De dichter en de ud-speler

Bron: Pexels.com

Hij lacht me toe als ik binnenkom en heft bij wijze van welkom zijn kartonnen bekertje met ruitjesmotief op. De man naast hem staart in de verte, geen glimlach, geen teken dat hij mij heeft opgemerkt. Ik lach terug, knik, zoek een vrij tafeltje uit, ga zitten en leg mijn natte paraplu op de grond . De persoon die na mij binnenkomt krijgt eenzelfde ontvangst: lachen, heffen, staren.

Als het zaaltje zich langzaam heeft gevuld en iedereen van koffie en thee is voorzien, lopen de mannen naar voren. De starende is langer dan de lachende, dunner ook. Zijn stippeltjesbroek, zijn tot bovenaan dichtgeknoopte blauw geruite overhemd en zijn okergele colbertje sluiten nauw om zijn lichaam. Zijn gezicht is lang, zijn donkere ogen nu fel gefocust op zijn publiek. Zijn handen klemmen zich om het spreekkatheder.

Zijn nog steeds glimlachende vriend gaat naast hem zitten op zo’n zelfde houten stoel als wij. Hij rangschikt zijn wollen sjaal op zijn wijde spijkerjasje, pakt de ud op en begint te tokkelen. Zijn vingers vliegen over de snaren. Zijn hoofd beweegt zachtjes mee met de muziek . Arabische klanken vullen het museumzaaltje . Met mijn ogen dicht waan ik me in het Midden-Oosten, op een binnenplaats op een lome nazomermiddag. Kippen scharrelen langs, kinderstemmen klinken op, in de verte hoor ik bijna de geluiden van de soek.

Na een paar minuten kijkt de ud-speler de dunne man aan. Een nauwelijks zichtbaar knikje. De ud verstomt, de magere man schraapt zijn keel en begint hardop te lezen uit het dunne boekje dat hij in zijn hand houdt.

Hij draagt korte regels voor in het Nederlands. Geen rijm, wel ritme. Zijn klinkers zijn korter en harder dan die van mij, zijn s-en eindigen in langgerekte z-en. De pauzes tussen de strofen zijn nadrukkelijk. Door het raam achter de dichter zie ik grijze wolken voorbij drijven. De regen die al de hele dag onafgebroken valt, tikt tegen de ramen. Het is drie uur ‘s middags en al schemerig .

Een nieuwe strofe. Ik luister hoe de dichter oorlog, vluchten en vrijheid in woorden vangt. Ik reis met hem mee naar het verre westen. Hoe noordelijker, hoe beter. Weg van de dictator. Ik ontmoet smokkelaars, ben voortdurend op mijn qui-vive voor de geheime politie. Het is een spannend verhaal. Als het niet zo schrijnend was.

De mensen in het zaaltje zwijgen, luisteren ingespannen naar een herinnering van ruim 20 jaar oud. De kartonnen bekertjes op de tafels zijn leeg. De ud ligt werkeloos op de schoot van zijn speler, die slechts oog heeft voor een verte waar wij ons als publiek maar een vage voorstelling van kunnen maken.

Advertenties

Elke Maand Een … | N70 Natuurwandelroute in het Rijk van Nijmegen

Elke Maand Een: Route
Route: N70 Natuurwandelroute
Afstand: 16 km
Start: Beek centrum
Eind: Beek centrum

Naast de N70 lopen in dit gebied ook veel andere wandelpaden

Al tijden staat de N70 op mijn nog-te-wandelen lijstje. In 2016 liep ik in dit gebied de Trage Tocht Berg en Dal en kwam ik de N70-bordjes tegen. Ik wist toen niet dat ze de markering waren van een schitterende wandeling. De N70 verwijst naar het jaar 1970, dit was het natuurbeschermingsjaar.

Op een nazomerdag eind september is het zover. Samen met mijn moeder wandel ik de populaire wandeling die ons over 8 bergen voert. We parkeren de auto in Beek en vinden al snel de route. Na een paar honderd meter komen we bij de Muur van Beek. Een steen verwijst naar de Giro di Berg en Dal. De cijfers liegen er niet om (althans niet voor Nederlandse begrippen): een hoogte van 21,7 meter, een stijging van maximaal 10% en de top pas na 1170 meter. Vol goede moed beginnen we aan onze eerste stijging, er zullen nog vele volgen.

Muur van Beek

De route leidt ons naar het natuurgebied de Duivelsberg. Onderweg zien we een richtingaanwijzer die al meer dan 100 jaar op deze plek staat. Tot 1949 liep hier de grens met Duitsland, nu ligt de landsgrens twee kilometer oostelijker. Op de twee armen staat de spreuk ‘laat vriendschap heelen wat grenzen deelen’.

Een 100 jaar oude richtingaanwijzer

De omgeving is schitterend. Stijgend en dalend hebben we regelmatig mooie uitzichten. We lopen door de vallei de Assekuul met oude eiken en vlechtheggen langs het pad. Ook komen we veel tamme kastanjes tegen, soms hele lanen. De paden liggen bezaaid met de kastanjes die vaak nog in hun puntige schil zitten. De algemene veronderstelling is dat de Romeinen hier de bomen ooit geplant hebben als voedselvoorziening.

Veel tamme kastanjebomen onderweg

De namen van de bergen, dalen en beken spreken tot de verbeelding. We beklimmen o.a. de Duivelsberg, de Boterberg, de Sterrenberg en de Ravenberg, we lopen door het Filosofendal en komen langs de Heksendans. Deze laatste is een pannenkoekenrestaurant maar ook een plek met leemkuilen en een lugubere geschiedenis. In de 19e eeuw is hier een dienstmeisje dood gevonden, in de Tweede Wereldoorlog is op deze plek flink gevochten. Maar de naam Heksendans stamt van veel eerder. Voor het christendom zijn intrede deed, vereerden mensen hier waarschijnlijk watergeesten.

De Heksendans, een plek met historie

We lopen in een lus vlak langs de Duitse grens naar Berg en Dal en door naar Nijmegen. De route is aangegeven met witte bordjes met N70 erop en – zoals de Vlaamse wandelaars zeiden die we tegenkwamen – kleine witte mannekes. De bordjes zijn niet overal even duidelijk aanwezig, waardoor we niet precies het pad van de kaart lopen. Met onze routebeschrijving, kaart en Endomondo komen we echter elke keer weer op de goede weg terecht. En het maakt ook niet zoveel uit, het is in dit gebied overal even prachtig.

Een lange lindenlaan

Als we wederom met omwegen weer in Beek uitkomen heb ik volgens mijn fitness tracker 105 verdiepingen gelopen. Op een gemiddelde dag kom ik niet verder dan 15. Er waren vandaag dan ook weinig vlakke stukken bij. Voor wie in Nederland wil trainen voor een wandelvakantie in de bergen raad ik deze wandeling ten zeerste aan. En ook aan iedereen die een dag door on-Nederlands doch schitterend landschap wil wandelen. Ik kom hier zeker nog eens terug!

Mooie uitzichten en paden

Ik liep de N70 met behulp van een papieren wandelkaart en omschrijving die ik bij de Fiets- en Wandelbeurs in Utrecht haalde dit jaar. Hier kun je deze wandelfolder downloaden. In het veld is de route gemarkeerd met witte plaatjes waar met zwarte letters ‘N70’ op staat. Ook kun je de kleine witte ‘mannekes’ op verschillende kleuren bordjes volgen. Af en toe wijst een richtingaanwijzer de wandelaar in de goede richting. De route is een rondwandeling dus je kunt zelf je startpunt bepalen.

De wandelfolder

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier

Christoffelpad etappe 1: Hasselt – Vollenhove

Route: Christoffelpad
Afstand: 25 km
Start: Bushalte Hasselt centrum
Eind: Bushalte Zwembad in Vollenhove

Het Christoffelpad is gemarkeerd met een rood-groene pijl

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo is er sinds 2018 het Christoffelpad, dat gebruik maakt van de wandelnetwerken van IJsseldelta en Weerribben-Wieden. Eigenlijk net als het Salland Pad dat doet met Wandelnetwerk Salland. Het Christoffelpad is ruim 40 km lang en kan dus prima in een weekend gelopen worden. Het pad maakt een rondje langs de grotere plaatsen Hasselt, Zwartsluis, Vollenhove en Genemuiden. De routekaart koop je voor EUR 4,50 in deze en omliggende plaatsen. Bijvoorbeeld in het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten bij Sint Jansklooster (zoals ik).

Ik begin de eerste dag van de herfst in bus 71 naar Emmeloord, die ook in Hasselt stopt. Met mij zitten er nog 4 andere passagiers in de bus, allen wandelaars. Ze kennen elkaar niet, maar wisselen ervaringen uit over het Overijssels Havezatenpad en het Zuiderzeepad waar ze naar op weg zijn. Over één ding zijn ze het eens. Op zondag rijden er weinig bussen in dit deel van het land! Ik ken het probleem met het Salland Pad…

Mooie woorden in Hasselt

In een zonovergoten Hasselt stap ik uit en dwaal door het oude plaatsje op zoek naar de markering. Begin 2018 was ik hier ook met het Jacobspad. Toen was de tekst bij het Oude Stadhuis, nu Toeristisch Informatiepunt, ‘Hoe velen zijn niet deze weg gegaan’ goed leesbaar. Nu staat er een marktkraam over de woorden. Ik laat de markt voor wat hij is en loop op goed geluk in de richting van de route.

Hasselt ligt er mooi bij op deze eerste herfstdag

Gelukkig is Hasselt niet zo groot en heb ik mijn eerste rood-groene markering snel gevonden. Door Hasselter buitenwijken loop ik zo de natuur in, langs weilanden, schapen, sloten en door een nieuw natuurgebied: de Olde Maten. Dit natuurgebied is in 2014 helemaal heringericht. Van oorsprong was het een veengebied, waarna boeren het ontgonnen. Het streven is nu dat verdwenen dieren en planten het gebied weer in bezit nemen. Er zijn nu, 5 jaar later, in ieder geval al heel wat mooie plaatjes te schieten.

Natuurgebied de Olde Maten

Door de Olde Maten kom ik in Zwartewatersklooster uit. Een ingeslapen gehucht waar af en toe een voorbijrijdende wielrenner de rust verstoort. Geen spoor van een klooster. Maar het plaatsje heeft niet voor niets zijn naam gekregen. In de 13e eeuw werd op deze plek namelijk een nonnenklooster gesticht. Ook gaat het verhaal dat hier ridders begraven liggen, die sneuvelden bij de Slag bij Ane in 1227 (Ane ligt in de huidige gemeente Hardenberg). De ridders waren in dienst van het leger van de bisschop van Utrecht en streden tegen opstandige Drenten. De Drenten wonnen, de bisschop sneuvelde. Als boetedoening voor de dood van de bisschop werd het klooster in Zwartewatersklooster opgericht. Met zo’n verhaal bekijk ik zo’n ingeslapen plaatsje met een hele andere blik.

Een plek met een lange geschiedenis

Na Zwartewatersklooster kom ik al snel op de Sluizerdijk uit en loop parallel aan de weg richting Zwartsluis. Ik ben niet de enige die op weg is naar deze plaats aan het water. Onophoudelijk rijden er auto’s voorbij en de brug in de verte bij Zwartsluis zie ik meerdere keren opengaan. In het plaatsje zelf zijn er veel bootjes op het water en de terrassen zitten vol. Iedereen geniet nog even van wellicht één van de laatste nazomerdagen. En geef ze eens ongelijk.

Na Zwartsluis kom ik via lange smalle wegen in het Nationaal Park Weerribben-Wieden uit. Het is druk met fietsers en auto’s. Een aantal is ongetwijfeld op weg naar het even verderop gelegen Belt-Schutsloot. Giethoorn in het klein en nog niet ontdekt door Chinezen. Ik ga de andere kant op.

Lunchuitzicht in Nationaal Park Weerribben-Wieden

Via de kleine dorpjes Barsbeek en Heetveld loop ik richting Sint Jansklooster. Vandaag vindt hier het Jeugdbloemencorso plaats. Hoewel ik niet door het plaatsje kom, zie ik wel een wagen staan met daarop een levensgroot beest, gemaakt uit vuurrode bloemen. Bij een koffie- en theeschenkerij op het landgoed Oldenhof las ik een pauze in. 20 kilometer op de teller, tijd voor thee met echte Oldenhover plaatkoek. Het terras ligt er schitterend bij tussen de hoge bomen.

Een mooie pauzeplek

En dan is het tijd voor het laatste stuk. Vollenhove is niet ver meer en de bus gaat maar één keer per uur. Ik loop flink door, pik in Vollenhove landgoed Oldruitenborgh, inclusief ruïne, mee en haal nog net op tijd mijn bus. Ik neem me voor om de volgende keer nog een rondje door het centrum te doen.

Het was een prachtige etappe, uiteraard hielp de mooie nazomerdag ook mee. De volgende etappe gaat deels langs de andere oever van het Zwarte Water. Ook belooft de routekaart een pontje en wellicht een zeearend. Ik kan niet wachten!

Elke Maand Een … | Naar Terschelling

Elke Maand Een: Gedicht
Soort gedicht: Raamgedicht
Dichter: Gerda Posthumus
Plaats: Harlingen

Vrienden van ons wonen op Terschelling. Als we erheen gaan, gaan we een weekendje. Zo’n weekend voelt als een mini-vakantie, die begint op het moment dat we uit de auto stappen op het grote parkeerterrein aan het Skieppedykje. In 10 minuten lopen we naar de veerterminal, waar de boten naar Vlieland en Terschelling vertrekken. Onderweg zien we De Friesland al liggen, geduldig wachtend op zijn volgende vracht passagiers.

In de terminal is de aanblik iedere keer anders. In de zomervakantie staan er jonge gasten van amper 16 met volgeladen strandkarren uitgelaten met elkaar te praten. De slaapzakken, matjes, weekendtassen, een grote radio en uiteraard blikjes bier doen een eerste vakantie zonder ouders vermoeden.

Naast hen gezinnen met kinderen. Een meisje van een jaar of 10 vraagt: “Papa, gaan we dan ook zeehonden kijken?” Haar broertje slaat zijn armen over elkaar: “Ik wil naar het Wrakkenmuseum!” De vader knikt wat, mompelt een vaag “hmhm”, maar blijft op zijn telefoon kijken. De moeder maant haar gezin om in de rij te gaan staan, de tickets kunnen elk moment gescand worden.

Buiten de vakanties om zijn de bankjes bij de hoge ramen bezet door oudere echtparen in degelijke wandelschoenen. Een vrouw met een kort grijs kapsel haalt uit haar rode ANWB-rugzak een zakje met zelfgesmeerde boterhammen. Haar man pakt ze gretig aan. Het was een lange autorit van Rijswijk naar Harlingen. Naast het bankje staan twee dezelfde koffers op wieltjes.

Wij gaan ook vaak buiten de schoolvakanties. De grote mensenmassa’s zijn dan verdwenen. De rust is neergedaald over het eiland. Er is plek zat op de veerboten. Als de boot toetert en wegvaart kun je in alle rust je cappuccino met appeltaart halen. Door de ramen zie je Harlingen kleiner worden, de Waddenzee strekt zich voor je uit, aan de horizon een enkele zeilboot. Het vaste land ligt achter ons, het gewone leven met het vaste stramien lijkt ver weg.

Deze maand gingen we ook. Toen we de terminal in liepen, vielen de woorden op één van de hoge ramen me meteen op . Die woorden stonden er vorige keer nog niet. Ik ging op het bankje zitten en las het gedicht ‘Eilandverlangen’ van Gerda Posthumus.

Eilandverlangen

En het eiland, je eigen
zo eigen plek waarnaar
je dromend verlangt,
niet alleen

in de zomer maar juist
in de lente als alles
nog rust en haast
eenzaamheid denkt,

ruist de zee in de bomen
en golft het bos
in haar ritme door
brekend op stilte.

En het eiland, je eigen
weerkaatsing beweegt
in haar heen
en weer
terug.

Gerda Posthumus

In het ritme van het gedicht hoor ik de zee en de golven. Door de woorden zie ik letterlijk de Waddenzee, waardoor tekst en beeld zich met elkaar vermengen. Maar ook wij, de gedichtlezers, de passagiers, zien onszelf in het gedicht. Letterlijk door onze weerkaatsing en iets minder letterlijk in het verlangen naar het eiland dat Gerda Posthumus beschrijft. Iets dat veel reizigers – die in die terminal zitten te wachten – wel zullen kennen. Wie eens op Vlieland of Terschelling is geweest, keert vaak nog eens terug.

Gerda Posthumus is sinds 2013 Eilanddichter van Vlieland en heeft verschillende gedichten geschreven over dit eiland. Ze organiseert poëziewandelingen op Vlieland, waaronder de Slauerhoff-tour. Benieuwd naar haar gedichten? Er zijn drie dichtbundels van haar hand verschenen.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Noardlike Fryske Wâlden etappe 2: Gytsjerk – Feanwâlden

Route: Noardlike Fryske Wâlden (Streekpad 20)
Afstand: 18 km
Start: Nieuwe Straatweg, Gytsjerk
Eind: Station Feanwâlden

Indrukwekkende wolkenluchten boven Oer de Wiel

Op 12 april 2018 opent weerman Gerrit Hiemstra Frieslands nieuwste streekpad: Noardlike Fryske Wâlden. Zoals de naam al zegt, loopt deze 165 km lange rondwandeling door de noordelijke Friese Wouden, de noordoosthoek van Friesland. Deze streek staat bekend om het coulisselandschap: kleinschalig boerenland omzoomd door houtwallen en elzensingels. Het is aangewezen als Nationaal Landschap. Wandelaars Jaap en Anneke Jongejan zijn de initiatiefnemers van de route. Op Wandelnet staat het volgende: “Ze combineerden onverharde paden, klinkerwegen en dorpsommetjes tot een prachtige route door een gebied dat wel ‘het best bewaarde geheim van Friesland’ wordt genoemd.”

Veel springbalsemien onderweg

Een half jaar geleden liepen we de eerste etappe van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden. Het was verrassend mooi en we waren het er over eens dat we snel de tweede etappe moesten lopen. Heel snel is het niet geworden, maar op een zonnige dag tussen regenachtige dagen in augustus stappen we in Gytsjerk uit de auto voor de tweede etappe. Over de Canterlandseweg lopen we al snel het dorp uit en lopen dwars door de weilanden in noordelijke richting. Een mountainbiker haalt ons in, groet en rijdt door in een zigzaggende lijn. Al die kuilen en hoge graspollen rijden niet al te prettig. Dan komt Oentsjerk in zicht.

Volgens de kaart zou hier een koffiegelegenheid zijn, maar het café blijkt gesloten i.v.m. zomervakantie. Ook Stania State – vroeger een landhuis met landgoed van Friese adellijke families, nu een mooi gelegen restaurant, conferentiecentrum en trouwlocatie – is dicht. Jammer, want we hadden op deze mooie plek best een kopje koffie willen drinken. We lopen door de Engelse landschapstuinen en door het bos richting Griekenland en Turkije.

Stania State is helaas dicht

Een aparte naam voor een klein bos dat ooit in het bezit was van de familie Van Sminia. Met de opbrengst van Griekse en Turkse staatsobligaties kochten zij dit gebied. Op dit moment zijn de bosjes in het bezit van het Fryske Gea. Via het dorpje Readtsjerk komen we uit bij het natuurgebied Oer de Wiel.

We klimmen over het hek, zoals de route aangeeft en bevinden ons in uitgestrekte weilanden. Rechts van ons zien we water. Meerkoeten en waterhoentjes dobberen er op hun gemakje. Er is geen mens te bekennen. Enthousiast door het uitzicht volgen we het water, klimmen over nog veel meer hekken en lopen te midden van schapen die zich weinig van ons aantrekken. Dan wordt het tijd voor de lunch.

We klimmen over meerdere hekken

In dit natuurgebied zijn weinig bankjes, dus eten we zittend in het gras met uitzicht op het water onze broodjes. De indrukwekkende wolkenluchten maken het plaatje compleet. Erg mooi! Als we verder lopen zien we na 10 minuten een bankje (het lijkt wel een wetmatigheid). Aan de rand van het weiland staat een kunstwerk van Nynke Rixt Jukema, dat tevens een verhoogd bankje is. Het kijkt uit over het water en was een mooie lunchplek geweest.

Dit was een mooi lunchbankje geweest

Na een paar kilometer komen we bij een weg, waar we de route verlaten. Het natuurgebied en de route gaan aan de overkant van de weg verder. Daar lopen we volgende keer, besluiten we. Hopelijk niet pas over een half jaar. Over de weg lopen we terug naar het station van Feanwâlden, waar we die ochtend de tweede auto hadden geparkeerd. Het Noardlike Fryske Wâlden pad is nog steeds zeer de moeite waard.

Benieuwd naar de andere etappes van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Elke Maand Een … | Stiekeme gedachte op de muur

Elke Maand Een: Straatgedicht
Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Tilburg
Dichter: Esther Porcelijn

Toen ik het gedicht zag, moest ik denken aan kruissteekjes, aan borduren, aan merklappen boven wiegjes. Het gaf een wonderlijke sfeer aan die stenen muur. Zacht, nauwkeurig en ambachtelijk. Een tweede blik deed me twijfelen. Was het logisch dat de letters op de muur waren aangebracht met keurige kruissteekjes? Natuurlijk niet, besloot ik in de volgende seconde en ik herkende de mozaïeksteentjes. Het gedicht had ik toen nog niet gelezen.

Vijf regels telt het slechts, het gedicht dat voormalig stadsdichter Esther Porcelijn speciaal schreef voor deze plek. De omwonenden hadden de gemeente gevraagd om meer verfraaiing van het straatbeeld. Ze kregen dit korte gedicht, dat makkelijk in het voorbijlopen te lezen is. “Het is”, aldus de dichter, “een stiekeme gedachte van iemand.”

Ik herken je aan je haren
je schouders, hoe je loopt

is het goed als ik in jou verdwaal
wil jij dan in mijn verhaal?
daar kan ik je voor altijd bewaren

Esther Porcelijn

Die iemand kan heel goed een voorbijganger zijn die in de drukke winkelstraat, waar dit gedicht is aangebracht, een andere persoon herkent. Ik heb dat ook wel, dat ik aan iemands houding een persoon herken. Nog voordat het kapsel en de kleding het plaatje compleet maken. Soms is er gelegenheid tot aanspreken, soms ook niet. De derde regel heb ik echter nog nooit hardop tegen iemand uitgesproken. Wat zou er dan gebeuren?

Het is natuurlijk geen hardop uitgesproken vraag (toch?), maar slechts een mijmering, een ‘stiekeme gedachte’. Van een voorbijganger over een voorbijganger. Hoe kun je een beeld van iemand, een herinnering, vasthouden? Hoe maak je een persoon tot jouw verhaal, onderdeel van je leven?

De omwonenden van de Langestraat hebben gekregen waar ze om vroegen. En meer. Niet alleen is de straat verfraaid met een mooi ontwerp, ze hebben ook stof tot nadenken erbij gekregen. En vergeet niet al die voorbijgangers die al lopend omhoog kijken, het gedicht lezen en dan blijven staan. Misschien vanwege de kruissteekjes die geen kruissteekjes zijn, misschien vanwege de stiekeme gedachte. Welke reacties zijn er af te lezen op hun gezichten? Over verfraaiing van het straatbeeld gesproken.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Elke Maand Een … | Kanoën in de Mastenbroekerpolder

Elke Maand Een: Route
Route: Kanoroute Mastenbroekerpolder
Afstand: 10,8 km
Start: Opstapplaats Kerkwetering / Oude Wetering Mastenbroek
Eind: Opstapplaats Kerkwetering / Oude Wetering Mastenbroek

Kanonetwerk Mastenbroekerpolder, in rood onze route

Al enkele decennia is mijn man de trotse bezitter van een Oost-Duitse tweepersoons vouwkano van zeker 50 jaar oud. In gevouwen vorm past de kano op de achterbank van onze auto en is dus makkelijk mee te nemen naar een kano-plek naar keuze. Eenmaal daar aangekomen passen we de gelakte latjes in elkaar en schuiven het geheel in het blauwe doek, waardoor er een kano ontstaat. Vaak ontlokt dit construeren verbaasde blikken bij de andere watersporters. Soms ook wel uitroepen van herkenning.

Op de ochtend van een warme zomerdag in juli hebben we geen toeschouwers. Nog voor negenen liggen de latjes al uitgespreid over de steiger in Mastenbroek, een dorp in de gelijknamige polder tussen Kampen en Zwolle. De kerk van het buurtschap staat op een steenworp afstand. Een informatiebord toont de geschiedenis van een van de oudste polders van Nederland. Al in de 14e eeuw is dit gebied – toen een moerasbos – drooggelegd. Al ruim 10 jaar zijn er verschillende kanoroutes te vinden in deze polder. Hoog tijd om eens op ontdekking te gaan.

Het start- en eindpunt in Mastenbroek van ons kanorondje

Als de kano in elkaar zit, leggen we hem in het water en varen de brede sloot op. Links van ons loopt een lange rechte weg waar zelfs op deze vroege zaterdag veel auto’s rijden. Rechts is weiland. Allerhande waterplanten bloeien kleurig langs de oever. Een fris windje maakt golfjes op het glinsterende water.

De waterwegen in de polder zijn net als de autowegen lang en recht. Het had me van tevoren wat saai geleken, maar niets is minder waar. Vanaf het water ziet de wereld er heel anders uit. Doordat je laag zit, zie je alleen maar de natuur om je heen. Een waterhoentje dat geschrokken opvliegt, een koe die enkel haar kop even opheft om vervolgens weer onverstoorbaar verder te kauwen, de libellen in verschillende soorten en maten die voor je over het water scheren. De weg merk je enkel op als er een auto of fietser langskomt.

We maken een rondje (of eigenlijk een vierkantje) van ruim 10 km door sloten, vaarten en over een meertje. We pauzeren bij een steiger aan het brede water langs de Kamperzeedijk en kijken uit op het stoomgemaal Mastenbroek, door de Zeediekers ‘d’Olde Mesiene’ genoemd. De schoorsteen zagen we al van verre. Ik lees later dat dit uit 1885 stammende gemaal de oudste horizontaal draaiende stoommachine van Europa is. Het gemaal heeft een prachtig uitzicht over het water. Ganzen drijven voorbij en doorkruisen de velden met waterlelies.

Stoomgemaal Mastenbroek, oftewel ‘d’Olde Mesiene’

Onderweg komen we veel bruggetjes tegen die de wegen met elkaar verbinden of de oprit vormen naar een boerderij. Bij de meeste bruggetjes hoeven we niet te bukken. Bij sommige wel. Dit zijn betonnen exemplaren die wel 10 meter lang zijn, smal, laag en zonder uitzondering vol spinnenwebben. Peddelen lukt niet in zo’n smalle tunnel en dus trekken we ons er aan de muren doorheen. Geen optimale doorgang, maar we hebben tijdens ons rondje de kano niet één keer hoeven overtillen.

Na ruim 2 uur zijn we weer terug bij de steiger in Mastenbroek. Het is er nog net zo rustig als toen we begonnen. Ook onderweg zijn we geen andere watersporters tegengekomen. Op een zonnige zaterdag in de zomervakantie hadden we dit wel verwacht. Misschien moet de Mastenbroekerpolder nog ontdekt worden door de kanoënde medemens? Aan de natuur ligt het in ieder geval niet. Dit mooie gebied is zeker een kanotocht waard.

Mocht je nu ook een kanotochtje willen maken in de Mastenbroekerpolder, maar je hebt geen eigen kano? Bij Boer Pelleboer kun je een kano huren.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Fietsen langs Duitse rivieren | Römer-Lippe-Route

Onze totale fietsroute

In de zomer van 2019 fietsen we in twee weken langs twee Duitse rivieren. De eerste week fietsen we vanuit Nederland naar de Emsradweg en pakken deze route in Ditzum op. Ditzum is een klein vissersplaatsje vlakbij de monding van de Ems in Emden. Vanaf hier zakken we af naar de bron van de Ems bij Hövelhof. Daar steken we over naar Detmold om in de tweede week de Römer-Lippe-Route te fietsen. De rivier de Lippe volgen we van bron naar monding in de Rijn, tussen Wesel en Xanten. Vanaf Xanten fietsen we weer terug naar Nederland. We zijn dan 1050 km verder, hebben verschillende landschappen doorkruist en zijn veel ontmoetingen en indrukken rijker.

Fietsen over de Römer-Lippe-Route

Het routeboekje met op de achtergrond de Lippe

Vanaf een camping midden in het Teutoburgerwald beginnen we aan de Römer-Lippe-Route. De bron van de rivier de Lippe zien we pas 35 kilometer verderop. De route begint namelijk bij het Hermannsdenkmal, een kolossaal beeld boven op een heuvel dat verwijst naar de slag bij het Teutoburgerwald tussen de Germanen en de Romeinen. Niet alleen volgt deze fietsroute de Lippe, maar leidt het de fietsers ook langs de uitgebreide Romeinse geschiedenis van dit gebied. En wat is nu een betere plek om te beginnen dan bij Hermann, oftewel Arminius, de Germaanse legeraanvoerder die Caesars legioenen verpletterend versloeg?

Hermann in volle glorie

Om bij het Denkmal te komen, moet je in korte tijd een paar honderd hoogtemeters overbruggen en dat valt me, na de vlakke EmsRadweg, wel zwaar. Ook de rest van de etappe van die dag die ons o.a. bij de Externsteine brengt, een rotsformatie van zandsteen te midden van de heuvels, is veel stijgen en dalen.

De Externsteine

De omgeving ziet er meteen ook heel anders uit. Heuvelachtige landschappen, overdekt met bossen, open vlakten met weiden, wilde bloemen en graanvelden vouwen zich voor ons uit. Het levert mooie vergezichten op.

We fietsen door een mooi landschap

Bij Bad Lippspringe ontspringt de Lippe. Vanaf 8 meter diepte borrelt het water op in een meertje. Informatieborden, bloembakken en verschillende uitzichtpunten maken het tot een officiële bron, die ik ook voor ogen had bij de Ems. Het verschil kan niet groter zijn. De route is vanaf hier redelijk vlak en de komende dagen volgen we de Lippe naar de monding bij Wesel. Af en toe steken we hem over met een trekpontje.

De bron van de Lippe in Bad Lippspringe

De rivier is vaak helder en stroomt snel. Waterplanten waaieren uit in de stroomrichting. De ganzen en eenden op het water moeten moeite doen om op hun plek te blijven. Heel breed wordt het water niet. Verschillende malen zien we kano’s voorbijkomen. Stroomafwaarts uiteraard. Grote stukken lopen de Lippe en het druk bevaren Datteln-Hamm-Kanal naast elkaar.

Met de klok mee vanaf links boven: de Lippe; een trekpontje; uitzicht op de Lippe vanaf het terras van hotel Zur Rauschenburg; de Lippe en het Datteln-Hamm-Kanal lopen naast elkaar

De plaatsjes langs de Lippe

Paderborn met de Pader

Onze eerste overnachting op de Römer-Lippe-Route is in Paderborn. Een oud, leuk stadje vol vakwerkhuizen. De Pader, met 4 kilometer de kortste rivier van Duitsland, ontspringt er en stroomt er als een helder, af en toe snelstromend, beekje doorheen. Om te eindigen in de Padersee bij Schloß Neuhaus. In Schloß Neuhaus ontbijten we bij een bakkertje vlakbij het slot, waar het plaatsje naar vernoemd is. De uitgestrekte tuinen achter het kasteel staan volop in bloei. Kinderen van de plaatselijke basisschool hebben er een sportdag.

De tuinen van Schloß Neuhaus

In Lippstadt bewonderen we het grote plein met – wederom – vakwerkhuizen en de fontein met bijzondere beelden. Ook de Kaffee und Kuchen smaken er goed. Van de uitgestrekte stad Hamm zien we voornamelijk de omliggende natuur. Wel werpen we een blik op de immense glazen olifant in het Maximilianpark waar industriële panden nu een andere bestemming krijgen à la Eindhoven of Rotterdam. In Werne pauzeren we bij het gradeerwerk, waar zout wordt gewonnen door water langs sleedoorntakjes te laten lopen

Met de klok mee vanaf links boven: Lippstadt; gradeerwerk van Werne; streetart in Dorsten; Haltern am See

Via Haltern am See, gelegen aan een groot meer en Dorsten, waar ik een mooie muurschildering spot, komt de route in Wesel uit, een oud stadje waar de Lippe uitmondt in de Rijn. De route zelf eindigt in Xanten, de plaats bij uitstek voor Romeinse geschiedenis.

Monding van de Lippe in de Rijn

Romeinse geschiedenis

Onderweg worden we verschillende malen herinnerd aan de Romeinse geschiedenis van dit gebied

De Limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk langs de Rijn, liep langs Xanten en in de Romeinse tijd lag bij deze plek de stad Colonia Ulpia Traiana en de belangrijke legerplaats Castra Vetera. In het archeologisch park bij de stad zijn originele resten van gebouwen terug te vinden. Ik was hier ooit met een excursie van de middelbare school. Zeker een aanrader.

Ook elders op de route komen we verschillende keren overblijfselen tegen uit de Romeinse tijd. Uitgebreide informatieborden en plaatsaanduidingen geven de geïnteresseerden een beeld van hoe het graanveld of het bos dat er nu ligt, er een paar duizend jaar geleden uitzag.

Omleidingen

De route kent opvallend veel omleidingen. Wegwerkzaamheden maken dat ook fietsers geen gebruik kunnen maken van bepaalde wegen of bruggen. Op de site van de Römer-Lippe-Route staat dit allemaal aangegeven en wordt ook een alternatieve route beschreven. Uiteraard hadden wij dit van te voren niet bekeken en hebben we heel wat meer kilometers gefietst dan nodig was. Soms over saaie rechten wegen, soms over mountainbike-paadjes door bossen. Niet echt ideaal met onze volgeladen fietsen.

Ontmoetingen

Af en toe komen we vreemde borden tegen

Onderweg is veel te zien. Daarom staan we regelmatig even stil om een foto te maken, in het boekje te kijken of een informatiebord te lezen. We hebben meerdere keren gehad dat er, zodra we afstapten, iemand naar ons toekwam en vroeg of hij ons kon helpen. Nadat we ontkennend geantwoord hadden, kwam het gesprek – uiteraard – op fietsen en de omgeving. Het heeft een aantal leuke gesprekken opgeleverd.

Zo vertelt een oude man op een e-bike in Detmold dat hij elke dag een rondje fietst “das ist gut für die Knochen”. Het verbaast hem niet dat we Nederlands zijn. Hij ziet de laatste jaren steeds meer fietsende Nederlanders. “Terecht”, merk ik op, “gezien de omgeving”. Daar is hij het volkomen mee eens.

Op onze laatste camping in Duitsland ontmoeten we een vakantiefietser uit Rotterdam die al vijf weken onderweg is. Hij heeft een rondje Zwitserland gedaan en heeft het nu wel weer gehad. Hij wil naar huis en het liefst voor de finale van het voetbal, de volgende dag. Dat wordt nog even doorfietsen, merken we op. Hij ziet het wel zitten. De dag ervoor had hij 140 kilometer afgelegd “en ook nog een lekke band geplakt”.

Overnachtingen

Camping Uentrop

Tijdens de Römer-Lippe-Route hebben we een aantal bijzondere overnachtingen gehad. Zo was er de camping Uentrop bij Hamm die op zichzelf erg rustig was, ware het niet dat de snelweg praktisch over de camping liep en de koeltorens van de verderop gelegen industrie ons uitzicht vormden. Het hotel Zur Rauschenburg bij Olfen was typisch Duits. Idyllisch gelegen aan de Lippe stond het statige gebouw aan de rand van het bos. De kamers waren sinds de jaren 50 niet meer veranderd en de zware houten meubels gaan nog wel een tijdje mee. We hebben er heerlijk op het terras gezeten en genoten van onze schnitzel.

De laatste camping aan de route lag bij Wesel aan de Rijn. We kwamen er aan op een vrijdagmiddag. Dit bleek geen goede combinatie. De camping was immens (het was een kilometer lopen van onze tent naar de douches) en de halve omgeving was uitgelopen om op die plek het weekend door te brengen. Wat een contrast met de boerencamping in Drempt (Achterhoek) waar we de volgende avond een plekje in de boomgaard vonden: “die ladder staat er om de kersen te plukken, dus ga vooral je gang.”

Meer informatie

Romeinse cijfers geven onderweg het aantal afgelegde kilometers vanaf de bron van de Lippe aan

Meer informatie over de Römer-Lippe-Route vind je op de site. Hier kun je ook de GPS-track downloaden. De hoofdroute is 295 kilometer lang. Regelmatig echter heb je de mogelijkheid om een alternatieve route te fietsen (een Schleife) langs een Romeinse bezienswaardigheid of mooie natuur. Zowel de hoofdroutes als de Schleifen zijn gemarkeerd en in het Bikelineboekje aangegeven. Ook vind je onderweg regelmatig grote roestrode stalen platen met Romeinse cijfers. Deze cijfers geven het aantal kilometers aan vanaf de bron van de Lippe.

De markering van de Römer-Lippe-Route

De markering bestaat uit rood-blauw-witte vierkantjes waarin je een gestileerde Romeinse helm en de Lippe kunt ontwaren. De bordjes hangen onderaan de richtingaanwijzerbordjes.

Benieuwd naar onze ervaringen op de EmsRadweg? Lees het hier.

Fietsen langs Duitse rivieren | EmsRadweg

Onze totale fietsroute

In de zomer van 2019 fietsen we in twee weken langs twee Duitse rivieren. De eerste week fietsen we vanuit Nederland naar de EmsRadweg en pakken deze route in Ditzum op. Ditzum is een klein vissersplaatsje vlakbij de monding van de Ems in Emden. Vanaf hier zakken we af naar de bron van de Ems bij Hövelhof. Daar steken we over naar Detmold om in de tweede week de Römer-Lippe-Route te fietsen. De rivier de Lippe volgen we van bron naar monding in de Rijn, tussen Wesel en Xanten. Vanaf Xanten fietsen we weer terug naar Nederland. We zijn dan 1050 km verder, hebben verschillende landschappen doorkruist en zijn veel ontmoetingen en indrukken rijker.

Naar de EmsRadweg toe

Zwarte Dennen

Het is boven de 30 graden als wij in twee dagen via Overijssel, Drenthe en Groningen naar Ditzum in Noord-Duitsland fietsen. De Nederlandse provincies doen niet onder voor het Duitse Ostfriesland. We rijden door de verstilde Zwarte Dennen bij Staphorst, over het mooiste fietspad van Drenthe in het Dwingelderveld en door het prachtige natuurgebied Bovenlanden (inclusief een verzonken dorp) in Noord-Groningen. We kamperen op twee mini-campings in Eursinge en Bellingwolde, waar het goed toeven is.

Bad Nieuweschans (en daarmee de grens) is niet ver meer

De EmsRadweg bereiken we de volgende ochtend. In ons routeboekje wordt de route van bron tot monding beschreven. Wij fietsen hem andersom en dus bladeren we terug in het boekje. In het veld is de route gelukkig beide kanten op gemarkeerd. Emden is de officiële start (of einde) van de route. Wij besluiten om de route in Ditzum, 10 km van Emden, op te pakken. Emden ligt aan de overkant van de Ems en dat retourtje met de pont geloven we wel.

Fietsen over de EmsRadweg

In Warendorf

Ditzum is een oud vissersdorpje aan de monding van de Ems. Het landschap van Ostfriesland is kaal en het eerste deel van de route fietsen we voornamelijk langs de dijk, af en toe laverend tussen de schapen. De weg is vlak en zal dit ook blijven tot aan de bron bij Hövelhof.

Laveren tussen schapen langs de dijk bij Ditzum

De Ems is breed en de binnenvaartschepen varen af en aan. Ook kun je hier een enorm cruiseschip tegenkomen dat in de Meyer-werf in Papenburg wordt gebouwd. Al jarenlang een onderwerp van discussie tussen natuurliefhebbers en de werf. De eerste groep ziet graag dat de Ems een natuurlijke loop houdt en de natuur bewaard blijft. De werf en de lobby eromheen daarentegen hebben voor de gebouwde cruiseschepen een diepe en brede rivier nodig.

Binnenvaartschepen komen onderweg in de Ems en in het er parallel aan lopende Dortmund-Ems-Kanal tot aan Rheine 13 sluizen tegen. Bij Greven, vroeger de laatste bevaarbare Emshaven, wordt de rivier te smal en zien we alleen nog plezierjachtjes, kano’s en op een gegeven moment zelfs dat niet meer. De serieuze rivier wordt in krap 400 km een lieflijk stroompje met overhangende bomen, koeien op de oevers en wuivende graanvelden erlangs. Wij kamperen aan de Ems, drinken er Kaffee und Kuchen naast, steken haar over in oude dorpjes met traditionele vakwerkhuizen en af en toe biedt zij een thuis aan een kunstwerk.

De Ems van monding tot bron deel 1: van Ditzum (bovenaan) tot aan Rheine (onderaan)

In de bossen bij Hövelhof bereiken we na zes dagen fietsen de bron van de Ems. In een informatiecentrum lezen we over de rivier, een paar honderd meter verderop vind je de bron. Het ligt bij een militair oefenterrein dat sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog Engels is. Al sinds het begin van de route heb ik een plek voor ogen waar je het water ziet opborrelen. De werkelijkheid is anders. Langs de vlonders waar je overheen loopt, zie je wat water glinsteren dat verder het bos in loopt. Naar het schijnt is dit overigens niet de echte bron. Die ligt even verderop, binnen de grenzen van de militaire zone.

De Ems van monding tot bron deel 2: van Telgte (bovenaan) tot aan de bron bij Hövelhof (onderaan)

Geschiedenis

Onderweg zien we veel graanvelden

Een aanleiding voor mij om de EmsRadweg te fietsen, was het boek Het lied van de Eems (2011) van Aafke Steenhuis. In dit boek fietst zij de EmsRadweg en vertelt over de geschiedenis van de rivier en het omliggende gebied. Ik herlees het tijdens onze fietsvakantie en dat maakt dat ik met hele andere ogen naar de omgeving kijk.

We doorkruisen Ostfriesland en Emsland, gebieden met een lange en niet altijd rooskleurige geschiedenis. In vroeger tijden waren het arme streken en werd er turf gewonnen. Net als aan de Nederlandse kant van de grens.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er maar liefst 15 straf-, concentratie- en krijgsgevangenenkampen in het Emsland. Het plaatsje Haren (Ems) is vlak na de oorlog nog een paar jaar Pools geweest. De Poolse soldaten die meevochten aan de geallieerde zijde en Poolse dwangarbeiders uit de kampen konden niet meer terug naar huis. Het land lag achter het IJzeren Gordijn. De Britse bezettingsmacht besloot toen de oorspronkelijke bevolking van Haren (Ems) weg te sturen en de huizen beschikbaar te stellen aan de Polen.

Moin

Onderweg komen we veel andere fietsers tegen die veelal op elektrische fietsen de route de andere kant op fietsen. Deze fietsers en ook de wandelaars groeten ons met moin. De groet die de Groningers ook niet vreemd is. Tot ver in het zuidelijke stroomgebied van de Ems groeten we op deze manier, totdat hallo en morgen de boventoon gaan voeren. Volgens Aafke Steenhuis kunnen mensen aan beide kanten van de grens elkaar prima verstaan als ze dialect spreken. Ze kan het weten, ze heeft het zelf uitgetest.

Eichenprozessionsspinner

Hier hadden we beter niet kunnen stoppen

Een paar dagen nadat we vertrokken zijn, haalt hij het nationale nieuws: de eikenprocessierups. In vergelijking met voorgaande jaren is het aantal rupsen verdriedubbeld. De brandhaartjes van de beesten zorgen voor hevig jeuk bij mens en dier. Het is dus oppassen geblazen. De rood-witte linten om de eikenbomen waarschuwen de voorbijgangers. In Duitsland krijgen we dit allemaal niet zo mee. Maar ook daar zijn de beesten aan een opmars bezig. We zien de borden, maar staan er niet zo bij stil. Tot vlak voor Warendorf.

Vanwege de warmte pauzeren we even in de schaduw van een grote boom. Pas later zien we het bord en daar vlak naast het nest van de Eichenprozessionsspinner. Ik maak nog even een foto, maar het kwaad is al geschied. ’s Avonds blijken we toch wel veel – naar we denken – muggenbulten te hebben en er komen steeds meer bij, op de vreemdste plekken. De rups heeft toegeslagen. De dagen erna vermijden we ondanks de aantrekkelijke schaduw alle eikenbomen, met of zonder bord. Dit niet weer.

De plaatsjes langs de Ems

Met de klok mee vanaf rechtsboven: Papenburg; Kloster Bentlage bij Rheine; Leer; Telgte; Rietberg; Rheda-Wiedenbrück; Warendorf; Hövelhof

De Ems komt door en langs verschillende leuke stadjes, zoals:

– Leer, een havenstadje met oude straatjes en huizen;
– Papenburg, dat doorkruist wordt door grachten boordevol bloembakken (zowel erin als erlangs);
– Rheine en het Kloster Bentlage, waar we met oud en nieuw waren en dat er nu, in de zon en met de bomen vol in blad, toch wel heel anders uitziet;
– Telgte, een oud stadje met een mooie kerk en een kunstwerk in de Ems van een man met een zwemband;
– Warendorf, met een pleintje met typisch Duitse geveltjes en een kerk met het opschrift ‘Nütz die Zeit’;
– Rheda-Wiedenbrück, met levensechte beelden van alledaagse mensen van keramiek;
– het sprookjesachtige Rietberg waar we naast de Ems, die veel weg heeft van een snelstromend beekje, onze cappuccino met overheerlijke Himbeerenkuche eten;
– Hövelhof, waar we voor het voormalige jachtslot van een bisschop uit de middeleeuwen van onze lunch genieten.

Overnachtingen

Op Camping Quellental bij de bron van de Ems

Tijdens de EmsRadweg hebben we verschillende soorten overnachtingen. We slapen op campings, sommigen iets groter dan we willen, soms in het gezelschap van eenden of kippen (inclusief een haan die om 4 uur ’s ochtends wakker werd), in een jeugdherberg, in een hostel op een boerderij in bedrijf en als enige gasten in een pension in een groot huis. Aanraders zijn voor ons:

Querdel’s Hof in Emsbüren, overnachten in een pension met meerdere kamers in een groot huis in the middle of nowhere, dat eigendom is van een boerenfamilie. Het ontbijt van voornamelijk zelfgemaakte producten, is een kilometer verderop, in de tuin van de boerderij.
Hotel Meier-Westmeyer in Marienfeld zit in een oude, nog in bedrijf zijnde boerderij in het rustige dorpje Marienfeld. Er is een oud klein goederenliftje waarmee we onze fietstassen eenvoudig naar de tweede verdieping kunnen krijgen.

Meer informatie

De groene ‘E’ markeert de EmsRadweg

Meer informatie over de EmsRadweg staat op de site van de route. Hier vind je o.a. de omleidingen, informatie over de omgeving en de GPS-track. Ook staat hier een link naar de praktische app van de EmsRadweg, waarmee je o.a. heel makkelijk de afstand tussen twee punten kunt bepalen. Heel handig als je ’s avonds voor je tentje de route van de volgende dag uitstippelt.

De EmsRadweg is ook gemarkeerd, zoals veel fietsroutes in Duitsland. De markeringsbordjes zijn vaak vierkantjes die onder de richtingaanwijzerbordjes hangen. De EmsRadweg is herkenbaar aan de groene E in beeld en spiegelbeeld. In verband met omleidingen kun je eigenlijk niet alleen op deze markering fietsen. Neem in ieder geval een fietsrouteboekje mee (wij hadden het boekje van Bikeline) of de GPS-track.

Benieuwd naar onze ervaringen op de Römer-Lippe-Route? Lees het hier.

Salland Pad etappe 5: Luttenberg – Haarle

Route: Salland Pad
Afstand: 16 km
Start: Bushalte Heuvelweg in Luttenberg
Eind: Bushalte ‘t Kruuspunt in Haarle

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

We lopen over kleine paadjes tussen weiland en sloot

 

In april liepen we de vorige etappe van het Salland Pad. De natuur was toen in lentetooi met frisgroene blaadjes, bloesem en allerhande bloemen in de bermen.  Het groen van de bomen is nu, drie maanden later, dieper, zwaarder. Langs de akkers staan korenbloemen, klaprozen en andere bloemen in allerlei kleuren. En laten we vooral niet de insecten vergeten. In april waren eikenbomen nog onschuldig, nu loopt een groot deel van de voorbijgangers er met een grote boog omheen. Uiteraard komen we deze bomen – en hun tijdelijke bewoners – ook tijdens deze mooie etappe tegen.

We starten vandaag in Luttenberg, waar we met de buurtbus arriveren. De eerste paar honderd meter liepen we vorige keer ook, toen we per ongeluk de verkeerde kant op liepen. Nu mogen we verder het glooiende landschap in. Het is 18 graden, in de blauwe lucht drijven wolken en de zon schijnt regelmatig. Kortom, prima wandelweer.

De route leidt ons over plattelandsweggetjes, door bossen boordevol eikenbomen en over kleine, net gemaaide paadjes tussen weilanden en sloten. Libellen vliegen af en aan, kikkers kwaken in de sloten, de sigaren van de lisdodden maken het plaatje af. We wanen ons in een Jac. P. Thijsse landschap! Het is rustig op deze dinsdagochtend. Af en toe passeert er een auto of een fietser, wandelaars zien we niet. Op een dagcamping luistert een groep kinderen aandachtig naar hun juffen, op camping De Luttenberg zitten vakantievierende echtparen voor hun caravans met een kopje koffie.

In Mariënheem drinken we bij de bakkerij en buurtwinkel van Stichting de Parabool – een organisatie voor o.a. dagbesteding voor mensen met een verstandelijke beperking – een kopje koffie. Hier komen we ook twee andere wandelaars tegen. De oudere heren hebben op deze doordeweekse dag ook hun wandelschoenen aangetrokken en lopen een rondje uit een wandelgids van Gegarandeerd Onregelmatig. We wensen elkaar een goede wandeling en vervolgen onze weg.

Na Mariënheem lopen we al snel het natuurreservaat Boetelerveld in. Het is het enige overgebleven natte heidegebied in Salland en behoort tot de Natura 2000-gebieden (een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden). Er komen bijzondere dier- en plantsoorten voor en er is een vogeltrektelpost gevestigd. Wat ons vooral opvalt, zijn de vele eiken. Met een boog eromheen lopen, is er niet bij. Door het hoge gras en de struiken kunnen we enkel het smalle pad volgen, dat pal onder de laaghangende eikentakken doorloopt.

Vogeltrektelpost op het Boetelerveld

We zien links en rechts diverse nesten vol eikenprocessierupsen tegen de stammen geplakt zitten. We blijven niet staan, maar houden het tempo erin. Hoe sneller we dit gebied uit zijn, hoe beter. Dit is niet een plek om te zijn op dit moment. Na 2,5 kilometer komt het einde in zicht en zijn we blij weer bredere wegen te zien.

Op een bankje ver weg van eikenbomen eten we onze broodjes en leggen dan de laatste kilometers af naar de buurtbushalte in Haarle. Het Salland Pad hebben we dan al verlaten. Dit buigt voor Haarle af richting het natuurgebied De Sprengenberg. Hier komen we terug als de rupsen vlinders zijn geworden.

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.