Niet instappen

Treinleven

‘Niet instappen’ staat er op het digitale bord waarop normaal gesproken de vertrektijd en bestemming van de betreffende trein te zien is. Op het spoor staat een trein, een veel langer exemplaar dan gebruikelijk voor deze tijd. Zeker in deze zomerperiode. Nog een kwartier voordat de trein vertrekt. Ik wacht, staande, na een blik op de perronbankjes.

Eigenlijk verschilt deze ochtend niet zo heel veel van andere ochtenden. De trein staat er al, het eindstation digitaal aangegeven op de zijkanten van de trein. Ook in de treincoupés staat de juiste bestemming op de schermpjes. Alleen dat bord boven het perron. Het houdt me tegen. Maar wat nou als …

Het treinstel rijdt langzaam naar achteren, krijgt geleidelijk vaart en al snel zijn de voorbijschietende gebouwen gereduceerd tot strepen. Grijze strepen worden groen, worden langzaamaan weer bomen, struiken. En dan stilstand. Treinen overal om me heen. Leeg, verlaten, in ruste. Ik hoor een klik. De deuren, bedenk ik me. Ik gris mijn tas mee, sprint naar het balkon en druk op de gele knop.

Niks, geen deur die open zoeft, geen geluid. Alleen in de verte een zachte bonk, een gestalte in een gele jas die in tegenovergestelde richting loopt. En dan stilte. Een lege trein, of eigenlijk, een trein die leeg hoort te zijn op een rangeerterrein in the middle of nowhere.

Meters trein voor mij alleen, besef ik. Een stiltecoupé die wel echt stil is. Eersteklasstoelen. In mijn tas genoeg brood en fruit om een dag comfortabel door te brengen. Op mijn e-reader voldoende boeken om het desnoods weken uit te houden. Niet eens zo verkeerd, deze situatie. Alleen mijn werk even berichten, dat het wat later wordt …

Hij kijkt me wat bevreemdend aan en drukt dan demonstratief op de knop. De deur gaat moeiteloos open. Zijn blik zegt “wat is het probleem?, stap in!”. Een conducteur, besef ik, op 10 meter afstand. Met nog net genoeg tegenwoordigheid van geest gebaar ik naar het bord boven zijn hoofd. ‘Niet instappen’, ik probeer de woorden zo duidelijk mogelijk uit te spreken. Zonder geluid. De man kijkt omhoog, lijkt de herkomst van mijn twijfel te begrijpen, trekt zijn wenkbrauwen op en maakt een wegwerpgebaar met zijn hand.

“Daar moet je niet op letten.” Dan draait hij zich om en loopt met grote stappen naar de voorkant van de trein. In zijn hand een grote beker koffie van de Kiosk. Voor een goed begin van weer een nieuwe dag op het spoor.

Advertenties

Rondje om de Starbucks

Afbeelding: cnn.com
Afbeelding: cnn.com

Op een van de drie parkeerplekken naast de Starbucks stopt een oud zwart autootje. Een jonge vrouw stapt uit en nog voordat ze haar sleutel in het slot heeft kunnen steken, staan er twee mannen naast haar. Ongeveer van gelijke lengte, kort geschoren kapsel. Een lichaamstaal waar gezag uit straalt en een zeker gemak. Ze spreken haar aan. Zij zet haar vriendelijkste glimlach op en gebaart naar de Amerikaanse koffieketen. De mannen knikken, blijven nog even staan, terwijl zij wegloopt, het pand binnengaat en aansluit in de rij.

Om zich heen kijkend lopen ze langzaam verder. Gestoken in de blauw-zwarte uniformen weten ze zich  herkend door de automobilisten die langsrijden, op zoek naar een plekje. Zoals de jonge blonde vrouw in de witte Mini. Ze parkeert op een van de Kiss & Ride plekken, zet haar motor af en speurt het stationsgebied af. Wachtend op haar passagier. De mannen lopen verder. Geen overtreding op dit moment.

Een grijze SUV komt aanrijden, parkeert in een zwierige beweging in een van de vrije parkeervakken voor de Mini. Twee gedrongen mannen van middelbare leeftijd stappen uit en lopen haastig weg. De parkeerwachters hebben ze niet gezien. In een paar passen zijn de geüniformeerde mannen bij de auto. De een heeft al zijn zwarte apparaat uit zijn riem gehaald en richt deze nu op het nummerbord.

“Zou ik er even bij mogen” vraagt een oudere dame mij, terwijl ze de bustijden probeert te lezen. Ik laat de parkeerwachters even voor wat ze zijn en doe een stap opzij. Uit haar gezichtsuitdrukking maak ik op dat de dame hetzelfde concludeert als ik, een paar minuten geleden. De zomerdienstregeling is ingegaan, de bussen gaan nog maar twee keer per uur. Ze zucht en gaat zitten op het bankje, waar de regendruppels vrolijk op glinsteren. Ik richt mijn blik weer op de parkeerwachters.

De man met het apparaat typt verwoed iets in, terwijl de ander om zich heen kijkt. Dan een schreeuw die de parkeerwachters doet opkijken. Ze blijven rustig staan tot de twee gedrongen mannen in snelwandelpas de SUV hebben bereikt. De waarschijnlijke auto-eigenaar houdt een mobieltje tegen zijn oor en lijkt nu twee gesprekken tegelijk te voeren. Grootse gebaren, stemverheffing.

De woorden blijven halverwege de straat hangen. Maar het is niet moeilijk om er invulling aan te geven. Naast mij zie ik de oudere dame ook gefascineerd toekijken. Een passerende bus onttrekt het tafereel even aan het oog. Het volgende moment zijn de mannen op weg naar de parkeerautomaat. De parkeerwachters lopen langzaam verder. Ze werpen nog een blik over hun schouder en zien dat de mannen bij de automaat staan. De een met de telefoon nog steeds aan zijn oor.

Ik zie de parkeerwachters nog net de hoek om gaan als mijn bus aan komt rijden. De mannen staan nog steeds bij de parkeerautomaat maar lijken geen aanstalten te maken om een kaartje te kopen. Ik sluit aan in de rij, stap de bus in en ga zitten. Even later trekt de bus op en rijden we het busstation af.

Langs de SUV die nog steeds op dezelfde plek staat. De parkeerautomaat is verlaten, de mannen zijn verdwenen. Langs de witte Mini waar nu twee mensen in zitten. Langs de Starbucks waar net een jonge vrouw de deur uitstapt, een kartonnen beker in haar hand. Bij haar auto wordt ze opgewacht door twee mannen. Een korte blik van herkenning, een groet, een glimlach. De vrouw steekt haar sleutel in het slot. De mannen lopen door, richting grijze SUV. Ze doen hun werk, maken hun rondjes. Niet om de kerk, maar om de Starbucks.

Staphorst-moment

Trein
Voor ons uit starend staan we op een rijtje voor het bushokje. De man in pak naast me heeft zijn leren aktetas tussen zijn benen op de grond gezet en herschikt zijn sjaal om zijn nek. De studente achter me heeft bijna haar mars op die ze net in de Kiosk op het perron heeft gekocht. Ze verplaatst haar gewicht van haar ene naar haar andere been, op de maat van de muziek uit haar oordopjes. De dame van middelbare leeftijd aan de andere kant van de halte hupt onbewust mee in het ritme. Zonder oordopjes zo te zien, ze heeft het gewoon koud. Miezerregen daalt langzaam neer op de stoeptegels en geeft dit provincieplaatsje een mistroostige uitstraling.

Velen van ons waren hier nog nooit geweest. Een enkeling had voor een overstap het perron betreden, maar de meesten kenden de plaats enkel omlijst door een treinraampje. De naam was niet meer dan een van de woorden die de conducteur elke dag, aan het begin en aan het einde, omriep. De eerste gedwongen kennismaking is niet bijzonder aangenaam. Het feit dat we op dit moment al op onze plaats van bestemming hadden kunnen zijn, als de trein gewoon had gereden, speelt zeker mee. We willen naar huis, niet op safari met een streekbus door alle dorpjes en buurtschappen in de omgeving.

De treinspringer liet ons echter geen keus. Door schade en schande wijs geworden, accepteerden wij al snel ons lot en sjokten achter de meute aan richting streekbus. De enige die naar onze bestemming ging. Eén keer in het half uur. Het is een proces waar je doorheen moet. De verontwaardiging en het verzet bij het omroepbericht van de conducteur maken nog in de trein plaats voor lijdzaamheid. Tegen de tijd dat we de bushalte bereiken, verkeren we al in een staat van acceptatie en overgave. Er valt toch niets aan te doen, het is nu zoeken naar de beste oplossing in deze situatie.

Als die beste oplossing daar eindelijk aan komt rijden, glijden wij soepeltjes, met hier en daar een elleboog, de bus in. Het past, de safari kan beginnen. Na drie dorpjes en twee buurtschappen haalt een hippe jongeman helemaal voorin zijn telefoon tevoorschijn. Hij buigt naar voren en maakt een mooie landschapsfoto van de klinkerweg die zich uitstrekt tussen de weilanden. Na een korte stilte klinkt een stem, die duidelijk niet uit dit deel van het land komt, door de bus. “Heb je het gezien? Cool hè?! Dwars door de weilanden. En weet je waar we net doorheen reden? Staphorst! Ik ben gewoon in Staphorst geweest!”.

Verbaasd besef ik dat het bekende treinvertraging-acceptatieproces nog een stap kent. De stap na acceptatie en overgave. Dat moment waarop ‘vertraging’ geen negatieve bijklank meer heeft, maar een positieve. Je ziet het niet vaak, maar af en toe weet een reiziger die stap te bereiken. En dat maakt ons – de overige treinreizigers –  vreselijk jaloers. Want al sinds het moment dat de zin ‘aanrijding met een persoon’ door de trein schalde, verlangden we er diep in ons hart allemaal naar: ons eigen Staphorst-moment.

Mens versus trein

wpid-20141116_162546.jpg
De doordringende geur van warmgelopen remmen stroomt de coupé binnen. Met een schok komen we tot volledige stilstand. Waar zijn we ergens? Een blik naar buiten levert weinig informatie op. Duisternis. “Dames en heren, zoals u gemerkt heeft staan we stil”. Dat heeft inderdaad een aantal passagiers gemerkt, getuige hun gezichtsuitdrukkingen na deze woorden. De conducteur gaat verder: “De trein voor ons heeft mogelijk wat geraakt. We gaan polshoogte nemen, dit kan even duren. We houden u op de hoogte.”

Vervelend natuurlijk. Vertraging. Maar voor hetgeen dat mogelijk geraakt is, is het nog vervelender. Het kan van alles zijn. Een tak, een dier, maar ook een mens. En dat is waar ik automatisch als eerste aan denk. ‘Aanrijding met een persoon’ is de officiële term die de NS gebruikt. Het komt af en toe voor, meestal op dezelfde trajecten. Zelf heb ik het ook eens meegemaakt, op zo’n traject. Als treinreiziger. Het duurde uren voordat we weer verder konden. Vervelend, maar nog vervelender voor de conducteurs en de machinist die naar buiten moesten om de boel in ogenschouw te nemen. Dan slaap je niet lekker ’s nachts. Gelukkig zat ik achter in de trein, toen. Het treinpersoneel, de politie, de mannen in witte pakken waren ver weg bezig.

We stonden toen lange tijd stil, we kregen flesjes NS-water en in het strijklicht van de laagstaande zon zag je stofdeeltjes langzaam voorbij zweven. De sfeer in de trein was gelaten. Geen ergernis over de oplopende vertraging. Slechts de voorstelling van het gebeurde in de gedachten van de mensen en wellicht medelijden met de conducteurs die de gevolgen van de botsing tussen mens en trein moesten bekijken. Bij mij wel. En contact met je buurman. Zo zit je maanden in de trein zonder een woord te wisselen. Maar als je samen iets meemaakt, komt het gesprek een stuk makkelijker op gang. Na een paar uur kon de trein weer verder. Weinig mensen keken naar buiten, die eerste paar minuten. De gelaten sfeer bleef de verdere treinreis aanwezig, zelfs bij het uitstappen op het station. Een vreemde gewaarwording.

En nu dus in het duister van de vroege ochtend ergens in een weiland. Jammer van het overleg zodirect, denk ik, maar met nog 500 bladzijden te gaan in mijn boek, kom ik de tijd wel door. Vijf minuten later rijden we weer. Zonder opgaaf van reden. Geen mens dus, concludeer ik voorzichtig. De opgelopen vertraging zorgt nu wel voor ergernis op de gezichten. Ook bij mij. Maar ergens ben ik ook wel blij dat dit een ‘gewone’ vertraging blijkt. Die trein-mens botsingen maken je wel heel erg bewust van je eigen kwetsbaarheid.

Gehoord in de trein …

wpid-20141116_162546.jpgVorige week zat ik in de niet-stilte-coupé. Hoewel de stilte-coupé ook wel eens niet stil is, was dit de officiële variant. Voor de boekenlezende mensen onder ons wellicht niet de meest ideale plek, maar voor een blogger zoals ik af en toe een walhalla aan inspiratie. Wat mensen al niet bespreken op hun reis van A naar B, te midden van heel veel andere mensen.

Zo af en toe leg ik bewust mijn boek weg en ga er eens lekker voor zitten. Laat ik ongegeneerd de gesprekken van mijn medepassagiers over mij heen komen. Van het veelgehoorde ‘wat eten we vanavond’-telefoongesprekje tot ruzies met het (binnenkort ex-) vriendje. En alles daartussenin. Oppervlakkig of doordringend tot het diepste gevoelsleven. De gemiddelde treinreiziger doet er niet moeilijk over. Jong, oud, ik bespeur geen onderscheid.

Bij de deur zit een studente, een uitwisselingsstudente, aan haar Amerikaanse accent te horen. Ze voert een telefoongesprek. Vrij luid en duidelijk articulerend bespreekt ze met de persoon aan de andere kant van de lijn haar vriend. Het onderwerp van het gesprek kan natuurlijk ook een huisgenoot, een broer, een buurman, achterneef, of iets in die richting zijn, maar laten we er voor het gemak even van uitgaan dat het haar vriend betreft.

Ze vertelt uitgebreid over zijn kookkunsten:“He’s very oldfashioned in cooking, very simplistic”. Meteen denk ik aan het bekende AVG-tje, dat de vriend in kwestie elke avond op tafel tovert. Gekookte aardappels, lekker stukje vlees, bloemkool en uiteraard een smakelijke jus erbij. Typisch Nederlands, vrij ouderwets. Maar ook ouderwets in Amerikaanse ogen? Of denkt de studente meer in de richting van klassiekers als mac and cheese, een vrij simpel gerecht en al jaren in zwang

En daarnaast, is haar vriend wel een Hollander? Of is ze met haar Amerikaanse boyfriend van weleer naar Europa vertrokken. Heeft de jongen, in dat verre Holland, de smaak te pakken gekregen. Heeft hij zijn passie ontdekt, die onder de vleugels van zijn zorgzame stay-at-home mum niet tot volle wasdom kon komen. In zijn eerste maanden zijn de gerechten nog vrij simpel en ouderwets, maar het is heel goed mogelijk dat hij over een paar jaar een serieuze concurrent geworden is van de grote chef-koks

Geen gekke keuze als vriend. Nu alleen nog die eerste maanden door zien te komen. De studente benadert het allemaal vrij pragmatisch. Of het eten nu ouderwets of simpel is, “by the time I get there, I’m so hungry it doesn’t really matter.”

No limit

wpid-20141016_173730.jpgThere’s no limit. In een flits komen de bekende woorden voorbij. Omkaderd door het raam. Het moment daarop weer uit beeld geschoven. Vervolgens de kiosk, mensen met paraplu’s, met AH-to-go zakken, met kartonnen koffiebekers van Starbucks, met smartphones, koptelefoons. Ernstige gezichten. Opzij, opzij, opzij maant het volgende bord. De trein remt langzaam af. Witte letters op een rode achtergrond lijken te schreeuwen naar de reiziger. Proberen een boodschap over te brengen. Terwijl ik de roltrappen voorbij zie komen, een van zwart draadstaal vervaardigd bankje, dringt 2 Unlimited zich op. In mijn hoofd, niet op een affiche. Drie woorden scheuren het blik ‘jaren 90-muziek’ weer open, dat zorgvuldig afgesloten weggeborgen was onder heel veel andere, nieuwere muziek.

No no limit, we’ll reach for the sky, no valley too deep, no mountain too high.

Het balkon, de gele knop. Deuren gaan open. Een paar passen, dan de trap op. Mensen ontwijkend richting de OV chipkaartpoortjes. Het vertrouwde geroezemoes van de stationshal verdringt langzaam Ray en Anita. En dan, de trap weer af, mensen ontwijkend. De achterlichten van de bus in de verte. Twee minuten. Snel snel, looppas. “Goedemorgen”. Een knikje van de buschauffeur. Met een enigszins versnelde ademhaling plof ik neer op een van de vrije bankjes achter in de bus. Gehaald. De geur om me heen van pasgewassen haren, onlangs opgespoten deo, vers gedrukte krant. Even 10 minuten achterover leunen, naar buiten staren.

Een rood-wit affiche schuift weer in beeld. In mijn gedachten. Geslaagde reclame. Het blijft hangen, brengt gevoelens teweeg, roept herinneringen op.

Maar waar is het eigenlijk reclame voor?

Een Australische buurvrouw

Afbeelding: nrc.nl
Afbeelding: nrc.nl

Ze ploft naast me neer. Grote tas op haar schoot. Ze diept er een treinkaartje uit op. “Is this train going to …?”, voor de plaatsnaam wijst ze naar haar kaartje. Een moeilijk uit te spreken naam voor een buitenlander. Zeker voor een Australische. Het accent meen ik te herkennen uit een ver verleden. Ik knik. “Yes” zeg ik, een beetje ten overvloede. Ze lijkt tevreden met het antwoord. Met in haar ene hand haar telefoon en in haar andere een zakje chips zakt ze onderuit. Volkomen op haar gemak lijkt ze, in deze Nederlandse trein. Vol, door alle dagjesmensen die nu de plaats innemen van de vakantievierende forenzen.

Een moeder haalt haar kind in een paar handelingen handig uit de kleurige omslagdoek. Aanvankelijk kijkt het kind rustig om zich heen, maar naar gelang de reis vordert, is het steeds duidelijker aanwezig. Met een verrassend goede woordenschat babbelt het met zijn moeder over de slapende meneren. Het geluid dat de deksel van het vuilnisbakje maakt, elke keer opnieuw, blijft fascinerend. “Dat is vies, Gerben” probeert de moeder. “Is vies” zegt het kind en laat de deksel weer vallen, een lach op zijn gezicht, pretoogjes onder witblonde haren.

Bij Amersfoort stapt een groepje joviale mannen in. Onmiskenbaar nog in de vakantiestemming. Shorts, teenslippers, felgekleurde T-shirts met opdruk, overduidelijke zonnebrilwitte vlakken op hun gezichten. Verdeeld over twee vierzitsbankjes bespreken ze het zwembad en de chickies. Net iets te hard slaat de ene kameraad de andere op zijn rug. De groep barst in lachen uit. Dit zijn niet de slapende meneren van Gerben.

Tien minuten voor aankomst gaan de eerste mensen staan en bewegen zich naar het balkon. In de startblokken om de volgende trein of aansluitende bus te halen. Het gangpad raakt langzaamaan vol. Voor mij geen treinen of bussen meer vandaag, maar een fiets, zonder vaste vertrektijd. Heerlijk. Geen haast deze keer. Ik kijk uit het raam en zie hoe de stad nadert. “Do you want to get out?” vraagt de Australische aan mij, een blik werpend op de lange rij wachtenden en al half een beweging makend om mij er langs te laten. Verrast kijk ik haar aan. Ik heb de ervaring dat de ‘raamkantreiziger’ altijd zelf het initiatief moet nemen om voortijdig zijn plek te kunnen verlaten. Meestal werkt de ‘gangpadreiziger’ wel mee. Soms niet. Maar aangeboden is het me nog nooit. Doe mij volgende keer weer een Australische buurvrouw … of een Australische trein … in het gelijknamige land … een maandje of twee. No worries, mate!

Vijf minuten: deel 2

Afbeelding: travelvalley.nl
Afbeelding: travelvalley.nl

Zoals elke ochtend zaten we met z’n tweeën op het balkon, in het laatste kwartier naar onze eindbestemming. Mijn medereiziger, in een vrolijke zwart-wit geblokte jas die eigenlijk net wat te krap was voor zijn omvangrijke taille, was ingestapt in A. Toen de deuren daar opengingen vloeiden de uitbundige klanken van vroege oranjesupporters de sluimerende trein binnen. Beladen met koffers, weekendtassen en allerhande oranjeparafernalia bouwden de supporters al een klein feestje. Hun Braziliaanse avontuur stond op het punt van beginnen.

Op het gezicht van mijn buurman verschijnt, bij het zien van al dat oranje, een tevreden glimlach. Een onbeduidende opmerking van mijn kant blijkt het spreekwoordelijke hek (van de dam) te zijn. De man blijkt een fervent oranjesupporter en heeft een ijzersterk geheugen waar het de voetbalgeschiedenis betreft. Als een wandelende encyclopedie somt hij de feiten op. Blij dat hij zijn kennis mag spuien, brengt hij mij in korte tijd op de hoogte van allerlei, mij onbekende, voetbalwetenswaardigheden.

Hoewel mijn kennis van en interesse voor voetbal gering is, heb ik mijn laatste treinkwartier aandachtig geluisterd naar de voetbalfan. Niet om de feiten in me op te nemen, dat is onbegonnen werk, hoewel ik nu onverwachts veel weet over de eerste wedstrijd van ‘onze jongens’ vanavond. Nee, ik verwonderde me over het enthousiasme van de man. Hij leek net een colaflesje dat even daarvoor flink geschud was. Als je de dop maar een klein beetje opendraait, begint de inhoud eruit te stromen. Bijna niet te stoppen.

Stiekem ben ik wel een beetje benieuwd naar het laatste treinkwartier aanstaande maandagochtend. Zal de uitdaging tegen de Spanjaarden, wat de uitslag ook mag zijn, enig vat hebben op zijn doorgewinterde enthousiasme?

Deel 1 lezen van Vijf minuten? Klik hier

Vijf minuten

Afbeelding: manhattanprep.com
Afbeelding: manhattanprep.com

Elke ochtend vroeg groet ik de bewaakte fietsenstallingbeheerder en een fietseigenaar die samen de dag beginnen met een kop koffie. Als ik met fiets de trap naar de fietsenkelder afloop, word ik verwelkomd met een enthousiast goedemorgen. Na de fiets in het rek geplaatst te hebben, loop ik, al zoekend naar mijn OV chipkaart, wederom langs de koffiedrinkers. Vriendelijk wensen ze mij een goede werkdag toe. Een wens die ik uiteraard enthousiast retourneer.

Tot vanmorgen op het perron zowaar de bewuste fietseigenaar mij aansprak. Hij had zijn koffie op en rookte nog even een sigaretje voordat hij in de trein naar zijn werk stapte. “Vroeg hè”, begon hij het gesprek, “waar moet je heen?”. Na wat wetenswaardigheden uitgewisseld te hebben, wist hij waar ik werkte en waarom ik deze vroege trein nam. Ik wist op mijn beurt dat hij in zijn grote rugzak geen laptop en papierwerk, maar een camera met telelens had zitten, “om wat leuke exemplaren op de foto te zetten”. Al 8 jaar legde hij de afstand naar zijn werk af per trein. “Ik zou me geen andere baan kunnen wensen, elke dag stap ik over op Schiphol. Vertraging is meer dan welkom.” Over verhuizen denkt hij dan ook geen seconde na.

Dat zijn hele andere perspectieven, zo ’s morgens vroeg ver voor zevenen. Met een glimlach stap ik in mijn eigen trein. Doe mij nog een paar van die minuten op het perron met een medereiziger en ik heb genoeg stof voor een leuk artikel. Voeg daar de gesprekken aan toe, die op gang komen als de trein waarin je zit, stil gaat staan op een andere plek dan een station, dan kan dat wel eens een heel interessant boekwerkje opleveren. De gewone mens wordt even bijzonder in een heel herkenbare situatie.

Vijf minuten uit het leven van de treinreiziger: een idee om uit te werken…

Zwetende mannen

Seinstoring op het station.jpgEn opeens bevond ik me te midden van allemaal zwetende mannen. En één vrouw, dat moet gezegd worden. Lichaam aan lichaam stonden we daar. Een eerdere poging om iets terug te vinden van mijn persoonlijke ruimte in het gangetje naar de machinist werd niet gewaardeerd door de – overigens ook niet heel fris ogende – conducteur. Maar we waren binnen en gelukkig ook nog in de goede trein, zoals diezelfde conducteur een paar minuten daarvoor had omgeroepen. Eén van de zwetende mannen had zich toen, onder het mompelen van een paar niet nader te herhalen vloeken, weer naar de deur begeven. Nee, anders dan het bord op het perron aangaf, bleek dit toch niet de trein naar Nijmegen te zijn.

Ik heb echt mijn best gedaan om me slechts te verwonderen.

Over de man in pak èn overjas die zijn telefoon uit zijn broekzak wist te vissen en uitgebreid zijn familieweekend met Peter (“Ha die Peter, hoe gaat het, jongen!”) besprak, alsof hij op een schaduwrijk plekje in zijn tuin zat. Een paar minuten later ging overigens die overjas toch uit. Niet dat ik dat heb mogen aanschouwen, de plotselinge aanraking van een vuist met mijn wang maakte dat duidelijk.

Over die ene vrouw die opeens in het ‘kantoortje’ van de conducteur bleek te zitten, terwijl wij allen, inclusief conducteur, nog gewoon op het balkon stonden, alwaar de temperaturen een warme zomer in Zuid-Spanje begonnen te naderen. Lekker, als je de zee hoort ruisen, je op een luie stoel zit, met een koel drankje naast je, uiteraard gekleed in een luchtige outfit. Helaas hadden wij daar niet op geanticipeerd, die ochtend.

Over de gelijke verdeling mopperende en laconieke mensen. Hoewel de weegschaal af en toe doorslaat naar één kant, heb je ze er altijd tussen zitten: “Ach, het is mooi weer” en “Gelukkig was deze seinstoring niet vanochtend, toen ik nog naar mijn werk toe moest”. Van die mensen waar je medepassagiers naar kijken met een blik waarin een mengeling van ongeloof, irritatie zelfs, maar ook bewondering ligt besloten.

“Verwonder je slechts, verwonder je slechts”, herhaalde ik in mezelf, terwijl ik mijn best deed om het plakkerige contact van huid op huid met de harige man achter me iets minder innig te maken. Het viel niet mee, dat verwonderen.

Een whatsappje bracht uitkomst. Een collega bleek ook in een zwetende man veranderd te zijn, niet door de mediterrane temperaturen in zijn trein, maar door de intensieve lichaamsbeweging die het wisselen van perrons met zich meebrengt. Hij was al geruime tijd op zoek naar de trein naar Nijmegen.