Jacobspad etappe 4: Groningen – Foxwolde

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 18 km
Startpunt: Groningen Centraal Station
Eindpunt: Peize carpoolplaats N372

Een jacobsschelp op de Jacobskerk aan het Jacobspad in Roderwolde

Een maand geleden eindigden we onze etappe op het Centraal Station in Groningen. Op een bewolkte en winderige dag in april pakken we hier de route weer op. Even daarvoor hadden we de auto achtergelaten in Peize, vlakbij de bushalte waar de bus naar Groningen stopt. Hier zou onze etappe van vandaag eindigen, een paar honderd meter van het Jacobspad.

In 20 minuten brengt de bus ons in Groningen en om 10 uur staat we voor het Groninger Museum. We zijn niet de enigen. Het is een drukte van belang op deze Stille Zaterdag. We pakken de route bij het museum op en lopen via het Emmaplein en een paar bruggen al snel richting zuiden. In het kanaal zien we verschillende roeiers tegen de wind in hun best doen, sommigen slechts gekleed in T-shirt. Het mag dan wel lente zijn, op een dag als vandaag is het nog wel erg koud!

Een roeier richting Groningen-centrum

Na een paar afslagen staan we in het Stadspark. Eigenlijk lusten we wel een kopje koffie – we zijn al een tijd onderweg inclusief auto- en busrit – als we op een terras aan het water stuiten. Het paviljoen heet Ni Hao, wat wel heel Chinees klinkt en we twijfelen of daar wel koffie te verkrijgen is. Een lid van de plaatselijke jeu de boules vereniging (die een niet onaardige trainingsplek hebben hier aan het water) ziet ons twijfelen. Met een “Daar hebben ze zeker koffie” wijst hij ons het bewuste paviljoen aan. Helaas blijkt het nog gesloten.

Het uitzicht op de trainingsplek van de plaatselijke jeu de boules vereniging

Door maar weer. Het valt ons op dat we vanaf het begin van deze etappe nog geen routeaanduidingen hebben gezien. Het bordje of sticker met schelp en kenmerkende blauw-gele kleuren ontbreekt. Pas als we het Stadspark weer uitlopen zien we de eerste sticker. Deze etappe kun je zeker niet zonder boekje lopen!

We lopen langs de stadsparkcamping en belanden dan tussen de volkstuintjes. De eersten lijken nog echt op tuintjes met af en toe een schuurtje. Maar naarmate we verder lopen begint het meer op een vakantiehuisjescomplex te lijken. Langs de lange weg liggen rechts en links huisjes in vele soorten en maten. De meesten afgezet met een hek, sommigen met kunstzinnige uitingen in de tuin. Echte volkstuintjes zien wij bijna niet.

Kunstzinnige brievenbussen bij het vakantiehuisjes/volkstuinencomplex Bruilweering

Over een onverharde weg lopen we Groningen nu echt uit en gaan De Onlanden binnen, een natuurgebied waar de ganzen, meeuwen en eenden naar hartenlust hun aanwezigheid laten blijken. We lopen langs een vaart met aan de rechterhand de wetlands van de Onlanden en aan de linkerhand een nieuwbouwwijk in aanbouw. Deze bewoners hebben geen verkeerd plekje uitgekozen met dit uitzicht.

Natuurmonumenten heeft aan de rand van dit natuurgebied een uitspanning, inclusief lammetjesschuur. Het is een drukte van belang op een van de eerste lammetjesdagen. Ouders met kinderen lopen heen en weer tussen schuur, speeltuin en restaurant waar de cappuccino lonkt. Ook wij zien onze kans schoon en zitten niet veel later tussen tientallen kleine kinderen aan onze eerste koffie van de dag.

Opgewarmd lopen we verder Drenthe in. We hadden de hoop op een bord met ‘Welkom in de provincie Drenthe’ (leuk voor de foto), maar dat zit er niet in. Op het fietspad dwars door het natuurgebied heeft de wind vrij spel en we doen ons best om met de tegenwind ons oorspronkelijke looptempo aan te houden. We zijn heel blij met een rijtje bomen dat af en toe opduikt.

Als we de N372 overgestoken hebben, wordt de weg wat beschutter. Bomen, speenkruid, kleine boerderijen, het landschap begint wat te veranderen. We steken het Peizerdiep over en stuiten op een Drents gedicht van Peter van der Velde, een schrijver die in 2004 in Roderwolde is overleden. Het beschrijft een winters tafereel. Eigenlijk hadden we hier een paar maanden eerder moeten lopen om het juiste uitzicht te hebben bij de tekst. Hoewel de wind ons nu ook flink door de kleren waait.

Niet heel veel later lopen we Roderwolde in. Het oogt als een ingeslapen dorpje met keurige voortuinen als visitekaartjes. Bloeiende magnoliabomen, beschenen door een voorjaarszonnetje, maken het geheel af. We lopen langs de olie- en korenmolen Woldzigt die er indrukwekkend bij ligt. De Hollandse luchten helpen ook een handje. Even verderop staat de Jacobskerk, waar een Jacobsschelp geen twijfel laat over de route die we aan het lopen zijn. Helaas zijn zowel molen als kerk gesloten. We hadden graag een kijkje binnen genomen.

De olie- en korenmolen Woldzigt is helaas gesloten

Net buiten Roderwolde komen we langs het Kleibosch, een aardkundig monument waar potklei aan de oppervlakte komt. Al in de middeleeuwen maakten monniken hier dankbaar gebruik van. Zij groeven dit af (tichelen) en maakten hier een soort bakstenen van. In dit natuurgebied komen nu nog zeldzame plantsoorten voor.

Het Moleneind brengt ons uiteindelijk weer op de N372, waar die morgen onze bus vertrok. We laten het Jacobspad achter ons en lopen door naar de carpoolplaats. De zon is inmiddels flink gaan schijnen en maakt de harde wind iets aangenamer. Een mooie etappe, concluderen we. De verwachtingen die we een maand geleden koesterden in de Starbucks op Groningen CS zijn zeker uitgekomen. De eerste kilometers in deze nieuwe provincie smaken naar meer.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Dezelfde kleur

In het keukentje op onze afdeling bereiden twee schilders het verven van één van de muren voor. Ze hebben een stucloper op de grond gelegd en plakken nu de tegels af. Er is nog wat ruimte over voor het koffieautomaat en ik vraag aan de dichtstbijzijnde schilder of het een probleem is als ik tussendoor even koffie pak. “Nee hoor”, zegt hij vrolijk, “als je erbij kan…”

Ik wring me tussen schilder en koffieautomaat en pak twee kopjes. “Welke kleur wordt het?” vraag ik de schilders. “Dezelfde kleur als nu” is het antwoord, iets minder vrolijk. Een muur precies dezelfde kleur schilderen, waardoor je het verschil eigenlijk niet ziet, zit natuurlijk weinig uitdaging in.

“En als jullie zelf mochten kiezen, welke kleur zou het dan worden?” vraag ik de mannen terwijl ik een cappuccino tap voor mijn collega en mij. Er verschijnt een brede grijns op het gezicht van de voorste schilder. “Oranje” is zijn besliste antwoord.

Ik kijk hem verrast aan en zijn grijns wordt nog wat breder. Zijn collega kijkt op van zijn werk en vraagt zich hardop af of dat nu wel zo verstandig is. Gezien de slechte resultaten van ons elftal de laatste tijd. De grijnzende man denkt even na, kijkt iets minder enthousiast en geeft dan zijn collega gelijk. Onze jongens hebben eigenlijk niet zo’n eerbetoon verdiend.

De cappuccino is klaar en ik wens de schilders nog een fijne werkdag. “Jij ook” zeggen ze beide. De grijnzende schilder gaat verder met het afplakken van de tegels, terwijl de teleurgestelde oranjefan de pot roze verf openmaakt. Het is inderdaad precies dezelfde kleur als de muur.

Laat het seizoen maar beginnen

Route: Groene Wissel Ommen: Landgoed Het Laer en Reggedal
Afstand: 12 km
Startpunt: Station Ommen
Eindpunt: Station Ommen

Wandelen langs de Regge

De eerste zondag van april begint zonovergoten en lokt ons naar buiten toe. Een Groene Wisselwandeling bij Ommen is snel gekozen en we zetten de route in de GPS. We parkeren de auto bij station Ommen en besluiten de route met de klok mee te lopen. Achteraf blijkt de beschrijving op papier net andersom te zijn. Ach, een rondje is een rondje. We hebben er niet minder van genoten.

Al snel lopen we Ommen uit over de Bergweg langs mooie vrijstaande huizen met bloeiende bomen in de tuinen. Ze kijken uit op glooiende weilanden, omzoomd door bomen. Het eerste voorjaarsgroen begint hier en daar net aan de takken te verschijnen en vormt een fel contrast met de blauwe lucht. Niet verkeerd om hier te wonen!


In de verte zien we twee vlaggetjes naderen. Ze komen onze kant op en blijken aan twee ligfietsen vast te zitten. De fietsers passeren ons met een groet. De fier wapperende vlaggetjes verraden de herkomst van het oudere echtpaar: België. Ze hadden geen beter weer kunnen hebben voor hun weekendje weg.

De weg vervolgend komen we langs een kookstudio. Aan het begin van de oprit gebiedt een bordje de bezoeker om achteruit in te parkeren. Anders zouden ze er wel eens spijt van kunnen krijgen. Een blik op de oprijlaan kan ons niet zo snel overtuigen van de logica. Maar als Kookstudio-bezoeker zou ik voor de zekerheid maar de instructie opvolgen.


We lopen door het buurtschap Besthmen en duiken dan het bos in. ‘Steile Oever’ geeft een bordje aan. Dit is bekend en eerder bewandeld terrein. De daadwerkelijke Steile Oever zien we niet, maar moeten we binnenkort maar eens met een wandelingetje vereren. “Als de krentenbomen in bloei staan”, voegt mijn medewandelaar eraan toe. Een beroemde uitspraak van mijn schoonmoeder, die weg is van de bloeiende krentenbomen.

Bij de brug over de Regge zien we aan de oever een bootje liggen. Het heeft de vorm van een bootje van papier, alleen dan vele malen groter dan de bootjes die we vroeger vouwden. Een bord geeft aan dat het om een kunstproject gaat. De boot heet Felicità en is een kunstwerk van Jan Merlin Marski. Samen met schoolkinderen van de openbare basisschool Nieuwebrug heeft hij het bootje ontworpen met – inderdaad – een van papier gevouwen bootje als inspiratiebron.

Bootje van papier

Na de brug slaan we af en volgen we een lang stuk de Regge. Het zonnetje schijnt volop en doet het water glinsteren. In de boompjes in de berm bespeuren we witte knoppen. Zouden dit de befaamde krentenbomen zijn? We kunnen het niet met zekerheid zeggen.


Door het glooiende landschap met geploegd akkerland vervolgen we onze weg en bedenken dat een kopje koffie op een terras nu ook wel lekker zou zijn. Vlak voordat we bij een grote weg komen, zien we een terras, met mensen. De keuze is snel gemaakt. Voordat we echter goed en wel op terras staan, komt een man in kokskleding ons tegemoet.

“Wat doen jullie hier?” vraagt hij. Ik denk dat hij een grapje maakt en ik begin over de mooie terrasdag. Koffie lijkt ons wel een goed idee. De man kijkt moeilijk en geeft dan toe dat koffie geen probleem moet zijn. Het is inmiddels ook lunchtijd en op de vraag of hij er ook wat bij heeft, antwoordt hij dat een “broodje of tosti wel moet lukken”.

Een beetje verbaasd nemen we plaats aan de tafel naast de groep mensen. Als de man de koffie brengt, legt hij uit dat ze eigenlijk nog helemaal niet open zijn. “Morgen begint het seizoen pas. Vandaag zijn we bezig met de voorbereidingen. Jullie zullen niet veel horecagelegenheden vinden in deze omgeving die open zijn.” De groep naast ons blijken stamgasten te zijn die even komen bijpraten.

Desalniettemin krijgen we onze lunch en lopen voldaan weer verder. Na een stukje langs de doorgaande weg, duiken we weer het bos in en komen in het park van Landgoed Het Laer terecht. Al snel komen we bij een (bescheiden) naald. Dit kunstwerk is – volgens het informatiebord – omgeven door mysterie. Volgens sommigen herinnert het aan een verdwaalde jonkvrouw, volgens anderen aan een verdwaalde boswachter die op die plek in 1902 werd neergeschoten.


In werkelijkheid is de naald een zichtpunt. De bewoners van het Huis op het landgoed zien door deze naald de tuin in het juiste perspectief. Vanaf de naald is voor ons het Huis echter in geen velden of wegen te bekennen. En vanaf het Huis, waar we even later via een kanaal komen, zien we ook de naald niet. Internet biedt uitkomst. Deze naald is nieuw en vervangt de oude naald die op een andere plek stond, namelijk in het kanaal. Dat maakt het verhaal wat logischer. Jammer dat het informatiebord deze informatie achterwege liet.

We lopen verder en komen al snel weer in Ommen terecht. Het relatief rustige plaatsje dat we vanmorgen uit wandelden, is veranderd in een toeristische heksenketel. De plaatselijke ijssalon doet goede zaken. Rijen dik staan mensen te wachten op hun eerste ijsje van dit jaar. De terrassen zijn overvol. Fietsers, motorrijders en wandelaars lopen af en aan. De ijssalon haalt het niet in zijn hoofd om morgen pas met het seizoen te beginnen.

Via een smalle steeg langs achtertuinen lopen we met een bocht om de drukke weg heen en komen uiteindelijk weer bij het station uit. Ook hier is het een stuk drukker geworden. Auto’s met fietsendragers domineren het parkeerterrein. De blauwe lucht is nog net zo intens als aan het begin van onze wandeling. Deze eerste zondag van april mag voor ons de opmaat zijn voor een zonovergoten lente. Laat het seizoen maar beginnen. Als het even kan vandaag nog!

Mijn verhaal

“Kom op” maant de vader zijn zoon, “loop nou even door”. Hij kijkt over zijn schouder en ziet zijn jongere evenbeeld achter hem zijn pas versnellen. De grote groene rugzak schommelt op en neer op zijn rug. De jongen probeert zich te concentreren op de benen van zijn vader, maar na drie passen krijgen de passerende auto’s weer vat op hem. De voorbijgangers die hem tegemoet komen, doen zijn hoofd draaien. De lantaarnpaal aan de overkant van de weg vraagt zijn aandacht. Hij schrikt op uit zijn dromen als hij de hand van zijn vader op zijn arm voelt.

Met zachte dwang houdt de jongen enkele minuten gelijke tred met de man die hem scherp in de gaten houdt. In de verte doemt de brug op over de rivier. Net als afgelopen dagen is tegen het vallen van de avond de mist van zee over de stad getrokken. Van de lenteachtige temperaturen van overdag is niets meer te merken. In het schijnsel van de lantaarnpalen haasten de mensen zich naar huis, diep weggedoken in hun jassen.

Vader en zoon passeren twee mannen die tegen de brug aangeleund staan. Ze kijken op hun telefoon en af en toe wijst een van hen met een vragende blik een bepaalde richting op. Beide dragen bemodderde wandelschoenen, een waterdicht jack en rugzakken. De jongen is bijna ongemerkt weer tot stilstand gekomen en staat zich nu te vergapen aan het indrukwekkende fototoestel dat een van de wandelaars nonchalant over zijn schouder heeft hangen. Als de vader de zoon met enige moeite weer in beweging heeft gekregen, richt de fotograaf zijn camera en drukt af.

Dit is mijn verhaal bij die foto. Of het werkelijk zo gegaan is, weet ik niet. Ik was er niet bij, daar op die Schotse brug in de mist. De foto is een herinnering van twee wandelaars zonder doel, die de omgeving van Edinburgh door hun cameralens zagen. Stukjes Schotland namen zij mee terug naar huis. Fracties van levens legden zij vast op de gevoelige plaat.

Met genoegen denken zij terug aan die ene avond dat ze een overnachtingsplek zochten en er zich een mistige en fotogenieke wereld ontvouwde. In hun geestesoog veranderden zij de auto’s in koetsen en de anachronistische grote groene rugzak lieten ze helemaal uit beeld verdwijnen. Daar begonnen zij hun verhaal. Alles was nog mogelijk.

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

Jacobspad etappe 3: Ten Boer – Groningen

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 21 km
Startpunt: Ten Boer bushalte Boltbrug
Eindpunt: Groningen Centraal Station

Bij de bushalte in Ten Boer begint onze wandeling

Een maand geleden eindigden we onze etappe in Ten Boer. Met een man minder beginnen we vandaag in deze Groningse plaats. De bus brengt ons in ruim 20 minuten vanaf Groningen Centraal op de plek van bestemming. Er is zon voorspeld en hoge temperaturen (13 graden!). Vol verwachting stappen we uit de bus.

Ten Boer blijkt net als meerdere plaatsjes waar we voorgaande etappes doorheen kwamen ook een echte kloosterkerk te herbergen. Bij een wereldwinkel die in een schitterende oude boerderij gevestigd is, slaan we af en komen via de achterkant bij de 13e-eeuwse kerk uit. Eens hoorde deze kerk bij het benedictinessenklooster van Ten Boer.

We lopen om de kerk heen en slaan een klein paadje in waar een bord ‘verboden voor onbevoegden’ ons enigszins aan het twijfelen brengt. De routeomschrijving zegt echter dat we hierin moeten en we lopen langs achtertuinen en voordeuren naar een pleintje met een waterput. Voor we het weten, staan we weer in de straat van de wereldwinkel en kijken tegen een oplaadpunt voor elektrische auto’s aan. Het voelt welhaast als een anachronisme. Samen met het levensgrote schaakbord en de huizen geeft het de kerk nu een heel ander aangezicht.

De kerk van Ten Boer met schaakbord

We lopen Ten Boer uit over een betonpad. Dwars door de weilanden komen we in Thesinge. Oude, kleine huisjes bevolken de straten. De molenaar begroet ons vanaf zijn molen. Bij de kloosterkerk bewonderen we het plaatje. Geflankeerd door vele grafstenen uit vervlogen eeuwen, sneeuwklokjes en knotwilgen staat dit 13e-eeuwse overblijfsel van het grote kloostercomplex Germania er idyllisch bij.

Ook Thesinge heeft een kloosterkerk

Als we het dorpje weer uitlopen, zien we in een boom bij een RUST-punt een bord hangen voor de pelgrims van het Jacobspad. Santiago de Compostela is nog maar 2960 km, meldt het. ‘845 uur gaans’ staat er optimistisch onder. Wij zijn blij als we vandaag Groningen CS halen. Het regent inmiddels zachtjes, van de voorspelde zon is nog niet veel te zien. We lopen snel verder.

Een aanmoediging voor de pelgrim op weg naar Santiago de Compostela

Aan de einder zien we al een tijdje een aantal kenmerkende gebouwen van Groningen. Als we bij het Bevrijdingsbos komen en een bord meldt dat we in het gebied Kardinge beland zijn, is het duidelijk. We hebben de rand van de stad bereikt. Kardinge ken ik van het transferium en de ijsbaan, maar het blijkt ook een prachtig natuurgebied te zijn. Hoewel ik 7 jaar in Groningen heb gewoond, ontdek ik bij elk bezoek weer nieuwe dingen.

Aan het begin van het Bevrijdingsbos eten we een broodje en – heel toepasselijk – Groninger Koek. Het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus op een marmeren steen houden ons gezelschap. Het bos is in 1995 geplant bij de 50-jarige viering van de bevrijding van Nederland. Het is een dankbetuiging aan de Canadese bevrijders van Groningen in april 1945. De bomen in het bos zijn esdoorns. Het esdoornblad (maple leaf) is het nationale symbool van Canada. Door het bos loopt een pad met stenen waarop de tien rechten van het kind te lezen zijn. Door het grijze weer komt het jammer genoeg niet echt uit de verf voor ons.

Na het bos lopen we door Noorddijk, het laatste dorpje voor Groningen. De Groningse wijk Lewenborg is er praktisch tegenaan gebouwd. Toch heb je hier het landelijk gevoel. Mooie uitzichten, authentieke huizen en wederom een oude kerk maken dat je vlak bij de stad toch ‘buiten’ woont.

Noorddijk ligt vlak bij de stad, maar is toch echt ‘buiten’ met dit soort uitzichten

Door een natuurgebied met loslopende paarden en koeien komen we bij het Kardingermeer en uiteindelijk het sportcomplex Kardinge. Het wordt steeds drukker. Nederlandse maar ook Duitse bussen rijden af en aan met kinderen die op zaterdag hun sportwedstrijden spelen.

Via de Gerrit Krol-brug komen we op bekend terrein

We vervolgen de route en lopen nu echt de stad binnen. De Gerrit Krol-Brug brengt ons in de Korrewegwijk. Een wijk waar veel studenten wonen. De zon is inmiddels doorgebroken en zonder de wind uit de weilanden is het heerlijk. Op straat is het een drukte van belang. In het Noorderplantsoen zit het terras van de uitspanning helemaal vol. Iedereen wil de eerste lentezon meepikken. Het groene gras is vermengd met het geel en wit van de krokussen en sneeuwklokjes.

Het Noorderplantsoen is bezaaid met krokussen en sneeuwklokjes

Groningen is voor ons bekend terrein en we besluiten de stadswandeling uit de route te laten voor wat het is. We maken een kleine trip down memory lane via de Oude Kijk in ’t Jatstraat (waar ik jaren gestudeerd heb), de Vismarkt, de Grote Markt en de Oosterstraat om uiteindelijk weer bij het station uit te komen. In de vroegere stationsrestauratie is nu een Starbucks gevestigd. In een statige interieur drinken we onze thee en sluiten een gezellige wandeling af over bekende en onbekende wegen.

De provincie Groningen was verrassend mooi. Molens, kerken, eeuwenoude geschiedenis en weidse landschappen in overvloed. Volgende keer staat er een nieuwe provincie op het programma. Ik ben heel benieuwd wat Drenthe ons voor verhalen brengt.

Nog een eindje te gaan tot aan Hasselt


Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Verzamelaar van herinneringen

Over Het kleine leven van Norbert Jones van Marloes Kemming (2015)

Het kleine leven van Norbert Jones - Marloes Kemming

Norbert Jones is een verzamelaar. Niet zo iemand die maar spullen blijft binnenhalen om vervolgens te vervuilen in zijn eigen troep. Nee, Norbert heeft een collectie met bijzondere voorwerpen, schatten uit het verleden, als tegenwicht tegen de wegwerpmaatschappij en de vooruitgang. Althans, zo komt hij bekend te staan, nadat de plaatselijke krant een artikel over hem publiceert.

Norbert woont in het Engelse Exeter en is 77 jaar oud. Hij heeft net gehoord dat hij een aneurysma in zijn hoofd heeft dat waarschijnlijk binnen nu en een jaar zal knappen. Er is niks aan te doen, dus Norbert overziet zijn leven en besluit tot een soort afsluiting. Hij berekent dat hij bij elkaar ruim 19.000 voorwerpen heeft verzameld en daarnaast een meerdere decennia oud archief van krantenartikelen heeft opgebouwd. Met pijn in zijn hart neemt hij de moeilijke beslissing om er afstand van te doen. Het geld is voor zijn vrouw Emma.

Zijn schuur, waarin alles is verzameld, wordt een nostalgiewinkel. Alleen die potentiële kopers die een goed verhaal hebben bij het te kopen voorwerp mogen het voorwerp daadwerkelijk mee naar huis nemen. In het begin is het lastig om de spullen te laten gaan, maar Norbert krijgt er plezier in. Hij hoort de meest uiteenlopende verhalen en verkoopt zo flink wat voorwerpen, van kamerscherm tot horloge, van langspeelplaat tot bokshandschoen.

Door de voorwerpen maken we kennis met Norberts leven. Hoe hij nu al ruim 50 jaar samen is met zijn vrouw Emma, zijn gevoelens ten opzichte van zijn dochter Marie, maar ook over zijn eigen jeugd. Je leert zijn ouders kennen en ook zijn zusje Elisabeth (Beth). De eersten zijn al lang overleden, de laatste is op haar negende verdwenen en nooit meer teruggevonden. Het is nooit duidelijk geworden wat er gebeurd is.

Hij heeft het er nog altijd moeilijk mee en geeft zichzelf de schuld. Zijn hele leven is hij naar haar op zoek geweest. In de verzamelde voorwerpen en krantenartikelen meent hij haar te herkennen, hoe haar leven had kunnen verlopen. Met elk jaar dat verstrijkt, speurt hij de kranten af naar de ouder wordende Elisabeth. In een speciale map bewaart hij de verhalen over de vrouwen die zijn zus hadden kunnen zijn.

In mooie bewoordingen beschrijft Kemming het kleine leven van Norbert. Op het eerste gezicht typisch burgerlijk met de vaste dagelijkse patronen, maar langzaamaan ga je van Norbert houden. Je leert hem kennen en begrijpen en af en toe moet ik een brok wegslikken. Ook de verhalen van de kopers van de voorwerpen uit zijn verzameling zijn mooi en ontroerend.

Na 223 bladzijden was het boek uit. Veel te vroeg. Ik had nog veel meer willen lezen over Norbert. Het debuut van Marloes Kemming kan ik alleen maar aanraden. Neem de tijd en leef Norberts laatste maanden – en daarmee eigenlijk zijn hele kleine leven – mee. Het is een prachtig verhaal over herinneringen, ouder worden, loslaten, schuld, gemis en liefhebben. Maar ook over de verhalen van gewone mensen zoals jij en ik en hoe elk verhaal uniek is en waard om gehoord te worden.

Het blauw

Het blauw is overal. Boven en onder me, tegen me aan, tussen me in. Ik voel het tegen mijn huid, het zoekt toenadering tot mijn haren. Het voelt afstandelijk, glad maar toch stroef, warm maar niet per se aangenaam. Ronde vormen omringen me zover het oog strekt.

Het blauw is niet donker, het is niet licht. Het is de kleur van het blauwe uur tussen middag en avond. De zon heeft zich teruggetrokken en de avond bereidt zijn opwachting voor. Als ik echter mijn hoofd beweeg, verandert ook de kleur. Van middag naar avond en soms heel kort naar nacht.

Bewegen lukt en ik tunnelgraaf me een weg door de massa. Het blauw dwarrelt weg, zweeft omhoog, schiet opzij. Ik hoor geluiden als mijn vingers in aanraking komen met het oppervlak. Maar ik hoor ook wat anders. Doffe slagen in de verte, gemoffelde stemmen.

Waar ben ik? Zodra ik de glazen deuren doorging, was mijn oriëntatie verdwenen. Een paar seconden daarvoor wist ik nog heel goed waar ik heen moest. Enkele stappen verder, een bocht, een draaiing van mijn hoofd en weg was die zekerheid.

Dan hoor ik mijn naam, ergens uit deze kamer. Komt het van links? Ik doe een paar stappen in die richting en blijf staan. Weer mijn naam, nu van rechts. Ik begin te lopen in tegengestelde richting. En roep zijn naam. En loop. En roep.

Er is geen paniek. Verdwalen kan niet in deze afgesloten ruimte. Vroeg of laat kom je bij de uitgang. Maar ik voel een stijgende verbazing over hoe snel je gedesoriënteerd kunt raken. Hoe ongelooflijk vlug je ingesloten wordt door al dat blauw, dat in een andere situatie alleen maar bijdraagt aan de feestvreugde.

museum-voorlinden

Ik zie een hand en dan nog een. Ik zeg zijn naam. Maar de vrouw die aan de handen vastzit lijkt in niets op hem. Dat concludeert ze zelf ook als ze opmerkt dat ik helaas de verkeerde voor me heb. Naast haar zie ik nu ook een man opduiken. Een deel van zijn gezicht verschijnt, een arm. Hij groet me. “Kom, we gaan nog een rondje” zegt hij tegen de vrouw. En binnen een seconde zijn ze weer opgeslokt door het blauw.

Mijn naam klinkt nu dichtbij: “Waar ben je?” “Hier!” roep ik en ik voel zijn hand al op mijn schouder. Even later zijn lachende gezicht en dat van haar. Gevonden, zeggen hun glimlachen. Nu de deur nog. Die blijkt verrassend dichtbij.

In de naastgelegen ruimte fatsoeneren we onze statisch geworden haren. In hun ogen zie ik de schittering van plezier. “Het leukste onderdeel van het museum!”, zou mijn oudtante van 83 later zeggen. Achter de glazen deuren deinen de hoog opgestuwde blauwe ballonnen op en neer. Af en toe steekt er een hand bovenuit.

Wil je ook het blauw ervaren? Of een van de andere bijzondere kunstwerken, zoals het zwembad waar je in kunt staan zonder nat te worden? Bezoek dan ook Museum Voorlinden in Wassenaar. De ballonnen maken onderdeel uit van de tentoonstelling Say cheese! Van Martin Creed en is nog te zien tot en met 11 juni 2017.

Modder

Route: Trage Tocht Duursche Waarden Den Nul
Afstand: 11 km
Startpunt: Infocentrum IJssel Den Nul
Eindpunt: Infocentrum IJssel Den Nul

duursche-waarden

Het was een bijzondere gewaarwording. Wekenlang was het koud en stond ik in mijn dikste winterjas te kleumen op perrons. Toen was opeens de lente daar. Niet officieel en ook niet meteorologisch gezien, maar voor het gevoel zeker. Blauwe lucht, zonnetje en niet onbelangrijk: 13 graden! Wandelweer bij uitstek.

De 300ste Trage Tocht leek een uitgelezen route om op een middag als deze te wandelen. De route loopt door het natuurgebied Duursche Waarden langs de IJssel tussen Wijhe en Olst. Het infocentrum Den Nul vormt het beginpunt van deze en meerdere andere wandelingen in het gebied. In het centrum kun je ook terecht voor wisselende exposities, plaatselijke producten, informatie, maar ook een cappuccino.

Niet ver van het infocentrum steken we het water over, het natuurgebied in. De brug drijft op het water en bij elke stap die we zetten, beweegt de brug en horen we een krakend geluid. Het blijkt het laagje ijs te zijn dat nog op het water ligt. De brug is niet zo breed dat je elkaar kunt passeren en de weinige wandelaars die ons tegemoet komen, wachten totdat wij aan de overkant staan. Ik kan me voorstellen dat in de zomer de rijen iets langer zijn.

duursche-waarden
Nadat we een dijk zijn overgestoken, komen we onze eerste – maar zeker niet laatste – modderpoel tegen. De smeltende sneeuw verandert tijdens deze wandeling de onverharde paden, waar de trage tochten immers om bekend staan, in een groot modderbad. De waarschuwing voor de modder in de routeomschrijving is niet voor niets. We zijn blij dat onze bergschoenen waterdicht zijn.

De routebeschrijving volgend lopen we richting een vogelobservatiehut. We verwachten er doorgewinterde vogelaars met professionele camera’s. Telelens in de aanslag om die zeldzame vogel te spotten. Dat wordt fluisteren zodirect. Maar als we de hut binnenkomen blijkt een van de vogelaars uitgebreid te telefoneren met het thuisfront. In luide bewoordingen bespreekt hij een familiekwestie. Alle vogels die zich eventueel in de buurt van de hut ophielden zijn allang verdwenen.

duursche-waarden
We pikken de route weer op en komen al snel een trekpont tegen. We glibberen er naartoe en zetten onszelf over. We worden beloond met een schitterend uitzicht over het water, omlijst door kale bomen. De stralende zon levert mooie plaatjes op. We gaan verder en komen parallel aan de IJssel te lopen. Binnenvaartschepen passeren ons en in de verte zien we het kenmerkende gemeentehuis in Wijhe liggen.

Uitzicht nadat we onszelf hebben overgezet met de trekpont
Uitzicht nadat we onszelf hebben overgezet met de trekpont

Langs de IJssel in de volle zon is het gewoon warm en ik trek mijn jas uit. Een voorbijganger merkt op dat ik wel heel zomers gekleed ben en ik kan het alleen maar beamen. We genieten van de warmte en lopen tussen pony’s en hooglanders door. We passeren een uitkijktoren die in het niet valt bij de schoorsteen uit vervlogen tijden die er naast staat. Even later zien we de steenovens die bij de schoorsteen horen. In onbruik geraakt maar nog altijd hun plek innemend in het landschap.

duursche-waarden
Een landschap dat verrassend afwissend is. Langs meertjes en de rivier, over graslanden en dijken lopen we verder, totdat we in de verte een bos zien liggen. Langs de bosrand is de sneeuw nog in groten getale aanwezig. In de sneeuw zie ik iets wat verdacht veel lijkt op een zebra. Als we dichterbij komen, blijk ik me niet vergist te hebben. Er staat echt een zebra in de sneeuw.

duursche-waarden
Een houten wel te verstaan. Mijn opmerking “Dat lijkt wel een zebra!” zal de boerin die in de tuin van de naastgelegen boerderij bezig was, wel vaker hebben gehoord. Ik kan me haar heel goed gniffelend voorstellen, terwijl ze verder werkt. Het zal heel wat reacties teweegbrengen, een zebra aan de bosrand. Ik zou er wel een dagje willen doorbrengen, halverwege het bospad. Pen en papier in de aanslag. De blogpost ‘Kijk, een zebra’ zal niet moeilijk te vullen zijn.

Statige beukenlanen in de sneeuw
Statige beukenlanen in de sneeuw

We lopen verder het bos in. De besneeuwde lange beukenlanen geven deze lentedag een winters tintje. Ook de verlaten camping ’t Haasje doet toch wat af aan het voorjaarsgevoel dat we hebben. Over asfalt gaan we verder en zien in de verte het infocentrum al weer liggen. Op een laatste stuk zeer drassig onverhard terrein, levert de zuigende modder nog een flinke strijd. Met moeite komen we vooruit, onze broeken bedekt met bruine modderspatten. Het waterlaagje glinstert lieflijk in de zon.

duursche-waarden

Als we weer op bekend terrein staan, is de modderigheid niet minder geworden. Vlak voor de dijk waar we in het begin ook overheen gingen, komen we een ouder echtpaar tegen. Glibberend door de modder bereikt de man het klaphek en probeert het galant open te houden voor zijn vrouw. Haar witte gympen zijn niet meer wit te noemen en haar voorzichtige passen verraden enige tegenzin.

Als we even later aan de cappuccino zitten in het infocentrum komt hetzelfde echtpaar binnenlopen. Dat was een kort wandelingetje. De man herkent ons, knikt en werpt een veelbetekenende blik op zijn schoenen. Deze lentedag was voor hen veel te modderig voor een fatsoenlijke wandeling. Dan maar een kopje koffie met uitzicht over de uiterwaarden. Daar is de eerste lentedag van 2017 ook heel geschikt voor.

Het zeswoordenverhaal: Lijnen

Lijnenspel station Amersfoort

Dagelijks wachten plaatst zaken in perspectief

 

Op de site van Doldriest staat de schrijfuitdaging ‘Verhaal in zes woorden met beeld’.

“Schrijf een verhaal in slechts zes woorden. Laat je inspireren door een foto of afbeelding en schrijf daar je verhaal bij. Of bedenk eerst zes woorden en maak/zoek dan een foto.”

Het thema van deze keer is lijnen. Ik moest hierbij meteen denken aan een foto die ik eind december maakte op station Amersfoort. Op dit station heb ik heel wat uren wachtend door gebracht. Het is helemaal niet verkeerd om die uren observerend door te brengen. Dan gaan je dingen opvallen, zelfs op een grauwe dag als die dag.

Warmetruiendag

Warmetruiendag

Afgelopen vrijdag was het warmetruiendag. In het kader van energiebesparing gaat dan op veel plaatsen in het land de verwarming een standje lager. Ook mijn werkgever deed mee en al een aantal weken van tevoren werd aangekondigd dat die dag de verwarming een graad lager zou staan dan normaal. Dit riep veel reacties op.

Nu is de temperatuur in grotere gebouwen over het algemeen een bron van ergernis en discussie. De beheersing blijkt lastig. In de zomer is het zo koud dat je ondanks de 30 graden buiten wel een vest voor binnen mee moet nemen. In de winter moeten die vesten juist – ondanks de lage temperaturen buiten – weer uit. Een graadje lager leek mij daarom helemaal geen probleem.

Mijn collega’s dachten daar anders over en deze vrijdag was het gebouw welhaast verlaten. Men was massaal thuis gaan werken, waar de verwarming net als altijd op een behaaglijke 20 graden stond. Met een nespresso binnen handbereik prezen zij zich gelukkig dat zij de dag niet in de vrieskou op kantoor hoefden door te brengen.

Ondertussen op kantoor was de temperatuur aangenaam. Ik had mijn warme trui aan (want hey, op warmetruiendag draag je een warme trui) en een extra sjaal in mijn tas. Maar nodig was het niet. Die graad lager beviel uitstekend. Mijn weinige – eveneens in warme truien gehulde – collega’s konden dit alleen maar beamen.

Doe mij vaker zo’n dag! En niet alleen in de winter. In die koude kantoorzomers kun je ook energie besparen. Ik pleit daarom naast warmetruiendagen in de winter, voor kortemouwendagen in de zomer. In ieder geval in de grotere kantoorpanden.

En misschien kunnen we Nespresso vragen voor de sponsoring? Het was nu wel erg rustig op kantoor.