje Mariager een terrasje te zien. We strijken neer aan een van de twee tafeltjes en genieten van een grote beker koffie met veel melk. Zeker geen cappuccino, zoals de verkoopster het noemde, maar zeer verdiend.

De fietsen parkeren we in Mariager bij de paardenkoetshalte, die gelukkig niet verschijnt

De weersvoorspellingen zijn niet best als we in Viborg, een van Denemarkens oudste stadjes, aankomen. We vinden, dankzij de hulp van een meedenkende VVV-medewerkster, een van de laatste kamers in een B&B. Een handbalevenement en een hondenshow doen de stad kraken in zijn voegen. De volgende dag spreken we af met vrienden die toevallig ook in de buurt vakantie houden. In het café bij de dom wisselen we vakantie-ervaringen uit en horen we alles over Legoland, een must voor alle kinderen, aldus de twee jongens. De gutsende regen slaat tegen de ramen.

In Viborg komen we deze tekst tegen: als de bakker dood is, bakt hij geen brood meer (vrij vertaald)

Lekke banden

Tot aan Viborg waren de lekke banden ons bespaard gebleven, maar dat geluk duurt niet eeuwig. De volgende dagen wordt er een ernstig beroep gedaan op onze bandenplakvaardigheden. De beroemde grindwegen, waarover ik in blogs over de Jutlandroute had gelezen, doen hun invloed gelden. Ze worden steeds talrijker en de combinatie van scherpe steentjes en natte banden is geen gelukkige. In drie dagen plakken we vier lekke banden. We besluiten om de volgende fietsvakantie toch maar antilekbanden te proberen.

Fietsen over grindwegen is vooral bij regen een goede basis voor lekke banden

De grindwegen kennen een lange historie. Het zijn de oude handelswegen, de ‘Hærvejen’, in Duitsland ook ‘Ochsenweg’ genoemd, die van zuid naar noord lopen. Sommige delen gaan terug tot vóór de bronstijd. Dat maakt dat je zo’n lekke band toch even wat anders bekijkt. Op die wegen komen we naast fietsers ook veel wandelaars met grote rugzakken tegen, het zijn populaire routes. Langs de Hærvejen vind je af en toe nog een zogenaamde Kro, een herberg waar vroeger de postkoetsreizigers overnachtten. In Jelling, thuisstad van de Vikingkoning Blauwtand (Bluetooth is naar hem vernoemd), eten we een hapje in de eeuwenoude Kro. Fietsen over oude Deense wegen en niet eten in een Kro, dat kan eigenlijk niet.

De Kro in Jelling ziet er uit zoals een Kro er (in mijn gedachten) uit moest zien

Overnachten

Tijdens onze fietstocht hebben we allerhande overnachtingen gehad. Van tent tot B&B, van hotel tot stuga. Onze laatste camping in Denemarken – in Vojens – is een geval apart. Na een dag vol regenbuien en enige onenigheid met de GPS komen we er aan. De camping hoort bij een sportcomplex en is verlaten. Geen campingpersoneel, geen campinggasten, alleen één onbewoonde caravan. We bellen het telefoonnummer dat op het hek staat en 10 minuten later komt er een mevrouw aan gereden.

Ze is niet verbaasd als we vertellen dat we een route fietsen die in Nederland begint of – in ons geval – eindigt. Veel Jutlandroutefietsers gebruiken deze camping om te overnachten. Als campinggast heb je toegang tot de faciliteiten van het sportcomplex. Als enige twee kampeerders betekent dat dat we een enorme keuken, veel douches, toiletten, een tv en wat dies meer zij tot onze beschikking hebben. Een verlaten camping voelde wat vreemd maar is zo gek nog niet.

In Noord-Duitsland kamperen we in Hademarschen bij de boer. Achter zijn boerderij, met uitzicht op de weilanden, zijn een paar kampeerplaatsen. De ene douche, het ene toilet en de afwasgelegenheid zitten bij elkaar in één ruimte, in een soort tuinhuisje. Karig, maar prima verzorgd. Net als het ontbijt. De bestelde warme broodjes worden door de boer bij de tent gebracht en de boerin vraagt of wij er ook koffie bij willen. Even later zitten we met een grote mok koffie op een van de bankjes die zij er speciaal voor de kampeerders hebben neergezet. In het gastenboekje lezen we dat we niet de eerste Jutlandroutefietsers zijn die deze leuke camping hebben ontdekt.

Ons uitzicht vanaf de camping in Hademarschen

Kortom

In Noord-Duitsland sluiten we ons rondje Kattegat af. In de paar dagen die we nog hebben, halen we Nederland niet meer en er is weer regen voorspeld. We vinden het mooi geweest. In tweeëneenhalve week hebben we drie landen doorkruist, veel mooie natuur en idyllische dorpjes gezien, onze conditie weer op peil gebracht en zijn we weer heel wat historische kennis wijzer. Ook de ontmoetingen onderweg met fietsers maar ook met inwoners van de gebieden waar we doorheen fietsten waren inspirerend en verrassend.

De laatste dag reizen we per trein met onze fietsen terug naar Nederland. Met regionale treinen reist het eigenlijk prima, ze zijn fietsvriendelijk en we hebben alle tijd. Met vijf overstappen en tien uur later zijn we dan eindelijk op de plek van bestemming. Het voelt vreemd om weer terug te zijn, maar ook heel goed. Medekampeerders op de camping in Hademarschen kenden het gevoel. Oma, moeder en twee dochters (ongeveer 9 en 11 jaar) waren met de fiets onderweg naar Kopenhagen. Een van de dochters zei enthousiast: “Dan kan ik op school vertellen dat ik naar Denemarken ben gefietst! Vanuit huis!” Een gevoel om te koesteren.

Benieuwd naar onze ervaringen in Zweden? Lees het hier.

 

Jacobspad etappe 8: Elp – Terhorst

 

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 18 km
Startpunt: Elp, parkeerplaats langs de weg, net buiten het dorp
Eindpunt: Terhorst, parkeerplaats buiten het dorp aan het Koninginnepad

Het Linthorst-Homankanaal tussen Makkum en Terhorst

De voorspellingen leken zo goed aan het begin van de week. Die zondag zou de mooiste dag van het weekend worden. Helaas bleken de Drentse weergoden hier een andere opvatting over te hebben. Als we in Elp de tweede auto parkeren (de eerste hebben we op het eindpunt van onze wandeling neergezet) op de plek waar we vorige keer zijn geëindigd, regent het gemoedelijk. Geen probleem. We zijn alle drie gehuld in een waterdichte wandeljas en laten ons door een beetje regen niet ontmoedigen. Met hoezen over onze rugzakken vangen we deze achtste etappe aan.

Het eerste deel gaat over de lange Zwiggelterweg die aan weerszijden omzoomd wordt door bomen. Het dichte overhangende bladerdek maakt dat we niet de volle laag krijgen. We komen bij het Oranjekanaal en slaan een zandpad in dat langs het kanaal loopt. Plassen ontwijkend wandelen we verder. Vorige keer reden we langs dit kanaal op weg naar de juli-etappe. Een mooie kano-plek leek het ons toen. Als we een speciaal voor kano’s aangelegde opstapplaats zien, concluderen we dat we het goed ingeschat hadden.

Als Westerbork nadert, gaat de route een bos in. Althans dat is wat het boekje en de GPS zeggen. De bordjes die wij zien wijzen rechtdoor. Enkel de fietsvariant van het Jacobspad lijkt hier bewegwijzerd. Blij om onder de bomen te lopen – het regent inmiddels stevig – doorkruisen we het gebied. Modderige paden, niet altijd degene die de GPS aangeeft, brengen ons uiteindelijk in het dorp Westerbork.

Na even stilgestaan te hebben bij een oorlogsmonument, komen we in de hoofdstraat terecht die vol staat met kraampjes in verschillende stadia van opbouw. Het is de dag van het Keienfestival en je ziet de kraamhouders heel hard hopen op wat beter weer. Wij hopen met hen mee, want op dat moment maakt de hoofdstraat een verlaten indruk. Als we bij de Stefanuskerk aan de cappuccino zitten, horen we van de serveerster dat het festival pas ‘s middags begint.

Het Keienfestival in Westerbork

Als we Westerbork verlaten, schijnt zowaar de zon. De standhouders zullen opgelucht zijn. We wandelen onder de N381 door en komen uit bij een bloeiend heideveld. De eerste die in bloei staat sinds we het Jacobspad begonnen in januari. De paarse zee ziet er prachtig uit, maar is ook een eerste teken van de naderende herfst. De paddenstoelen langs de weg versterken dat beeld. Om maar niet te spreken over de regenbuien. De wandelaar met rode regenlaarzen die we tegenkomen, is goed uitgerust voor het komende seizoen.

De heide staat in bloei!

Na het Holtherzand slaan we een zandpad in en lopen een tijdje in het spoor van wat we denken dat een hert is geweest. In het zand zien we de hoefafdrukken in een lange lijn voor ons uit lopen totdat ze afbuigen, het weiland in. In de verte doemt de Domo-fabriek op. Een van mijn mede-wandelaars vergeet hierdoor vrijwel meteen het hert en kan alleen nog maar denken aan de zingende gekleurde koeien uit de reclame. Tot aan de lunch hoor ik af en toe naast me “Boe boe bla bla, we maken domo-vla!”.

Is het een hert geweest?

Na een lunch in de zon met uitzicht op maisvelden, blijft ook het laatste stuk tot aan de auto de zon uitbundig schijnen. De omgeving krijgt hierdoor welhaast een ansichtkaartuiterlijk. De felgroene weilanden, de blauwe lucht met donkere wolken, het Linthorst-Homankanaal met eendenkroos, de huifkar die ons passeert. Ja, je hoeft niet ver weg te gaan om mooie landschappen te zien.

Indrukwekkende luchten met huifkarren

Toch nog verrassend snel zijn we weer terug bij de eerste auto die we die ochtend bij Terhorst geparkeerd hebben. Toen verzamelden zich er fanatieke bootcampers, nu staat er een klein campertje en gebruiken wandelaars en fietsers de parkeerplaats in het bos als startpunt van een mooie tocht in de omgeving.

Volgende keer gaat de route over het Dwingelder Veld. Ik heb er veel over gehoord, maar ben er nooit geweest. De verwachtingen zijn hooggespannen!

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

 

Zweedse schuilplaats

Het is onze eerste echte fietsdag in Zweden en volgepakt doorkruisen we Skåne. Moe van de inspanning, de heuvels en de elementen zijn we – aan het einde van de middag – blij bij de camping te zijn aangekomen. Althans, we zijn blij om een plekje voor onze tent te hebben, en een douche. Deze grote, volgepakte, niet goedkope camping die ook nog eens de nodige vertier biedt, is niet ons ding.

Na alle post-fietswerkzaamheden (tent opzetten, wasje doen, douchen, maaltijd bereiden) die de komende weken routine gaan worden, wandelen we richting zee. Want dat is een belangrijke reden voor de grootte, drukte en prijs van deze camping: hij ligt aan zee. Aan het Kattegat om precies te zijn, de zeestraat tussen zuidwest-Zweden en het Deense Jutland.

De zon staat laag. Nog even en de schemering treedt in. Wij wandelen langs de steigers, de kleine houten huisjes, de barbecue-plekken. Een jong stel zit knusjes op een bankje, een paar kinderen schoppen een bal over. Aan de overkant ligt een cruiseschip voor anker. Nog een kwartiertje besluiten we, dan gaan we terug naar de tent voor de welverdiende nachtrust.

En opeens is daar het bordje, onopvallend, klein, maar fascinerend. Het doet ons stilstaan. Wat staat erop? Wat wil dit bordje zeggen? Met mijn medefietser speculeer ik over een ongemakkelijke bushalte, een backpackerval (als je het stokje weghaalt) en een schuilkelder in geval van een bombardement. We weten het simpelweg niet.

Het moet een kilometer verderop zijn. Er is maar één manier om erachter te komen, besluiten we, en we lopen verder. Maar na een kilometer hebben we niets gezien wat op het bordje lijkt. We lopen nog een paar honderd meter maar zien enkel de inmiddels zwart geworden zee. In de schemering keren we terug naar onze tent.

Anderhalve week later worstelen we ons door de Jutlandse tegenwind over de Hærvejen, de eeuwenoude Deense handelswegen. Voornamelijk fietsers en wandelaars maken gebruik van deze grindwegen. We zijn die dag al regelmatig afgestapt om een schuilplaats te zoeken voor de fikse regenbuien die over het land trekken. Ook nu naderen de donkere wolken in rap tempo. Met een schuin oog op bomen met een dicht en overhangend bladerdek fietsen we verder.

Twee wandelaars in regenponcho en grote rugzak komen ons tegemoet. Zoals gebruikelijk groeten we elkaar. En precies op dat moment barst de bui los. Wij speuren de omgeving af naar een droge schuilplek. Een van de geponchoode wandelaars draait zich half om en wijst naar de weg waar zij vandaan komen: “There is a shelter, a 100 meters that way. You can wait there for the rain to stop”.

Dankbaar fietsen we in een hoog tempo verder. Wat we daar verderop, glimmend van de regen, langs de weg zien staan, brengt ons in één klap weer terug naar die avond van de eerste fietsdag in Zweden. Het onopvallende Zweedse bordje staat hier in Denemarken in levensgroot formaat langs de weg. Het is een bivak, een plek om te schuilen, wellicht ook te gebruiken door kampeerders die er willen overnachten. Ja, dat moet het bijna wel geweest zijn, daar aan het strand bij die overvolle camping. Als we dat geweten hadden…

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

 

Rondje Kattegat op de fiets | Kattegattleden

Onze fietsroute rond het Kattegat

In de zomer van 2017 fietsen we in tweeëneenhalve week rond het Kattegat. We beginnen in Trelleborg, Zweden en fietsen via de eerste langeafstand fietsroute van Zweden – de Kattegattleden – naar Göteborg. Hier steken we over naar Frederikshavn, Denemarken. We volgen het spoor van de Vikingen – via de Jutlandroute – terug naar het zuiden en nemen uiteindelijk in Hemmoor, Noord-Duitsland, de trein weer terug naar Nederland. We zijn dan 1200 km verder en veel ontmoetingen, ervaringen en indrukken rijker.

De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen. Hoe beviel Zweden op de fiets, is de eerste Zweedse langeafstand fietsroute een aanrader, hebben we daadwerkelijk sporen van Vikingen gezien en hoe gaat dat nu eigenlijk, met de fiets in de trein?

Onderweg naar de Kattegattleden

Het Kattegat in Borstahusen bij Landskrona

Sinds een paar jaar kent ook Zweden een officiële langeafstand fietsroute. De route is 370 km lang en doorkruist de provincies Skåne en Halland. Over fietspaden en autoluwe wegen fiets je langs de mooie Zweedse zuidwestkust van Helsingborg naar Göteborg. Onderweg bevind je je regelmatig in de typische Zweedse landschappen met de rode houten boerderijen, uitgestrekte korenvelden (met korenbloemen en klaprozen), glooiende heuvels, leuke dorpjes en niet te vergeten de pittoreske haventjes.

Wij beginnen ons Zweedse fietsavontuur in Trelleborg, 100 km zuidelijker dan Helsingborg. Vanuit Nederland reizen we met de trein (en onze fietsen) in ruim zeven uur naar Rostock. De volgende ochtend nemen we daar de boot naar Trelleborg. Zeven uur later staan we in de stromende regen in het Zweedse havenplaatsje. Unaniem besluiten we om onze eerste Zweedse nacht door te brengen in een Zweedse trekkershut, de stuga. De tent krijgt zijn kans nog wel.

De daaropvolgende dagen klaart het weer op en fietsen we bij een aangename temperatuur en zon door Skåne. Ook nu we nog niet op de Kattegattleden fietsen is het landschap zeker de moeite waard. Van tevoren hadden we een route uitgestippeld over kleine weggetjes en langs de kust en deze in de GPS gezet. We rijden over glooiende wegen met bomen, langs korenvelden met wilde bloemen en zien onze eerste typische Zweedse rode boerderijen.

Onze eerste kennismaking met fietsland Zweden is niet gek

Als fietsers voelen we ons meteen thuis in Zweden. Er is een keur aan fietspaden, in de steden maar ook erbuiten. Voor fietsers worden nabijgelegen plaatsen met wegwijzers aangegeven. Automobilisten geven ons overal voorrang, ook als wij dat helemaal niet hebben. Het is prettig fietsen zo.

Hoewel we op weg zijn naar de Kattegattleden, de eerste officiële fietsroute van Zweden, komen we onderweg ook wegwijzers tegen van een ander Zweeds fietsroutenetwerk: de Sverigeleden. Deze volledig bewegwijzerde routes lopen door heel Zweden en zijn gebundeld in drie fietsgidsen. Voor wie na de Kattegattleden Zweden verder wil verkennen op de fiets zijn er dus nog genoeg mogelijkheden.

Fietsen over de Kattegattleden

Het begin van de Kattegattleden in Helsingborg

Op onze tweede volledige fietsdag bereiken we dan toch Helsingborg, het begin van de Kattegattleden. Op het centrale plein, waar de boten uit Denemarken aankomen, de treinen uit omliggende gebieden en fietsers uit alle windstreken vereeuwigen we onszelf voor het startbord van de route. Met een cappuccino en muffin luiden we het begin van de route in en vangen met een stralend zonnetje de weg aan.

Fietsend door korenvelden is de zee nooit ver weg

De dagen erop volgen we donkerrode routebordjes die ons langzaam maar zeker dichter bij Göteborg brengen. De route is allerminst vlak. Heuveltjes zijn aan de orde van de dag en af en toe moet er flink geklommen worden. Gelukkig zijn de klimmetjes slechts kort en goed te doen. Geregeld staan we even stil om het prachtige uitzicht over het Kattegat vast te leggen op de gevoelige plaat.

Het haventje van Träslövsläge ligt er idyllisch bij

Regelmatig rijden we over of langs een golfbaan. Als je enkel de Kattegattleden fietst krijg je al snel het gevoel dat heel Zweden golft. En geef ze eens ongelijk. Vaak zijn de golfbanen op schitterende plekken aangelegd. Uitkijkend over het Kattegat of het weidse landschap een balletje slaan: wie wil dat nu niet!

In de idyllische dorpjes halen we onze lunch om deze op een leuk plekje aan zee op te eten. Onze volgepakte fietsen baren nog wel wat opzien. Een oud vrouwtje begint in het Zweeds een heel verhaal tegen mij, terwijl ik bij de supermarkt sta te wachten. “English?” vraag ik verontschuldigend, maar ze kan alleen maar Zweeds. Wel steekt ze haar duim op om ons succes te wensen bij onze verdere fietsavonturen, die ze waarschijnlijk graag gehoord zou hebben.

De route gaat door een mooi, maar ook toeristisch gebied van Zweden. Niet alleen zijn er in deze zomermaanden veel fietsers die de route fietsen, ook de kust en het strand trekken veel vakantiegangers. In sommige plaatsjes moeten we moeite doen om langs de grote stromen strandgangers te komen.

Regelmatig gaat de route vlak langs de kust

De grote campings langs de kust zijn afgeladen vol en aardig prijzig. Gelukkig is er altijd wel een plekje voor een tent, maar onze voorkeur gaat toch uit naar de kleine campings met weinig voorzieningen. In de latere etappes zoeken we daarom vooral campings uit die niet direct aan zee liggen.

Zo komen we in Galtabäck op een kleine camping bij een boer terecht met een mooi grasveld en prima ‘kök’ (keuken op de camping), waar we vanwege de regen ons maaltje bereiden, koffiedrinken en de hele avond blijven zitten. We spreken er verschillende kampeerders die al wandelend, vissend, fietsend of met een camper rondtrekkend het land verkennen. Het zijn gesprekken die we op de grote kustcampings nooit hebben gehad.

Op de camping bij Galtabäck hebben we alle plek

En dan nadert Göteborg, het eindpunt van onze Zweedse fietsroute. In zes volle fietsdagen (en een zeer natte rustdag) hebben we 500 km afgelegd en Zweden als fietsland leren kennen. Wat een mooie route is de Kattegattleden. Over enkel fietsvriendelijke paden rijden we door een zeer afwisselend landschap. Kust wordt afgewisseld door binnenland, glooiende korenvelden door pittoreske haventjes, pittige klimmetjes door vlakke kustpaden, grote steden door leuke dorpjes waar de stokrozen tegen de gekleurde houten huizen leunen.

Meer informatie

Ja, de Kattegattleden was een bijzondere ervaring die ik elke fietser kan aanraden. Kijk voor meer informatie op de site van de Kattegattleden . Hier vind je een PDF-versie van de routekaarten, overnachtingsmogelijkheden en nog veel meer. Wij fietsten de route in de Nederlandse, maar ook Duitse en Zweedse zomervakantie. Dus op het hoogtepunt van het toeristische seizoen. Ik kan me voorstellen dat het er in het voorjaar of september een stuk rustiger is.

Benieuwd naar onze ervaringen in Denemarken? Lees het hier.

 

Buitenbeentjes

Onze vierkante meter moestuin heeft vele kleurrijke bewoners dit jaar. Sla, tomaten, paksoi, bieslook, peterselie, cavolo nero, rode bietjes en natuurlijk de wortels. De laatste twee kennen we eigenlijk pas net. Tot voor kort brachten ze hun leven door onder de grond. Verscholen voor nieuwsgierige ogen wachtten ze hun tijd af.

Want nieuwsgierig waren we. Hoe zouden ze eruit zien, deze verborgen groenten? Zijn ze eigenlijk al groot genoeg om geoogst te worden? Is er überhaupt wel iets aanwezig daar beneden? Bij de wortels namen we de proef op de som en trokken voorzichtig – toen het loof zijn best had gedaan – de oranje pracht uit haar bruine bedje.

We werden niet teleurgesteld. Drie mooie worteltjes lagen te glanzen op onze picknicktafel. Het frisgroene loof contrasteerde fel met het oranje. Bijna met spijt nam ik het drietal mee naar de kraan om de resten van hun herkomst weg te spoelen. Ontdaan van aarde vlijde ik ze neer op de snijplank. Om ze geschikt te maken voor hun uiteindelijke bestemming.

Het zijn bijzondere wortels, dit drietal. Niet alleen zijn ze onbespoten en eigenhandig gekweekt, maar ze hebben ook een unieke vorm. In de supermarkt zul je ze zo nooit vinden. Daar zijn ze niet uniform genoeg voor. Ze zijn te klein en hebben een paar benen te veel. Veel van hun soortgenoten eindigen bij het vuilnis.

Sinds een paar jaar probeert Kromkommer hier verandering in te brengen. Misschien ken je de soepen waar vrolijke groenten op staan in allerlei vormen. Kromkommer probeert de groente die net een beetje anders is ook op zijn oorspronkelijke bestemming te krijgen: het bord van de consument.

Waarom, vragen zij zich af, hebben deze bijzondere groenten geen recht van bestaan. Ze smaken net zo lekker als hun binnen de normen vallende broertjes en zusjes. Samen met de zogenaamde Krommunity (telers, winkels, horeca en natuurlijk de consument) pakken zij voedselverspilling aan. En met succes. De bijzondere groenten zie je op steeds meer plekken verschijnen.

Het meerbenige drietal uit onze tuin heeft de tussenkomst van Kromkommer niet nodig gehad. Deze unieke wortels vonden zonder enige moeite hun weg naar een overheerlijke wokschotel op een zonnige zomerse avond.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).