Elke Maand Een … | Klompenpad: Lint- en Liniepad

Elke Maand Een: Route
Route: Klompenpad: Lint- en Liniepad
Afstand: 10 km
Start: TOP Eiland van Schalkwijk, Provincialeweg 1 Schalkwijk
Eind: TOP Eiland van Schalkwijk, Provincialeweg 1 Schalkwijk

Enorme wandelbankjes in waterbergingsgebied Blokhoven

Op de dag dat de meteorologische winter begint, loop ik mijn eerste Klompenpad. Een Klompenpad is een wandelroute over boerenland in de provincies Gelderland en Utrecht. Deze paden zijn gemarkeerd met een bordje met klompjes in een bepaalde kleur en de naam van het bewuste pad. Hun aantal groeit gestaag en tijdens eerdere wandelingen ben ik meerdere malen dergelijke markeringen tegengekomen. Hoog tijd om er eens één te wandelen.

Samen met vrienden beginnen we in Schalkwijk aan het Lint- en Liniepad. Bij een toeristisch overstappunt met pannenkoekenhuis parkeren we de auto en maken ons op voor een winterse wandeling. Het zonnetje schijnt maar de temperaturen komen vandaag niet boven de 3 graden uit. We steken het spoor over en lopen over de lange weg langs het spoor richting Lek. In de korte tijd dat we daar lopen komen er meerdere treinen langs. Een stukje druk bereden spoor.

In korte tijd passeren vele treinen

Aan de andere kant van de weg zien we een water dat lijkt op een ijsbaan en daarachter de tuinen van Jonkheer Ram, omringd door grachten. Jonkheer Ram was in de 17e eeuw de bewoner van kasteel Schalkwijk. Een imposant bouwwerk dat eeuwenlang op deze plek heeft gestaan. Nu vormen alleen de onlangs opnieuw uitgegraven grachten nog een zichtbare herinnering aan het kasteel.

Al verder lopend zien we her en der al bunkers in de weilanden om ons heen. Als we op Werk aan de Groeneweg aankomen worden dat er nog veel meer. Deze verdedigingsstelling is in 1914 gebouwd en in 1940 nog flink uitgebreid. Het maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het diende om het verderop gelegen Fort Honswijk extra te verdedigen. We lopen door grachten en tussen wallen en zien om ons heen meerdere bunkers en loopgraven. Op 14 mei 1940 is er op deze plek nog gevochten, maar het mocht niet baten.

Veel bunkers in Werk aan de Groeneweg

Opvallend zijn de fruitbomen die hier overal staan. We determineren ze eerst als kersenbomen maar de vele appels op de grond doen ons toch van mening veranderen. Deze bomen zijn hier omstreeks 1930 geplant om het verdedigingswerk niet te laten opvallen in dit gebied met veel fruitteelt.

Wallen en grachten met appelbomen

Na het Werk aan de Groeneweg komt al snel de Lek in zicht. De route leidt ons via de uiterwaarden naar Fort Honswijk. De uiterwaarden zijn hier en daar knap modderig, maar de omstandigheden leveren schitterende foto’s op. De zon staat laag en zorgt voor mooie wolkenluchten. Door het windstille weer wordt het water tot een spiegel waarin de wolken goed te zien zijn.

Mooie plaatjes bij de Lek
Mooie plaatjes bij de Lek

Fort Honswijk staat indrukwekkend op een heuvel en kijkt uit over de Lek. Het fort stamt uit 1848, maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en is in mei 1940 ingenomen door de Duitsers. Tot 2012 werd het fort gebruikt door defensie. Nu worden kamers in het gebouw verhuurd als kantoorruimte. Geen gekke plek!

Fort Honswijk

Langs een ander fort van de Hollandse Waterlinie – Lunet aan de Snel – lopen we door over onverharde paadjes en komen bij polder Blokhoven, een waterbergingsgebied, uit. In het weidse landschap zien we een vlonderpad lopen. In het water staat het kunstwerk ‘Het Geheim van Man en Paard’ dat je letterlijk op verschillende manieren kunt zien, afhankelijk van waar je staat. Via een trekpontje komen we bij een enorm wandelbankje uit.

‘Het Geheim van Man en Paard’ in het water

Hier begint ook het Dichtpad waarlangs de wandelaar 6 eiland haiku’s kan lezen. Het pad bevat de 6 beste gedichten (3 per jaar) van de eiland haiku wedstrijd van 2018 en 2019. De gedichten gaan over het Eiland van Schalkwijk. De winnaar van 2019 schrijft treffend:

de kerk wordt bezocht
pas als de wind hierheen waait
kun je dat horen

Marja Oosterman

Bij het Dichtpad lopen 2 klompenpaden samen op

Na het Dichtpad volgt een lang recht pad met de kerk van Schalkwijk als duidelijk punt in de verte. We zijn niet de enige wandelaars. Op deze mooie zondag komen we veel mensen tegen die dit mooie gebied inwandelen. In Schalkwijk warmen we op met een cappuccino met lekkers bij Restaurant Jonkheer de Ram. Een bekende naam. Heeft de bewoner van Kasteel Schalkwijk ooit kunnen denken dat er een restaurant naar hem vernoemd zou worden?

De kerk van Schalkwijk aan het einde van het pad

Dit eerste Klompenpad was zeer de moeite waard en smaakt zeker naar meer. Ik maakte bij het wandelen gebruik van de handige Klompenpaden-app waarin alle Klompenpaden in Nederland staan en je per pad een kaart met informatie kunt downloaden.

Welke Klompenpaden kunnen jullie mij aanraden?

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Noardlike Fryske Wâlden etappe 3: Feanwâlden – Damwâld

Route: Noardlike Fryske Wâlden (Streekpad 20)
Afstand: 10 km
Start: Station Feanwâlden
Eind: Haadwei, Damwâld

De geelrode markering van het streekpad in het Bûtefjild

Op 12 april 2018 opent weerman Gerrit Hiemstra Frieslands nieuwste streekpad: Noardlike Fryske Wâlden. Zoals de naam al zegt, loopt deze 165 km lange rondwandeling door de noordelijke Friese Wouden, de noordoosthoek van Friesland. Deze streek staat bekend om het coulisselandschap: kleinschalig boerenland omzoomd door houtwallen en elzensingels. Het is aangewezen als Nationaal Landschap. Wandelaars Jaap en Anneke Jongejan zijn de initiatiefnemers van de route. Op Wandelnet staat het volgende: “Ze combineerden onverharde paden, klinkerwegen en dorpsommetjes tot een prachtige route door een gebied dat wel ‘het best bewaarde geheim van Friesland’ wordt genoemd.”

Toen we de vorige etappe liepen van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden was het augustus en volop zomer. Nu is het eind november en een stuk kouder. Aan de bomen hangen nog enkele blaadjes, de ganzen verzamelen zich en de zon staat laag. Mijn medewandelaar wilde niet al te ver lopen, dus vandaag staat er een korte etappe op het programma.

Novemberlicht levert mooie plaatjes op

Vanaf station Feanwâlden zoeken we het punt op waar ik vorige keer de route heb verlaten. Door een klaphek komen we in een modderig weiland. De zon breekt door en de wereld ziet er meteen een stuk mooier uit. We lopen door natuurgebied het Bûtefjild richting moerasgebied Het Houtwiel. Het weiland is overgegaan in een fietspad en vanaf de verschillende bruggetjes hebben we een mooi uitzicht over het water aan beide kanten van de weg. Het riet met de zon levert mooie plaatjes op.

Bûtefjild

Dan komen we uit op de Goddeloaze Singel. In het boekje lees ik dat deze singel deel uitmaakt van een eeuwenoud kloosterpad. Het was de verbindingsroute naar het cisterciënzer klooster Klaarkamp bij Rinsumageest. Aan deze singel staat het vroegere ‘Goddeloos Tolhuis’. Op deze ongure plek schijnen vreemde zaken gebeurd te zijn. Zo zou er een visser zijn gevonden met zijn hoofd achterstevoren op zijn romp, omdat hij zijn hele leven alleen maar had gevloekt.

Het heet niet voor niets ‘goddeloos’

Wij merken niets van dit alles en zien enkel een vredig landschap, waar het op deze zondagochtend heerlijk rustig is. We laten het Tolhuis voor wat het is en gaan richting Broeksterwâld. Over het terrein van een hoveniersbedrijf komen we op een onverhard pad. Op een groot bord staat ‘Teatertún’. We weten niet goed wat we ons daarbij moeten voorstellen en nemen een kijkje.

Een teatertún

Bovenaan de trap blijken we op het bovenste bankje van een stenen tribune te staan. Voor ons zien we een natuurlijk podium en daarachter een mooi aangelegde tuin met een vijver, een boot en zelfs een eilandje. Verrast door dit onverwachte openluchttheater lopen we een rondje door de tuin en besluiten op een picknickbankje onze lunch te eten.

Een openluchttheater en een tuin

Na de lunch is Damwâld niet ver meer. Via zogenaamde halepaden lopen we de laatste kilometers. Halepaden zijn oude verbindingsroutes over andermans erf om zo snel mogelijk bij de kerk, de school of de winkel te komen. Veel van dit soort paden zijn verdwenen door woningbouw of ruilverkaveling. Gelukkig heeft men een deel van de halepaden weer hersteld via de Haleroute in en om Damwâld. Op informatiepanelen kun je meer lezen over de geschiedenis van deze paden

De Halerûte in en om Damwâld

Op de Haadwei in Damwâld staat de auto. De Halerûte gaat verder door richting Westergeast. Die route volg ik volgende keer, in waarschijnlijk weer een ander jaargetijde.

Het eindpunt van deze etappe

Benieuwd naar de andere etappes van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Elke Maand Een … | Stilte

Elke Maand Een: Foto
Waar: Trein

“Dames, ik zeg het niet nog een keer.” Hij wijst naar het raam. Door rimpels in zijn voorhoofd te trekken probeert de conducteur zijn woorden kracht bij te zetten. De zweem van een glimlach die om zijn lippen speelt, maakt het lastig hem serieus te nemen. De oude dames in kwestie merken dit maar al te goed. Ze proberen schuldbewust te kijken. “Ja, nu zie ik het ook”, zegt de ene mevrouw, terwijl ze naar het raam kijkt. Haar buurvrouw knikt instemmend en probeert ernstig te kijken.

Een station eerder had ik nog een sprintje getrokken om bij de juiste coupé uit te komen. Ik wilde mijn boek uitlezen en hoopte op een stille stiltecoupé. Geen zekerheid tegenwoordig. Het enige vrije bankje was direct achter twee oude dametjes. Hun witte haren stevig in de krul, hun beige jassen netjes aan het haakje, een pak stroopwafels op het neergeklapte tafeltje. Ook lag er een opengeslagen fotoalbum. De ene dame wees haar buurvrouw oude zwart-wit foto’s aan. Ik zat nog niet, of haar duidelijke en luide stem klonk door de coupé. “Weet je nog, toen we met Mies en Henk naar Zeeland gingen?”

Ik twijfel of ik er wat van moet zeggen. Vaak hebben oudere mensen, die niet regelmatig met de trein reizen, niet door dat ze in een stiltecoupé zitten. Ook het begrip stiltecoupé is lang niet altijd duidelijk. Voor veel mensen is stiltecoupé synoniem aan fluistercoupé. Om mij heen zit iedereen met oordopjes in. Ik besluit ook maar mijn oortjes te pakken en bij de rustige klanken van een Spotify-playlist, sla ik mijn boek open.

Tien minuten later komt de conducteur langs. Hij heeft helblauwe ogen met een twinkeling. Samen met zijn tweedagen-baardje zou hij zo uit een soapserie gestapt kunnen zijn. Of uit een jongensband. Het donkere uniform laat zijn brede schouders en lange lichaam goed uitkomen. Na mijn OV-kaart checkt hij de geprinte e-tickets van de dames voor mij, die ze na enig zoeken uit hun tassen weten op te diepen. “Sorry conducteur, we zagen u niet aankomen.” Als hij verder loopt, keuvelen ze gezellig verder.

Als de conducteur klaar is met zijn ronde draait hij zich om naar de dames. Blijkbaar is hij ze al eerder tegengekomen deze treinreis. “Dames, jullie zitten nog steeds in de stiltecoupé. Als jullie gezellig willen kletsen, dan moeten jullie ergens anders gaan zitten.” De oude dames knikken wat. “Dit is een stiltecoupé”, probeert de conducteur weer, “hier moet je echt stil zijn. Ik zeg het niet nog een keer.” Hij wijst naar het woord ‘stilte’ op het raam. Heel even draaien de dames hun hoofden in de gewezen richting.

Tussen de twee stoelen in vang ik de blik op van de conducteur. Ik trek mijn wenkbrauwen en schouders op en maak met mijn handpalmen naar boven duidelijk dat het weinig zin heeft. Hij knikt, kijkt verontschuldigend, zucht en loopt dan verder. Voor me hoor ik de twee vrouwen op een ietwat zachtere toon van onderwerp veranderen. “Aardige knaap hè, knap ook! Zeker als hij probeert om streng te kijken. Zou hij nog terugkomen, voordat we in Utrecht zijn?”

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Pieterpad etappe 3: Groningen -Zuidlaren

Route: Pieterpad
Afstand: 21 km
Start: Station Groningen
Eind: Bushalte op de Brink in Zuidlaren

De Sint Pietersberg is nog een heel eind

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

Het is een frisse en zonovergoten herfstdag als ik mijn collega ontmoet op station Groningen. We moeten hoognodig bijpraten en wat is nu een betere gelegenheid dan tijdens een wandeling. Mijn collega woont al tientallen jaren in Groningen en weet veel over de wijken, gebouwen en kunstwerken waar we langskomen. Hoewel ik zelf 7 jaar in de stad heb gewoond, hoor ik veel nieuwe dingen. Ideaal om met een local op pad te gaan.

Vanaf perron 2a komen we via een trap op het viaduct over het spoor. Vanaf daar volgen we het Hoornsediep de stad uit. We zien studenten van de roeivereniging Gyas zich klaarmaken om het water op te gaan en komen even verderop een aantal roeiboten in actie tegen. Een mooi gezicht in de stralende herfstzon.

Studentenroeivereniging Gyas

Dan wijst mijn collega op de hoogspanningsmast met vlammetjes die in de verte te zien is. Iedereen die wel eens Groningen genaderd is over de A28, kent dit kunstwerk. In 1990 bestond de stad 950 jaar en kreeg 10 stadmarkeringen aan de belangrijkste toegangswegen op de grens van de stad. De hoogspanningsmast heet de ‘Gate Tower Clio’ en is gemaakt door Kurt W. Forster. Het laat 2 vormen van energie bij elkaar komen: elektriciteit en gas. De 7 gasvlammetjes staan voor de weekdagen. Op de eerste dag van de week gaat de eerste aan, op de tweede de tweede, totdat alle 7 aan zijn, aan het einde van de week.

Een bekende stadsmarkering

We komen bij het Hoornse Meer uit en besluiten een extra lusje te pakken langs het water. Het is een plaatje. Tegen de strakblauwe lucht staat de molen ‘De Helper’ er fier bij, geflankeerd door de bomen in herfsttooi aan de overkant. Even verderop gaan twee kano’s te water. Warm aangekleed is dit een prachtige dag om te gaan kanoën.

Molen ‘De Helper’ aan het Hoornse Meer

Haren is niet ver meer. We passeren de plaats langs de rand. De omgeving verandert. Je merkt dat je echt op de Hondsrug loopt en richting Drenthe gaat. We laten Glimmen rechts liggen en komen via een hoge trap op een viaduct over het spoor. Via het Tranendal (ik vraag me dan af hoe zo’n weg aan zo’n naam komt?) komen we in het natuurgebied en voormalig militair oefenterrein Appèlbergen terecht. Het is inmiddels lunchtijd en ergens is hier een pannenkoekenrestaurant. We verlaten de route en m.b.v. Google Maps vinden we via kleine paadjes het restaurant.

Wij gaan door een tranendal …

De pannenkoek smaakt goed en voldaan pikken we de route weer op. Aan de rand van het Noordlaarder Bos komen we zowaar een straatgedicht tegen. Op een grote steen staat een gedichtfragment van Vasalis:

Tijd

Ik droomde dat ik langzaam leefde
langzamer dan de oudste steen

Vasalis

Hoe toepasselijk en onverwacht zo middenin de natuur!

Vasalis bij het Noordlaarder Bos

Langs een mooi gelegen Nivon natuurvriendenhuis vervolgen we onze weg naar Zuidlaren. We lopen nu voornamelijk door open land waar de suikerbieten welig tieren. Die gaan binnenkort naar de befaamde suikerfabriek in Groningen. Dan komen we in Zuidlaren. We maken een omweggetje langs het kerkje waar mijn collega is getrouwd. Het ligt er idyllisch bij met de laagstaande zon, de verkleurende bomen en de omgeving van de Kerkbrink. Ik kan me voorstellen dat dit een populaire trouwlocatie is.

Kerkje in Zuidlaren

Dan komt de Brink weer in zicht. Het is alweer een jaar geleden dat ik mijn auto hier parkeerde toen ik begon aan de etappe Zuidlaren – Rolde. Nu nemen we er de bus terug naar Groningen. Het was een mooie en gezellige dag. En ik ben veel informatie rijker die ik als solo-wandelaar zeker niet te weten was gekomen. Op naar de volgende etappe!

De herfst op haar mooist
De etappe loopt door een zeer gevarieerd landschap

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Christoffelpad etappe 2: Vollenhove – Hasselt

Route: Christoffelpad
Afstand: 22 km
Start: Bushalte Zwembad in Vollenhove
Eind: Bushalte Hasselt centrum

Het Zuiderzeepad en het Jabikspaad lopen hier ook

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo is er sinds 2018 het Christoffelpad, dat gebruik maakt van de wandelnetwerken van IJsseldelta en Weerribben-Wieden. Eigenlijk net als het Salland Pad dat doet met Wandelnetwerk Salland. Het Christoffelpad is ruim 40 km lang en kan dus prima in een weekend gelopen worden. Het pad maakt een rondje langs de grotere plaatsen Hasselt, Zwartsluis, Vollenhove en Genemuiden. De routekaart koop je voor EUR 4,50 in deze en omliggende plaatsen. Bijvoorbeeld in het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten bij Sint Jansklooster (zoals ik).

Een maand nadat ik de eerste etappe van het Christoffelpad liep, zit ik weer in bus 71 naar Emmeloord. Vollenhove is mijn doel van vanochtend, daar waar ik vorige keer instapte na mijn eerste etappe. Geen wandelaars in de bus vandaag, behalve ik. Het is bewolkt en frisjes, maar het belooft fotogeniek weer te worden met afwisselend zon en wolken en een aangename temperatuur van 18 graden. Wel waait het enorm hard. Daar ga ik zeker nog wat van merken op de vele dijken die ik ga bewandelen.

De start in Vollenhove

In Vollenhove vind ik, in tegenstelling tot in Hasselt, vrijwel gelijk de oranje-groene markering van het Christoffelpad. Langs de imposante en mooi gelegen kerk van de Hervormde Gemeente Vollenhove loop ik het plaatsje uit. Ik volg het Vollenhover kanaal en kom al snel in het buitengebied terecht. Op de kaart lees ik dat Vollenhove nog geen eeuw geleden een badplaats was aan de Zuiderzee. Dat is nu moeilijk voor te stellen.

Kerk van de Hervormde Gemeente Vollenhove

De route blijft het water volgen. Na het Vollenhover kanaal volgt het Kadoelermeer. In het vlakke land zie ik het kunstwerk ‘Krusende Flerken’ van Ids Willemsma al van verre. De twee stalen platen stellen de staartvleugels van een eend voor die onder water duikt. De vleugels omvatten een trap, die de beklimmer een mooi uitzicht geeft over het Kadoelermeer. Als ik weer naar beneden ga, blijkt de trap toch een stuk steiler dan op de heenweg. Ik moet moeite doen om er niet af te waaien met de harde wind.

Krusende Flerken van Ids Willemsma

Ik heb inmiddels uitzicht op het Zwarte Meer als ik bij Barsbeek op het wandelbankje Zuiderzeezicht stuit. De stenen bank staat in het gras op de dijk en heeft een prachtig uitzicht op het Vogeleiland. Volgens de kaart kun je hier zeearenden spotten. Ik blijf een tijdje zitten, maar zie ze helaas niet. Wel zie ik onder mijn voeten, in de stenen, taferelen die verband houden met de Zuiderzee die hier ooit lag.

Zicht op de Zuiderzee

 

Taferelen uit de Zuiderzee-tijd

De trap die vanaf de weg naar dit bankje leidt, blijkt een gedicht te herbergen. Om de trede staat een woord. Samen vormen ze de zin:

Kijk
bij elke trede
daalt het land
en stijgt het licht

Het gedicht is van de hand van provinciedichteres Heleen Bosma.

Een onverwacht straatgedicht: lees het van links naar recht en per foto van onder naar boven

Langs het Zwolsche Diep laat ik de markering voor wat het is en volg het pad langs het water, zoals de kaart aangeeft. Het levert me mooie uitzichten op. In de verte zie ik het pontje naar Genemuiden wegvaren, maar gelukkig hoef ik niet lang te wachten. In Genemuiden haal ik een kop koffie en verwonder ik me over de vele vissers in de haven. Ze zitten aan weerszijden van het water, op gelijke afstand van elkaar, ingespannen naar hun dobbers te staren. De meesten zitten op meegebrachte geavanceerde visstoelen, verstelbaar voor de ruigere waterkanten en voorzien van allerlei bakjes en laatjes.

Vissers in de haven van Genemuiden

Langs de beroemde tapijtfabrieken van Genemuiden en een enkele diervoederfabriek loop ik de plaats uit en volg de kronkelende dijk richting Hasselt. Het is druk met auto’s op deze zaterdagmiddag. Er komt zelfs een hele groep in rode jacks gehulde mannen voorbij op oude brommers. Ze groeten uitbundig. Wat ik vooral doe op die dijk, is proberen op die dijk te blijven. De wind komt inmiddels van zij en doet overtuigende pogingen om mij van die dijk af te blazen. Nog een geluk dat het Zwarte Water niet gelijk aan de voet van de dijk begint.

Het is druk op de dijk

 

Hollandse luchten boven een weids landschap

Ondanks de wind schiet ik mooie plaatjes van de dijkweg, het Zwarte Water en Zwartsluis aan de overkant. Moeilijk voor te stellen dat ik daar een maand geleden in een shirtje liep. Dat is nu echt te koud. De weg kronkelt richting Hasselt. De brug en de kerktoren liggen er mooi bij. Via de brug steek ik het Zwarte Water over en sta ik weer op de plek waar ik een maand geleden dit pad begon.

Hasselt komt in zicht

Ik vond het pad zeer de moeite waard. De plaatsjes, de uitzichten, het natuurschoon: het gebied heeft me verrast. Een aanrader voor wie van weidse uitzichten houdt. En het grote voordeel is de lengte. In een weekendje kun je het Christoffelpad prima lopen. Of zelfs in een dag, zoals een die-hard wandelaar (en vriendin) opmerkte.

Zicht op het Vogeleiland in het Zwarte Meer

De dichter en de ud-speler

Bron: Pexels.com

Hij lacht me toe als ik binnenkom en heft bij wijze van welkom zijn kartonnen bekertje met ruitjesmotief op. De man naast hem staart in de verte, geen glimlach, geen teken dat hij mij heeft opgemerkt. Ik lach terug, knik, zoek een vrij tafeltje uit, ga zitten en leg mijn natte paraplu op de grond . De persoon die na mij binnenkomt krijgt eenzelfde ontvangst: lachen, heffen, staren.

Als het zaaltje zich langzaam heeft gevuld en iedereen van koffie en thee is voorzien, lopen de mannen naar voren. De starende is langer dan de lachende, dunner ook. Zijn stippeltjesbroek, zijn tot bovenaan dichtgeknoopte blauw geruite overhemd en zijn okergele colbertje sluiten nauw om zijn lichaam. Zijn gezicht is lang, zijn donkere ogen nu fel gefocust op zijn publiek. Zijn handen klemmen zich om het spreekkatheder.

Zijn nog steeds glimlachende vriend gaat naast hem zitten op zo’n zelfde houten stoel als wij. Hij rangschikt zijn wollen sjaal op zijn wijde spijkerjasje, pakt de ud op en begint te tokkelen. Zijn vingers vliegen over de snaren. Zijn hoofd beweegt zachtjes mee met de muziek . Arabische klanken vullen het museumzaaltje . Met mijn ogen dicht waan ik me in het Midden-Oosten, op een binnenplaats op een lome nazomermiddag. Kippen scharrelen langs, kinderstemmen klinken op, in de verte hoor ik bijna de geluiden van de soek.

Na een paar minuten kijkt de ud-speler de dunne man aan. Een nauwelijks zichtbaar knikje. De ud verstomt, de magere man schraapt zijn keel en begint hardop te lezen uit het dunne boekje dat hij in zijn hand houdt.

Hij draagt korte regels voor in het Nederlands. Geen rijm, wel ritme. Zijn klinkers zijn korter en harder dan die van mij, zijn s-en eindigen in langgerekte z-en. De pauzes tussen de strofen zijn nadrukkelijk. Door het raam achter de dichter zie ik grijze wolken voorbij drijven. De regen die al de hele dag onafgebroken valt, tikt tegen de ramen. Het is drie uur ‘s middags en al schemerig .

Een nieuwe strofe. Ik luister hoe de dichter oorlog, vluchten en vrijheid in woorden vangt. Ik reis met hem mee naar het verre westen. Hoe noordelijker, hoe beter. Weg van de dictator. Ik ontmoet smokkelaars, ben voortdurend op mijn qui-vive voor de geheime politie. Het is een spannend verhaal. Als het niet zo schrijnend was.

De mensen in het zaaltje zwijgen, luisteren ingespannen naar een herinnering van ruim 20 jaar oud. De kartonnen bekertjes op de tafels zijn leeg. De ud ligt werkeloos op de schoot van zijn speler, die slechts oog heeft voor een verte waar wij ons als publiek maar een vage voorstelling van kunnen maken.

Elke Maand Een … | N70 Natuurwandelroute in het Rijk van Nijmegen

Elke Maand Een: Route
Route: N70 Natuurwandelroute
Afstand: 16 km
Start: Beek centrum
Eind: Beek centrum

Naast de N70 lopen in dit gebied ook veel andere wandelpaden

Al tijden staat de N70 op mijn nog-te-wandelen lijstje. In 2016 liep ik in dit gebied de Trage Tocht Berg en Dal en kwam ik de N70-bordjes tegen. Ik wist toen niet dat ze de markering waren van een schitterende wandeling. De N70 verwijst naar het jaar 1970, dit was het natuurbeschermingsjaar.

Op een nazomerdag eind september is het zover. Samen met mijn moeder wandel ik de populaire wandeling die ons over 8 bergen voert. We parkeren de auto in Beek en vinden al snel de route. Na een paar honderd meter komen we bij de Muur van Beek. Een steen verwijst naar de Giro di Berg en Dal. De cijfers liegen er niet om (althans niet voor Nederlandse begrippen): een hoogte van 21,7 meter, een stijging van maximaal 10% en de top pas na 1170 meter. Vol goede moed beginnen we aan onze eerste stijging, er zullen nog vele volgen.

Muur van Beek

De route leidt ons naar het natuurgebied de Duivelsberg. Onderweg zien we een richtingaanwijzer die al meer dan 100 jaar op deze plek staat. Tot 1949 liep hier de grens met Duitsland, nu ligt de landsgrens twee kilometer oostelijker. Op de twee armen staat de spreuk ‘laat vriendschap heelen wat grenzen deelen’.

Een 100 jaar oude richtingaanwijzer

De omgeving is schitterend. Stijgend en dalend hebben we regelmatig mooie uitzichten. We lopen door de vallei de Assekuul met oude eiken en vlechtheggen langs het pad. Ook komen we veel tamme kastanjes tegen, soms hele lanen. De paden liggen bezaaid met de kastanjes die vaak nog in hun puntige schil zitten. De algemene veronderstelling is dat de Romeinen hier de bomen ooit geplant hebben als voedselvoorziening.

Veel tamme kastanjebomen onderweg

De namen van de bergen, dalen en beken spreken tot de verbeelding. We beklimmen o.a. de Duivelsberg, de Boterberg, de Sterrenberg en de Ravenberg, we lopen door het Filosofendal en komen langs de Heksendans. Deze laatste is een pannenkoekenrestaurant maar ook een plek met leemkuilen en een lugubere geschiedenis. In de 19e eeuw is hier een dienstmeisje dood gevonden, in de Tweede Wereldoorlog is op deze plek flink gevochten. Maar de naam Heksendans stamt van veel eerder. Voor het christendom zijn intrede deed, vereerden mensen hier waarschijnlijk watergeesten.

De Heksendans, een plek met historie

We lopen in een lus vlak langs de Duitse grens naar Berg en Dal en door naar Nijmegen. De route is aangegeven met witte bordjes met N70 erop en – zoals de Vlaamse wandelaars zeiden die we tegenkwamen – kleine witte mannekes. De bordjes zijn niet overal even duidelijk aanwezig, waardoor we niet precies het pad van de kaart lopen. Met onze routebeschrijving, kaart en Endomondo komen we echter elke keer weer op de goede weg terecht. En het maakt ook niet zoveel uit, het is in dit gebied overal even prachtig.

Een lange lindenlaan

Als we wederom met omwegen weer in Beek uitkomen heb ik volgens mijn fitness tracker 105 verdiepingen gelopen. Op een gemiddelde dag kom ik niet verder dan 15. Er waren vandaag dan ook weinig vlakke stukken bij. Voor wie in Nederland wil trainen voor een wandelvakantie in de bergen raad ik deze wandeling ten zeerste aan. En ook aan iedereen die een dag door on-Nederlands doch schitterend landschap wil wandelen. Ik kom hier zeker nog eens terug!

Mooie uitzichten en paden

Ik liep de N70 met behulp van een papieren wandelkaart en omschrijving die ik bij de Fiets- en Wandelbeurs in Utrecht haalde dit jaar. Hier kun je deze wandelfolder downloaden. In het veld is de route gemarkeerd met witte plaatjes waar met zwarte letters ‘N70’ op staat. Ook kun je de kleine witte ‘mannekes’ op verschillende kleuren bordjes volgen. Af en toe wijst een richtingaanwijzer de wandelaar in de goede richting. De route is een rondwandeling dus je kunt zelf je startpunt bepalen.

De wandelfolder

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier

Christoffelpad etappe 1: Hasselt – Vollenhove

Route: Christoffelpad
Afstand: 25 km
Start: Bushalte Hasselt centrum
Eind: Bushalte Zwembad in Vollenhove

Het Christoffelpad is gemarkeerd met een oranje-groene pijl

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo is er sinds 2018 het Christoffelpad, dat gebruik maakt van de wandelnetwerken van IJsseldelta en Weerribben-Wieden. Eigenlijk net als het Salland Pad dat doet met Wandelnetwerk Salland. Het Christoffelpad is ruim 40 km lang en kan dus prima in een weekend gelopen worden. Het pad maakt een rondje langs de grotere plaatsen Hasselt, Zwartsluis, Vollenhove en Genemuiden. De routekaart koop je voor EUR 4,50 in deze en omliggende plaatsen. Bijvoorbeeld in het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten bij Sint Jansklooster (zoals ik).

Ik begin de eerste dag van de herfst in bus 71 naar Emmeloord, die ook in Hasselt stopt. Met mij zitten er nog 4 andere passagiers in de bus, allen wandelaars. Ze kennen elkaar niet, maar wisselen ervaringen uit over het Overijssels Havezatenpad en het Zuiderzeepad waar ze naar op weg zijn. Over één ding zijn ze het eens. Op zondag rijden er weinig bussen in dit deel van het land! Ik ken het probleem met het Salland Pad…

Mooie woorden in Hasselt

In een zonovergoten Hasselt stap ik uit en dwaal door het oude plaatsje op zoek naar de markering. Begin 2018 was ik hier ook met het Jacobspad. Toen was de tekst bij het Oude Stadhuis, nu Toeristisch Informatiepunt, ‘Hoe velen zijn niet deze weg gegaan’ goed leesbaar. Nu staat er een marktkraam over de woorden. Ik laat de markt voor wat hij is en loop op goed geluk in de richting van de route.

Hasselt ligt er mooi bij op deze eerste herfstdag

Gelukkig is Hasselt niet zo groot en heb ik mijn eerste oranje-groene markering snel gevonden. Door Hasselter buitenwijken loop ik zo de natuur in, langs weilanden, schapen, sloten en door een nieuw natuurgebied: de Olde Maten. Dit natuurgebied is in 2014 helemaal heringericht. Van oorsprong was het een veengebied, waarna boeren het ontgonnen. Het streven is nu dat verdwenen dieren en planten het gebied weer in bezit nemen. Er zijn nu, 5 jaar later, in ieder geval al heel wat mooie plaatjes te schieten.

Natuurgebied de Olde Maten

Door de Olde Maten kom ik in Zwartewatersklooster uit. Een ingeslapen gehucht waar af en toe een voorbijrijdende wielrenner de rust verstoort. Geen spoor van een klooster. Maar het plaatsje heeft niet voor niets zijn naam gekregen. In de 13e eeuw werd op deze plek namelijk een nonnenklooster gesticht. Ook gaat het verhaal dat hier ridders begraven liggen, die sneuvelden bij de Slag bij Ane in 1227 (Ane ligt in de huidige gemeente Hardenberg). De ridders waren in dienst van het leger van de bisschop van Utrecht en streden tegen opstandige Drenten. De Drenten wonnen, de bisschop sneuvelde. Als boetedoening voor de dood van de bisschop werd het klooster in Zwartewatersklooster opgericht. Met zo’n verhaal bekijk ik zo’n ingeslapen plaatsje met een hele andere blik.

Een plek met een lange geschiedenis

Na Zwartewatersklooster kom ik al snel op de Sluizerdijk uit en loop parallel aan de weg richting Zwartsluis. Ik ben niet de enige die op weg is naar deze plaats aan het water. Onophoudelijk rijden er auto’s voorbij en de brug in de verte bij Zwartsluis zie ik meerdere keren opengaan. In het plaatsje zelf zijn er veel bootjes op het water en de terrassen zitten vol. Iedereen geniet nog even van wellicht één van de laatste nazomerdagen. En geef ze eens ongelijk.

Na Zwartsluis kom ik via lange smalle wegen in het Nationaal Park Weerribben-Wieden uit. Het is druk met fietsers en auto’s. Een aantal is ongetwijfeld op weg naar het even verderop gelegen Belt-Schutsloot. Giethoorn in het klein en nog niet ontdekt door Chinezen. Ik ga de andere kant op.

Lunchuitzicht in Nationaal Park Weerribben-Wieden

Via de kleine dorpjes Barsbeek en Heetveld loop ik richting Sint Jansklooster. Vandaag vindt hier het Jeugdbloemencorso plaats. Hoewel ik niet door het plaatsje kom, zie ik wel een wagen staan met daarop een levensgroot beest, gemaakt uit vuurrode bloemen. Bij een koffie- en theeschenkerij op het landgoed Oldenhof las ik een pauze in. 20 kilometer op de teller, tijd voor thee met echte Oldenhover plaatkoek. Het terras ligt er schitterend bij tussen de hoge bomen.

Een mooie pauzeplek

En dan is het tijd voor het laatste stuk. Vollenhove is niet ver meer en de bus gaat maar één keer per uur. Ik loop flink door, pik in Vollenhove landgoed Oldruitenborgh, inclusief ruïne, mee en haal nog net op tijd mijn bus. Ik neem me voor om de volgende keer nog een rondje door het centrum te doen.

Het was een prachtige etappe, uiteraard hielp de mooie nazomerdag ook mee. De volgende etappe gaat deels langs de andere oever van het Zwarte Water. Ook belooft de routekaart een pontje en wellicht een zeearend. Ik kan niet wachten!

Elke Maand Een … | Naar Terschelling

Elke Maand Een: Gedicht
Soort gedicht: Raamgedicht
Dichter: Gerda Posthumus
Plaats: Harlingen

Vrienden van ons wonen op Terschelling. Als we erheen gaan, gaan we een weekendje. Zo’n weekend voelt als een mini-vakantie, die begint op het moment dat we uit de auto stappen op het grote parkeerterrein aan het Skieppedykje. In 10 minuten lopen we naar de veerterminal, waar de boten naar Vlieland en Terschelling vertrekken. Onderweg zien we De Friesland al liggen, geduldig wachtend op zijn volgende vracht passagiers.

In de terminal is de aanblik iedere keer anders. In de zomervakantie staan er jonge gasten van amper 16 met volgeladen strandkarren uitgelaten met elkaar te praten. De slaapzakken, matjes, weekendtassen, een grote radio en uiteraard blikjes bier doen een eerste vakantie zonder ouders vermoeden.

Naast hen gezinnen met kinderen. Een meisje van een jaar of 10 vraagt: “Papa, gaan we dan ook zeehonden kijken?” Haar broertje slaat zijn armen over elkaar: “Ik wil naar het Wrakkenmuseum!” De vader knikt wat, mompelt een vaag “hmhm”, maar blijft op zijn telefoon kijken. De moeder maant haar gezin om in de rij te gaan staan, de tickets kunnen elk moment gescand worden.

Buiten de vakanties om zijn de bankjes bij de hoge ramen bezet door oudere echtparen in degelijke wandelschoenen. Een vrouw met een kort grijs kapsel haalt uit haar rode ANWB-rugzak een zakje met zelfgesmeerde boterhammen. Haar man pakt ze gretig aan. Het was een lange autorit van Rijswijk naar Harlingen. Naast het bankje staan twee dezelfde koffers op wieltjes.

Wij gaan ook vaak buiten de schoolvakanties. De grote mensenmassa’s zijn dan verdwenen. De rust is neergedaald over het eiland. Er is plek zat op de veerboten. Als de boot toetert en wegvaart kun je in alle rust je cappuccino met appeltaart halen. Door de ramen zie je Harlingen kleiner worden, de Waddenzee strekt zich voor je uit, aan de horizon een enkele zeilboot. Het vaste land ligt achter ons, het gewone leven met het vaste stramien lijkt ver weg.

Deze maand gingen we ook. Toen we de terminal in liepen, vielen de woorden op één van de hoge ramen me meteen op . Die woorden stonden er vorige keer nog niet. Ik ging op het bankje zitten en las het gedicht ‘Eilandverlangen’ van Gerda Posthumus.

Eilandverlangen

En het eiland, je eigen
zo eigen plek waarnaar
je dromend verlangt,
niet alleen

in de zomer maar juist
in de lente als alles
nog rust en haast
eenzaamheid denkt,

ruist de zee in de bomen
en golft het bos
in haar ritme door
brekend op stilte.

En het eiland, je eigen
weerkaatsing beweegt
in haar heen
en weer
terug.

Gerda Posthumus

In het ritme van het gedicht hoor ik de zee en de golven. Door de woorden zie ik letterlijk de Waddenzee, waardoor tekst en beeld zich met elkaar vermengen. Maar ook wij, de gedichtlezers, de passagiers, zien onszelf in het gedicht. Letterlijk door onze weerkaatsing en iets minder letterlijk in het verlangen naar het eiland dat Gerda Posthumus beschrijft. Iets dat veel reizigers – die in die terminal zitten te wachten – wel zullen kennen. Wie eens op Vlieland of Terschelling is geweest, keert vaak nog eens terug.

Gerda Posthumus is sinds 2013 Eilanddichter van Vlieland en heeft verschillende gedichten geschreven over dit eiland. Ze organiseert poëziewandelingen op Vlieland, waaronder de Slauerhoff-tour. Benieuwd naar haar gedichten? Er zijn drie dichtbundels van haar hand verschenen.

2019 is een lustrumjaar voor Elke Maand Een… Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Dit jaar laat ik alle eerdere categorieën aan bod komen. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Noardlike Fryske Wâlden etappe 2: Gytsjerk – Feanwâlden

Route: Noardlike Fryske Wâlden (Streekpad 20)
Afstand: 18 km
Start: Nieuwe Straatweg, Gytsjerk
Eind: Station Feanwâlden

Indrukwekkende wolkenluchten boven Oer de Wiel

Op 12 april 2018 opent weerman Gerrit Hiemstra Frieslands nieuwste streekpad: Noardlike Fryske Wâlden. Zoals de naam al zegt, loopt deze 165 km lange rondwandeling door de noordelijke Friese Wouden, de noordoosthoek van Friesland. Deze streek staat bekend om het coulisselandschap: kleinschalig boerenland omzoomd door houtwallen en elzensingels. Het is aangewezen als Nationaal Landschap. Wandelaars Jaap en Anneke Jongejan zijn de initiatiefnemers van de route. Op Wandelnet staat het volgende: “Ze combineerden onverharde paden, klinkerwegen en dorpsommetjes tot een prachtige route door een gebied dat wel ‘het best bewaarde geheim van Friesland’ wordt genoemd.”

Veel springbalsemien onderweg

Een half jaar geleden liepen we de eerste etappe van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden. Het was verrassend mooi en we waren het er over eens dat we snel de tweede etappe moesten lopen. Heel snel is het niet geworden, maar op een zonnige dag tussen regenachtige dagen in augustus stappen we in Gytsjerk uit de auto voor de tweede etappe. Over de Canterlandseweg lopen we al snel het dorp uit en lopen dwars door de weilanden in noordelijke richting. Een mountainbiker haalt ons in, groet en rijdt door in een zigzaggende lijn. Al die kuilen en hoge graspollen rijden niet al te prettig. Dan komt Oentsjerk in zicht.

Volgens de kaart zou hier een koffiegelegenheid zijn, maar het café blijkt gesloten i.v.m. zomervakantie. Ook Stania State – vroeger een landhuis met landgoed van Friese adellijke families, nu een mooi gelegen restaurant, conferentiecentrum en trouwlocatie – is dicht. Jammer, want we hadden op deze mooie plek best een kopje koffie willen drinken. We lopen door de Engelse landschapstuinen en door het bos richting Griekenland en Turkije.

Stania State is helaas dicht

Een aparte naam voor een klein bos dat ooit in het bezit was van de familie Van Sminia. Met de opbrengst van Griekse en Turkse staatsobligaties kochten zij dit gebied. Op dit moment zijn de bosjes in het bezit van het Fryske Gea. Via het dorpje Readtsjerk komen we uit bij het natuurgebied Oer de Wiel.

We klimmen over het hek, zoals de route aangeeft en bevinden ons in uitgestrekte weilanden. Rechts van ons zien we water. Meerkoeten en waterhoentjes dobberen er op hun gemakje. Er is geen mens te bekennen. Enthousiast door het uitzicht volgen we het water, klimmen over nog veel meer hekken en lopen te midden van schapen die zich weinig van ons aantrekken. Dan wordt het tijd voor de lunch.

We klimmen over meerdere hekken

In dit natuurgebied zijn weinig bankjes, dus eten we zittend in het gras met uitzicht op het water onze broodjes. De indrukwekkende wolkenluchten maken het plaatje compleet. Erg mooi! Als we verder lopen zien we na 10 minuten een bankje (het lijkt wel een wetmatigheid). Aan de rand van het weiland staat een kunstwerk van Nynke Rixt Jukema, dat tevens een verhoogd bankje is. Het kijkt uit over het water en was een mooie lunchplek geweest.

Dit was een mooi lunchbankje geweest

Na een paar kilometer komen we bij een weg, waar we de route verlaten. Het natuurgebied en de route gaan aan de overkant van de weg verder. Daar lopen we volgende keer, besluiten we. Hopelijk niet pas over een half jaar. Over de weg lopen we terug naar het station van Feanwâlden, waar we die ochtend de tweede auto hadden geparkeerd. Het Noardlike Fryske Wâlden pad is nog steeds zeer de moeite waard.

Benieuwd naar de andere etappes van het streekpad Noardlike Fryske Wâlden? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.