13 podcast-tips voor je ommetje

Sinds 13 maart werk ik, net als veel andere mensen, door een zeker virus thuis. Dit scheelt mij op een dag 3,5 uur aan reistijd. Dat klinkt veel, maar het lijkt (leek) veel korter. Die tijd in de trein en de bus bracht ik veelal lezend door. Per maand gingen er de nodige boeken doorheen. Ik lees nu ook nog wel, maar besteed de vrijgekomen tijd ook aan wandelen. Elke ochtend begin ik de dag met een ommetje van drie kwartier in de buurt. Omdat ik de omgeving inmiddels wel ken, luister ik sinds een paar maanden tijdens het wandelen naar podcasts.

Ik ontdekte een hoop leuke podcasts die wellicht niet allemaal even bekend zijn. Hieronder zet ik mijn favoriete podcasts van dit moment op een rijtje:

Natuur

Radio Hortus

Een aantal keren per jaar ben ik te vinden in de Hortus Botanicus van Leiden. De botanische tuin voelt als een oase van rust midden in de stad en ik ben er graag. Van het vroege voorjaar tot het late najaar, er is altijd veel te zien. Sinds eind 2019 maakt de Hortus een podcast over het doen en laten van de botanische tuin. De interviews met medewerkers en de weetjes over de tuin maken dat ik weer helemaal zin krijg in een bezoekje.

Puur natuur

Deze podcast wordt gemaakt door Natuurmonumenten. Boswachters vertellen over de gebieden van Natuurmonumenten zoals de Marker Wadden. Ook worden er mensen zoals schrijfster Griet op de Beeck geïnterviewd over hun relatie met de natuur. Ik ben er echt even uit met deze podcast.

Boeken

NPO Radio 1 Boekenpodcast

Presentatoren van NPO radio bespreken in wisselende duo’s per aflevering vier boeken die zij interessant vinden. Dit kan fictie zijn, maar ook komen er biografieën en geschiedenisboeken voorbij. De besprekingen per boek zijn precies lang genoeg om de luisteraar warm te maken. Door deze podcast zijn er al heel wat boeken op mijn nog te lezen lijstje beland.

Cultuur

Making an opera

In 8 afleveringen laat Stef Visjager zien hoe de opera Ritratto wordt gemaakt. Zij volgt anderhalf jaar lang 7 internationale jonge zangers van De Nationale Opera van audities tot generale repetitie. De première stond gepland op de ongelukkige datum vrijdag 13 maart 2020. Het was de dag waarop bijeenkomsten met meer dan 100 mensen werden afgelast i.v.m. de Corona-maatregelen. Hoewel ik nog nooit een opera heb gezien, vond ik dit inkijkje in de operawereld fascinerend.

Geschiedenis

De familie Romeijn

Zussen Aafke en Anneke Romeijn maakten deze podcast over hun zoektocht naar de geschiedenis van hun familie. Er gaan verhalen rond in de familie over familieleden die tijdens de Tweede Wereldoorlog misschien niet helemaal aan de juiste kant van de lijn stonden. Interessant om te horen hoe zij dit aanpakten en wat zij uiteindelijk ontdekt hebben.

Rivierverhalen

Wim Eikelboom vertelt in deze podcast de verhalen van de rivier de IJssel. Al eeuwenlang leven mens, natuur en rivier samen. Dat levert interessante verhalen op. Het doet me een beetje denken aan het reisprogramma Langs de Rijn waarbij Martin Hendriksma en Huub Stapel op zoek gaan naar verhalen over de Rijn terwijl ze van de bron naar de monding reizen.

Interviews algemeen

The Braveheart Club Podcast

In deze Podcast van Happinez interviewt schrijver en angst-onderzoeker Roanne van Voorst allerlei bekende en minder bekende mensen over moed. Een breed begrip dat mooi gesprekken oplevert.

Met Groenteman in de kast

Gijs Groenteman interviewt iedere week iemand die hem heeft verwonderd of is opgevallen. Hij schuwt de humor niet en door de goede vragen krijg je mooie gesprekken. Ik luister er vaak met een glimlach naar.

De Ben Tiggelaar Podcast

Schrijver en gedragswetenschapper Ben Tiggelaar interviewt elke twee weken interessante gasten over persoonlijk leiderschap. De geïnterviewden komen uit diverse vakgebieden en hebben elk weer een eigen kijk op het onderwerp. Ook voor mijn werk een interessante podcast.

Wandelen en avontuur

Ongebaande Paden Podcast

In 2019 liep Anne Mathot een deel van de Pacific Crest Trail, een langeafstandspad in Noord-Amerika van ruim 4000 km. Het pad loopt vanaf de grens met Mexico in het zuiden naar de grens met Canada in het noorden. Tijdens het wandelen in voornamelijk wildernis deelt Anne de mooie en minder mooie momenten. Je hoort de regen op haar tentje en de vogels om haar heen. Tijdens mijn ommetje ben ik echt even in de Amerikaanse wildernis.

Podcast voor Avontuurlijke Vrouwen

Wandelaar, schrijver en wereldreiziger Antonette Spaan interviewt in deze podcast avontuurlijke vrouwen. Van wereldreizigers tot vrouwen die avonturen dichter bij huis beleven. Hoe ziet hun leven eruit? Waarom hebben zij hiervoor gekozen? Wat is voor hen avontuur? Inspirerende verhalen die maken dat je je eigen leven op een andere manier gaat bekijken.

Wandellust met Twan Huys

Sinds maart dit jaar ligt het boek Wandellust van Twan Huys in de boekwinkel, waarin hij de mooiste wandelgebieden van Nederland beschrijft en zijn gesprekken met bijzondere mensen. In de gelijknamige podcast interviewt hij al wandelend vijf bekende en mindere bekende Nederlanders die allemaal een liefde voor wandelen hebben. O.a. de aflevering met Ben Feringa heb ik met veel plezier geluisterd. De Nobelprijswinnaar en hoogleraar natuurkunde neemt Twan Huys mee naar de Drentse Aa waar zij al pratend de weg kwijtraken.

Overig

Ongesigneerd

Dit is een al wat oudere podcast (de laatste aflevering is van februari 2019) over onopvallend design in de wereld om ons heen. Denk aan de stoeptegel of straatnaambordjes. Wat zijn de ideeën achter deze schijnbaar simpele elementen in het straatbeeld? De podcast zit goed in elkaar met geluidsfragmenten en muziek en is vaak niet langer dan een kwartier. Tjitske Mussche en Laura Stek doen het erg leuk en je leert in korte tijd interessante weetjes. Jammer dat er niet meer afleveringen zijn!

13 podcast-tips

Deze 13 zeer diverse podcasts geven mijn ommetjes een hele andere dimensie. Inmiddels ga ik af en toe weer naar kantoor, maar de ommetjes blijven. En de podcasts ook!

Welke (minder bekende) podcasts raden jullie me aan?

Niebroekerpad: wandelen door een Jac. P. Thijsse-landschap

Route: Klompenpad Niebroekerpad
Afstand: 14 km
Start: Dorpsplein 8 Nijbroek
Eind: Dorpsplein 8 Nijbroek

Op een stralende zomerdag parkeren we de auto in het uitgestorven Nijbroek. Onder het donkerrode gebladerte van de bomen aan het Dorpsplein is genoeg plek en schaduw. Nijbroek is eeuwenoud en ligt in een polder uit de middeleeuwen. Het is het enige dorp in de gemeente Voorst dat niet op een zandheuvel is ontstaan. Aan het plein staat de dorpskerk waar de historische kern van de plaats in de 16e en 17e eeuw omheen is gebouwd.

Kerk van Nijbroek met rechts het MKZ-monument

Van recentere datum is het MKZ- monument naast de kerk. Blijkbaar zijn in 2001 ook hier veel dieren geruimd bij de uitbraak van mond- en klauwzeer. Ik had er nog niet eerder een monument voor gezien. Twee bruine plastic stoeltjes nodigen de voorbijganger uit om hier wat langer bij stil te blijven staan/zitten.

MKZ-monument

Het pad start met een lus ten noorden van Nijbroek, de verkorte route slaat dit stuk over. Dat is eigenlijk zonde. Het is er prachtig. Over een onverhard pad lopen we het dorp uit en komen al snel op een graspaadje langs een sloot terecht. Het gras is net gemaaid en nog nat. Langs de waterkant staan diverse bloeiende bloemen. Ook de sigaren (lisdodden) ontbreken niet. De insecten vliegen af en aan. We wanen ons in een Jac. P. Thijsse landschap.

Jac P. Thijsse-landschap

Na een ietwat zwaarder stuk door een weiland met hoogstaand nat gras komen we met klamme sokken bij de Middendijk aan en later bij de Zeedijk. Het zijn kleine geasfalteerde wegen die we een paar kilometers volgen. Zeedijk klinkt misschien wat vreemd in deze contreien waar de zee ver te zoeken is. ‘Zee’ heeft echter niks met water te maken, maar is een verbastering van ‘zij’. De dijk liep langs het gebied aan de oostzijde van Nijbroek.

Na de Zeedijk wordt het pad weer onverhard en volgt een slootje langs weilanden en een bosrand. We lopen hier op met een ander Klompenpad: het Woldermarkerpad. Er groeien veel brandnetels waar allerhande vlinders op vertoeven. De atalanta, de dagpauwoog en de gehakkelde aurelia fladderen voorbij. Later volgen het landkaartje en het koevinkje. Ook worden we omringd door diverse juffers en libellen.

Landkaartje
Koevinkje

Op de Wellerweg, eerst een fietspad met nieuwsgierige koeien, later een zandweggetje dat eens een verbindingsweg was tussen Deventer en Nijbroek, zien we de eerste andere wandelaars van vanochtend. De teller zal uiteindelijk op drie blijven steken. Niet veel voor zo’n prachtige wandeldag als vandaag, midden in de vakantie. Nu is het zo dat er veel Klompenpaden in dit gebied zijn (zoals het Fliertpad dat we eerder liepen), maar ook andere wandelroutes. Genoeg keus dus!

Na deze volgden er nog veel meer nieuwsgierige koeien

Na de Wellerweg loopt de route verder langs de Nijbroekse Wetering. Ook hier is het pad weer keurig gemaaid. Het mais staat hoog en de eerste aanzetten van maiskolven zijn zichtbaar. Het is hier rustig. Qua mensen dan. De vogels fluiten naar hartenlust, de vlinders en libellen vliegen af en aan. Ook is er op de achtergrond het niet aflatende geluid van de vliegtuigjes die waarschijnlijk op vliegveld Teuge zijn opgestegen. Het is blijkbaar goed vliegweer.

Langs de Nijbroekse Wetering

Onder een lindeboom eten we op een bankje onze lunch met uitzicht op de weilanden. In de schaduw met een briesje krijg ik een beetje spijt dat ik geen boek heb meegenomen. Het zit hier heerlijk. Een uurtje langer was geen probleem geweest. Maar helaas, bij gebrek aan boek en met nog een paar kilometers voor de boeg gaan we weer verder.

Vlak voor Nijbroek haalt een wandelaar ons in. Hij loopt in een hoog tempo en binnen korte tijd is hij een stipje in de verte geworden. Op ons gemakje lopen ook wij het dorp weer in. De auto staat nog steeds in de schaduw van de hoge bomen en is nog koel van binnen. Geen overbodige luxe bij dit weer. We kijken terug op een mooie wandeling. De lange rechte paden, die enkele wandelaars op de site van klompenpaden saai noemen, zijn voor mij alles behalve dat. De natuur waar de paden doorheen lopen en het mooie zomerweer maakten dit tot een prachtige wandeling.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Pieterpad etappe 8: Coevorden – Hardenberg

Route: Pieterpad
Afstand: 19 km
Start: Station Coevorden
Eind: Station Hardenberg

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

Op een stralende zondagmorgen in juli zetten we de auto bij station Hardenberg. Met mijn mondkapje in de aanslag stap ik voor het eerst in maanden weer in een trein. Het is nog geen 9 uur en we zijn de enige reizigers in de coupé. Ik had wel wat Pieterpadders verwacht. Het is ideaal wandelweer.

In Coevorden stappen we uit op bekend terrein. Hier stonden we vorige maand ook. Ditmaal nemen we geen koffie bij de bakker, maar gaan meteen op pad. We verwachten in Gramsbergen, dat halverwege de etappe ligt, wel een horeca-gelegenheid te vinden. Langs een voormalig station uit 1910 van de Dedemvaartsche Stoomtramweg Maatschappij – de tramdienst werd in 1947 opgeheven – lopen we Coevorden uit.

Voormalig station DSM, rechts van de slagboom

Al snel bevinden we ons op een onverhard pad in de richting van de Poort van Drenthe, een kunstproject van zwerfkeien uit 2005. Van Coevorden is niets meer te zien, we lopen midden in de natuur en zijn dicht bij de grens met Overijssel. Een meneer met een hond komt ons tegemoet en zit duidelijk niet verlegen om een praatje. Hij loopt hier elke dag, vertelt hij, en komt vrijwel altijd Pieterpad-wandelaars tegen. Voorheen moest hij ze vaak de weg wijzen omdat de route niet duidelijk was. Hij heeft zelfs eens een paar verdwaalde en uitgeputte wandelaars, die het Pieterpad van zuid naar noord liepen, met de auto naar het station gebracht. Gelukkig is de markering nu beter.

Poort van Drenthe

Er komen twee andere wandelaars aan. “Ga maar snel verder” zegt de meneer tegen ons, “dan hou ik hen wel aan de praat, zodat jullie een voorsprong kunnen opbouwen.” Hoewel het natuurlijk geen wedstrijd is, willen we wel weer verder en maken dankbaar gebruik van zijn aanbod. Als we een paar honderd meter verder nog even achterom kijken, zien we de twee wandelaars in een gesprek verwikkeld met de hondenuitlater. We hebben hen niet meer gezien.

De omgeving trekt onze aandacht. Het pad is prachtig. Over kleine onverharde paadjes lopen we tussen wilde bloemen langs de waterkant en koren-, aardappel- en maisvelden door. De weerspiegeling van de Hollandse luchten in het gladde wateroppervlak maken het plaatje compleet.

Het zomerse weer zorgt voor mooie plaatjes

Na wat verharde wegen, omzoomd door eikenbomen komen we bij De Haandrik, een ‘spaghetti’-kruispunt (aldus het boekje) van de Vecht, verschillende kanalen en een spoorlijn. Langs de kanten zitten veel Duitse vissers, als ik de nummerborden op hun auto’s mag geloven. Duitsland is niet ver weg. Het is naast heerlijk wandelweer blijkbaar ook prima visweer. En uiteraard goed fietsweer: wielrenners, e-bikers, maar ook motorrijders rijden in groten getale voorbij.

De Vecht bij het spaghetti-knooppunt

Over een rustig weggetje lopen we in niet al te lange tijd naar Gramsbergen. Aan het begin van de plaats zien we aan het water een terras. De vele rugzakken en wandelschoenen wijzen op mede Pieterpad-wandelaars. Uiteraard nemen we hier ook even pauze. Naderhand blijkt dit een goede beslissing. In het kleine centrum van Gramsbergen vinden we naast een bronzen beeld van Pieterpad-wandelaars alleen maar lege terrassen. De horeca blijkt gesloten.

‘Pieterpad’ van Nelleke Allersma (1996)

Na Gramsbergen komen we in Ane. Een plaats met een geschiedenis. Hier vond de slag van Ane plaats toen in 1227 de Drenten o.l.v. de heer van Coevorden in opstand kwamen tegen de bisschop van Utrecht. De bisschop overleefde deze slag niet. De jongen van de bakker in Coevorden vertelde tijdens de vorige etappe ook trots dit verhaal over ‘zijn’ Coevorden. Ik kende de slag van Ane ook van het Christoffelpad, dat ik vorig jaar liep. Ik wandelde toen door Zwartewatersklooster (een buurtschap bij Hasselt in Overijssel) waar ooit een klooster is gebouwd als boetedoening voor de omgekomen bisschop. Ook schijnen er ridders begraven te liggen, die gesneuveld zijn in de slag. Van zowel het klooster als de riddergraven is in Zwartewatersklooster nu niets meer te zien.

Monument Slag bij Ane

Het is tijd voor de lunch als we een bankje spotten aan de Aner Esch. In het zonnetje eten we ons brood op en groeten alle langskomende fietsers (en dat waren er nogal wat). We wandelen verder door het Engelandsche Bos dat groeit op een afgesneden Vechtmeander. Ik lees in het boekje dat de naam Engeland weideland betekent en komt van het nabijgelegen buurtschap Engeland.

Na het bos zigzaggen we naar Hardenberg. Het laatste stuk lopen we aan de voet van de Vechtdijk en steken dan de rivier over. In Hardenberg verlaten wij de route, die verder loopt in de richting van Ommen. Wij wandelen door het centrum naar het station. Ook hier is er nergens een terrasje open. Ligt het aan de zondag? In ieder geval niet aan het weer, dat was vandaag prachtig.

Hardenberg aan de Vecht

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Wandelen in het Reestdal

Route: Trage Tocht Oud-Avereest
Afstand: 13 km
Start: Bezoekerscentrum De Wheem, Oud Avereest 22 in Oud-Avereest
Eind: Bezoekerscentrum De Wheem, Oud Avereest 22 in Oud-Avereest

Bruggetje over de Reest

Op de grens van Overijssel en Drenthe stroomt de veenbeek de Reest. Het is een van de weinige riviertjes in Nederland dat nog sterk meandert. Door het welhaast ontbreken van menselijk ingrijpen is het landschap in het beekdal behouden gebleven, waardoor je nu door een eeuwenoud cultuurlandschap loopt.

Ik kende het Reestdal van naam, maar had er nog nooit gewandeld. Op een druilerige en winderige zondag in juli beginnen we aan de Trage Tocht Oud-Avereest die een rondje van 13 kilometer door het gebied maakt. Als we een paar honderd meter van het bezoekerscentrum verwijderd zijn, lopen we al tussen de velden. Terwijl we uitkijken over de deinende korenaren en korenbloemen, lezen we op een aantal panelen over de verschillende gewassen die in dit gebied te vinden zijn, zoals spelt, zomertarwe en boekweit.

Tussen de velden valt genoeg te lezen

Niet veel later steken we de Reest over en wandelen we Drenthe in. Onder laaghangende eikenbomen lopen we langs een uitgestrekt heideveld waar schapen grazen. In de open vlakte steken de majestueuze bomen duidelijk af tegen de dreigende lucht. Wat is het hier prachtig, zelfs bij dit weer!

We steken een weg over en komen in het gebied Takkenhoogte-Meeuwenveen. Je vindt hier een oeverzwaluwwand en vanaf een kijkheuvel heb je een mooi uitzicht op het gebied. Op een bankje op die heuvel drinken wij onze meegebrachte koffie. Beneden ons, op het pad, horen we stemmen van voorbij rennende hardlopers en van een gezin met twee enthousiaste jongetjes. Wij zien ze vanaf deze plek goed. Zij ons niet.

Uitzicht vanaf de kijkheuvel

Verderop grazen Schotse Hooglanders. Als we langslopen, merken ze ons nauwelijks op. Het pad gaat verder door een bos en over heidevelden. Als de heide echt in bloei staat, zal het hier een paarse zee van bloemen zijn. Op een afstandje zien we het Meeuwenveen liggen. Ooit zat hier een grote kokmeeuwenkolonie. Deze is allang verdwenen, maar de naam is gebleven. Het ven is een zogenaamde pingoruïne, in de ijstijd was dit een ijsheuvel. Toen de temperaturen omhoog gingen, is de laag aarde met het smeltwater van de ijsheuvel afgegleden. Hierdoor ontstond er een aarden wal rond de heuvel. Toen ook de ijskern smolt, bleef er een vennetje achter binnen de wal.

Takkenhoogte

Als ik de informatie lees over de pingo, vliegt er opeens een kleurige vogel voorbij. Mijn medewandelaar heeft de verrekijker al in de aanslag en herkent de vogel met de lange staart, het zorro-masker, de grijze kop en de roodbruine vleugels als de grauwe klauwier. Die hadden we nog niet eerder gezien! Een telefonerende hardloper komt nietsvermoedend aanlopen waardoor de vogel opvliegt en verdwijnt.

Ook wij lopen maar weer door over bospaden en langs graanvelden. Voor het buurtschap Den Huizen passeren we de Reest opnieuw. Het smalle watertje staat vol waterplanten. Het is een prachtig riviertje om te kanoën, maar we vragen ons af of dat wel mag. Iets om uit te zoeken.

De Reest

De route wordt drukker. We komen in de buurt van campings en regelmatig moeten we uitwijken we voor gezinnen met kinderwagens, hondenuitlaters en een enkele hardloper. Het pad maakt een lus door het bos, waarna het nog een klein stukje is naar ons beginpunt. Inmiddels is er een voorzichtig zonnetje doorgebroken, waardoor er meer vlinders actief worden. Een koolwitje en een bont zandoogje blijven geduldig zitten voor de foto.

Bont zandoogje

De parkeerplaats bij het bezoekerscentrum is een stuk drukker geworden. En geef de wandelaars eens ongelijk. Het is een prachtig gebied om er op uit te trekken. Niet in de laatste plaats met behulp van deze wandeling, die zich met recht een trage tocht mag noemen. Trage tochten zijn natuurwandelingen waarvan minimaal 70% over onverharde paden gaat. Ik denk dat deze tocht wel in de buurt van de 100% komt. Deze gevarieerde wandeling is een echte aanrader.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Twentse Tocht | Hof Espelo en Lonnekermeer

Route: Twentse Tocht 3 Hof Espelo – Lonnekermeer uit Twaalf Twentse tochten (2019) van Truus Wijnen. Klik hier voor de digitale versie op Wandelzoekpagina.
Afstand: 17 km
Start: Parkeerplaats Bezoekerscentrum Koetshuis Hof Espelo, Weerseloseweg 259 Enschede
Eind: Parkeerplaats Bezoekerscentrum Koetshuis Hof Espelo, Weerseloseweg 259 Enschede

Op Twitter en Instagram volg ik Truus Wijnen die daar met groot succes ‘haar’ Twente promoot als wandelgebied. Na alle mooie foto’s en wandelbeschrijvingen besluiten ook wij een paar dagen naar Twente te gaan. Uiteraard koop ik het wandelboekje Twaalf Twentse tochten van – jawel – Truus Wijnen, waarin twaalf rondwandelingen beschreven staan door het Twentse land.

De wandeling ‘Hof Espelo – Lonnekermeer’ is in 2015 door de bezoekers van Wandelzoekpagina verkozen tot ‘mooiste wandeling van het jaar’. Dat maakt me nieuwsgierig. Op een doordeweekse dag parkeren we de auto bij het bezoekerscentrum Koetshuis Hof Espelo van Landschap Overijssel. Hoewel er naast het gebouw een stuk of 15 mensen (vrijwilligers?) gezellig koffiedrinkend in een cirkel zitten, is het bezoekerscentrum niet open. Enkel op zondag.

Bij bewolkt weer lopen we over bospaden en lanen over landgoed Hof Espelo. Het is een van de landgoederen rondom Enschede die door rijke textielfabrikanten gekocht werden. Zij bouwden er o.a. hun zomerverblijf. We wandelen door het begin deze eeuw aangelegde sterrenbos (een bos met paden in de vorm van een ster) en komen in de wildernis terecht. Letterlijk.

We komen in de Wildernis terecht

Via de Hartjesbosweg (waar komt die leuke naam vandaan?) komen we uit bij landgoed Lonnekermeer waarop twee meertjes liggen. Deze meertjes zijn ontstaan toen er zand afgegraven werd voor de aanleg van de Twentse spoorlijnen. Op een bankje kijken we uit over het water en even waan ik me in Zweden. Totdat twee hondenuitlaters, plat Twents pratend, langslopen.

Het lijkt wel Zweden

Langs veel eiken met de eikenprocessierups maken we een lus om de meertjes. Op panelen langs het pad staan verschillende gedichten van de Twentse dichter Willem Wilmink, zowel in het Nederlands als in het Twents. We wijken ietwat af van de route in het boekje om er nog een paar meer mee te pakken. Deze kans laat ik me niet ontglippen.

Gedichten van Willem Wilmink op landgoed Lonnekermeer

Het wordt zonniger en dat merk je aan de natuur. Steeds meer vlinders fladderen op, vogels zingen naar hartenlust. Op de kleine bospaadjes en brede zandwegen blijven we regelmatig staan om naar een fladderaar te kijken. In de bermen staat kamille, dat heerlijk geurt. Via een beekje dat idyllisch door het bos meandert komen we bij de campus van de universiteit Twente uit.

De route gaat dwars over de campus waar de studentenonderkomens, de collegezalen, maar ook veel voorzieningen zijn. Het lijkt wel een dorp op zich. Mooi gelegen, direct grenzend aan de natuur. Nu erg rustig, maar in andere maanden waarschijnlijk een stuk drukker. Aan de wandelboulevard besluiten we een broodje te eten met uitzicht op een vijver met een half verzonken klokkentoren: het Torentje van Drienerlo. Het is een ontwerp uit 1979 van Wim T. Schippers en staat symbool voor het achterblijven van kerkelijke dogma’s bij nieuwe wetenschappelijke inzichten. Twee meerkoeten zorgen voor vermaak terwijl ze een nest in gereedheid brengen. Twee zwanen kijken vanaf de kant toe hoe de ene meerkoet op en neer zwemt met takjes en blaadjes, terwijl de andere ze aanpakt en het nest ordent.

Torentje van Drienerlo

Vanaf de campus lopen we over kleine paadjes, langs mannen in witte pakken die de eikenprocessierups verwijderen en langs meerdere hardlopende studenten over bospaden in een paar kilometer weer terug naar de auto.

University of Twente

Leuk om eens de campus van universiteit Twente te hebben gezien. Het ligt er mooi te midden van het groen. Ook de wandeling zelf was de moeite waard. Het maakt me benieuwd naar de andere tochten uit het boekje.

Welke wandeling uit Twaalf Twentse tochten kunnen jullie me aanraden?

Aan het einde van de wandeling brak de zon goed door

Elke Maand Een … | Verhaal achter een portret

Elke Maand Een: Museum
Museum: Rijksmuseum Twenthe
Waar: Enschede

Eindelijk zijn de musea weer open. Tijdens een midweek Twente grijpen we onze kans en bezoeken op een regenachtige dag Rijksmuseum Twenthe. Ik was er eenmaal eerder vanwege een tentoonstelling van de werken van William Turner. Erg mooi, maar vreselijk druk. Op deze doordeweekse dag is het een stuk rustiger.

Naast een tentoonstelling over Picasso en Matisse (een expositie over beide schilders zagen we in 2016 in Kunstmuseum Pablo Picasso Münster) zijn er hoogtepunten uit de eigen collectie te zien: De Schatkamers. Een portrettengalerij is onderdeel van deze expositie. In twee kamers hangen allerhande portretten: één kamer met echtparen en één kamer met enkel individuen.

In die tweede kamer word je omringd door mensen. In sober zwart geklede heren met witte kragen kijken je aan, terwijl je de ogen van de dame in de groene japon met haar hoed met zwierige veer in je rug voelt priemen. Waar je ook kijkt, de mannen, vrouwen en kinderen kijken terug. Sommige al sinds de 16e eeuw, andere pas sinds enkele jaren. Ruim 500 jaar portretkunst bijeen gebracht op drie muren. Intrigerend.

Jan Adam Kruseman, 1852

Mijn aandacht wordt getrokken door een portret van een jonge vrouw met een boek in haar hand. Ze poseert voor de druivenranken, leunend tegen een muurtje. Pijpenkrullen omlijsten haar gezicht, dat door de zwarte jurk met kanten kraagje en camee, mooi uitkomt. De voorkant van het boek houdt ze ondersteboven, maar de titel is duidelijk te lezen: Eerste gedichten van P.A. de Genestet uit 1852. Ergens gaat er een belletje rinkelen.

Detail van het schilderij

De geportretteerde vrouw blijkt Henriette Bienfait (1824 – 1859) te zijn, echtgenote van de in zijn tijd zeer bekende dichter en dominee Petrus Augustus de Génestet (1829 – 1861). Op het schilderij uit 1852, geschilderd door Jan Adam Kruseman, pleegvader van de Génestet, ziet Henriette er goed uit. Ze is dat jaar net getrouwd met haar dichter en samen zullen zij vier kinderen krijgen. Zeven jaar later verandert alles. Tuberculose krijgt vat op het gezin en in een paar jaar tijd overlijden Henriette, een van haar zoontjes en ook haar man.

Elk schilderij dat in deze kamer hangt, groot of klein, oud of recent, heeft zo zijn eigen verhaal. Het zijn allemaal portretten van mensen die geleefd hebben, rijkdom en armoede, geluk en ongeluk hebben gekend en op een enkeling na nu overleden zijn. Op de bordjes kan de museumbezoeker wat summiere gegevens vinden. Om te achterhalen hoe al deze levens eruit zagen, zal de nieuwsgierige bezoeker wat meer moeite moeten doen. Het maakt dat ik bij een portret en helemaal bij een galerij met portretten wat langer stil blijf staan. Letterlijk. Gelukkig was het rustig in het museum.

Net als vorig jaar is de Elke Maand Een …- uitdaging in 2020 een combinatie van eerdere uitdagingen. Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Ook dit jaar komen alle eerdere categorieën aan bod. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Kanoën in De Wieden

Route: Kanoroute Belt-Schutsloot van Natuurmonumenten
Afstand: 12 km
Start: Parkeerplaats Belterweg 12, Belt-Schutsloot
Eind: Parkeerplaats Belterweg 12, Belt-Schutsloot

Een boek met inspirerende kanotochten

Dit jaar kwam de herziene versie uit van het boek Kanoparadijs Nederland van Frank van Zwol en Jolanda Linschooten. Het bevat 43 leuk beschreven kano- en suptochten in heel Nederland. Nu had ik mezelf voorgenomen om meer te gaan kanoën dit jaar. Dit boek biedt daar volop inspiratie voor. Ik kocht het in februari. Terwijl het buiten nog lang geen kanoweer was, genoot ik op de bank al van de mooie tochten die op me lagen te wachten. Vandaag was het zover en kanoden we de tocht door De Wieden. Deze tocht volgt de door Natuurmonumenten uitgezette route.

Nu is De Wieden geen onbekend terrein. Ik was er al vaker, ook met de kano. De laatste keer was vorig jaar zomer. We kwamen er toen na een paar kilometer achter dat onze vouwkano een gaatje in de bodem had. We namen de kortste weg terug naar de auto in de hoop niet nog een heel stuk te hoeven zwemmen. Dat lukte. De vouwkano is inmiddels gemaakt, maar vandaag betreden we het water met onze opblaaskano’s.

Het is kwart over 8 op een doordeweekse dag als we de verlaten parkeerplaats vlak voor Belt-Schutsloot oprijden. Op ons gemakje maken we de kano’s kano-klaar en beginnen aan onze tocht. Officieel is het rondje 10 km, maar onze opstapplaats ligt niet aan de route waardoor we nog een paar kilometers meer varen. Als eerste komen we door een stil Belt-Schutsloot, een idyllisch dorpje. De boerderijen hebben veelal rieten daken. Riet genoeg in de omgeving. De tuinen die aan het water grenzen vormen een kleurige bloemenzee en liggen er keurig bij.

Belt-Schutsloot

De Wieden is onderdeel van Nationaal Park Weerribben – Wieden, in de kop van Overijssel. Zowel De Weerribben als De Wieden zijn ontstaan door veenafgravingen. Bij de Weerribben heeft dat geresulteerd in haaks op elkaar gelegen rechte vaarten en sloten, bij de Wieden is alles veel kronkeliger. Het is elke keer weer een verrassing wat de volgende bocht je brengt. Je komt er uitgestrekte rietpercelen tegen, maar ook moerasbossen, allerhande plassen, meren, slootjes en veel bijzondere plant- en diersoorten.

De route die we varen maakt als het ware twee lussen die doorsneden worden door de Arembergergracht, een bredere vaart met veel motorbootjes. We volgen de markering van Natuurmonumenten die met genummerde bruine wegwijzers de kanoërs de goede kant op stuurt. Met alleen die markering waren we er niet gekomen. Er zijn teveel aftakkingen onderweg waar geen markering staat. De GPS-route bij dit boek komt dan ook goed van pas. Ik kan me levendig voorstellen dat je in dit gebied kunt verdwalen. Zeker in deze tijd van het jaar. Het riet staat nu hoog, waardoor je geen overzicht meer hebt over waar je bent.

Markering onderweg, dit is bij het eerste uitstappunt

Het wordt vandaag warm en dat merk je nu al. Een hoed met brede rand is geen overbodige luxe en de zonnebrand in de tas gebruiken we straks een tweede keer. Aanvankelijk staat er nauwelijks wind, waardoor het wateroppervlak er als een spiegel bij ligt. Boven het water zweven libellen, in het riet horen we het alles overstemmende gezang van de rietzanger en op de top van een rietstengel zit een rietgors onbekommerd zijn ding te doen. Als kanoër vaar je welhaast geruisloos voorbij waardoor je veel dieren kunt spotten.

Na 4 kilometer komen we het eerste uitstappunt tegen. De enige andere (tweepersoons) kano die we vandaag zien, vaart er net weg. Dus we hebben geluk. De al wat oudere kanoërs groeten vriendelijk. Het uitstappunt blijkt ook een kanokampeerplek te zijn. Je mag er de nacht doorbrengen met maximaal 3 trekkerstentjes binnen 10 meter van de paal. Er zijn verder geen voorzieningen. Wildkamperen in Nederland mag niet, maar dit komt aardig in de buurt. Wat leuk dat dit er is. Zou hier veel gebruik van gemaakt worden?

Kanokampeerplek en uitstappunt

Na een stroopwafelpauze varen we verder over de kronkelige slootjes en vaarten. Langzaamaan komt er wat meer wind. Heerlijk. We komen verschillende kolken (poelen) tegen met namen als het Toppenkolkje en het Stobbenkolkje, maar ook wijdes, zoals de Kleine Belterwijde. Een wijde (spreek uit: wiede) is nu een plas maar vroeger lagen hier trekgaten en ribben (legakkers), ontstaan door de veenafgravingen. Door stormen zijn verschillende ribben onder water verdwenen en ontstonden deze plassen.

De tweede lus is korter dan de eerste en na meerdere kolken en plassen, sommige vol met bloeiende waterlelies en hier en daar een zwaan, komt Belt-Schutsloot weer in zicht. Dit was een prachtige tocht door de natuur, waardoor ik me nog meer in mijn voornemen gesterkt voel om meer te gaan kanoën. Ik sluit me helemaal aan bij de zin uit Kanoparadijs Nederland:

“[…] want bij een kanotocht beleef je niet alleen het water, maar ook het weer, je stemming, de vrienden om je heen, het moment van de dag of de periode van je leven.”

Mocht je nu geen eigen kano hebben, dan is er genoeg keuze in kanoverhuurbedrijven. Op de site kanoparadijs vind je verschillende adressen, maar ook routes en overnachtingen in Nationaal Park Weerribben-Wieden. Tot slot nog een tip: als je echt rust zoekt en wil genieten van de vogels en insecten onderweg, ga dan op een doordeweekse dag buiten de zomervakantie. Uit eerdere ervaring weet ik dat het hier ook aardig druk kan zijn met fluisterbootjes en huurkano’s.

Benieuwd naar andere kanoroutes die ik gevaren heb? Je vindt ze hier.

Pieterpad etappe 7: Sleen – Coevorden

Route: Pieterpad
Afstand: 23 km
Start: Sleen centrum
Eind: Coevorden station

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

Bloeiende aardappelvelden onderweg

Sinds half maart heb ik geen langeafstandswandelingen meer gedaan. De etappes lopen over het algemeen van A naar B en openbaar vervoer is nu geen optie. Dit is zeker geen noodzakelijke reis. Hoe kom je dan weer thuis of bij je auto? Wij probeerden tijdens deze etappe de auto-fiets-auto combinatie uit en het beviel ons uitstekend. Het van A naar B-wandelseizoen is weer geopend.

Op een zonnige zaterdag parkeren we de auto bij station Coevorden en pakken de fietsen van de auto om richting Sleen te fietsen, 16 km verderop. Het is 8 uur en we speculeren over een open koffietentje in Sleen. Te vroeg, concluderen we. We zijn 200 meter van de auto als we op een oud Van Gend & Loospand het bord Slagter, de echte bakker zien staan. En nog belangrijker, de mededeling dat ze open zijn. Elke doorgewinterde wandelaar weet dat als er een koffiegelegenheid op zijn of haar pad komt hij of zij deze moet grijpen. De volgende is vaak verder weg dan je wil.

Vlakbij de bakker vinden we een kwatrijn van Jean Pierre Rawie

We nemen plaats op het terras. Als de medewerker de cappuccino brengt, zit hij niet verlegen om een praatje. Hij vertelt dat het hele stationsgebied net twee weken geleden is opgeleverd, evenals het kunstwerk waar we op uitkijken. “Het zijn de contouren van de stadsgracht” legt hij uit, wijzend naar het blauw-gouden hoekige lint dat uit een vijvertje omhoog steekt. Hij vindt het gebied erg mooi geworden. En weten we dat Coevorden de enige echte stad van Drenthe is? Met een heus kasteel. In de middeleeuwen hebben de Drenten o.l.v. de heer van Coevorden toch maar mooi de bisschop van Utrecht verslagen. “De slag bij Ane” reageer ik enthousiast, zoals ik net in het wandelboekje had gelezen. “Jaja” zegt de jonge jongen, alsof dat een feitje is dat elk willekeurig mens paraat heeft.

Na deze les geschiedenis stappen we weer op de fiets. We willen vandaag immers nog wandelen. In een klein uurtje fietsen we naar Sleen, waar we de fietsen parkeren en aan de etappe beginnen. Over een lange weg lopen we het mooie dorpje uit. We komen op een onverhard pad langs een akker. In de berm bloeien wilde bloemen in allerlei kleuren. We lopen richting een van de velen vaarten die we deze etappe tegenkomen: de Jongbloedvaart. Bekend terrein voor ons. Hier fietsten we deze ochtend ook.

Na een brug verkennen we de andere zijde van de vaart. Het boekje rept over een zandpad, maar al wat wij zien is een groene jungle. Het pad is redelijk overwoekerd. Na deze wildernistocht komen we uit bij de Verlengde Hoogeveensche Vaart.

Over overwoekerde paden

Tot onze verbazing varen er meerdere grote motorboten op het niet al te brede water. De drie bruggen die we tijdens de daarop volgende kilometers tegenkomen, worden allen bediend door dezelfde bruggenwachtster. Met haar elektrische fiets is ze net op tijd bij de volgende brug om hem open te doen voor steeds hetzelfde motorjacht. Een van de bruggen heeft de naam Hoolbrug. Het is een originele draaibrug en heeft nog een authentiek brugwachtershuisje.

De Hoolbrug en brugwachtershuisje

De route gaat verder naar Den Hool, een mooi gelegen gehuchtje met een kleine brink. We komen hier een paar wandelaars tegen die voor ons liepen en nu neergestreken zijn bij een theeschenkerij. Wij teren nog op de koffie van de bakker en lopen verder. We wandelen langs velden vol koren en bloeiende aardappelakkers. Tot ook wij in Dalerveen de koffie met lekkers niet kunnen weerstaan.

Korenvelden

Na de koffie vervolgen we onze weg over de Oude Dalerveensestraat, een lange weg met hoge bomen. We kruisen het Nieuwe Drostendiep en het Oude Drostendiep. Deze laatste ligt er een stuk aantrekkelijker bij. De bloeiende gele plomp in het water helpt ook mee. Verderop, midden in de natuur, komen we langs een Joodse begraafplaats die in de 18e eeuw gesticht is voor de kleine Joodse gemeenschap van Dalen. Het ligt op een heuveltje en lijkt goed onderhouden. We zien slechts 1 grafsteen. In 2003 is er sinds decennia weer iemand begraven.

Joodse begraafplaats van Dalen met helemaal rechts de nieuwe grafsteen

Een gedicht van Bertus IJdens geeft in het Drents en Nederlands een inkijkje in de geschiedenis van deze plek.

Straatgedicht van Bertus IJdens

Na de begraafplaats wandelen we verder over een schelpenpaadje en komen bij het bekende vakantiepark De Huttenheugte uit, waarnaast ook Plopsaland Indoor gevestigd is. Maya de Bij kijkt ons na als we het park de rug toekeren en onze weg vervolgen. Vlak bij Coevorden krijgen we weer te maken met een pad dat voornamelijk uit hoge grassen bestaat. Zonder machete weten we ons ook hier een weg te banen en bereiken het Stieltjes kanaal, dat dwars door Coevorden loopt.

Over een beschaduwd pad langs het water lopen we de ganzenstad binnen. Net als Oxford heeft de plaats haar oorsprong in de doorwaadbare plaats (vorde of ford) voor koeien/ossen. Door een park volgen we een tijdje de contouren van de gracht. We zien een opvallende watertoren en dan het kasteel. Met de woorden van de bakkermedewerker in gedachten nemen we er een kijkje. Het is nu een hotel. ‘Slapen in het enige kasteel van Drenthe’ had als slogan niet misstaan.

Het enige kasteel van Drenthe

In het park, bij het kasteel maar ook bij het station komen we straatgedichten tegen. De kwatrijnen van Jean Pierre Rawie staan op 10 historische plekken in de stad en vertellen over de geschiedenis. Eigenlijk net als bij de bakker vanochtend. Ze behoren tot het project ‘Scherven van een stad’.

5 van de 10 kwatrijnen in Coevorden

En dan bereiken we weer het station en daarmee de auto. Ons rest nog een autoritje naar Sleen, om de fietsen op te halen. Die auto-fiets-auto combinatie bevalt goed en schept mogelijkheden. Onderweg naar Sleen begint de voorpret al voor de volgende wandeling. Alle langeafstandspaden, streekpaden en wandelnetwerkpaden die ik aan het wandelen ben, passeren de revue. Welke wordt de volgende?

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Fliertpad: wandelen langs beroemde landhuizen bij Twello

Route: Klompenpad: Fliertpad
Afstand: 16 km
Start: Parkeerplaats gemeentehuis, H.W. Iordenweg 17 Twello
Eind: Parkeerplaats gemeentehuis, H.W. Iordenweg 17 Twello

Twello: bij het horen van de naam dacht ik dat de plaats in Twente lag, Hengelo en Almelo in gedachten. Maar niets is minder waar. Twello ligt in Gelderland, in het grensgebied tussen IJssel en Veluwe, grofweg tussen Deventer en Apeldoorn. Ik was er vandaag voor het eerst. Om er een klompenpad te lopen. De statige landgoederen, karakteristieke boerderijen en het beekdal van de Fliert, waar je volgens de beschrijving resp. over, langs en doorheen komt als wandelaar, spraken me aan. De beschrijving heeft niets teveel gezegd.

Op een zonnige zaterdag parkeren we de auto op de parkeerplaats bij het gemeentehuis van gemeente Voorst in Twello. De hekken om het gebouw en de staat van het pand doen vermoeden dat de gemeenteambtenaren momenteel ergens anders werken. Een bord waarschuwt ons voor de roeken in de eiken rondom de parkeerplaats. In deze tijd hebben ze jongen en het kan zijn dat je auto geraakt wordt door vogelpoep en takjes. Vanwege een zekere rups hadden we de auto gelukkig al zo ver mogelijk van de bomen af geparkeerd.

De klompenpadstickers vinden we meteen en via onverharde weggetjes wandelen we al snel Twello uit. Achter ons lopen twee stevige, kale mannen met meerdere tattoos. De bergschoenen, de wandeluitrusting en het feit dat ze dezelfde afslagen nemen als wij, doen vermoeden dat zij ook het Fliertpad lopen. Wij staan een paar keer stil om een vogel te spotten, waardoor zij ons al snel inhalen. Ze groeten vriendelijk en met een “we zien jullie wel weer” lopen ze verder.

De lucht is stralend blauw. Het wordt vandaag warm en dat voel je nu al. De plassen op de weggetjes van de buien van die nacht geven een verfrissend gevoel. Ook de natte grashalmen op de overwoekerde paadjes waar we even later lopen zijn heerlijk fris aan onze benen. We spotten veel libellen, vlinders en zelfs een roodborsttapuit, waar mijn vogel-enthousiaste medewandelaar erg blij mee is.

We bereiken de – een stuk hoger gelegen – Wilpsedijk. We lopen op en langs deze dijk en zien dan onder een imposante boom de twee kale wandelaars zitten. Ze kijken uit op een landhuis aan het water met op de voorgrond een ooievaarsnest, waar het hele gezin thuis is. Een mooi plekje om even uit de zon wat te drinken. Als ze ook de klompenpad-app gebruiken, weten ze dat ze het van oorsprong 19e-eeuwse landhuis ‘t Schol zien. In 1974 brandde het helemaal uit en was daarmee het perfecte decor voor landhuis ‘Hartenstein’ in de film A bridge too far.

Landhuis ’t Schol

Na een groet laten we ze lekker zitten en lopen een saai stukje tegemoet langs de N344. Gelukkig duurt het niet lang en even later kijken we op een hoger gelegen parallelweg uit over het Stadsland. In vroeger tijden de moestuin van Deventer, toen de IJssel nog een andere loop had en de rivier met een grote boog naar het westen liep. Tegenwoordig ligt de Hanzestad aan de andere kant van de IJssel. Op de huidige landbouwgronden is de kans aanwezig dat je een patrijs ziet. Wij moeten ons helaas tevreden stellen met een paar houtduiven.

Stadsland: ooit de moestuin van Deventer

Een bordje wijst naar het Hof van Twello aan de andere kant van de weg. Er is een streekwinkel en een blotevoetenpad. Nieuwsgierig geworden en hopend op koffie wijken we van de route af. Het Hof van Twello blijkt een stuk groter dan verwacht. We vinden er allerhande planten in kassen, een speeltuin, een streekwinkel en een heus terras tussen de citroenboompjes. Nu de horeca weer open is, maken we er dankbaar gebruik van.

Uiteraard zijn de kale wandelaars ons weer gepasseerd toen we aan de koffie zaten. We komen ze bij landgoed het Hunderen weer tegen. “Tot straks” beloven we elkaar enthousiast. Maar het zou de laatste keer zijn dat we ze zien. Het landhuis ligt er prachtig bij en in het omliggende bos met waterpartijen is het mooi wandelen, zelfs met rollators. Een oudere mevrouw met rollator en kleindochter groet ons en wenst ons een prettige wandeling.

Op landgoed het Hunderen

Op een bord lees ik dat dit landhuis bekend is geworden door het boek Heren van de thee van Hella S. Haasse. De naam van het landhuis zegt me helemaal niets, hoewel ik het boek – alweer een tijdje geleden – met veel plezier gelezen heb. Tijd voor een herlezing.

Landhuis het Hunderen

Het Fliertpad bestaat als het ware uit twee lussen, waardoor je de route ook in een verkorte versie kunt lopen van 11 km. Wij doen beide lussen en de tweede begint na het Hunderen. Via een appelboomgaard komen we op een graspad langs een sloot terecht. De grashalmen staan hoog, waardoor we ons regelmatig echt een weg moeten banen. Het lijkt wel of deze tweede lus niet veel gelopen wordt.

Appelboomgaard

 

Overwoekerde paden

Het is maar goed dat wij het wel doen, want we komen hier eindelijk de naamgever van dit pad tegen: het beekje de Fliert. Volgens de app is de Fliert waarschijnlijk een van de weinige natuurlijke beken in de omgeving. Op het verlaten pad waar we lopen ligt de beek er mooi bij met de waterlelies en overhangende bomen.

De Fliert

Na de Fliert slingert het pad door weilanden en waterbergingsbossen van Vitens. Het levert mooie vergezichten op waarvoor we regelmatig stil blijven staan. Ook loopt de route even op met een ander klompenpad (Avervoorderpad). Genoeg vervolgwandelingen hier.

Na enkele kilometers staan we weer voor landhuis het Hunderen. Vanaf hier maakt de route de lus af richting het beginpunt. Via verkoelende bospaden komt de kerktoren van Twello weer in zicht en lopen we het laatste stukje naar de auto. De roeken hebben zich koest gehouden en wij kijken terug op een mooie afwisselende wandeling die zeker door meer wandelaars gelopen zou moeten worden. Al is het maar om de paden iets minder overwoekerd te houden.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Elke Maand Een … | Kanoroute Noordoost-Veluwe

Elke Maand Een: Route
Route: Kanoroute Noordoost-Veluwe bij Wapenveld
Afstand: 5 km
Start: Opstapplaats Bruggenhoek bij Wapenveld
Eind: Opstapplaats Bruggenhoek bij Wapenveld

Wij kanode de driehoek aan vaarten in de rode cirkel, met begin en eind bij knooppunt 6

Begin maart liepen we het Klompenpad Paddenpad bij Wapenveld. Op verschillende plekken kwamen we bordjes met kanoknooppunten tegen. We namen ons voor om op een zonnige voorjaarsdag dit gebied per kano te bekijken. Twee-en-een-halve maand later is het zover en ziet de wereld er compleet anders uit. Afgezien van een wereldwijde crisis is het waterpeil dramatisch gezakt. Moesten we begin maart nog omlopen vanwege het hoge water, nu wordt opgeroepen om zo weinig mogelijk water te gebruiken. Delen van de route zijn zelfs bijna drooggevallen.

Aan de Revelingseweg bij Wapenveld ligt het kano-opstappunt Bruggenhoek, tevens knooppunt 6. Twee stromen komen hier samen, de Wetering en de Nieuwe Wetering. Op beide plekken zijn kanosteigers gemaakt. Wij parkeren de auto bij de Wetering en maken onze opblaasbare kano’s kano-klaar. Het is er stil, op wat wandelaars na, waardoor we in alle rust kunnen bedenken hoe dat ook alweer moest, zo’n kano kano-gereed maken. Een eerste keer kanoën is elk jaar weer even puzzelen.

Klaar om het water in te gaan

We besluiten een niet al te lang rondje te doen en varen eerst de bredere Wetering op. Het water loopt parallel aan de dijk waarop we liepen met het Paddenpad, het gebied van de hoogwatergeul tussen Veessen en Wapenveld. De 8 kilometer lange geul wordt geopend als het waterpeil in de IJssel een kritiek punt bereikt. Hoogspanningsmasten domineren het landschap. Vanaf het water ziet zo’n gebied er weer heel anders uit.

Op de Wetering

Op het water is niemand, op een enkele meerkoet na. Op de oever staat een visser die net zijn lijn uitwerpt. Hij hoort ons niet aankomen. Ik waarschuw mijn mede-kanoër voor de lijn, maar geluid draagt ver op het water. “Geen probleem hoor”, roept de visser, trekt de lijn weer in en wacht tot we voorbij zijn. Ik vraag me af hoe vaak hij hier kanoërs tegenkomt.

De Wetering eindigt bij het Gemaal Veluwe. Bij een steiger tillen we beide kano’s uit het water en bieden daarmee vertier voor een stel koffiedrinkende fietsers op een picknickbankje. Ze willen weten of het opblaasbare kano’s zijn en of ze makkelijk te tillen zijn. We antwoorden bevestigend en illustreren ons antwoord door met zijn tweeën de twee kano’s op te tillen (ik de twee voorkanten en mijn mede-kanoër de achterkanten) en naar de steiger aan de andere kant van de weg te lopen. “Veel plezier nog” horen we achter ons. Glimlachend lopen we verder. Kano’s in elkaar zetten, te water laten, overtillen en zelfs het kanoën zelf zijn altijd een goede aanleiding voor een praatje.

De knooppunten zijn duidelijk aangegeven

Aan de andere kant van het gemaal kun je via de Zwarte Kolk verder richting Hattem, maar daar staat bijna geen water meer. Wat een verschil met maart toen dit hele gebied onder water stond. Wij hadden gelukkig al besloten om de andere kant op te gaan. In de beduidend smallere Nieuwe Wetering leggen we de kano’s er weer in en varen terug in de richting waar we vandaan kwamen. Aanvankelijk is het water overgroeid met struiken en bomen, maar al snel kanoën we langs grote nieuwbouwhuizen met tuinen aan het water. Koeien in een verderop gelegen weiland vinden ons interessant en rennen een heel stuk luid loeiend met ons mee. Dan volgt een camping waar campers en een enkele caravan netjes op een rij staan. Ze zijn er lekker even uit met het mooie pinksterweekend.

Geïnteresseerde koeien

Bruggenhoek komt weer in zicht. We tillen de kano’s eruit en lopen nog een paar honderd meter naar de plek waar we de auto hebben geparkeerd. Het is een stuk drukker geworden. De steiger waar we vanochtend erin zijn gegaan is nu bezet door twee zonnebadende mensen. Verderop heeft een gezin het zich gemakkelijk gemaakt aan het water. De kinderen zwemmen joelend in de Wetering. Twee wandelaars zitten op een picknickbankje en zijn benieuwd naar onze kano’s. Uiteraard beantwoorden we hun vragen.

Het was een mooie kanoroute, hier in het overgangsgebied tussen de IJssel en de Veluwe. Kanoknooppunt-bordjes wijzen in de richting van de volgende kanosteigers. De steigers zelf zijn nieuw. En het was rustig, we hebben geen andere kanoërs gezien hoewel het uitgelezen kanoweer was. Ik vraag me af hoe bekend deze route is. We hebben slechts een deel van de route gedaan. De officiële kanoroute loopt tussen Hattem en Veessen en is 12 km lang. Er zijn verschillende opstappunten. Mocht je geen eigen kano hebben, bij Vadesto in Hattem kun je kano’s huren. Meer informatie over het kanogebied vind je hier.

Net als vorig jaar is de Elke Maand Een …- uitdaging in 2020 een combinatie van eerdere uitdagingen. Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Ook dit jaar komen alle eerdere categorieën aan bod. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Benieuwd naar andere kanoroutes die ik gevaren heb? Je vindt ze hier.