Slightly creepy camping site

Is dat nou een beer, die daar tussen de bomen de kampeerder gadeslaat. Of misschien een elk (een slagje kleiner dan een eland) met kleine elkjes? Daar wil je niet in de buurt komen. Of toch een vos, een lynx of zelfs een wolf? Ik hoop dat de kampeerders hun eten goed hebben opgeborgen in de auto, of ergens ver weg van hun tent. Want voor je het weet heb je een beer te eten. Hoewel, ‘kampeerders’? Ik zie bij nader inzien maar één kampeerder. Is hij alleen of is de medekampeerder even weg, een avondwandelingetje maken in de omgeving?

Op een zondagmiddag in januari stond ik oog in oog met deze Slightly creepy camping site 8 (2012), een werk van Karin Bos dat deel uitmaakt van de expositie Expedition Nature dat de mooie ondertitel draagt Not all who wander are lost. CODA in Apeldoorn toont er werken die de natuur en het landschap als onderwerp hebben. Van sprookjesachtig tot angstaanjagend, en soms allebei.

Karin Bos maakte de selectie uit diverse kunstenaars. Haar eigen werken vormen een aanzienlijk deel van de expositie. De relatie tussen mens en natuur staat centraal in haar schilderijen, die zowel liefelijke landschappen als verontrustende beelden laten zien. Op de site van CODA wordt het treffend beschreven:

“Met zorgvuldig gekozen kleuren en lichtval ontstaat een filmisch en geladen beeld van een wereld vol verhalen waarin niets is wat lijkt en waar een vrolijk vakantietafereel evengoed de plek van een verschrikkelijke misdaad kan zijn.”

Een beschrijving die goed van toepassing is op het kampeertafereeltje. Het is een van de eerste schilderijen die ik zie. En meteen komen herinneringen aan een kampeervakantie in Canada naar boven. Kilometers camping midden in het bos, 20 minuten lopen naar het dichtstbijzijnde toiletgebouw. Wilde dieren liepen vrolijk over de camping die ook eigenlijk gewoon bos was. ‘Pas op voor de beren en voor de elks!’ was de waarschuwing die je kreeg bij de receptie. Een korte instructie wat je moest doen bij een ontmoeting (klein maken, dan wel groot) werd afgedraaid. De receptiemedewerker klonk bijna als de caissière die vraagt of je nog koopzegels wil.

Karin Bos heeft de sfeer goed getroffen. Slightly creepy is het zeker. Mijn mede-museumbezoekers dachten vast niet allemaal aan een camping in een natuurgebied in British Columbia bij het zien van het werk. Wellicht zagen zij seriemoordenaars verscholen in het bos, monsters, overvallers en wat dies meer zij. Of gewoon een kampeerder op een van de vele campings op de Veluwe die bij het kampvuur zijn boek leest en zich langzaam maar zeker klaar maakt om te gaan slapen.

Ook benieuwd naar de kunstwerken van Expedition Nature? Je kunt ze nog tot 4 maart 2018 zien in CODA in Apeldoorn.

Advertenties

Verdwenen kloosterlingen

Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Ten Boer
Dichter: Jean Pierre Rawie

Het is februari 2017 en ik heb net 17 kilometer afgelegd over Groningse plattelandswegen. Het Jacobspad is nog onontdekt terrein voor me en ik ben blij deze winterse etappe tot een goed einde te hebben gebracht. De komende maanden loop ik het zuiden en de betere seizoenen tegemoet om bijna een jaar later te eindigen in een Overijsselse Hanzestad.

Maar zover is het nog lang niet. Op dit moment loop ik het Groningse plaatsje Ten Boer in. Als het centrum van het dorp in zicht komt, loop ik bijna tegen de gevel op waar levensgroot een gedicht van Jean Pierre Rawie te lezen is. Een foto is snel gemaakt en bijna een jaar later ben ik mijn jongere ik dankbaar voor die actie. Met de Elke Maand Een Straatgedicht-uitdaging komt het gedicht nu goed van pas.

Jean Pierre Rawie (1951) is geen onbekende voor me. Tijdens mijn studie in Groningen kwam ik deze Groningse dichter regelmatig tegen. In dichtvorm wel te verstaan. Zijn gedichten gaan over de bekende thema’s in het leven zoals liefde en dood. Enige ironie is hem niet vreemd. Zo staat het gedicht Finis (uit: Het meisje en de dood, 1979) me nog helder voor de geest. Hij neemt hierin alvast een voorproefje op zijn eigen overlijden en schrijft een overlijdensbericht. De eerste strofe luidt:

Heden is, na een langdurig lijden
dat hij met godsvertrouwen droeg,
Jean Pierre Rawie van ons verscheiden,
Hij komt dus niet meer in de kroeg.

De dichter staat bekend om zijn flamboyante levensstijl. De drank heeft hem eind jaren 80 zelfs bijna zijn leven gekost. Tegenwoordig behoort Rawie tot de bestverkopende dichters van Nederland. Regels uit zijn gedichten worden vaak gebruikt in rouwadvertenties.

Nu kom ik hem hier tegen, in dit dorp, 10 kilometer van ‘Stad’, zoals Groningen door de Groningers genoemd wordt. Het gedicht uit mei 2007 is speciaal geschreven voor het nieuwe dorpscentrum met winkels en appartementen dat naar deze plek is verplaatst. Voorheen bevond het centrum zich op de Wierde, de plek waar in de 13e eeuw een nonnenklooster stond. Al wat nu nog rest van het benedictinessenklooster is de kerk. Statig en indrukwekkend, omsloten door de huizen van het dorp.

Het dunbevolkte gebied herbergt veel geschiedenis. Pas als je je er in verdiept, realiseer je je dat de wereld hier er vele eeuwen geleden heel anders uitzag. Tijdens de Groningse etappes van het Jacobspad ervoeren we dit aan den lijve. We passeerden meerdere plekken waar in vroeger tijden grote kloosters stonden, liepen over kerkepaden en bezochten indrukwekkende kerken in bijna verlaten dorpjes.

Het gedicht op de muur in Ten Boer past heel goed bij deze langeafstandwandeling en gaat als volgt:

De eeuwen kwamen en de eeuwen gingen.
De kleine dorpskern op de zwarte klei
veranderde met de veranderingen.
De stad kroop ieder jaar wat naderbij,

en veel verdween. De vroegere abdij
is heen, heen zijn de vrome kloosterlingen –
maar in de wind is het soms weer of wij
hen door de nieuwbouwwijken horen zingen.

mei 2017
Jean Pierre Rawie

Het verwoordt wat voor meerdere Groninger dorpen geldt. Door de eeuwen veranderen met de veranderingen de dorpen. En veel verdwijnt. En toen ik in het verlaten dorpje Wittewierum tussen de eeuwenoude omgevallen en halfvergane grafstenen stond – ooit de plek waar het beroemde klooster Bloemhof van abt Emo (van Emo’s reis van Dick E.H. de Boer) gevestigd was – kwam de geschiedenis wel heel dichtbij. Het leek zelfs even of ik in de wind de kloosterlingen hoorde zingen.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 3: Weesp – Bussum

Route: Westerborkpad
Afstand: 21 km
Startpunt: Station Weesp
Eindpunt: Station Naarden-Bussum

Ook dit is het Westerborkpad (de A1 bij Hakkelaarsbrug)

Op de dag dat Auschwitz 73 jaar geleden werd bevrijd, stappen wij op station Weesp uit de trein voor onze derde etappe van het Westerborkpad. De route begint gelijk met geschiedenis. Het pad loopt door het centrum van het vestigingsstadje Weesp langs de in ere herstelde synagoge. Toen in 1947 de Weesper Joodse gemeenschap was opgeheven deed het gebouw jarenlang dienst als garage. De struikelstenen die ervoor liggen en de plaquette op de zijgevel vertellen het ware verhaal.

Struikelstenen voor de synagoge in Weesp

Over de Lange Vechtbrug en langs het fort lopen we Weesp uit en komen op de – met recht – Lange Muiderweg geheten weg uit. De kilometerslange smalle weg loopt langs de Vecht en aan onze linkerzijde ligt een keur aan woonboten, van eigen knutselwerkjes tot moderne huizen die in een moderne nieuwbouwwijk niet zouden misstaan. Elke boot weer een andere wereld. Er is geen gasleiding waardoor elke boot een eigen gastank in de tuin heeft staan. Dat beeld zien we deze hele route, overal gastanken, tot aan Naarden.

Over de Lange Vechtbrug verlaten we Weesp

Auto’s en wielrenners ontwijkend volgen we deze toch wel drukke weg. Als we de A1 kruisen, krijgen we Muiden in zicht en lopen al snel langs allerlei zeilschepen. Naast het Westerborkpad loopt hier ook het Floris V-pad en dat zien we in alles terug. We besluiten in een café gewijd aan Floris V (Eethuys Café Graaf Floris V te Muyden) de eerste cappuccino van de dag te gebruiken. De inrichting spreekt ook de Amerikanen aan die helemaal verrukt over deze historisch uitziende plek zichzelf laten vereeuwigen voor de ‘fireplace’.

In Floris V inrichting drinken we een cappuccino

Na de koffie lopen we langs het Muizenfort Muiden uit en komen al snel in het buitengebied. Over een modderige dijk lopen we richting IJmeer. Aan de overkant zien we het Muiderslot liggen, het kasteel uit de 13e eeuw waar Floris V gevangen heeft gezeten en – vier eeuwen later – dichter en toneelschrijver P.C. Hooft heeft gewoond. We kijken naar ettelijke eeuwen geschiedenis.

Muiderslot

Via diverse overstapjes over hekken vervolgen we de dijk die grotendeels langs het IJmeer loopt. In de verte zien we Pampus liggen. Overal om ons heen zien we stille getuigen van de Tweede Wereldoorlog . Onderweg op de dijk komen we een antitank versperring tegen die deel uitmaakte van de stelling van Amsterdam. De punten zijn gemaakt van spoorrails en wijzen naar het oosten, de kant waar de vijand vandaan zou komen. Ook staan er her en der bunkers in het land. We zijn niet verbaasd als het Waterliniepad hier ook langs blijkt te lopen, genoeg geschiedenis.

We passeren een antitank versperring

In Muiderberg komen we het monument ter herinnering aan Floris V tegen, ‘dikke steen’ genoemd in het boekje. In het park dat hierna volgt zien we een boom ter herinnering aan de kroning van Willem Alexander in 2013. De boom steekt schriel af tegen de boom die ter ere van Wilhelmina is geplant in 1898, een paar meter verderop.

Als we Muiderberg uitlopen komen we langs de grootste Joodse begraafplaats van Nederland. Achter de muur en verderop gescheiden van de weg door een sloot zien we inderdaad een zee aan grafstenen. Ze staan dicht op elkaar en lijken in betere conditie dan de stenen van begraafplaats Zeeburg. Volgens het boekje is dit de enige Hoogduitse begraafplaats in Nederland die nog intensief gebruikt wordt. Helaas is het zaterdag en is de begraafplaats gesloten, anders hadden we graag een kijkje genomen.

Joodse Begraafplaats Muiderberg

Als we verder komen, weten we dat de Hakkelaarsbrug niet ver meer is. In verschillende tuinen staan borden met de tekst Vrije Republiek Hakkelaarsbrug. De inwoners van het buurtschap voelen zich niet gehoord over de overlast tijdens de werkzaamheden aan de A1, A6 en de spoorbrug. Ze richten een Vrije Republiek op. En zoals het een echte republiek betaamt, is er zelfs een paspoort een vlag en postzegels. Zonder Westerborkpad hadden we er waarschijnlijk nooit van gehoord.

Een vrije republiek …

Via de Hakkelaarsbrug lopen we tegen de A1 aan en steken deze over. De zon is inmiddels doorgebroken waardoor de 10 rijstroken van de snelweg er mooi bij liggen. Het Naardermeer komt in zicht. Aan het einde van een zijweg zien we molen ‘De Onrust’ staan. Een molen uit het begin van de 19e eeuw die speciaal gebouwd is om het Naardermeer droog te leggen. Tegenwoordig wordt hij gebruikt om het Naardermeer te bemalen.

Molen De Onrust

Wij zijn blij dat het gebied o.a. dankzij Jac. P. Thijsse gebleven is zoals het was en genieten van de natuur. Over modderige paadjes lopen we het gebied in en sluiten het hek inclusief touw om de schapen binnen te houden. Bij het gemaal ‘De Machine’ eten we op een bankje een broodje. Het uitzicht over het Naardermeer met zon is niet te versmaden. Dat hadden we niet verwacht toen we vanmorgen bij grijs weer vertrokken vanaf Weesp. De twee Westerborkpadwandelaars die al geruime tijd voor ons liepen, laten we achter op het tweede bankje als we weer verder lopen.

Een zonovergoten lunch aan het Naardermeer

De modder wordt minder als we op een lange rechte weg omzoomd door bomen terechtkomen. Links van ons is de snelweg nooit ver weg. In de tussenliggende weilanden spotten we ganzen, witte reigers, zwanen en de door Natuurmonumenten uitgezette Schotse Galloway runderen. Als we de vlaggen van Natuurmonumenten zien wapperen, besluiten we tot een cappuccino bij Gasterij Stadzigt. Vanaf hier kun je makkelijk het Naardermeergebied in lopen. Met bemodderde schoenen nemen we plaats naast een groep die met vlaggetjes en ballonnen viert dat een van hen 75 is geworden. Geen gekke plek voor een dergelijk jubileum. Door de grote ramen heb je schitterend uitzicht op het natuurgebied.

En dan resten ons nog slechts een paar kilometer tot het station Naarden-Bussum. Door lange straten met statige jaren 30 huizen lopen we Naarden binnen. Na een paar kilometer gaat Naarden over in Bussum en zien we al snel het station liggen. Het kubistisch-expressionistische gebouw uit 1926 ziet er bijzonder uit. De asymmetrische vormen, de indrukwekkende hal met bijzondere lampen en de glas-in-loodramen maken dat we even rustig om ons heen blijven kijken.

En dan zien we ook de twee muurgedichten. Gebroederlijk naast elkaar verhalen ze over het treinleven. Ze zijn van de hand van voormalig stadsdichter van de gemeente Bussum Gaston Bannier. Wederom gedichten op een station! Mijn verzameling straatpoëzie en input voor Elke Maand Een Straatgedicht groeit gestaag.

Een van de twee muurgedichten op station Naarden-Bussum

In de trein kijken we terug op de dag. Het was een mooie etappe met een goede mix van geschiedenis en natuurschoon. Ik krijg alweer zin in de volgende etappe richting Hilversum.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Lang vergeten namen

Soort gedicht: Bankgedicht
Waar: Amsterdam, Oosterspoorplein
Dichter: Viktor E. van Vriesland

Op een bankje in een park in Amsterdam kan de oplettende voorbijganger 27 woorden lezen die samen een gedicht vormen. In acht regels wordt er gerept over een gebeurtenis van lang geleden. Wellicht lang vergeten? Weten we überhaupt nog wat er mogelijk vergeten is? lijkt de dichter zich af te vragen.

Deze maand was ik een van die voorbijgangers. Een bewuste, wel te verstaan. Geholpen door het routeboekje van het Westerborkpad ging ik aan het begin van mijn tweede etappe van het lange afstandspad op zoek naar dit bankje dat een bijzonder straatgedicht herbergt – of eigenlijk een bankgedicht.

Het bankje staat op het Oosterspoorplein, vlakbij het Muiderpoortstation in Amsterdam. Het vormt een monument voor de ruim elfduizend Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog via het Muiderpoortstation zijn weggevoerd naar Kamp Westerbork en van daaruit naar vernietigingskampen in Midden-Europa. Slechts een enkeling is teruggekeerd. Veel van deze mensen woonden in de Transvaalbuurt, die grenst aan het station.

Op 3 oktober 2002 onthulde de toenmalige burgemeester Job Cohen het bankje en een informatiebord. Op die dag was het precies zestig jaar geleden dat het eerste transport vertrok vanaf het Muiderpoortstation. Het roestvrijstalen bankje is een ontwerp van Steffen Maas. Het gedicht is geschreven door Viktor E. van Vriesland (1892 – 1974), een Joodse dichter, criticus en vertaler.

Het gedicht dat in het bankje gegraveerd is, luidt als volgt:

Muiderpoortstation:

Tocht er door hun schimmen
Nog een stroom van lang,
Lang vergeten namen,
Lang vergeten ogen?

Zullen wij nog weten
Dat wij ons vergeten
Zijn vergeten?

Viktor E. van Vriesland

Het raakt mij, dit gedicht, over wie er lang geleden langs deze plek gekomen zijn. Nu, ruim 75 jaar later, zijn het nog slechts schimmen die thuishoren in een andere tijd. Een tijd waarvan de gruwelen ons bekend zijn. De namen van de slachtoffers echter raken in de vergetelheid. Wie waren het, die hier liepen? Hoe zagen zij eruit? De dichter vraagt zich zelfs af of wij inmiddels niet vergeten zijn, dat wij het zijn vergeten.

Maar zover is het gelukkig niet. Niet voor deze plek. Dit bankje, het gedicht, maar ook het Westerborkpad houden de geschiedenis die zich hier heeft afgespeeld levendig. En nog steeds, zestien jaar na de opening, blaast de wind door de gegraveerde letters van het gedicht en tocht het door hun schimmen.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 2: Amsterdam Muiderpoort – Weesp

Route: Westerborkpad
Afstand: 18 km
Startpunt: Station Amsterdam Muiderpoort
Eindpunt: Station Weesp

De wit-rode markering met gestileerd prikkeldraad van het Westerborkpad langs het Amsterdam-Rijnkanaal

In oktober 2017 liepen we de eerste etappe van het Westerborkpad en dompelden we ons onder in cultuur en geschiedenis. We zijn inmiddels drie maanden verder, dus hoog tijd voor een vervolg. We beginnen waar we in oktober eindigden, bij het station Muiderpoort. Vorige keer regende het, nu is het een mistige dag maar droog, een stuk beter dus.

We beginnen bij het monument op het Oosterspoorplein, waar een bord verwijst naar de 11.000 joden die vanaf dit station gedeporteerd zijn naar Westerbork. In een roestvrijstalen bankje is een mooi gedicht hierover van Viktor E. Van Vriesland te lezen. Een mooie kandidaat voor Elke maand een straatgedicht. De blogpost over dit gedicht vind je hier.

Westerborkpad etappe 2
Het informatiebord over het Muiderpoortstation

We laten het station achter ons en lopen de Indische buurt in. De Celebesstraat en later de Valentijnkade leiden ons de stad uit. We komen langs de oude Joodse begraafplaats Zeeburg. De begraafplaats ziet er verwaarloosd uit. Stenen zijn omgevallen en in de verte zien we nog veel meer stenen staan in het hoge gele gras. Het is zaterdag, dus de begraafplaats is in verband met de Sjabbat gesloten. Maar door het hek blijft het beeld indrukwekkend. Mede door het weer lijkt het wel een openingsshot van een enge film.

De oude Joodse begraafplaats Zeeburg

Verder lopend merken we goed dat we de stad achter ons hebben gelaten. Niet alleen is de omgeving minder bebouwd, maar we komen ook steeds meer hardlopers tegen. Het is gewoon druk. De meesten duiken het Flevopark in. Een enkeling rent verder, in de richting waar wij vandaan komen. In de weg zijn kleine ronde symbooltjes van hardlopers aangebracht. Lopen we hier over een gemarkeerde hardlooproute?

We komen langs een pontje uit 1896, dat overigens vandaag niet vaart en steken even verderop alsnog het water over. Onder de A10 en de Nesciobrug door lopen we Diemen in. Het geeft geen verkeerde aanblik. Aan de ene kant staat een oud tolhuis, in het water aan de andere zijde vaart een groot binnenvaartschip voorbij. Een hele andere wereld dan de omgeving van het Jacobspad dat we deze maand afrondden.

De fraaie entree tot Diemen

In Diemen lopen we met een bocht om een nieuwbouwwijk heen door een park. Ook hier is de snelweg niet ver weg. Aan onze rechterhand bevindt zich het geluidsscherm van de Ringweg. Dan buigen we af en komen via station Diemen en een Joodse begraafplaats bij een winkelcentrum. Naast een warenmarkt strijken we neer in een grand café voor de eerste cappuccino van de dag. Daar waren we wel aan toe met dit grijze, kille weer.

Voldaan vervolgen we onze weg en komen al snel midden in een nieuwbouwwijk in aanbouw terecht. De markering verdwijnt achter met hekken afgezette straten. We besluiten aan de andere kant van de brede weg verder te lopen langs de huizen die reeds bewoond zijn. Via straten die vernoemd zijn naar plantages in Suriname checken we af en toe de route op de telefoon. Dan stopt er een snelle bolide naast ons. Een even snelle jongeman vraagt of we hulp nodig hebben. Verbaasd antwoorden we ontkennend. Dit hadden we hier niet verwacht te midden van de bouwactiviteiten en het drukke verkeer.

We vinden de markering weer en geleidelijk worden we naar het Diemerbos geleid. Het blijkt een walhalla voor hondenliefhebbers. Het lijkt wel of alle variëteiten aan Diemer honden zich hier verzameld hebben. Enthousiast rennen ze het pad op en af. De baasjes kennen een even grote variëteit.

Zelfs bij dit weer is het in het Diemerbos een drukte van belang

Na het Diemerbos lopen we een stukje langs de Gaasp en slaan dan af naar het Gaaspermolenpad, een weg tussen de weilanden door. Hier eten we op een bankje in een weiland een boterham. Ganzen vliegen over. In de verte raast de A9. In het weiland staat een vogelobservatiescherm. Dat de natuur en de mens zo vlak naast elkaar leven wordt hier goed duidelijk.

Het Amsterdam-Rijnkanaal nadert en via een spoorbrug steken we het kanaal over. Op de brug rijden de treinen af en aan. Onder ons passeren de binnenvaartschepen. En ook hier ontbreken de hardlopers niet. Twee wandelaars met grote rugzakken, wandelbroeken en waterdichte jassen komen ons tegemoet. Wij zagen ze hiervoor al aan de overzijde van het kanaal lopen. Zij volgen duidelijk niet het één-kant-op -gemarkeerde Westerborkpad. Wellicht komen ze van het Zuiderzeepad of het Trekvogelpad die beide hier vlakbij lopen. Het lijkt ons geweldig om ook eens met rugzak een weekendje op pad te gaan. Als het beter weer is, besluiten we.

Over de spoorbrug lopen we naar Weesp

Weesp is nu niet ver meer. De eerste nieuwbouwwijken in aanbouw beginnen zich al af te tekenen. Het is voor ons inmiddels een bekend beeld. We volgen het spoor en komen uiteindelijk bij het station uit. Het is nog vroeg en we besluiten het stadje zelf te bekijken. We hadden een tweede Naarden verwacht, maar dat valt een beetje tegen. Het grijze weer helpt ook niet. Na een rondje door het centrum eindigen we deze etappe op station Weesp.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Jacobspad etappe 12: Zwarte Dennen – Hasselt

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 17 km
Startpunt: Parkeerplaats De Zwarte Dennen, Punthorst
Eindpunt: Parkeerplaats Van Nahuysweg, Hasselt

Het oude centrum van Hasselt

Door gladheid ging de laatste etappe van het Jacobspad op de geplande datum in december niet door. Begin januari is de temperatuur ver boven nul dus starten we met zijn vijven in de Zwarte Dennen met de laatste etappe van mijn eerste langeafstandspad ooit. Het is droog en er is een aarzelend zonnetje. Prima wandelweer.

Al snel laten we de Zwarte Dennen achter ons

Het grootste gedeelte van de Boswachterij Staphorst liepen we in november, waardoor we vandaag na een paar kilometer via de Vijverweg het bos achter ons laten. Voor ons liggen rechte lange wegen door een open landschap. Over de Schapendijk komen we in Punthorst, een plaatsje waar net als in Staphorst, de klederdracht nog in zwang is. Bij een boerderij zien we een oude vrouw in klederdracht in de voortuin bezig. Haar buurman groet ons hartelijk en wenst ons een goede wandeling.

Op de Domineesakker slaan we af en kruisen we de spoorlijn richting het noorden. In de tijd dat we langs het spoor lopen, zien we meerdere treinen passeren. Een druk tracé. Een van mijn medewandelaars denkt dat er in de huizen langs het spoor wel treinliefhebbers moeten wonen. Het doet hem denken aan een vroegere collega. Zij werkten in een gebouw aan het spoor en hij wist precies wanneer welke trein langskwam. “De trein van 10.22 uur is laat vandaag” merkte hij dan op, waarna hij weer doorging met zijn werkzaamheden. Zou dat ook zo zijn voor de bewoners van de huizen aan het spoor hier?

Als we van het spoor afbuigen komen we al snel in Rouveen uit. Via een drukke weg lopen we een stukje door het dorp om vervolgens af te slaan naar het Groensland, een lange rechte weg met aan weerszijden weilanden. In de verte zien we de Koperen Hoogte, een oude watertoren in Lichtmis waar nu een restaurant in zit. We komen geen bankjes tegen en besluiten staand onze lunch te nuttigen langs de kant van de weg. Voor deze laatste etappe hebben mijn medewandelaars uitgepakt. Iedereen heeft wat lekkers meegenomen: zelfgebakken tulband, snoepkomkommers, mueslikoekjes. Ik heb wel eens mindere lunches gehad!

Aan de horizon zie je de Koperen Hoogte

In de verte zien we al een tijdje de kerktoren van Hasselt liggen. De Hanzestad komt steeds dichterbij. Over een fietspad langs de oude vaart lopen we het stadje in. Via buitenwijken komen we uit in het oude centrum en belanden uiteindelijk op de Markt. Een mevrouw ziet onze wandelschoenen en spreekt ons aan. Ze blijkt het Jacobspad te kennen. Wij kunnen – net als de Friese variant van Jacobspad (het Jabikspaad) – onze laatste stempel halen bij het Toeristisch Informatie Punt (TIP) in het historische stadhuis. Dit blijkt echter gesloten in de winter. De mevrouw doet de suggestie om het bij een kantoorboekhandel om de hoek te proberen. En daar krijgen we inderdaad onze laatste stempel.

Twee stempels: één uit Zeerijp en één uit Hasselt

En dan is het officieel. We hebben het Jacobspad uitgelopen! Een jaar geleden in Uithuizen leek Hasselt nog zo ver weg. In twaalf maanden hebben we drie provincies doorkruist, vier seizoenen meegemaakt, in regen, sneeuw, wind en zon gelopen. We zijn op plekken geweest waar we anders nooit waren gekomen, over paden gelopen die daar al honderden jaren lagen, gelezen over onbekende geschiedenissen. ‘Hoe velen zijn niet deze weg gegaan’ staat er te lezen bij het TIP in Hasselt. Getuige de gastenboeken in de kerken onderweg zijn inderdaad vele wandelaars ons voorgegaan. Maar we zijn ze helaas niet tegengekomen.

Wel had ik altijd voldoende medewandelaars die stiekem ook een beetje besmet zijn geraakt met het langeafstandwandelvirus. Het volgende langeafstandspad is daarom alweer gepland. Binnenkort starten we in Lauwersoog met het Friese Woudenpad. Een ander gebied, een andere historie, maar vast net zo verrassend als het Jacobspad.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Elke maand een straatgedicht

Je bent ze vast wel eens tegengekomen, gedichten op straat. Soms is een graffitikunstenaar zich te buiten gegaan of zijn stoepkrijtcollega. Maar steden en dorpen brengen zelf ook steeds vaker gedichten aan op muren, ramen of op de stoep. Leiden bijvoorbeeld herbergt veel gedichten, in allerlei talen. Als je door de binnenstad loopt, kun je ze bijna niet missen. Elke gedicht weer in een andere lay-out.

Als ik door een plaats wandel, let ik er steeds meer op. Ik kijk bewust om me heen of er ergens een uiting van poëzie te bespeuren is. En regelmatig word ik niet teleurgesteld. Het aanbod van dichters is divers, de lengte van het gedicht, de lay-out, de ondergrond. In grote steden, maar ook kleine dorpen kun je zomaar straatgedichten tegenkomen. Zelfs stations herbergen poëzie.

Op Instagram ben ik een verzameling begonnen van straatpoëzie. En ik ben niet de enige, getuige de keren dat hashtags als #streetpoetry en #straatpoëzie gebruikt worden. Over de hele wereld dient de straat als poëziepapier. In 2018 wil ik iets langer stilstaan bij het straatgedicht. Elke maand licht ik er een gedicht uit, reeds verzameld of net tegengekomen. Wie is de dichter, waarom dit gedicht en waarom op deze plek?

2018 wordt het jaar van Elke Maand een Straatgedicht (#EMES2018). De straatgedichten zijn hier terug te vinden. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

2017: Het jaar in boeken

2017 heeft nog een paar dagen te gaan en dan breekt er een nieuw boekenjaar aan. Hopelijk net zo interessant en verrassend als dit jaar. Want tussen de gelezen boeken zaten zeker een paar pareltjes en verrassende ontdekkingen. Tijd voor een terugblik.

In totaal las ik dit jaar 131 boeken, waarmee ik mijn Goodreads Challenge van 130 boeken gehaald heb. De vele uren in treinen en bussen hebben hun vruchten weer afgeworpen. Dit jaar las ik wat minder boeken van vrouwelijke auteurs dan van mannelijke schrijvers. Het voornemen om meer boeken van vrouwelijke auteurs te lezen staat voor volgend jaar wederom.

Uit de genomineerden voor literaire prijzen heb ik dit jaar weer rijkelijk geput. Zo las ik 9 boeken die genomineerd waren voor de Man Booker Prize. Met name De verrader (The Sellout) van Paul Beatty (2015) was een verrassing. Ik moest erg wennen aan de stijl, de humor en de satire, maar geleidelijk begonnen de ideeën en het verhaal me steeds meer te grijpen. Er zijn ongetwijfeld zaken die mij zijn ontgaan, daarvoor mis ik de inside-kennis van de Amerikaanse maatschappij. Desalniettemin een aangename verrassing.

Een andere literaire prijs die dit jaar voor titels zorgde, was de Europese Literatuurprijs (ELP). Het is de prijs voor beste Nederlandse vertaling van een roman, geschreven in een taal van een land dat behoort tot de Raad van Europa. In totaal las ik 11 genomineerde boeken. Het leuke is dat je titels tegenkomt uit landen waar ik anders weinig tot niets uit lees.

Een genomineerd boek voor de ELP dat er voor mij uitsprong was Charlotte (2014) van de Franse Schrijver David Foenkinos. ‘Een boek met adempauzes’ gaf ik als titel mee aan de blogpost erover. Het dunne boekje over het korte leven van de Joodse kunstenares Charlotte Salomon, maakte veel meer indruk dan ik verwachtte.

De trilogie 1q84 (2013) van Haruki Murakami was met 1296 pagina’s veruit het dikste boek dat ik dit jaar las. Het was alweer een tijdje geleden dat ik een boek van de Japanse schrijver las, maar ik wist meteen weer waarom ik zo van zijn boeken houd. Het verhaal zuigt je naar binnen en laat je niet meer los. Ik las het boek tijdens onze fietsvakantie door Zweden, Denemarken en Duitsland en associeer nog steeds de uitgestrekte korenvelden met 1q84.

Al met al las ik boeken die oorspronkelijk in 16 verschillende talen geschreven waren, namelijk Nederlands (53x), Engels (43x), Frans (8x), Duits (5x), Zweeds (4x), Spaans (4x), Noors (2x), Deens (2x), IJslands (2x), Italiaans (1x), Chinees (1x), Pools (1x), Tsjechisch (1x), Japans (1x), Arabisch (1x) en Hongaars (1x). Ik las 18 debuten, 14 verhalenbundels, 2 dystopieën, en 1 reisverhaal.

Een verhalenbundel, dystopie, historische roman en psychologische roman in één is het debuut The Shore (2015) van de Amerikaanse auteur Sara Taylor. Ik kwam het boek toevallig tegen in de bibliotheek, waarbij eerst de voorkant en daarna het verhaal me trok. Het is een bijzondere roman gebleken waarin in 13 verhalen wordt verteld over het leven op The Shore, een verzameling eilanden voor de kust van Virginia. De roman beslaat ruim 250 jaar en reikt tot ver in de toekomst. De voorkant lijkt zo lieflijk maar als je goed kijkt zie je (linksonder) dat het toch wat anders is. Zo is het leven op de eilanden ook.

Het oudste boek dat ik las is Daisy Miller (1878) van Henry James, waarin een jonge Amerikaanse vakantie houdt aan het Meer van Genève. De tegenstellingen tussen de oude wereld (Europa) en de nieuwe (Amerika) in de 19e eeuw worden duidelijk zichtbaar. Ik heb me voorgenomen om meer 19e-eeuwse boeken te lezen in 2018. In mijn kast staat nog een voorraadje.

En wat was nu het beste boek dat ik gelezen heb dit jaar? Er zijn meerdere boeken die strijden om die titel, maar Het kleine leven van Norbert Jones (2015) van Marloes Kemming staat mij nu – 10 maanden nadat ik het las – nog steeds helder voor de geest. Het is een prachtig verhaal over herinneringen, ouder worden, loslaten, schuld, gemis en liefhebben. Mijn recensie lees je hier.

2017 was een mooi boekenjaar. Op naar het volgende. Ik ga weer voor de verrassende pareltjes die ik toevallig tegenkom. En natuurlijk ook voor een deel van de boeken die op mijn nog-te-lezen-lijst staan. Die zijn er niet voor niets opgekomen. Het eerste boek ligt (virtueel) alweer klaar: Het meten van de wereld (2005) van Daniel Kehlmann.

Ik wens jullie een inspirerend en verrassend boekenjaar toe!

 

Elke maand een foto | Terugblik

Op 1 januari 2017 begon ik aan een creatieve ‘Elke maand een …’ uitdaging. Ik daagde mezelf uit om elke maand één foto (EMEF) te selecteren uit mijn archieven, recent of niet zo recent, en daar het verhaal achter te vertellen. Aan het einde van het jaar zou ik dan twaalf foto’s hebben die niet in de vergetelheid waren geraakt.

Uitdaging gehaald?
Het einde van het jaar is daar, tijd om terug te kijken. Heb ik de uitdaging gehaald en elke maand een foto met verhaal geplaatst? Jazeker! Het zijn er zelfs dertien geworden. In januari plaatste ik twee foto’s. De inspiratie begon goed.

Inspiratie
Het bleek een uitdaging die me goed lag. Foto’s waren er in overvloed en het verhaal – al dan niet zelf ingevuld – was ook nooit ver weg. Een foto is voor mij een goede basis voor een blogpost gebleken. De meeste foto’s inspireren tot een verhaal. Soms zag ik een situatie en wist dat de EMEF-uitdaging voor die maand in the pocket was. Met een telefoon heb je altijd een camera binnen handbereik.

Uiteenlopende situaties
De natuur vormde regelmatig een dankbare fotolocatie. Of het nu een slak was die ik tegenkwam onderweg naar de bus, bijzondere zelfgekweekte worteltjes, hangvogels of een markante boom. Elke situatie inspireerde tot een verhaal. Ook bij geschreven teksten en rekensommen op diverse stations wist ik gelijk: dit is EMEF-materiaal.

Het had gebeurd kunnen zijn
Een keer heb ik een foto gebruikt die niet van mij was. De foto, door mijn man gemaakt, was te mooi om niet te gebruiken. De sfeer die het in mist gehulde tafereel uitstraalde, schreeuwde om een blogpost. Wie ben ik dan om dit te laten gaan …! Het verhaal had gebeurd kunnen zijn.

En dat is kenmerkend voor meerdere andere blogposten. Of het gegaan is zoals opgeschreven, blijft altijd een raadsel. Ik heb mijn eigen gedachten en invullingen verbonden aan een foto. Het verstilde moment heeft voor mij een betekenis gekregen waar ik eigenlijk niet meer omheen kan. De foto’s zijn niet weggezakt in een archief met vele andere foto’s. Onttrokken aan de vergetelheid hebben ze een ere-plekje gekregen. Met z’n dertienen vormen ze een geslaagde Elke Maand Een Foto-uitdaging.

Benieuwd naar alle foto’s en de verhalen? Een overzicht vind je hier.

Een jarenlange weg

Over De woestijn van Jorge Baron Biza (1998)

28 jaar nadat ze de eerste stappen heeft gezet om te scheiden is het dan eindelijk zover. Althans, dat denkt Eligia als ze samen met haar bijna ex-man Arón om tafel zit om de papieren te tekenen. De afspraak verloopt echter heel anders. Arón gooit een glas met zwavelzuur in haar gezicht. Langzaam vreet het zuur de huid en onderliggende structuren weg. Samen met zoon Mario spoedt ze zich naar het ziekenhuis. Dat is het begin van een lange weg langs klinieken. Voor zowel moeder als zoon. Arón pleegt kort na deze aanslag zelfmoord.

Zo begint de nu ook in het Nederlands verschenen roman De woestijn van de Argentijnse schrijver Jorge Baron Biza. De woestijn is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, namelijk dat van Baron Biza’s eigen familie. Zijn vader Raúl, een bekend figuur in eigen land, is o.a. schrijver, playboy en politicus. Hij brengt met zijn gezin ettelijke jaren door in het buitenland op de vlucht voor de Argentijnse politiek van Juan Perón. In 1964 giet hij daadwerkelijk een glas met zwavelzuur over zijn echtgenote Rosa en schiet zich kort daarna een kogel door het hoofd.

Hoewel de schrijver het altijd ontkend heeft dat dit een autobiografie was, vertoont het veel overeenkomsten met de – gruwelijke – werkelijkheid. En dat is misschien ook waarom de roman het nu zo goed doet, bijna 20 jaar nadat Jorge Baron Biza het boek in eigen beheer uitgaf, omdat geen enkele uitgever er wat in zag. Daarnaast is het het enige boek van de schrijver. In 2001 pleegt hij, net als zijn vader, zijn moeder en zijn zus, zelfmoord.

De lange weg die moeder en zoon in de roman afleggen begint in Argentinië, waar de artsen Eligia na een behandeling van 4 maanden doorverwijzen naar een plastisch chirurg in Milaan. Voor Eligia is het een lijdensweg waarbij aangetaste huid en weefsel worden verwijderd en haar gezicht langzaam wordt gereconstrueerd. Een proces dat jaren in beslag zal nemen.

Mario wijkt niet van haar zijde en leest zijn moeder voor in de kliniek. ‘s Avonds verkent hij Milaan en komt regelmatig dronken terug. Eligia vergelijkt hem met Arón die ook veel dronk. Mario wil hier echter niets van weten. Hij worstelt met zijn familieverleden en zijn relatie tot zijn (dode) vader. Aan de ene kant voelt hij sympathie voor hem, als hij zich voorstelt hoe zijn vader zich zou hebben gedragen in de kliniek. Dit is echter het allerlaatste wat hij wil voelen: “Ik zou de anti-Arón zijn; ik zou op mijn eigen manier sterk zijn, het lot tarten.”

In een bar ontmoet hij de prostituée Dina, waarmee hij bevriend raakt en geleidelijk krijgt hij gevoelens voor haar. Door de worsteling met zichzelf en zijn familieverleden is hij echter niet in staat om ze toe te laten. Hun afscheid eindigt dan ook niet vreedzaam.

Tussen de behandelingen en herinneringen door, schemert de geschiedenis en politieke situatie door van Argentinië. Iets dat Mario, Eligia en Arón aan den lijve ondervonden hebben. Maar ook Italië zelf komt aan bod. Tijdens zijn omzwervingen door het Milaan van de jaren 60 spreekt Mario Italianen die nog groot aanhanger zijn van Mussolini. Il duce maakte volgens hen Italië groot en bestreed de communisten. Helaas dwong Hitler hem ertoe om zich aan zijn kant te scharen. Interessant om dergelijke geschiedenissen te lezen.

Het is een boek over de relatie tussen geest en lichaam, tussen liefde en haat en over de relatie tussen vader en zoon. Dit zijn zaken die los van elkaar staan, maar tegelijkertijd ook met elkaar verweven zijn. Of je het nu wil of niet. Zoals waarschijnlijk vele lezers voor me, zette de heftige familiegeschiedenis van de schrijver me aan tot lezen. Maar hoe verschrikkelijk de gebeurtenissen ook zijn, het boek kon me niet raken. Het zijn te veel losse stukjes verhaal en geschiedenis die op zichzelf interessant zijn, maar als geheel niet voor een wow-gevoel zorgen.

De woestijn wordt tot de beste 25 beste Spaanstalige boeken van de afgelopen 25 jaar gerekend, aldus El País. Maar ik sluit me aan bij Dimitri Verhulst die in het voorwoord bij dit boek zegt:

“Zelfmoord is geen sleutel tot succes. En een afgewezen roman is niet per definitie een meesterwerk. […] Ik heb betere romans gelezen, maar de meeste daarvan ben ik alweer vergeten.”

Met dank aan Uitgeverij Signatuur en A.W. Bruna uitgevers van wie ik een recensie-exemplaar mocht ontvangen van De woestijn.