Snoekduik

De lucht ruikt naar herfst als ik in alle vroegte, rond half 6, de achterkant van het station nader. Vooral in deze maanden zijn er altijd wel een paar parkeervakken bezet met touringcars die wachten op hun vakantiegangers. De vaak wat oudere mensen staan – opvallend wakker op dit vroege uur – met grote koffers klaar om hun vakantie naar de zon aan te vangen. Een grote tegenstelling met de duffe treinreizigers, die op de automatisch piloot hun weg naar de perrons vinden.

In de treintunnel is het niet druk. Een man in pak loopt met ferme pas de roltrap op naar zijn perron. Een meisje in een fladderig jurkje en gympen slentert, haar blik gericht op haar telefoon, naar de AH to go voor een shot cafeïne. De man van middelbare leeftijd met baard, in korte broek en wandelschoenen springt eruit. Hij draalt wat bij de poortjes, maar heeft noch een papieren kaartje noch een OV-chipkaart in de aanslag.

Hij lijkt te twijfelen welke vervoerder hij moet nemen, maar loopt dan toch naar het gele poortje van de NS. Hij spiedt om zich heen en maakt dan een snoekduik. Met zijn rugzak nog op zijn rug probeert hij onder het poortje door te tijgeren. Behalve dat er opeens een enorm gepiep klinkt – nog indringender in de stille stationstunnel – past hij, met zijn rugzak op, ook simpelweg niet onder de poortjes door.

Snel staat hij weer op en loopt quasi-onverschillig richting de kaartautomaat. Om zich een houding te geven pakt hij zijn telefoon en begint een gesprek tegen een al dan niet fictief persoon aan de andere kant van de lijn.

Het beeld dat ik had van baardige wandelaars van middelbare leeftijd is op die vroege ochtend aan het einde van de zomer danig veranderd. Wat ook de reden was van zijn illegale actie, onder OV chipkaart poortjes door tijgeren helpt je imago niet. Het jammerlijk mislukken ervan, nog minder.

Advertenties

Westerborkpad etappe 3: Weesp – Bussum

Route: Westerborkpad
Afstand: 21 km
Startpunt: Station Weesp
Eindpunt: Station Naarden-Bussum

Ook dit is het Westerborkpad (de A1 bij Hakkelaarsbrug)

Op de dag dat Auschwitz 73 jaar geleden werd bevrijd, stappen wij op station Weesp uit de trein voor onze derde etappe van het Westerborkpad. De route begint gelijk met geschiedenis. Het pad loopt door het centrum van het vestigingsstadje Weesp langs de in ere herstelde synagoge. Toen in 1947 de Weesper Joodse gemeenschap was opgeheven deed het gebouw jarenlang dienst als garage. De struikelstenen die ervoor liggen en de plaquette op de zijgevel vertellen het ware verhaal.

Struikelstenen voor de synagoge in Weesp

Over de Lange Vechtbrug en langs het fort lopen we Weesp uit en komen op de – met recht – Lange Muiderweg geheten weg uit. De kilometerslange smalle weg loopt langs de Vecht en aan onze linkerzijde ligt een keur aan woonboten, van eigen knutselwerkjes tot moderne huizen die in een moderne nieuwbouwwijk niet zouden misstaan. Elke boot weer een andere wereld. Er is geen gasleiding waardoor elke boot een eigen gastank in de tuin heeft staan. Dat beeld zien we deze hele route, overal gastanken, tot aan Naarden.

Over de Lange Vechtbrug verlaten we Weesp

Auto’s en wielrenners ontwijkend volgen we deze toch wel drukke weg. Als we de A1 kruisen, krijgen we Muiden in zicht en lopen al snel langs allerlei zeilschepen. Naast het Westerborkpad loopt hier ook het Floris V-pad en dat zien we in alles terug. We besluiten in een café gewijd aan Floris V (Eethuys Café Graaf Floris V te Muyden) de eerste cappuccino van de dag te gebruiken. De inrichting spreekt ook de Amerikanen aan die helemaal verrukt over deze historisch uitziende plek zichzelf laten vereeuwigen voor de ‘fireplace’.

In Floris V inrichting drinken we een cappuccino

Na de koffie lopen we langs het Muizenfort Muiden uit en komen al snel in het buitengebied. Over een modderige dijk lopen we richting IJmeer. Aan de overkant zien we het Muiderslot liggen, het kasteel uit de 13e eeuw waar Floris V gevangen heeft gezeten en – vier eeuwen later – dichter en toneelschrijver P.C. Hooft heeft gewoond. We kijken naar ettelijke eeuwen geschiedenis.

Muiderslot

Via diverse overstapjes over hekken vervolgen we de dijk die grotendeels langs het IJmeer loopt. In de verte zien we Pampus liggen. Overal om ons heen zien we stille getuigen van de Tweede Wereldoorlog . Onderweg op de dijk komen we een antitank versperring tegen die deel uitmaakte van de stelling van Amsterdam. De punten zijn gemaakt van spoorrails en wijzen naar het oosten, de kant waar de vijand vandaan zou komen. Ook staan er her en der bunkers in het land. We zijn niet verbaasd als het Waterliniepad hier ook langs blijkt te lopen, genoeg geschiedenis.

We passeren een antitank versperring

In Muiderberg komen we het monument ter herinnering aan Floris V tegen, ‘dikke steen’ genoemd in het boekje. In het park dat hierna volgt zien we een boom ter herinnering aan de kroning van Willem Alexander in 2013. De boom steekt schriel af tegen de boom die ter ere van Wilhelmina is geplant in 1898, een paar meter verderop.

Als we Muiderberg uitlopen komen we langs de grootste Joodse begraafplaats van Nederland. Achter de muur en verderop gescheiden van de weg door een sloot zien we inderdaad een zee aan grafstenen. Ze staan dicht op elkaar en lijken in betere conditie dan de stenen van begraafplaats Zeeburg. Volgens het boekje is dit de enige Hoogduitse begraafplaats in Nederland die nog intensief gebruikt wordt. Helaas is het zaterdag en is de begraafplaats gesloten, anders hadden we graag een kijkje genomen.

Joodse Begraafplaats Muiderberg

Als we verder komen, weten we dat de Hakkelaarsbrug niet ver meer is. In verschillende tuinen staan borden met de tekst Vrije Republiek Hakkelaarsbrug. De inwoners van het buurtschap voelen zich niet gehoord over de overlast tijdens de werkzaamheden aan de A1, A6 en de spoorbrug. Ze richten een Vrije Republiek op. En zoals het een echte republiek betaamt, is er zelfs een paspoort een vlag en postzegels. Zonder Westerborkpad hadden we er waarschijnlijk nooit van gehoord.

Een vrije republiek …

Via de Hakkelaarsbrug lopen we tegen de A1 aan en steken deze over. De zon is inmiddels doorgebroken waardoor de 10 rijstroken van de snelweg er mooi bij liggen. Het Naardermeer komt in zicht. Aan het einde van een zijweg zien we molen ‘De Onrust’ staan. Een molen uit het begin van de 19e eeuw die speciaal gebouwd is om het Naardermeer droog te leggen. Tegenwoordig wordt hij gebruikt om het Naardermeer te bemalen.

Molen De Onrust

Wij zijn blij dat het gebied o.a. dankzij Jac. P. Thijsse gebleven is zoals het was en genieten van de natuur. Over modderige paadjes lopen we het gebied in en sluiten het hek inclusief touw om de schapen binnen te houden. Bij het gemaal ‘De Machine’ eten we op een bankje een broodje. Het uitzicht over het Naardermeer met zon is niet te versmaden. Dat hadden we niet verwacht toen we vanmorgen bij grijs weer vertrokken vanaf Weesp. De twee Westerborkpadwandelaars die al geruime tijd voor ons liepen, laten we achter op het tweede bankje als we weer verder lopen.

Een zonovergoten lunch aan het Naardermeer

De modder wordt minder als we op een lange rechte weg omzoomd door bomen terechtkomen. Links van ons is de snelweg nooit ver weg. In de tussenliggende weilanden spotten we ganzen, witte reigers, zwanen en de door Natuurmonumenten uitgezette Schotse Galloway runderen. Als we de vlaggen van Natuurmonumenten zien wapperen, besluiten we tot een cappuccino bij Gasterij Stadzigt. Vanaf hier kun je makkelijk het Naardermeergebied in lopen. Met bemodderde schoenen nemen we plaats naast een groep die met vlaggetjes en ballonnen viert dat een van hen 75 is geworden. Geen gekke plek voor een dergelijk jubileum. Door de grote ramen heb je schitterend uitzicht op het natuurgebied.

En dan resten ons nog slechts een paar kilometer tot het station Naarden-Bussum. Door lange straten met statige jaren 30 huizen lopen we Naarden binnen. Na een paar kilometer gaat Naarden over in Bussum en zien we al snel het station liggen. Het kubistisch-expressionistische gebouw uit 1926 ziet er bijzonder uit. De asymmetrische vormen, de indrukwekkende hal met bijzondere lampen en de glas-in-loodramen maken dat we even rustig om ons heen blijven kijken.

En dan zien we ook de twee muurgedichten. Gebroederlijk naast elkaar verhalen ze over het treinleven. Ze zijn van de hand van voormalig stadsdichter van de gemeente Bussum Gaston Bannier. Wederom gedichten op een station! Mijn verzameling straatpoëzie en input voor Elke Maand Een Straatgedicht groeit gestaag.

Een van de twee muurgedichten op station Naarden-Bussum

In de trein kijken we terug op de dag. Het was een mooie etappe met een goede mix van geschiedenis en natuurschoon. Ik krijg alweer zin in de volgende etappe richting Hilversum.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Straatgedicht

Om mij heen is niets. Nou ja, niets … Er is een autoweg, een parkeerplaats, weilanden, water, bomen en rails voor zover het oog strekt. Ik wacht. Op een trein met vertraging. “De sprinter naar Amsterdam Centraal vertrekt over 10 minuten” schalt het over het perron. Het handjevol mensen om mij heen wacht geduldig. Op een kluitje onder het afdak. Schuilend tegen de wind en herfstregens.

Tegen de glazen wand van het tegenovergelegen perron strekt een blauw vlak zich uit. Er lijken tekens in te staan, of letters. Te ver weg om er chocola van te maken. Erachter liggen de weilanden. Mistroostig groen achter een blinkende vaart. Dan schuift een geel gevaarte tussen mij en de overkant.

Acht uur later ben ik terug. De grijze lucht hangt nog steeds boven de weilanden. Mensen spoeden zich voor mij de trap af richting parkeerplaats. Het perron is binnen enkele ogenblikken verlaten. Ik sta oog in oog met het blauwe vlak waar inderdaad letters in staan. Ze vormen een gedicht, verspreid over vier ramen. Het oktoberlicht valt door de letters heen. Het geeft de ‘Thuiskomst’ een sombere sfeer.

Dit gedicht van Ida Gerhardt hangt op station Kampen Zuid. Haar uit 1940 stammende woorden verwelkomen de Kampenaren die huiswaarts keren en de bezoekers die toevallig op het station belanden. Gevat in honderden regendruppels leest de stilstaande reiziger over een positieve boodschap die door het seizoen wordt tegengesproken.

Lente was een beter jaargetijde geweest voor dit gedicht, waarin de thuiskomst van de ik-persoon wordt beschreven. Na “zóveel bitt’re jaren” ontvangt de vrouw die in de tuin van het kleine huis aan de rivier aan het werk is, de ik-persoon. Het beschreven landschap met de rivier, het dijkland en de ruime wolkenvluchten zie ik, als ik – letterlijk – door het gedicht heen kijk. De functie en de omgeving van deze plek komen heel mooi samen in dit gedicht.

Wat een uitgelezen locatie voor straatpoëzie.

Thuiskomst

Dit is mijn droom- het kleine huis aan de rivier;
het rusteloze scheren van de zwaluw gaat er
langs dak en raam; de roodborst nestelt bij de vlier.
Een schip zeilt traag voorbij; de bel luidt over ’t water.

En als ik nader waar de dijk zich buigt door ’t land,
richt kort zich op die in de lage tuin gebogen
over de spade staat,-en met de vrije hand
weert zij het helle licht beschuttend van de ogen.

Hoe ken ik dit gebaar, hoe is het mij vertrouwd,
dit sterke opzien van wie daag’lijks naar de lucht en
het wiss’lend, open water turend, rustig oud
werd in dit dijkland en zijn ruime wolkenvluchten.

Er is een scherp herkennen van elkaar en
dan komt zij langs het smalle klinkerpad gelopen,-
maar keert nog terug en stoot de stroeve huisdeur open.
Dit ogenblik-wat tellen zóveel bitt’re jaren?

Ida Gerhardt
Uit: Kosmos
uitgever v/h C.A. Mees 1940

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Westerborkpad etappe 1: Amsterdam CS – Amsterdam Muiderpoort

Route: Westerborkpad
Afstand: 10 km
Startpunt: Station Amsterdam Centraal
Eindpunt: Station Amsterdam Muiderpoort

Een typisch Amsterdams plaatje op de Kloveniersburgwal

Aanleiding
Enkele maanden geleden liepen we met het Jacobspad langs Voormalig Kamp Westerbork en kwamen daar de markering tegen van een ander langeafstandspad. De blauw-rode (en de nieuwe rood-witte) bordjes met een gestileerd prikkeldraadstukje bleken te verwijzen naar het Westerborkpad. Een langeafstandswandeling die de route volgt die de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog bij deportatie aflegden vanuit de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam naar Kamp Westerbork. Het pad is slechts één kant op gemarkeerd omdat er weinigen terugkwamen. Deze route langs historische sporen en gedenkplaatsen sprak ons aan en we bestelden het boekje.

Boekwinkel en stamcafé
Op een herfstige dag in oktober wandelen we de proloog en de eerste etappe zoals deze in het boekje staan. Ook de bijbehorende app hebben we op onze telefoon staan. Naast kaartjes van de verschillende etappes bevat de app ook geluidsfragmenten. Op bepaalde plekken wordt het verhaal bij die plek verteld. Wie woonden er, wat is er gebeurd, wat is hun verhaal? Na nog geen 100 meter na ons startpunt op Amsterdam CS is het eerste fragment al te beluisteren. We zetten het volume wat harder en wandelen al luisterend verder.

Bij Amsterdam horen natuurlijk de duiven

De route slaat af richting de grachten en we zien bekende namen als Brouwersgracht, Keizersgracht en Prinsengracht voorbijkomen. Zigzaggend doorkruisen we de grachtengordel en komen door kleine straatjes met leuke winkeltjes en koffiezaakjes die je eigenlijk zou moeten onthouden voor een volgende keer. Via het Anne Frank Huis, waar al een flinke rij staat en de Westertoren komen we uiteindelijk weer bij de Herengracht. Hier nemen we een klein omweggetje naar de American Book Center, een boekhandel waar ik altijd even langs ga als ik in Amsterdam ben. Dit keer heb ik een heel lijstje Engelse boektitels bij me, waarvan ik hoop er een paar te bemachtigen.

Een half uur later en helaas slechts één boek rijker, verlaten we de winkel en pikken de route weer op. Het is lunchtijd en we besluiten een broodje te eten bij het ‘stamcafé’ (Café de Jaren) van mijn medewandelaar die een tijdje in Amsterdam gestudeerd heeft. De buien die aanvankelijk nog meevallen volgen elkaar nu steeds sneller op. Een droog en warm onderkomen komt nu zeker als geroepen.

Bezienswaardigheden
Na de lunch in het oude, lichte pand vervolgen we onze route en komen door de Oudemanspoort waar slechts één boekenkraampje herinnert aan de grote boekenmarkt die hier anders staat. Langs het verzetsmonument en de Stopera, komen we bij het Waterlooplein uit. Nadat we de Dokwerker gepasseerd zijn, is het tijd voor onze volgende stop.

De Dokwerker aan het Jonas Daniël Meijerplein

We komen namelijk langs het Joods Historisch Museum, gevestigd in de Grote Synagoge. Sinds een paar dagen worden hier de schilderijen van Charlotte Salomon (1917-1943), een Joodse kunstenares uit Berlijn, geëxposeerd. Ik las vorige maand het boek Charlotte (2014) van David Foenkinos over haar leven en ben sindsdien benieuwd naar haar werk. Nu we er toch langs komen, kunnen we mooi e.e.a. combineren. Mijn indruk van de tentoonstelling lees je hier.

Het Joods Historisch Museum is gevestigd in de Grote Synagoge

Een bijzondere ervaring en een heerlijke (koosjere) amandelbolus rijker vervolgen we onze weg. We passeren de Portugese Synagoge, lopen langs Artis en het Auschwitzmonument en komen uit bij de Hollandsche Schouwburg, het einde van de proloog en het begin van de eerste etappe. Met ons ticket van het Joods Historisch Museum hebben we hier gratis toegang.

Het Auschwitzmonument (Spiegelmonument) in het Wertheimpark

We bezoeken de tentoonstelling en staan stil bij de enorme rij met achternamen van mensen die niet meer teruggekomen zijn. Dan komt het wel dichtbij. De mevrouw aan de balie pakt, als ze hoort dat we het Westerborkpad lopen, haar stempel en stempelkussen. Veel wandelaars willen graag een aandenken aan dit beginpunt van het Westerborkpad en ook in ons boekje prijkt nu een stempel.

De Hollandsche Schouwburg, officieel beginpunt van het Westerborkpad

Oosterpark en Transvaalbuurt
Na de Hollandsche Schouwburg komen we langs het Tropenmuseum en slaan af het Oosterpark in. De app blijkt achteraf een andere route te geven dan het boekje, maar het beeldje van de Titaantjes van Nescio maakt die weg ook de moeite waard. Hierna duikt de route de Transvaalbuurt in. Voor de Tweede Wereldoorlog kende deze wijk veel Joodse inwoners. In 1941 wordt de buurt aangewezen als ‘Judenviertel’ waardoor veel Joodse gezinnen noodgedwongen hier naartoe moesten verhuizen. Twee jaar later is het beeld compleet anders. Door razzia’s wonen er na juni 1943 nauwelijks nog Joden in de wijk.

De regen maakt dat de wijk er nu mistroostig uit ziet. Er zijn weinig mensen op straat. We wandelen verder en komen uiteindelijk uit bij het Muiderpoortstation, ons eindstation van deze eerste etappe. De wandeling was kort voor ons doen, slechts 10 km. Maar er was zoveel te zien, zoveel te bezoeken, je komt langs allerlei historisch interessante plekken dat we moeite moesten doen om weer een beetje op tijd op Station Muiderpoort te zijn. Eigenlijk zou je dit eerste gedeelte van het Westerborkpad in twee dagen moeten doen. Maak er een weekendje Amsterdam van en bezoek de interessante bezienswaardigheden onderweg.

In de trein terug

Markering en de app
De route is, zoals we bij Kamp Westerbork zagen, inderdaad gemarkeerd, maar onderweg hebben we lang niet altijd de markering kunnen vinden. Dit is ook lastig in een drukke stad met veel plekken waar de sticker of het bordje geplaatst kan worden. Dat is althans onze ervaring. Ook het Jacobspad was in de veel kleinere stad Groningen nauwelijks gemarkeerd. Wandelaars doen er daarom goed aan om het boekje en liefst ook de app mee te nemen.

Als je de GPS inschakelt op je telefoon, laat de app zien waar je bent. Je hoeft enkel het streepje van de route te volgen. Helaas was de app niet heel stabiel. Na het maken van een foto met de telefoon of openen van een andere app moest de kaart opnieuw geladen worden. Als dit niet lukte moest de app zelf opnieuw opgestart worden. Vervelend, maar voor ons geen probleem, gelukkig hadden we ook het boekje nog. Wellicht dat een update voor verbetering zorgt.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Ever tried to climb this?

Ever tried to climb this? vroeg een onbekende. Hij of zij had in een duidelijk leesbaar handschrift zijn vraag achtergelaten op een stalen constructie die de overkapping van het perron ondersteunde. Mijn antwoord was een volmondig Nee! En ik ga er vandaag ook niet aan beginnen, voegde ik er in gedachten aan toe.

Het is woensdagochtend, midden-augustus en stralend weer. Een uur daarvoor was ik vanuit een klein Noord-Duits plaatsje op de trein gestapt naar Hamburg, in de hoop daar tickets te bemachtigen richting Nederland. De Deutsche Bahn medewerkster had meegedacht en via 5 overstappen zouden ik en mijn volgeladen fiets in Nederland geraken. Die dag nog. Regionalbahn was het toverwoord. Met een cappuccino-to-go en een zoet broodje wachtte ik op mijn trein richting Bremen.

Ever tried to climb this? Ik had er überhaupt niet over nagedacht dat je deze constructie ook zou kunnen beklimmen. Maar voor de avonturier onder ons is het waarschijnlijk een koud kunstje. Erg ver kom je echter niet. Binnen een paar meter kom je bij het dak. Het uitzicht is niet veel beter dan hier beneden. Treinen, rails, reizigers en af en toe een vakantiefietser.

Wie was de onbekende vragensteller? Heeft hij de constructie echt beklommen? Of is het niet verder gekomen dan een gedachte? Een wachtende reiziger, aan het einde van de dag. Hij (het is vast een ‘hij’) komt uit zijn werk en is op weg naar huis. Zoals elke dag neemt hij zijn vertrouwde plekje in, naast de constructie. Hij staart voor zich uit, zijn gedachten mijlenver weg.

Een jongetje huppelt langs aan de hand van zijn moeder. “Mag ik daarop klimmen, mama?” vraagt hij en hij wil al naar de constructie toelopen. “Nee joh”, zegt zijn moeder, “dat is niet om in te klimmen. Dit is een station, geen speeltuin.” Moeder en zoon lopen verder, maar hebben iets wakker gemaakt in de wachtende reiziger. Hij bekijkt de constructie met hele andere ogen.

Uit zijn tas pakt hij een viltstift en schrijft zijn gedachte op. In het Engels … eigenlijk vrij ongebruikelijk voor een Duitser.

Dus misschien was de vragensteller wel een heel ander persoon. Een Amerikaanse toerist op doorreis, een baldadige internationale student die daadwerkelijk naar boven is geklommen. Of wellicht een vakantiefietser die die dag op zijn tweede station aanbeland was en nog vele treinen in het verschiet had … en vele wachttijden.

Wie het ook was, er rest nu slechts een vraag. Een vijfwoordenzin die mensen op ideeën brengt, ze aanspoort om anders naar hun omgeving te kijken en zelfs bloggers inspireert.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Fiets in de trein

Treinleven

Stel je voor

Stel je voor: je staat op het perron met je fiets volgepakt met minimaal twee voor- en twee achtertassen. Net heb je de lift genomen om in de spoortunnel te kunnen komen. Het oude vrouwtje met rollator, dat aan kwam lopen toen jij al in de lift stond, wilde heel graag met je mee in de lift en was enigszins gepikeerd dat dat niet paste. Vanuit de spoortunnel nam je een tweede lift om op het perron te komen. Nu wacht je op de trein die je op je Duitse plek van bestemming zal brengen. Of in ieder geval een stukje in de goede richting, er wachten je namelijk nog drie overstappen.

Met de fiets in de trein

Met de fiets in de trein. Het kan in Nederland, Duitsland, België, Luxemburg en nog veel meer andere landen. Dat is fijn en handig. Het scheelt je als fietser enorm veel tijd. Maar reizen met een fiets in de trein brengt ook uitdagingen met zich mee. Altijd. Althans wel die keren, afgelopen jaren, dat ik het deed. Geen enkele reis is hetzelfde, geen enkele conducteur is hetzelfde en ook de medereizigers die met hun fietsen de reis ondernamen, zijn stuk voor stuk anders. Het mag met recht een avontuur genoemd worden.

Vier vakanties ervaring heb ik inmiddels. De eerste reis vanuit Luxemburg, de laatste vanuit Noord-Duitsland. In Luxemburg had ik nog geen fiets-in-trein ervaring en was ik blij dat mijn fiets überhaupt een plekje vond op het balkon. Samen met nog een aantal andere fietsen, waardoor er niemand meer in of uit kon. Vanuit Noord-Duitsland reisden we met enkel regionale treinen, wat een luxe bleek te zijn voor de vakantiefietser.

Luxemburg en België

De Luxemburgse trein leek veel op de Nederlandse, alleen een paar decennia ouder. Fietsen konden in principe op het balkon staan, maar als het er meer dan drie werden, kon je er eigenlijk niet meer in of uit. Tassen konden we er niet kwijt en stonden opgestapeld op het bankje tegenover ons. Gelukkig was het niet druk en de andere fietsers hadden dezelfde constructie bedacht. Wij hadden net de Vennbahn gefietst, de smokkelroute door Duitsland, België en Luxemburg over een oud spoorwegtracé en zagen een deel van de door ons gefietste route langs ons heen flitsen, terwijl we in rap tempo naar België reden.

In de Belgische trein was een apart rijtuig gereserveerd voor de fietsen. De conducteur had de sleutel en tijdens de rit mochten reizigers niet bij hun fietsen blijven. Geen probleem en lekker makkelijk. Diefstal werd zo ook lastig. Bij krappe overstaptijden ben je wel weer afhankelijk van de man met de sleutel, maar die wil over het algemeen ook weer verder. Geen enkel probleem dus.

Duitsland

Het fietsgedeelte in de Duitse intercity

En dan de Duitse treinen. Hier ligt mijn meeste ervaring en ook de meeste avonturen. In de intercity’s is reserveren voor je fiets verplicht. Er is beperkt plek in de speciale fietsgedeelten van de coupés. Je fiets hang je aan of zet je in de speciale haken. Bagage kan er meestal niet op blijven maar kun je naast je fiets kwijt.

Nadeel is dat niet iedereen zich aan de nummers houdt die zijn toegewezen in de reserveringen. Bepaalde plekken hebben nu eenmaal de voorkeur boven andere. Ik zet ook liever mijn fiets in een lage stalling, dan dat ik het voorwiel aan een haak in de buurt van het plafond moet hangen. Daarnaast heb ik de ervaring dat reserveringen ook wel opgeheven worden. Onder het mom van ‘zie maar dat je een plekje kunt bemachtigen’ stap je dan met zwaarbeladen fiets de trein in.

Intercity’s hebben een hoge instap en een smalle deur en een nauw gangetje waardoor je je fiets naar binnen moet wurmen. Instappen bij regionale treinen daarentegen zijn meestal gelijkvloers en de doorgangen zijn breder. Ook merkten we, toen we afgelopen zomer zonder reservering met enkel regionale treinen vanuit Noord-Duitsland terugreden naar Nederland, dat bepaalde Bundesländer hun regionale treinen uitrusten met een compleet fietsrijtuig.

Op station Hamburg Harburg rijden regionale treinen met aparte fietscoupés

Enkel haken, standaards en stangen om je fiets in te zetten, aan te hangen of tegen aan te laten leunen. Ideaal! Dertig fietsen konden er zeker staan. Op onze reis was het niet druk, waardoor we 10 uur en 5 overstappen later geen enkel stuk bagage van de fiets hadden hoeven halen. Ook kwamen we keurig op tijd aan op ons eindstation.

Een ervaring die maakt dat ik volgende keer weer met regionale treinen wil reizen. Zeker na ons akkefietje in Almelo vorig jaar met de intercity. Vanuit Denemarken reisden we toen terug naar Nederland, met een Duitse trein. In Almelo stapten we over op een Nederlandse trein. De bagage stond al op het perron, de fietsen nog in de trein. Toen gingen de deuren dicht en reed de trein weg. Gelukkig stond ik ook op het perron en mijn medefietser nog in de trein, waardoor het allemaal nog goed kwam. Maar dit is de nachtmerrie van elke fietser en was voor mij bijna de reden om niet meer met de fiets in de trein te reizen.

Maar ja, het is zo makkelijk en je komt zo veel verder. Dus dit jaar, toen het Almelo-akkefietje iets minder vers in het geheugen lag, toch weer een fiets-treinreis geboekt. Naar Rostock ditmaal (en vanuit daar naar Zweden), wederom met de intercity. Helaas bleek de tweede trein überhaupt geen fietsrijtuig te hebben waardoor de fietsers hun fietsen kwijt moesten in een gewoon rijtuig met bankjes en tafeltjes. Hangend aan het voorwiel bevestigden wij onze fietsen met de spin aan de bagagerekken, nadat we hem, zonder bagage, met moeite door het gangpad hadden gemanoeuvreerd. De tafeltjes waren opgeklapt, waardoor er bij zo’n vierzitsbankje net plek was voor twee fietsen.

De niet fietsende reiziger keek vreemd op toen het rijtuig bevolkt bleek door op hun achterwiel balancerende fietsen. Dit soort gevallen verenigt wel de vakantiefietser. Iedereen helpt elkaar met bagage en ophangen van fietsen. Ook bij het uitstappen worden van alle kanten helpende handen uitgestoken. Dat is het positieve aan dit soort situaties, het maakt het contact een stuk makkelijker. En de met de trein reizende vakantiefietser is over het algemeen geïnteresseerd in zijn collega-fietsers. De afgelopen vier fietsvakanties hebben we dan ook veel verhalen gehoord (en verteld) in de trein. Het maakt de reis onzeker, onverwacht, maar ook zeker interessant en avontuurlijk.

Nederland

Nederlandse treinen tenslotte kunnen nog wat leren van de Duitse regionale treinen – en toegegeven – ook van de Duitse intercity’s. Aparte fietsgedeelten ben ik nog niet tegengekomen in de Nederlandse trein. Op het balkon zijn per treinstel drie plekken gereserveerd voor fietsen. Dat is het. Als het vol is, is het vol. Reserveren is niet mogelijk. Gelukkig is de manoeuvreerruimte in de Nederlandse trein wel een stuk ruimer dan in de Duitse intercity. En als je een vroege of late trein pakt is er vaak ook genoeg plek.

Dus

Treinreizen met de fiets is dus per land, maar ook per trein een verrassing. Het beste is om zonder verwachtingen in te stappen en de avonturen onderweg over je heen te laten komen. Het loopt altijd anders dan je denkt en dat levert leuke verhalen op voor later (of voor een blog). Waar we volgend jaar heengaan, weet ik nog niet. Maar beginnen of eindigen met een treinreis sluit ik zeker niet uit.

 

Zwartrijder

Vlak voor de OV-poortjes steekt hij quasi-nonchalant een sigaret op. Het is een magere jongen, vaalzwarte skinny jeans, sneakers, leren jack, hooguit 19. Hij kijkt wat om zich heen. Hij oogt relaxed, alsof hij daar de hele dag kan blijven staan. Een beetje reizigers kijken die zich voorthaasten om een trein te halen.

Geen vreemd beeld. Maar wie wat beter kijkt, ziet wat anders. Zijn interesse lijkt helemaal niet bij die haastende reizigers te liggen. Zijn aandacht is gericht op de mensen die al op de plek van bestemming zijn en zich rustig naar de uitgang van de spoortunnel begeven. Zij die nog één hindernis moeten slechten, voordat ze buiten staan.

Geroutineerd haalt de dame in mantelpakje haar OV chipkaart tevoorschijn, houdt hem voor de lezer, hoort het bekende piepje en stapt door de poortjes heen. In een vloeiende beweging steekt ze de kaart weer in haar zak, terwijl ze haar looptempo van voor de poortjes weer oppakt en zich richting roltrap begeeft. Ze doet dit elke dag. De routine is duidelijk zichtbaar. Het gaat nu net als anders. In haar beleving.

De net nog rustig rokende jongen staat niet meer waar hij stond. Hij loopt nu ook aan de andere kant van de poortjes richting de trappen die naar het stationsplein leiden. In een fractie van een seconde glipte hij achter de mantelpakdame aan, haar poortje door. Het heftige gepiep dat dit als gevolg had, hoorde zij niet, haar gedachten alweer bij de trap.

Hij hoorde het wel en kijkt voor de zekerheid achterom. Daarbij kijkt hij me recht in de ogen en beseft dat ik zag wat hij deed. Even is de nonchalante zekerheid weg. Hij doet een paar snelle stappen richting trap. Weer kijkt hij achterom. Op zoek naar die reiziger die hem op heterdaad betrapte. Hij ziet mij nog steeds kijken. Weer maakt hij een paar snelwandelpassen en kijkt over zijn schouder.

Ik zag hem heel toevallig achter de reiziger aan door het poortje gaan. Het was druk in de tunnel en ik moest moeite doen om de goede richting op te komen. Tegen de stroom in vorderde ik langzaam. Hij viel me op omdat er weinig mensen roken in de tunnel. En zo’n relaxte houding te midden van de mensenmassa is helemaal uniek.

Ik vertraag mijn pas en kijk nu bewust een andere kant op. Het voelt ongemakkelijk, om de paar passen aangestaard te worden door een zwartrijder. Het poortjessysteem is duidelijk niet waterdicht. Langzaam check ik ook uit. De jongen loopt inmiddels de rechtertrap op en ik koers richting de linker. Ik blijf mijn blik op de mensen voor me houden en kijk bewust niet meer naar rechts.

Op het schemerige stationsplein is de zwartrijder nergens meer te zien. Het plein is groot en open. Hoe kan hij zo vlug verdwenen zijn? Hoewel ik natuurlijk niets te vrezen heb van de jongen, bekruipt me toch een onwennig gevoel. Over mijn schouder kijkend loop ik vlug richting de fietsenstalling en ben pas gerust als ik op mijn fiets invoeg op het drukke fietspad.

De op heterdaad betrapte zwartrijder zie ik niet meer terug. De eerste weken na het poortjesincident blijf ik echter over mijn schouder kijken, elke keer als ik door de poortjes ga. Alert op de OV-kaartloze reiziger die meelift op mijn open poortje. Of het voorval ook invloed heeft gehad op de zwartrijder? Ik vraag het me af. Zeker is wel dat hij niet meer over zijn schouder kijkt na zo’n poortjesactie. Die starende reiziger was veel te confronterend.

Rekenen op de trein

Rekenen op de trein

Het is vrijdag, vroeg in de ochtend en voor mij de laatste werkdag van de week. Ik heb net de afstand tussen huis en station per fiets overbrugd en sjok nu verkleumd de trappen op naar mijn perron. Mijn trein staat er al. De ene helft is opvallend geel, terwijl de andere helft overdekt is met een zwarte laag vuil. Ik begin me net af te vragen hoe wasstraten voor treinen eigenlijk werken, als ik het zie staan.

Op de zijkant van de eersteklas coupé – daar waar de wasstraat de trein niet heeft bereikt – heeft iemand iets geschreven. Niks geen flauwe ‘ik ben vies’ – teksten, maar een rekensom zoals je ze vroeger op school leerde.  De getallen staan netjes onder elkaar en de uitkomst is een cijfer met een getal achter de komma.

Als ik nog eens goed kijk, vraag ik me toch af wat hier uitgerekend is. De optelling klopt niet, maar het is ook geen aftreksom. Misschien een vermenigvuldiging? De twee cijfers rechts vermenigvuldigen, de twee cijfers links … ik herinner me een rekenles op de basisschool lang geleden.

Als ik ’s avonds weer in de trein terug naar huis zit, komt het me steeds vreemder voor. Wie gebruikt er nu een trein om iets uit te rekenen? Toegegeven, als je geen papier bij de hand hebt, komt zo’n vieze trein goed van pas. Maar veruit de meeste mensen op de perrons hebben een telefoon binnen handbereik (lees: in hun hand). Hier zit standaard een rekenmachine op. In mijn jarenlange treinende bestaan ben ik nog niet eerder op de trein schrijvende – laat staan rekenende – mensen tegengekomen.

Misschien was het wel het treinpersoneel dat de treinen naar het rangeerterrein brengt. Twee mannen in felgele jassen stappen tegelijkertijd uit hun trein en krijgen een discussie over het gemiddelde aantal treinstellen dat ze per dag op een rangeerterrein neerzetten. Wellicht dat er meerdere collega’s bij komen staan, nieuwsgierig naar de getallen die er uit komen. Daar kunnen ze op de eerstvolgende verjaardag leuk mee pronken. “Laat maar zien Piet, wat daar uitkomt! Nee, op dat kleine papiertje zien we het natuurlijk niet.”

Of het waren een paar studenten die ’s avonds laat, redelijk dronken, de laatste trein nemen. In luide bewoordingen bespreken ze het aantal biertjes dat ze de afgelopen uren met z’n drieën achterover hebben geslagen. Competitief als ze zijn, bieden ze tegen elkaar op. De meest heldere van het drietal kan zijn telefoon weer eens niet vinden en gebruikt het eerste wat voor handen is om de hoeveelheid goudgele rakkers uit te rekenen. “Dat kan beter!” concluderen ze als ze de schamele 33,6 stuks zien.

Of misschien was het iets totaal anders, een zaak van leven op dood. Ik zal het wel nooit weten. De som blijft staan totdat de trein weer in de wasstraat schuift en de getallen met water en zeep in het afvoerputje verdwijnen. Als herinnering rest slechts een hele zwarte vinger.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Treinkaartjes van de Kruidvat

AH to go koffiebon

Half staand, half leunend op de ‘leunbalk’ die tegen het wachthokje aan is bevestigd, kijkt hij in de verte. Ik volg zijn blik. Een donker spoor. Geen koplampen die opdoemen in de duisternis. Dan heft hij zijn hoofd. Door de luidspreker wordt dezelfde boodschap omgeroepen die de afgelopen twee uur regelmatig over het perron schalde: “In verband met een defecte trein is er geen treinverkeer mogelijk. Op dit moment is het nog niet bekend hoelang dit gaat duren.”

Toen ik een paar uur daarvoor uit de bus stapte, zag ik gelijk dat er wat mis was. Het anders zo rustige stationsplein stond vol met auto’s. Jonge mensen die uit school kwamen, stapten in bij hun vader, hun moeder, de vader van een vriend, van een vriendin. De borden boven het perron meldden een vertraging van 30 minuten. Het valt mee, dat ik nog optimistisch, met een blik op de gereed staande trein.

Als ik echter mensen uit diezelfde trein zie stappen, begin ik te twijfelen. Twee rokende meisjes temperen mijn optimisme. Een defecte trein een paar kilometer verderop en twee niet werkende wissels aan beide zijden van het station, is hun korte samenvatting. Hun taxi is net van huis vertrokken en is binnen 10 minuten hier. “Succes”, roepen ze me over hun schouder toe als zij zich ook richting stationsplein begeven.

Een korte zoektocht op 9292 om de reis eventueel per bus te doen, brengt geen goed nieuws. Ik zou pas de volgende dag aankomen. Een overnachting bij een bushalte ergens in de middle of nowhere lijkt me niet heel aantrekkelijk en dus installeer ik me maar op de leunbalk op het perron en wacht de berichtgeving af.

Naast me staat een oude man diep weggedoken in zijn jas. Zijn tijdelijke gesprekspartner is net vertrokken naar zijn familie met een “Ik wacht het thuis wel af, daar is het een stuk warmer”. Hij kijkt naar mij, duidelijk op zoek naar iemand om zijn leed mee te delen. Stapje voor stapje schuift hij dichterbij, zijn handen op de leunbalk.

“Waar moet u naartoe?” vraagt hij. Ik noem de stad, op 40 treinminuten van hier. Hij blijkt een stuk verder te moeten dan ik. “Utrecht”, zegt hij trots, “een mooie stad”. Ik beaam het, ken de stad, heb er jaren gewerkt. Als ik vraag hoe hij op dit station terechtgekomen is, volgt een warrig verhaal. Ik maak eruit op dat hij vanochtend vroeg vertrokken is naar Nijmegen en via Arnhem en nog een paar plaatsen waar hij de namen van vergeten is, hier uit gekomen is.

“Ik ben hier geboren, moet u weten, 87 jaar geleden”. In zijn blik, zie ik dat er heel wat is veranderd sindsdien. “Maar de taal ben ik niet verleerd”, zegt hij in het Fries, “het is alleen wat roestig geworden”. Hij blijkt al decennia in het midden van het land te wonen. Met treinkaartjes van de Kruidvat reist hij het hele land door. Of hij de steden ook daadwerkelijk bezoekt, kan ik uit zijn verhaal niet opmaken. Door de constante stroom van omroepberichten raakt hij elke keer de draad kwijt en pakt zijn verhaal daarna op een ander (voor hem misschien heel logisch) punt weer op.

Als er gratis koffie en thee wordt aangeboden, sloft de kleumende man richting AH-to-go (“Wat is dat? Ahatoegoo?” vroeg hij nog en of er ook zo’n dekseltje op de koffiebeker zit). Even later duikt hij weer op. Zonder koffie. Het bleek op te zijn, de Albert Heijn kon de grote toestroom treinreizigers niet aan. Uit zijn zak tovert hij wel twee tegoedbonnen tevoorschijn voor een gratis kop koffie of thee. “Ook één voor u. Voor de volgende vertraging.” Hij lacht zijn tanden bloot.

Even zie ik een jonge man tevoorschijn komen. Een glimp sierlijke hoffelijkheid van lang geleden. Toen de treinkaartjes nog niet van de Kruidvat waren. Toen zijn Fries nog niet roestig was. Toen treinreizen naar Utrecht ook zo lang duurden. Alleen zat je toen in de trein, op weg naar je bestemming. Als jonge man, met nog een heel leven voor je.

Niet instappen

Treinleven

‘Niet instappen’ staat er op het digitale bord waarop normaal gesproken de vertrektijd en bestemming van de betreffende trein te zien is. Op het spoor staat een trein, een veel langer exemplaar dan gebruikelijk voor deze tijd. Zeker in deze zomerperiode. Nog een kwartier voordat de trein vertrekt. Ik wacht, staande, na een blik op de perronbankjes.

Eigenlijk verschilt deze ochtend niet zo heel veel van andere ochtenden. De trein staat er al, het eindstation digitaal aangegeven op de zijkanten van de trein. Ook in de treincoupés staat de juiste bestemming op de schermpjes. Alleen dat bord boven het perron. Het houdt me tegen. Maar wat nou als …

Het treinstel rijdt langzaam naar achteren, krijgt geleidelijk vaart en al snel zijn de voorbijschietende gebouwen gereduceerd tot strepen. Grijze strepen worden groen, worden langzaamaan weer bomen, struiken. En dan stilstand. Treinen overal om me heen. Leeg, verlaten, in ruste. Ik hoor een klik. De deuren, bedenk ik me. Ik gris mijn tas mee, sprint naar het balkon en druk op de gele knop.

Niks, geen deur die open zoeft, geen geluid. Alleen in de verte een zachte bonk, een gestalte in een gele jas die in tegenovergestelde richting loopt. En dan stilte. Een lege trein, of eigenlijk, een trein die leeg hoort te zijn op een rangeerterrein in the middle of nowhere.

Meters trein voor mij alleen, besef ik. Een stiltecoupé die wel echt stil is. Eersteklasstoelen. In mijn tas genoeg brood en fruit om een dag comfortabel door te brengen. Op mijn e-reader voldoende boeken om het desnoods weken uit te houden. Niet eens zo verkeerd, deze situatie. Alleen mijn werk even berichten, dat het wat later wordt …

Hij kijkt me wat bevreemdend aan en drukt dan demonstratief op de knop. De deur gaat moeiteloos open. Zijn blik zegt “wat is het probleem?, stap in!”. Een conducteur, besef ik, op 10 meter afstand. Met nog net genoeg tegenwoordigheid van geest gebaar ik naar het bord boven zijn hoofd. ‘Niet instappen’, ik probeer de woorden zo duidelijk mogelijk uit te spreken. Zonder geluid. De man kijkt omhoog, lijkt de herkomst van mijn twijfel te begrijpen, trekt zijn wenkbrauwen op en maakt een wegwerpgebaar met zijn hand.

“Daar moet je niet op letten.” Dan draait hij zich om en loopt met grote stappen naar de voorkant van de trein. In zijn hand een grote beker koffie van de Kiosk. Voor een goed begin van weer een nieuwe dag op het spoor.