Elke Maand Een … | Leeslampjes

Elke Maand Een: Foto
Waar: In de bus

Ik ben de enige op het donkere en koude busstation als – vijf minuten later dan normaal – de bus komt voorrijden. Ik was al bang dat ik nog een half uur op deze vertrouwde maar nu unheimisch aandoende plek moest doorbrengen. De vijftiger die achter het stuur zit, kijkt me even aan en bromt een goedemorgen. Zijn grijze haar heeft de just-out-of-bed-look, al dan niet opzettelijk. Witte baardstoppels sieren zijn kin. Van zijn overhemd zijn de bovenste vier knoopjes los.

Ik check in en loop het smalle gangpad door. De bus is nagenoeg leeg. Ik vermoed dat mijn dagelijkse busgenoten begonnen zijn aan hun welverdiende vakantie en zich nog eens omdraaien in hun warme bed. Eén man in een felgele jas met bedrijfslogo, een werkbroek en werkschoenen zit achterin de bus. Zijn benen uitgestrekt in het gangpad. Hij kijkt op zijn telefoon. Het licht van het schermpje geeft zijn gezicht een blauwe gloed. Een spook in de bus.

Ik pak mijn boek en ben binnen enkele zinnen op een bergweide, ergens in de Italiaanse Alpen. Als de bus stopt, zie ik dat we al halverwege zijn. Mijn medepassagier stapt uit, steekt zijn hand op naar de buschauffeur en laat mij met hem alleen.

De bus draait de snelweg op richting de volgende halte, 20 km verderop. Er zijn minder rode achterlichten om ons heen dan in voorgaande weken. De ruitenwissers vegen miezerregendruppels van de voorruit. Kerstklanken van Sky Radio beginnen zachtjes door de bus te stromen. Ik hoor de chauffeur mee neuriën met ‘Last Christmas’.

De leeslampjes gaan uit. Abrupt word ik weggerukt uit het vredige berglandschap. Op de bladzijden van mijn boek kan ik geen letters meer onderscheiden. Om me heen is het nu echt donker. Langzaam, me goed vasthoudend aan de stangen, loop ik naar voren. “Chauffeur, mogen de leeslampjes weer aan?” De man springt op van zijn stoel, totdat zijn gordel hem weer terug dwingt. Hij kijkt me aan. Hoewel ik naast hem sta, schreeuwt hij: “Ik schrik me het apelazarus! Ik dacht dat de bus leeg was.” Hij legt zijn hand op zijn borst, waar – zo stel ik me voor – hij zijn hart overuren voelt maken.

Ik mompel een verontschuldiging. De chauffeur reikt met zijn linkerhand naar een knopje. De leeslampjes gaan weer aan. “Bedankt”, zeg ik, en probeer een geruststellende glimlach uit. “Geen dank” mompelt de chauffeur. Zijn blik is gericht op de weg. Als ik terugloop naar mijn plek, is de stilte overweldigend. Wham! moet wachten totdat ik ben uitgestapt.

Net als vorig jaar is de Elke Maand Een …- uitdaging in 2020 een combinatie van eerdere uitdagingen. Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Ook dit jaar komen alle eerdere categorieën aan bod. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … 2019 | Terugblik

2019 was een lustrumjaar voor de Elke Maand Een-uitdaging. Vijf jaar geleden begon ik met de uitdaging om elke maand over een museum te schrijven. De jaren daarop schreef ik over een foto met een verhaal, een route en een straatgedicht. In dit lustrumjaar besloot ik gedurende 2019 over alle vier de uitdagingen te schrijven.

Hoe is het me bevallen? Erg goed. Dit was geen lastig opgave. In enkele maanden schreef ik zelfs over meerdere zaken. Vooral die afwisseling maakte het leuk. Niet elke maand een museum, maar ook eens een route, een straatgedicht of een bijzondere foto waarbij het verhaal zich makkelijk laat schrijven.

Straatgedicht

Nog steeds kijk ik op de plekken waar ik kom om me heen, in de hoop een straatgedicht te spotten. Vaak lukt dat ook. Zo ontdekte ik dit jaar in de Passage in Den Haag, op station Utrecht Centraal, in Tilburg en in de veerterminal van Harlingen mooie exemplaren waar ik over schreef. Ik zag er echter veel meer, zoals deze in Naarden-Vesting.

Jana Beranová in Naarden-Vesting

Genoeg materiaal dus om volgend jaar mee verder te gaan.

Route

Kanoën in de Mastenbroekerpolder

Naast wandelroutes in Zeeland, het Rijk van Nijmegen en het Eiland van Schalkwijk schreef ik dit jaar ook een artikel over een kanoroute. Een activiteit die ik graag, maar veel te weinig doe. Ik ben wel benieuwd of dit de kanoërs onder de lezers aangezet heeft tot kanoën.

Foto

De lezer in de Hortus Botanicus Leiden

Als ik iets aparts, bijzonders of gewoonweg moois zie, maak ik er een foto van. Soms leidt dit tot een verhaal. Zo kon ik dit jaar de lezer in de Hortus in Leiden niet ongemerkt voorbij laten gaan en werd het ook hoog tijd om de stiltecoupé in een artikel te verwerken. Daarnaast inspireerden een zak glutenvrij hondenvoer en een roze post-it me tot verhalen. Door foto’s als uitgangspunt te nemen krijg je verrassende posten.

Museum

Detail uit Collage#6 van Ruud van Empel in Museum Belvédère Oranjewoud

Ik kom niet elke maand meer in een museum, maar toch wel met enige regelmaat. En altijd valt er weer iets op. Een kunstwerk, een persoon, een sfeer. Genoeg stof tot schrijven. De beschreven musea van dit jaar lagen verspreid over het (buiten)land, namelijk in Rheine in Duitsland, Oranjewoud en Tilburg.

Dus

Een behaalde uitdaging dus in 2019. Een overzicht van alle blogposten vind je hier. De afwisseling tussen de verschillende onderwerpen is me zo goed bevallen dat ik hier in 2020 mee doorga. Elke maand een Museum, Foto, Route of Straatgedicht in 2020!

Elke Maand Een … | ‘Feiten’

Elke Maand Een: Foto
Waar: Conferentiecentrum

“Wie wil er beginnen?” Ik kijk de kring rond die gevormd wordt door 17 collega’s. Sommige houden hun ogen strak gericht op hun post-it en trekken een rimpel in hun voorhoofd. Anderen proberen juist mijn blik te vangen. Ook Frank. “Ik begin wel”, zegt hij met zijn zware stem met schorre ondertoon. Hij leunt achterover op het houten stoeltje. De rugleuning kraakt vervaarlijk onder het plotselinge gewicht. Zijn enkel rust op zijn bovenbeen. Het roze post-itje in zijn hand plakt hij op zijn knie.

Vanaf de post-it leest hij de door hemzelf geschreven tekst op: “1: Ik heb in Medisch Centrum West gespeeld; 2: Ik heb op mijn motor Afrika van noord naar zuid doorkruist’; 3: Ik ben aangehouden door de Thaise politie toen ik voor mijn hotel in mijn huurauto stapte.”

Zijn 16 collega’s kijken elkaar aan, gefronste voorhoofden, schouders worden opgetrokken. Ze hebben geen idee. “Jullie moeten nu een nummer kiezen” spoor ik ze aan. “Is het 1, 2 of 3?” Een paar kaartjes gaan omhoog en dan nog een paar, totdat iedereen een hand met kaartje in de lucht heeft gestoken. Ik zie een bonte mengelmoes van enen, tweeën en drieën. Men weet het echt niet.

Frank ziet het ook. Hij leunt nog wat verder achterover. Door zijn brede grijns verveelvoudigen de rimpeltjes naast zijn ogen, zijn witte tanden zijn nu volledig zichtbaar. Met zijn rechterhand wrijft hij over de grijze baardstoppels op zijn kin. Wat hem betreft kan dit moment niet lang genoeg duren. Ze achten hem dus tot alle drie die dingen in staat. Dat had hij niet verwacht toen hij vanmorgen in de auto hiernaartoe nog even snel deze drie ‘feiten’ produceerde.

“Nou, Frank”, zeg ik, “je collega’s tasten volledig in het duister. Hou ons niet langer in spanning. Wat is de leugen?” Frank grijnst nog steeds, laat een stilte van een paar seconden vallen en zegt dan: “Het valt me van jullie tegen dat jullie denken dat ik aangehouden ben door de Thaise politie. Zo’n brave man als ik.”

“Dus je hebt in Medisch Centrum West gespeeld?” klinkt het verbaasd. “Je was toch niet dokter Jan?” “Nee joh”, zegt een collega die aan de andere kant van de kring zit, “hij lijkt er niet op.” “Echt niet? Ik vind hem er wel wat van hebben”. Frank hoort het allemaal aan en geniet zichtbaar.

Ik laat ze nog even doorpraten. Elkaar beter leren kennen was het doel van deze opdracht. Dat loopt gesmeerd.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Stilte

Elke Maand Een: Foto
Waar: Trein

“Dames, ik zeg het niet nog een keer.” Hij wijst naar het raam. Door rimpels in zijn voorhoofd te trekken probeert de conducteur zijn woorden kracht bij te zetten. De zweem van een glimlach die om zijn lippen speelt, maakt het lastig hem serieus te nemen. De oude dames in kwestie merken dit maar al te goed. Ze proberen schuldbewust te kijken. “Ja, nu zie ik het ook”, zegt de ene mevrouw, terwijl ze naar het raam kijkt. Haar buurvrouw knikt instemmend en probeert ernstig te kijken.

Een station eerder had ik nog een sprintje getrokken om bij de juiste coupé uit te komen. Ik wilde mijn boek uitlezen en hoopte op een stille stiltecoupé. Geen zekerheid tegenwoordig. Het enige vrije bankje was direct achter twee oude dametjes. Hun witte haren stevig in de krul, hun beige jassen netjes aan het haakje, een pak stroopwafels op het neergeklapte tafeltje. Ook lag er een opengeslagen fotoalbum. De ene dame wees haar buurvrouw oude zwart-wit foto’s aan. Ik zat nog niet, of haar duidelijke en luide stem klonk door de coupé. “Weet je nog, toen we met Mies en Henk naar Zeeland gingen?”

Ik twijfel of ik er wat van moet zeggen. Vaak hebben oudere mensen, die niet regelmatig met de trein reizen, niet door dat ze in een stiltecoupé zitten. Ook het begrip stiltecoupé is lang niet altijd duidelijk. Voor veel mensen is stiltecoupé synoniem aan fluistercoupé. Om mij heen zit iedereen met oordopjes in. Ik besluit ook maar mijn oortjes te pakken en bij de rustige klanken van een Spotify-playlist, sla ik mijn boek open.

Tien minuten later komt de conducteur langs. Hij heeft helblauwe ogen met een twinkeling. Samen met zijn tweedagen-baardje zou hij zo uit een soapserie gestapt kunnen zijn. Of uit een jongensband. Het donkere uniform laat zijn brede schouders en lange lichaam goed uitkomen. Na mijn OV-kaart checkt hij de geprinte e-tickets van de dames voor mij, die ze na enig zoeken uit hun tassen weten op te diepen. “Sorry conducteur, we zagen u niet aankomen.” Als hij verder loopt, keuvelen ze gezellig verder.

Als de conducteur klaar is met zijn ronde draait hij zich om naar de dames. Blijkbaar is hij ze al eerder tegengekomen deze treinreis. “Dames, jullie zitten nog steeds in de stiltecoupé. Als jullie gezellig willen kletsen, dan moeten jullie ergens anders gaan zitten.” De oude dames knikken wat. “Dit is een stiltecoupé”, probeert de conducteur weer, “hier moet je echt stil zijn. Ik zeg het niet nog een keer.” Hij wijst naar het woord ‘stilte’ op het raam. Heel even draaien de dames hun hoofden in de gewezen richting.

Tussen de twee stoelen in vang ik de blik op van de conducteur. Ik trek mijn wenkbrauwen en schouders op en maak met mijn handpalmen naar boven duidelijk dat het weinig zin heeft. Hij knikt, kijkt verontschuldigend, zucht en loopt dan verder. Voor me hoor ik de twee vrouwen op een ietwat zachtere toon van onderwerp veranderen. “Aardige knaap hè, knap ook! Zeker als hij probeert om streng te kijken. Zou hij nog terugkomen, voordat we in Utrecht zijn?”

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

De dichter en de ud-speler

Bron: Pexels.com

Hij lacht me toe als ik binnenkom en heft bij wijze van welkom zijn kartonnen bekertje met ruitjesmotief op. De man naast hem staart in de verte, geen glimlach, geen teken dat hij mij heeft opgemerkt. Ik lach terug, knik, zoek een vrij tafeltje uit, ga zitten en leg mijn natte paraplu op de grond . De persoon die na mij binnenkomt krijgt eenzelfde ontvangst: lachen, heffen, staren.

Als het zaaltje zich langzaam heeft gevuld en iedereen van koffie en thee is voorzien, lopen de mannen naar voren. De starende is langer dan de lachende, dunner ook. Zijn stippeltjesbroek, zijn tot bovenaan dichtgeknoopte blauw geruite overhemd en zijn okergele colbertje sluiten nauw om zijn lichaam. Zijn gezicht is lang, zijn donkere ogen nu fel gefocust op zijn publiek. Zijn handen klemmen zich om het spreekkatheder.

Zijn nog steeds glimlachende vriend gaat naast hem zitten op zo’n zelfde houten stoel als wij. Hij rangschikt zijn wollen sjaal op zijn wijde spijkerjasje, pakt de ud op en begint te tokkelen. Zijn vingers vliegen over de snaren. Zijn hoofd beweegt zachtjes mee met de muziek . Arabische klanken vullen het museumzaaltje . Met mijn ogen dicht waan ik me in het Midden-Oosten, op een binnenplaats op een lome nazomermiddag. Kippen scharrelen langs, kinderstemmen klinken op, in de verte hoor ik bijna de geluiden van de soek.

Na een paar minuten kijkt de ud-speler de dunne man aan. Een nauwelijks zichtbaar knikje. De ud verstomt, de magere man schraapt zijn keel en begint hardop te lezen uit het dunne boekje dat hij in zijn hand houdt.

Hij draagt korte regels voor in het Nederlands. Geen rijm, wel ritme. Zijn klinkers zijn korter en harder dan die van mij, zijn s-en eindigen in langgerekte z-en. De pauzes tussen de strofen zijn nadrukkelijk. Door het raam achter de dichter zie ik grijze wolken voorbij drijven. De regen die al de hele dag onafgebroken valt, tikt tegen de ramen. Het is drie uur ‘s middags en al schemerig .

Een nieuwe strofe. Ik luister hoe de dichter oorlog, vluchten en vrijheid in woorden vangt. Ik reis met hem mee naar het verre westen. Hoe noordelijker, hoe beter. Weg van de dictator. Ik ontmoet smokkelaars, ben voortdurend op mijn qui-vive voor de geheime politie. Het is een spannend verhaal. Als het niet zo schrijnend was.

De mensen in het zaaltje zwijgen, luisteren ingespannen naar een herinnering van ruim 20 jaar oud. De kartonnen bekertjes op de tafels zijn leeg. De ud ligt werkeloos op de schoot van zijn speler, die slechts oog heeft voor een verte waar wij ons als publiek maar een vage voorstelling van kunnen maken.

Elke Maand Een … | Kanoën in de Mastenbroekerpolder

Elke Maand Een: Route
Route: Kanoroute Mastenbroekerpolder
Afstand: 10,8 km
Start: Opstapplaats Kerkwetering / Oude Wetering Mastenbroek
Eind: Opstapplaats Kerkwetering / Oude Wetering Mastenbroek

Kanonetwerk Mastenbroekerpolder, in rood onze route

Al enkele decennia is mijn man de trotse bezitter van een Oost-Duitse tweepersoons vouwkano van zeker 50 jaar oud. In gevouwen vorm past de kano op de achterbank van onze auto en is dus makkelijk mee te nemen naar een kano-plek naar keuze. Eenmaal daar aangekomen passen we de gelakte latjes in elkaar en schuiven het geheel in het blauwe doek, waardoor er een kano ontstaat. Vaak ontlokt dit construeren verbaasde blikken bij de andere watersporters. Soms ook wel uitroepen van herkenning.

Op de ochtend van een warme zomerdag in juli hebben we geen toeschouwers. Nog voor negenen liggen de latjes al uitgespreid over de steiger in Mastenbroek, een dorp in de gelijknamige polder tussen Kampen en Zwolle. De kerk van het buurtschap staat op een steenworp afstand. Een informatiebord toont de geschiedenis van een van de oudste polders van Nederland. Al in de 14e eeuw is dit gebied – toen een moerasbos – drooggelegd. Al ruim 10 jaar zijn er verschillende kanoroutes te vinden in deze polder. Hoog tijd om eens op ontdekking te gaan.

Het start- en eindpunt in Mastenbroek van ons kanorondje

Als de kano in elkaar zit, leggen we hem in het water en varen de brede sloot op. Links van ons loopt een lange rechte weg waar zelfs op deze vroege zaterdag veel auto’s rijden. Rechts is weiland. Allerhande waterplanten bloeien kleurig langs de oever. Een fris windje maakt golfjes op het glinsterende water.

De waterwegen in de polder zijn net als de autowegen lang en recht. Het had me van tevoren wat saai geleken, maar niets is minder waar. Vanaf het water ziet de wereld er heel anders uit. Doordat je laag zit, zie je alleen maar de natuur om je heen. Een waterhoentje dat geschrokken opvliegt, een koe die enkel haar kop even opheft om vervolgens weer onverstoorbaar verder te kauwen, de libellen in verschillende soorten en maten die voor je over het water scheren. De weg merk je enkel op als er een auto of fietser langskomt.

We maken een rondje (of eigenlijk een vierkantje) van ruim 10 km door sloten, vaarten en over een meertje. We pauzeren bij een steiger aan het brede water langs de Kamperzeedijk en kijken uit op het stoomgemaal Mastenbroek, door de Zeediekers ‘d’Olde Mesiene’ genoemd. De schoorsteen zagen we al van verre. Ik lees later dat dit uit 1885 stammende gemaal de oudste horizontaal draaiende stoommachine van Europa is. Het gemaal heeft een prachtig uitzicht over het water. Ganzen drijven voorbij en doorkruisen de velden met waterlelies.

Stoomgemaal Mastenbroek, oftewel ‘d’Olde Mesiene’

Onderweg komen we veel bruggetjes tegen die de wegen met elkaar verbinden of de oprit vormen naar een boerderij. Bij de meeste bruggetjes hoeven we niet te bukken. Bij sommige wel. Dit zijn betonnen exemplaren die wel 10 meter lang zijn, smal, laag en zonder uitzondering vol spinnenwebben. Peddelen lukt niet in zo’n smalle tunnel en dus trekken we ons er aan de muren doorheen. Geen optimale doorgang, maar we hebben tijdens ons rondje de kano niet één keer hoeven overtillen.

Na ruim 2 uur zijn we weer terug bij de steiger in Mastenbroek. Het is er nog net zo rustig als toen we begonnen. Ook onderweg zijn we geen andere watersporters tegengekomen. Op een zonnige zaterdag in de zomervakantie hadden we dit wel verwacht. Misschien moet de Mastenbroekerpolder nog ontdekt worden door de kanoënde medemens? Aan de natuur ligt het in ieder geval niet. Dit mooie gebied is zeker een kanotocht waard.

Mocht je nu ook een kanotochtje willen maken in de Mastenbroekerpolder, maar je hebt geen eigen kano? Bij Boer Pelleboer kun je een kano huren.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Glutenvrij

Elke Maand Een: Foto
Waar: Supermarkt

Op het prikbord in de supermarkt hangt een kaartje: ‘Te koop: Graan- en glutenvrij hondenvoer voor de grote hond. Zit nog 9 kg in.’ Een geprinte foto van een grote groen met bruine zak met een zwarte hond erop, is erbij geplakt. De geïnteresseerden kunnen zelf bieden.

Hoewel ik geen hond heb trekt de advertentie mijn aandacht. Te midden van de aangeboden fietsen, computerspelletjes en babysitters valt een foto van een grote aangebroken zak glutenvrij hondenvoer op. Wat is er met de hond in kwestie gebeurd?

Ik zie een voormalige hondeneigenaar met tranen in zijn ogen aan zijn keukentafel zitten. Voor hem ligt het voorgedrukte advertentiekaartje uit de supermarkt. Hij heeft net zijn trouwe maatje achtergelaten in het huisdierencrematorium. Overal in huis staan nog spullen die hem herinneren aan de vriendschap die ruim 10 jaar heeft geduurd. Daar naast de etensbak bijvoorbeeld staat nog de grote zak voer die de ouwe lobbes erbovenop moest helpen. Het mocht niet baten en nu wil hij deze pijnlijke herinnering zo snel mogelijk kwijt.

Een oudere man in een trainingsbroek, op crocs en net wat te lang wit haar, ziet mij kijken naar de advertentie. Hij merkt op dat “die brokken niet te vreten zijn”. Hij had ze ook gekocht voor zijn eigen hond, op advies van de dierenarts. Na twee happen weigerde het beest nog verder te eten. “Er valt natuurlijk geen discussie te voeren met zo’n hond.”

Ik durf niet te vragen of zijn hond nog leeft.

“Maar” gaat de man verder, “Evert heeft nu een ander merk voer. Ook glutenvrij, maar een stuk beter te hachelen. Hond blij, baasje blij.” Ik zie zijn gezicht ontspannen, hij mompelt “jaja” in zichzelf en schuifelt naar de uitgang. Aan de andere kant van de draaideur zie ik een grote zwarte hond opspringen. Zijn staart beweegt als een malle. Met enige moeite buigt de man zich naar voren en krabt de hond achter zijn oren.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Zeedruif

Elke Maand Een: Foto
Waar: Hortus Botanicus Leiden

Op het bankje onder de bloeiende prunus is een man verdiept in zijn boek. Onderuitgezakt hangt hij tegen de rugleuning. Zijn rechterenkel rust losjes op zijn linkerbovenbeen. Met één hand houdt hij het pocketboek een stukje voor zich uit. De rug is op meerdere plekken geknakt, de voorkant vaal en omgekruld. De rode springerige letters van deze science fiction cultroman nemen bijna helemaal de kleurige voorkant in beslag. Hij brengt zijn wijsvinger naar zijn mond, likt er kort aan en slaat dan een vergeelde bladzijde om.

Als er een groepje al te luidruchtige bezoekers langskomt, kijkt de lezer op. Hij laat zijn blik over de mensen glijden, kijkt naar de eenden die uit de gracht klauteren en draait dan zijn hoofd naar de grote bruine vazen die in een rechte lijn de Chinese kruidentuin in tweeën delen. Weelderige bloemen en sierlijke vogels die zo uit een sprookje weggevlogen lijken te zijn, sieren de vazen.

Ik sta op een paar meter afstand van de voorste vaas en knijp mijn ogen tot spleetjes tegen de felle voorjaarszon. ‘Zeedruif’ lees ik op het bordje dat uit de vaas steekt. Ik laat de naam even bezinken. Mijn fantasie schotelt mij beelden voor van druifvormig zeewier, velden dobberend op de oceaan, wijnboeren die met bootjes de vruchten oogsten. Ik ben al bij het eindproduct aanbeland – de zeedruifwijn, met een zilte afdronk – als een briesje me doet opkijken.

Onder de witte bloemetjes van de prunus die zachtjes bewegen in de wind, zie ik de lezer met trage bewegingen de mouwen van zijn lichte linnen overhemd opstropen. Uit de bruinlederen schoudertas die naast hem op de bank staat, vist hij een zonnebril met kleine ronde glazen. Hij laat zijn boek nu op zijn bovenbeen rusten en een fractie later gaat hij weer op in het verhaal.

Het boek dat hij leest, The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, is inmiddels veertig jaar oud, maar brengt zijn lezers nog altijd ver in de toekomst. Naar andere werelden dan de onze. Ook deze lezer wordt duidelijk gegrepen. Ik laat hem achter op zijn bijzondere leesplekje in deze eeuwenoude Hortus. Met uitzicht op een plant die naadloos in zijn verhaal past.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Rollator

Treinleven

Het belsignaal klinkt, de slagbomen gaan naar beneden, de lange trein rijdt het station binnen. Als hij tot stilstand komt, maken reizigers op het perron als op afspraak rijtjes aan weerszijden van de deuren. De korte klikjes van de deurontgrendeling klinken en een fractie later zwaaien de deuren open. Het eerste dat in de deuropening verschijnt is een rollator, gedragen door een jongen van een jaar of 19. Hoodie, sneakers met dikke doorzichtige zolen, blote enkels, spijkerbroek met gaten. Hij zet het zilverkleurige hulpmiddel langzaam neer op het perron, het mandje richting de treindeur en kijkt achterom.

Een kleine, kromgebogen oude mevrouw daalt stapje voor stapje de paar treden af. Ze houdt zich stevig vast aan de stangen van de deuren. Als ze vaste grond onder haar voeten heeft, kijkt ze op. Ze ziet haar rollator en de jongen die aanstalten maakt om de stroom naar de uitgang te volgen. “Dank je wel, jongeman” klinkt het opvallend duidelijk. De jongen knikt en loopt dan weg. Even ben ik in de war. Ik had in mijn hoofd van de jongen al haar kleinzoon gemaakt.

Een andere reiziger komt aanlopen en ziet de rollator staan. In een vloeiende beweging pakt deze jongen, in eenzelfde tenue als de uitstappende rollatordrager, het ding op en draait het om. De handvatten wijzen nu naar de oude mevrouw. Hij glimlacht kort naar de dame, neemt in één stap de treden en verdwijnt in de coupé. De oude mevrouw fronst haar wenkbrauwen, kijkt van haar rollator naar de treindeur en weer terug en glimlacht even.

Ze rangschikt haar tas in het mandje, doet haar sjaal goed en raakt even haar gepermanente witte krullen aan. Links en rechts van haar lopen drommen reizigers richting uitgang. De conducteur fluit, de deuren gaan dicht en de trein zet zich in beweging. De oude mevrouw kijkt de trein na, pakt dan de handvatten vast en op haar gemakje gaat ze de stroom achterna. Ik zie haar schuifelend steeds kleiner worden. Voor haar treinreizen heeft zij geen kleinzoon nodig.

Moerasdak

“Hoe was je weekend?” vraag ik mijn collega op maandagochtend bij het koffieautomaat. Zij kijkt mij over de rand van haar leesbril aan, fronst haar wenkbrauwen, en vraagt: “Heb je wel eens van een moerasdak gehoord?”

Die vraag had ik niet verwacht. Groene daken ken ik. Er groeien vetplanten op, of kruiden, of gras. Maar een moerasdak? In vroeger tijden was een moeras een gebied waar je beter niet kon komen. Gespuis en enge monsters hielden zich er op. Er was drijfzand en onverwachte gevaren. In sprookjes en thrillers is het DE plek waar de slechte dingen gebeuren. Je raakt er kwijt. Of vermoord. Of iets anders onprettigs. Blijf er ver vandaan is het devies dat we al van kinds af aan meekrijgen.

Blijkbaar kijk ik mijn collega vragend aan. Ze steekt van wal. Haar man had in het weekend een enthousiast betoog gehouden over een moerasdak. Het leek hem wel wat voor hun – nu nog standaard – platte dak. Zij had geknikt en “ja schat” gemompeld, terwijl in haar hoofd de meest angstaanjagende associaties met een moeras voorbij kwamen.

Veilig bij het koffieautomaat gebeurt mij hetzelfde. “Schat, ik ben even het dak op”, zegt zo’n echtgenoot. En vervolgens zie je hem nooit meer terug. Verdronken in het moerasdak, is de conclusie van het rechercheteam. “Risico van zo’n dak, mevrouwtje. Dat weet je als je er aan begint. Dit is al de derde dit jaar. Om het maar niet te hebben over al die vermiste huisdieren. Fikkie en Felix komen echt niet allemaal onder een auto terecht. Neem dat maar van ons aan. Zo’n moeras in de buurt oefent een aantrekkingskracht uit op zelfs de minst avontuurlijke huisdieren. Tja, duurzaamheid brengt zo z’n risico’s met zich mee.”

Mijn collega haalt haar kopje onder de automaat vandaan, laat een suikerklontje in haar cappuccino vallen en roert. “Het is niet dat ik niet groen wil leven, maar ik moet erg wennen aan het idee om onder een moeras te wonen. Maar, zo benadrukt mijn man, we zouden wel de eerste in het dorp zijn met zo’n dak. Dat is voor hem belangrijk.”

“Maar wat is een moerasdak nou eigenlijk?” vraag ik mijn collega. Het blijkt iets minder spannend dan het in mijn fantasie was geworden, veel minder spannend. Huisdieren zijn veilig en echtgenoten ook. Het is een dak waar permanent een laagje water op staat met daarin blijvend groene waterplanten. Het dak dient als waterberging waardoor bij fikse regenbuien de riolering wordt ontzien. Ook heeft het een isolerende werking: koel in de zomer, warm in de winter.

Niet te vergelijken met het concept moeras dat ik uit mijn jeugd ken dus. Tussen toen en nu ligt een hele wereld en het is nu zover dat mensen zelf, bewust, een moeras opzoeken. Sterker nog, ze halen het in (of eigenlijk op) huis! Een moerasdak als groen prestigeobject. Dat is weer wat anders dan de nieuwste elektrische auto.

Als we teruglopen naar de kantoortuin moet mijn collega toegeven dat het – nu ze zichzelf alle voordelen hoort opsommen – wel aantrekkelijk begint te klinken. “Alleen die naam hè…” Ik knik instemmend en denk bij mezelf, daar valt wat aan te doen. “Wat denk je van een Shrekdak?” Ik spreek het uit als shrekdek. “De tekenfilmheld Shrek woont immers lang en gelukkig in the Swamp.” Mijn collega lacht. “Dat vinden de kinderen vast leuk. En het bekt nog lekker ook!”