Jacobspad etappe 6: Vries – Rolde

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 19 km
Startpunt: Vries, parkeerplaats aan de Brink
Eindpunt: Rolde, parkeerplaats aan de Grote Brink

Veel zandpaden, deze etappe

De zesde etappe van het Jacobspad beginnen we in een nieuwe samenstelling van wandelaars. We spreken af in Rolde en rijden met één auto naar Vries, het brinkdorp waar we vorige keer de wandeling zijn geëindigd. De zon schijnt uitbundig en we besluiten te beginnen, zoals we vorige keer geëindigd zijn: met een ijsje.

In korte broek (de eerste keer sinds het begin van het Jacobspad!) lopen we met ijsje langzaam Vries uit. Een van mijn medewandelaars wil trainen voor haar wildkampeervakantie in de Franse bergen en heeft een rugzak met 15 kilo aan gewicht mee. Het is even uitproberen hoe de rugzak het beste zit.

 

Uitzicht over Heideheim

Over de Taarloseweg gaan we richting het natuurgebied Heideheim. Over een zandpad lopen we door de struiken en bomenrijen en komen bij het Noord-Willemskanaal uit. Glinsterende golfjes strekken zich voor ons uit, ingebed tussen groene kanten. In de verte zien we een binnenvaartschip door de brug gaan. De weg langs het kanaal is verlaten en de grote huizen erlangs staan er vredig bij. Meerdere dragen de naam Heideheim. We zijn het er alledrie over eens dat dit een fijne plek moet zijn om te wonen.

In de volle zon volgen we het kanaal, steken halverwege een brug over en slaan dan af richting Taarlo. De bomen langs deze weg geven een aangename schaduw en we besluiten bij het eerste bankje onze lunch te nuttigen. Aan onze rechterhand staan een paar verlaten caravans en we kijken uit op de spoorlijn, waar af en toe een trein langskomt. Verder is er weinig leven te bespeuren. Heerlijk rustig hier op een woensdagochtend.

Bij Taarlo slaan we al snel af en volgen een zandpad. Na een idyllisch meertje zien we ons eerste hunebed, het hunebed van Loon. De plaats Loon is niet ver meer en als we er aankomen, besluiten we in de plaatselijke herberg een cappuccino te drinken. Op het terras uiteraard. En in de schaduw van een parasol. Dat is wel nodig!

Het hunebed van Loon

De koffie (en de appeltaart) doet ons goed en we vangen de weg weer aan. Langs oude boerderijen lopen we Loon weer uit en zien al snel een glooiend landschap voor ons: de Ballooër Esch. De grafheuvels en hunebedden maken je bewust van de eeuwenoude geschiedenis van deze plek.

Op een gegeven moment zie ik bij een meertje een paars paaltje met het routebordje met de bekende schelp. Een feest van herkenning. Hier stond ik anderhalf jaar geleden ook, toen we de Groene Wissel Rolde liepen. We vroegen ons toen af wat die schelp voor route aangaf. Uiteindelijk was dit paaltje de reden om het Jacobspad te gaan lopen. Bijzonder om hier nu weer te staan!

Een plek met herinneringen

We lopen verder en komen in een bos uit en hoeven volgens het kaartje in het routeboekje enkel een lange bosweg (Kamps) te volgen tot in Rolde. Op de een of andere manier lopen we niet goed en staan we opeens bij een drukke asfaltweg. Hoe is het mogelijk om van een rechte weg af te dwalen? Maar het is ons gelukt … Gelukkig heeft een van mijn medewandelaars de app OsmAnd (navigatie-app) op haar telefoon en vinden we met enige moeite de juiste weg weer terug.

Langs Balloo komen we bij een camping uit die ons met een bord verwelkomt in het dorp van Bartje. We zijn nu niet ver meer van het centrum van Rolde. Even verderop zien we de Jacobuskerk van Rolde scherp tegen de blauwe lucht afsteken. Hij blijkt open te zijn op deze woensdag. Sinds we het Jacobspad begonnen, hebben we nog maar één keer eerder een open kerk meegemaakt (in Zeerijp).

Uiteraard gaan we naar binnen en bewonderen de glas-in-lood ramen, waaronder één met de bekende Jacobsschelp. In het gastenboek laten we een berichtje achter voor andere Jacobspadwandelaars. Hoewel we tot nu toe nog geen Jacobspadwandelaars zijn tegengekomen blijkt uit het gastenboek dat ze er wel degelijk zijn. Een week geleden liepen twee wandelaars de etappe die wij nu lopen, alleen omgekeerd, van Rolde naar Vries.

In Rolde is ook de derde stempelplaats van het Jacobspad. Na even zoeken vinden we Warenhuis Brands. We prijzen onszelf gelukkig dat we deze etappe op een doordeweekse dag wandelen en niet op een zondag. Als we echter dichterbij komen ziet het warenhuis er ernstig gesloten uit. Een briefje op de deur bevestigt dit: Wegens omstandigheden gesloten. Van de drie te behalen stempels hebben we er nu nog steeds maar één binnen. Een zieke koster in Uithuizen en nu een gesloten winkel gooiden roet in het eten. Gelukkig hebben we volgende maand een nieuwe kans. Dan beginnen we de etappe in Rolde.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Zwartrijder

Vlak voor de OV-poortjes steekt hij quasi-nonchalant een sigaret op. Het is een magere jongen, vaalzwarte skinny jeans, sneakers, leren jack, hooguit 19. Hij kijkt wat om zich heen. Hij oogt relaxed, alsof hij daar de hele dag kan blijven staan. Een beetje reizigers kijken die zich voorthaasten om een trein te halen.

Geen vreemd beeld. Maar wie wat beter kijkt, ziet wat anders. Zijn interesse lijkt helemaal niet bij die haastende reizigers te liggen. Zijn aandacht is gericht op de mensen die al op de plek van bestemming zijn en zich rustig naar de uitgang van de spoortunnel begeven. Zij die nog één hindernis moeten slechten, voordat ze buiten staan.

Geroutineerd haalt de dame in mantelpakje haar OV chipkaart tevoorschijn, houdt hem voor de lezer, hoort het bekende piepje en stapt door de poortjes heen. In een vloeiende beweging steekt ze de kaart weer in haar zak, terwijl ze haar looptempo van voor de poortjes weer oppakt en zich richting roltrap begeeft. Ze doet dit elke dag. De routine is duidelijk zichtbaar. Het gaat nu net als anders. In haar beleving.

De net nog rustig rokende jongen staat niet meer waar hij stond. Hij loopt nu ook aan de andere kant van de poortjes richting de trappen die naar het stationsplein leiden. In een fractie van een seconde glipte hij achter de mantelpakdame aan, haar poortje door. Het heftige gepiep dat dit als gevolg had, hoorde zij niet, haar gedachten alweer bij de trap.

Hij hoorde het wel en kijkt voor de zekerheid achterom. Daarbij kijkt hij me recht in de ogen en beseft dat ik zag wat hij deed. Even is de nonchalante zekerheid weg. Hij doet een paar snelle stappen richting trap. Weer kijkt hij achterom. Op zoek naar die reiziger die hem op heterdaad betrapte. Hij ziet mij nog steeds kijken. Weer maakt hij een paar snelwandelpassen en kijkt over zijn schouder.

Ik zag hem heel toevallig achter de reiziger aan door het poortje gaan. Het was druk in de tunnel en ik moest moeite doen om de goede richting op te komen. Tegen de stroom in vorderde ik langzaam. Hij viel me op omdat er weinig mensen roken in de tunnel. En zo’n relaxte houding te midden van de mensenmassa is helemaal uniek.

Ik vertraag mijn pas en kijk nu bewust een andere kant op. Het voelt ongemakkelijk, om de paar passen aangestaard te worden door een zwartrijder. Het poortjessysteem is duidelijk niet waterdicht. Langzaam check ik ook uit. De jongen loopt inmiddels de rechtertrap op en ik koers richting de linker. Ik blijf mijn blik op de mensen voor me houden en kijk bewust niet meer naar rechts.

Op het schemerige stationsplein is de zwartrijder nergens meer te zien. Het plein is groot en open. Hoe kan hij zo vlug verdwenen zijn? Hoewel ik natuurlijk niets te vrezen heb van de jongen, bekruipt me toch een onwennig gevoel. Over mijn schouder kijkend loop ik vlug richting de fietsenstalling en ben pas gerust als ik op mijn fiets invoeg op het drukke fietspad.

De op heterdaad betrapte zwartrijder zie ik niet meer terug. De eerste weken na het poortjesincident blijf ik echter over mijn schouder kijken, elke keer als ik door de poortjes ga. Alert op de OV-kaartloze reiziger die meelift op mijn open poortje. Of het voorval ook invloed heeft gehad op de zwartrijder? Ik vraag het me af. Zeker is wel dat hij niet meer over zijn schouder kijkt na zo’n poortjesactie. Die starende reiziger was veel te confronterend.

Marokko, bijna

Millinger Theetuin – Millingen aan de Rijn

De blauwe en groene steentjes liggen in V-vorm gerangschikt en vormen samen een kunstig mozaïek. Blauwe lijnen omlijsten de langwerpige vijver in het midden. Een bescheiden fonteintje maakt kringen op het water. De overdekte veranda erachter ziet er uitnodigend uit. De gordijnen bewegen zachtjes in de wind.

Het tafereel ligt nu nog deels in de schaduw, maar binnen niet al te lange tijd baadt alles in het stralende zonlicht. Dan glinsteren de steentjes de bezoekers tegemoet, alsof ze willen zeggen: “Kom hier verpozen, vlij je neer op de kussens en droom weg!”

Uit ervaring kan ik zeggen dat dat niet zo moeilijk is. Toen ik de trappen afliep en de vijver zag, waande ik me op slag in een binnentuin in Marokko. Een oase van rust, temidden van het stadsgewoel. Ik hoorde bijna de kooplui hun waren aanprijzen, in de smalle straatjes aan de andere kant van de hoge muren.

Totdat een “Sorry, mag ik er even langs?” mij een stap opzij doet zetten. Een stevige dame van middelbare leeftijd in een fleurige jurk houdt met twee handen een dienblad vast met twee glazen thee, één cappuccino en drie lekker uitziende gebakjes. Haar gezicht heeft een geconcentreerde uitdrukking als ze de laatste treden van de trap neemt en langs mij heen richting veranda schuifelt.

En om me heen verschijnen nu meer mensen met dienbladen, in fietsoutfit, met wandelschoenen en hier en daar een kinderwagen. De vijver ligt er nog hetzelfde bij, maar de Marokko-droom heeft toch wat aan kracht ingeboet. Ik ben weer daar, waar ik een half uurtje geleden van mijn fiets stapte. In een theetuin in een natuurgebied aan de Rijn, gewoon in Gelderland. Maar eventjes was ik in Marokko. Heerlijk!

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Jacobspad etappe 5: Foxwolde – Vries

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 24 km
Startpunt: Peize carpoolplaats N372
Eindpunt: Vries, parkeerplaats aan de Brink

Een idyllisch plekje onderweg bij het Noordscheveld

Op een doordeweekse dag in mei starten we gedrieën aan de vijfde etappe van het Jacobspad. Het belooft een lange en mooie route te worden als we het boekje mogen geloven. We passen het twee-auto-principe toe en parkeren de ene auto in Vries en de andere op de carpoolplaats bij Peize waar we in april geëindigd waren. Het is bewolkt en fris als we de Lieverseweg opstappen.

De etappe begint met een lange klinkerweg

Het is een lange weg en vooral tijdens het eerste stuk passeren er veel auto’s. De weg voert ons door Altena en Lieveren. Stille plaatsjes waar ik nog nooit van gehoord had. Na Lieveren wordt de weg rustiger en leidt de route ons ook zelfs even van de hoofdweg af over een zandweg en langs een riviertje. Kleine bruggetjes lokken de wandelaar verder het bos in maar de routebordjes wijzen weer richting de hoofdweg.

Niet alleen het Jacobspad volgt deze route

Als we over de klinkerweg Langelo naderen valt ons een aankondiging voor glasvezel op die ook in Altena en Lieveren prominent aan het begin van het dorp geplaatst was. Een grote provinciebrede campagne moet de inwoners verleiden om te kiezen voor deze snelle dataverbinding. Elk dorp heeft zijn eigen leus meegekregen: Altena – AltenaTief; Lieveren – Liever glasvezel; Langelo – LangelOnline. Ik ben benieuwd wat deze campagne oplevert.

Na Langelo wachten ons de Langloër Duinen, een natuurgebied dat ik niet kende. Over zandpaden lopen we door bossen en langs akkers. De verwachte duinen blijven in eerste instantie uit. Pas als we Norg naderen wordt het gebied wat heuvelachtiger. De wandelaar heeft hier keus uit allerhande wandelingen, afgaande op het grote aantal verschillende wandelbordjes.

Op een hondenuitlater na komen we echter weinig mensen tegen. Totdat we in de verte een groepje zien zitten dat onmiskenbaar geïdentificeerd kan worden als wandelaars. De drie al wat oudere echtparen gaan gekleed in felgekleurde jassen, wandelbroeken, bergschoenen en rugzakken. Onopvallend kijk ik of zij ook een Jacobspadrouteboekje bij zich hebben. Tot nu toe hebben we nog geen andere pelgrims ontmoet. De langeafstandswandelaars blijken echter het Drenthepad te lopen. Dit streekpad volgt hier dezelfde weg als het Jacobspad.

We komen veel akkers tegen: welk gewas groeit hier?

Vlak voor Norg gaan we aan de kant voor twee fietsers die ons met een enthousiast “hallo wandelaars!” begroeten. Nog geen minuut later passeren dezelfde fietsers weer. “Nog geen twee minuten van de camping en nu al verkeerd gereden” verklaart de lachende vrouw met zachte ‘g’. Wij wensen ze succes en komen niet veel later langs de camping, mooi gelegen in het bos.

In Norg hebben we er 13 kilometer op zitten en is het tijd voor een cappuccino. Het is nog geen terrasweer maar binnen is het ook prima toeven. Norg met de boerderijtjes met rieten daken, de brink en de oude Margarethakerk doet authentiek aan. Op deze woensdag in mei ligt het er vredig bij. Ik kan me goed voorstellen dat deze plaats rust- en natuurzoekende toeristen trekt.

Als we de koffie op hebben en aanstalten maken om weer verder te gaan zien we zes oudere wandelaars in felgekleurde jassen op het terras neerstrijken. We concluderen dat het Drenthepad dus ook door Norg loopt. Toch maar eens uitzoeken waar die route nog meer langsloopt. Drenthe bevalt tot nu toe goed.

Vanaf de brink lopen we al snel het dorp weer uit. Over een verlaten fietspad gaan we richting bos. Het zonnetje is inmiddels doorgebroken en maakt van het groene gras, de gele paardenbloemen en de blauwe lucht een mooi plaatje. Over zand- en bospaden lopen we richting het Noordscheveld. Een voor mij bekende naam maar toch nog nooit geweest.

Als de zon doorkomt lijkt alles mooier

Vlak ervoor kruisen we het Oostervoortse Diep dat we bij Lieveren ook al tegenkwamen. Een strategisch geplaatst bankje lonkt de wandelaar die spijt heeft dat hij geen boek of picknickmand mee heeft genomen. Uitkijkend over het riviertje, de uitgestrekte velden en de bosrand kun je hier heel wat uurtjes doorbrengen. Wat een idyllisch plekje. Als ik in Norg woonde, wist ik het wel!

Oostervoortse Diep

We weten ons uiteindelijk los te rukken van dit plekje en lopen verder langs het Noordscheveld. Heide en grashalmen tot zover het oog strekt. De route loopt volgens het boekje langs de rand van het veld, maar waar we naar rechts zouden moeten afslaan, stuiten we op een hek. Het is duidelijk niet de bedoeling dat je hier langs gaat. De kaart laat nog een paar paden zien en met enige omwegen komen we weer op de route.

Even een pauze bij het Noordscheveld

We laten het Noordscheveld achter ons en lopen over een lang zandpad richting Vries. Het is inmiddels niet alleen zonnig maar ook warm. Met de jassen in de rugzak overbruggen we de laatste kilometers. Vliegen zoemen om ons heen, vlinders fladderen van bloem naar bloem. Het is duidelijk lente. Op de brink in Vries – met oude kerk en bomen ook een mooi plaatje – sluiten we deze etappe af met een ijsje. De eerste tijdens het Jacobspad. Op naar meer Drentse ijsjes!

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Het dak op

Puntige heuvels tot zover het oog strekt. Het gras steekt felgroen af tegen de met donkere wolken bezaaide blauwe lucht. In de schijnbaar willekeurig neergeplante glazen driehoeken zie ik de zon gemeen fel branden en de wolken voorbij spoeden. Nog even en ze laten weer een pittig bui los. Het is dat de heuvels niet rond zijn, anders had ik me zeker in het welbekende Teletubbieslandschap gewaand.

Ik loop over een zwarte loopbrug die door het landschap slingert. Een keer slechts kom ik een andere bezoeker tegen. Iemand die ook de treden heeft beklommen, benieuwd naar wat daarboven was. Hij loopt net zo rond als ik. Om zich heen kijkend, verwondering in zijn ogen, maar ook een voldane glimlach. Hij is bij het einde geweest, dat is duidelijk.

Voor mij nadert het einde ook. In een paar passen sta ik bij de rand en word beloond met een uitzicht over het gebied. Regendruppels op auto’s glinsteren in de zon, wandelaars lopen over de brug verderop, vogels vullen de lucht met hun gekwetter. In de verte zie ik het water van het natuurgebied. Een bezoeker kijkt omhoog, ziet mij staan en denkt, daar wil ik straks ook staan. Daar boven.

Daar boven in de heuvels, die strikt genomen helemaal geen heuvels zijn. Onder mij lopen bezoekers. Onder mij liep ik net ook. Slenterend langs de de oude boot, de visnetten, de rietsnijdersattributen, de foto’s en filmpjes uit het verleden, langs geprojecteerde vissen die over muren lijken te zwemmen en niet te vergeten een aaibare bever.

Een kleine foto bij de uitgang (tevens ingang) toont de heuvels in hun kale staat van zijn. Simpele vakantiehuisjes lijken het, met puntdaken. Niet indrukwekkend, zeker niet iets om bij stil te staan. Nu getransformeerd tot het huidige heuvellandschap geeft het het gebouw een extra dimensie. Want hoe vaak kun je nu zeggen dat je bovenop een museum hebt gestaan? En dat je je helemaal niet bovenop een museum waande? Maar in een Teletubbieslandschap … Nou ja, bijna dan.

Wil je ook ervaren hoe het is om op een museum te lopen? Bezoek dan het Biesboschmuseum in Werkendam. Het gebouw ligt midden in Nationaal Park de Biesbosch en is onlangs geheel vernieuwd.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Jacobspad etappe 4: Groningen – Foxwolde

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 18 km
Startpunt: Groningen Centraal Station
Eindpunt: Peize carpoolplaats N372

Een jacobsschelp op de Jacobskerk aan het Jacobspad in Roderwolde

Een maand geleden eindigden we onze etappe op het Centraal Station in Groningen. Op een bewolkte en winderige dag in april pakken we hier de route weer op. Even daarvoor hadden we de auto achtergelaten in Peize, vlakbij de bushalte waar de bus naar Groningen stopt. Hier zou onze etappe van vandaag eindigen, een paar honderd meter van het Jacobspad.

In 20 minuten brengt de bus ons in Groningen en om 10 uur staat we voor het Groninger Museum. We zijn niet de enigen. Het is een drukte van belang op deze Stille Zaterdag. We pakken de route bij het museum op en lopen via het Emmaplein en een paar bruggen al snel richting zuiden. In het kanaal zien we verschillende roeiers tegen de wind in hun best doen, sommigen slechts gekleed in T-shirt. Het mag dan wel lente zijn, op een dag als vandaag is het nog wel erg koud!

Een roeier richting Groningen-centrum

Na een paar afslagen staan we in het Stadspark. Eigenlijk lusten we wel een kopje koffie – we zijn al een tijd onderweg inclusief auto- en busrit – als we op een terras aan het water stuiten. Het paviljoen heet Ni Hao, wat wel heel Chinees klinkt en we twijfelen of daar wel koffie te verkrijgen is. Een lid van de plaatselijke jeu de boules vereniging (die een niet onaardige trainingsplek hebben hier aan het water) ziet ons twijfelen. Met een “Daar hebben ze zeker koffie” wijst hij ons het bewuste paviljoen aan. Helaas blijkt het nog gesloten.

Het uitzicht op de trainingsplek van de plaatselijke jeu de boules vereniging

Door maar weer. Het valt ons op dat we vanaf het begin van deze etappe nog geen routeaanduidingen hebben gezien. Het bordje of sticker met schelp en kenmerkende blauw-gele kleuren ontbreekt. Pas als we het Stadspark weer uitlopen zien we de eerste sticker. Deze etappe kun je zeker niet zonder boekje lopen!

We lopen langs de stadsparkcamping en belanden dan tussen de volkstuintjes. De eersten lijken nog echt op tuintjes met af en toe een schuurtje. Maar naarmate we verder lopen begint het meer op een vakantiehuisjescomplex te lijken. Langs de lange weg liggen rechts en links huisjes in vele soorten en maten. De meesten afgezet met een hek, sommigen met kunstzinnige uitingen in de tuin. Echte volkstuintjes zien wij bijna niet.

Kunstzinnige brievenbussen bij het vakantiehuisjes/volkstuinencomplex Bruilweering

Over een onverharde weg lopen we Groningen nu echt uit en gaan De Onlanden binnen, een natuurgebied waar de ganzen, meeuwen en eenden naar hartenlust hun aanwezigheid laten blijken. We lopen langs een vaart met aan de rechterhand de wetlands van de Onlanden en aan de linkerhand een nieuwbouwwijk in aanbouw. Deze bewoners hebben geen verkeerd plekje uitgekozen met dit uitzicht.

Natuurmonumenten heeft aan de rand van dit natuurgebied een uitspanning, inclusief lammetjesschuur. Het is een drukte van belang op een van de eerste lammetjesdagen. Ouders met kinderen lopen heen en weer tussen schuur, speeltuin en restaurant waar de cappuccino lonkt. Ook wij zien onze kans schoon en zitten niet veel later tussen tientallen kleine kinderen aan onze eerste koffie van de dag.

Opgewarmd lopen we verder Drenthe in. We hadden de hoop op een bord met ‘Welkom in de provincie Drenthe’ (leuk voor de foto), maar dat zit er niet in. Op het fietspad dwars door het natuurgebied heeft de wind vrij spel en we doen ons best om met de tegenwind ons oorspronkelijke looptempo aan te houden. We zijn heel blij met een rijtje bomen dat af en toe opduikt.

Als we de N372 overgestoken hebben, wordt de weg wat beschutter. Bomen, speenkruid, kleine boerderijen, het landschap begint wat te veranderen. We steken het Peizerdiep over en stuiten op een Drents gedicht van Peter van der Velde, een schrijver die in 2004 in Roderwolde is overleden. Het beschrijft een winters tafereel. Eigenlijk hadden we hier een paar maanden eerder moeten lopen om het juiste uitzicht te hebben bij de tekst. Hoewel de wind ons nu ook flink door de kleren waait.

Niet heel veel later lopen we Roderwolde in. Het oogt als een ingeslapen dorpje met keurige voortuinen als visitekaartjes. Bloeiende magnoliabomen, beschenen door een voorjaarszonnetje, maken het geheel af. We lopen langs de olie- en korenmolen Woldzigt die er indrukwekkend bij ligt. De Hollandse luchten helpen ook een handje. Even verderop staat de Jacobskerk, waar een Jacobsschelp geen twijfel laat over de route die we aan het lopen zijn. Helaas zijn zowel molen als kerk gesloten. We hadden graag een kijkje binnen genomen.

De olie- en korenmolen Woldzigt is helaas gesloten

Net buiten Roderwolde komen we langs het Kleibosch, een aardkundig monument waar potklei aan de oppervlakte komt. Al in de middeleeuwen maakten monniken hier dankbaar gebruik van. Zij groeven dit af (tichelen) en maakten hier een soort bakstenen van. In dit natuurgebied komen nu nog zeldzame plantsoorten voor.

Het Moleneind brengt ons uiteindelijk weer op de N372, waar die morgen onze bus vertrok. We laten het Jacobspad achter ons en lopen door naar de carpoolplaats. De zon is inmiddels flink gaan schijnen en maakt de harde wind iets aangenamer. Een mooie etappe, concluderen we. De verwachtingen die we een maand geleden koesterden in de Starbucks op Groningen CS zijn zeker uitgekomen. De eerste kilometers in deze nieuwe provincie smaken naar meer.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Dezelfde kleur

In het keukentje op onze afdeling bereiden twee schilders het verven van één van de muren voor. Ze hebben een stucloper op de grond gelegd en plakken nu de tegels af. Er is nog wat ruimte over voor het koffieautomaat en ik vraag aan de dichtstbijzijnde schilder of het een probleem is als ik tussendoor even koffie pak. “Nee hoor”, zegt hij vrolijk, “als je erbij kan…”

Ik wring me tussen schilder en koffieautomaat en pak twee kopjes. “Welke kleur wordt het?” vraag ik de schilders. “Dezelfde kleur als nu” is het antwoord, iets minder vrolijk. Een muur precies dezelfde kleur schilderen, waardoor je het verschil eigenlijk niet ziet, zit natuurlijk weinig uitdaging in.

“En als jullie zelf mochten kiezen, welke kleur zou het dan worden?” vraag ik de mannen terwijl ik een cappuccino tap voor mijn collega en mij. Er verschijnt een brede grijns op het gezicht van de voorste schilder. “Oranje” is zijn besliste antwoord.

Ik kijk hem verrast aan en zijn grijns wordt nog wat breder. Zijn collega kijkt op van zijn werk en vraagt zich hardop af of dat nu wel zo verstandig is. Gezien de slechte resultaten van ons elftal de laatste tijd. De grijnzende man denkt even na, kijkt iets minder enthousiast en geeft dan zijn collega gelijk. Onze jongens hebben eigenlijk niet zo’n eerbetoon verdiend.

De cappuccino is klaar en ik wens de schilders nog een fijne werkdag. “Jij ook” zeggen ze beide. De grijnzende schilder gaat verder met het afplakken van de tegels, terwijl de teleurgestelde oranjefan de pot roze verf openmaakt. Het is inderdaad precies dezelfde kleur als de muur.

Laat het seizoen maar beginnen

Route: Groene Wissel Ommen: Landgoed Het Laer en Reggedal
Afstand: 12 km
Startpunt: Station Ommen
Eindpunt: Station Ommen

Wandelen langs de Regge

De eerste zondag van april begint zonovergoten en lokt ons naar buiten toe. Een Groene Wisselwandeling bij Ommen is snel gekozen en we zetten de route in de GPS. We parkeren de auto bij station Ommen en besluiten de route met de klok mee te lopen. Achteraf blijkt de beschrijving op papier net andersom te zijn. Ach, een rondje is een rondje. We hebben er niet minder van genoten.

Al snel lopen we Ommen uit over de Bergweg langs mooie vrijstaande huizen met bloeiende bomen in de tuinen. Ze kijken uit op glooiende weilanden, omzoomd door bomen. Het eerste voorjaarsgroen begint hier en daar net aan de takken te verschijnen en vormt een fel contrast met de blauwe lucht. Niet verkeerd om hier te wonen!


In de verte zien we twee vlaggetjes naderen. Ze komen onze kant op en blijken aan twee ligfietsen vast te zitten. De fietsers passeren ons met een groet. De fier wapperende vlaggetjes verraden de herkomst van het oudere echtpaar: België. Ze hadden geen beter weer kunnen hebben voor hun weekendje weg.

De weg vervolgend komen we langs een kookstudio. Aan het begin van de oprit gebiedt een bordje de bezoeker om achteruit in te parkeren. Anders zouden ze er wel eens spijt van kunnen krijgen. Een blik op de oprijlaan kan ons niet zo snel overtuigen van de logica. Maar als Kookstudio-bezoeker zou ik voor de zekerheid maar de instructie opvolgen.


We lopen door het buurtschap Besthmen en duiken dan het bos in. ‘Steile Oever’ geeft een bordje aan. Dit is bekend en eerder bewandeld terrein. De daadwerkelijke Steile Oever zien we niet, maar moeten we binnenkort maar eens met een wandelingetje vereren. “Als de krentenbomen in bloei staan”, voegt mijn medewandelaar eraan toe. Een beroemde uitspraak van mijn schoonmoeder, die weg is van de bloeiende krentenbomen.

Bij de brug over de Regge zien we aan de oever een bootje liggen. Het heeft de vorm van een bootje van papier, alleen dan vele malen groter dan de bootjes die we vroeger vouwden. Een bord geeft aan dat het om een kunstproject gaat. De boot heet Felicità en is een kunstwerk van Jan Merlin Marski. Samen met schoolkinderen van de openbare basisschool Nieuwebrug heeft hij het bootje ontworpen met – inderdaad – een van papier gevouwen bootje als inspiratiebron.

Bootje van papier

Na de brug slaan we af en volgen we een lang stuk de Regge. Het zonnetje schijnt volop en doet het water glinsteren. In de boompjes in de berm bespeuren we witte knoppen. Zouden dit de befaamde krentenbomen zijn? We kunnen het niet met zekerheid zeggen.


Door het glooiende landschap met geploegd akkerland vervolgen we onze weg en bedenken dat een kopje koffie op een terras nu ook wel lekker zou zijn. Vlak voordat we bij een grote weg komen, zien we een terras, met mensen. De keuze is snel gemaakt. Voordat we echter goed en wel op terras staan, komt een man in kokskleding ons tegemoet.

“Wat doen jullie hier?” vraagt hij. Ik denk dat hij een grapje maakt en ik begin over de mooie terrasdag. Koffie lijkt ons wel een goed idee. De man kijkt moeilijk en geeft dan toe dat koffie geen probleem moet zijn. Het is inmiddels ook lunchtijd en op de vraag of hij er ook wat bij heeft, antwoordt hij dat een “broodje of tosti wel moet lukken”.

Een beetje verbaasd nemen we plaats aan de tafel naast de groep mensen. Als de man de koffie brengt, legt hij uit dat ze eigenlijk nog helemaal niet open zijn. “Morgen begint het seizoen pas. Vandaag zijn we bezig met de voorbereidingen. Jullie zullen niet veel horecagelegenheden vinden in deze omgeving die open zijn.” De groep naast ons blijken stamgasten te zijn die even komen bijpraten.

Desalniettemin krijgen we onze lunch en lopen voldaan weer verder. Na een stukje langs de doorgaande weg, duiken we weer het bos in en komen in het park van Landgoed Het Laer terecht. Al snel komen we bij een (bescheiden) naald. Dit kunstwerk is – volgens het informatiebord – omgeven door mysterie. Volgens sommigen herinnert het aan een verdwaalde jonkvrouw, volgens anderen aan een verdwaalde boswachter die op die plek in 1902 werd neergeschoten.


In werkelijkheid is de naald een zichtpunt. De bewoners van het Huis op het landgoed zien door deze naald de tuin in het juiste perspectief. Vanaf de naald is voor ons het Huis echter in geen velden of wegen te bekennen. En vanaf het Huis, waar we even later via een kanaal komen, zien we ook de naald niet. Internet biedt uitkomst. Deze naald is nieuw en vervangt de oude naald die op een andere plek stond, namelijk in het kanaal. Dat maakt het verhaal wat logischer. Jammer dat het informatiebord deze informatie achterwege liet.

We lopen verder en komen al snel weer in Ommen terecht. Het relatief rustige plaatsje dat we vanmorgen uit wandelden, is veranderd in een toeristische heksenketel. De plaatselijke ijssalon doet goede zaken. Rijen dik staan mensen te wachten op hun eerste ijsje van dit jaar. De terrassen zijn overvol. Fietsers, motorrijders en wandelaars lopen af en aan. De ijssalon haalt het niet in zijn hoofd om morgen pas met het seizoen te beginnen.

Via een smalle steeg langs achtertuinen lopen we met een bocht om de drukke weg heen en komen uiteindelijk weer bij het station uit. Ook hier is het een stuk drukker geworden. Auto’s met fietsendragers domineren het parkeerterrein. De blauwe lucht is nog net zo intens als aan het begin van onze wandeling. Deze eerste zondag van april mag voor ons de opmaat zijn voor een zonovergoten lente. Laat het seizoen maar beginnen. Als het even kan vandaag nog!

Mijn verhaal

“Kom op” maant de vader zijn zoon, “loop nou even door”. Hij kijkt over zijn schouder en ziet zijn jongere evenbeeld achter hem zijn pas versnellen. De grote groene rugzak schommelt op en neer op zijn rug. De jongen probeert zich te concentreren op de benen van zijn vader, maar na drie passen krijgen de passerende auto’s weer vat op hem. De voorbijgangers die hem tegemoet komen, doen zijn hoofd draaien. De lantaarnpaal aan de overkant van de weg vraagt zijn aandacht. Hij schrikt op uit zijn dromen als hij de hand van zijn vader op zijn arm voelt.

Met zachte dwang houdt de jongen enkele minuten gelijke tred met de man die hem scherp in de gaten houdt. In de verte doemt de brug op over de rivier. Net als afgelopen dagen is tegen het vallen van de avond de mist van zee over de stad getrokken. Van de lenteachtige temperaturen van overdag is niets meer te merken. In het schijnsel van de lantaarnpalen haasten de mensen zich naar huis, diep weggedoken in hun jassen.

Vader en zoon passeren twee mannen die tegen de brug aangeleund staan. Ze kijken op hun telefoon en af en toe wijst een van hen met een vragende blik een bepaalde richting op. Beide dragen bemodderde wandelschoenen, een waterdicht jack en rugzakken. De jongen is bijna ongemerkt weer tot stilstand gekomen en staat zich nu te vergapen aan het indrukwekkende fototoestel dat een van de wandelaars nonchalant over zijn schouder heeft hangen. Als de vader de zoon met enige moeite weer in beweging heeft gekregen, richt de fotograaf zijn camera en drukt af.

Dit is mijn verhaal bij die foto. Of het werkelijk zo gegaan is, weet ik niet. Ik was er niet bij, daar op die Schotse brug in de mist. De foto is een herinnering van twee wandelaars zonder doel, die de omgeving van Edinburgh door hun cameralens zagen. Stukjes Schotland namen zij mee terug naar huis. Fracties van levens legden zij vast op de gevoelige plaat.

Met genoegen denken zij terug aan die ene avond dat ze een overnachtingsplek zochten en er zich een mistige en fotogenieke wereld ontvouwde. In hun geestesoog veranderden zij de auto’s in koetsen en de anachronistische grote groene rugzak lieten ze helemaal uit beeld verdwijnen. Daar begonnen zij hun verhaal. Alles was nog mogelijk.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Jacobspad etappe 3: Ten Boer – Groningen

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 21 km
Startpunt: Ten Boer bushalte Boltbrug
Eindpunt: Groningen Centraal Station

Bij de bushalte in Ten Boer begint onze wandeling

Een maand geleden eindigden we onze etappe in Ten Boer. Met een man minder beginnen we vandaag in deze Groningse plaats. De bus brengt ons in ruim 20 minuten vanaf Groningen Centraal op de plek van bestemming. Er is zon voorspeld en hoge temperaturen (13 graden!). Vol verwachting stappen we uit de bus.

Ten Boer blijkt net als meerdere plaatsjes waar we voorgaande etappes doorheen kwamen ook een echte kloosterkerk te herbergen. Bij een wereldwinkel die in een schitterende oude boerderij gevestigd is, slaan we af en komen via de achterkant bij de 13e-eeuwse kerk uit. Eens hoorde deze kerk bij het benedictinessenklooster van Ten Boer.

We lopen om de kerk heen en slaan een klein paadje in waar een bord ‘verboden voor onbevoegden’ ons enigszins aan het twijfelen brengt. De routeomschrijving zegt echter dat we hierin moeten en we lopen langs achtertuinen en voordeuren naar een pleintje met een waterput. Voor we het weten, staan we weer in de straat van de wereldwinkel en kijken tegen een oplaadpunt voor elektrische auto’s aan. Het voelt welhaast als een anachronisme. Samen met het levensgrote schaakbord en de huizen geeft het de kerk nu een heel ander aangezicht.

De kerk van Ten Boer met schaakbord

We lopen Ten Boer uit over een betonpad. Dwars door de weilanden komen we in Thesinge. Oude, kleine huisjes bevolken de straten. De molenaar begroet ons vanaf zijn molen. Bij de kloosterkerk bewonderen we het plaatje. Geflankeerd door vele grafstenen uit vervlogen eeuwen, sneeuwklokjes en knotwilgen staat dit 13e-eeuwse overblijfsel van het grote kloostercomplex Germania er idyllisch bij.

Ook Thesinge heeft een kloosterkerk

Als we het dorpje weer uitlopen, zien we in een boom bij een RUST-punt een bord hangen voor de pelgrims van het Jacobspad. Santiago de Compostela is nog maar 2960 km, meldt het. ‘845 uur gaans’ staat er optimistisch onder. Wij zijn blij als we vandaag Groningen CS halen. Het regent inmiddels zachtjes, van de voorspelde zon is nog niet veel te zien. We lopen snel verder.

Een aanmoediging voor de pelgrim op weg naar Santiago de Compostela

Aan de einder zien we al een tijdje een aantal kenmerkende gebouwen van Groningen. Als we bij het Bevrijdingsbos komen en een bord meldt dat we in het gebied Kardinge beland zijn, is het duidelijk. We hebben de rand van de stad bereikt. Kardinge ken ik van het transferium en de ijsbaan, maar het blijkt ook een prachtig natuurgebied te zijn. Hoewel ik 7 jaar in Groningen heb gewoond, ontdek ik bij elk bezoek weer nieuwe dingen.

Aan het begin van het Bevrijdingsbos eten we een broodje en – heel toepasselijk – Groninger Koek. Het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus op een marmeren steen houden ons gezelschap. Het bos is in 1995 geplant bij de 50-jarige viering van de bevrijding van Nederland. Het is een dankbetuiging aan de Canadese bevrijders van Groningen in april 1945. De bomen in het bos zijn esdoorns. Het esdoornblad (maple leaf) is het nationale symbool van Canada. Door het bos loopt een pad met stenen waarop de tien rechten van het kind te lezen zijn. Door het grijze weer komt het jammer genoeg niet echt uit de verf voor ons.

Na het bos lopen we door Noorddijk, het laatste dorpje voor Groningen. De Groningse wijk Lewenborg is er praktisch tegenaan gebouwd. Toch heb je hier het landelijk gevoel. Mooie uitzichten, authentieke huizen en wederom een oude kerk maken dat je vlak bij de stad toch ‘buiten’ woont.

Noorddijk ligt vlak bij de stad, maar is toch echt ‘buiten’ met dit soort uitzichten

Door een natuurgebied met loslopende paarden en koeien komen we bij het Kardingermeer en uiteindelijk het sportcomplex Kardinge. Het wordt steeds drukker. Nederlandse maar ook Duitse bussen rijden af en aan met kinderen die op zaterdag hun sportwedstrijden spelen.

Via de Gerrit Krol-brug komen we op bekend terrein

We vervolgen de route en lopen nu echt de stad binnen. De Gerrit Krol-Brug brengt ons in de Korrewegwijk. Een wijk waar veel studenten wonen. De zon is inmiddels doorgebroken en zonder de wind uit de weilanden is het heerlijk. Op straat is het een drukte van belang. In het Noorderplantsoen zit het terras van de uitspanning helemaal vol. Iedereen wil de eerste lentezon meepikken. Het groene gras is vermengd met het geel en wit van de krokussen en sneeuwklokjes.

Het Noorderplantsoen is bezaaid met krokussen en sneeuwklokjes

Groningen is voor ons bekend terrein en we besluiten de stadswandeling uit de route te laten voor wat het is. We maken een kleine trip down memory lane via de Oude Kijk in ’t Jatstraat (waar ik jaren gestudeerd heb), de Vismarkt, de Grote Markt en de Oosterstraat om uiteindelijk weer bij het station uit te komen. In de vroegere stationsrestauratie is nu een Starbucks gevestigd. In een statige interieur drinken we onze thee en sluiten een gezellige wandeling af over bekende en onbekende wegen.

De provincie Groningen was verrassend mooi. Molens, kerken, eeuwenoude geschiedenis en weidse landschappen in overvloed. Volgende keer staat er een nieuwe provincie op het programma. Ik ben heel benieuwd wat Drenthe ons voor verhalen brengt.

Nog een eindje te gaan tot aan Hasselt


Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.