Zweedse schuilplaats

Het is onze eerste echte fietsdag in Zweden en volgepakt doorkruisen we Skåne. Moe van de inspanning, de heuvels en de elementen zijn we – aan het einde van de middag – blij bij de camping te zijn aangekomen. Althans, we zijn blij om een plekje voor onze tent te hebben, en een douche. Deze grote, volgepakte, niet goedkope camping die ook nog eens de nodige vertier biedt, is niet ons ding.

Na alle post-fietswerkzaamheden (tent opzetten, wasje doen, douchen, maaltijd bereiden) die de komende weken routine gaan worden, wandelen we richting zee. Want dat is een belangrijke reden voor de grootte, drukte en prijs van deze camping: hij ligt aan zee. Aan het Kattegat om precies te zijn, de zeestraat tussen zuidwest-Zweden en het Deense Jutland.

De zon staat laag. Nog even en de schemering treedt in. Wij wandelen langs de steigers, de kleine houten huisjes, de barbecue-plekken. Een jong stel zit knusjes op een bankje, een paar kinderen schoppen een bal over. Aan de overkant ligt een cruiseschip voor anker. Nog een kwartiertje besluiten we, dan gaan we terug naar de tent voor de welverdiende nachtrust.

En opeens is daar het bordje, onopvallend, klein, maar fascinerend. Het doet ons stilstaan. Wat staat erop? Wat wil dit bordje zeggen? Met mijn medefietser speculeer ik over een ongemakkelijke bushalte, een backpackerval (als je het stokje weghaalt) en een schuilkelder in geval van een bombardement. We weten het simpelweg niet.

Het moet een kilometer verderop zijn. Er is maar één manier om erachter te komen, besluiten we, en we lopen verder. Maar na een kilometer hebben we niets gezien wat op het bordje lijkt. We lopen nog een paar honderd meter maar zien enkel de inmiddels zwart geworden zee. In de schemering keren we terug naar onze tent.

Anderhalve week later worstelen we ons door de Jutlandse tegenwind over de Hærvejen, de eeuwenoude Deense handelswegen. Voornamelijk fietsers en wandelaars maken gebruik van deze grindwegen. We zijn die dag al regelmatig afgestapt om een schuilplaats te zoeken voor de fikse regenbuien die over het land trekken. Ook nu naderen de donkere wolken in rap tempo. Met een schuin oog op bomen met een dicht en overhangend bladerdek fietsen we verder.

Twee wandelaars in regenponcho en grote rugzak komen ons tegemoet. Zoals gebruikelijk groeten we elkaar. En precies op dat moment barst de bui los. Wij speuren de omgeving af naar een droge schuilplek. Een van de geponchoode wandelaars draait zich half om en wijst naar de weg waar zij vandaan komen: “There is a shelter, a 100 meters that way. You can wait there for the rain to stop”.

Dankbaar fietsen we in een hoog tempo verder. Wat we daar verderop, glimmend van de regen, langs de weg zien staan, brengt ons in één klap weer terug naar die avond van de eerste fietsdag in Zweden. Het onopvallende Zweedse bordje staat hier in Denemarken in levensgroot formaat langs de weg. Het is een bivak, een plek om te schuilen, wellicht ook te gebruiken door kampeerders die er willen overnachten. Ja, dat moet het bijna wel geweest zijn, daar aan het strand bij die overvolle camping. Als we dat geweten hadden…

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

 

Rondje Kattegat op de fiets | Kattegattleden

Onze fietsroute rond het Kattegat

In de zomer van 2017 fietsen we in tweeëneenhalve week rond het Kattegat. We beginnen in Trelleborg, Zweden en fietsen via de eerste langeafstand fietsroute van Zweden – de Kattegattleden – naar Göteborg. Hier steken we over naar Frederikshavn, Denemarken. We volgen het spoor van de Vikingen – via de Jutlandroute – terug naar het zuiden en nemen uiteindelijk in Hemmoor, Noord-Duitsland, de trein weer terug naar Nederland. We zijn dan 1200 km verder en veel ontmoetingen, ervaringen en indrukken rijker.

De komende tijd lees je hier een greep uit onze belevenissen. Hoe beviel Zweden op de fiets, is de eerste Zweedse langeafstand fietsroute een aanrader, hebben we daadwerkelijk sporen van Vikingen gezien en hoe gaat dat nu eigenlijk, met de fiets in de trein?

Onderweg naar de Kattegattleden

Het Kattegat in Borstahusen bij Landskrona

Sinds een paar jaar kent ook Zweden een officiële langeafstand fietsroute. De route is 370 km lang en doorkruist de provincies Skåne en Halland. Over fietspaden en autoluwe wegen fiets je langs de mooie Zweedse zuidwestkust van Helsingborg naar Göteborg. Onderweg bevind je je regelmatig in de typische Zweedse landschappen met de rode houten boerderijen, uitgestrekte korenvelden (met korenbloemen en klaprozen), glooiende heuvels, leuke dorpjes en niet te vergeten de pittoreske haventjes.

Wij beginnen ons Zweedse fietsavontuur in Trelleborg, 100 km zuidelijker dan Helsingborg. Vanuit Nederland reizen we met de trein (en onze fietsen) in ruim zeven uur naar Rostock. De volgende ochtend nemen we daar de boot naar Trelleborg. Zeven uur later staan we in de stromende regen in het Zweedse havenplaatsje. Unaniem besluiten we om onze eerste Zweedse nacht door te brengen in een Zweedse trekkershut, de stuga. De tent krijgt zijn kans nog wel.

De daaropvolgende dagen klaart het weer op en fietsen we bij een aangename temperatuur en zon door Skåne. Ook nu we nog niet op de Kattegattleden fietsen is het landschap zeker de moeite waard. Van tevoren hadden we een route uitgestippeld over kleine weggetjes en langs de kust en deze in de GPS gezet. We rijden over glooiende wegen met bomen, langs korenvelden met wilde bloemen en zien onze eerste typische Zweedse rode boerderijen.

Onze eerste kennismaking met fietsland Zweden is niet gek

Als fietsers voelen we ons meteen thuis in Zweden. Er is een keur aan fietspaden, in de steden maar ook erbuiten. Voor fietsers worden nabijgelegen plaatsen met wegwijzers aangegeven. Automobilisten geven ons overal voorrang, ook als wij dat helemaal niet hebben. Het is prettig fietsen zo.

Hoewel we op weg zijn naar de Kattegattleden, de eerste officiële fietsroute van Zweden, komen we onderweg ook wegwijzers tegen van een ander Zweeds fietsroutenetwerk: de Sverigeleden. Deze volledig bewegwijzerde routes lopen door heel Zweden en zijn gebundeld in drie fietsgidsen. Voor wie na de Kattegattleden Zweden verder wil verkennen op de fiets zijn er dus nog genoeg mogelijkheden.

Fietsen over de Kattegattleden

Het begin van de Kattegattleden in Helsingborg

Op onze tweede volledige fietsdag bereiken we dan toch Helsingborg, het begin van de Kattegattleden. Op het centrale plein, waar de boten uit Denemarken aankomen, de treinen uit omliggende gebieden en fietsers uit alle windstreken vereeuwigen we onszelf voor het startbord van de route. Met een cappuccino en muffin luiden we het begin van de route in en vangen met een stralend zonnetje de weg aan.

Fietsend door korenvelden is de zee nooit ver weg

De dagen erop volgen we donkerrode routebordjes die ons langzaam maar zeker dichter bij Göteborg brengen. De route is allerminst vlak. Heuveltjes zijn aan de orde van de dag en af en toe moet er flink geklommen worden. Gelukkig zijn de klimmetjes slechts kort en goed te doen. Geregeld staan we even stil om het prachtige uitzicht over het Kattegat vast te leggen op de gloeiende plaat.

Het haventje van Träslövsläge ligt er idyllisch bij

Regelmatig rijden we over of langs een golfbaan. Als je enkel de Kattegattleden fietst krijg je al snel het gevoel dat heel Zweden golft. En geef ze eens ongelijk. Vaak zijn de golfbanen op schitterende plekken aangelegd. Uitkijkend over het Kattegat of het weidse landschap een balletje slaan: wie wil dat nu niet!

In de idyllische dorpjes halen we onze lunch om deze op een leuk plekje aan zee op te eten. Onze volgepakte fietsen baren nog wel wat opzien. Een oud vrouwtje begint in het Zweeds een heel verhaal tegen mij, terwijl ik bij de supermarkt sta te wachten. “English?” vraag ik verontschuldigend, maar ze kan alleen maar Zweeds. Wel steekt ze haar duim op om ons succes te wensen bij onze verdere fietsavonturen, die ze waarschijnlijk graag gehoord zou hebben.

De route gaat door een mooi, maar ook toeristisch gebied van Zweden. Niet alleen zijn er in deze zomermaanden veel fietsers die de route fietsen, ook de kust en het strand trekken veel vakantiegangers. In sommige plaatsjes moeten we moeite doen om langs de grote stromen strandgangers te komen.

Regelmatig gaat de route vlak langs de kust

De grote campings langs de kust zijn afgeladen vol en aardig prijzig. Gelukkig is er altijd wel een plekje voor een tent, maar onze voorkeur gaat toch uit naar de kleine campings met weinig voorzieningen. In de latere etappes zoeken we daarom vooral campings uit die niet direct aan zee liggen.

Zo komen we in Galtabäck op een kleine camping bij een boer terecht met een mooi grasveld en prima ‘kök’ (keuken op de camping), waar we vanwege de regen ons maaltje bereiden, koffiedrinken en de hele avond blijven zitten. We spreken er verschillende kampeerders die al wandelend, vissend, fietsend of met een camper rondtrekkend het land verkennen. Het zijn gesprekken die we op de grote kustcampings nooit hebben gehad.

Op de camping bij Galtabäck hebben we alle plek

En dan nadert Göteborg, het eindpunt van onze Zweedse fietsroute. In zes volle fietsdagen (en een zeer natte rustdag) hebben we 500 km afgelegd en Zweden als fietsland leren kennen. Wat een mooie route is de Kattegattleden. Over enkel fietsvriendelijke paden rijden we door een zeer afwisselend landschap. Kust wordt afgewisseld door binnenland, glooiende korenvelden door pittoreske haventjes, pittige klimmetjes door vlakke kustpaden, grote steden door leuke dorpjes waar de stokrozen tegen de gekleurde houten huizen leunen.

Meer informatie

Ja, de Kattegattleden was een bijzondere ervaring die ik elke fietser kan aanraden. Kijk voor meer informatie op de site van de Kattegattleden . Hier vind je een PDF-versie van de routekaarten, overnachtingsmogelijkheden en nog veel meer. Wij fietsten de route in de Nederlandse, maar ook Duitse en Zweedse zomervakantie. Dus op het hoogtepunt van het toeristische seizoen. Ik kan me voorstellen dat het er in het voorjaar of september een stuk rustiger is.

 

Buitenbeentjes

Onze vierkante meter moestuin heeft vele kleurrijke bewoners dit jaar. Sla, tomaten, paksoi, bieslook, peterselie, cavolo nero, rode bietjes en natuurlijk de wortels. De laatste twee kennen we eigenlijk pas net. Tot voor kort brachten ze hun leven door onder de grond. Verscholen voor nieuwsgierige ogen wachtten ze hun tijd af.

Want nieuwsgierig waren we. Hoe zouden ze eruit zien, deze verborgen groenten? Zijn ze eigenlijk al groot genoeg om geoogst te worden? Is er überhaupt wel iets aanwezig daar beneden? Bij de wortels namen we de proef op de som en trokken voorzichtig – toen het loof zijn best had gedaan – de oranje pracht uit haar bruine bedje.

We werden niet teleurgesteld. Drie mooie worteltjes lagen te glanzen op onze picknicktafel. Het frisgroene loof contrasteerde fel met het oranje. Bijna met spijt nam ik het drietal mee naar de kraan om de resten van hun herkomst weg te spoelen. Ontdaan van aarde vlijde ik ze neer op de snijplank. Om ze geschikt te maken voor hun uiteindelijke bestemming.

Het zijn bijzondere wortels, dit drietal. Niet alleen zijn ze onbespoten en eigenhandig gekweekt, maar ze hebben ook een unieke vorm. In de supermarkt zul je ze zo nooit vinden. Daar zijn ze niet uniform genoeg voor. Ze zijn te klein en hebben een paar benen te veel. Veel van hun soortgenoten eindigen bij het vuilnis.

Sinds een paar jaar probeert Kromkommer hier verandering in te brengen. Misschien ken je de soepen waar vrolijke groenten op staan in allerlei vormen. Kromkommer probeert de groente die net een beetje anders is ook op zijn oorspronkelijke bestemming te krijgen: het bord van de consument.

Waarom, vragen zij zich af, hebben deze bijzondere groenten geen recht van bestaan. Ze smaken net zo lekker als hun binnen de normen vallende broertjes en zusjes. Samen met de zogenaamde Krommunity (telers, winkels, horeca en natuurlijk de consument) pakken zij voedselverspilling aan. En met succes. De bijzondere groenten zie je op steeds meer plekken verschijnen.

Het meerbenige drietal uit onze tuin heeft de tussenkomst van Kromkommer niet nodig gehad. Deze unieke wortels vonden zonder enige moeite hun weg naar een overheerlijke wokschotel op een zonnige zomerse avond.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

 

Waar ik mijn boekeninspiratie vandaan haal

Magie in de bibliotheek

In 2017 heb ik mezelf uitgedaagd om 130 boeken te gaan lezen. Het lijkt veel, maar is in werkelijkheid prima te doen. De tijd die ik naar en van mijn werk doorbreng in treinen en bussen breng ik veelal lezend door. Elke week gaan er wel een paar boeken doorheen. Het zijn meestal boeken die op mijn nog-te-lezen (NTL) lijst staan. Soms ook niet. Ik streef ernaar om een variëteit aan titels te lezen. Nieuw, maar ook oud, Nederlands, maar ook uit andere taalgebieden en landen. Maar hoe kom ik aan de titels die mijn NTL-lijst langer en langer maken?

Ik heb voor mezelf eens op een rijtje gezet waar ik mijn boekeninspiratie vandaan haal. Het rijtje blijkt verrassend langer dan verwacht.

Boekensites en boekbloggers

Allereerst is daar Goodreads. Deze internationale boekencommunity verenigt boekenliefhebbers van over de hele wereld. Je kunt lezers volgen of vrienden worden. Ook auteurs hebben hier hun eigen plek. Vrijwel alle boeken die ik lees zijn op deze boekensite terug te vinden. En anders kun je ze altijd zelf toevoegen. Mede-lezers plaatsen hier hun gelezen en nog te lezen titels op, beoordelen de boeken met sterren, schrijven recensies en wisselen in groepen informatie uit. Ik ben hier vrijwel elke dag te vinden en haal hier mijn meeste titels vandaan. Klein nadeel is dat ik nu ook veel Engelse boeken op mijn lijst heb staan, die in Nederlandse bibliotheken en boekhandels helemaal niet te vinden zijn. Toch maar eens een tripje plannen naar een Engelse stad om hele dagen in boekwinkels te sneupen…

Op Goodreads vind ik ook boekbloggers terug die ik al dan niet volg. Via een link kom ik bij hun recensies terecht en vaak ook weer bij andere artikelen en tips. Voor Nederlandse (zoals Lalagé), maar ook Engelstalige blogs (zoals Bookish Beck) is Goodreads een goed vertrekpunt. De boekbloggers zelf zijn meestal wel weer te volgen via social media als Twitter, Instagram of Facebook, waardoor je via meerdere kanalen op de hoogte kunt blijven.

Uiteraard volg ik nog veel meer boekbloggers die al dan niet regelmatig verslag doen van hun leeservaringen. Zo schrijven Jannie Trouwborst en Istvan Kops  voornamelijk over Nederlandstalige literatuur, heeft Literasa een voorkeur voor Frans(talig)e boeken en verschijnen er op de blog van Alex Hoogendoorn  regelmatig recensies en interviews, waaronder stukken die hij voor de Boekenkrant schreef. Dit is slechts een greep uit de enorme hoeveelheid boekbloggers die Nederland en België rijk is.

Ook Schwob is een fijne bron voor boekentips. Deze site is gericht op klassiekers die opnieuw worden uitgegeven. Elk jaar komt er een hele reeks aan nieuwe titels bij. Ook organiseert de organisatie leesclubs. De lijst met mij veelal onbekende boeken heeft me al mooie titels opgeleverd.

Literaire prijzen

Longlists en shortlists van literaire prijzen leveren ook een groot aantal onbekende titels en auteurs op, waarbij er altijd wel een paar aanraders zitten. Zo houd ik in ieder geval de Libris Literatuurprijs in de gaten en probeer elk jaar toch wel 10 titels te lezen van de huidige maar ook voorafgaande jaren.

Vorig jaar ontdekte ik de Europese Literatuurprijs. In het Nederlands vertaalde boeken uit een groot aantal Europese landen passeren hier de revue. De meeste titels zijn nieuw voor mij. Kortom, een bron van inspiratie. En gelukkig bestaat de prijs al sinds 2009, dus ik heb wat boeken om uit te putten. Titels uit bijvoorbeeld Estland of Finland kom ik buiten deze prijs om niet zo snel tegen.

Op Engelstalig gebied volg ik de Man Booker Prize en de Baileys Women’s Prize for fiction. Het levert interessante titels op van vaak onbekende boeken. Helaas duurt het meestal nog wel een tijdje voordat deze titels in de bibliotheek te krijgen zijn. Boekhandels hebben regelmatig wel de shortlist (vaak in vertaling) in hun assortiment.

Boekhandels en bibliotheken

Het e-bookaanbod van de bibliotheek groeit gestaag. Je zet de boeken vrij eenvoudig op de e-reader, iPad of telefoon en je hoeft er de deur niet voor uit. Fysieke boeken echter blijven een sterke aantrekkingskracht uitoefenen. De meeste titels haal ik dan ook persoonlijk uit de bibliotheek. Ik vind het helemaal niet erg om een uurtje door te brengen te midden van de boeken. De tafel met nieuwe boeken is standaard mijn eerste stop. Titels die ik bewust maar ook onbewust voorbij heb zien komen in de krant en op sites, neem ik mee. Ook ontdek ik er met enige regelmaat nieuwe titels. Ook de thematafels en de kasten zelf vereer ik regelmatig met een bezoekje.

Boekhandels probeer ik zoveel mogelijk te vermijden, maar af en toe kan ik de verleiding niet weerstaan. Zo kocht ik ooit heel wat delen van het verzamelde werk van Louis Couperus bij De Slegte. Ook bijzondere boekwinkels, zoals The American Book Center in Amsterdam en Den Haag, kan ik eigenlijk niet links laten liggen. Vaak kom ik dan niet met lege handen thuis. Tja, die Engelstalige boeken die niet in de bibliotheek te krijgen zijn, hè!

Kranten en brochures

Af en toe haal ik wel eens boektitels uit de NRC Boeken of uit de brochures met binnenkort te verschijnen boeken van een uitgeverij. Recensies met meerdere ballen plus een aansprekend verhaal doen boeken op mijn NTL-lijst belanden. Ook aantrekkelijke covers in brochures die je tegemoet glimmen vanaf de verschillende pagina’s zijn redelijk onweerstaanbaar.

Tips van personen

Tenslotte krijg ik nog wel eens boekentips van een vriendin, collega of familielid. Via de app van Goodreads op mijn telefoon kan ik ze dan vrijwel meteen op mijn NTL-lijst zetten. Ooit kreeg ik bij een bushalte een boekentip van een volslagen onbekende. Het betrof een boek uit de jaren 50 waar zij helemaal enthousiast over was. De plaatselijke bibliotheek had het boek in huis en als student Nederlands las ik de week daarna een Engelstalig boek over het leven van een Tibetaanse monnik. Het was een boek waar ik anders nooit mee in aanraking was gekomen. En het enthousiasme van de boekentipster was geheel terecht.

Nu ik mijn inspiratiebronnen zo op een rijtje zie staan, verbaas ik me erover hoe gevarieerd de bronnen zijn. En dit overzicht is zeker niet uitputtend, enkel persoonlijk. Eigenlijk kun je boekeninspiratie overal opdoen. Zelfs bij een bushalte.

Waar halen jullie je boekeninspiratie vandaan?

 

 

Jacobspad etappe 7: Rolde – Elp

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 23 km
Startpunt: Rolde, parkeerplaats aan de Grote Brink
Eindpunt: Elp, parkeerplaats langs de weg, net buiten het dorp

We zijn over de helft van het Jacobspad als we aan de zevende etappe beginnen. Vandaag zijn we zowaar met zijn vieren, het wordt steeds gezelliger! Ook de medewandelaar met zware rugzak is weer van de partij. Over een paar weken begint haar Franse wandelvakantie en er moet geoefend worden. Op haar rug draagt ze vier pakken appelsap, twee liter water en daarnaast een complete kampeeruitrusting. We gaan niet omkomen van de dorst vandaag.

Net als de vorige keer is het heerlijk wandelweer en we besluiten te beginnen met cappuccino op een Roldes terras. Terwijl mijn medewandelaars bestellen, loop ik nog even langs Warenhuis Brands, de stempelpost die vorige maand gesloten was. Op de deur zit nog steeds hetzelfde briefje, waarmee klanten en Jacobspadwandelaars verteld wordt dat de winkel ‘wegens omstandigheden gesloten’ is. Wat zou er aan de hand zijn? Faillissement of wellicht iets met de eigenaar?

Na de koffie lopen we door het Boerbosch Rolde uit. We volgen het fietspad dat al snel langs uitgestrekte aardappelvelden loopt. Een club dames op leeftijd komt ons netjes achter elkaar fietsend tegemoet. Enthousiast groet de voorste ons, daarna de tweede, de derde, … Na twaalf hallo’s kunnen we weer naast elkaar lopen, glimlachend om zoveel enthousiasme.

Via het dorpje Nijlande komen we op een rustiger weg en genieten van de zon. De route buigt al snel af naar het Westersche Veld, waar over niet al te lange tijd de heide volop zal bloeien. Nu genieten we van de ongerepte natuur. We benijden de boswachter die in zijn 4×4 langsrijdt en dit mooie gebied zijn werkplek mag noemen. Bij een bankje besluiten we onze lunch te nuttigen, uitkijkend over het heideveld.

Een 15 kilo zware rugzak in het Westersche Veld

Na de lunch leidt de weg ons verder door natuurschoon. We volgen de loop van een meanderend beekje – het Amerdiepje – dat ons via vele bochten, mooie doorkijkjes en een grote variëteit aan libelle-achtigen bij het kleine plaatsje Amen brengt. Onverwacht blijkt hier een bruin café te zijn, waar we onze tweede cappuccino van deze dag gebruiken. Het is net vakantie zo!

Het idyllische Amerdiepje

Na Amen gaat de weg over een graspad met aan beide kanten hoge varens en brandnetels. Een ideaal gebied voor allerlei steekbeesten die zich dan ook gretig op ons storten. Vooral mij vinden ze erg lekker en ik moet moeite doen de dazen van me af te slaan. Ik ben blij als we weer op een schemerig bospad komen.

Het pad leidt ons door Boswachterij Hooghalen, een plek met geschiedenis. Rechts van ons bevindt zich het voormalige Kamp Westerbork. Met het oog op de tijd lopen we door en staan even later oog in oog met een rij enorme schotels van de Radiosterrenwacht. We verbazen ons over de grootte en de rails waar ze op staan. Een indrukwekkend gezicht.

We lopen verder en banen ons een weg over de ongelijke paden met hoge grassen. Na enkele wolken muggen getrotseerd te hebben, komen we uit bij een uitkijktoren. De vele trappen vormen een goede oefening voor de bergwandelaar met zware rugzak. Uiteraard vergezellen we haar naar boven en worden beloond met een prachtig uitzicht over de omgeving. We ontdekken zelfs nog meer schotels die we – door het bos lopend – nooit gezien zouden hebben.

Via de Westerbroeken lopen we verder over een lange rechte weg. Hoewel we bedacht zijn op een afslag naar het Elper Noorderveld missen we hem toch. In plaats van terug te lopen, volgen we de fietsroute van het Jacobspad over het verharde pad en komen op hetzelfde punt uit als de wandelroute.

De zon, de zware rugzak en de kilometers beginnen er nu wel wat in te hakken. Gelukkig is Elp in zicht. In een beduidend lager tempo dan in het begin leggen we de laatste kilometers af naar de auto waarmee we weer terugrijden naar Rolde. 23 kilometer in de benen vandaag, een mooie afstand door een prachtig gebied. Volgende maand lopen we naar Terhorst bij Beilen. Hasselt komt steeds dichterbij.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Regen

Een grote, glanzende druppel spat uiteen op zijn huisje. En nog een. En dan een heleboel. De roffelende regen maakt hem wakker. Opgetogen hoort hij het natuurgeraas aan. Dat wordt een heerlijke buitendag morgen, denkt hij vergenoegzaamd. Op het ritme van de druppels valt hij al snel weer in een zorgeloze slaap.

Als de zon opkomt, is hij ook op. De geur van de natuur na een regenbui lokt hem naar buiten. Heerlijk! Hij snuift nog eens goed en kijkt om zich heen. Hij is niet de enige die de regen van vannacht met open armen heeft ontvangen. Vele soortgenoten steken hun kop naar buiten en overzien glimlachend de natte wereld.

Erop uit trekken is het enige dat hij wil. De gladde stoepstenen onder zijn buik voelen doorglijden. Die grijze streep in de verte is zijn stip aan de horizon. Menig soortgenoot is hem voorgegaan. Lang niet iedereen keert terug. De afgrond maakt slachtoffers, maar de weg erheen ook. Hij weet het, maar kan de aantrekkingskracht niet weerstaan.

De zon staat hoger. Hij is de eerste slachtoffers gepasseerd van de onvermijdelijke botsing tussen snel en langzaam. Twee werelden die niet samengaan. Haast versus instinctief verlangen maakt dat velen de ochtend niet overleven. Vertrapt door snelle pubervoeten die zich haasten naar hun opleiding. Vermorzeld door glimmende bruine veterschoenen met blauwe zolen die niet kunnen wachten om weer aan het werk te gaan.

Dan staat er een paar schoenen stil. Een smartphone wordt vlak voor zijn gezicht geplaatst. Als hij goed kijkt ziet hij zichzelf erin weerspiegeld. Voordat hij zich goed en wel bekeken heeft, is de telefoon alweer weg en lopen de schoenen verder. Voorzichtig om het slagveld heen.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Jacobspad etappe 6: Vries – Rolde

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 19 km
Startpunt: Vries, parkeerplaats aan de Brink
Eindpunt: Rolde, parkeerplaats aan de Grote Brink

Veel zandpaden, deze etappe

De zesde etappe van het Jacobspad beginnen we in een nieuwe samenstelling van wandelaars. We spreken af in Rolde en rijden met één auto naar Vries, het brinkdorp waar we vorige keer de wandeling zijn geëindigd. De zon schijnt uitbundig en we besluiten te beginnen, zoals we vorige keer geëindigd zijn: met een ijsje.

In korte broek (de eerste keer sinds het begin van het Jacobspad!) lopen we met ijsje langzaam Vries uit. Een van mijn medewandelaars wil trainen voor haar wildkampeervakantie in de Franse bergen en heeft een rugzak met 15 kilo aan gewicht mee. Het is even uitproberen hoe de rugzak het beste zit.

 

Uitzicht over Heideheim

Over de Taarloseweg gaan we richting het natuurgebied Heideheim. Over een zandpad lopen we door de struiken en bomenrijen en komen bij het Noord-Willemskanaal uit. Glinsterende golfjes strekken zich voor ons uit, ingebed tussen groene kanten. In de verte zien we een binnenvaartschip door de brug gaan. De weg langs het kanaal is verlaten en de grote huizen erlangs staan er vredig bij. Meerdere dragen de naam Heideheim. We zijn het er alledrie over eens dat dit een fijne plek moet zijn om te wonen.

In de volle zon volgen we het kanaal, steken halverwege een brug over en slaan dan af richting Taarlo. De bomen langs deze weg geven een aangename schaduw en we besluiten bij het eerste bankje onze lunch te nuttigen. Aan onze rechterhand staan een paar verlaten caravans en we kijken uit op de spoorlijn, waar af en toe een trein langskomt. Verder is er weinig leven te bespeuren. Heerlijk rustig hier op een woensdagochtend.

Bij Taarlo slaan we al snel af en volgen een zandpad. Na een idyllisch meertje zien we ons eerste hunebed, het hunebed van Loon. De plaats Loon is niet ver meer en als we er aankomen, besluiten we in de plaatselijke herberg een cappuccino te drinken. Op het terras uiteraard. En in de schaduw van een parasol. Dat is wel nodig!

Het hunebed van Loon

De koffie (en de appeltaart) doet ons goed en we vangen de weg weer aan. Langs oude boerderijen lopen we Loon weer uit en zien al snel een glooiend landschap voor ons: de Ballooër Esch. De grafheuvels en hunebedden maken je bewust van de eeuwenoude geschiedenis van deze plek.

Op een gegeven moment zie ik bij een meertje een paars paaltje met het routebordje met de bekende schelp. Een feest van herkenning. Hier stond ik anderhalf jaar geleden ook, toen we de Groene Wissel Rolde liepen. We vroegen ons toen af wat die schelp voor route aangaf. Uiteindelijk was dit paaltje de reden om het Jacobspad te gaan lopen. Bijzonder om hier nu weer te staan!

Een plek met herinneringen

We lopen verder en komen in een bos uit en hoeven volgens het kaartje in het routeboekje enkel een lange bosweg (Kamps) te volgen tot in Rolde. Op de een of andere manier lopen we niet goed en staan we opeens bij een drukke asfaltweg. Hoe is het mogelijk om van een rechte weg af te dwalen? Maar het is ons gelukt … Gelukkig heeft een van mijn medewandelaars de app OsmAnd (navigatie-app) op haar telefoon en vinden we met enige moeite de juiste weg weer terug.

Langs Balloo komen we bij een camping uit die ons met een bord verwelkomt in het dorp van Bartje. We zijn nu niet ver meer van het centrum van Rolde. Even verderop zien we de Jacobuskerk van Rolde scherp tegen de blauwe lucht afsteken. Hij blijkt open te zijn op deze woensdag. Sinds we het Jacobspad begonnen, hebben we nog maar één keer eerder een open kerk meegemaakt (in Zeerijp).

Uiteraard gaan we naar binnen en bewonderen de glas-in-lood ramen, waaronder één met de bekende Jacobsschelp. In het gastenboek laten we een berichtje achter voor andere Jacobspadwandelaars. Hoewel we tot nu toe nog geen Jacobspadwandelaars zijn tegengekomen blijkt uit het gastenboek dat ze er wel degelijk zijn. Een week geleden liepen twee wandelaars de etappe die wij nu lopen, alleen omgekeerd, van Rolde naar Vries.

In Rolde is ook de derde stempelplaats van het Jacobspad. Na even zoeken vinden we Warenhuis Brands. We prijzen onszelf gelukkig dat we deze etappe op een doordeweekse dag wandelen en niet op een zondag. Als we echter dichterbij komen ziet het warenhuis er ernstig gesloten uit. Een briefje op de deur bevestigt dit: Wegens omstandigheden gesloten. Van de drie te behalen stempels hebben we er nu nog steeds maar één binnen. Een zieke koster in Uithuizen en nu een gesloten winkel gooiden roet in het eten. Gelukkig hebben we volgende maand een nieuwe kans. Dan beginnen we de etappe in Rolde.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Zwartrijder

Vlak voor de OV-poortjes steekt hij quasi-nonchalant een sigaret op. Het is een magere jongen, vaalzwarte skinny jeans, sneakers, leren jack, hooguit 19. Hij kijkt wat om zich heen. Hij oogt relaxed, alsof hij daar de hele dag kan blijven staan. Een beetje reizigers kijken die zich voorthaasten om een trein te halen.

Geen vreemd beeld. Maar wie wat beter kijkt, ziet wat anders. Zijn interesse lijkt helemaal niet bij die haastende reizigers te liggen. Zijn aandacht is gericht op de mensen die al op de plek van bestemming zijn en zich rustig naar de uitgang van de spoortunnel begeven. Zij die nog één hindernis moeten slechten, voordat ze buiten staan.

Geroutineerd haalt de dame in mantelpakje haar OV chipkaart tevoorschijn, houdt hem voor de lezer, hoort het bekende piepje en stapt door de poortjes heen. In een vloeiende beweging steekt ze de kaart weer in haar zak, terwijl ze haar looptempo van voor de poortjes weer oppakt en zich richting roltrap begeeft. Ze doet dit elke dag. De routine is duidelijk zichtbaar. Het gaat nu net als anders. In haar beleving.

De net nog rustig rokende jongen staat niet meer waar hij stond. Hij loopt nu ook aan de andere kant van de poortjes richting de trappen die naar het stationsplein leiden. In een fractie van een seconde glipte hij achter de mantelpakdame aan, haar poortje door. Het heftige gepiep dat dit als gevolg had, hoorde zij niet, haar gedachten alweer bij de trap.

Hij hoorde het wel en kijkt voor de zekerheid achterom. Daarbij kijkt hij me recht in de ogen en beseft dat ik zag wat hij deed. Even is de nonchalante zekerheid weg. Hij doet een paar snelle stappen richting trap. Weer kijkt hij achterom. Op zoek naar die reiziger die hem op heterdaad betrapte. Hij ziet mij nog steeds kijken. Weer maakt hij een paar snelwandelpassen en kijkt over zijn schouder.

Ik zag hem heel toevallig achter de reiziger aan door het poortje gaan. Het was druk in de tunnel en ik moest moeite doen om de goede richting op te komen. Tegen de stroom in vorderde ik langzaam. Hij viel me op omdat er weinig mensen roken in de tunnel. En zo’n relaxte houding te midden van de mensenmassa is helemaal uniek.

Ik vertraag mijn pas en kijk nu bewust een andere kant op. Het voelt ongemakkelijk, om de paar passen aangestaard te worden door een zwartrijder. Het poortjessysteem is duidelijk niet waterdicht. Langzaam check ik ook uit. De jongen loopt inmiddels de rechtertrap op en ik koers richting de linker. Ik blijf mijn blik op de mensen voor me houden en kijk bewust niet meer naar rechts.

Op het schemerige stationsplein is de zwartrijder nergens meer te zien. Het plein is groot en open. Hoe kan hij zo vlug verdwenen zijn? Hoewel ik natuurlijk niets te vrezen heb van de jongen, bekruipt me toch een onwennig gevoel. Over mijn schouder kijkend loop ik vlug richting de fietsenstalling en ben pas gerust als ik op mijn fiets invoeg op het drukke fietspad.

De op heterdaad betrapte zwartrijder zie ik niet meer terug. De eerste weken na het poortjesincident blijf ik echter over mijn schouder kijken, elke keer als ik door de poortjes ga. Alert op de OV-kaartloze reiziger die meelift op mijn open poortje. Of het voorval ook invloed heeft gehad op de zwartrijder? Ik vraag het me af. Zeker is wel dat hij niet meer over zijn schouder kijkt na zo’n poortjesactie. Die starende reiziger was veel te confronterend.

Marokko, bijna

Millinger Theetuin – Millingen aan de Rijn

De blauwe en groene steentjes liggen in V-vorm gerangschikt en vormen samen een kunstig mozaïek. Blauwe lijnen omlijsten de langwerpige vijver in het midden. Een bescheiden fonteintje maakt kringen op het water. De overdekte veranda erachter ziet er uitnodigend uit. De gordijnen bewegen zachtjes in de wind.

Het tafereel ligt nu nog deels in de schaduw, maar binnen niet al te lange tijd baadt alles in het stralende zonlicht. Dan glinsteren de steentjes de bezoekers tegemoet, alsof ze willen zeggen: “Kom hier verpozen, vlij je neer op de kussens en droom weg!”

Uit ervaring kan ik zeggen dat dat niet zo moeilijk is. Toen ik de trappen afliep en de vijver zag, waande ik me op slag in een binnentuin in Marokko. Een oase van rust, temidden van het stadsgewoel. Ik hoorde bijna de kooplui hun waren aanprijzen, in de smalle straatjes aan de andere kant van de hoge muren.

Totdat een “Sorry, mag ik er even langs?” mij een stap opzij doet zetten. Een stevige dame van middelbare leeftijd in een fleurige jurk houdt met twee handen een dienblad vast met twee glazen thee, één cappuccino en drie lekker uitziende gebakjes. Haar gezicht heeft een geconcentreerde uitdrukking als ze de laatste treden van de trap neemt en langs mij heen richting veranda schuifelt.

En om me heen verschijnen nu meer mensen met dienbladen, in fietsoutfit, met wandelschoenen en hier en daar een kinderwagen. De vijver ligt er nog hetzelfde bij, maar de Marokko-droom heeft toch wat aan kracht ingeboet. Ik ben weer daar, waar ik een half uurtje geleden van mijn fiets stapte. In een theetuin in een natuurgebied aan de Rijn, gewoon in Gelderland. Maar eventjes was ik in Marokko. Heerlijk!

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Beurtbalkje

Ik hoorde van de week op mijn werk een woord dat ik nog niet eerder had gehoord. Nu komt dat wel vaker voor, maar dit woord wordt gebruikt in het inburgeringsexamen Nederlands. Als je dit woord niet kent, ben je niet goed ingeburgerd. Iedere nieuwe Nederlander zou namelijk moeten weten wat een beurtbalkje is. Ik en mijn collega’s wisten het niet. Maar wij hebben dan ook geen inburgeringsexamen gedaan.

Nu vind ik het eigenlijk wel een mooi woord. Het beschrijft wat het is. Een balkje dat aangeeft wiens beurt het is. Bij de kassa dan. Want daar kom je de beurtbalkjes in het wild tegen. Ik sta regelmatig in de rij bij de kassa en probeer dan vriendelijk te zijn voor de persoon achter mij door zo’n balkje achter mijn boodschappen te leggen. Ik heb er nooit bij stilgestaan hoe zoiets heet.

Er zijn meer woorden voor dingen die je in het dagelijkse leven gebruikt, maar die je niet kunt benoemen. Je verwijst ernaar met ding(etje), dat geval, een omschrijving of met een fysiek wijsgebaar. Zo zijn er die haakjes bovenaan je bergschoen waar je je veters langs legt (veterhaakjes?), de geribbelde tegels die blinden de weg naar o.a. de trein of de bus moeten wijzen (blindengeleidetegels?), dat apparaat dat voor de slagbomen van een parkeergarage staat en waarbij je op een knopje drukt om een parkeerticket te krijgen (is dit ook een parkeerautomaat, net als het apparaat waar je je kaartje betaalt? Dat zou dan wel wat verwarrend zijn.)

Gelukkig ken ik nu wel het woord voor de boodschapperscheider op de kassaband. En het woord is ouder dan ik dacht, het bestaat al sinds 1996. In het tijdschrift Onze Taal werd lezers toen gevraagd een naam te verzinnen voor dat ding dat veel mensen wekelijks of zelfs dagelijks gebruiken. Er kwamen veel suggesties binnen en vier van die suggesties luidden: beurtbalkje. De Taaladviesdienst riep dit allitererende woord uit tot winnaar. Beurtbalkje raakte hierna echter niet ingeburgerd en er moest een actiegroep aan te pas komen om in 2005 het woord in de Van Dale te krijgen.

En nu ken ik het dus ook, ruim 20 jaar na de introductie in de Nederlandse taal. Tot voor kort stond ik bij de kassa en als ik niet bij de balkjes kon, wees ik ernaar en vroeg de persoon voor mij om er zo eentje door te geven. Dat werd ook altijd begrepen, zeker als ik er een wijsgebaar bij maakte. Maar een woord is natuurlijk veel praktischer. Mits we allemaal weten wat er bedoeld wordt. Ik vraag me oprecht af of iemand begrijpt wat ik bedoel met ‘Kunt u mij het beurtbalkje even aangeven?” Tenzij het natuurlijk een geslaagde van een inburgeringscursus is …