Overvaller

Bron: carnavalsland.nl

“Geef me je geld!” roept de gemaskerde man met overslaande stem terwijl hij zijn trillende pistool op de man achter de kassa richt. Zachtjes klinkt nog het belletje bij de deur na. Door zijn getinte glazen neemt de winkeleigenaar de overvaller rustig op. Dan verschijnt er een glimlach om zijn lippen.

Even daarvoor had deze in zwarte kleding gehulde overvaller – toen nog zonder bivakmuts – voor de winkel een korte discussie gehad met een andere man – ook in zwarte kleding. De laatste had een paar grootse armgebaren gemaakt. De schouders van de overvaller die nu in de winkel staat, waren nog wat verder naar voren gezakt. Voordat de winkeleigenaar had verstaan waar de discussie precies over ging, had de ene man de andere een duwtje gegeven richting de sigarenzaak. Half struikelend had hij de muts over zijn hoofd getrokken.

En nu staat die overvaller hier dus voor hem. De andere leunt, nu ook met muts, tegen de winkeldeur. Hij probeert een deuntje te fluiten en kijkt om zich heen alsof hij daar toevallig staat. Zijn bivakmuts doet voorbijgangers stilstaan. Een jongetje van een jaar of 8 wijst naar hem en vraagt zijn moeder: “Is dat nu een echte overvaller?” Zijn moeder trekt hem snel mee, terwijl hij enthousiast “cool!” roept.

In de winkel wacht de overvaller op een reactie van de winkeleigenaar. Die glimlacht nog wat meer. Langzaam buigt hij zich naar de overvaller toe, totdat zijn omvangrijke buik de toonbank raakt. Hij probeert zijn blik te vangen. “Mag ik je een tip geven?” Zijn toon is vertrouwelijk. De overvaller doet een stapje naar achter, maar blijft naar de winkelier kijken. Zijn pistool wijst inmiddels naar de vitrine achter de kassa, waarin fidget spinners in diverse kleuren liggen te verstoffen.

“Op dit tijdstip zit er nog weinig geld in de kassa. Als je nu verstandig bent, kom je tegen vijven terug. Dan kun je de hele dagopbrengst meekrijgen.” De overvaller aarzelt, laat de woorden op zich inwerken, doet nog een stapje terug en draait zich dan om. Half rennend is hij in een paar tellen bij de deur en duwt hem open. Een diepe zucht ontsnapt hem. Het belletje klingelt vrolijk. Buiten grijpt hij de arm van zijn kompaan en trekt hem mee.

Dan zijn ze uit het zicht verdwenen. De winkelier knippert met zijn ogen. Werkte dat nu net echt? Dan pakt hij zijn telefoon en typt het nummer van de politie in.

Een collega hoorde op de radio het bijzondere verhaal van twee overvallers, die op advies van de winkelier later op de dag terugkwamen vanwege een grotere buit. Uiteraard stond toen de politie klaar om de criminelen in de kraag te grijpen. Hoe verrast zullen beide partijen zijn geweest. De politie omdat de overvallers daadwerkelijk zo onnozel waren om terug te komen en de overvallers omdat de winkelier de politie had gebeld. ‘s Avonds in de trein terug bleef het verhaal door mijn hoofd spoken. Hoe zou dat precies zijn gegaan?

Advertenties

Westerborkpad etappe 18: Meppel – Koekange

Route: Westerborkpad
Afstand: 13 km
Start: Station Meppel
Eind: Bushalte Dorpsstraat Koekange

De Wetering net buiten Meppel

Het is november maar het lijkt wel lente. Qua temperaturen dan. Zonder jas lopen we deze 18e etappe van het Westerborkpad. De natuur doet wel haar best het nog enigszins herfstig te laten lijken. De bomen en struiken onderweg zijn fel geel en oranje gekleurd. De blauwe lucht en de groene weilanden maken het plaatje af.

We zetten de auto in Koekange en nemen de 8-persoonsbus naar station Meppel. De bus rijdt maar één keer per uur en niet de hele dag, op deze manier hoeven we aan het einde van onze etappe niet te wachten. Op station Meppel pikken we de route weer op waar we de vorige keer geëindigd zijn.

Het pad maakt een lus door het centrum van Meppel zodat de wandelaar langs het Joods monument loopt, opgericht ter nagedachtenis aan de Meppeler Joden die zijn vermoord in de oorlog. Hun namen zijn aangebracht in de muur van de halfopen kapel. Van de 267 Joodse inwoners in 1941 hebben slechts enkele tientallen de oorlog overleefd, voornamelijk door onder te duiken.

Joods monument Meppel

Hierna slingert de route door nieuwbouwwijken die er ondanks het mooie weer niet heel aantrekkelijk uit zien. We kruisen het spoor en later de A32 en komen in een groenere omgeving terecht. In een grasveld voor een woonwijk staat een monument voor een gesneuvelde soldaat. Op die plek, zaten hij en zijn mede-soldaten in een aarden bunker. Het was 10 mei 1940, de dag dat de Duitsers Nederland binnenvielen. De bunker werd door een granaat getroffen en sergeant Anne Willem Swart kwam om het leven, 23 jaar oud. Hij was de enige militair die die dag bij Meppel het omkwam.

Monument voor een in 1940 omgekomen soldaat

Weer wat kennis wijzer (het optrekkende Duitse leger kwam blijkbaar ook langs Meppel) lopen we verder. We laten de woonwijk achter ons en volgen de vaart De Wetering. Die brengt ons bij het Tolhuis de Knijpe, omstreeks 1870 gebouwd. Op de gevel geeft een bord aan wat de tol was “op den straatweg naar de Wijk en naar Koekange”. Zo betaalde je 1,5 cent voor “elken bok, geit of hond, gespannen voor rij- of voertuig”. Een kudde schapen of varkens “sterker dan 50 stuks in ééns” kostte 50 cent. De aanleg van de straatweg moest terugbetaald worden door de gebruikers van de weg, vandaar de tol.

Tolhuis de Knijpe

De Wetering komt wat later uit in de Hoogeveensche Vaart. De route blijft een tijd dit water volgen. We zijn niet de enige wandelaars en er vaart zelfs een motorbootje voorbij. Lenteachtige taferelen. Ter hoogte van Rogat verlaten we de vaart en nemen de Broekhuizerweg naar Koekange. Aan weerszijden staan felgele en oranje bomen. Een incidenteel briesje doet af en toe wat bladeren naar beneden dwarrelen. Bij grijs herfstweer ziet het er hier waarschijnlijk heel wat minder aantrekkelijk uit.

Hoogeveensche Vaart

We lopen een tijdje langs het spoor, kruisen het Maarten van Rossumpad en komen dan in het dorpje aan waar we die ochtend op de bus zijn gestapt. De zon schijnt nog even uitbundig. Volgende keer naar Hoogeveen, hopelijk met dezelfde herfstige omstandigheden.

We zijn weer in Koekange

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Wandelen in Leiden

Route: Groene Wissel Leiden: Leidsche Hout en Oude binnenstad
Afstand: 10 km
Startpunt: Parkeerplaats aan de Lange Voort, Oegstgeest
Eindpunt: Parkeerplaats aan de Lange Voort, Oegstgeest

Na een gezellig bezoekje aan mijn oudtante in Leiden besluiten we nog een rondje te wandelen in de omgeving. We kiezen voor een Groene Wissel wandeling die door de Leidse binnenstad gaat, maar ook ons onbekende parken aandoet in Oegstgeest. Wellicht dat ik mijn verzameling Leidse straatgedichten nog kan uitbreiden.

Het is een koude, maar zonovergoten herfstdag als we de auto parkeren in de buurt van Landgoed Oud-Poelgeest. We besluiten het rondje tegen de klok in te lopen en komen al snel in het Leidsche Hout waar veel mensen ook aan hun zondagmiddagwandeling zijn begonnen. Ouders met kleine kinderen, jonge en oudere echtparen met en zonder honden, hardlopers, studenten op een swapfiets: het is gezellig druk in dit overigens erg mooie park. In 1931 geopend en ooit aangelegd als werkverschaffingsproject, zoals ook het Amsterdamse Bos.

Doorkijkje in het Leidsche Hout

Het park ligt op de grens van Oegstgeest en Leiden en niet veel later lopen we dan ook door Leiden. Langs Hogeschool Leiden, het LUMC en zelfs het voormalige Pesthuis. Een mooi pand met een tuin met kunstwerken, maar nu wel ingeklemd tussen het ziekenhuis en meerdere wegen.

Het voormalige Pesthuis

Na het LUMC steken we via het station door naar de binnenstad. Hier lopen we om Museum Volkenkunde heen. Een museum dat ik meerdere keren heb bezocht (zie bijvoorbeeld dit artikel over een bijzondere balsport die de Maya’s eeuwen geleden al speelden), maar nu laten we het voor wat het is.

Het Museum Volkenkunde is zeker een bezoekje waard

Langs de Morspoort die in de steigers staat, steken we het Galgewater over. En dan volgt het Rapenburg, de beroemde straat met een aantal musea, maar ook straatgedichten. Mijn verzameling wordt in een paar honderd meter danig uitgebreid!

Straatgedichten in het Japans, Pools, Muskogee (Indianentaal) en Nederlands

We lopen langs de Hortus Botanicus – ook bekend terrein waar we een andere keer weer graag terugkomen – , maken een lusje langs het water over de 5e Binnenvestgracht en komen via een hofje weer terug op het Rapenburg. Door het Van der Werfpark lopen we langs het Steenschuur, de gracht waar in 1807 de Leidse buskruitramp plaatsvond. Een kruitschip met bijna 18.000 kg kruit aan boord ontplofte. Er vielen 151 doden en ruim 2000 gewonden. Meer dan 200 huizen werden verwoest. Het is moeilijk in te denken als je nu naar de gevels, de blauwe lucht en de in het water glinsterende zonnetje kijkt.

5e Binnenvestgracht

Na een cappuccino bij de Koornbrug zigzaggen we verder door het centrum. We komen in straatjes waar we nog niet eerder zijn geweest, zetten onbekende straatgedichten op de foto en lopen zo langzaamaan de binnenstad weer uit. Via de drukke Willem de Zwijgerlaan en de Oegstgeesterweg komen we in het Heempark uit. Het is inmiddels eind van de middag en een stuk minder druk. De lage zon werpt lange schaduwen en levert mooie plaatjes op.

Het Heempark

Het laatste stuk van de route brengt ons weer naar Landgoed Oud-Poelgeest. Het kasteel wordt in de namiddagzon mooi weerspiegeld in het water. Achter de ramen is het een drukte van belang, er is duidelijk een feestje gaande. In het omringende bos begint het al schemerig te worden. Gelukkig is de auto niet ver meer.

Kasteel Oud-Poelgeest

Deze Groene Wissel is een afwisselende rondwandeling door de combinatie van Leidse binnenstad en parken. Wie de hele dag de tijd heeft, kan deze wandeling prima combineren met een bezoekje aan een van de musea die je onderweg tegenkomt.

Pottemennekes

Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Maastricht
Dichter: Wiel Kusters

De serveerster is in de weer met de tafels, stoelen en kussens. Op zo’n zonnige herfstdag als vandaag willen de mensen niet binnen zitten. Lunchen in het zonnetje, met uitzicht op de Maas, dat is wat men wil. Dat is wat iedereen wel wil. Ik glimlach naar haar als ze even opkijkt van haar werkzaamheden. ‘Ga maar door’, probeer ik uit te stralen, ‘ik maak alleen even een foto’.

Het muurgedicht staat levensgroot op de zijkant van het eigen theater van Toneelgroep Maastricht, waar ook het theatercafé bij hoort. Zwarte letters op een intens witte muur. Nog grotere letters laten geen twijfel bestaan over de oorspronkelijke functie van het gebouw. BORDENHAL, schreeuwt het me toe.

Ooit was de aarde plat, je viel eraf
wanneer je, tegendraads, de rand opzocht
en wars van hoge heren, blind voor straf
een moeten vond in wat niet kon of mocht.

De hemel was toen hoog, je klom erin
als je je hoofd maar boog, je hand ophield,
geen dingen zei over een Nieuw Begin,
je kromde, bad en werkte, neergeknield.

Van aarde was de schotel, was het bord
dat uit jouw hand ontstond, waarvan je at
en dat je brak. De fabrikant zijn naam

stond op de onderkant, jouw pseudoniem.
Uit leem en geest zijn wij, ook jij wist dat.
De mens heeft zich in kunst omhoog gestort.

Wiel Kusters

Lange tijd stond op deze plek de aardewerkfabriek Société Céramique. Serviezen werden hier gemaakt, maar ook lampetstellen en wc-potten. In de bordenhal uit 1880 beschilderden de pottemennekes met de hand de serviezen met allerlei motieven. Aan de onderkant stond zoals het gedicht zegt ‘de fabrikant zijn naam’. Aan het beeldmerk van een leeuw, omcirkeld door de woorden ‘Société Céramique Maestricht’ herken je nog de sporen van hun noeste arbeid.

Het was een andere tijd, een ander leven. Lekker lunchen op het terras of een toneelvoorstelling bezoeken, zat er voor deze mensen niet in. ‘Je kromde, bad en werkte, neergeknield.’ De wereld was nog plat en ‘je viel eraf wanneer je, tegendraads, de rand opzocht’. Als je ‘wars van hoge heren, blind voor straf een moeten vond in wat niet kon of mocht’. Je wereld was van aarde.

Tot ver in de twintigste eeuw heeft de fabriek daar gestaan, aan de oostelijke oever van de Maas. De naam van de wijk die er nu is verrezen (Céramique) herinnert nog aan die tijd. In het multifunctionele gebouw Centre Céramique is een grote collectie Maastricht aardewerk te vinden. En nu is er een gedicht dat de pottemennekes weer laat herleven, even, voor de wandelaar langs de Maas, de bezoeker van het theater en voor de straatgedichtverzamelaar.

Wiel Kusters is een Limburgse dichter met een omvangrijk oeuvre van dichtbundels, proza maar ook theaterwerken. Hij heeft o.a. meegewerkt aan stukken die de Toneelgroep Maastricht opvoert in de Bordenhal. In Maastricht zijn meer straatgedichten van zijn hand te vinden.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 17: De Lichtmis – Meppel

Route: Westerborkpad
Afstand: 20 km
Start: Bushalte De Lichtmis
Eind: Station Meppel

De route loopt lange stukken langs het spoor

Op een van de eerste echte herfstdagen van dit jaar lopen wij verder over het Westerborkpad. We verlaten Overijssel en gaan een nieuwe provincie in, Drenthe. We starten bij de bushalte in De Lichtmis, werpen nog een laatste blik op de voormalige watertoren en gaan dan op weg richting Staphorst.

Restaurant De Koperen Hoogte in een voormalige watertoren

Achter ons zien we twee wandelaars die dezelfde weg lijken te volgen. Als we afslaan op een zandpad, doen zij dat later ook. Dat moeten wel Westerborkpadwandelaars zijn. Wij lopen echter een stuk sneller en de afstand tussen ons wordt alleen maar groter. We zouden ze niet meer terugzien.

Het zandpad

Deze etappe volgt het spoor nauwgezet. Na een paar kilometer komen we op de Spoordijk en wandelen over asfalt en later zandwegen naast het spoor. Op een punt zien we zelfs Jacobspadmarkering. Hier liepen we eerder! Toen onderweg naar Hasselt.

Hier liepen we eerder!

Op de weg langs het spoor komen we een klein katje tegen dat op ons afrent en naast ons blijft lopen. We verwachten dat het na een paar 100 meter wel omkeert, maar niets blijkt minder waar. Het blijft maar naast ons lopen en voor ons en tussen ons in. We moeten ons best doen niet over het beestje te struikelen. Kilometers lang hebben we opeens een katje op sleeptouw.

Onze medewandelaar

Vlak voor het Werkkamp ’t Wiede Gat is onze medewandelaar plotseling verdwenen. Misschien was het te ver van huis en kreeg hij honger. Ook het weer zal niet geholpen hebben. Miezerregenbuien volgen elkaar in rap tempo op. Dat zijn we niet meer gewend na alle zonnige etappes sinds het voorjaar.

We lopen om het gebied heen waar vroeger het werkkamp was. Nu is er enkel bos te zien. En een bordje. In 1942 werkten hier enkele maanden 96 Joodse mannen als dwangarbeider. Na ontruiming van het kamp werden ze overgebracht naar Kamp Westerbork. Na een kort verblijf werden de meesten gedeporteerd naar Auschwitz.

Voormalig werkkamp ’t Wiede Gat

Na ’t Wiede Gat is Staphorst niet ver meer en na een kilometer lopen we het industrieterrein op. Via nieuwbouwwijken komen we in het centrum van de plaats. Langs de route is geen koffie-gelegenheid maar enkele honderden meters van de route af zit Hotel Waanders. Hier drogen we weer wat op en genieten van een cappuccino. Na de koffie is het zowaar droog en lopen we langs typische Staphorster boerderijen weer terug naar de route.

Een typische Staphorster boerderij

Na Staphorst volgt een saai stuk over een asfaltweg en later een fietspad. Naast ons raast de A28 en later de A32. Nadat we de tip van een tuincentrum op ons hebben laten inwerken om nu de bollen te planten voor een kleurig voorjaar, lopen we Meppel in. De zon breekt door en op ons gemakje lopen we het laatste stuk naar het station.

Het is nu tijd om bollen te planten

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Onbekende kanten van Maastricht

Route: Groene Wissel Maastricht
Afstand: 9 km
Startpunt: Station Maastricht
Eindpunt: Station Maastricht

De Hoge Brug over de Maas

Op een zonnige herfstdag maken wij op weg naar een weekendje Ardennen een tussenstop in de hoofdstad van Limburg. De Groene Wissel die we daar lopen, brengt ons op plekken waar ik nog niet eerder ben geweest – hoewel ik er jaren geleden een half jaar stage heb gelopen. Het blijkt een goede manier om de stad eens van een andere kant te bekijken.

We beginnen tegenover station Maastricht met een cappuccino. Daar zijn we wel aan toe na de lange autorit. Vanaf het station komen we al snel aan de oever van de Maas, waar de zon glinstert in het water. Rondvaartboten varen af en aan. Het is deze ochtend al druk met allerhande toeristen. Om ons heen horen we naast het Mestreechs ook Duits, Frans, Amerikaans en een hoop Aziatische talen.

De Maas

Via de Hoge Brug steken we de rivier over en lopen via O.L. Vrouwewal naar de Helpoort. De oudste nog bestaande stadspoort van Nederland uit de 13e eeuw. Door het Stadspark komen we bij de Jeker en volgen dit beekje een tijdje. In het park zien we houtsnijwerken en bovenop een heuvel zelfs een droevige beer op een bankje.

De Helpoort

Even verderop staat een kooi waarin een giraffe ligt. Het blijkt een voormalige berenkuil. In 1993 is de laatste bruine beer (Jo) die hier huisde, overgebracht naar Ouwehands Dierenpark. Over de herbestemming van de kuil is veel te doen geweest. Uiteindelijk maakte kunstenaar Michel Huisman de ‘Halfautomatische Troostmachine’ waarin allerlei uitgestorven dieren te zien zijn. Zo is er een quagga te vinden (een soort zebra), de reuzenalk en de Tasmaanse buidelwolf. Alle dieren zijn van brons. De treurende beer op het bankje verwijst – lees ik later – naar de beer Jo.

Beer Jo

 

De Halfautomatische Troostmachine

Van het Stadspark lopen we naar het volgende park. Onder tot de grond reikende boomtakken door, komen we in het herfstige Waldeckpark. In de jaren 20 aangelegd op en rondom het bastion Waldeck, onderdeel van de vestingwerken van Maastricht.

We volgen hierna oude straten totdat we aan het einde van een straatje opeens een hekje doorgaan en in het gebied van de Hoge Fronten staan. Ook hier zijn nog restanten te vinden van oude vestigingswerken uit de 17e en 18e eeuw. Op een aantal hondenuitlaters – met soms al te enthousiaste honden – na is het erg rustig. De zon schijnt uitbundig en we lopen heerlijk in shirtje. We hebben mooi uitzicht over het natuurgebied en de stad.

De Hoge Fronten

 

Uitzicht over de stad

Na het natuurgebied duiken we de stad weer in. Al snel slaan we af naar het – naar het lijkt – doodlopende pleintje Charles Voscour. Van het stadsgewoel is hier niets meer te horen, het lijkt een modern hofje. Met enige moeite vinden we de uitgang en lopen geleidelijk zigzaggend naar het centrum. We komen langs de Sint Janskerk, afgesloten voor publiek vanwege een trouwerij, lopen door het Vagevuur en via de Sint-Servaasbasiliek komen we uiteindelijk op het Vrijthof waar het een drukte van belang is.

Zicht op de Sint Janskerk

Iemand blaast hele grote bellen waar kinderen vrolijk omheen en doorheen rennen. Mensen zitten op bankjes onder de bomen en terrasjes zitten helemaal vol. Wij volgen de wandeling nog tot aan de Maas en gaan daar op zoek naar een terrasje om deze mooie verrassende wandeling af te sluiten. Zeker een aanrader voor wie Maastricht van een andere kant wil zien.

Pieterpad: Zuidlaren – Rolde

Route: Pieterpad
Afstand: 18 km
Start: Brink Zuidlaren
Eind: Camping De Weyert Rolde

Welke moeten we hebben?

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij (lees hier haar ervaringen) loopt het pad in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Op haar vraag of ik een paar dagen mee wil lopen is het antwoord uiteraard ja. Gisteren liepen we van Rolde naar Schoonloo, vandaag een etappe noordelijker.

We zijn vandaag met zijn drieën en het weer is weer zonovergoten. We beginnen in Zuidlaren waar de voorbereidingen voor de Zuidlaardermarkt inclusief kermis in volle gang zijn. Langs Berend Botje – die met zijn scheepje op een rotonde in Zuidlaren is beland – lopen we naar de psychiatrische kliniek Dennenoord.

Berend Botje is in Zuidlaren aangekomen

Op het terrein zijn verschillende dingen te doen. Je kunt een poëzieroute volgen – de gedichten die we tegenkomen passen mooi bij de verzameling voor Elke Maand Een Straatgedicht – er is een Kwiek-route die de dag daarvoor geopend blijkt te zijn en je kunt de vier mijl lopen. Voor elk wat wils. Wij draaien de schouders volgens de aanwijzingen van de Kwiek-route en lopen verder naar Schipborg.

Wees kwiek!
Een gedicht in het Gronings

In Schipborg wonen vrienden van mijn vriendin en na een kop koffie met lekkers lopen we verder. Op een kruispunt komen meerdere routes samen en we moeten opletten dat we de goede markering volgen. Het Groot Frieslandpad brengt ons in hele andere gebieden. We duiken al snel weer een natuurgebied in en kruisen met een bruggetje de Aa. Via een vlonderpad en een bosrand komen we op de Gasterse Duinen. Meerdere malen moeten we uitwijken voor fanatieke mountainbikers.

Mountainbikers langs de bosrand

De Gasterse Duinen worden bevolkt door Schotse hooglanders waar pieterpadlopers voor waarschuwen op Facebook. De beesten komen enthousiast op je afrennen in de veronderstelling dat je eten hebt. Het kan enigszins beangstigend overkomen als honderden kilo’s rund op je af komt stormen. Als wij er lopen zijn de beesten echter de rust zelve, ze liggen in de schaduw van de bomen en verroeren geen vin. Misschien dat ze net een hapje (wandelaars genoeg …) gehad hebben. Wij kunnen in ieder geval rustig genieten van onze lunch in het prachtige stuifduinen landschap.

Gasterse Duinen

Na de lunch volgt al snel een nieuw natuurgebied: het Balloërveld. Met een Groene Wissel wandeling liepen we hier eerder, in februari 2016. De kudde Drentse heideschapen, die toen lekker binnen in de schaapskooi zat, loopt nu enthousiast rond. Blatend steken ze voor en na ons het zandpad over. Poseren voor de foto is er niet bij, ze eten ongestoord door als we langs wandelen.

Drentse heideschapen op het Balloërveld

Na een onbedoeld omweggetje langs die bewuste schaapskooi belanden we weer op de route en bereiken Rolde. De tweede etappe is ten einde en het weekend ook. Dat smaakt naar meer!

Benieuwd naar de andere gelopen etappe van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Pieterpad: Rolde – Schoonloo

Route: Pieterpad
Afstand: 20 km
Start: Camping De Weyert Rolde
Eind: Café-Restaurant Hegeman Schoonloo

Groene bossen onderweg

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij (lees hier haar ervaringen) loopt het pad in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Op haar vraag of ik een paar dagen mee wil lopen, is het antwoord uiteraard ja. Dus op een zonnige zaterdag in oktober rijd ik naar Drenthe voor twee etappes van het bekende pad.

Zij rijdt met een campertje van camping naar camping en ik mag een nachtje in het dakbed slapen. We zetten de camper op de camping in Rolde. Bekend terrein want bij de ingang van de camping staat een Jacobspadbordje. Hier liep ik een jaar geleden ook!

Jacobspad meets Pieterpad

Het is schitterend weer als we vertrekken en al snel lopen we in T-shirt. We wandelen om Rolde heen en zien in de verte de Jacobuskerk liggen, waar ook ik vorig jaar een paar zinnen in het gastenboek achterliet.

De Jacobuskerk in Rolde

We lopen gezellig kletsend onze kilometers. Mooie vergezichten, leuke doorkijkjes, af en toe een welverdiend bankje. We wandelen over zandpaden, door bossen en steken beekjes over. Het zijn veelal ‘diep’-en met namen als het Rolder Diep en het Andersche Diep. We lopen door het hoogveengebied Lange Veen dat ons met zonovergoten geel-groene kleuren tegemoet glinstert. Ook de heidevelden zijn talrijk, maar helaas vaak bruin door de zomerse droogte.

Andersche diep

 

Hoogveengebied Lange Veen

Af en toe lopen we een stukje op een mountainbikepad en wijken uit voor enthousiast groetende mountainbikers. Een van hen lijkt een oranje strokenrokje aan te hebben. Dichterbij gekomen blijken het oranje lintjes te zijn. Zou het een voetbaltrainer zijn die minimaal drie voetbalelftallen van oranje lintjes moet voorzien? Later blijken de lintjes een markering van een fietsroute van een fietstourclub uit Assen. Morgen zullen de pieterpadwandelaars de paden moeten delen met veel meer fietsers dan vandaag…

Het oranje lintje

Maar de pieterpadwandelaars zijn er ook in groten getale. Vlakbij de camping in Rolde halen we de eerste wandelaars in. En er volgen er veel meer. Wat een verschil met het Jacobspad of het Westerborkpad, waar we een incidentele wandelaar tegenkwamen. Veel wandelaars zijn gekleed in professioneel ogende wandelkleding en hebben het rood-witte boekje in de hand. Ook lijken ze spraakzamer te zijn.

We maken een praatje met twee mannen die de helft van een picknickbankje aan ons afstaan, groeten vier dove wandelaars met een handgebaar en lopen de laatste kilometers op met wandelaars die we op een pieterpadbankje treffen (de man heet heel passend Pieter). Aan het einde van de etappe, op een terras in Schoonloo, komt mijn vriendin wandelaars tegen die ze op eerdere etappes trof. Ze wisselen wandelervaringen uit en wensen elkaar nog een goede wandeling.

Een pieterpadbankje, met recht een wandelbankje

Wat leuk om zo andere wandelaars te treffen en ervaringen uit te wisselen. Alleen dat zou voor mij al een goede reden zijn om het Pieterpad verder te lopen dan de twee etappes van dit weekend. Wie weet… Morgen eerst maar eens de tweede etappe van Zuidlaren naar Rolde.

Westerborkpad etappe 16: Zwolle – De Lichtmis

Route: Westerborkpad
Afstand: 16 km
Start: Station Zwolle
Eind: Bushalte De Lichtmis

De Overijsselse Vecht bij Zwolle

We verwachten een saaie etappe als we op station Zwolle beginnen aan de 16e etappe van het Westerborkpad. Niets blijkt minder waar. De route gaat weliswaar over een industrieterrein, maar de stukken daarvoor en daarna zijn verrassend.

Vanaf station Zwolle lopen we richting centrum. Langs de gracht die helemaal om de oude binnenstad heen loopt, hebben we mooi zicht op de stadspoort de Sassenpoort en de indrukwekkende bomen aan de overkant van de gracht. Ze beginnen al herfstig bruin te kleuren.

De Zwolse gracht met in de verte de Sassenpoort

Onder de Sassenpoort door – waar we onverwacht een straatgedicht vinden met de toepasselijke naam ‘In mijn sas’ – lopen we het oude centrum binnen. Via smalle straatjes staan we al snel voor de synagoge. Deze is nu gesloten, maar was met Open Monumentendag geopend. Wij zagen toen onze kans schoon en namen er een kijkje.

Buitenkant van de synagoge
Binnenkant van de synagoge

Via een lange rechte weg lopen we het centrum uit. Langs het voetbalstadion van PEC Zwolle komen we uit bij de wijk Berkum. De route leidt ons het Vegtlusterbos in waar de herinnering centraal lijkt te staan. Op een veldje staan meerdere bomen, geplant als het inwonertal van de stad een mijlpaal bereikte. Verderop is het Herinneringsbos waar je als inwoner een boom kunt laten planten n.a.v. een bijzondere gelegenheid.

De bomen zijn geplant als herinnering aan overleden personen, aan jubilea, maar ook zien we diverse familiebomen. Sommige teksten maakten ons nieuwsgierig, zoals deze:

“Herinnering aan Gerrit Wieten veelzijdig in schoenen-voeten-muziek”

Herinneringsbos

Hierna steken we de Overijsselse Vecht over en staan we op het industrieterrein Hessenpoort. We volgen de lange rechte weg die het industrieterrein doorsnijdt. Bij de grote Van der Valk aan de A28 drinken we een cappuccino. Met wandelschoenen en rugzakken zitten we tussen de werkende mensen die besprekingen hebben, sollicitatiegesprekken houden of achter hun laptop zitten te werken. Een strategisch trefpunt aan de snelweg. En een welkom rustpunt voor de Westerborkpadwandelaar.

Industrieterrein Hessenpoort

Uitgerust vervolgen we onze weg over het industrieterrein. Nadat we Zwolle uitgelopen zijn, slaat de route af, de weilanden in. Over fietspaden en later zandwegen zigzaggen we door het boerenland. Hier en daar staan boerderijen. Het monotone gezoem van de A28 is op de achtergrond continu aanwezig. De blauwe wolkenluchten, de groene graslanden, de koeien en de windmolens vormen een mooi plaatje.

Onverwacht mooie plaatjes na het industrieterrein

We lopen in de buurt van het spoor en komen dan – aldus het boekje – langs een plek waar 8 jonge mensen ontsnapten uit de laatste trein van kamp Westerbork naar Auschwitz op 3 september 1944. Ze vonden allen een veilig onderduikadres. Wij zien alleen een zandweg, weilanden en het spoor. Niets herinnert aan deze ontsnappingsactie van bijna 75 jaar geleden.

Over zandpaden zigzaggen we verder door de weilanden en komen uiteindelijk weer op verharde ondergrond. Op de Nieuwendijk is men druk bezig met het aanleggen van glasvezel. Langs de weg graaft een kleine graafmachine een geul. Mannen leggen de kabel erin. Een tweede graafmachine gooit de boel weer dicht. Met dit nazomerweer is het buiten werken geen straf.

Werk in uitvoering

En dan lopen we het buurtschap De Lichtmis binnen, bekend vanwege de watertoren met restaurant De Koperen Hoogte. De route gaat naar rechts, wij slaan linksaf richting bushalte. In het bushokje kijken we terug op de afgelopen drie uur. Een verrassende route was het, met onverwachte paadjes en mooie vergezichten. Volgende keer is station Meppel het eindpunt, alweer een nieuwe provincie.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Maak jezelf een poosje kwijt

Soort gedicht: raamgedicht
Waar: Leeuwarden
Dichter: Judith Nieken

Het straalt huiselijkheid uit. Aan de muur hangen zwart-wit foto’s uit verschillende decennia. Gebouwen staan erop en mensen uit vervlogen tijden, trots poserend in de deuropening. De vensterbank is gevuld met groene planten in witte potten. De moderne peertjes geven sfeer. Mensen drinken gezellig keuvelend hun koffie. Wat ze zeggen versta ik niet. Ik sta buiten.

De steeg waarin ik sta, vormt de verbinding tussen de winkelstraat langs de gracht en het grote uitgestrekte plein. Winkeltjes en horecagelegenheden openen in deze steeg dagelijks hun deuren. Zetten hun rekken neer en stallen hun borden uit. De vele dagjesmensen slenteren al slalommend richting de Nieuwestad of het Zaailand.

Ik ook, op een zaterdag in september. Eindelijk dan toch een bezoekje aan de Culturele Hoofdstad van 2018. De stad doet internationaal aan. Om me heen hoor ik allerhande talen. Na de bibliotheek in de oude gevangenis en het Lân van Taal (Land van Taal), loop ik nu door de steeg en valt mijn oog op het gedicht.

De eerste zin intrigeert me meteen en eigenlijk de hele eerste strofe. De haast, de deadlines en gedoe heb ik gisteravond inderdaad gelaten voor wat ze waren. Nu eerst een weekend helemaal niks. Geen afspraken, niks hoeven, zelf bedenken wat ik eventueel wil gaan doen. Het werd een dagje Leeuwarden.

Om me heen blijven mensen staan. Kijken naar wat ik zie en lezen zelf ook. Een moment van rust te midden van de drukte. Ik lees de laatste strofe van het gedicht en vind het helemaal geen gek idee.

Thuis

Vind een stoel en trek je haast uit
hang haar traag over de leuning
naast je deadlines en gedoe

leeg je hoofd en leg de wereld
aan je voeten, laat maar liggen
kom je later wel aan toe

maak jezelf een poosje kwijt

neem een koffie
en DE tijd.

© 2017 Judith Nieken | lttrvreters.nl

Even later zit ik aan de andere kant van het gedicht, dat op het raam van het Douwe Egberts Café gedrukt is. Voor me staat een cappuccino. Ik leun achterover en kijk om me heen. Een van de foto’s aan de muur toont het gebouw waarin ik nu zit, alleen dan in een ver verleden. ‘Hoogstins’ staat er op de gevel. In de jaren dertig gebouwd als tandartspraktijk, lees ik later. Wat een wereld van verschil.

Internationale studenten wachten in de rij om te bestellen. Lachend en met handgebaren lijken zij zich prima te vermaken. Zij hebben de tijd. Aan de andere kant van het raam zie ik de mensen voorbij lopen. Sommige blijven staan, lezen wat er geschreven staat. Fronsen, glimlachen, werpen een blik naar binnen en gaan dan door.

Ik blijf hier voorlopig even zitten. Er is genoeg te zien. Vandaag hoef ik niets meer. Ik maak mezelf nog een poosje kwijt.

Dit gedicht van Judith Nieken is niet de enige in Leeuwarden. Meerdere panden in de stad en daarbuiten hebben inmiddels een gedicht van haar hand. Alle afgestemd op de bewoners, gebruikers of functie van het gebouw. Wat maakt hen tot wie ze zijn? Wat is hun kracht? Verwerkt in een gedicht is dit nu – ook buiten openingstijden – te lezen voor de oplettende voorbijganger. Lees hier meer over Judith Nieken en dit project.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?