Marskramerpad etappe 3: Borne – Rijssen

Route: Marskramerpad
Afstand: 24 km
Start: Station Borne
Eind: Station Rijssen

Een eenzame boom op de Deldeneresch

De mooiste wandeldagen zijn in het voorjaar. Althans, dat vind ik. Het zijn die dagen waarop het voorjaar zich uitbundig laat zien. In verse lichtgroene blaadjes die opeens de takken bevolken. In de witte en roze bloesem die overal in tuinen en langs plattelandsweggetjes in volle glorie uitbarst. In kleurige voorjaarsbloemen in bermen. In fleurige vlindertjes die je gezichtsveld in fladderen om vrijwel gelijk al weer verder te gaan. Op zo’n dag vol zonneschijn en strakblauwe luchten liepen wij de derde etappe van het Marskramerpad, dwars door het mooie Twente.

Voorjaarsgroen

We beginnen op station Borne waar we weloverwogen de lange Deldensestraat nemen om weer uit te komen bij de route. Dat pakt ietwat anders uit. De weg blijkt achteraf helemaal niet naar de plek te leiden die we in gedachten hadden en we kruisen de route 2 km verder dan de bedoeling was. We beginnen vandaag bij Bokdam en het Bokdammerveld daadwerkelijk met het Marskramerpad. Met heide en watertjes helemaal geen gekke plek voor een etappestart.

Bokdammerveld

Al snel volgt een typisch Twents landschap met bosranden, weiden, boerderijen, oude waterputten en de onlangs gerestaureerde oliemolen ‘Noordmolen’ uit 1325. Met behulp van het waterrad perste men hier in vroeger tijden olie uit koolzaad en lijnzaad. Over de weg met dezelfde naam als de molen lopen we verder en zien voor ons het glooiende landschap van de Deldeneresch. Midden in het weiland staat een eenzame boom, zo te zien nog niet in blad. De tekening van de takken steekt mooi af tegen de blauwe lucht.

De gerestaureerde Noordmolen

Dan lopen we tegen een zijarm van het Almelose Kanaal aan. Langs de kant zit een visser in complete visuitrustig. De grote groene paraplu zal hem vandaag enkel beschermen tegen de zon. Op een bankje ritsen we broeken af en trekken vesten uit. Tijd om in luchtiger kleding verder te wandelen. Op naar de koffie, waar we inmiddels wel aan toe zijn.

Zijarm van het Almelose Kanaal

De koffie komt vlak na de A1, na ettelijke kilometers over zandwegen en de nodige paasvuurbulten en blijkt een heel vakantiepark te zijn. Maar er is ook koffie met lekkers. Na 15 kilometer gaat dat er wel in! De rode Twente-vlag die we vandaag niet voor het laatst zien, wappert in het fikse windje dat er staat.

We zijn in Twente

De zandwegen gaan verder en het mulle zand laat zien dat het al een tijdje niet geregend heeft. En dan komen we bij wandelnetwerkknooppunt N74. Hier zegt het boekje dat we naar links moeten, het wit-rode pijltje wijst heel duidelijk naar rechts. Gelukkig is er mobiel internet en het blijkt dat de beken ook hier aangepakt worden. Het pad langs de Twickelervaart en de Regge zijn niet bewandelbaar. Een beetje teleurgesteld om wat we voor moois we missen, slaan we toch maar rechts af.

Over kleine weggetjes omzoomd door bomen in lentetooi doorkruisen we het gebied en zien af en toe de Regge. Kort nadat de beschrijving en de markering weer overeen komen, strijken we op een bankje neer aan de Regge voor de lunch. Om ons heen lichtgroene en rode blaadjes die er een paar weken geleden nog niet waren. Een oranjetipje komt voorbij gefladderd. Er zijn mindere lunchplekjes.

Het laatste stuk tot aan Rijssen voert over een fietspad langs – ditmaal wel – de Regge en loopt op met het Overijssels Havezatenpad. Echt druk is het niet op deze Goede Vrijdag. Hier en daar zitten jongens te vissen en we zien een heel gezelschap in de – naar wat we later lezen – Enterse zomp ‘Regt door zee’ voorbij komen. Een replica van een in Enter gebouwde platbodem die vroeger over de Regge, maar ook de Vecht goederen vervoerden.

Enterse zomp bij Rijssen

En dan lopen we langs de statige Pelmolen Ter Horst – hier pelde men o.a. gerst – Rijssen binnen. De molen ligt prachtig aan de Regge, een mooie binnenkomst. We volgen de bordjes centrum en trakteren onszelf daar op een welverdiend ijsje. De etappe is klaar en het weekend moet nog beginnen.

Pelmolen Ter Horst

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Advertenties

Salland Pad etappe 4: Luttenberg – Heino

Route: Salland Pad
Afstand: 16 km
Start: Bushalte Heuvelweg Luttenberg
Eind: Bushalte Marktplein Heino

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

Op een zonnige en frisse lentedag starten we de vierde etappe van het Salland Pad in Luttenberg. Omdat de buurtbus hier slechts 1 keer per uur rijdt, lopen we deze etappe andersom, van Luttenberg naar Heino, waar we in februari geëindigd zijn. Die twee maanden maken een enorm verschil. De temperatuur is een stuk aangenamer en de natuur staat in bloei. Het lichtgroen van de eerste blaadjes contrasteren met de bloesem van de krentenbomen en de sleedoorn. De brem en de magnolia stralen. Evenals de bloemen in de bermen. De strakblauwe lucht maakt het geheel af.

Bloesem naast de eerste frisgroene blaadjes

In Luttenberg vangen we een glimp op van het glooiende landschap van de volgende etappe, als we een paar honderd meter de verkeerde kant op lopen. Gelukkig komen we hier op tijd achter en keren om, richting het vlakke achterland van Heino. We lopen zuidelijk van Luttenberg over een onverhard pad langs mooie huizen. We komen door bos en langs boerenland waar de boer op zijn tractor hard aan het werk is.

Via een paar kilometer over de doorgaande Luttenbergerweg komen we uit bij het Overijssels Kanaal. Over de Wolthaarsdijk volgen we dit kanaal een tijdje. We lopen over een onverhard pad en komen nauwelijks mensen tegen. Af en toe vliegt een wilde eend op. Zo’n woensdagochtendwandeling heeft zijn voordelen.

Het Overijssels Kanaal

Als we het kanaal verlaten, komen we langs een kraampje met allerlei streekproducten, zoals je ze wel meer ziet langs het Salland Pad. Maar dit kraampje biedt meer. Zo wordt de waarschuwing voor de zachte berm duidelijk geïllustreerd en is er een oplaadpunt voor groene stroom, rechtstreeks uit een boom. Ik vraag me af of er voorbijgangers zijn die geprobeerd hebben gebruik te maken van dit oplaadpunt.

Onderweg komen we regelmatig kraampjes tegen
Sallandse humor deel 1
Sallandse humor deel 2

Kort na deze Sallandse humor komen we langs een recreatieplas bij een camping. Bordjes waarschuwen dat enkel campinggasten gebruik mogen maken van de plas. Ook worden automobilisten erop gewezen dat je niet “Let op! Let op! Let op!” in de berm mag parkeren. Ik vermoed dat het hier in de zomer een stuk drukker is. Nu is er geen mens. Op een picknickbankje met uitzicht over het water eten we onze lunch op.

Hierna volgt een aantal kilometers door het bos en langs de bosrand. De oude boerderijen, de bloeiende bomen en de frisgroene blaadjes laten een schitterend gebied zien. Uiteindelijk kruisen we de N35, de doorgaande weg naar Raalte en lopen Heino in. Op het Marktplein sluiten we de etappe af met een cappuccino.

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Marskramerpad etappe 2b: Deurningen – Borne

Route: Marskramerpad
Afstand: 18 km
Start: Centrum Deurningen
Eind: Station Borne

Bloeiende bomen langs de Bornsche Beek

Vorige keer strandde ik wegens onverwachte blaren in Deurningen. Hoog tijd om die tweede etappe af te maken. Op een zaterdag in april stap ik, ditmaal met een andere mede-wandelaar, bij de kerk in Deurningen uit de bus om naar Borne te lopen. Het weer is even grijs als twee weken geleden. Alleen nu heeft de weerman zon beloofd. We zoeken de wit-rode markeringen op en lopen na een paar honderd meter het dorp uit.

De kerk van Deurningen

Deze etappe loopt voornamelijk langs beken. Vlakbij Deurningen komen we de eerste tegen: de Deurningerbeek. Een bord laat de voorbijganger weten dat deze beek in ere wordt hersteld. De rechte beekloop krijgt weer het kronkelende karakter van oudsher. Het water krijgt zo meer ruimte en de natuur kan zich beter ontwikkelen. De komende kilometers blijven we deze beek volgen.

Na een paar kilometer ondervinden we die ruimte voor de beek aan den lijve. Het wandelboekje noemt het een drassig stuk waar, zo hoorde ik van andere wandelaars, mensen tot hun knieën in de modder kunnen staan. Het boekje biedt zelfs een shortcut aan over drogere wegen. We wagen het erop en nemen de drassige afslag.

De struinpaden langs de beek, waar de route ons over leidt, zijn inderdaad modderig, maar prima te doen. De beek is breder dan normaal en op een gegeven moment stuiten we op een sloot die in drogere tijden hoogstwaarschijnlijk een ondiepe greppel is. Het pad gaat rechtdoor, maar door het water waden, trekt ons niet zo. Gelukkig is er een stuk verderop een mogelijkheid om met droge voeten naar de overkant te komen.

Het pad gaat rechtdoor. Wat nu?

Na het drassige gedeelte leidt de route ons langs afwisselend terrein. We komen langs kwekers met lange rijen mooi geknipte heggetjes en over bospaadjes waar de bosanemonen en het speenkruid volop bloeien. We blijven de beek volgen. Met Borne in zicht slaan we een klein paadje in, veel gebruikt door hondenliefhebbers en besluiten op een bankje met uitzicht op de beek onze lunch te eten.

Bosanemonen

Na twee broodjes komt er een ouder echtpaar aangeschuifeld. De man lijkt Parkinson te hebben en komt maar langzaam vooruit. De vrouw ziet ons zitten, twijfelt even, maar vraagt dan toch of ze erbij mogen komen zitten. Ze wandelen elke dag het rondje van nog geen 2 kilometer vanuit hun huis in Hertme. Zo blijven ze in beweging. Zij wandelt het in haar eentje in 20 minuten. Met zijn tweeën zijn ze 45 minuten onderweg. Dit bankje is hun vaste pauzeplek. We schuiven op en hebben het over wandelen, het weer en het mooie Twente.

Dan is het tijd om weer op pad gaan. Dit keer volgen we de Bornsche beek waarlangs veel bomen in bloei staan. Een mooi gezicht, zeker bij het doorbrekende zonnetje. We lopen in de richting van Zenderen en komen langs de voormalige havezate Weleveld. In een met hagen omringd grasveld staan allerlei figuren van roestrood ijzer. In het midden zien we de familie van Weleveld zelf, die omstreeks 1300 op dit landgoed woonde. Ze worden omringd door figuren die de geestelijkheid, de adel en de burgers uitbeelden.

Familie Weleveld

Bij Zenderen lopen we langs Theehuis de Karmeliet. Het ziet er leuk uit en we besluiten er een kopje thee te drinken. Een fijne pauzeplek. De naam is niet zonder reden gekozen. Zenderen is bekend van de Karmelkloosters van de paters karmelieten en de zusters karmelietessen. De route voert ons langs dit laatste klooster. Het ziet er indrukwekkend uit in het doorbrekende zonnetje. In de grote ommuurde tuin met hoge bomen is het vast heerlijk toeven.

Het klooster van de zusters karmelietessen in Zenderen

Via paadjes door natuurgebieden en langs weilanden slingeren we richting Borne. We komen nu veel wandelaars tegen, bijna allemaal met het bekende rood-witte boekje in de hand. De zon is inmiddels helemaal doorgebroken en maakt het landschap extra mooi. Voor de Azelerbeek besluiten we af te buigen naar station Borne. Volgende keer richting Rijssen.

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Marskramerpad etappe 2a: Oldenzaal – Deurningen

Route: Marskramerpad
Afstand: 10 km
Start: Centrum Oldenzaal
Eind: Centrum Deurningen

In recreatiegebied Het Hulsbeek lopen heel wat wandelingen

Vorig jaar wandelde ik twee dagen mee met een vriendin die in 5 weken het Pieterpad liep. Helemaal enthousiast besloten we toen om samen een langeafstandswandeling te doen, niet achter elkaar, maar in weekendjes. Het werd het Marskramerpad, dat Nederland van oost naar west doorkruist. Het pad zou ons in streken brengen waar we niet vaak komen. In een weekend in maart staan de eerste twee etappes op het programma. De eerste etappe vind je hier.

Gastvrij Twente

Op de tweede dag van ons wandelweekend hebben we het plan om van Oldenzaal naar Borne te wandelen, ongeveer 25 km. Het weer lijkt in het niets op dat van de dag daarvoor. Het is grijs en frisjes. Het kost ons weinig moeite om de rood-witte markering weer terug te vinden en al snel lopen we over een lange weg de stad uit. We worden ingehaald door een paar mountainbikers. Eerst enkele kinderen in oranje tenues, daarna een paar volwassenen, ook in het oranje. Gevolgd door een auto met MTB’s achterop. In het kwartier daarna zien we een goede afspiegeling van mountainbikend Oldenzaal. Er moet bijna wel een mountainbike-evenement zijn, ergens verderop.

We lopen inmiddels door een bos met allerhande trimbaanapparaten en speeltoestellen boven de vele watertjes. Verderop begint recreatiegebied Het Hulsbeek. We zien een groot meer liggen en het bijbehorende bord ‘Outdoor Challenge Park’ klinkt avontuurlijk. Op een parkeerterrein hebben de in oranje gestoken MTB-ers zich verzameld. Oud, jong, van alles door elkaar. Het lijkt alsof ze elk moment aan een wedstrijd kunnen beginnen. We lopen snel verder en verwachten ze nog wel te zien de komende kilometers (de etappe leidt ons langs een MTB-route).

Recreatiegebied Het Hulsbeek

Over kleine weggetjes lopen we gedeeltelijk om het meer heen. We zien af en toe een mountainbiker in een niet-oranje outfit voorbij komen, maar de grote groep zien we die dag niet meer terug. Jammer, het had spectaculaire foto’s kunnen opleveren. We passeren een camperkampeerplaats in aanleg. Een man in klus-outfit staat op een ladder en bevestigt felgekleurde vogelhuisjes aan bomen. Gezien de grote stapel aan de voet van de ladder is hij voorlopig nog niet klaar. Wij wensen hem succes, hij groet ons vriendelijk terug.

Na een kilometer of 6 verlaten we het recreatiegebied en gaan richting Deurningen. Hier en daar is de route knap modderig, maar de paden zijn nog te bewandelen. We lopen tussen de weilanden en worden, als Deurningen in zicht komt over vee-roosters heen geleid. Een bord waarschuwt de wandelaar voor passerende koeien. “Let op!”, staat eronder, “Er kan nog een koe aankomen”.

Let op!

Bij een cappuccino in Deurningen besluit ik, wegens onverwachte blaren, die de dag daarvoor al hun opwachting hadden gemaakt, niet verder te lopen en pak hier de bus. Mijn vriendin loopt verder naar Borne. Ze is in training voor de 4-daagse en kan de oefening goed gebruiken. Ze blijkt later in totaal 29 km te hebben gelopen. Daar waren mijn voeten niet blij van geworden… Het tweede gedeelte van deze etappe loop ik binnenkort wel een keer.

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Marskramerpad etappe 1: Bad Bentheim – Oldenzaal

Route: Marskramerpad
Afstand: 28 km
Start: Station Bad Bentheim
Eind: Centrum Oldenzaal

In Nederland is het Marskramerpad gemarkeerd met de wit-rode streep.

Vorig jaar wandelde ik twee dagen mee met een vriendin die in 5 weken het Pieterpad liep. Helemaal enthousiast besloten we toen om samen een langeafstandswandeling te doen, niet achter elkaar maar in weekendjes. Het werd het Marskramerpad, dat Nederland van oost naar west doorkruist. Het pad zou ons in streken brengen waar we niet vaak komen. In een weekend in maart staan de eerste twee etappes op het programma.

In de mist vertrekken we al vroeg met de trein naar Bad Bentheim. Sinds kort rijdt er een stoptrein van Hengelo naar Bielefeld. Ideaal voor wandelaars van het Marskramerpad. Nog voor negenen komen we aan in de Duitse plaats. Ook hier is het nog mistig waardoor we de beroemde burcht – de start van het Marskramerpad – enkel in nevelen gehuld zien.

De burcht van Bad Bentheim

Het Duitse gedeelte van het Marskramerpad valt samen met de Handelsweg (Töddenweg) die van Oldenzaal naar Osnabrück loopt en is gemarkeerd met een witte T op een zwarte achtergrond. Tödde is het Duitse woord voor Marskramer. In Bad Bentheim is het even zoeken naar de T, maar als we hem gevonden hebben, lopen we al snel Bad Bentheim uit. We komen door bos en over landweggetjes waar je mooie vergezichten hebt over het glooiende landschap. De zon is inmiddels doorgebroken en de rest van de dag lopen we onder een strakblauwe hemel, in korte mouwen.

Een Duitse paddenstoel voor Gildehaus

 

De witte T markeert het Duitse gedeelte van het Marskramerpad

Na een kilometer of 5 komen we in Gildehaus aan waar we op zoek gaan naar Kaffee und Kuchen. We verlaten de route en volgen de bordjes Ortsmitte. In het uitgestorven dorpje vinden we een bakkertje met terras. Met een cappuccino en lekkers gaan we aan één van de twee tafeltjes zitten. Dit voelt als vakantie! Aan het andere tafeltje zit een oudere dame. Ze vraagt nieuwsgierig waar we heen lopen en dan blijkt dat ze 30 jaar in Noord-Holland heeft gewoond. Onder het mom van ‘dan spreek ik weer eens Nederlands’ komt ze steeds met nieuwe vragen. Als onze koffie op is, maken we aanstalten om verder te gaan. Het is nog een eindje. Ze ziet ons met lede ogen vertrekken.

Typisch Duits landschap

Langs de Ostmühle, een oude molen, verlaten we Gildehaus. Over stille weggetjes, door bossen, langs spoorlijnen en windmolens lopen we richting Nederland. Het lijkt wel zomer, wat een heerlijk weer, heel anders dan afgelopen weken. De grens met Nederland nadert en daarmee ook het befaamde bruggetje over de Dinkel. Ons ‘Vrienden op de fiets’-adres van die avond had ons gewaarschuwd dat de Dinkel hoog stond. Wandelaars die het weekend daarvoor bij hen logeerden, moesten 5 kilometer omlopen. Gelukkig zien we het witte bruggetje duidelijk liggen. Het pad ernaartoe is vochtig en we moeten een aantal keren door grote plassen waden. We kunnen ons goed voorstellen dat het hier een week geleden blank stond. Gelukkig kunnen we nu doorlopen.

Het pad naar het bruggetje over de Dinkel (in de verte)

Bij het bruggetje delen we een picknicktafel met een Duits stel dat met de kano is gekomen. Een oudere Nederlandse fietser ziet de kanoërs en vertelt in zijn beste Duits enthousiast over die keer lang geleden dan hij in 3 dagen 40 km in Luxemburg kanode. “Drei Tage Muskelschmerzen!”, beëindigt hij zijn verhaal. De kanoërs lachen en stappen dan soepel in hun kano’s.

Het bruggetje over de Dinkel met rechts de kano’s

Wij lopen verder langs een (gesloten) ijsboerderij, over karrensporen, wegen met bijzondere namen zoals het Rotboerpad, langs bosranden met herten en uiteindelijk komt Oldenzaal in zicht. We zijn er echter nog niet. Met een omtrekkende beweging zien we het glooiende gebied rond Oldenzaal. Wat is Twente mooi, ook in maart als de meeste bomen nog kaal zijn.

Het Rotboerpad

Vlak voor Oldenzaal geeft een wegwijzer aan dat Scheveningen nog 336 km is, maar Bad Bentheim 25 km. De kop is eraf. Op de Grote Markt in Oldenzaal vinden we een plekje op een van de volle terrasjes. Het lijkt wel zomer! Na een welverdiend drankje zoeken we ons Vrienden op de fiets-overnachtingsadres op. In een klein rijtjeshuis worden we enthousiast ontvangen. De vrouw des huizes leidt ons naar een gezamenlijke grote tuin achter 11 woningen. Het blijkt een woongemeenschap waarbij de bewoners van de 11 huizen gezamenlijk betalen voor een 12e gemeenschappelijke woning. Dit huis wordt gebruikt voor gemeenschappelijke activiteiten maar ook als Vrienden op de fiets-overnachtingsadres. We hebben dus een heel huis voor onszelf. Een bijzondere afsluiting van een schitterende etappe.

Scheveningen nog 336 km

Benieuwd naar de andere etappes van het Marskramerpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Rollator

Treinleven

Het belsignaal klinkt, de slagbomen gaan naar beneden, de lange trein rijdt het station binnen. Als hij tot stilstand komt, maken reizigers op het perron als op afspraak rijtjes aan weerszijden van de deuren. De korte klikjes van de deurontgrendeling klinken en een fractie later zwaaien de deuren open. Het eerste dat in de deuropening verschijnt is een rollator, gedragen door een jongen van een jaar of 19. Hoodie, sneakers met dikke doorzichtige zolen, blote enkels, spijkerbroek met gaten. Hij zet het zilverkleurige hulpmiddel langzaam neer op het perron, het mandje richting de treindeur en kijkt achterom.

Een kleine, kromgebogen oude mevrouw daalt stapje voor stapje de paar treden af. Ze houdt zich stevig vast aan de stangen van de deuren. Als ze vaste grond onder haar voeten heeft, kijkt ze op. Ze ziet haar rollator en de jongen die aanstalten maakt om de stroom naar de uitgang te volgen. “Dank je wel, jongeman” klinkt het opvallend duidelijk. De jongen knikt en loopt dan weg. Even ben ik in de war. Ik had in mijn hoofd van de jongen al haar kleinzoon gemaakt.

Een andere reiziger komt aanlopen en ziet de rollator staan. In een vloeiende beweging pakt deze jongen, in eenzelfde tenue als de uitstappende rollatordrager, het ding op en draait het om. De handvatten wijzen nu naar de oude mevrouw. Hij glimlacht kort naar de dame, neemt in één stap de treden en verdwijnt in de coupé. De oude mevrouw fronst haar wenkbrauwen, kijkt van haar rollator naar de treindeur en weer terug en glimlacht even.

Ze rangschikt haar tas in het mandje, doet haar sjaal goed en raakt even haar gepermanente witte krullen aan. Links en rechts van haar lopen drommen reizigers richting uitgang. De conducteur fluit, de deuren gaan dicht en de trein zet zich in beweging. De oude mevrouw kijkt de trein na, pakt dan de handvatten vast en op haar gemakje gaat ze de stroom achterna. Ik zie haar schuifelend steeds kleiner worden. Voor haar treinreizen heeft zij geen kleinzoon nodig.

Noardlike Fryske Wâlden etappe 1: Burgum – Gytsjerk

Route: Noardlike Fryske Wâlden (Streekpad 20)
Afstand: 21 km
Start: Markt, Burgum
Eind: Nieuwe Straatweg, Gytsjerk

Op 12 april 2018 opent weerman Gerrit Hiemstra Frieslands nieuwste streekpad: Noardlike Fryske Wâlden. Zoals de naam al zegt, loopt deze 165 km lange rondwandeling door de noordelijke Friese Wouden, de noordoosthoek van Friesland. Deze streek staat bekend om het coulisselandschap: kleinschalig boerenland omzoomd door houtwallen en elzensingels. Het is aangewezen als Nationaal Landschap. Wandelaars Jaap en Anneke Jongejan zijn de initiatiefnemers van de route. Op Wandelnet staat het volgende: “Ze combineerden onverharde paden, klinkerwegen en dorpsommetjes tot een prachtige route door een gebied dat wel ‘het best bewaarde geheim van Friesland’ wordt genoemd.”

Veel elzensingels …

Dit klinkt heel aantrekkelijk. Op een zonovergoten zondag in februari besluiten we eens een kijkje te nemen in de Noardlike Fryske Wâlden. We starten onze etappe in Burgum, een groot dorp van meer dan 10.000 inwoners. Ik kende de plaats enkel van de ‘stinkfabriek’ waar slachtafval verwerkt wordt tot allerlei producten. Na deze zondag heb ik mijn beeld moeten bijstellen. De plaats ligt er mooi bij in het voorjaarszonnetje. Over brede straten met hoge bomen en mooie huizen lopen we richting de Kruiskerk. Een bord wijst ons daar op het kloosterpad uit 1453 dat vanuit Dokkum langs Burgum naar Smalle Ee loopt. De 40 km lange route voert langs plaatsen waar ooit monniken en/of nonnen woonden of werkten. Een wandelidee voor een andere keer.

De Kruiskerk in Burgum

Via een smalle weg lopen we Burgum uit en slaan dan af naar wat lijkt een toegang tot een boerderij. De route leidt ons echter via elzensingels langs de boerderijen en we maken een verrassend mooie lus. En zo volgen er meer. Door bosjes, over verharde en onverharde weggetjes lopen we via Noordburgum richting Quatrebras. Het buurtschap bij een groot kruispunt is bekend van de grote discotheek die hier al tientallen jaren zit. Bij gebrek aan bankje besluiten we langs de weg op de stoeprand ons broodje op te eten. De zon schijnt fel in ons gezicht, achter ons razen de auto’s langs. Een wat minder fijn stuk om langs te wandelen, maar waarschijnlijk hadden de routemakers weinig andere keus.

Na Quatrebras steken we de Centrale As over, de nieuwe doorgaande weg van de N31 bij Drachten naar Holwerd. We slaan af richting Feanwâldsterwâl, waar volgens het boekje tussen begin- en eindpunt het enige kopje koffie op deze etappe te vinden is. We worden niet teleurgesteld. Schitterend gelegen aan een vaart met knotwilgen vinden we It Dûke Lûk, een klein hotel-café dat ook kano’s en bootjes verhuurt. We zijn de enige gasten en genieten in het zonnetje op het terras van onze cappuccino met appeltaart.

Feanwâldsterwâl met aan de vaart It Dûke Lûk

Als we de route verder volgen, begrijpen we de bootjesverhuur wat beter. In het natuurgebied Bûtenfjild ten noorden van Feanwâldsterwâl – hier is na 1750 veel veen afgegraven – zijn slootjes en vaarten te over. Hier moeten we nog maar eens terugkomen met onze vouwkano! Maar te voet is dit gebied niet minder mooi. Knotwilgen, rietkragen en ganzen in overvloed. En ook mensen. Liepen we tot nu toe praktisch alleen over de paden, nu moeten we regelmatig uitwijken voor fietsers en wandelaars. Het mooie weer drijft de mensen naar buiten.

Het Bûtenfjild boven Feanwâldsterwâl

Stuk voor stuk groeten de tegenliggers ons. Standaard in het Fries. Een oude dame die naast haar fiets loopt, wordt door veel mensen vriendelijk aangesproken: “Wat nou, is de fiets kapot?”. Het smalle fietspad en de vele tegenliggers blijken de oorzaak te zijn van haar gedwongen wandeling. Ze moet nog een eindje, maar heeft op deze manier wel veel aanspraak. Ik geloof niet dat ze het heel erg vindt. Bij het uitzichtpunt blijk je ook een aantal rondwandelingen in dit gebied te kunnen maken. Sommige door met het trekpontje de vaart over te steken. Wij hebben nog 6 km voor de boeg en lopen door. Maar wel met de gedachte om hier nog eens terug te komen. Al dan niet te voet.

Het Bûtenfjild met trekpontje aan de rechteroever

Langs een aantal meertjes (de Bouwepet) komen we uit bij het Geologisch Monument. Jan Faber uit Gytsjerk heeft hier zo’n 100.000 zwerfstenen uit de omgeving verzameld. Deze stenen zijn in de laatste ijstijd hier terecht gekomen en met de ruilverkaveling Tysjerksteradiel weer aan de oppervlakte gekomen. De stenen liggen in de vorm van de kaart van Scandinavië (schaal 1:100.000). Gesteenten waarvan de herkomst bekend is, liggen daar waar ze vandaan komen. Je kunt ook over de Scandinavische landen heenlopen. Twee meisjes zijn in Noord-Noorwegen aan het spelen. Wij houden het bij Zweden en vervolgen na noordelijk Lapland onze weg.

Geologisch Monument
Geologisch monument

Via onverharde weggetjes lopen we via Mûnein naar ons eindpunt Gytsjerk. Een bord in een tuin met de tekst “It is hjir tritich bliksem” laat ons niet vergeten dat we in Friesland zijn. Het zonnetje staat laag maar schijnt nog even fel. Het heeft vandaag het prachtige landschap nog eens extra uitgelicht. De etappe was goed gemarkeerd en ging veelal over weggetjes met weinig verkeer en onverharde paden. De makers hebben echt hun best gedaan om er een aantrekkelijke tocht van te maken. Ik ben overstag en wil meer zien van die Noardlike Fryske Wâlden. Volgende keer naar Damwâld.

30 km per uur in Gytsjerk

Benieuwd naar de andere etappes van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Salland Pad etappe 3: Windesheim – Heino

Route: Salland Pad
Afstand: 16 km
Start: Bushalte Windesheim Brug
Eind: Bushalte Marktplein Heino

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

Langs een Rustpunt gaan we het natuurgebied Den Alerdinck in

Op een grijze doordeweekse dag in februari nemen we de bus naar Windesheim. We laten het markante kerkgebouw waar we vorige keer startten op weg naar Wijhe langs de IJssel, achter ons. We steken de N337 en gaan het Sallandse binnenland in. De IJssel zien we voorlopig niet meer.

Over een eerder gefietst fietspad door de weilanden komen we bij een vaart uit. Bij zonnig weer is het heerlijk om hier op het bruggetje even om je heen te kijken. De vogels in het water en de weilanden doen rustig hun ding, vissers zitten langs de waterkant en hondenuitlaters lopen over het dijkje. Nu is het stil en verlaten.

Een bekend bruggetje

Over verschillende plattelandsweggetjes, waar de chauffeurs van voorbijrijdende auto’s stuk voor stuk hun hand opsteken bij wijze van groet, komen we uit bij een Rustpunt met geel-rode luiken. De eerste sneeuwklokjes staan uitbundig te bloeien. Hier duiken we het natuurgebied Den Alerdinck in. Dit hoort bij de havezate met dezelfde naam. We maken een lus door dit bosgebied en zien de havezate van verschillende kanten liggen. Het ligt er mooi bij. De bomen zijn nog kaal, maar over niet al te lange tijd barst de lente hier los. Dat geeft een heel ander plaatje.

In de verte tussen de bomen zie je de havezate

 

Den Alerdinck heeft leuke paadjes

We laten het landgoed achter ons en lopen parallel aan het spoor over onverharde weggetjes de kleine 4 kilometer naar station Heino. Bij het station dat buiten Heino ligt, besluiten we door te lopen naar het centrum van de plaats en daar de bus terug te nemen. De route maakt een omtrekkende beweging om Heino heen via onverwachte bosweggetjes. Uiteindelijk lopen we dan toch de plaats in. Met 16 km in de benen drinken we op het Marktplein bij de kerk een welverdiende cappuccino.

Het theater van Heino zit in een bijzonder pand

Bij het plaatselijke theater dat in een historisch pand zit, nemen we de buurtbus terug naar Zwolle. Deze 8-persoonsbusjes worden steeds vaker ingezet op trajecten waar te weinig passagiers zijn voor de normale bussen. De chauffeurs zijn vrijwilligers die, zo vertelt onze chauffeur in plat Sallands, minimaal een dagdeel op de bus rijden. We zijn de enige passagiers dit ritje en de chauffeur ziet zijn kans schoon. We verstaan lang niet alles, maar de man is erg enthousiast. Gezien de plekken waar het Salland Pad langs loopt, sluit ik niet uit dat we de komende tijd vaker in een buurtbus stappen.

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Moerasdak

“Hoe was je weekend?” vraag ik mijn collega op maandagochtend bij het koffieautomaat. Zij kijkt mij over de rand van haar leesbril aan, fronst haar wenkbrauwen, en vraagt: “Heb je wel eens van een moerasdak gehoord?”

Die vraag had ik niet verwacht. Groene daken ken ik. Er groeien vetplanten op, of kruiden, of gras. Maar een moerasdak? In vroeger tijden was een moeras een gebied waar je beter niet kon komen. Gespuis en enge monsters hielden zich er op. Er was drijfzand en onverwachte gevaren. In sprookjes en thrillers is het DE plek waar de slechte dingen gebeuren. Je raakt er kwijt. Of vermoord. Of iets anders onprettigs. Blijf er ver vandaan is het devies dat we al van kinds af aan meekrijgen.

Blijkbaar kijk ik mijn collega vragend aan. Ze steekt van wal. Haar man had in het weekend een enthousiast betoog gehouden over een moerasdak. Het leek hem wel wat voor hun – nu nog standaard – platte dak. Zij had geknikt en “ja schat” gemompeld, terwijl in haar hoofd de meest angstaanjagende associaties met een moeras voorbij kwamen.

Veilig bij het koffieautomaat gebeurt mij hetzelfde. “Schat, ik ben even het dak op”, zegt zo’n echtgenoot. En vervolgens zie je hem nooit meer terug. Verdronken in het moerasdak, is de conclusie van het rechercheteam. “Risico van zo’n dak, mevrouwtje. Dat weet je als je er aan begint. Dit is al de derde dit jaar. Om het maar niet te hebben over al die vermiste huisdieren. Fikkie en Felix komen echt niet allemaal onder een auto terecht. Neem dat maar van ons aan. Zo’n moeras in de buurt oefent een aantrekkingskracht uit op zelfs de minst avontuurlijke huisdieren. Tja, duurzaamheid brengt zo z’n risico’s met zich mee.”

Mijn collega haalt haar kopje onder de automaat vandaan, laat een suikerklontje in haar cappuccino vallen en roert. “Het is niet dat ik niet groen wil leven, maar ik moet erg wennen aan het idee om onder een moeras te wonen. Maar, zo benadrukt mijn man, we zouden wel de eerste in het dorp zijn met zo’n dak. Dat is voor hem belangrijk.”

“Maar wat is een moerasdak nou eigenlijk?” vraag ik mijn collega. Het blijkt iets minder spannend dan het in mijn fantasie was geworden, veel minder spannend. Huisdieren zijn veilig en echtgenoten ook. Het is een dak waar permanent een laagje water op staat met daarin blijvend groene waterplanten. Het dak dient als waterberging waardoor bij fikse regenbuien de riolering wordt ontzien. Ook heeft het een isolerende werking: koel in de zomer, warm in de winter.

Niet te vergelijken met het concept moeras dat ik uit mijn jeugd ken dus. Tussen toen en nu ligt een hele wereld en het is nu zover dat mensen zelf, bewust, een moeras opzoeken. Sterker nog, ze halen het in (of eigenlijk op) huis! Een moerasdak als groen prestigeobject. Dat is weer wat anders dan de nieuwste elektrische auto.

Als we teruglopen naar de kantoortuin moet mijn collega toegeven dat het – nu ze zichzelf alle voordelen hoort opsommen – wel aantrekkelijk begint te klinken. “Alleen die naam hè…” Ik knik instemmend en denk bij mezelf, daar valt wat aan te doen. “Wat denk je van een Shrekdak?” Ik spreek het uit als shrekdek. “De tekenfilmheld Shrek woont immers lang en gelukkig in the Swamp.” Mijn collega lacht. “Dat vinden de kinderen vast leuk. En het bekt nog lekker ook!”

Salland Pad etappe 2: Windesheim – Wijhe

Route: Salland Pad
Afstand: 10 km
Start: Bushalte Windesheim Brug
Eind: Bushalte Het Weijtendaal Wijhe

 

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

De eerste etappe van het Salland Pad liepen we van Olst naar Wijhe, plaatsen met een treinstation. De etappe naar Windesheim blijkt een wat grotere uitdaging, met een bus die alleen door de week en slechts één keer per uur rijdt. Als we op een woensdag tijd hebben, nemen we de bus naar Windesheim en lopen vanaf daar naar Wijhe. In Wijhe kunnen we zowel met de bus als de trein terug. Dus door de etappe de andere kant op te lopen, omzeilen we een eventuele wachttijd van een uur.

We beginnen de etappe in Windesheim. Het kleine plaatsje heeft een rijke geschiedenis. In de 14e eeuw werd hier door de volgelingen van Geert Grote een klooster gesticht. Dit klooster kreeg grote invloed in heel Europa en werd daarmee de bakermat van de moderne devotie. Tijdens de reformatie werd het klooster verwoest. Al wat nu rest is het hoge kerkgebouw met een karakteristieke vorm.

Het karakteristieke kerkgebouw van Windesheim

Na het plaatsje lopen we door de Tichelgaten, een natuurgebied met moerassen en weilanden bij de voormalige steenfabriek van Windesheim. Uitkijkend over de vele watertjes zien en horen we veel vogels. Afgelopen jaar, tijdens de vorstperiode begin maart, kon je hier mooi schaatsen en was het een drukte van belang. Nu is het verlaten.

Tichelgaten bij Windesheim

Na de Tichelgaten gaan we al snel de IJsseldijk op die we volgen tot bij Wijhe. Met onze keuze voor start en einde van deze etappe hadden we niet op de wind gerekend. Op de IJsseldijk heeft de wind vrij spel. Hij waait uit het zuiden en we hebben ‘m dus pal tegen. Ook de miezerregen maakt het er niet warmer op. Voordeel van dit weer is wel dat we geen enkele fietser tegenkomen en dus de dijk voor onszelf hebben.

Over de IJsseldijk

Bij Wijhe gaat het fietspad (en wij dus ook) naast de dijk verder. Het water van de IJssel staat al wat hoger. Er zijn tijden dat dit fietspad onder water staat. Bij een bord dat waarschuwt dat het viswater alleen voor leden van de plaatselijke visvereniging is, gaat de route de uiterwaarden in. Ganzen vliegen op en strijken luid protesterend elders neer. Je ziet ze bijna denken: “Wat doen die wandelaars in ons gebied?”.

De Uiterwaarden en visgebied

De route eindigt in Wijhe, waar we de bus weer terug pakken. Zelfs met het grijze weer was het een mooie ochtendetappe. Volgende keer verlaten we de IJssel en gaan het Sallandse binnenland in richting Heino.

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.