Elke Maand Een … | Stilte

Elke Maand Een: Foto
Waar: Trein

“Dames, ik zeg het niet nog een keer.” Hij wijst naar het raam. Door rimpels in zijn voorhoofd te trekken probeert de conducteur zijn woorden kracht bij te zetten. De zweem van een glimlach die om zijn lippen speelt, maakt het lastig hem serieus te nemen. De oude dames in kwestie merken dit maar al te goed. Ze proberen schuldbewust te kijken. “Ja, nu zie ik het ook”, zegt de ene mevrouw, terwijl ze naar het raam kijkt. Haar buurvrouw knikt instemmend en probeert ernstig te kijken.

Een station eerder had ik nog een sprintje getrokken om bij de juiste coupé uit te komen. Ik wilde mijn boek uitlezen en hoopte op een stille stiltecoupé. Geen zekerheid tegenwoordig. Het enige vrije bankje was direct achter twee oude dametjes. Hun witte haren stevig in de krul, hun beige jassen netjes aan het haakje, een pak stroopwafels op het neergeklapte tafeltje. Ook lag er een opengeslagen fotoalbum. De ene dame wees haar buurvrouw oude zwart-wit foto’s aan. Ik zat nog niet, of haar duidelijke en luide stem klonk door de coupé. “Weet je nog, toen we met Mies en Henk naar Zeeland gingen?”

Ik twijfel of ik er wat van moet zeggen. Vaak hebben oudere mensen, die niet regelmatig met de trein reizen, niet door dat ze in een stiltecoupé zitten. Ook het begrip stiltecoupé is lang niet altijd duidelijk. Voor veel mensen is stiltecoupé synoniem aan fluistercoupé. Om mij heen zit iedereen met oordopjes in. Ik besluit ook maar mijn oortjes te pakken en bij de rustige klanken van een Spotify-playlist, sla ik mijn boek open.

Tien minuten later komt de conducteur langs. Hij heeft helblauwe ogen met een twinkeling. Samen met zijn tweedagen-baardje zou hij zo uit een soapserie gestapt kunnen zijn. Of uit een jongensband. Het donkere uniform laat zijn brede schouders en lange lichaam goed uitkomen. Na mijn OV-kaart checkt hij de geprinte e-tickets van de dames voor mij, die ze na enig zoeken uit hun tassen weten op te diepen. “Sorry conducteur, we zagen u niet aankomen.” Als hij verder loopt, keuvelen ze gezellig verder.

Als de conducteur klaar is met zijn ronde draait hij zich om naar de dames. Blijkbaar is hij ze al eerder tegengekomen deze treinreis. “Dames, jullie zitten nog steeds in de stiltecoupé. Als jullie gezellig willen kletsen, dan moeten jullie ergens anders gaan zitten.” De oude dames knikken wat. “Dit is een stiltecoupé”, probeert de conducteur weer, “hier moet je echt stil zijn. Ik zeg het niet nog een keer.” Hij wijst naar het woord ‘stilte’ op het raam. Heel even draaien de dames hun hoofden in de gewezen richting.

Tussen de twee stoelen in vang ik de blik op van de conducteur. Ik trek mijn wenkbrauwen en schouders op en maak met mijn handpalmen naar boven duidelijk dat het weinig zin heeft. Hij knikt, kijkt verontschuldigend, zucht en loopt dan verder. Voor me hoor ik de twee vrouwen op een ietwat zachtere toon van onderwerp veranderen. “Aardige knaap hè, knap ook! Zeker als hij probeert om streng te kijken. Zou hij nog terugkomen, voordat we in Utrecht zijn?”

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

De dichter en de ud-speler

Bron: Pexels.com

Hij lacht me toe als ik binnenkom en heft bij wijze van welkom zijn kartonnen bekertje met ruitjesmotief op. De man naast hem staart in de verte, geen glimlach, geen teken dat hij mij heeft opgemerkt. Ik lach terug, knik, zoek een vrij tafeltje uit, ga zitten en leg mijn natte paraplu op de grond . De persoon die na mij binnenkomt krijgt eenzelfde ontvangst: lachen, heffen, staren.

Als het zaaltje zich langzaam heeft gevuld en iedereen van koffie en thee is voorzien, lopen de mannen naar voren. De starende is langer dan de lachende, dunner ook. Zijn stippeltjesbroek, zijn tot bovenaan dichtgeknoopte blauw geruite overhemd en zijn okergele colbertje sluiten nauw om zijn lichaam. Zijn gezicht is lang, zijn donkere ogen nu fel gefocust op zijn publiek. Zijn handen klemmen zich om het spreekkatheder.

Zijn nog steeds glimlachende vriend gaat naast hem zitten op zo’n zelfde houten stoel als wij. Hij rangschikt zijn wollen sjaal op zijn wijde spijkerjasje, pakt de ud op en begint te tokkelen. Zijn vingers vliegen over de snaren. Zijn hoofd beweegt zachtjes mee met de muziek . Arabische klanken vullen het museumzaaltje . Met mijn ogen dicht waan ik me in het Midden-Oosten, op een binnenplaats op een lome nazomermiddag. Kippen scharrelen langs, kinderstemmen klinken op, in de verte hoor ik bijna de geluiden van de soek.

Na een paar minuten kijkt de ud-speler de dunne man aan. Een nauwelijks zichtbaar knikje. De ud verstomt, de magere man schraapt zijn keel en begint hardop te lezen uit het dunne boekje dat hij in zijn hand houdt.

Hij draagt korte regels voor in het Nederlands. Geen rijm, wel ritme. Zijn klinkers zijn korter en harder dan die van mij, zijn s-en eindigen in langgerekte z-en. De pauzes tussen de strofen zijn nadrukkelijk. Door het raam achter de dichter zie ik grijze wolken voorbij drijven. De regen die al de hele dag onafgebroken valt, tikt tegen de ramen. Het is drie uur ‘s middags en al schemerig .

Een nieuwe strofe. Ik luister hoe de dichter oorlog, vluchten en vrijheid in woorden vangt. Ik reis met hem mee naar het verre westen. Hoe noordelijker, hoe beter. Weg van de dictator. Ik ontmoet smokkelaars, ben voortdurend op mijn qui-vive voor de geheime politie. Het is een spannend verhaal. Als het niet zo schrijnend was.

De mensen in het zaaltje zwijgen, luisteren ingespannen naar een herinnering van ruim 20 jaar oud. De kartonnen bekertjes op de tafels zijn leeg. De ud ligt werkeloos op de schoot van zijn speler, die slechts oog heeft voor een verte waar wij ons als publiek maar een vage voorstelling van kunnen maken.

Elke Maand Een … | Kanoën in de Mastenbroekerpolder

Elke Maand Een: Route
Route: Kanoroute Mastenbroekerpolder
Afstand: 10,8 km
Start: Opstapplaats Kerkwetering / Oude Wetering Mastenbroek
Eind: Opstapplaats Kerkwetering / Oude Wetering Mastenbroek

Kanonetwerk Mastenbroekerpolder, in rood onze route

Al enkele decennia is mijn man de trotse bezitter van een Oost-Duitse tweepersoons vouwkano van zeker 50 jaar oud. In gevouwen vorm past de kano op de achterbank van onze auto en is dus makkelijk mee te nemen naar een kano-plek naar keuze. Eenmaal daar aangekomen passen we de gelakte latjes in elkaar en schuiven het geheel in het blauwe doek, waardoor er een kano ontstaat. Vaak ontlokt dit construeren verbaasde blikken bij de andere watersporters. Soms ook wel uitroepen van herkenning.

Op de ochtend van een warme zomerdag in juli hebben we geen toeschouwers. Nog voor negenen liggen de latjes al uitgespreid over de steiger in Mastenbroek, een dorp in de gelijknamige polder tussen Kampen en Zwolle. De kerk van het buurtschap staat op een steenworp afstand. Een informatiebord toont de geschiedenis van een van de oudste polders van Nederland. Al in de 14e eeuw is dit gebied – toen een moerasbos – drooggelegd. Al ruim 10 jaar zijn er verschillende kanoroutes te vinden in deze polder. Hoog tijd om eens op ontdekking te gaan.

Het start- en eindpunt in Mastenbroek van ons kanorondje

Als de kano in elkaar zit, leggen we hem in het water en varen de brede sloot op. Links van ons loopt een lange rechte weg waar zelfs op deze vroege zaterdag veel auto’s rijden. Rechts is weiland. Allerhande waterplanten bloeien kleurig langs de oever. Een fris windje maakt golfjes op het glinsterende water.

De waterwegen in de polder zijn net als de autowegen lang en recht. Het had me van tevoren wat saai geleken, maar niets is minder waar. Vanaf het water ziet de wereld er heel anders uit. Doordat je laag zit, zie je alleen maar de natuur om je heen. Een waterhoentje dat geschrokken opvliegt, een koe die enkel haar kop even opheft om vervolgens weer onverstoorbaar verder te kauwen, de libellen in verschillende soorten en maten die voor je over het water scheren. De weg merk je enkel op als er een auto of fietser langskomt.

We maken een rondje (of eigenlijk een vierkantje) van ruim 10 km door sloten, vaarten en over een meertje. We pauzeren bij een steiger aan het brede water langs de Kamperzeedijk en kijken uit op het stoomgemaal Mastenbroek, door de Zeediekers ‘d’Olde Mesiene’ genoemd. De schoorsteen zagen we al van verre. Ik lees later dat dit uit 1885 stammende gemaal de oudste horizontaal draaiende stoommachine van Europa is. Het gemaal heeft een prachtig uitzicht over het water. Ganzen drijven voorbij en doorkruisen de velden met waterlelies.

Stoomgemaal Mastenbroek, oftewel ‘d’Olde Mesiene’

Onderweg komen we veel bruggetjes tegen die de wegen met elkaar verbinden of de oprit vormen naar een boerderij. Bij de meeste bruggetjes hoeven we niet te bukken. Bij sommige wel. Dit zijn betonnen exemplaren die wel 10 meter lang zijn, smal, laag en zonder uitzondering vol spinnenwebben. Peddelen lukt niet in zo’n smalle tunnel en dus trekken we ons er aan de muren doorheen. Geen optimale doorgang, maar we hebben tijdens ons rondje de kano niet één keer hoeven overtillen.

Na ruim 2 uur zijn we weer terug bij de steiger in Mastenbroek. Het is er nog net zo rustig als toen we begonnen. Ook onderweg zijn we geen andere watersporters tegengekomen. Op een zonnige zaterdag in de zomervakantie hadden we dit wel verwacht. Misschien moet de Mastenbroekerpolder nog ontdekt worden door de kanoënde medemens? Aan de natuur ligt het in ieder geval niet. Dit mooie gebied is zeker een kanotocht waard.

Mocht je nu ook een kanotochtje willen maken in de Mastenbroekerpolder, maar je hebt geen eigen kano? Bij Boer Pelleboer kun je een kano huren.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Glutenvrij

Elke Maand Een: Foto
Waar: Supermarkt

Op het prikbord in de supermarkt hangt een kaartje: ‘Te koop: Graan- en glutenvrij hondenvoer voor de grote hond. Zit nog 9 kg in.’ Een geprinte foto van een grote groen met bruine zak met een zwarte hond erop, is erbij geplakt. De geïnteresseerden kunnen zelf bieden.

Hoewel ik geen hond heb trekt de advertentie mijn aandacht. Te midden van de aangeboden fietsen, computerspelletjes en babysitters valt een foto van een grote aangebroken zak glutenvrij hondenvoer op. Wat is er met de hond in kwestie gebeurd?

Ik zie een voormalige hondeneigenaar met tranen in zijn ogen aan zijn keukentafel zitten. Voor hem ligt het voorgedrukte advertentiekaartje uit de supermarkt. Hij heeft net zijn trouwe maatje achtergelaten in het huisdierencrematorium. Overal in huis staan nog spullen die hem herinneren aan de vriendschap die ruim 10 jaar heeft geduurd. Daar naast de etensbak bijvoorbeeld staat nog de grote zak voer die de ouwe lobbes erbovenop moest helpen. Het mocht niet baten en nu wil hij deze pijnlijke herinnering zo snel mogelijk kwijt.

Een oudere man in een trainingsbroek, op crocs en net wat te lang wit haar, ziet mij kijken naar de advertentie. Hij merkt op dat “die brokken niet te vreten zijn”. Hij had ze ook gekocht voor zijn eigen hond, op advies van de dierenarts. Na twee happen weigerde het beest nog verder te eten. “Er valt natuurlijk geen discussie te voeren met zo’n hond.”

Ik durf niet te vragen of zijn hond nog leeft.

“Maar” gaat de man verder, “Evert heeft nu een ander merk voer. Ook glutenvrij, maar een stuk beter te hachelen. Hond blij, baasje blij.” Ik zie zijn gezicht ontspannen, hij mompelt “jaja” in zichzelf en schuifelt naar de uitgang. Aan de andere kant van de draaideur zie ik een grote zwarte hond opspringen. Zijn staart beweegt als een malle. Met enige moeite buigt de man zich naar voren en krabt de hond achter zijn oren.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Zeedruif

Elke Maand Een: Foto
Waar: Hortus Botanicus Leiden

Op het bankje onder de bloeiende prunus is een man verdiept in zijn boek. Onderuitgezakt hangt hij tegen de rugleuning. Zijn rechterenkel rust losjes op zijn linkerbovenbeen. Met één hand houdt hij het pocketboek een stukje voor zich uit. De rug is op meerdere plekken geknakt, de voorkant vaal en omgekruld. De rode springerige letters van deze science fiction cultroman nemen bijna helemaal de kleurige voorkant in beslag. Hij brengt zijn wijsvinger naar zijn mond, likt er kort aan en slaat dan een vergeelde bladzijde om.

Als er een groepje al te luidruchtige bezoekers langskomt, kijkt de lezer op. Hij laat zijn blik over de mensen glijden, kijkt naar de eenden die uit de gracht klauteren en draait dan zijn hoofd naar de grote bruine vazen die in een rechte lijn de Chinese kruidentuin in tweeën delen. Weelderige bloemen en sierlijke vogels die zo uit een sprookje weggevlogen lijken te zijn, sieren de vazen.

Ik sta op een paar meter afstand van de voorste vaas en knijp mijn ogen tot spleetjes tegen de felle voorjaarszon. ‘Zeedruif’ lees ik op het bordje dat uit de vaas steekt. Ik laat de naam even bezinken. Mijn fantasie schotelt mij beelden voor van druifvormig zeewier, velden dobberend op de oceaan, wijnboeren die met bootjes de vruchten oogsten. Ik ben al bij het eindproduct aanbeland – de zeedruifwijn, met een zilte afdronk – als een briesje me doet opkijken.

Onder de witte bloemetjes van de prunus die zachtjes bewegen in de wind, zie ik de lezer met trage bewegingen de mouwen van zijn lichte linnen overhemd opstropen. Uit de bruinlederen schoudertas die naast hem op de bank staat, vist hij een zonnebril met kleine ronde glazen. Hij laat zijn boek nu op zijn bovenbeen rusten en een fractie later gaat hij weer op in het verhaal.

Het boek dat hij leest, The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, is inmiddels veertig jaar oud, maar brengt zijn lezers nog altijd ver in de toekomst. Naar andere werelden dan de onze. Ook deze lezer wordt duidelijk gegrepen. Ik laat hem achter op zijn bijzondere leesplekje in deze eeuwenoude Hortus. Met uitzicht op een plant die naadloos in zijn verhaal past.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Rollator

Treinleven

Het belsignaal klinkt, de slagbomen gaan naar beneden, de lange trein rijdt het station binnen. Als hij tot stilstand komt, maken reizigers op het perron als op afspraak rijtjes aan weerszijden van de deuren. De korte klikjes van de deurontgrendeling klinken en een fractie later zwaaien de deuren open. Het eerste dat in de deuropening verschijnt is een rollator, gedragen door een jongen van een jaar of 19. Hoodie, sneakers met dikke doorzichtige zolen, blote enkels, spijkerbroek met gaten. Hij zet het zilverkleurige hulpmiddel langzaam neer op het perron, het mandje richting de treindeur en kijkt achterom.

Een kleine, kromgebogen oude mevrouw daalt stapje voor stapje de paar treden af. Ze houdt zich stevig vast aan de stangen van de deuren. Als ze vaste grond onder haar voeten heeft, kijkt ze op. Ze ziet haar rollator en de jongen die aanstalten maakt om de stroom naar de uitgang te volgen. “Dank je wel, jongeman” klinkt het opvallend duidelijk. De jongen knikt en loopt dan weg. Even ben ik in de war. Ik had in mijn hoofd van de jongen al haar kleinzoon gemaakt.

Een andere reiziger komt aanlopen en ziet de rollator staan. In een vloeiende beweging pakt deze jongen, in eenzelfde tenue als de uitstappende rollatordrager, het ding op en draait het om. De handvatten wijzen nu naar de oude mevrouw. Hij glimlacht kort naar de dame, neemt in één stap de treden en verdwijnt in de coupé. De oude mevrouw fronst haar wenkbrauwen, kijkt van haar rollator naar de treindeur en weer terug en glimlacht even.

Ze rangschikt haar tas in het mandje, doet haar sjaal goed en raakt even haar gepermanente witte krullen aan. Links en rechts van haar lopen drommen reizigers richting uitgang. De conducteur fluit, de deuren gaan dicht en de trein zet zich in beweging. De oude mevrouw kijkt de trein na, pakt dan de handvatten vast en op haar gemakje gaat ze de stroom achterna. Ik zie haar schuifelend steeds kleiner worden. Voor haar treinreizen heeft zij geen kleinzoon nodig.

Moerasdak

“Hoe was je weekend?” vraag ik mijn collega op maandagochtend bij het koffieautomaat. Zij kijkt mij over de rand van haar leesbril aan, fronst haar wenkbrauwen, en vraagt: “Heb je wel eens van een moerasdak gehoord?”

Die vraag had ik niet verwacht. Groene daken ken ik. Er groeien vetplanten op, of kruiden, of gras. Maar een moerasdak? In vroeger tijden was een moeras een gebied waar je beter niet kon komen. Gespuis en enge monsters hielden zich er op. Er was drijfzand en onverwachte gevaren. In sprookjes en thrillers is het DE plek waar de slechte dingen gebeuren. Je raakt er kwijt. Of vermoord. Of iets anders onprettigs. Blijf er ver vandaan is het devies dat we al van kinds af aan meekrijgen.

Blijkbaar kijk ik mijn collega vragend aan. Ze steekt van wal. Haar man had in het weekend een enthousiast betoog gehouden over een moerasdak. Het leek hem wel wat voor hun – nu nog standaard – platte dak. Zij had geknikt en “ja schat” gemompeld, terwijl in haar hoofd de meest angstaanjagende associaties met een moeras voorbij kwamen.

Veilig bij het koffieautomaat gebeurt mij hetzelfde. “Schat, ik ben even het dak op”, zegt zo’n echtgenoot. En vervolgens zie je hem nooit meer terug. Verdronken in het moerasdak, is de conclusie van het rechercheteam. “Risico van zo’n dak, mevrouwtje. Dat weet je als je er aan begint. Dit is al de derde dit jaar. Om het maar niet te hebben over al die vermiste huisdieren. Fikkie en Felix komen echt niet allemaal onder een auto terecht. Neem dat maar van ons aan. Zo’n moeras in de buurt oefent een aantrekkingskracht uit op zelfs de minst avontuurlijke huisdieren. Tja, duurzaamheid brengt zo z’n risico’s met zich mee.”

Mijn collega haalt haar kopje onder de automaat vandaan, laat een suikerklontje in haar cappuccino vallen en roert. “Het is niet dat ik niet groen wil leven, maar ik moet erg wennen aan het idee om onder een moeras te wonen. Maar, zo benadrukt mijn man, we zouden wel de eerste in het dorp zijn met zo’n dak. Dat is voor hem belangrijk.”

“Maar wat is een moerasdak nou eigenlijk?” vraag ik mijn collega. Het blijkt iets minder spannend dan het in mijn fantasie was geworden, veel minder spannend. Huisdieren zijn veilig en echtgenoten ook. Het is een dak waar permanent een laagje water op staat met daarin blijvend groene waterplanten. Het dak dient als waterberging waardoor bij fikse regenbuien de riolering wordt ontzien. Ook heeft het een isolerende werking: koel in de zomer, warm in de winter.

Niet te vergelijken met het concept moeras dat ik uit mijn jeugd ken dus. Tussen toen en nu ligt een hele wereld en het is nu zover dat mensen zelf, bewust, een moeras opzoeken. Sterker nog, ze halen het in (of eigenlijk op) huis! Een moerasdak als groen prestigeobject. Dat is weer wat anders dan de nieuwste elektrische auto.

Als we teruglopen naar de kantoortuin moet mijn collega toegeven dat het – nu ze zichzelf alle voordelen hoort opsommen – wel aantrekkelijk begint te klinken. “Alleen die naam hè…” Ik knik instemmend en denk bij mezelf, daar valt wat aan te doen. “Wat denk je van een Shrekdak?” Ik spreek het uit als shrekdek. “De tekenfilmheld Shrek woont immers lang en gelukkig in the Swamp.” Mijn collega lacht. “Dat vinden de kinderen vast leuk. En het bekt nog lekker ook!”

Elke Maand Een … 2019 (lustrum)

Lustrum
En toen werden we wakker in 2019. Een nieuw jaar met nieuwe uitdagingen. Ook voor de Elke Maand Een …- uitdaging. 2019 is wat dat betreft een lustrumjaar. In de afgelopen vier jaar blogde ik elke maand over de uitdagingen die ik mijzelf gesteld had dat jaar.

In 2015 bezocht ik elke maand een museum en schreef daarover. Het werkte erg motiverend, ook door de reacties op de stukken. Dat maakte dat ik in 2016 een nieuwe Elke Maand Een … – uitdaging aanging: Elke Maand Een Route, waarbij ik een bestaande route wandelde of fietste. Ook in 2017 en 2018 ging ik door met de uitdagingen, respectievelijk met Elke Maand Een Foto (met een verhaal) en Elke Maand Een Straatgedicht.

2019
Maar wat ga ik doen in 2019? Welke uitdaging stel ik mijzelf in dit lustrumjaar? Ik heb besloten om in 2019 alle eerdere Elke Maand Een …- categorieën aan bod te laten komen. Ik ga schrijven over musea, routes, foto’s en straatgedichten. Het streven is een gelijke verdeling van de categorieën over het jaar.

Hoog op het lijstje
Afgelopen jaren had ik de bedoeling om ook straatgedichten en musea in Zeeland te bezoeken. Dit is er niet van gekomen. Voor 2019 staat deze provincie daarom hoog op het lijstje. Ook het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en de N70 Natuurroute in het Rijk van Nijmegen wil ik dit jaar zien/wandelen.

Jullie tips
Uiteraard ben ik benieuwd naar jullie tips. Welke musea moet ik echt bezoeken? Welke wandel- en fietsroutes zijn niet te versmaden (bijvoorbeeld in Zeeland) en is er een straatgedicht dat ik echt niet mag missen? De categorie Elke Maand Een Foto is ook voor mij nog een verrassing. Het is maar net wat tegenkom in 2019 (en vastleg op de gevoelige plaat).

Een overzicht van de blogposts voor Elke Maand Een … 2019 vind je hier.

Pieterpadwandelaar

Het bankje is bezet. Een man en een vrouw zijn neergestreken op het blanke hout waarin de nerven die ooit een boom waren nog goed te zien zijn. Met hun ruggen schermen ze deels de afstanden naar het begin en einde van het pad der paden af. Ook de Drentse plaats die groot in de rugleuning is geëtst is nauwelijks te lezen. Dankzij de Facebookfoto’s herkennen we het pieterpadbankje echter meteen. Bankjes langs het beroemde wandelpad zijn een begrip op zich.

Mijn vriendin en ik halen allebei onze telefoons tevoorschijn voor een foto. De uitrustende wandelaars staan vrijwel gelijk op en laten zonder omhaal hun voormalige zitplaats fotograferen. Ze stellen zelfs voor een foto van ons te maken, op het bankje. Wij maken dankbaar gebruik van het aanbod. Met verwaaide haren knijpen we onze ogen tot spleetjes tegen de zon.

Hoewel ze, zoals dat hoort, het rood-witte wandelboekje in de hand hebben, vallen ze met hun outfit uit de toon bij de hordes pieterpadwandelaars die vandaag op pad zijn. Ik zag vandaag meer wandelstokken, afritsbroeken, sneldrogende shirts in felle kleurtjes, afgedragen bergschoenen en uiteraard rugzakken met waterzakken (met zo’n slangetje over de schouder) dan tijdens alle andere wandelingen van dit jaar tezamen.

De man en vrouw dragen beide een modieuze zonnebril en dito sneakers. De studs op haar shirt laten ruimte vrij voor de glimmende letters die het woord ADORABLE vormen. Zijn spijkerbroek is afgezakt volgens de laatste mode. Zeker geen doorsnee-wandelaars. Zijn eerste vraag echter verraadt dat ze wel degelijk meerdere etappes van het Pieterpad achter de rug hebben: “Lopen jullie naar het noorden of naar het zuiden?”

Zij lopen zuidwaarts en moeten vanuit Drenthe nog een eindje. In mei dit jaar zijn ze begonnen, nadat ze de twee delen van het routeboekje cadeau hadden gekregen. Hun kinderen vonden het een gepast cadeau voor hun 25-jarig huwelijksfeest. “En ik heet Pieter” voegt de man eraan toe, “vandaar”. Hij grijnst zijn rechte, blinkend witte tanden bloot.

Wat we van de etappe van vandaag vonden, vragen ze. Ik wil vertellen over de idyllische beekjes, het bijzondere hoogveen, de bossen waar het licht zo mooi doorheen valt, maar word na mijn inleidende ‘Mooi etappe, we …!” door Pieter in de rede gevallen. Vandaag teveel natuur naar hun smaak, ze misten de plaatsjes. Op een gegeven moment heb je zo’n bos wel gezien.

Uiteraard lopen ze gewoon verder. Het is wel “relaxed”. En ze komen steeds dichter bij hun woonplaats in de Achterhoek. Ach, ze hebben de tijd. Gisteren nog kwamen ze twee vriendinnen tegen die al 12 jaar onderweg zijn op dit langeafstandspad. Ze kunnen dus nog even vooruit. Terwijl Pieter praat, houdt hij continu de passerende wandelaars in de gaten. Jonge blonde vrouwen krijgen een stralende lach toegeworpen.

Dan stelt hij voor samen de laatste kilometers naar het eindpunt van de etappe te lopen. Ik wissel een verbaasde blik met mijn vriendin. Samen oplopen met andere wandelaars gebeurt wel vaker op het Pieterpad, maar Pieter lijkt toch een voorkeur te hebben voor andere – vooral jongere en blondere – wandelaars. Met de gedachte dat het maar een paar kilometer is, stemmen we toe.

Pieter bergt demonstratief zijn boekje op in zijn rugzak. Het is nog maar een klein stukje en de markering tot nu toe is “echt geweldig”. Bij een splitsing aan een bosrand slaat toch de twijfel toe. Twee paden en geen wit-rode markering. Wij vonden de markering niet zo geweldig vandaag en met het boekje dat we in de hand hebben gehouden, gaan wij ze voor op het juiste pad.

Een kwartier later zitten we op een Schoonloos terras. Alle tafeltjes zijn bezet door wandelaars. Rood-witte boekjes en rugzakken zover het oog reikt. Arriverende wandelaars worden herkend, begroet, verhalen worden uitgewisseld. Vooral het natuurschoon onderweg is onderwerp van gesprek. Pieter en echtgenote drinken ontspannen hun welverdiende biertje en gaan bijna op in de groep wandelaars. Bijna.

Als ze aanstalten maken om hun auto op te zoeken, wensen we ze nog veel wandelplezier. “Misschien tot ziens” zegt Pieter joviaal, “binnen nu en twaalf jaar”.

In oktober dit jaar liep ik twee etappes van het Pieterpad en deed inspiratie op voor dit korte fictieve verhaal. Benieuwd naar de etappe waarbij we dit pieterpadbankje tegenkwamen? Lees hier mijn wandelverslag.

Snoekduik

De lucht ruikt naar herfst als ik in alle vroegte, rond half 6, de achterkant van het station nader. Vooral in deze maanden zijn er altijd wel een paar parkeervakken bezet met touringcars die wachten op hun vakantiegangers. De vaak wat oudere mensen staan – opvallend wakker op dit vroege uur – met grote koffers klaar om hun vakantie naar de zon aan te vangen. Een grote tegenstelling met de duffe treinreizigers, die op de automatisch piloot hun weg naar de perrons vinden.

In de treintunnel is het niet druk. Een man in pak loopt met ferme pas de roltrap op naar zijn perron. Een meisje in een fladderig jurkje en gympen slentert, haar blik gericht op haar telefoon, naar de AH to go voor een shot cafeïne. De man van middelbare leeftijd met baard, in korte broek en wandelschoenen springt eruit. Hij draalt wat bij de poortjes, maar heeft noch een papieren kaartje noch een OV-chipkaart in de aanslag.

Hij lijkt te twijfelen welke vervoerder hij moet nemen, maar loopt dan toch naar het gele poortje van de NS. Hij spiedt om zich heen en maakt dan een snoekduik. Met zijn rugzak nog op zijn rug probeert hij onder het poortje door te tijgeren. Behalve dat er opeens een enorm gepiep klinkt – nog indringender in de stille stationstunnel – past hij, met zijn rugzak op, ook simpelweg niet onder de poortjes door.

Snel staat hij weer op en loopt quasi-onverschillig richting de kaartautomaat. Om zich een houding te geven pakt hij zijn telefoon en begint een gesprek tegen een al dan niet fictief persoon aan de andere kant van de lijn.

Het beeld dat ik had van baardige wandelaars van middelbare leeftijd is op die vroege ochtend aan het einde van de zomer danig veranderd. Wat ook de reden was van zijn illegale actie, onder OV chipkaart poortjes door tijgeren helpt je imago niet. Het jammerlijk mislukken ervan, nog minder.