Straatgedicht | Waterdichter

Soort gedicht: Muurgedicht
Dichter: Niels Blomberg
Plaats: Gemaal Smeenge bij Kraggenburg

Gedicht van Niels Blomberg op Gemaal Smeenge

Het is maart 2021 als ik mijn eerste straatgedicht van Flevoland op de foto zet. Die ochtend zijn we vertrokken uit Vollenhove om de derde etappe van het Pionierspad te wandelen. Het is grijs en koud, maar het Waterloopbos waar de etappe doorheen loopt, maakt een hoop goed. We dwalen langs uiteenlopende modellen van waterwerken van over de hele wereld in verschillende staten van onderhoud.

Na een cappuccino-to-go met lekkers vangen we het laatste deel van de etappe aan. Bij de Zwolsevaart in de buurt van Kraggenburg stuiten we op een gemaal met – heel verrassend – een muurgedicht. De vier regels beschrijven het gemaal in zijn omgeving. Gemaal Smeenge staat op de grens van het oude land (Overijssel) en de Noordoostpolder, het nieuwe land. Het is

snijpunt van stromen en bomen
van hoogwater en laagland
van nieuwe vaart en oude route
van havenstad en boerendorp

Onder het gedicht staat de naam van de dichter en zijn functie: waterdichter waterschap Zuiderzeeland 2011. Dat klinkt interessant, waterdichter. Niels Blomberg (1958) blijkt al sinds 2006 waterdichter te zijn, de eerste van Nederland. In navolging van de vele stads- en dorpsdichters. In die hoedanigheid heeft hij meerdere watergedichten geschreven voor dit waterschap. Zo prijkt op elk van de zeven gemalen van Flevoland een vierregelig muurgedicht van Blomberg. Elk gedicht beschrijft het gemaal en zijn omgeving.

En ook elders in de provincie zijn gedichten van de waterdichter terug te vinden. Volgens straatpoezie.nl zijn er in Flevoland op dit moment elf straatgedichten van de hand van Niels Blomberg. Een niet gering aantal. Zijn watergedichten zijn gebundeld in twee bundels: Meer waterdicht (2010) en Woordenstroom (2015).

We zijn nog lang niet klaar met het Pionierspad, dat eindigt in Muiden. Er wachten ons nog zeker zes etappes in de Flevopolder. Wie weet hoeveel straatgedichten van de eerste Nederlandse waterdichter we nog tegenkomen!

Benieuwd naar de andere straatgedichten die ik afgelopen jaren tegenkwam? Hier vind je een overzicht.

Noardlike Fryske Wâlden etappe 8: Surhuisterveen – Rottevalle

Route: Noardlike Fryske Wâlden (Streekpad 20)
Afstand: 15 km
Start: Surhuisterveen, bushalte Zwitserlaan
Eind: Paviljoen De Leyen, Rottevalle

De eerste echte wandeling van het jaar brengt ons naar de Noardlike Fryske Wâlden. In november vorig jaar eindigden we met dit Streekpad in Surhuisterveen. Vandaag laten we gemeente Achtkarspelen achter ons en wandelen Smallingerland in. We maken zelfs nog een uitstapje naar Groningen.

We zetten de auto bij Paviljoen De Leyen aan het gelijknamige meer en fietsen de 10 kilometer naar Surhuisterveen. Het heeft gevroren en de weg is nat, een ideale combinatie voor gladheid. Ondanks de code geel weten we heelhuids ons beginpunt te bereiken. De zon schijnt, het waait niet en wij vangen de weg aan vlakbij de molen Koartwâld.

Molen Koartwâld in Surhuisterveen

Nadat we de Skieding over zijn gestoken staan we in de provincie Groningen. De naam zegt het al: scheiding. Een paar kilometer lopen we over verharde en onverharde paden. Naast ons zijn de akkers erg nat. Je ziet goed dat het afgelopen tijd veel geregend heeft. We schampen het dorpje Opende en belanden dan weer aan de andere kant van de provinciegrens.

Het heeft veel geregend de laatste tijd

Over het Wildveld, vroeger een wild heidegebied, lopen we richting Houtigehage. Op een nat picknickbankje genieten we van onze koffie. In Houtigehage volgen we een klein paadje langs de verlaten sportvelden en komen uit in een nat natuurgebiedje bij de ijsbaan. Over gladde bruggetjes en modderige paadjes hebben we een mooi uitzicht over het kabbelende water. Mocht er nog ijs komen deze winter, dan kun je hier prachtig schaatsen.

IJsbaan bij Houtigehage

Bij het gebouwtje van de ijsclub ‘Fan Twa Ien’ laat een beeldje geen twijfel bestaan over de functie van het achterliggende water.

IJsbaan Houtigehage

Aan de rand van Houtigehage vallen ons een paar karakteristieke huisjes op. Dit blijken de eerste woningwetwoningen te zijn die in 1909 gebouwd zijn door de gemeente Smallingerland. De wet stamde uit 1902 en was bedoeld om een einde te maken aan de slechte volkshuisvesting. Vooral in deze streken heerste veel armoede. Mensen woonden in zogenaamde spitketen (plaggenhutten). De nieuwe ‘wâldhûskes’ hadden een kamer met drie bedsteden en een aardappelopslag eronder. Ook was er een schuur voor kleinvee. Sinds 1999 fungeert het huisje op de foto als museum.

Een van de eerste woningwetwoningen in Smallingerland

Na een paar kilometer asfaltweg komen we in Rottevalle. Het blijkt een pittoresk plaatsje met oude huisjes, een karakteristieke kerk en een haventje. Het dorp is in de 17e eeuw ontstaan. De naam komt van een sluis die de vorm en daardoor de bijnaam rattenval had. De gekanaliseerde rivier de Lits loopt langs het dorp en daardoor heeft de plaats een directe verbinding met de Lits-Lauwersmeerroute.

Rottevalle

Het paviljoen waar wij de auto hebben neergezet ligt buiten het dorp aan De Leijen, een veenafgraving waar je ook fijn kunt kanoën. We moeten dus nog een paar kilometer verder. Ik had bewust voor dit eindpunt gekozen zodat we nog een stuk door een natuurgebied langs de Lits kunnen lopen. In het broedseizoen van 1 maart tot 15 juli is het pad door dit gebied niet toegankelijk en loop je gewoon over de weg. En aangezien ik niet weet wanneer we de volgende etappe lopen, grijp ik nu mijn kans.

Hoewel de zon inmiddels weg is en het flink begint de waaien is het pad de moeite waard. Langs een gemaal en over een dijk langs de Lits kijken we uit over ondergelopen weilanden. Ganzen vliegen op en zoeken een ander heenkomen.

De Lits
Uitzicht op natte weilanden

Dan zien we het paviljoen alweer liggen. Tegen beter weten in hoopten we op een warme coffee-to-go, maar het is er verlaten. Ook de parkeerplaats telt nog steeds één auto, de onze. Ik ben hier meerdere malen geweest in verschillende jaargetijden en het is een prachtige plek voor een receptie of gewoon een kopje koffie. Het uitzicht over het meer is zeer de moeite waard. En dat is waar we het nu mee moeten doen. Hopelijk is bij de volgende etappe de horeca weer open en lopen we na een koffie bij een voorjaarszonnetje om het meer heen.

Benieuwd naar de andere etappes van het Streekpad Noardlike Fryske Wâlden? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

2021 | Terugblik op mijn wandeljaar

Groene Wissel Texel Oudeschild

Net als 2020 was 2021 weer een echt wandeljaar. Naast de rondwandelingen op Klompenpaden, Groene Wissels, Trage Tochten en Knapzakroutes, liep ik weer eens een wandeling uit een wandelboekje van Gegarandeerd Onregelmatig, rondde twee Streekpaden af en liep verder op de resterende LAW’s en Streekpaden waaraan ik al eerder was begonnen. Als klap op de vuurpijl wandelde ik eindelijk weer eens buiten Nederland. En hoe! Lees hieronder alles over mijn wandeljaar.

Streekpaden

Noardlike Fryske Wâlden Streekpad tussen Buitenpost en Twijzel

In mijn terugblik van 2020 uitte ik een aantal wandelwensen voor 2021. Zo wilde ik het Westerwoldepad en het Graafschapspad uitlopen. Dat is gelukt. In juni liep ik de laatste zonovergoten etappe van het Graafschapspad tussen Doesburg en Zutphen. De Achterhoek is een mooie streek, het Graafschapspad een afwisselende route die naast aardig wat verharde paden ook regelmatig de onverharde paden aanhield.

Het resterende gedeelte van het Westerwoldepad liep ik in het voorjaar op twee, qua weer, heel verschillende dagen. Dit deel van Groningen heeft mij echt verrast. Een aanrader voor wie op zoek is naar een nieuw, niet al te lang Streekpad in een voor velen onbekend gebied.

Op het Noardlike Fryske Wâlden Streekpad zijn we weer wat verder gekomen. Inmiddels zijn we in Surhuisterveen aanbeland. Met nog vier etappes te gaan, lopen we dit pad volgend jaar of in ieder geval in 2023 uit.

LAW’s

Marskramerpad tussen Beekbergen en Hoog Buurlo

Van het Marskramerpad hebben we dit jaar in vergelijking met 2020 het dubbele aantal etappes gewandeld: twee! In mei wandelden een vriendin en ik in twee etappes vanuit Deventer de Veluwe op. Met Radio Kootwijk in zicht eindigden we ons weekend met de afspraak om in 2022 minimaal dit aantal etappes te evenaren.

Van het Pieterpad hebben we er dit jaar weer vijf etappes op zitten. Niet alleen liepen we eindelijk de eerste etappe van dit pad maar we eindigden ook bij de grote rivieren. Voor een dagje wandelen wordt het nu echt te ver rijden. Volgend jaar willen we dit pad in weekendjes verder lopen.

Het Pionierspad bracht ons in 2021 verder de polder in. Na vier etappes zijn we geëindigd op een lange rechte polderweg met windmolens in aanbouw in de Flevopolder. Volgend jaar gaat we verder naar Lelystad en Zeewolde. Ik ben benieuwd hoever we dan komen.

Rondwandelingen

Knapzakroute Linde-Zuidwolde: De Reest vanaf het kerkenpad

Net als in 2020 heb ik ook dit jaar weer veel meer rondwandelingen gemaakt en beschreven. Zo liep ik bij Veenhuizen een wandeling uit het Gegarandeerd Onregelmatig wandelboekje Te gek om te los te lopen. Het werd een gezellige, prachtige maar ook zeer modderige en vochtige wandeling. Ook liep ik een aantal Knapzakroutes in Drenthe, waaronder de prachtige K33 Linde-Zuidwolde in het Reestdal.

Met vijf Groene Wissels ontdekte ik o.a. Texel op een prachtige voorjaarsdag, het gebied rondom het Overijsselse Den Ham bij hartje winter en het Friese Blauwe Bos bij Haulerwijk. Met dertien Trage Tochten zag ik weer hele nieuwe kanten van Gelderland, Overijssel, Drenthe, Flevoland en Friesland. Met name de prachtige Renderklippen, het zeer avontuurlijke Broekland, de winterse Woldberg en het verrassende Beetsterzwaag met een onverwachte rondleiding zijn me bijgebleven.

Trage Tocht Woldberg bij Steenwijk

Qua Klompenpaden evenaarde ik het aantal van vorig jaar. Ik liep er wederom twaalf. Er zaten weer pareltjes tussen. Het Bekbergerpad op een voorjaarsdag was werkelijk prachtig, maar ook het Ugcheler Markepad en het Beekweidenpad waren erg mooi. Het Klompenmakerspad in de mist leverde een bijzondere ervaring op en een ontmoeting met Tinus het varken (de eigenaar noemde in een reactie de naam van het beest).

Buitenland

Zwitserland: rondwandeling Jolischlucht boven Raron

In oktober gingen we een weekje naar Zwitserland. We hebben er optimaal gebruik gemaakt van de wandelmogelijkheden. Al op de heenweg liepen we een Traumpfad in de Eifel. Was het toen nog grijs en enigszins nat, eenmaal in Zwitserland hadden we voornamelijk zon en blauwe luchten. We liepen door ravijnen, over een lange hangbrug, rondom een stuwmeer geflankeerd door bomen in prachtige herfstkleuren en langs twee pittoreske irrigatiekanalen met historie. Heerlijk!

Kortom, het was een mooi en afwisselend wandeljaar. Ik hoop dit in 2022 voort te zetten. Zoals altijd blijkt er nog veel te ontdekken in Nederland maar ook in de landen om ons heen.

Wat waren de hoogtepunten van jouw wandeljaar 2021?

Groene Wissel Norg: verborgen geschiedenis en suikerbieten

Route: Groene Wissel Norg: Bossen, akkers en veentjes
Afstand: 15 km
Start: Parkeerplaats Westeind Norg (ter hoogte van nr 20 en de Noordenveldmolen)
Eind: Parkeerplaats Westeind Norg (ter hoogte van nr 20 en de Noordenveldmolen)

Met een oud-collega stond er al een tijdje een bijpraatwandeling op de planning. Op een vrijdag in december spreken we af in Norg om 15 kilometer door de mooie omgeving van dit brinkdorp te lopen. Aan het begin van de week spraken de voorspellingen nog over een voorzichtig zonnetje, maar die blijft verscholen achter een dik wolkendek. Het is niet koud, de miezerregen zet niet al te veel door en wij beginnen aan onze wandeling.

Met behulp van de GPX-track op mijn telefoon lopen we Norg uit. We wandelen de route tegen de klok in en belanden al snel op het terrein van camping Langeloërduinen. Hier zien we ook de bekende blauwe schelp markering van het Jacobspad. Op deze plek liep ik dus al eerder. Een duik in de archieven leert dat dit in mei 2017 was bij stralend voorjaarsweer. Wat ziet het er bij dit weer anders uit. En wat kan er in vier en een half jaar veel veranderen.

Over soms best modderige bospaden lopen we naar het Schillenveen waar we praktisch omheen lopen. We hebben inmiddels een kilometer of zes gelopen en kijken uit naar een bankje voor de meegebrachte koffie. Bankjes blijken er niet in overvloed en dat is maar goed ook. Bij de toegangsweg (een zangfietspad) naar het Noordsche Veld zien we opeens een bordje met een gestileerd kopje koffie en even later Natuurplaats Noordsche Veld. De horeca is open maar verlaten. Dit weer trekt niet veel wandelaars. Wij verruilen onze eigen koffie met liefde voor deze warme plek met cappuccino met lekkers.

Natuurplaats Noordsche Veld met natuurspeelplaats

Na de koffie wandelen we door de uitgebreide natuurspeelplaats naar de Peestermaden waar het Oostervoorstediep doorheen loopt. Het lijkt een nat natuurgebied te zijn. Langs het Noordsche Veld zien we in de verte grafheuvels liggen, waarvan er heel wat te vinden zijn hier.

Wij lopen langs een grote berg met suikerbieten die bij mijn oud-collega herinneringen oproept. In Groningen werden ze namelijk gebruikt als alternatieve lampion bij Sint Maarten. Tegen 11 november werd er een hele bult op de Grote Markt gestort. Ik kan me er niet zoveel bij voorstellen als ik de modderige bieten zie liggen. Zouden ze nog steeds gebruikt worden hiervoor?

We lopen door Peest, een klein dorpje met veelal boerderijen en komen na een praatje met een meneer die zijn pony uitlaat (“anders zakt hij door zijn hoeven”) uit bij het Westerveen. Op de kaart op mijn telefoon lijkt het water op zo’n dalarna paardje van de Ikea. In een cirkel eromheen ligt een pad. Op de kaart staat het woord ‘Hitlerring’. Gelijk pakken we Google erbij, wat is de historie van deze plek?

Het Westerveen in de app OsmAnd

In de Tweede Wereldoorlog blijkt hier het vliegveldje van Peest te hebben gelegen. Ook stonden hier barakken en woonden er Duitsers. De straten kregen een naam en deze weg rondom het meertje kreeg de naam Hitlerring. Van een vliegveld of barakken is nu niets meer te zien. Er ligt een modderig pad, bezaaid met bladeren. Een echt Drents hek geeft toegang tot de weide met paarden dat om het meertje heen ligt.

Het Westerveen anno 2021

Over modderige paden door het Mandeveld lopen we terug naar Norg. We zien de Noordenveldmolen waarbij we onze auto’s hebben geparkeerd al van verre liggen. In Norg maakt de route nog een lus door het centrum. We lopen langs de oude Sint-Margaretakerk, over een stukje Brink en staan vervolgens weer voor de molen waar we vanochtend begonnen. De wandeling was gezellig, modderig en grijs. In het voorjaar moet ik nog maar eens terug voor een hele andere beleving.

Sint-Margaretakerk Norg

Benieuwd naar de andere Groene Wissels die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Trage Tocht Woldberg: berijpte grafheuvels en zonneharpen

Route: Trage Tocht Woldberg: Woldberg, Eese en Het Heideveld
Afstand: 13 km
Start: Parkeerplaats TOP Woldberg
Eind: Parkeerplaats TOP Woldberg

In het dorp Tuk, bekend van Mannenkoor Karrespoor (Mooi man!), zien we de bordjes al staan naar de TOP. Het Toeristisch Overstap Punt aan de A32 bij Steenwijk is volgens de reacties bij de wandeling op wandelzoekpagina.nl niet zo makkelijk te vinden. Dankzij een tip in diezelfde reacties rijden we er nu in één keer naartoe. Het is het beginpunt van de redelijk nieuwe Trage Tocht Woldberg. Gezien het aantal auto’s hebben meer mensen de weg gevonden.

Het is het einde van de ochtend als we uit de auto stappen. Laat voor mijn doen, maar door de gladheid en mist zijn we wat later vertrokken. Hoewel het zonnetje zijn best doet om door de mist heen te breken, is het eerste deel van de wandeling nog in mist gehuld. We lopen de route met de klok mee waardoor we na enkele minuten langs Tuk’s T-huis komen. De theeschenkerij blijkt open te zijn en ziet er gezellig uit. Hier komen we aan het einde weer terug, besluiten we unaniem.

In de mist lopen we over kleine paadjes aan de rand van de Woldberg. De uitkijktoren die je vanaf de snelweg goed ziet liggen, hoort niet bij de route. Ik heb er al eens eerder opgestaan met de NS-wandeling Woldberg vijf jaar geleden. Zeker de moeite waard om even naartoe te lopen.

Door het bos en langs het buurtschap Baars komen we uit in het gebied van Het Heideveld. Dit is een ruim 200 jaar oude vereniging van eigenaren die stamt uit de tijd van de Maatschappij van Weldadigheid. De doelstelling is in al die jaren niet anders geworden: grond- en landschapsbeheer en met de opbrengst daarvan een bijdrage leveren aan de gemeenschap in het werkgebied. Het bevroren vennetje waar we langskomen ligt er in ieder geval idyllisch bij.

Het Heideveld

Het zonnetje wint inmiddels terrein en hult het winterlandschap met berijpte velden in mooie zachte kleuren.

Het is tijd voor een broodje. Aan een heideveld met diverse grafheuvels uit de late Steen- en Bronstijd strijken we neer op de Ome Henk bank, vernoemd naar Henk Hanema, een “nestor-vrijwilliger”. Met koffie warmen we onze handen op en genieten van het zonnetje en het uitzicht. We bevinden ons op landgoed De Eese, een populair wandel- en hondenuitlaatgebied, lijkt het. Hier is het opeens een stuk drukker dan het tot nu toe was.

Uitzicht op grafheuvels

De Tocht brengt ons verder over Landgoed De Eese. We zien zonneharpen door de boomtakken heen, wat is dat altijd mooi!

Zonneharpen

In de buurt van Hotel Buitengoed Fredeshiem zijn de bomen langs het pad versierd met kerstballen. Sommige ballen laten geen twijfel bestaan over de herkomst.

Langs keien met teksten van Nelson Mandela en Søren Kierkegaard (zou hier een pad met filosofische uitspraken zijn?) lopen we weer richting de auto. Op het laatst geeft de route nog enige uitdaging met het passeren van een glad sluisje en enige omgevallen bomen.

Een glad sluisje

Bij de parkeerplaats lopen we nog even door naar het T-huis dat we in het begin tegenkwamen. Het is nog steeds open en met een cappuccino en lekkers warmen we op van deze prachtige winterse wandeling in een glooiend gebied.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Groene Wissel Sloten: in en om de kleinste stad van Fryslân

Route: Groene Wissel Sloten: Ministadje en Maximeer
Afstand: 11 km
Start: Parkeerplaats Rûnwei Sloten
Eind: Parkeerplaats Rûnwei Sloten

Sloten

Het is een grijze dag op deze vijf december. We willen er wel uit en zoeken een kortere wandeling in een gebied dat we niet kennen. We komen uit in één van de elf steden van Fryslân. In Sloten, de kleinste van de elf. De route maakt een rondje door het stadje, langs het Slotermeer en door Wijckel. We zijn benieuwd.

Vanaf de parkeerplaats aan de noordkant van de plaats lopen we richting centrum. Het eerste dat we zien is de fontein van Sloten, één van de elf fonteinen in de elf Friese steden die in het kader van Leeuwarden-Fryslân 2018, culturele hoofdstad van Europa, tot stand zijn gekomen. De elf fonteinen zijn ontworpen door elf kunstenaars uit elf verschillende landen.

Die van Sloten heeft de naam Kievit en is van Lucy & Jorge Orta. Een meisje staat op de schouders van een man en houdt een kievit in haar handen, een bedreigde vogelsoort in Friesland. De man staat op een stapel emmers, jerrycans en teilen waar water over stroomt. De boodschap is dat water in deze samenleving voldoende aanwezig is, in tegenstelling tot andere gebieden.

Fontein Kievit van Sloten

Na de fontein staan we zo aan de gracht die het dorp doorkruist. Er is geen mens. Dit zal in de zomer wel anders zijn. We lopen de route tegen de klok in en verlaten langs een kanon en diverse skûtsjes het stadje. Langs het Sleattemer Gat lopen we naar het Slotermeer. Bij het strandje De Baaier komt net een zwemmer in zijn zwembroek uit het water. Wij merken op dat dat ons best wel koud lijkt bij deze temperaturen (het is vijf graden). Hij vindt het heerlijk, er staat nu geen wind en hij hoort de vogeltjes als hij in het water ligt. Zo’n drie keer per week is hij hier te vinden. “Maar wandelen is ook lekker” zegt hij glimlachend.

De Baaier

We klimmen over het eerste houten hek om op een grassig dijkje langs het Slotermeer te komen. We blijven deze dijk volgen totdat hij de bocht omgaat. Onderweg komen we op vier reeën na niemand tegen. Het pad is nat en modderiger maar daar hadden we ons op gekleed.

Slotermeer

We klimmen nog zo’n vijf à zes hekken over waar in de commentaren op deze wandeling op wandelzoekpagina.nl nog wat om te doen is. Niet iedereen kon even soepel over deze hekken komen. In de beschrijving zie ik nu ook een alternatief staan. Het GPX-bestand houdt de oorspronkelijke hek-route aan.

Eén van de hekken

Het pad brengt ons in het dorpje Wijckel. Bij het oudste huis van de plaats dat uit 1831 stamt, slaan we af het Coehoorn- of Wikelerbosk in. Ooit was dit geen bos maar een lusthof, aangelegd in 1680 en onderdeel van het landgoed van baron Menno van Coehoorn. In het vroege voorjaar staan hier veel stinzenplanten. In het bos zijn allerlei herinneringen aan de tijd van het landgoed terug te vinden. Zo is de ophaalbrug nagemaakt en is er tegenwoordig weer een prieel. Deze laatste staat bij de mooie in het bos gelegen ijsbaan en dient in tijden van ijs als koek- en zopietent. Deze tijden zijn nu nog niet aangebroken, maar wij hebben onze eigen koek en zopie mee en genieten in het prieeltje van onze koffie met uitzicht.

Oudste huis van Wijckel
Koek- en zopieprieel bij de ijsbaan

Na het bos wandelen we door Wijckel langs de kerk waar Menno van Coehoorn in een praalgraf ligt. De route voert ons de Wijckelerpolder in. Over een lange weg lopen we met een lus terug naar Sloten. Bij de jachthaven heeft de Wissel nog een leuk paadje in petto over het Breimer Bûtenfjild. Verschillende graspaden waar het natte gras aardig hoog staat, zijn met elkaar verbonden en hebben verschillende namen. Het Jurjen- en Geartsje Paadsje is vernoemd naar het echtpaar Breimer dat de grond beschikbaar stelde. Ook het Arend- en Jeltsje Paadsje verwijst naar de familie Breimer. Het Strúners leantsje spreekt voor zich.

Paadjes door het Breimer Bûtenfjild

Sloten komen we nu van de zuidkant binnen. We volgen even de contouren van de oude vesting. Een vesting die overigens ontworpen en gebouwd is door Menno van Coehoorn, die we ook in Wijckel tegenkwamen. Langs korenmolen De Kaai die vergezeld gaat van een kanon komen we weer bij de gracht uit. Het is nog net zo verlaten als toen we begonnen. Wel is er één horecagelegenheid open. Hier maken we dankbaar gebruik van en eindigen deze mooie wandeling met een lunch met uitzicht op de gracht van Sloten.

Benieuwd naar de andere Groene Wissels die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Te gek om los te lopen | Veenhuizen

Route: Veenhuizen uit Te gek om los te lopen van Ruurd van der Loo en Rutger Burgers
Afstand: 14 km (inclusief omleiding)
Start: TOP Veenhuizen, Laan van Weldadigheid Veenhuizen
Eind: TOP Veenhuizen, Laan van Weldadigheid Veenhuizen

De Slokkert

Mijn wandelgenoot van vandaag opperde een wandeling uit het boekje Te gek om los te lopen van de uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig, waarin 11 wandelingen langs (voormalige) psychiatrische inrichtingen staan. Ik was meteen voor. Ik had nog geen enkele wandeling uit dit boekje gelopen. En de wandelbeschrijving en GPX-track zijn ook op wandelzoekpagina.nl te vinden. Op een zonnige zondagmorgen spreken wij af op het parkeerterrein van het Gevangenismuseum in Veenhuizen. Hier is ook het Toeristische Overstap Punt (TOP), het begin van de route.

Als wij het parkeerterrein aflopen zien we het museum meteen in volle glorie liggen. Bomen in herfsttooi en water omsluiten het oude gestichtsgebouw dat samen met andere panden in 1825 ontstaan is als heropvoedingskolonie voor de kanslozen uit de grote steden. Het is onderdeel van de Koloniën van Weldadigheid zoals ze ook bijvoorbeeld in Frederiksoord te vinden waren. Bij dit sociale experiment werden armen omgevormd tot productieve burgers en woeste grond tot productieve landbouwgrond.

Gevangenismuseum

Vandaag de dag is in dit dorp een penitentiaire inrichting gevestigd en zijn hier nog meer dan honderd rijksmonumenten te vinden. Vele huizen dragen nog de vroegere namen zoals Plichtgevoel, Bitter en Zoet en Kennis is macht.

Langs deze monumentale panden lopen we het dorp uit de natuur in. Over aanvankelijk niet al te natte graspaden lopen we richting natuurgebied De Slokkert. Als we in een bos komen horen we een roep die niet misstaat in een horrorfilm. Het blijkt de contactroep van de zwarte specht die we niet veel later tegen een boom zien zitten.

Dan begint de survival. In een blog over deze wandeling had ik gelezen dat hoge waterdichte wandelschoenen geen overbodige luxe zijn tijdens deze wandeling door vochtige gronden. Ik had dan ook mijn bergschoenen aan, mijn medewandelaar niet. Zij heeft het niet droog gehouden. Het pad wordt namelijk steeds modderiger totdat de sloot naast het pad gewoon door lijkt te lopen over het pad heen. Iemand heeft nog een paar boomstammen neergelegd in het water, maar ook dat mag niet baten.

Het pad

Hier komen we niet doorheen, tenzij we onze schoenen uittrekken. Niet een heel aanlokkelijk idee in november en dus gaan we op zoek naar een andere weg. In het naastgelegen bos vol braamstruiken volgen we een paadje dat wandelaars voor ons hebben gemaakt. Ook hier is het niet echt droog en zijn er diverse glibberige boomstammetjes neergelegd om de allernatste stukken te overbruggen.

We banen ons een weg door het bos

Langs de randen van De Slokkert lopen we verder. In de verte horen we al een tijdje crossmotoren en vermoeden een crossbaan. Niets is minder waar als een vijftal motoren in volle vaart aan komen rijden over het wandelpaadje. Het bos is de crossbaan. Het is meteen duidelijk hoe de grote modderpoelen ontstaan en de diepe voren in het pad komen. We vragen ons serieus af of dit gewoon mag. Op diverse smallere paden weten we nog net aan de kant te gaan, maar er zijn stukken waar het pad te smal is. Gelukkig komen we ze daar niet tegen. Want dit zijn zeker niet de laatste motoren tijdens onze wandeling.

Crossmotoren in het bos

Over Het witte bruggetje passeren we de beek De Slokkert en kijken uit over het Slokkertdal. In vroeger tijden was dit een onbegaanbaar moeras. In de steentijd maakten de bewoners een pad van takken en elzenstammetjes van honderden meters door dit gebied. Ze overbrugden hiermee het beekdal. Vierduizend jaar later werd dit pad opgegraven door archeologen, het bleek nog goed bewaard. Het alternatieve paadje door het bos met boomstammetjes aan het begin van onze wandeling past dus perfect in dit gebied.

Dan is het tijd om ook echt het beekdal in te gaan. We komen hier meerdere wandelaars en ruiters tegen. Het lijkt een populair wandelgebied. Iedereen is uitgerust met stevige wandelschoenen. Ook hier is de modder volop aanwezig. Als de lucht betrekt en er een buitje valt levert dat een regenboog en schitterende foto’s op.

De Slokkert

Na de lunch op een bankje langs het pad nemen we de omleiding door het gebied. Het oorspronkelijke pad is afgesloten. Ook hier delen we de smalle paden met motoren. Ik ken dit helemaal niet van mijn andere wandelingen in Nederland. Hopelijk is het geen nieuwe trend. Het geluid van razende motoren in het bos die steeds dichterbij komen, terwijl je weet dat je de komende tientallen meters geen kant op kunt, is helemaal niet fijn.

De paden worden er niet beter op door de crossmotoren

Over brede eikenlanen met uitzicht op akkers komen we weer terug in Veenhuizen. Bij het museumrestaurant Het Tweede Gesticht dat ook zonder museumkaartje toegankelijk is, drinken we koffie met lekkers. Welverdiend na onze survivalwandeling. Zou het altijd zo nat zijn in dit gebied, vragen we ons af. Er is maar een manier om daar achter te komen, we moeten nog maar eens terug in een ander jaargetijde. Er zijn hier genoeg andere wandelingen.

Noardlike Fryske Wâlden etappe 7: Twijzel – Surhuisterveen

Route: Noardlike Fryske Wâlden (Streekpad 20)
Afstand: 21 km
Start: Twijzel, bushalte Kootstermolen
Eind: Surhuisterveen, bushalte Zwitserlaan

Op een zonnige vrijdag in november hebben we allebei onverwacht geen afspraken en besluiten de dag al wandelend door te brengen. De auto zetten we in Surhuisterveen en met de bus rijden we naar de bushalte Kootstermolen bij Twijzel, waar we de vorige etappe zijn geëindigd. Voor ons ligt een route door heel wat dorpen en buurtschappen in de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel.

Via kleine wegen met bomen en beukhagen in kleurige herfsttooi maken we allereerst een lus naar Jistrum. De karakteristieke Sint-Petruskerk van het dorp stamt uit de 13e eeuw. Hij wordt nog elke zondag gebruikt.

Kerk Jistrum

Het volgende dorp is Kootstertille, gelegen aan het Prinses Margrietkanaal. We lopen een stukje door de plaats, steken het kanaal over en lopen aan de overkant langs het kanaal naar het speelterrein Hossebos.

Prinses Margrietkanaal bij Kootstertille

Dit blijkt een mooie lunchplek te zijn. Gelegen midden in het natuurgebied de Hamstermieden kunnen kinderen zich hier uitstekend vermaken met alle bruggetjes, overstapjes en boomstammen in en over het water. Uiteraard ontbreken de nodige bankjes niet. Het is er nu stil en verlaten. Na de lunch wagen we ons over de bewegelijke houten schijven in het water. Ze zijn aan de bodem bevestigd met een veer wat maakt dat we goed moeten kijken waar we onze voeten zetten. Voor je het weet stap je verkeerd en lig je in het water.

Stapschijven op speelterrein Hossebos
Hamstermieden

Via modderige paadjes door het natuurgebied komen we op de weg naar Drogeham uit. De route loopt een heel stuk door dit uitgestrekte dorp. We komen bij Buweklooster uit, een gehucht met een paar boerderijen, een begraafplaats en een klokkenstoel. Zoals de naam al aangeeft stond hier vroeger een (nonnen)klooster, gesticht door Bouwe (of Buwe) in 1245. Het stichten van een klooster zat in de familie. Buwes broer Gerke deed hetzelfde. Het plaatsje Gerkesklooster is nog naar hem vernoemd.

In Buweklooster

Onderweg komen we veel blauwe borden tegen van het Ministerie van LNV met ‘vervoersverbod’. Dit heeft vast te maken met vogelgriepuitbraak. Ik lees dat dit nu ook in Friesland geconstateerd is.

Het volgende buurtschap heet Roodeschuur (Reaskuorre). Mijn wandelgenoot denkt even dat de socialistische beweging die in deze voorheen arme streek veel aanhang had, ten grondslag ligt aan de naam. Maar Wikipedia geeft uitsluitsel, het dorpje is simpelweg vernoemd naar een rode schuur, ergens in de 17e eeuw.

Vanuit Roodeschuur lopen we over een lang, recht en smal schelpenpad met de toepasselijke naam It Langpaed naar Surhuizum. We zien de kerktoren al van verre. We komen twee wandelaars tegen die aan hun dagelijkse rondje van 5 kilometer bezig zijn. “Achter jullie sprongen net twee reeën over het pad” merkt de al wat oudere man op. Wij hadden niks gemerkt. Een paar kilometer verderop komen we ze nogmaals tegen. Zij zijn bijna weer thuis, wij moeten nog een paar kilometer tot aan de auto.

Bij Surhuisterveen verlaten we de route en zijn in een paar honderd meter weer bij de auto. De zon is inmiddels verdwenen en dat merk je meteen in de temperatuur. Het is natuurlijk ook november. Maar ook in deze maanden zijn de Noardlike Fryske Wâlden mooi. Dat hebben eerdere etappes wel laten zien. Dus op naar etappe 8.

Benieuwd naar de andere etappes van het Streekpad Noardlike Fryske Wâlden? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Trage Tocht Aekingerzand: een paddenstoelenparadijs in het Drents-Friese Wold

Route: Trage Tocht Aekingerzand: Kale Duinen, Aekingerbroek en Lange Poel
Afstand: 15 km
Start: Parkeerplaats Aekingerzand bij Canada 1 Elsloo
Eind: Parkeerplaats Aekingerzand bij Canada 1 Elsloo

Vennetje Aekingerbroek

Al een tijdje stond deze Trage Tocht op mijn nog-te-wandelen lijstje. Na eerdere wandelervaringen in het Drents-Friese Wold zoals de Knapzakroute Zorgvlied-Doldersum was ik zeer benieuwd naar deze kant van het gebied. Het Drents-Friese Wold ligt ten zuiden van Appelscha op de grens van Friesland en Drenthe. Op een herfstige dag in november word ik aangenaam verrast. Niet alleen loopt de route door een afwisselend gebied over enkel onverharde paden, ook zijn er enorm veel verschillende paddenstoelen.

Sinds een paar jaar heb ik de app ObsIdentify op mijn telefoon. Hiermee kun je o.a. paddenstoelen eenvoudig identificeren. Je maakt een foto, voert deze in in de app en je krijgt een naam. Percentages drukken uit hoe zeker de identificatie is. Het leuke van paddenstoelen is dat ze er in allerlei soorten en maten zijn en de meest creatieve namen hebben zoals schubbige fopzwam (links) en de gele knolamaniet (rechts).

Deze wandeling heb ik 15 verschillende soorten op de foto gezet. De helft had ik nog niet eerder gezien. Of in ieder geval niet geïdentificeerd. De namen waren weer verrassend leuk. Hoe de geweizwam aan zijn naam komt is begrijpelijk. Kijk maar naar de vorm van de paddenstoel. Ook in het oorzwammetje kun je een oor herkennen en in de redelijk grote parasolzwam een parasol. Maar heksenschermpje? Op internet wordt geopperd dat de naam met de giftigheid te maken heeft, maar zeker weten doet men het niet.

Van links boven naar rechts onder: geweizwam, week oorzwammetje, parasolzwam en heksenschermpje

De paddestoelen hieronder hebben van boven naar beneden en van links naar rechts de mooie namen (aldus ObsIdentify):

  • Geschubde inktzwam
  • Vliegenzwam
  • Gewone zwavelkop
  • Koraalzwammetje
  • Amethistzwam
  • Plooivlieswaaiertje
  • Nevelzwam
  • Dooiergele mestzwam
  • Rode zwavelkop

Naast paddenstoelen was er natuurlijk nog veel meer te zien tijdens deze wandeling. Ik loop de route met de klok mee en wandel eerst een stuk over slingerpaadjes door het bos. Af en toe is het knap modderig. Sommige bomen zijn al kaal, de gekleurde blaadjes bedekken de paden. Maar er hangen nog genoeg bladeren aan de bomen om de herfstsfeer er nog in te houden.

Op een groot veld in de buurt van Zorgvlied neem ik een koffiepauze op een bankje. Ganzen verzorgen het achtergrondgeluid. Via het Koopmansveentje, waar de bomen met hun voeten in het water staan, loop ik naar de naamgever van deze Trage Tocht: het Aekingerveld, ook wel Kale Duinen genoemd. Het stuifzandgebied kent hoogteverschillen, hier en daar staan boompjes en om me heen zie ik veel heide. Volgens een bord broeden hier bijzondere vogelsoorten. Voor de tapuit is het zelfs de enige broedplaats in het binnenland van Nederland.

Aekingerzand

De wandeling blijft aanvankelijk aan de rand van het Aekingerzand, loopt langs het moerasgebied Aekingerbroek om vervolgens toch het gebied in te gaan. Over zandpaden met mul zand krijg ik mooie uitzichten voorgeschoteld. Het is vandaag grijs weer. Bij zon en als de heide bloeit zal het hier werkelijk prachtig zijn. Aan het einde vang ik nog een glimp op van een uitgebreid stuifzandgebied.

Stuifzand

En dan ben ik alweer bijna rond. Het aantal wandelaars neemt hier opvallend toe. De eerste 9 kilometer kom ik welgeteld één mountainbiker tegen. De route loopt af en toe gelijk op met een mountainbikepad. Naarmate de ochtend vordert, neemt het aantal MTB-ers ook toe. Enkele kilometers voor de parkeerplaats rijden hele groepen over de Kale Duinen. Ook zie ik ruiters, hardlopers en een enkele wandelaar.

Dit is een route die er in elk jaargetijde weer heel anders uitziet. Ik kom hier zeker nog een keer terug in de lente of als de heide bloeit. Het Drents-Friese Wold blijft mooi.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Trage Tocht Vledderveld: een herfstige en populaire wandeling

Route: Trage Tocht Vledderveld: Landgoederen Boschoord en Vledderhof
Afstand: 12 km
Start: Parkeerplaats dagcamping Storklaan Vledder
Eind: Parkeerplaats dagcamping Storklaan Vledder

“Mag ik vragen welke route jullie lopen?” Een wandelaar die uit een klein paadje komt lopen, kijkt me aan. Naast haar pakt haar man zijn telefoon erbij. Ik antwoord haar dat we een Trage Tocht lopen. Ik heb nog niet vaak gehad dat mensen het begrip ‘Trage Tocht’ kennen. ‘HOE heet dat?’ En ‘Wat is dat voor soort wandeling?’ zijn de reacties die ik meestal krijg op mijn antwoord. Ditmaal niet. De vrouw knikt en vraagt: de Trage Tocht Vledderveld toevallig?

Samen met mijn moeder loop ik op een verrassend mooie zondagmiddag de Trage Tocht Vledderveld. In verband met de voorspelde regen hadden we een wandeling uitgezocht met veel bos. Hoewel het bos nu in prachtige herfstkleuren getooid is, had het voor de regen niet gehoeven. Het blijft de hele middag droog. Gezellig kletsend en genietend van de mooie natuur lopen we over vrijwel alleen onverharde paden door het Drents-Friese Wold.

Bos, paddenstoelen, Drentse heideschapen, bosranden, heidevelden, vennetjes en open gebied wisselen elkaar af. Ook wandelen we door lange eikenlanen over het landgoed Vledderhof, waar het witte landhuis omringd wordt door gekleurde bomen.

Drentse heideschapen

We lopen deels door het gebied van de oude kolonie Boschoord van de Maatschappij van Weldadigheid. De oude koloniehuisjes langs een boomrijk weggetjes komen me bekend voor. Hier liep ik in het voorjaar ook met de Knapzakroute Zorgvlied-Doldersum. Toen stonden de bomen volop in blad en tierde de Japanse duizendknoop welig in de bermen. Nu is het kaal en is de grond bezaaid met blaadjes.

Bij een vennetje raken we in gesprek met het stel dat dezelfde wandeling blijkt te lopen als wij. De vrouw legt uit dat ze altijd nieuwsgierig is naar de routes die mensen lopen, wellicht ontdekt ze nieuwe. De Trage Tocht is haar niet vreemd. Zij en haar man blijken er vele te hebben gelopen. Dat ik nu wandelaars ontmoet die dezelfde Trage Tocht lopen is me nog niet eerder gebeurd. Nadat we ook de Groene Wissels hebben besproken, vervolgen we beide onze weg.

Nog geen kilometer verder groeten twee wandelstellen ons enthousiast. In hun hand enkele A4-tjes met – jawel – een beschrijving van de Trage Tocht Vledderveld. De enige logische conclusie is dat we een van de populairdere Trage Tochten van het land lopen. Dat kan bijna niet anders!

Op de site wandelzoekpagina eindigt de beschrijving met de zin “We genieten met volle teugen van de ongekende rust en stilte in dit gebied.” Ook dat is waar. Op de paar wandelstellen na komen we geen andere wandelaars tegen, enkel een paar fietsers. Dat, hoewel de parkeerplaats bij de dagcamping welhaast volstond. Blijkbaar zie je al die mensen niet meer terug in dit uitgestrekte natuurgebied.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.