Westerborkpad etappe 11: rondwandeling Nunspeet – Verscholen Dorp

Route: Westerborkpad
Afstand: 20km
Start: Parkeerplaats Veluwestransferium Nunspeet
Einde: Parkeerplaats Veluwetransferium Nunspeet

Wandelend langs de Zandenplas

Met de auto ditmaal komen we op een wat koelere dag tussen de warme dagen van afgelopen weken aan in Nunspeet. Op het programma staat de rondwandeling (een van de twee rondwandelingen die het Westerborkpad rijk is) die ons naar het Verscholen Dorp in de bossen bij Vierhouten brengt. Het Veluwetransferium met uitkijktoren is een grote parkeerplaats met horeca waar we aan het einde van onze wandeling dankbaar gebruik van maken.

Maar zo ver is het nog niet. Eerst maar eens de bossen in. We lopen in de goede richting, maar zien geen markering. Met de beschrijving in het boekje en de route op de GPS volgen we een asfaltweg langs een landgoed en een bungalowpark dat ons naar het viaduct over de A28 leidt. Hier komen we in het Zandenbos terecht en lopen over bospaden en betonfietspaden richting Vierhouten. De Westerborkpadstickers zijn inmiddels opgedoken.

Het Eibertjespad leidt langs landgoederen

Onderweg bloeien het vingerhoedskruid en rododendrons om en op de landgoederen die we tegenkomen, zoals Roostee en Huize de Vennen. Af en toe komt er een groetende fietser langs. Bij de Ossenkolk kijken we uit over de waterlelies en het eilandje met neergelaten vlaggenmast. Bij welke gelegenheid vaart men naar het eilandje, zet de vlaggenmast overeind en hijst de vlag? Het zal niet vaak voorkomen, vermoeden we.

Op het eilandje zie je links, als je goed kijkt, de liggende vlaggenmast

En dan nadert Vierhouten. Op een terrasje met heel veel wielrenners, motorrijders en andere dagjesmensen vinden we een plekje en drinken een cappuccino. Na de koffie lopen we al snel Vierhouten uit en komen weer in de rust van het bos terecht. Bij een klaphekje laten we drie dankbare mtb-ers door die een mooie mountainbikeroute lijken te rijden. Iets om te onthouden.

We passeren ruiters en komen dan aan de rand van het Hendrik Mouwenveld uit. Een heideveld met bijzondere wandelbankjes waar bomen doorheen groeien. Het is nog te vroeg voor de lunch, dus lopen we door. De markering zien we hier niet, dus ook hier zijn we aangewezen op de GPS. Geen overbodige luxe in een natuurgebied met vele paadjes.

Hendrik Mouwenveld

Dan volgt al snel het Verscholen Dorp, een bezienswaardigheid, getuige de vele fietsers die zich hier verzameld hebben. In 1943 en 1944 hebben hier tussen de 80 en 120 mensen ondergedoken gezeten in ondergrondse hutten: letterlijk een verscholen dorp. Dit waren niet alleen Joden maar ook geallieerde piloten, agenten die niet voor de bezetter wilden werken en zelfs een gedeserteerde Duitse soldaat. Toevallig wordt het dorp ontdekt door Duitse soldaten in oktober 1944. De meeste onderduikers wisten gelukkig te ontkomen.

Een van de nagebouwde onderkomens in het Verscholen Dorp

Een paar van de oorspronkelijke hutten zijn nagebouwd en te bezoeken. De kleine, donkere en bedompte ruimtes zien er niet heel aantrekkelijk uit. Moeilijk om voor te stellen dat op die plek zoveel mensen woonden. Altijd op hun hoede. Een gedicht van Ida Vos, bij een van de nagebouwde hutten, verwoordt dit goed.

Een straatgedicht in het bos

Na het Verscholen Dorp volgt een heel lang recht fietspad van betonplaten. Dit stuk is aanzienlijk drukker dan de heenweg. Regelmatig stappen we in de berm om de veelal elektrische fietsers te laten passeren. De weg duurt en duurt en we krijgen zin in een broodje. De spaarzame bankjes zijn bezet. Uiteindelijk vinden we bij de Waskolk een leeg picknickbankje. Met uitzicht over het vennetje, waar veel honden zich vermaken in het water, eten we onze lunch.

Een late lunch aan de Waskolk

We vervolgen onze weg op het betonnen fietspad dat onder de A28 doorgaat en bij de Zandenplas uitkomt, een recreatieplas naast de snelweg, midden in het bos. Het water is groen, samen met de inmiddels blauwe lucht en het witte zand ziet het er mooi uit. Er zijn opvallend weinig mensen. Ook op de golfbaan die aan de andere kant van het fietspad ligt, is het rustig. Een mooie plek om een balletje te slaan. Na een paar kilometer komt Nunspeet weer in zicht. Volgende keer vervolgen we de hoofdroute van het Westerborkpad naar ‘t Harde.

De Zandenplas op een zonnige zondagmiddag

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Advertenties

Door het raam

Soort gedicht: Raamgedicht
Waar: Hulshorst
Dichter: Jozef Deleu

Het kwam als een aangename verrassing op 1e Pinksterdag. Wandelend over een karrenspoor, weilanden om me heen, in de verte het dorpje Hulshorst, sta ik opeens oog in oog met een straatgedicht. Of eigenlijk een raamgedicht. Het glas waar de tekst op te lezen is, is ingeklemd tussen twee houten palen. Ernaast staat een scheefgezakt bankje, dat zijn functie niet meer kan vervullen. Ooit kon de voorbijganger hier gaan zitten en uitkijkend over de weilanden het gedicht op zich in laten werken.

Een bijzondere plek voor een straatgedicht. De aantallen voorbijgangers zullen niet immens zijn, hoewel het populaire Westerborkpad langs dit gedicht voert. Ook ik loop dit pad en kom vandaag uit Harderwijk gewandeld.

Ik moest moeite doen om het gedicht enigszins leesbaar op de foto te krijgen. In alle mogelijke houdingen heb ik voor het raam gestaan. Eigenlijk, dacht ik toen, moet ik wachten totdat de zon minder schittert of achter een wolk verdwijnt. Want licht wandelt, daar slaat de dichter Jozef Deleu de spijker op zijn kop. Op elk moment van de dag is het gedicht te lezen tegen een andere achtergrond, hoewel het gras en de bomen blijven.

Elk uur van de dag, elke dag, jaar in, jaar uit zijn foto’s van deze plek verschillend. Het weer, de seizoenen, maar ook de mens zijn hier debet aan. Licht en schaduwen wisselen elkaar af. Wat zou het een mooie collage opleveren als je 365 dagen lang op een vast uur en een vaste plek een foto maakt van dit gedicht. Het jaar in beelden als bewijs dat dit korte gedicht zo waar is.

LANDSCHAP 2

Kijken
hoe het licht
wandelt

over het land
met de schaduw
aan de hand

hoe de ruimte
vorm krijgt

van zien

Jozef Deleu

Stichting Muurgedichten Nunspeet koos heel bewust voor dit gedicht op deze plek. Je kunt het zien als een aansporing voor de voorbijganger om het oude cultuurlandschap door het gedicht (letterlijk en figuurlijk) te (her)ontdekken. Jozef Deleu (1937) is bij uitstek de dichter voor dit doel. De Vlaamse dichter en prozaschrijver richtte in 1957 met twee anderen het Belgisch-Nederlandse culturele tijdschrift Ons Erfdeel op en was jarenlang hoofdredacteur van het blad. Hij krijgt grote bekendheid als voorvechter voor een volwaardige plaats van de Vlaamse en Nederlandse cultuur binnen Europa.

Ik kende Jozef Deleu niet. Hij is, lees ik op de site van de stichting, geen veelschrijver “maar schrijft alleen op wat hij echt van belang vindt. Daarom zijn met name zijn gedichten veelzeggend”. Landschap 2 is een goede illustratie. Het maakt mij benieuwd naar zijn andere gedichten. Met het voornemen om hem op te zoeken in de bibliotheek, vervolg ik mijn weg naar Nunspeet, naar het volgende straatgedicht.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 10: Harderwijk – Nunspeet

Route: Westerborkpad
Afstand: 20 km
Startpunt: Station Harderwijk
Eindpunt: Station Nunspeet

Op de grens van bos en boerenland bij Hulshorst

Op een zonovergoten eerste Pinksterdag stappen wij uit op Station Harderwijk voor de tiende etappe van het Westerborkpad. Samen met ons stapt een ouder stel uit met – naar het lijkt – een Westerborkpadboekje. Ze nemen meteen een voorsprong en voor we het weten lopen ze al enkele honderden meters voor ons, richting het centrum van Harderwijk. We hadden ze graag even gesproken, benieuwd naar hun ervaringen op dit pad. In het oude centrum besluiten we eerst koffie te drinken op een terrasje bij het Hortuspark. Hier zaten we een paar jaar geleden ook tijdens een fietstocht langs de Zuiderzee. Het plekje is nog even mooi. De wandelaars verliezen we uit het oog.

Na de koffie met warme appelcrumble beginnen we opgefrist aan de rest van de wandeling. We wandelen door oude straatjes en komen in de Jodenkerksteeg langs de synagoge. Op de gevel staan op twee plakkaten de namen van Joodse inwoners die in de oorlog weggevoerd zijn. Slechts twee Joodse gezinnen uit Harderwijk zouden de oorlog overleven.

De synagoge in Harderwijk

Vlak bij de synagoge valt een bakker ons op. Het oude pand staat vol spreuken waaronder deze:

“Als de burger leijt te slapen, en de boer nog doende is met gapen, zijn wij al in de weer, voor boer, burger en meneer”

Vandaag de dag nog zeker actueel en eigenlijk ook een soort staatgedicht, waarvan er overigens in Harderwijk meerdere hangen. In de Jodenkerksteeg hangt niet geheel toevallig dit gedicht van Ina Stabergh:

Straatgedicht dat onderdeel uitmaakt van de poëzieroute

We verlaten het oude centrum om zigzaggend door straten met namen van schrijvers uit alle eeuwen langzaam Harderwijk weer uit te lopen. Via een lange weg langs het spoor laten we de Hanzestad achter ons. Langs bedrijfjes, niet allemaal in een even beste staat, komen we uiteindelijk bij een fiets/voetbrug die ons over het spoor en de A28 naar de Harderwijker bossen brengt.

We lopen langs de fietstoegang de brug op als we worden ingehaald door een oudere man met ruitjesoverhemd. Zijn vrouw staan een paar bochten terug stil en roept naar haar man dat ze dit dus echt niet gaat doen. De man stopt, zucht, draait zich om en fietst weer langzaam naar beneden. Zijn gezicht spreekt boekdelen. We zien ze niet meer terug. Ze missen het prachtige natuurgebied dat aan de andere kant ligt. Waarschijnlijk tot grote spijt van de man.

Harderwijker Bossen

Wij lopen wel door en duiken aan de andere kant van de weg het bos in. Het is een hele andere omgeving dan aan de overkant. Over bospaadjes en af en toe een fietspad doorkruisen we het Koopmansbosch. Ter hoogte van het Gelle Gat horen we steeds luidere muziek, afkomstig van – zo blijkt later – een groep pubers. Op een springkussen vermaken ze zich in het zonnetje. In een halve cirkel staan achter hen grote groene tenten. Geen verkeerde besteding van dit pinksterweekend.

We verruilen de bassen voor het constante geruis van de A28 en komen dan bij het Hulshorsterzand. Voor ons strekt zich een zandmassa uit van wit zand en diverse duinen. We beklimmen het uitkijkpunt en besluiten daar op een bankje een broodje te eten. Dit is, wat je noemt lunch with a view! Niet veel later lopen er bekende gezichten langs. De Westerborkpadwandelaars van station Harderwijk hebben we blijkbaar ongezien ingehaald. Ze lopen het pad sinds februari dit jaar en gaan vandaag ook naar Nunspeet.

Lunch with a view!

We geven ze wat voorsprong en gaan dan ook weer op pad. We maken een korte stop bij het Monument de Souvenir. We zagen de obelisk al van verre midden in de zandvlakte staan. De herdenknaald herinnert aan het Landschapsakkoord van Apeldoorn van 2008. Door 5 cent in te werpen kun je een herdenkingsmunt draaien. Uiteraard proberen wij het, maar helaas, het werkt niet.

Monument de Souvenir

Dan volgt het woenstijngedeelte van deze etappe. Door mul zand en in de brandende zon ploegen we verder. Bij elke stap die we zetten, zakken we weg in het zand. Het doet me denken aan een scène uit een film waarin de hoofdpersoon op een gegeven moment zijn zakdoek met geknoopte hoeken om zijn hoofd bindt en langzaam richting horizon wandelt. Nu zijn we natuurlijk wel in Nederland en na een paar hele lange kilometers, leidt het pad omhoog het bos in, naar de schaduw.

Hulshorsterzand

Over de A28 en het spoor lopen we het bos weer uit en komen in boerenland terecht. Met pas gemaaid gras aan de ene kant en net ontkiemende gewassen aan de andere kant wandelen we richting Hulshorst. Bij het dorp volgen we een karrenspoor en worden getrakteerd op een bijzonder straatgedicht dat gedrukt is op glas. Het landschap, waar het gedicht over gaat, kun je daardoor direct waarnemen. Hier kun je de blogpost lezen over dit bijzondere gedicht.

Een straatgedicht bij Hulshorst

Na Hulshorst volgt het Belvédèrebosch en lopen we lange tijd langs een fietspad. En dan is daar Nunspeet. Grote huizen in het bos omringd door bloeiende rododendrons vormen een mooie entree. Het industrieterrein dat volgt staat in schril contrast. We worden een doodlopende straat in geleid en de route loopt verder over een schelpenpaadje tussen het spoor en de achterkant van bedrijven. Als we langs grote vaten met zwavelzuur, zoutzuur en natronloog komen, moeten we direct denken aan een plaats delict uit een detective serie. Gelukkig is het drie uur ’s middags, niet drie uur ‘s nachts.

En dan komt het station in zicht. Met een ijsje en een wel heel toepasselijk stationsgedicht van Rutger Kopland sluiten we een mooie en afwisselende etappe af.

Een van de vele straatgedichten die we deze etappe tegenkomen

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Wandelbankje

Soort gedicht: Bankgedicht
Waar: Schalkwijk (Eiland van Schalkwijk)
Dichter: Maria van de Looverbosch

Elke wandelaar kent ze: de bankjes onderweg tijdens een wandeltocht. Je kijkt er al een tijdje smachtend naar uit. Om daar je hongerklop te bezweren met meegebrachte boterhammen. Of je te verwarmen aan de koffie uit je thermoskan. Of om gewoon neer te strijken en even uit te rusten. Liefst met uitzicht. Bij warme dagen in de schaduw en bij koudere dagen in de zon. Dergelijke bankjes hebben zelfs een naam, een website en vele volgers op social media. Dit zijn de zogenaamde wandelbankjes.

Nu zijn deze bankjes niet exclusief voor wandelaars gereserveerd. Het staat iedereen die langskomt vrij er gebruik van te maken. Als fietsende wandelaar doe ik dat ook regelmatig, zowel wandelend als fietsend. Gezeten op zo’n bankje, heb ik al heel wat landschappen bewonderd. In binnen- en buitenland. Op een zonovergoten Bevrijdingsdag stap ik van mijn fiets om een late lunch te gebruiken op een van de eerste bankjes na aankomst met de veerpont Culemborg – Schalkwijk.

Het wandelbankje staat op het Eiland van Schalkwijk, aan de Veerweg bij de Lekdijk. Je hebt weids uitzicht over de uiterwaarden van de Lek en regelmatig trekken er hordes mensen voorbij die net van de pont afkomen. Echt rustig is het niet, maar er is wel wat te zien. Tot mijn verrassing blijkt het bankje een bankgedicht te bezitten.

Voor Leo van de Looverbosch en Jan Koudijs

HOUTEN, BANKEN

het landschap is niet om te haasten daarom
verplaats het langzaam langs uw oog
zorg daarbij voor stil uitzicht en laat zacht
zonlicht erop kaatsen en wees niet vooringenomen:
denk niet: ik ken het hier, ‘k heb het allang gezien

want haast doodt alles, in heel het leven
het is die zuivere eenvoud van het zitten die toont
hoe verder je kunt kijken, hoe meer je ziet
dichtbij en hoe rustiger je gaat begrijpen
bankjes langs de weg tonen de essentie aan

en wie razen er hier voorbij gemotoriseerd
of zelfs per fiets kun je te hard rijden
om te kunnen zien wat er gezien moet worden
en de tijd te nemen om stil te gaan zitten
even te leven als, ik zeg: een boom

Maria van de Looverbosch
1e dorpsdichteres van de gemeente Houten

Het gedicht is van de hand van Maria van de Looverbosch. In 2008 is zij benoemd tot eerste dorpsdichteres van de gemeente Houten. Naast gedichten schrijft zij ook proza, korte verhalen, romans, essays en wetenschappelijke artikelen, zowel over ethiek als biologie. Het gedicht is opgedragen aan Leo van de Looverbosch en Jan Koudijs, beide inmiddels overleden. De eerste is de vader van de dichteres. Zij schrijft:

“Omdat ik het kijken vanaf een bank langs de weg of bosrand van ons vader geleerd heb èn bijzonder ben gaan waarderen draag ik dit gedicht op aan hem.”

Jan Koudijs was wethouder van Houten tussen 2006 en 2010. Hij heeft Maria van de Looverbosch aangesteld als eerste dorpsdichteres.

Van de Looverbosch maant in haar gedicht de voorbijganger even pas op de plaats te maken, te gaan zitten en om zich heen te kijken. Echt te kijken en het landschap “langzaam langs uw oog” te verplaatsen. Geen enkel uitzicht is elke dag hetzelfde. Je denkt het wellicht te kennen, maar als je echt even de tijd neemt, zie je meer. In het dagelijkse leven is ‘haast’ een alomtegenwoordige factor. De dichteres lijkt de passant een moment van rust te willen geven op dit bankje. Om “even te leven als, ik zeg: een boom” en overpeinzingen de vrije loop te laten.

Na een fietstocht van 50 kilometer en nog ettelijke kilometers voor de boeg kijk ik om me heen en eet geheel ontspannen mijn boterhammen. Op de fiets kun je je onderdompelen in het landschap maar wandelend zie je meer. Zittend op een bankje echter kun je de omgeving echt in je opnemen. “Die zuivere eenvoud van het zitten” blijft onderdeel uitmaken van mijn wandel- en fietstochten. Het is zoals Maria van de Looverbosch zegt: “Het landschap is niet om te haasten”. Maak gebruik van die wandelbankjes.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 9: Putten – Harderwijk

Route: Westerborkpad
Afstand: 16 km
Startpunt: Station Putten
Eindpunt: Station Harderwijk

De brem bloeit volop onderweg naar de Groevenbeekse Heide

25 graden is het als we op station Putten uitstappen voor onze negende etappe van het Westerborkpad. De vijfde zonnige etappe op een rij! Nog weer iets warmer dan de vorige keer. Volgens het boekje mogen we veel bebouwing verwachten met als afwisseling een heideveld. Het blijkt groener dan verwacht.

Station Putten ligt buiten de plaats en we lopen vrijwel meteen over een kleine weg buitenuit. Na een eerste afslag bevinden we ons te midden van boterbloemen en fluitenkruid. Al snel komen we langs het voormalige werkkamp De Vanenburg. Het eerste dat we zien zijn paraplu’s. De gasten – De Vanenburg is nu een hotel en conferentiecentrum – kunnen deze gebruiken bij slecht weer. Een attente geste die vandaag niet nodig is.

Paraplu’s bij De Vanenburg

Even verder zien we het monument Sarah staan. Het bestaat uit prikkeldraad waar twee groene blaadjes uit bloeien. Op het omringende muurtje liggen kleine steentjes. Iets dat we bij Joodse monumenten en begraafplaatsen veel zagen de afgelopen etappes. Het monument herdenkt de 125 Joodse mannen die hier in de zomer van 1942 dwangarbeid moesten verrichten onder toezicht van de Heidemaatschappij. Er is weinig over het werkkamp bekend. Er zijn geen overlevenden die er nu nog over kunnen vertellen. Ik kende het ook niet.

Monument Sarah

We besluiten een kijkje te nemen bij De Vanenburg. Het ‘kasteel’ baadt in het zonlicht. Mooie tuinen omringen het statige gebouw en zijn toegankelijk voor de gasten. We lopen langs de moestuinen en onder een pergola met blauweregen door. Op deze stralende dag ziet het er allemaal prachtig uit. Niets herinnert meer aan de functie van deze plek, nu ruim 75 jaar geleden.

Kasteel De Vanenburg

 

Blauweregen bij Kasteel De Vanenburg

We vervolgen onze weg en kruisen op de Volenbekerweg het spoor weer. Langs het spoor lopen we in de richting van de Groevenbeekse Heide. De brem bloeit uitbundig en steekt fel af tegen de blauwe lucht. Op de Groevenbeekse Heide is het stil. De route loopt over het fietspad naast de heide, maar al snel besluiten we het parallel lopende paadje op de heide zelf te nemen. We worden beloond met een mooi uitzicht over het uitgestrekte gebied.

Groevenbeekse Heide

Ermelo is niet ver meer en al snel lopen we de bebouwde kom in. Bij het station nemen we een ijsje. Het is er weer voor. Na het ijsje lopen we door lange lommerrijke lanen met aan weerszijden grote huizen. De vogels kwetteren luid, af en toe passeert er een auto. Verder is het zo goed als uitgestorven op deze zondagochtend.

Ermelo gaat praktisch over in Harderwijk. Op een industrieterrein eten we onze boterhammen in de schaduw van een tuincentrum. Hierna gaat het vlot. Door nieuwbouwwijken volgen we de richting van het spoor. We kruisen de A28 en komen langs een Joodse begraafplaats, vrij klein in vergelijking met de andere begraafplaatsen die we afgelopen etappes tegenkwamen. In vroeger tijden lag het buiten de bebouwde kom, nu ligt het midden in een woonwijk.

Joodse begraafplaats Harderwijk

Even later bereiken we het station. De kiosk mag zichzelf trotse bezitter van een stationsgedicht noemen, het derde stationsgedicht die ik tegenkom tijdens het lopen van het Westerborkpad. Dat is er één voor mijn verzameling straatgedichten voor Elke Maand Een Straatgedicht. Het blijft leuk, die onverwachte gedichten!

Gedicht op station Harderwijk

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Stationsgedicht

Soort gedicht: Muurgedicht / Stationsgedicht
Waar: Bussum
Dichter: Gaston Bannier

Stations, ik breng er veel tijd door. Op een gemiddelde werkdag vertoef ik toch – alles bij elkaar – zo een half uur op de verschillende treinstations die ik aandoe. Ook op andere dagen reis ik – als het even kan – met de trein naar mijn plek van bestemming. Zo ook tijdens het wandelen van het Westerborkpad dat tussen Amsterdam en voormalig Kamp Westerbork veelal het spoor volgt. Tijdens een van de etappes kom ik een bijzonder soort straatgedicht tegen: het stationsgedicht.

Straatpoëzie is bedoeld om een gevarieerd publiek kennis te laten maken met een gedicht, een dichter of wellicht iets te zeggen over de plek waar het betreffende gedicht hangt. In een willekeurige straat krijgt een gedicht aandacht van de voorbijganger die toevallig omhoog (muurgedicht) of omlaag (grondgedicht) kijkt. Velen zullen er echter, zonder het te weten, aan voorbij lopen.

Een station daarentegen is dé plek van de wachtenden. Op een trein of bijvoorbeeld een afspraak. Bij uitstek een locatie voor een gedicht. Ik zie ze dan ook steeds meer verschijnen, deze stationsgedichten. Sinds mijn eerste op station Kampen-Zuid, kijk ik op – voor mij nieuwe – stations altijd even bewust om me heen. Is er ergens een gedicht verscholen?

Op station Naarden-Bussum is het raak. Na een lange etappe vanuit Weesp via Muiden, Muiderberg en het Naardermeer stap ik op een koude januaridag in Bussum het bijzondere stationsgebouw binnen. Het kubistisch-expressionistische gebouw uit 1926 met de asymmetrische vormen, de indrukwekkende hal met bijzondere lampen en de glas-in-loodramen maakt dat ik even rustig om me heen kijk. Dan valt mijn oog op de twee muurgedichten in de stationshal die gebroederlijk naast elkaar hangen.

Beiden zijn van Gaston Bannier, kunstenaar, dichter en performer. Van 2013 tot en met 2015 was hij stadsdichter van de gemeente Bussum en heeft meerdere straatgedichten achtergelaten in deze plaats. Zo ook hier, op dit station. Vooral het korte gedicht spreekt me aan.

hier komen de verhalen uit hun huizen,
staan de stoelen klaar voor vertrek.
hier spreekt men af,
ergens in de tijd,
in het licht of in de duisternis,
als binnen op weg naar buiten is.

Gaston Bannier

Ik herken het treinleven dat ik zo goed ken. Een station is een plek waar mensen bij elkaar komen, die elkaar anders nooit ontmoet hadden. De trein is hun overeenkomst. Maar elke reiziger brengt zijn eigen verhaal mee. Een verhaal dat voor de andere reizigers vaak verborgen blijft. Starend naar hun telefoons wacht men op de trein, zit men in de trein en gaat zijns weegs.

Maar heel soms heb je geluk en komen niet alleen de mensen maar ook de verhalen naar buiten. Een vertraging wil hier nog wel eens bij helpen. Gezamenlijk leed maakt de tongen los. Althans dat is mijn ervaring. Elke dag stap ik in de trein met de stiekeme hoop op een verhaal. Ze zijn er. Overal. Ze moeten alleen hun weg naar buiten vinden.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 8: Nijkerk – Putten

Route: Westerborkpad
Afstand: 16 km
Startpunt: Station Nijkerk
Eindpunt: Station Putten

Op een zonovergoten dag waarbij het lentegroen van de bomen scherp afsteekt tegen de strakblauwe lucht stappen wij uit de trein in Nijkerk. Twee weken geleden  waren we hier ook en sloten toen de etappe af met een terrasje. Deze achtste etappe blijkt precies langs datzelfde terrasje te lopen, nu nog verlaten. We lopen verder het centrum in en komen in de Singel – een winkelstraat – waar we op zoek gaan naar nummer 11. De plek waar vroeger de synagoge stond.

Voor één van de winkels zien we scouts op hun knieën zitten. Pas als we een paar passen verder zijn, zien we dat ze met tandenborstels en koperpoets struikelstenen aan het schoonmaken zijn. Een oudere meneer op een rollator kijkt toe, een mevrouw maakt foto’s. Ik zie mijn kans schoon en vraag of ik een foto mag maken voor de blogpost die ik over deze etappe van het Westerborkpad ga schrijven. De scouts vinden het geen probleem en gaan rustig verder.

Scouts maken struikelstenen schoon in de Singel

We hebben echter de interesse van de oudere meneer gewekt. Hij wijst op de achterkant van het routeboekje dat ik in mijn hand heb. Hier staat een afbeelding van het Joods Monument in Nijkerk. “Dat monument heb ik onthuld” vertelt hij niet zonder enige trots. Hij blijkt Louk de Liever te zijn, een overlevende van Bergen-Belsen en daarmee één van de overlevenden van de voormalige Joodse gemeenschap in Nijkerk. In 2002 onthulde hij het Joods Monument Nijkerk, waar wij later deze etappe nog langs komen.

Joods Monument Nijkerk

Hij vertelt dat de scouting periodiek de struikelstenen in Nijkerk schoonmaakt. In Amersfoort is het een ander verhaal. Daar zijn de struikelstenen van zwart graniet – zoals ons tijdens de vorige etappe al opviel. De maker van de ‘Stolpersteine’, kunstenaar Gunter Demnig, kon de grote order van de stad niet aan, omdat hij slechts een beperkt aantal stenen per jaar maakt. Om die reden is voor een andere uitvoering gekozen van de herdenkingsstenen.

In Nijkerk glimt de messing bovenplaat van de struikelstenen inmiddels alsof ze net zijn neergelegd. De scouts maken aanstalten om verder te gaan en ook wij vervolgen onze weg, onder de indruk van deze toevallige ontmoeting. Via nummer 11, waar een bronzen plaquette in de gevel herinnert aan de synagoge die hier eens stond, lopen we verder door het centrum. Langs de haven en het stadhuis komen we uiteindelijk bij het bewuste monument uit.

De plaquette herinnert aan de synagoge die hier eens stond

Het monument bevat veel symboliek. De stenen driehoeken staan in de vorm van een Davidster en het blauw en wit verwijzen naar de Israëlische vlag. De drie druppels – tranen van glas – in het monument blijken meer te herbergen dan je op het eerste gezicht ziet. De eerste bevat de sleutel van de oude, inmiddels verdwenen, synagoge. De tweede druppel is leeggelaten als symbool voor de verdwenen Joodse gemeenschap. De derde traan bevat een kleine sleutel, die symbool staat voor de toegang tot een hoopvolle toekomst. Een bijzonder monument, zeker na onze ontmoeting met de onthuller.

De drie tranen in het monument herbergen elk iets anders

De etappe gaat verder over de Havenlijn, de voormalige havenspoorlijn, en we lopen geleidelijk Nijkerk uit. De route volgt de spoorlijn richting Putten over een landweggetje omzoomd door knotwilgen. Het is hier goed toeven. De blaadjes zijn nog frisgroen, zoals je ze alleen ziet in de eerste weken na het ontluiken. De gele paardenbloemen in de groene weilanden stralen ons tegemoet. De karakteristieke boerderijen langs de weg en de zon maken het af. Een schitterend plaatje.

De Wallersteeg bij Nijkerk in lentekleuren

Via de Wallersteeg komen we op de Meskampersteeg, waar we moeten uitwijken voor een grote groep solexrijders. Het is er weer tijd voor. We lopen verder door natuurgebied Oldenaller in de richting van het kopje koffie op de kaart met de naam De Zoete Inval. Wij verwachten een toeristisch oord, maar niets blijkt minder waar. Bij een boerderij is een zelfbedieningspunt waar je koffie, thee en boerderij-ijs kunt krijgen. Vooral dat laatste gaat er goed in.

Boerderij-ijs bij De Zoete Inval

Na het ijs duiken we het natuurgebied Oldenaller weer in. We komen diverse bordjes van klompenpaden tegen en ook de nodige wandelaars. Nooit eerder een klompenpad gelopen, misschien toch maar eens doen. Over de lange Hellerweg gaat het richting Putten. Eenmaal in Putten aangekomen, leidt de route ons langs de Puttense voetbalclub waar het een drukte van belang is. Grote voetbalmannen en kleine voetballertjes lopen rond, spelen op de velden en stappen in en uit de auto’s. Waarschijnlijk een standaard zaterdag.

In Putten zelf lopen we al snel tegen het monument aan dat herdenkt dat op 2 oktober 1944 660 mannen weggevoerd worden als vergelding voor een kort daarvoor gepleegde aanslag. Slechts 48 van hen zouden terugkeren. Het beeld van de weduwe staat in de richting van de Oude Kerk, waarvandaan de mannen werden weggevoerd naar kamp Amersfoort. Na de wegvoering is Putten grotendeels in brand gestoken. Aan de andere kant van de straat staat de Gedachtenisruimte waar de namen van de overledenen en het verhaal erachter te lezen is. Wederom een plek om bij de geschiedenis en de verschrikkelijke gebeurtenissen stil te staan.

De weduwe op het Herdenkingshof

De laatste kilometers naar het station lopen we door een brede laan met hoge bomen. Het ziet er vredig uit. Wij kijken echter met een andere blik naar de huizen om ons heen. Welke huizen zijn nieuw en welke zijn gespaard gebleven bij de brand van oktober 1944?

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Westerborkpad etappe 7: Amersfoort – Nijkerk

Route: Westerborkpad
Afstand: 15 km
Startpunt: Station Amersfoort
Eindpunt: Station Nijkerk

Muurhuizen in Amersfoort

Het is officieel de eerste warme dag van het jaar met temperaturen van 20 graden als wij op station Amersfoort beginnen aan onze 7e etappe van het Westerborkpad. Vanaf het station nemen we een shortcut om weer bij de route te komen op de Arnhemseweg, waar we vorige keer afgeslagen zijn naar het station. Hier volgen we de rood-witte stickers naar het centrum, waar we al snel in de winkelstraat komen.

Er zijn al heel wat mensen op de been. In zomerse kleding lopen ze door de straatjes, langs de oude panden, leuke winkeltjes en de terrasjes. Het ziet er aantrekkelijk uit en hoewel het zeker terrasweer is, lopen wij door. We zijn nog maar net op pad.

De route leidt ons langs een straatgedicht waarin Eva Kruyer – stadsdichter van Amersfoort – een ode met knipoog brengt aan de Scherbierstraat. Het is zeker niet het eerste gedicht van een stadsdichter dat we tegenkomen tijdens het Westerborkpad. Leuk al die stadspoëzie! En goede input voor mijn uitdaging Elke Maand Een Straatgedicht

Straatgedicht in Amersfoort

Het pad gaat verder langs de bekende Muurhuizen, waar de rust opvallend is in vergelijking met de winkelstraten even verderop. In de Drieringensteeg passeren we een synagoge die nog in gebruik is op deze zaterdag. Ervoor liggen enkele struikelstenen. Het valt op dat ze hier in het centrum van Amersfoort niet van koper zijn, maar in donkergrijs natuursteen zijn uitgevoerd. Wat zou de reden hier van zijn?

Synagoge aan de Drieringensteeg in Amersfoort
Struikelstenen voor de synagoge

Na een lusje door het oude centrum volgen we de route langs museum Flehite en onder de Koppelpoort door. Hier slaat het pad af en loopt langs het spoor richting station Schothorst. Treinen rijden af en aan en blinken in het felle voorjaarszonnetje. Zonnebrandcrème is geen overbodige luxe deze dag. Als we langs industrieterrein De Hoef komen, zien we oude Volkswagenbusjes en herkennen het bedrijf waar we vorig jaar een eend (de auto) hebben gehuurd als cadeau voor mijn ouders’ huwelijksdag. Het was toen ook dit zelfde schitterende weer.

Vintage auto’s en busjes langs het spoor naar Station Amersfoort Vathorst

In de schaduw van de Ikea gaan we onder de A1 door en volgen verder het spoor. Via Hooglanderveen komen we uiteindelijk bij station Vathorst. Het voelt vreemd om hier te lopen. Ik ben hier vaak langs gereden in de trein, maar nooit eerder liep ik op het fietspad dat ik elke ochtend zag. Een verandering van perspectief.

Amersfoort vanuit een ander perspectief

Na Vathorst laten we de stad achter ons en volgen het spoor door de polder richting Nijkerk. We lopen over een fietsstraat waar de auto te gast is. Aanvankelijk zien we geen fietsers totdat er een horde wielrenners nadert. Zij hebben net een stel op een tandem ingehaald. Met de wind pal tegen krijgt de man voorop de tandem met veel pijn en moeite de trappers rond. Zijn vrouw achterop merkt er niet veel van, zij is druk in gesprek aan de telefoon.

Via buitenwijken van Nijkerk gaan we langzaam richting centrum. Met een omtrekkende beweging langs de rand van Nijkerk lopen we dan toch de plaats in. In het centrum zien we de toren van de Grote- of St. Catharinakerk als duidelijk oriëntatiepunt. Vlak voor het station wijken we af van de route voor een terrasje. Nu wel, 15 kilometer vanaf het terrasrijke begin van onze etappe. Het is nog steeds volop terrasjesweer.

De Grote- of St. Catharinakerk in Nijkerk

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Proberen te verdwalen

Over Waar een wil is, is geen weg van John Jansen van Galen (2014)

De meeste wandelaars proberen niet te verdwalen. Zij volgen een route op een kaart, in een boekje, in hun GPS of volgen gekleurde paaltjes. De meeste wandelaars zullen ook niet echt verdwalen. Want, zo luidt de bijna gevleugelde uitdrukking, in Nederland kun je niet verdwalen. Maar is dat wel zo? John Jansen van Galen is overtuigd van het tegendeel. Als je maar je best doet, kun je wel degelijk verdwalen in ons kleine kikkerlandje.

En, betoogt de schrijver, verdwalen is helemaal niet zo erg. Oké, het kan “lastig, vervelend, beangstigend soms” zijn, maar het heeft ook een sensatie in zich: “dat je dit in Nederland nog mee kunt maken, een vorm van bevrijding”. De schrijver is zo enthousiast over verdwalen, dat hij er een boek over heeft geschreven, genaamd Waar een wil is, is geen weg.

In korte hoofdstukken beschrijft Jansen van Galen plekken in Nederland waar je al wandelend heel goed kunt verdwalen. Hij put uit eigen ervaring, maar vertelt ook de verhalen van verdwaalde wandelaars in binnen- en buitenland die soms niet meer terugkwamen. Zo is het heel goed mogelijk om te verdwalen in het bos, op zandverstuivingen, in grotten en op het wad. Aan het einde van elk hoofdstuk geeft de schrijver aan een ieder die het verdwalen ook wel eens wil proberen, praktische tips over de besproken plekken.

Het is een hele andere benadering van wandelen en verdwalen. En dat was ook de reden dat ik het boek van de bibliotheekplank pakte. Ik was heel benieuwd. Ik ben namelijk niet zo van het verdwalen. Het gebeurt wel regelmatig, maar onbedoeld. De totale afwezigheid van richtingsgevoel is hier debet aan. Kaarten en boekjes helpen hier niet bij. Zelfs bij een – op de kaart – rechte bosweg, speel ik het nog klaar om van de route af te dwalen.

En op zo’n moment vind ik het zeker lastig en vervelend, maar kon ik tot voor kort altijd terugvallen op de geruststellende gedachte dat verdwalen in Nederland niet mogelijk is. Vroeg of laat kom je altijd weer in de bewoonde wereld terecht. Dat beeld moet ik nu bijstellen. Verdwalen blijkt wel degelijk mogelijk. Als je geluk hebt en je best doet.

Want door verdwalen kun je op de vreemdste plekken terecht komen, doe je nieuwe ervaringen op en het geeft bovenal een bijzonder gevoel:

“Verdwalen roept gevoelens op uit je kindertijd: het is eng maar ook spannend, een beetje angstaanjagend en tegelijk bevrijdend. Je staat er alleen voor. Het geeft een gevoel van beklemming maar ook van ongebondenheid. Je bent aan jezelf overgeleverd, kapitein op je eigen schip. En de wereld ligt voor je open.”

Wie wil dat nu niet? Dus misschien is verdwalen iets dat een nieuwe waardering verdient.

John Jansen van Galen heeft in ieder geval een goede voorzet gedaan en heeft mij bijna over de streep getrokken. De volgende keer dat ik weer eens de weg kwijt ben, bekijk ik de situatie met andere ogen. Ik ben het helemaal met hem eens als hij zegt: “Buiten de gebaande paden is de wereld vol verrassingen.”

Westerborkpad etappe 6: Baarn – Amersfoort

Route: Westerborkpad
Afstand: 23 km
Startpunt: Station Baarn
Eindpunt: Station Amersfoort

Station Baarn

De vorige etappe tussen Hilversum en Baarn liepen we al eventjes zonder jas en genoten van het zonnetje. Vandaag was werkelijk zonovergoten. De winterjas hadden we al thuisgelaten, maar al snel lopen we in een shirtje door de polder, langs het spoor. Onderweg naar Amersfoort en veel historie. Eindelijk lente.

We starten bij station Baarn waar de krokussen volop in bloei staan. Vorige keer eindigden we hier met koffie, maar nu gaan we eerst kilometers maken. Langs grote statige huizen en iets minder grote huizen lopen we al snel Baarn uit. Via een bruggetje komen we op de lange A.P. Hilhorstweg uit, een asfaltweg langs het spoor die ons door weilanden richting Amersfoort brengt. Er passeren vele treinen, totdat er een bruine goederentrein voorbij komt. Een toepasselijk en confronterende reminder aan het pad dat we aan het lopen zijn.

Het is echt voorjaar!

Aanvankelijk is het rustig, maar op een gegeven moment passeren er steeds meer auto’s en (bak)fietsen. Allen gevuld met kinderen. Als we een geel bord met de tekst ‘Lammetjes kijken’ en een pijl in de richting waar wij heengaan tegenkomen vallen de stukjes op hun plek. Even verderop heeft zich een flinke groep ouders met kinderen verzameld voor het hek van een boerderij. Twee verkeersregelaars dirigeren de auto’s naar de juiste plek. Voor 5 euro kun je de lammetjes bekijken. Behalve lammetjes krijg je voor dat geld ook limonade en een springkussen en natuurlijk een boerderijbeleving. Een goede besteding van de zondagochtend zullen veel ouders gedacht hebben.

Lammetjes kijken is goede besteding van de zondagochtend

Wij groeten de verkeersregelaars en laten de lammetjes voor wat ze zijn. Vlak bij Amersfoort verlaten we de lange asfaltweg en lopen een stukje van het klompenpad ‘Het Derde Erf’. We komen in Amersfoort uit, lopen langs een industrieterrein en beginnen dan aan de lange Soesterweg die we helemaal uitlopen. De Joodse begraafplaats onderweg laten we aan ons voorbij gaan. En dan nadert het station. We zijn toe aan koffie en op het stationsplein nemen we plaats op ons eerste terrasje van het jaar. Heerlijk!

Station Amersfoort

Aangezien de teller nog maar op 11 km staat, lopen we na de koffie verder in de wetenschap dat we over een paar uur weer op dit station uitkomen. Via het Bergkwartier, dat met recht die naam draagt, lopen we geleidelijk richting Kamp Amersfoort. Onderweg komen we bij een park een wel heel bijzonder bord tegen. Ik had het nog niet eerder gezien. Hoewel we geen eenden zien, zullen ze er ongetwijfeld zijn. Een creatieve variant op de ‘pas op overstekende herten’ borden.

Pas op overstekende eenden

Via de Stichtse Rotonde komen we in een bosrijk gebied uit en uiteindelijk bij Kamp Amersfoort. In de oorlogsjaren was dit een klein kamp waar 35.000 mensen gevangen hebben gezeten. Onder hen enkele honderden Joden die in afwachting waren van deportatie naar Kamp Westerbork en verder. In de diepte zien we tussen twee taluds de lange schietbaan en tevens fusilladeplaats liggen. Een standbeeld van een magere man staat aan het begin.

De schietbaan van Kamp Amersfoort van bovenaf

Deze ‘gevangene voor het vuurpeloton’ ofwel ‘de stenen man’, zoals het beeld in de volksmond heet, staat hier al sinds 1953. De vijf vredesduiven op de sokkel symboliseren de vijf oorlogsjaren. De schietbaan is helemaal uitgegraven door gevangenen van wie er later ook velen stierven op diezelfde plek.

De stenen man in Kamp Amersfoort

We lopen de schietbaan over tot aan het einde. In de verte horen we honden blaffen, een huiveringwekkende illustratie bij deze plek. Na de schietbaan komen we langs de gedenksteen waar een bosje bloemen ligt van de Herdenking Gevallenen Verzet Ede van enkele dagen geleden. Zestien verzetsmensen uit de gemeente Ede worden herdacht die in Amersfoort en Loosdrecht zijn gefusilleerd. Langs de wachttoren en het bezoekerscentrum lopen we weer richting uitgang.

Een lichtend voorbeeld

Na Kamp Amersfoort is het Russisch Ereveld niet ver meer. Onderweg komen we een monument tegen van Armando. De reusachtige bronzen ladder staat er sinds 1994. Het beeldt de ladders naar de wachttorens van het kamp uit. Maar, zegt de kunstenaar op een toelichtend bordje, het verwijst ook naar de wensen en verlangens van de gevangenen. Een ladder als troost, als vluchtweg.

De ladder van Armando

Dan komt begraafplaats Rusthof in zicht, een grote begraafplaats van ruim 29 hectare waar ook het Russisch Ereveld te vinden is. Rijen witte stenen staan aan weerszijden van een pad dat naar een grote obelisk loopt. In Russische tekens zijn de namen van de soldaten te lezen. Althans, dat neem ik even aan. Mijn Russisch is niet zo goed.

Russisch Ereveld

Naast het Russische Ereveld herbergt deze begraafplaats ook veel andere oorlogsgraven. Zo zijn er 150 slachtoffers uit Kamp Amersfoort begraven. En liggen er militairen uit de eerste en tweede oorlog, uit allerlei landen. Via een pad, omzoomd door witte grafstenen kom je bij een Engels monument waar ruim 200 geallieerde militairen begraven liggen. De meesten behoorden tot de bemanning van de bommenwerpers die onderweg van of naar bombardementen op Duitsland niet meer terugkwamen.

Oorlogsgraven op begraafplaats Rusthof

Zoveel geschiedenis gaat je niet in de koude kleren zitten, tijd om door te gaan. Via de – hoe toepasselijk – Dodeweg kruisen we de A28 en lopen weer richting Amersfoort. Via de lange Leusderweg naderen we langzaam weer het centrum van de Keistad. Als we tegen het spoor aan lopen, slaan we af en volgen de spoorlijn tot aan het station. Het contrast kan niet groter zijn als we deze mooie lentedag vol afschuwelijke geschiedenis afsluiten met een ijsje. De gebeurtenissen van ruim 7 decennia geleden komen tijdens zo’n etappe wel even heel dichtbij.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.