Wandelen op de Teutoschleifen | Bevergerner Pättken

Route: Teutoschleifen | Bevergerner Pättken
Afstand: 7 km
Hoogtemeters↑↓: 83 meter
Start: Bevergern bij een tuincentrum aan de Holtkamp
Eind: Bevergern bij een tuincentrum aan de Holtkamp

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

Op nieuwjaarsdag miezert het en besluiten we een korte rondwandeling te doen, voordat we weer terugrijden naar Nederland. Het wordt de Teutoschleife Bevergerner Pättken, die twee kanalen aandoet, door het plaatsje Bevergern loopt en nog een ‘berg’ meepakt. De regen zet niet door en met af en toe wat zon is het eigenlijk prima wandelweer.

Een Teutoschleifen-bankje kijkt uit op het kruispunt van de 2 kanalen: de ‘Nasses Dreieck’

In Bevergern vinden we een parkeerplaats bij een tuincentrum dat op nieuwjaarsdag gesloten is. Op het in het wandelgidsje aangegeven adres konden we geen parkeerplaats vinden. We zijn vlak bij het Dortmund-Ems-Kanal en lopen al snel langs het opvallend groene en heldere water. Eén binnenvaartschip ligt eenzaam aan de kade. Op andere dagen is het hier waarschijnlijk een stuk drukker.

Een eenzaam binnenvaartschip in het Dortmund-Ems-Kanal
Het water is opvallend helder

We steken het kanaal over via de historische voetgangersbrug ‘Bergeshöveder Steg’ en zien vanaf de brug de ‘Nasses Dreieck’ liggen. Hier eindigt het Mittellandkanal, dat helemaal naar Magdeburg loopt, in het Dortmund-Ems-Kanal. Lange tijd was dit HET centrum van de binnenvaart met Gaststätten en winkels. We lopen langs een sluis naar de overkant waar een informatiepaviljoen staat, waarin de geschiedenis van het kanaal te lezen is.

De Bergeshöveder Steg
De sluis met rechts het informatiepaviljoen

We lopen een tijdje langs het Mittellandkanal en duiken dan het bos in. Een stijgend paadje voert ons naar de Huckberg, met 96 meter het hoogste punt hier. Deze ‘berg’ is de meest westelijke punt van het Teutoburgerwald. Het pad daalt en stijgt en regelmatig hebben we een mooi uitzicht over de omgeving. Uiteindelijk komen we weer uit bij het Dortmund-Ems-Kanal. We passeren de sluizen van Bevergern die dagelijks ongeveer 40 binnenvaartschepen helpen het hoogteverschil van 10 meter te overbruggen.

Uitzicht vanaf de Huckberg

Aan de overkant wandelen we een stukje terug langs het kanaal en slaan dan af naar het plaatsje. Over kleine paadjes komen we in het centrum terecht waar we – zonder al te veel hoop – op zoek gaan naar koffie. Er blijkt slechts één hotel-restaurant open te zijn. Het interieur stamt nog uit de jaren 70 en op de barkrukken zitten 10 oude mannen. Achter de bar staat een ouder echtpaar. Ze lijken het heel gezellig te hebben. Als wij binnenkomen verstomt het gesprek en kijken 12 paar ogen ons aan.

Een kort knikje is het antwoord op de vraag of ze wel open zijn. Als de oudere mevrouw van achter de bar naar ons tafeltje komt, blijkt ze zeer vriendelijk. Cappuccino kan ze ons schenken, maar Kuchen heeft ze helaas niet op deze nieuwjaarsdag. Morgen weer, zegt ze met een glimlach. Wij laten de koffie ons smaken. Als we vertrekken wordt ons auf Wiedersehen met enthousiasme beantwoord.

Het is nog een klein stukje naar de auto. We lopen via het Nonnenpättken, een oude vluchtweg voor de cisterciënzer nonnen die vele eeuwen geleden dit pad in woelige tijden gebruikten om van hun buiten de stad gelegen klooster Gravenhorst binnen de stadsmuren te komen. In een miezerregenbui bereiken we de auto en sluiten een mooie en historisch interessante rondwandeling af.

Het Nonnenpättken

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Canyon Blick
Teutoschleife Dörenther Klippen

Advertenties

Wandelen op de Teutoschleifen | Dörenther Klippen

Route: Teutoschleifen | Dörenther Klippen
Afstand: 9,3 km
Hoogtemeters↑↓: 405 meter
Begin: Wanderparkplatz Bocketal
Eind: Wanderparkplatz Bocketal

De Teutoschleifen lopen deels over de Hermannshöhen (H)

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van Rheine naar Marsberg loopt.

Het is oudjaarsdag 2018. De Duitsers maken zich klaar voor Sylvester, wij trekken erop uit. Het is mistig, maar droog en met 11 graden helemaal niet koud. We wandelen vandaag de Teutoschleife Dörenther Klippen en beginnen op de parkeerplaats vlakbij Brochterbeck. We zijn niet de enigen. Gelijk met ons komen er zeker 15 andere auto’s aan. Mannen en vrouwen in felgekleurde hardloopkleding stappen uit en vormen een groep die steeds groter wordt.

Wanderparkplatz Bocketal

Wij laten ze gezellig bijpraten en beginnen onze wandeling. Het is een stuk minder modderig dan gisteren bij de Teutoschleife Canyon Blick, het is dan ook veel rotsachtiger. Dit loopt wel zo prettig. We zijn op weg naar markante zandsteenrotsen, de Dörenther Klippen. Verschillende rotsen hebben namen gekregen zoals Das Hockende Weib en de Dreikaiserstuhl.

De mist geeft een bijzondere sfeer

We lopen over een klein paadje langs de bosrand en passeren twee onbewaakte spoorwegovergangen. Het pad komt uit bij een boomgaard. Dit is het Obstlehrpfad. De voorbijganger kan hier zijn kennis ophalen over de verschillende fruitbomen en bijvoorbeeld de snoeimogelijkheden. Ik kan me voorstellen dat het hier in de lente erg mooi is, als de fruitbomen in bloei staan.

Langs het Obstlehrpfad

Dan begint het te stijgen. De weg gaat het bos in en de mist tussen de bomen levert mooie plaatjes op. Bij het uitzichtpunt op het Bocketal kunnen we in de grijze verte vaag een wit huisje onderscheiden. Verderop staan we op de Dreikaiserstuhl en zien het bos in de diepte, waar we aan het einde van de wandeling zullen lopen. Het zijn indrukwekkende rotsformaties.

Het uitzicht is vandaag iets minder

We beginnen ons net af te vragen waar de hardlopers eigenlijk gebleven zijn, als we een heel stel aan zien komen. Gezellig kletsend komen er een stuk of 20 voorbij, hun kleding ietwat modderiger dan op de parkeerplaats. Even verderop komen we langs een Ehrenfriedhof midden in het bos. Op deze plek is op 3 april 1945 flinke strijd geleverd tussen de geallieerde troepen, die aan de opmars naar Berlijn bezig waren en het Duitse leger. De mist geeft het geheel een mysterieuze sfeer.

Het Ehrenfriedhof midden in het bos

We dalen een stuk en staan dan aan de andere kant van het rondje dat we maken. Hier gaat de weg scherp omhoog richting Das Hockende Weib. Over rotsen en boomwortels stijgen we gestaag. Het is zaak goed te kijken waar je je voeten zet. We doen ons best om een hurkende vrouw te zien in de rotsen die we voor ons zien, maar helaas. Onze fantasie laat ons in de steek.

Veel rotsen, weinig hurkende vrouwen

De weg voert langs de bosrand en we zien de glooiende weiden met hier en daar een boerderij. Op een bankje eten we de broodjes, die we die morgen vers bij de bakker hebben gehaald. Een langskomende hond met een stok in zijn bek, vindt ons brood er aantrekkelijk uit zien, maar zijn bazin houdt hem in het gareel. “Du brauchst kein Brot, du hast een stökchen”. De hond lijkt niet helemaal overtuigd van deze logica, maar gehoorzaamt toch maar zijn bazin.

Het laatste stuk van de wandeling leidt ons onderlangs de rotspartijen waar we een paar uur geleden nog bovenop stonden. Het bos is hier groen en ruikt naar regen en frisse lucht, heerlijk! We nemen nog een stuk trimparcours mee en zien dan de parkeerplaats weer liggen. Het was een mooie wandeling en door de mist zelfs wat mysterieus.

Onderweg komen we hier en daar nog een paddenstoel tegen

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven. Deze wandeling was grotendeels onverhard, met geregeld rotsen en boomwortels die het pad vormden. Goede wandelschoenen zijn dan ook geen overbodige luxe.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Canyon Blick
Teutoschleife Bevergerner Pättken

Wandelen op de Teutoschleifen | Canyon Blick

Route: Teutoschleifen | Canyon Blick
Afstand: 11 km
Hoogtemeters ↑↓: 356 meter
Begin: Parkeerplaats Friedhofskapelle Lengerich
Eind: Parkeerplaats Friedhofskapelle Lengerich

De rondwandelingen zijn goed gemarkeerd

De dagen rondom de jaarwisseling brengen we door in het Duitse Teutoburgerwald, een bosrijk en heuvelachtig gebied tussen Osnabrück en Münster. We bezoeken Rheine en lopen drie Teutoschleifen. Dit zijn rondwandelingen die grenzen aan de Hermannshöhen, de langeafstandswandeling in het Teutoburgerwald, die van  Rheine naar Marsberg loopt.

We beginnen in een rij bij de enige bakker die open is op zondag in Lengerich. Nadat we de broodjes voor de lunch binnen hebben, parkeren we de auto op de bijna volle parkeerplaats bij de Friedhofskapelle. We zijn niet de enige wandelaars die op pad zijn op deze zondagochtend. Onze eerste kennismaking met de Teutoschleifen staat op het programma.

Friedhofskapelle

Onze wandeling heet Canyon Blick en gaat langs de Lengericher Canyon, een kalksteengroeve t.b.v. de cementproductie. Vandaag de dag is de groeve gevuld met helblauw water, als we de plaatjes mogen geloven. Die Blick is bijna aan het einde van de wandeling. Eerst beginnen we aan een stijging door het bos. Het brengt ons meteen in de bergwandelstemming. We moeten even wennen, maar al snel zitten we er in. Door de modder lopen we gestaag omhoog.

Bovengekomen lopen we een stukje Hermannshöhen. Als ik dit pad nou eens helemaal kon lopen … iets om voor een ander jaargetijde eens te overwegen. In de verte zien we de heuvels als grijze contouren boven de glooiende weiden uitsteken. Het weer is grauw maar niet koud. Een zonnetje had het geheel nog mooier gemaakt. We wijken uit voor drie ruiters die al snel overgaan in galop en de heuvel bestormen die we net aflopen. We zien de volgende kilometers voortdurend hun sporen terug in de modder.

Langs uitkijk/jaag/vogelhutten lopen we langs de bosrand. Als we weer op asfalt uitkomen zien we alpaca’s in de wei staan. Het boekje kondigde het al aan: “Mit etwas Glück: Alpakas am Wegesrand”. Het geluk is duidelijk met ons. In een weiland aan de andere kant van de weg wordt voorbijgangers uitgelegd waarom de alpaca’s niet gevoerd mogen worden. Dat is wat anders dan een bordje met alleen ‘verboden te voeren’. Een goede manier om begrip te kweken.

Verboden te voeren, maar dan anders

Na de lama’s zien we het dorpje Leeden liggen, de wandeling gaat er niet door heen en ook wij besluiten het dorpje rechts te laten liggen. Die koffie komt in Lengerich wel. Er volgt een pittig klimmetje naar het hoogste punt van de Leedener Berg op 202 m. We zien hier de restanten van het Lusthauschen van de plaatselijke pastoor. Tot 1910 wandelde en mediteerde hij hier. Het is ook een mooi uitzichtpunt. Bij helder weer kun je de domtoren van Osnabrück zien liggen. Helaas is het vandaag te heiig.

Blik op Leeden
Restanten van het Lusthauschen op de Leedener Berg

Bergafwaarts gaat het weer. We nemen een kijkje bij de Hermannsbrücke over de snelweg en dalen dan verder af. Door boerenland komen we bij een Ehrenmal uit voor gesneuvelde soldaten in de tweede Wereldoorlog uit verschillende landen. Een man met zoon komen net de trappen op om weer terug te komen op de route. De jongen raadt ons af om al die trappen af te dalen en te beklimmen. “Dort gibt es nur ein Kreuz mit Namen”, zegt hij teleurgesteld en zelfs een beetje boos. Hij had duidelijk wat anders verwacht. Wij nemen toch een kijkje en vinden het eigenlijk wel indrukwekkend, zo midden in het bos, hoog op een rots.

Ehrenmal
Ehrenmal

Op een bankje met uitzicht op de verderop gelegen snelweg eten we onze eerder gehaalde broodjes. Niet het meest idyllische uitzicht, maar het is niet gek om eind december buiten te lunchen met heerlijke Duitse broodjes. Diverse wandelaars komen langs, vele hebben hun hond meegenomen.

Na de lunch is de Canyon niet ver meer. Door weiden en langs de bosrand komen we uiteindelijk op het uitzichtpunt uit. Er staan een paar mensen naar het grijze water te kijken, maar lopen dan snel verder. Wij laten het uitzicht op ons inwerken, de wandeling is niet voor niets hiernaar vernoemd. De kleur van het water in het boekje haalt het echter niet bij de (winterse) realiteit. Verkeerde jaargetijde … Dan lopen we ook verder. Langs een aantal beelden in het bos van het Skulpturenpark komen we weer bij de kapel uit. De parkeerplaats is nog voller en jong en oud wandelt af en aan. Een populaire wandeling zo vlak voor Sylvester. En terecht!

De Lengericher Canyon

Wil je ook een van de Teutoschleifen lopen? De wandelgids kun je via de website  van Geheim over de grens gratis bestellen. Hierin vind je de 7 rondwandelingen met kaartjes en beschrijvingen. Ook zijn ze als GPS te downloaden. Onze ervaring is trouwens dat je de routes prima op de markering in het veld kunt lopen. Elke afslag is goed aangegeven. Deze wandeling was grotendeels onverhard en, na een aantal fikse regenbuien, knap modderig. Goede wandelschoenen zijn dan ook geen overbodige luxe.

Benieuwd naar de andere Teutoschleifen? Lees ook mijn wandelverslag van:
– Teutoschleife Dörenther Klippen
Teutoschleife Bevergerner Pättken

Elke Maand Een … 2019 (lustrum)

Lustrum
En toen werden we wakker in 2019. Een nieuw jaar met nieuwe uitdagingen. Ook voor de Elke Maand Een …- uitdaging. 2019 is wat dat betreft een lustrumjaar. In de afgelopen vier jaar blogde ik elke maand over de uitdagingen die ik mijzelf gesteld had dat jaar.

In 2015 bezocht ik elke maand een museum en schreef daarover. Het werkte erg motiverend, ook door de reacties op de stukken. Dat maakte dat ik in 2016 een nieuwe Elke Maand Een … – uitdaging aanging: Elke Maand Een Route, waarbij ik een bestaande route wandelde of fietste. Ook in 2017 en 2018 ging ik door met de uitdagingen, respectievelijk met Elke Maand Een Foto (met een verhaal) en Elke Maand Een Straatgedicht.

2019
Maar wat ga ik doen in 2019? Welke uitdaging stel ik mijzelf in dit lustrumjaar? Ik heb besloten om in 2019 alle eerdere Elke Maand Een …- categorieën aan bod te laten komen. Ik ga schrijven over musea, routes, foto’s en straatgedichten. Het streven is een gelijke verdeling van de categorieën over het jaar.

Hoog op het lijstje
Afgelopen jaren had ik de bedoeling om ook straatgedichten en musea in Zeeland te bezoeken. Dit is er niet van gekomen. Voor 2019 staat deze provincie daarom hoog op het lijstje. Ook het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en de N70 Natuurroute in het Rijk van Nijmegen wil ik dit jaar zien/wandelen.

Jullie tips
Uiteraard ben ik benieuwd naar jullie tips. Welke musea moet ik echt bezoeken? Welke wandel- en fietsroutes zijn niet te versmaden (bijvoorbeeld in Zeeland) en is er een straatgedicht dat ik echt niet mag missen? De categorie Elke Maand Een Foto is ook voor mij nog een verrassing. Het is maar net wat tegenkom in 2019 (en vastleg op de gevoelige plaat).

Een overzicht van de blogposts voor Elke Maand Een … 2019 vind je hier.

Elke maand een straatgedicht | Terugblik

Straatpoëzie in (met de klok mee) Hilversum, Bussum, Amsterdam, Schalkwijk en Zutphen

De uitdaging
Aan het begin van dit jaar startte ik met alweer de vierde ‘Elke Maand Een’-uitdaging. Dit keer stelde ik mezelf als doel om elke maand iets te schrijven over een straatgedicht. Enige voorwaarde was wel dat ik het straatgedicht zelf tegen was gekomen en op de foto had gezet. Het bleek geen moeilijke opgave. Ik heb de uitdaging dan ook gehaald om elke maand een blogpost over een straatgedicht te plaatsen. De 12 artikelen vind je hier.

Ik wendde mezelf aan om – overal waar ik kwam – om me heen te kijken. Muren, stoeptegels, ramen, alles kon een straatgedicht bevatten. Het deed me op een andere manier naar mijn omgeving kijken. En vaak leverde het wat op. Soms één gedicht, soms veel meer. Af en toe raadpleegde ik de site straatpoezie.nl (een (onvolledig) overzicht van alle straatpoëzie in Nederland en België) als ik een plaats bezocht. Het is tenslotte jammer als je, in een plaats aan de andere kant van het land, net een gedicht mist dat een straat verderop hangt.

De gedichten
Het leverde een aanzienlijke voorraad aan gedichten op. Over de mooiste en meest bijzondere maakte ik een blogpost. Een literaire wandeling door Zutphen besloot ik als geheel te beschrijven. Teveel mooie en bijzondere gedichten. Een aantal van de gedichten die ik afgelopen jaar verzamelde, stonden nog niet op het straatpoëzie-overzicht. Toevoegen is eenvoudig en het overzicht is nu een stukje vollediger.

Straatpoëzie in Zutphen

De gedichten waren erg verschillend. Er waren er die al lang voordat ze in het straatbeeld verschenen, geschreven waren. Zo ben ik meerdere malen Ida Gerhardt tegengekomen, o.a. in Zutphen. Maar ook Victor E. van Vriesland (Amsterdam) en Wotkoce Okisce (Leiden) waren al overleden toen hun poëzie straatpoëzie werd.

Andere gedichten zijn specifiek geschreven voor de plek waar ze hangen. Dit soort gedichten ben ik het meeste tegengekomen. Ze verhalen over (de historie van) het gebied of de (voormalige) functie van het gebouw. Zo kan de toevallige voorbijganger lezen over het voormalige klooster in Ten Boer waar nu een winkelcentrum staat, over de geschiedenis van de begraafplaats in Hilversum en de oorspronkelijke functie van de Bordenhal in Maastricht. In Bussum, Hilversum, Schalkwijk en Zutphen (en veel meer plekken waar ik nog niet over heb geschreven) lieten de stadsdichters van zich horen. Een of meerdere gedichten van hun hand sieren de straten op.

Straatgedicht in Ten Boer

De balans opmakend
Met een Drents gedicht in de maand december, heb ik 9 van de 12 provincies gehad. Alleen Flevoland, Brabant en Zeeland ontbreken nog in mijn verzameling. 7 dichters kende ik toen ik hun straatgedicht zag. Dit jaar heeft me dus veel nieuwe namen en gedichten opgeleverd. Er zaten een paar mooie gedichten tussen. Wat de meeste indruk maakte, was het gedicht van Judith Nieken in Leeuwarden. Misschien ook omdat het zo herkenbaar is. Het zijn zinnen die ik zelf geschreven had willen hebben.

Mijn verzameling telt op dit moment 83 gedichten en is nog altijd groeiende. Deze uitdaging leverde mij zoveel plezier op, dat ik ook volgend jaar gewoon doorga met het verzamelen van en schrijven over straatgedichten. Poëzie is overal om ons heen. Het is zonde is om daar niet wat meer aandacht aan te besteden.

Straatpoëzie in (met de klok mee) Zuidlaren, Leiden, Maastricht, Hulshorst, Zwolle en Leeuwarden

 

Westerborkpad etappe 19: Koekange – Hoogeveen

Route: Westerborkpad
Afstand: 15 km
Start: Bushalte Dorpsstraat Koekange
Eind: Station Hoogeveen

Tijdens de vorige etappe van het Westerborkpad – begin november – was het zonovergoten herfstweer. Vandaag is het grijs. De kortste dag is bijna daar en van Koekange tot aan Hoogeveen is men in kerstsfeer.

We zetten de auto bij station Meppel en nemen daar de 8-persoonsbus naar Koekange. Sinds de vorige keer dat we hier waren, is het dorpje meerdere keren in het nieuws geweest door opgravingen naar een lijk bij een boerderij. Er is – voor zover ik weet – niets gevonden. En als wij uit de bus stappen, is het dorp nog net zo ingeslapen als de vorige keer.

De Mr. Harm Smeengeweg leidt ons Koekange uit richting het spoor. Ruim vijf kilometer volgen we de spoorrails richting Echten en zien verschillende intercity’s en sprinters langskomen van en naar Meppel. Bij een wegwijzer staat een bekend geel-blauw bordje met Jacobsschelp. Het Jacobspad loopt hier ook langs. We herkennen het niet direct, maar hier hebben we vorig jaar dus ook gelopen.

Het Jacobspad loopt hier ook langs

Niet veel verder lopen we langs Stal Zoer. Was er ook niet een bekende springruiter met die naam? Als we ‘Okidoki’ op een gebouw zien staan, weten we het zeker. Deze namen van paard en ruiter zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de weilanden om ons heen draven paarden en pony’s vrolijk heen en weer.

In Echten stuiten we op een echte plaggenhut. Je kunt er zo naar binnen lopen en we werpen een blik op het karig ingerichte woon- en slaapvertrek. Zelfs nu, midden op de dag, is het schemerig binnen. Dan prijs je je gelukkig met je moderne huis. Aan de overkant van de weg zien we onze eerste grote zwerfkei. Een bordje vermeldt dat de steen oorspronkelijk uit een gebied 100 km boven Stockholm komt.

Plaggenhut in Echten

Via Huize Echten, een statige Havezate uit de 15e eeuw, dat nu gebruikt wordt als werkplaats van de Stichting Visio voor visueel en verstandelijk gehandicapten, lopen we een bospad in. Parallel aan een weg lopen we naar het centrum van Echten en besluiten bij hotel-restaurant-café Boschzicht een cappuccino te drinken. Altijd extra lekker bij dit grijze weer.

Huize Echten

Hierna is het niet ver meer naar Hoogeveen. We volgen de Hoogeveensche Vaart waar we de vorige etappe ook langs liepen. Vlak voor Hoogeveen geeft een steen met plakkaat aan dat de bewoners van de boerderij aan de overkant van de weg – de familie Flokstra – tijdens de oorlog 13 Joodse onderduikers verborgen hielden. Ze verbleven tweeëneenhalf jaar in een hol onder het hooi en overleefden de oorlog.

Gedenksteen voor de familie Flokstra

In Hoogeveen lopen we langs een groep zwerfkeien die als kunstproject bijeen zijn gebracht. We blijven lange tijd de vaart volgen. Lopend over een gravelpaadje zien we veel achterkanten van huizen en Hoogeveense tuinen. We kruisen de A28 en lopen dan richting centrum. De route komt langs een Joodse begraafplaats die sinds 1831 in gebruik is. Ervoor staat een indrukwekkend monument. Een hand heeft een paar mensen te pakken die uit alle macht proberen te ontsnappen. Op plakkaten staan de namen vermeld van de Joodse slachtoffers uit Hoogeveen.

Joods monument in Hoogeveen

De nummers op het kaartje in het wandelboekje staan niet goed aangegeven, waardoor we – blijkt achteraf – de voormalige synagoge gemist hebben. Deze ligt niet direct aan de route, waardoor we er zo voorbijgelopen zijn. Bij een inmiddels doorgebroken winterzonnetje doorkruisen we de ‘beste middelgrote binnenstad 2011-2013’, lopen langs onze laatste zwerfkei en buigen dan af richting station.

Station Hoogeveen in de zon

Volgende keer gaan we verder Drenthe in. Dat wordt nog een uitdaging. De buslijnen die in het boekje worden genoemd, zijn vorige maand opgeheven. Doorlopen naar Beilen (bijna 30 km) of een hubtaxi (tip van een andere wandelaar) lijken onze enige opties. Ach, dat zoeken we volgend jaar wel uit. In 2019 weer verder met het Westerborkpad.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Wandelen op en om Urk

Route: Groene Wissel Urk
Afstand: 10 km
Startpunt: Vakantiepark ‘Het Urkerbos’
Eindpunt: Vakantiepark ‘Het Urkerbos’

Uitzicht op het IJsselmeer vanaf Urk

Op een kille zaterdag halverwege december heb ik met een in de Noordoostpolder wonende vriendin afgesproken om een wandeling in haar provincie te maken. Het wordt Urk, het gewezen eiland waar ik, ondanks alle verhalen, nog nooit geweest ben. Mijn vriendin is er bekend, waardoor ik ineens een wandeling MET gids blijk te hebben!

We zetten de auto bij het vakantiepark ‘Het Urkerbos’, dat er nu verlaten bij ligt en duiken het – juist – Urkerbos in. Toen ik dit bos die morgen googelde kwam als eerste de zoekterm ‘moord’ tevoorschijn. Negen jaar geleden werd hier een 14-jarige jongen vermoord door zijn 15-jarige vriend. Volgens de verhalen waren zij bezig geweest met occulte zaken. Dit zijn dingen die je eigenlijk niet moet lezen als je met z’n tweeën op een grijze dag in dat bos gaat wandelen.

Maar het bos ziet eruit, zoals een bos eruit hoort te zien en we lopen over smalle en bredere bospaden, totdat we de bebouwde kom van Urk naderen. Hier lopen we via een schelpenpaadje achter het zwembad langs en komen uiteindelijk bij een grote vijver uit, waar de inmiddels doorgebroken zon de wolken in laat weerspiegelen.

De zon breekt even door

Als we de plaats inlopen, leidt de routebeschrijving ons grotendeels om het oude centrum heen. Mijn vriendin echter vindt dat als je op Urk bent, je ook het oude centrum moet zien. Daar ben ik het uiteraard helemaal mee eens en als een volleerd gids leidt mijn vriendin ons door de verschillende straatjes en ginkies. Een ginkie is een smal steegje in het oude Urk. Er bestaat zelfs een ginkiestocht, waarbij je zelf of onder leiding van een gids de ginkies verkent en leert over de historie van deze oude brandgangen.

Daarnaast blijken de huizen in het oude centrum niet in een straat, maar in een wijk te staan. Om praktische redenen zijn de huizen in het oude Urk sinds het begin van de 20ste eeuw gerangschikt op wijk. Je woont dus niet op Hoofdstraat nummer 25, maar in wijk 3 nummer 25 (3-25). Alle huizen in dit oude gedeelte zijn op deze manier genummerd. In totaal zijn er 8 wijken. In de loop van de tijd zijn er wel straten die een naam hebben gekregen, maar deze zijn nooit officieel geregistreerd.

Geen straten maar wijknummers

Door dit oude centrum lopen we richting de haven, waar de vissersboten, maar ook plezierjachten, dobberen op het donkere water. In restaurant Het Achterhuis eten we een broodje en kijken we uit over het IJsselmeer. De wind maakt witte koppen op de golven, in de verte vaart een containerschip. Geen verkeerde plek om even op te warmen na de koude wind.

De haven van Urk

Na het broodje lopen we langs de haven terug naar het oude dorp. We zien de rood-witte vuurtoren hoog over het water uitkijken. In de verte staan in rechte lijnen statige windmolens in het water. De laatsten verdwijnen in de heiigheid, daar waar Friesland zou moeten liggen. Even verderop staat het Vissersmonument. Op de muren staan de namen van de overleden Urker vissers. Lang geleden (1717) verdwenen op zee, maar ook heel recent in 2015. De jongste overledene was 11 jaar oud. Veel vissers zijn nooit meer teruggevonden.

Het Vissersmonument met in de verte de windmolens

 

Vuurtoren van Urk

En dan beginnen we aan het laatste gedeelte van de tocht. We lopen met de wind in de rug een tijdje over de dijk langs het IJsselmeer. De windmolens komen steeds een beetje dichterbij. Totdat we de dijk overgaan en het Urkerbos weer inlopen. Hier komen we een aantal niet doorsnee wandelaars tegen: zwaar opgemaakte meisjes met hoog opstaande bontkragen, mannen met leren jassen en glimmende schoenen. Ze groeten vriendelijk, maar de moord zit nog in onze gedachten. Ook vertelt mijn vriendin dat er verhalen de ronde doen dat er in dit bos gedeald wordt. Het grijze weer, dat maakt dat het nu om half drie (een week voor de kortste dag) al donkerder begint te worden, helpt ook niet echt.

De IJsselmeerdijk met uitzicht op Urk

In de verte voor ons loopt een man in donkere kleding, inclusief zwarte muts. Hoewel hij dezelfde kant oploopt als wij, komt hij geleidelijk dichterbij. Het lijkt wel of hij steeds langzamer loopt. We houden wat in en bij de asfaltweg die ons weer naar de auto brengt, passeren we hem. Op onze groet mompelt hij wat, kijkt weg, loopt een rondje en draait zich dan om naar het pad waar wij uitkwamen. Als ik achterom kijk, zie ik dat hij weer verdwenen is in het bos.

Het Urkerbos met de bewuste wandelaar

In de auto kijken we terug op een gezellige middag. Misschien is dit wel een wandeling voor een ander jaargetijde, concluderen we. En vooraf informatie opzoeken over het Urkerbos is wellicht ook niet zo’n goed idee. Maar door Urk dwalen met – als het even kan een gids – kan ik iedereen aanbevelen. Je wordt er heel wat wijzer door.

Luchtkasteeltjes

Soort gedicht: Bord op palen-gedicht
Waar: Zuidlaren
Dichter: Wija Oortwijn

Onder de oude treurboom zie ik de eerste. De neerhangende takken vormen een omlijsting van het rechthoekige bord dat tussen twee palen hangt. De zwarte letters op de witte achtergrond vormen een gedicht in een taal van deze streek. Drents of wellicht Gronings. Hardop lezend begrijp ik dat het gaat over deze plaats en de functie die het ooit had. Ik loop op historische grond.

Na dit gedicht volgt al snel een tweede. Twee palen, een rechthoekig bord, dezelfde opmaak. Een andere dichter, een andere taal. Ook deze zet ik op de foto, om later op mijn gemak nog eens terug te lezen. De derde volgt al snel, de vierde. Dit kan niet anders dan een poëzieroute zijn. Hoeveel meer komen er nog?

Mijn vrienden lopen steeds een beetje sneller verder, terwijl ik de gedichten op de foto zet. Ze weten van mijn straatgedichten-tic, maar we hebben ook een etappe te wandelen. Van het pad der paden welteverstaan. Als ik het vijfde gedicht spot met de intrigerende naam Luchtkasteeltjes, heb ik geen tijd om de regels in me op te nemen. Ik maak snel een foto en trek een sprintje om weer gelijk op te lopen met mijn medewandelaars.

Een paar kilometer geleden zijn we deze etappe van het Pieterpad gestart in het centrum van Zuidlaren. We hebben net Berend Botje met zijn scheepje achter ons gelaten op een rotonde, als we het terrein van Dennenoord opwandelen. In de omgeving een bekende naam. Van heinde en verre kent men het ‘gekkenhuis’. In 1895 werd hier het psychiatrisch ziekenhuis van de Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in Nederland geopend. Het terrein had veel groen en eigen voorzieningen. Het was een klein dorp op zich.

Tegenwoordig is het complex van GGZ-instelling Lentis, dat nog steeds een deel in gebruik heeft. De oude landschapstuin is er nog altijd. Over het mooie terrein kun je sinds kort een Kwiek-route lopen (waar je – juist – kwiek van kunt worden) en dus ook een poëzieroute.

Volgens Google kent de poëzieroute 17 gedichten, verspreid over het terrein. De winnaars van de Jan Boer Poëzieprijs (georganiseerd door Lentis) krijgen een plekje in de route. Het laatste gedicht dat ik op de foto zette, is van zo’n winnaar. In 2011 won Wija Oortwijn met haar gedicht Luchtkasteeltjes deze prijs. De prijs is in het leven geroepen om “aandacht te vragen voor de vaak uitzonderlijk creatieve talenten van (ex) cliënten van de geestelijke gezondheidszorg” en wordt eens in de drie jaar toegekend. De poëzieprijs is vernoemd naar de Groninger dichter Jan Boer (1899 – 1983).

Luchtkasteeltjes

In haar eentje, spelend op ’t strand,
bouwt ze luchtkasteeltjes,
schepje in de hand.

Met veels te grote slippers,
haren in de war.
Blik op oneindig,
ogen zo star…

Wie is zij? Klein meisje van vier?
Niemand die haar blijkbaar mist.
Wat doet ze eigenlijk hier?

Ik zie de golven komen,
wild rollend over haar heen.
Haar blik verzacht, ze lijkt te dromen en roept:
‘Nu ben ik eindelijk niet meer alleen.’

Nog een laatste blik,
voordat ze verdwijnt
in de armen
van de tomeloze zee.
Nog even zwaait ze terug
en neemt al haar geheimen met zich mee…

In mijn eentje, lopend op ’t strand,
tuur ik naar de einder
en neem
mijn schepje weer ter hand…

Wija Oortwijn

Het thema van 2011 was: ‘Ik zoek wat ik niet vinden kan’. Als ik Luchtkasteeltjes thuis nog eens rustig teruglees, blijkt dit gedicht uitstekend bij dit thema te passen. De ik-persoon ziet letterlijk haar verleden voor zich. Althans, de laatste zin “en neem mijn schepje weer ter hand” lijkt dit te suggereren. Ze ziet een klein meisje (zijzelf?) op het strand dat luchtkasteeltjes bouwt. Een luchtkasteel is een droombeeld of een irreëel toekomstbeeld. Waar denkt het meisje aan, daar op het strand? Ze wordt er in ieder geval niet gelukkig door. Haar “blik op oneindig, ogen zo star” en niemand die haar blijkbaar mist.

De ik-persoon vraagt zich af wie zij eigenlijk is, dat kleine meisje. Welke geheimen ze heeft. Ze krijgt wellicht nooit een antwoord op haar vragen. Dat kleine meisje is verdwenen “in de armen van de tomeloze zee”. Voor het meisje was het een zegen: “Nu ben ik eindelijk niet meer alleen”. Maar wat deed het met de volwassen ik-persoon? Ze tuurt naar de einder en neemt haar schepje weer ter hand. Wellicht om nieuwe luchtkasteeltjes te bouwen?

Als ik het gedicht een paar keer lees, dringt de lading pas echt tot me door. Een droevig gedicht dat aanzet tot nadenken. En op het terrein van Dennenoord zijn  nog minstens twaalf andere gedichten die ik niet gezien heb tijdens onze wandeling. Die komen op mijn Nog Te Bezoeken Straatgedichten-lijst!

Ben jij ook benieuwd naar de gedichten die op het terrein van Dennenoord staan? Bij de receptie van het hoofdgebouw kun je een gratis routebeschrijving krijgen van de poëzieroute.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Pieterpadwandelaar

Het bankje is bezet. Een man en een vrouw zijn neergestreken op het blanke hout waarin de nerven die ooit een boom waren nog goed te zien zijn. Met hun ruggen schermen ze deels de afstanden naar het begin en einde van het pad der paden af. Ook de Drentse plaats die groot in de rugleuning is geëtst is nauwelijks te lezen. Dankzij de Facebookfoto’s herkennen we het pieterpadbankje echter meteen. Bankjes langs het beroemde wandelpad zijn een begrip op zich.

Mijn vriendin en ik halen allebei onze telefoons tevoorschijn voor een foto. De uitrustende wandelaars staan vrijwel gelijk op en laten zonder omhaal hun voormalige zitplaats fotograferen. Ze stellen zelfs voor een foto van ons te maken, op het bankje. Wij maken dankbaar gebruik van het aanbod. Met verwaaide haren knijpen we onze ogen tot spleetjes tegen de zon.

Hoewel ze, zoals dat hoort, het rood-witte wandelboekje in de hand hebben, vallen ze met hun outfit uit de toon bij de hordes pieterpadwandelaars die vandaag op pad zijn. Ik zag vandaag meer wandelstokken, afritsbroeken, sneldrogende shirts in felle kleurtjes, afgedragen bergschoenen en uiteraard rugzakken met waterzakken (met zo’n slangetje over de schouder) dan tijdens alle andere wandelingen van dit jaar tezamen.

De man en vrouw dragen beide een modieuze zonnebril en dito sneakers. De studs op haar shirt laten ruimte vrij voor de glimmende letters die het woord ADORABLE vormen. Zijn spijkerbroek is afgezakt volgens de laatste mode. Zeker geen doorsnee-wandelaars. Zijn eerste vraag echter verraadt dat ze wel degelijk meerdere etappes van het Pieterpad achter de rug hebben: “Lopen jullie naar het noorden of naar het zuiden?”

Zij lopen zuidwaarts en moeten vanuit Drenthe nog een eindje. In mei dit jaar zijn ze begonnen, nadat ze de twee delen van het routeboekje cadeau hadden gekregen. Hun kinderen vonden het een gepast cadeau voor hun 25-jarig huwelijksfeest. “En ik heet Pieter” voegt de man eraan toe, “vandaar”. Hij grijnst zijn rechte, blinkend witte tanden bloot.

Wat we van de etappe van vandaag vonden, vragen ze. Ik wil vertellen over de idyllische beekjes, het bijzondere hoogveen, de bossen waar het licht zo mooi doorheen valt, maar word na mijn inleidende ‘Mooi etappe, we …!” door Pieter in de rede gevallen. Vandaag teveel natuur naar hun smaak, ze misten de plaatsjes. Op een gegeven moment heb je zo’n bos wel gezien.

Uiteraard lopen ze gewoon verder. Het is wel “relaxed”. En ze komen steeds dichter bij hun woonplaats in de Achterhoek. Ach, ze hebben de tijd. Gisteren nog kwamen ze twee vriendinnen tegen die al 12 jaar onderweg zijn op dit langeafstandspad. Ze kunnen dus nog even vooruit. Terwijl Pieter praat, houdt hij continu de passerende wandelaars in de gaten. Jonge blonde vrouwen krijgen een stralende lach toegeworpen.

Dan stelt hij voor samen de laatste kilometers naar het eindpunt van de etappe te lopen. Ik wissel een verbaasde blik met mijn vriendin. Samen oplopen met andere wandelaars gebeurt wel vaker op het Pieterpad, maar Pieter lijkt toch een voorkeur te hebben voor andere – vooral jongere en blondere – wandelaars. Met de gedachte dat het maar een paar kilometer is, stemmen we toe.

Pieter bergt demonstratief zijn boekje op in zijn rugzak. Het is nog maar een klein stukje en de markering tot nu toe is “echt geweldig”. Bij een splitsing aan een bosrand slaat toch de twijfel toe. Twee paden en geen wit-rode markering. Wij vonden de markering niet zo geweldig vandaag en met het boekje dat we in de hand hebben gehouden, gaan wij ze voor op het juiste pad.

Een kwartier later zitten we op een Schoonloos terras. Alle tafeltjes zijn bezet door wandelaars. Rood-witte boekjes en rugzakken zover het oog reikt. Arriverende wandelaars worden herkend, begroet, verhalen worden uitgewisseld. Vooral het natuurschoon onderweg is onderwerp van gesprek. Pieter en echtgenote drinken ontspannen hun welverdiende biertje en gaan bijna op in de groep wandelaars. Bijna.

Als ze aanstalten maken om hun auto op te zoeken, wensen we ze nog veel wandelplezier. “Misschien tot ziens” zegt Pieter joviaal, “binnen nu en twaalf jaar”.

In oktober dit jaar liep ik twee etappes van het Pieterpad en deed inspiratie op voor dit korte fictieve verhaal. Benieuwd naar de etappe waarbij we dit pieterpadbankje tegenkwamen? Lees hier mijn wandelverslag.

Het gedicht dat indruk maakte

Het is Najaarspoezieweek op de blog van Sandra leest. Eerder deze week schreef ik over de poëzie die gewoon op straat ligt. Als je wil, kun je in elke zichzelf respecterende plaats in Nederland poëzie lezen op muren, ramen, banken, de straat of waar dan ook. Je komt af en toe de meest verrassende gedichten tegen. Naast straatpoëzie lees ik af en toe ook poëzie op papier (al dan niet analoog). Eén zo’n gedicht wil ik jullie niet onthouden.

Lang geleden studeerde ik Nederlands en abonneerde ik me – op advies van een docent – op het digitale poëziemagazine Meander. E-mail begon net in zwang te raken en die digitale magazines (zoals o.a. ook Neder-L) werden periodiek in je mailbox bezorgd. Op mijn studentenkamer had ik toen nog geen internet, dus las ik mijn mail in één van de computerzaaltjes van de universiteit.

Daar, in zo’n saai zaaltje met grijze vloerbedekking, witte muren en als je geluk had nog een paar ramen, kwam ik op een dag in Meander een gedicht tegen dat veel indruk maakte. Zoveel indruk, dat ik het overtypte en printte. Jarenlang heeft het A4-tje in mijn studentenkamer gehangen, te midden van andere teksten.

20 jaar later en vele verhuizingen verder overlijdt de vader van een vriendin. Zij schrijft zelf gedichten en om de een of andere reden moet ik denken aan dat gedicht van toen. Als hart onder de riem op de condoleancekaart. Maar wat was de tekst precies? Het A4-tje had de verhuizingen niet overleefd. De mail, het mailadres en het mailprogramma van toen zijn al lang verleden tijd. Maar het geheugen van internet is indrukwekkend. Zonder de naam van de dichter te weten, vind ik het terug.

Het gedicht heeft niet aan kracht ingeboet. Oordeel zelf:

Weggaan

weggaan maakt niet veel geluid
niet meer dan herfstbladeren
die opstuiven in de wind
de boom blijft verweesd achter
nu zijn stem op het tuinpad ligt
en geluiden dempt
haast onhoorbaar
je voetstappen
die zich verwijderen
alleen wie achterblijft
weet hoe afscheid klinkt

Fatima Ualgasi

Van Fatima Ualgasi (1965) is, voor zover ik kan vinden, geen dichtbundel verschenen. Het gedicht Weggaan werd tussen 1995 en 1999 gepubliceerd in Meander. Ik ben niet de enige die onder de indruk is van dit gedicht. Een korte zoektocht op internet leert mij dat in 1999 de lezers van Meander dit gedicht kozen tot ‘Meanders Gedicht van het Jaar’. Toen de geestelijk vader van Meander, Rob de Vos, in april dit jaar overleed, werd zijn dood op Meander ook herdacht met dit gedicht. Op deze site vind je meer gedichten van Fatima Ualgasi.

Benieuwd wat de andere Najaarspoëzieweek-bloggers schrijven over poëzie? Kijk eens op de blogs van:

Sandra leest
Jannie Tr
Stien
Lalagè Leest
Antoinette