Westerborkpad etappe 19: Koekange – Hoogeveen

Route: Westerborkpad
Afstand: 15 km
Start: Bushalte Dorpsstraat Koekange
Eind: Station Hoogeveen

Tijdens de vorige etappe van het Westerborkpad – begin november – was het zonovergoten herfstweer. Vandaag is het grijs. De kortste dag is bijna daar en van Koekange tot aan Hoogeveen is men in kerstsfeer.

We zetten de auto bij station Meppel en nemen daar de 8-persoonsbus naar Koekange. Sinds de vorige keer dat we hier waren, is het dorpje meerdere keren in het nieuws geweest door opgravingen naar een lijk bij een boerderij. Er is – voor zover ik weet – niets gevonden. En als wij uit de bus stappen, is het dorp nog net zo ingeslapen als de vorige keer.

De Mr. Harm Smeengeweg leidt ons Koekange uit richting het spoor. Ruim vijf kilometer volgen we de spoorrails richting Echten en zien verschillende intercity’s en sprinters langskomen van en naar Meppel. Bij een wegwijzer staat een bekend geel-blauw bordje met Jacobsschelp. Het Jacobspad loopt hier ook langs. We herkennen het niet direct, maar hier hebben we vorig jaar dus ook gelopen.

Het Jacobspad loopt hier ook langs

Niet veel verder lopen we langs Stal Zoer. Was er ook niet een bekende springruiter met die naam? Als we ‘Okidoki’ op een gebouw zien staan, weten we het zeker. Deze namen van paard en ruiter zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de weilanden om ons heen draven paarden en pony’s vrolijk heen en weer.

In Echten stuiten we op een echte plaggenhut. Je kunt er zo naar binnen lopen en we werpen een blik op het karig ingerichte woon- en slaapvertrek. Zelfs nu, midden op de dag, is het schemerig binnen. Dan prijs je je gelukkig met je moderne huis. Aan de overkant van de weg zien we onze eerste grote zwerfkei. Een bordje vermeldt dat de steen oorspronkelijk uit een gebied 100 km boven Stockholm komt.

Plaggenhut in Echten

Via Huize Echten, een statige Havezate uit de 15e eeuw, dat nu gebruikt wordt als werkplaats van de Stichting Visio voor visueel en verstandelijk gehandicapten, lopen we een bospad in. Parallel aan een weg lopen we naar het centrum van Echten en besluiten bij hotel-restaurant-café Boschzicht een cappuccino te drinken. Altijd extra lekker bij dit grijze weer.

Huize Echten

Hierna is het niet ver meer naar Hoogeveen. We volgen de Hoogeveensche Vaart waar we de vorige etappe ook langs liepen. Vlak voor Hoogeveen geeft een steen met plakkaat aan dat de bewoners van de boerderij aan de overkant van de weg – de familie Flokstra – tijdens de oorlog 13 Joodse onderduikers verborgen hielden. Ze verbleven tweeëneenhalf jaar in een hol onder het hooi en overleefden de oorlog.

Gedenksteen voor de familie Flokstra

In Hoogeveen lopen we langs een groep zwerfkeien die als kunstproject bijeen zijn gebracht. We blijven lange tijd de vaart volgen. Lopend over een gravelpaadje zien we veel achterkanten van huizen en Hoogeveense tuinen. We kruisen de A28 en lopen dan richting centrum. De route komt langs een Joodse begraafplaats die sinds 1831 in gebruik is. Ervoor staat een indrukwekkend monument. Een hand heeft een paar mensen te pakken die uit alle macht proberen te ontsnappen. Op plakkaten staan de namen vermeld van de Joodse slachtoffers uit Hoogeveen.

Joods monument in Hoogeveen

De nummers op het kaartje in het wandelboekje staan niet goed aangegeven, waardoor we – blijkt achteraf – de voormalige synagoge gemist hebben. Deze ligt niet direct aan de route, waardoor we er zo voorbijgelopen zijn. Bij een inmiddels doorgebroken winterzonnetje doorkruisen we de ‘beste middelgrote binnenstad 2011-2013’, lopen langs onze laatste zwerfkei en buigen dan af richting station.

Station Hoogeveen in de zon

Volgende keer gaan we verder Drenthe in. Dat wordt nog een uitdaging. De buslijnen die in het boekje worden genoemd, zijn vorige maand opgeheven. Doorlopen naar Beilen (bijna 30 km) of een hubtaxi (tip van een andere wandelaar) lijken onze enige opties. Ach, dat zoeken we volgend jaar wel uit. In 2019 weer verder met het Westerborkpad.

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Advertenties

Wandelen op en om Urk

Route: Groene Wissel Urk
Afstand: 10 km
Startpunt: Vakantiepark ‘Het Urkerbos’
Eindpunt: Vakantiepark ‘Het Urkerbos’

Uitzicht op het IJsselmeer vanaf Urk

Op een kille zaterdag halverwege december heb ik met een in de Noordoostpolder wonende vriendin afgesproken om een wandeling in haar provincie te maken. Het wordt Urk, het gewezen eiland waar ik, ondanks alle verhalen, nog nooit geweest ben. Mijn vriendin is er bekend, waardoor ik ineens een wandeling MET gids blijk te hebben!

We zetten de auto bij het vakantiepark ‘Het Urkerbos’, dat er nu verlaten bij ligt en duiken het – juist – Urkerbos in. Toen ik dit bos die morgen googelde kwam als eerste de zoekterm ‘moord’ tevoorschijn. Negen jaar geleden werd hier een 14-jarige jongen vermoord door zijn 15-jarige vriend. Volgens de verhalen waren zij bezig geweest met occulte zaken. Dit zijn dingen die je eigenlijk niet moet lezen als je met z’n tweeën op een grijze dag in dat bos gaat wandelen.

Maar het bos ziet eruit, zoals een bos eruit hoort te zien en we lopen over smalle en bredere bospaden, totdat we de bebouwde kom van Urk naderen. Hier lopen we via een schelpenpaadje achter het zwembad langs en komen uiteindelijk bij een grote vijver uit, waar de inmiddels doorgebroken zon de wolken in laat weerspiegelen.

De zon breekt even door

Als we de plaats inlopen, leidt de routebeschrijving ons grotendeels om het oude centrum heen. Mijn vriendin echter vindt dat als je op Urk bent, je ook het oude centrum moet zien. Daar ben ik het uiteraard helemaal mee eens en als een volleerd gids leidt mijn vriendin ons door de verschillende straatjes en ginkies. Een ginkie is een smal steegje in het oude Urk. Er bestaat zelfs een ginkiestocht, waarbij je zelf of onder leiding van een gids de ginkies verkent en leert over de historie van deze oude brandgangen.

Daarnaast blijken de huizen in het oude centrum niet in een straat, maar in een wijk te staan. Om praktische redenen zijn de huizen in het oude Urk sinds het begin van de 20ste eeuw gerangschikt op wijk. Je woont dus niet op Hoofdstraat nummer 25, maar in wijk 3 nummer 25 (3-25). Alle huizen in dit oude gedeelte zijn op deze manier genummerd. In totaal zijn er 8 wijken. In de loop van de tijd zijn er wel straten die een naam hebben gekregen, maar deze zijn nooit officieel geregistreerd.

Geen straten maar wijknummers

Door dit oude centrum lopen we richting de haven, waar de vissersboten, maar ook plezierjachten, dobberen op het donkere water. In restaurant Het Achterhuis eten we een broodje en kijken we uit over het IJsselmeer. De wind maakt witte koppen op de golven, in de verte vaart een containerschip. Geen verkeerde plek om even op te warmen na de koude wind.

De haven van Urk

Na het broodje lopen we langs de haven terug naar het oude dorp. We zien de rood-witte vuurtoren hoog over het water uitkijken. In de verte staan in rechte lijnen statige windmolens in het water. De laatsten verdwijnen in de heiigheid, daar waar Friesland zou moeten liggen. Even verderop staat het Vissersmonument. Op de muren staan de namen van de overleden Urker vissers. Lang geleden (1717) verdwenen op zee, maar ook heel recent in 2015. De jongste overledene was 11 jaar oud. Veel vissers zijn nooit meer teruggevonden.

Het Vissersmonument met in de verte de windmolens

 

Vuurtoren van Urk

En dan beginnen we aan het laatste gedeelte van de tocht. We lopen met de wind in de rug een tijdje over de dijk langs het IJsselmeer. De windmolens komen steeds een beetje dichterbij. Totdat we de dijk overgaan en het Urkerbos weer inlopen. Hier komen we een aantal niet doorsnee wandelaars tegen: zwaar opgemaakte meisjes met hoog opstaande bontkragen, mannen met leren jassen en glimmende schoenen. Ze groeten vriendelijk, maar de moord zit nog in onze gedachten. Ook vertelt mijn vriendin dat er verhalen de ronde doen dat er in dit bos gedeald wordt. Het grijze weer, dat maakt dat het nu om half drie (een week voor de kortste dag) al donkerder begint te worden, helpt ook niet echt.

De IJsselmeerdijk met uitzicht op Urk

In de verte voor ons loopt een man in donkere kleding, inclusief zwarte muts. Hoewel hij dezelfde kant oploopt als wij, komt hij geleidelijk dichterbij. Het lijkt wel of hij steeds langzamer loopt. We houden wat in en bij de asfaltweg die ons weer naar de auto brengt, passeren we hem. Op onze groet mompelt hij wat, kijkt weg, loopt een rondje en draait zich dan om naar het pad waar wij uitkwamen. Als ik achterom kijk, zie ik dat hij weer verdwenen is in het bos.

Het Urkerbos met de bewuste wandelaar

In de auto kijken we terug op een gezellige middag. Misschien is dit wel een wandeling voor een ander jaargetijde, concluderen we. En vooraf informatie opzoeken over het Urkerbos is wellicht ook niet zo’n goed idee. Maar door Urk dwalen met – als het even kan een gids – kan ik iedereen aanbevelen. Je wordt er heel wat wijzer door.

Luchtkasteeltjes

Soort gedicht: Bord op palen-gedicht
Waar: Zuidlaren
Dichter: Wija Oortwijn

Onder de oude treurboom zie ik de eerste. De neerhangende takken vormen een omlijsting van het rechthoekige bord dat tussen twee palen hangt. De zwarte letters op de witte achtergrond vormen een gedicht in een taal van deze streek. Drents of wellicht Gronings. Hardop lezend begrijp ik dat het gaat over deze plaats en de functie die het ooit had. Ik loop op historische grond.

Na dit gedicht volgt al snel een tweede. Twee palen, een rechthoekig bord, dezelfde opmaak. Een andere dichter, een andere taal. Ook deze zet ik op de foto, om later op mijn gemak nog eens terug te lezen. De derde volgt al snel, de vierde. Dit kan niet anders dan een poëzieroute zijn. Hoeveel meer komen er nog?

Mijn vrienden lopen steeds een beetje sneller verder, terwijl ik de gedichten op de foto zet. Ze weten van mijn straatgedichten-tic, maar we hebben ook een etappe te wandelen. Van het pad der paden welteverstaan. Als ik het vijfde gedicht spot met de intrigerende naam Luchtkasteeltjes, heb ik geen tijd om de regels in me op te nemen. Ik maak snel een foto en trek een sprintje om weer gelijk op te lopen met mijn medewandelaars.

Een paar kilometer geleden zijn we deze etappe van het Pieterpad gestart in het centrum van Zuidlaren. We hebben net Berend Botje met zijn scheepje achter ons gelaten op een rotonde, als we het terrein van Dennenoord opwandelen. In de omgeving een bekende naam. Van heinde en verre kent men het ‘gekkenhuis’. In 1895 werd hier het psychiatrisch ziekenhuis van de Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in Nederland geopend. Het terrein had veel groen en eigen voorzieningen. Het was een klein dorp op zich.

Tegenwoordig is het complex van GGZ-instelling Lentis, dat nog steeds een deel in gebruik heeft. De oude landschapstuin is er nog altijd. Over het mooie terrein kun je sinds kort een Kwiek-route lopen (waar je – juist – kwiek van kunt worden) en dus ook een poëzieroute.

Volgens Google kent de poëzieroute 17 gedichten, verspreid over het terrein. De winnaars van de Jan Boer Poëzieprijs (georganiseerd door Lentis) krijgen een plekje in de route. Het laatste gedicht dat ik op de foto zette, is van zo’n winnaar. In 2011 won Wija Oortwijn met haar gedicht Luchtkasteeltjes deze prijs. De prijs is in het leven geroepen om “aandacht te vragen voor de vaak uitzonderlijk creatieve talenten van (ex) cliënten van de geestelijke gezondheidszorg” en wordt eens in de drie jaar toegekend. De poëzieprijs is vernoemd naar de Groninger dichter Jan Boer (1899 – 1983).

Luchtkasteeltjes

In haar eentje, spelend op ’t strand,
bouwt ze luchtkasteeltjes,
schepje in de hand.

Met veels te grote slippers,
haren in de war.
Blik op oneindig,
ogen zo star…

Wie is zij? Klein meisje van vier?
Niemand die haar blijkbaar mist.
Wat doet ze eigenlijk hier?

Ik zie de golven komen,
wild rollend over haar heen.
Haar blik verzacht, ze lijkt te dromen en roept:
‘Nu ben ik eindelijk niet meer alleen.’

Nog een laatste blik,
voordat ze verdwijnt
in de armen
van de tomeloze zee.
Nog even zwaait ze terug
en neemt al haar geheimen met zich mee…

In mijn eentje, lopend op ’t strand,
tuur ik naar de einder
en neem
mijn schepje weer ter hand…

Wija Oortwijn

Het thema van 2011 was: ‘Ik zoek wat ik niet vinden kan’. Als ik Luchtkasteeltjes thuis nog eens rustig teruglees, blijkt dit gedicht uitstekend bij dit thema te passen. De ik-persoon ziet letterlijk haar verleden voor zich. Althans, de laatste zin “en neem mijn schepje weer ter hand” lijkt dit te suggereren. Ze ziet een klein meisje (zijzelf?) op het strand dat luchtkasteeltjes bouwt. Een luchtkasteel is een droombeeld of een irreëel toekomstbeeld. Waar denkt het meisje aan, daar op het strand? Ze wordt er in ieder geval niet gelukkig door. Haar “blik op oneindig, ogen zo star” en niemand die haar blijkbaar mist.

De ik-persoon vraagt zich af wie zij eigenlijk is, dat kleine meisje. Welke geheimen ze heeft. Ze krijgt wellicht nooit een antwoord op haar vragen. Dat kleine meisje is verdwenen “in de armen van de tomeloze zee”. Voor het meisje was het een zegen: “Nu ben ik eindelijk niet meer alleen”. Maar wat deed het met de volwassen ik-persoon? Ze tuurt naar de einder en neemt haar schepje weer ter hand. Wellicht om nieuwe luchtkasteeltjes te bouwen?

Als ik het gedicht een paar keer lees, dringt de lading pas echt tot me door. Een droevig gedicht dat aanzet tot nadenken. En op het terrein van Dennenoord zijn  nog minstens twaalf andere gedichten die ik niet gezien heb tijdens onze wandeling. Die komen op mijn Nog Te Bezoeken Straatgedichten-lijst!

Ben jij ook benieuwd naar de gedichten die op het terrein van Dennenoord staan? Bij de receptie van het hoofdgebouw kun je een gratis routebeschrijving krijgen van de poëzieroute.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Pieterpadwandelaar

Het bankje is bezet. Een man en een vrouw zijn neergestreken op het blanke hout waarin de nerven die ooit een boom waren nog goed te zien zijn. Met hun ruggen schermen ze deels de afstanden naar het begin en einde van het pad der paden af. Ook de Drentse plaats die groot in de rugleuning is geëtst is nauwelijks te lezen. Dankzij de Facebookfoto’s herkennen we het pieterpadbankje echter meteen. Bankjes langs het beroemde wandelpad zijn een begrip op zich.

Mijn vriendin en ik halen allebei onze telefoons tevoorschijn voor een foto. De uitrustende wandelaars staan vrijwel gelijk op en laten zonder omhaal hun voormalige zitplaats fotograferen. Ze stellen zelfs voor een foto van ons te maken, op het bankje. Wij maken dankbaar gebruik van het aanbod. Met verwaaide haren knijpen we onze ogen tot spleetjes tegen de zon.

Hoewel ze, zoals dat hoort, het rood-witte wandelboekje in de hand hebben, vallen ze met hun outfit uit de toon bij de hordes pieterpadwandelaars die vandaag op pad zijn. Ik zag vandaag meer wandelstokken, afritsbroeken, sneldrogende shirts in felle kleurtjes, afgedragen bergschoenen en uiteraard rugzakken met waterzakken (met zo’n slangetje over de schouder) dan tijdens alle andere wandelingen van dit jaar tezamen.

De man en vrouw dragen beide een modieuze zonnebril en dito sneakers. De studs op haar shirt laten ruimte vrij voor de glimmende letters die het woord ADORABLE vormen. Zijn spijkerbroek is afgezakt volgens de laatste mode. Zeker geen doorsnee-wandelaars. Zijn eerste vraag echter verraadt dat ze wel degelijk meerdere etappes van het Pieterpad achter de rug hebben: “Lopen jullie naar het noorden of naar het zuiden?”

Zij lopen zuidwaarts en moeten vanuit Drenthe nog een eindje. In mei dit jaar zijn ze begonnen, nadat ze de twee delen van het routeboekje cadeau hadden gekregen. Hun kinderen vonden het een gepast cadeau voor hun 25-jarig huwelijksfeest. “En ik heet Pieter” voegt de man eraan toe, “vandaar”. Hij grijnst zijn rechte, blinkend witte tanden bloot.

Wat we van de etappe van vandaag vonden, vragen ze. Ik wil vertellen over de idyllische beekjes, het bijzondere hoogveen, de bossen waar het licht zo mooi doorheen valt, maar word na mijn inleidende ‘Mooi etappe, we …!” door Pieter in de rede gevallen. Vandaag teveel natuur naar hun smaak, ze misten de plaatsjes. Op een gegeven moment heb je zo’n bos wel gezien.

Uiteraard lopen ze gewoon verder. Het is wel “relaxed”. En ze komen steeds dichter bij hun woonplaats in de Achterhoek. Ach, ze hebben de tijd. Gisteren nog kwamen ze twee vriendinnen tegen die al 12 jaar onderweg zijn op dit langeafstandspad. Ze kunnen dus nog even vooruit. Terwijl Pieter praat, houdt hij continu de passerende wandelaars in de gaten. Jonge blonde vrouwen krijgen een stralende lach toegeworpen.

Dan stelt hij voor samen de laatste kilometers naar het eindpunt van de etappe te lopen. Ik wissel een verbaasde blik met mijn vriendin. Samen oplopen met andere wandelaars gebeurt wel vaker op het Pieterpad, maar Pieter lijkt toch een voorkeur te hebben voor andere – vooral jongere en blondere – wandelaars. Met de gedachte dat het maar een paar kilometer is, stemmen we toe.

Pieter bergt demonstratief zijn boekje op in zijn rugzak. Het is nog maar een klein stukje en de markering tot nu toe is “echt geweldig”. Bij een splitsing aan een bosrand slaat toch de twijfel toe. Twee paden en geen wit-rode markering. Wij vonden de markering niet zo geweldig vandaag en met het boekje dat we in de hand hebben gehouden, gaan wij ze voor op het juiste pad.

Een kwartier later zitten we op een Schoonloos terras. Alle tafeltjes zijn bezet door wandelaars. Rood-witte boekjes en rugzakken zover het oog reikt. Arriverende wandelaars worden herkend, begroet, verhalen worden uitgewisseld. Vooral het natuurschoon onderweg is onderwerp van gesprek. Pieter en echtgenote drinken ontspannen hun welverdiende biertje en gaan bijna op in de groep wandelaars. Bijna.

Als ze aanstalten maken om hun auto op te zoeken, wensen we ze nog veel wandelplezier. “Misschien tot ziens” zegt Pieter joviaal, “binnen nu en twaalf jaar”.

In oktober dit jaar liep ik twee etappes van het Pieterpad en deed inspiratie op voor dit korte fictieve verhaal. Benieuwd naar de etappe waarbij we dit pieterpadbankje tegenkwamen? Lees hier mijn wandelverslag.

Het gedicht dat indruk maakte

Het is Najaarspoezieweek op de blog van Sandra leest. Eerder deze week schreef ik over de poëzie die gewoon op straat ligt. Als je wil, kun je in elke zichzelf respecterende plaats in Nederland poëzie lezen op muren, ramen, banken, de straat of waar dan ook. Je komt af en toe de meest verrassende gedichten tegen. Naast straatpoëzie lees ik af en toe ook poëzie op papier (al dan niet analoog). Eén zo’n gedicht wil ik jullie niet onthouden.

Lang geleden studeerde ik Nederlands en abonneerde ik me – op advies van een docent – op het digitale poëziemagazine Meander. E-mail begon net in zwang te raken en die digitale magazines (zoals o.a. ook Neder-L) werden periodiek in je mailbox bezorgd. Op mijn studentenkamer had ik toen nog geen internet, dus las ik mijn mail in één van de computerzaaltjes van de universiteit.

Daar, in zo’n saai zaaltje met grijze vloerbedekking, witte muren en als je geluk had nog een paar ramen, kwam ik op een dag in Meander een gedicht tegen dat veel indruk maakte. Zoveel indruk, dat ik het overtypte en printte. Jarenlang heeft het A4-tje in mijn studentenkamer gehangen, te midden van andere teksten.

20 jaar later en vele verhuizingen verder overlijdt de vader van een vriendin. Zij schrijft zelf gedichten en om de een of andere reden moet ik denken aan dat gedicht van toen. Als hart onder de riem op de condoleancekaart. Maar wat was de tekst precies? Het A4-tje had de verhuizingen niet overleefd. De mail, het mailadres en het mailprogramma van toen zijn al lang verleden tijd. Maar het geheugen van internet is indrukwekkend. Zonder de naam van de dichter te weten, vind ik het terug.

Het gedicht heeft niet aan kracht ingeboet. Oordeel zelf:

Weggaan

weggaan maakt niet veel geluid
niet meer dan herfstbladeren
die opstuiven in de wind
de boom blijft verweesd achter
nu zijn stem op het tuinpad ligt
en geluiden dempt
haast onhoorbaar
je voetstappen
die zich verwijderen
alleen wie achterblijft
weet hoe afscheid klinkt

Fatima Ualgasi

Van Fatima Ualgasi (1965) is, voor zover ik kan vinden, geen dichtbundel verschenen. Het gedicht Weggaan werd tussen 1995 en 1999 gepubliceerd in Meander. Ik ben niet de enige die onder de indruk is van dit gedicht. Een korte zoektocht op internet leert mij dat in 1999 de lezers van Meander dit gedicht kozen tot ‘Meanders Gedicht van het Jaar’. Toen de geestelijk vader van Meander, Rob de Vos, in april dit jaar overleed, werd zijn dood op Meander ook herdacht met dit gedicht. Op deze site vind je meer gedichten van Fatima Ualgasi.

Benieuwd wat de andere Najaarspoëzieweek-bloggers schrijven over poëzie? Kijk eens op de blogs van:

Sandra leest
Jannie Tr
Stien
Lalagè Leest
Antoinette

De poëzie ligt op straat

Het is Najaarspoëzieweek op de blog van Sandra leest. Zij vindt dat we met zijn allen veel te weinig poëzie lezen. Met dit initiatief wil ze laten zien “dat het lezen van poëzie niet moeilijk of lastig is maar juist leuk en boeiend”. Met mijn Elke Maand Een Straatgedicht-uitdaging van dit jaar sluit ik uiteraard graag aan bij dit initiatief. Vergeet de boekhandels of de bibliotheken, de poëzie ligt (of hangt of staat) immers gewoon op straat!

Sandra leest op Twitter

Zoals sommigen wel opgevallen is, schrijf ik dit jaar op deze blog maandelijks over de straatgedichten die ik tegenkom. Toevallig onderweg of bewust tijdens een literaire stadswandeling. Het zijn er veel, heel veel. En hun aantal neemt alleen maar toe. Elke zichzelf respecterende plaats heeft minimaal een paar regels poëzie op een muur staan. Een (nog altijd groeiend) overzicht van de straatpoëzie in Nederland en België vind je hier.

Tijdens een Groene Wissel wandeling door de binnenstad van Leiden kwam ik een bijzonder muurgedicht tegen. In een smalle straat stond op een witte muur tussen vier ramen een tekst in een taal die ik niet kende. Ook de naam van de dichter zei me niets. Wat me intrigeerde was de vorm van de tekst, door een stralende najaarszon mooi uitgelicht. Het leek wel een wervelstorm.

In leiden kom je op de meest onverwachte plekken gedichten tegen

Thuis zocht ik het gedicht op, wat niet een hele grote inspanning bleek. In Leiden ‘stikt’ het namelijk van de straatgedichten. Poëzie in allerlei talen, nieuw maar ook enkele eeuwen oud, siert de gevels van de sleutelstad. Een uitgebreide website vertelt de geïnteresseerden alles over de dichters en het gedicht. Je kunt de tekst zelfs in de oorspronkelijke taal beluisteren.

De taal van ‘mijn’ gedicht blijkt het Muskogee te zijn, een indianentaal uit het zuiden van de Verenigde Staten. Vandaag de dag zijn er nog slechts 5000 mensen die de taal spreken. Dit zijn hoofdzakelijk American Indians van de Creek Nation.

De dichter Wotkoce Okisce, oftewel Louis Oliver (1904 – 1991) maakte deel uit van deze Creek Nation. Als relatief hoog opgeleide American Indian (hij haalde zijn middelbare schooldiploma) was Oliver een buitenstaander. Hij kende de verhalen van zijn eigen volk, maar ook de wereldliteratuur en de westerse poëzie. Later in zijn leven probeerde hij de twee tradities bij elkaar te brengen en schreef hierover twee boeken met gedichten en verhalen.

Een van die gedichten is nu in Leiden door elke willekeurige voorbijganger te lezen. Althans, als je het Muskogee machtig bent. Het gedicht staat sinds 1993 op de gevel, maar ik vraag me af hoeveel mensen sindsdien (zonder uitleg) hebben begrepen wat er stond. Het is een traditioneel volksverhaal in een westers jasje. De Nederlandse vertaling (door Jelle Kaspersma) van de tekst luidt als volgt:

Bron: https://www.muurgedichten.nl/nl/muurgedicht/maskoke-okisce-ca-1985

Vorm en inhoud passen goed bij elkaar. Tornado’s zijn in het zuiden van de VS geen onbekend verschijnsel. Het is een natuurverschijnsel om ontzag voor te hebben. Uiteraard wordt er in de volksverhalen een verklaring gezocht voor het ontstaan van zo’n wervelstorm. Dat verhaal is – kort samengevat – hier op de muur te lezen. Voor iedereen die voorbij komt.

En dat is het leuke van straatgedichten. Ze brengen het grote publiek in aanraking met poëzie, op de meest onverwachte momenten. En – vaker dan je denkt – zitten er gedichten tussen die je niet meer loslaten. Van dichters die je in een boekhandel nooit had uitgekozen (gesteld dat je überhaupt al op zoek was naar een dichtbundel). Dus kijk om je heen als je buiten loopt. Er is meer poëzie voorhanden dan je denkt.

Benieuwd wat de andere Najaarspoëzieweek-bloggers schrijven over poëzie? Kijk eens op de blogs van:

Sandra leest
Jannie Tr
Stien
Lalagè Leest
Antoinette

Salland Pad etappe 1: Olst – Wijhe

Route: Salland pad
Afstand: 12 km
Start: Station Olst
Eind: Station Wijhe

Het Salland Pad boekje heeft een handzaam formaat

Naast de Langeafstandswandelingen en Streekpaden die Nederland rijk is, zijn er nog vele andere paden die je op mooie plekjes in ons land brengen. Zo kwam ik het Salland Pad tegen, dat gebruik maakt van het wandelnetwerk Salland, een netwerk van wandelwegen tussen de IJssel en de Sallandse heuvelrug. Het Salland Pad is met 130 km de langste van de vijf beborde themaroutes binnen dit netwerk. Andere themaroutes zijn o.a. de Sallandse Zandloper en het Schipbeekpad. Het boekje met de verschillende etappes koop je voor 2 Euro online of bij een plaatselijke boekhandel.

Het Salland Pad maakt een rondje van 130 km door Salland

Het Salland Pad maakt een rondje door Salland. Je kunt daarom op elk willekeurig punt beginnen. Wij kozen ervoor om te starten met een relatief korte etappe tussen twee stations, namelijk van Olst naar Wijhe. Vanuit station Olst pik je vrij makkelijk de route op en loop je door het plaatsje richting de N337, een doorgaande weg die op een dijk parallel aan de IJssel loopt. De route wordt gemarkeerd met een groen-grijze pijl, die echter op veel bordjes nauwelijks meer te zien is. Het weer heeft zijn werk gedaan en wellicht dat de kleuren ook niet helemaal gelukkig gekozen zijn. Met ons boekje lopen we echter niet één keer verkeerd.

De onderste pijl markeert het Salland Pad

We blijven onder aan de dijk lopen en volgen de weg tot aan Den Nul. Onderweg vliegen de grauwe ganzen af en aan. In V-formatie vliegen ze laag over en de zwarte vlekjes op hun buik zijn goed te zien. Voor Den Nul slaan we af richting de uiterwaarden van de IJssel. Al snel lopen we op bekend terrein. Met de Trage Tocht Duursche Waarden wandelden we hier al eerder.

In de verte zien we de Duursche Waarden liggen

Van die tocht kennen we ook het Infocentrum IJssel Den Nul. Het Salland Pad loopt hier net niet langs, maar wij besluiten af te buigen voor een cappuccino. Over de drijvende brug komen we bij het Infocentrum, waar het heerlijk warm is. We zijn één van de weinige bezoekers en genieten van het uitzicht over het water. Een zilverreiger is op jacht, een roodborstje hipt over het verlaten terras.

Vanaf het Infocentrum ga je via een drijvende brug de Duursche Waarden in

Na de koffie gaan we over dezelfde brug de Duursche Waarden weer in en slaan dan af richting Wijhe. We kruisen de N337 weer en lopen via de Scherpenzeelseweg in de richting van het spoor. Bij een boerderij stopt een mevrouw meerdere dozen met eieren in haar fietstas. Boven haar hoofd staat groot ‘Boerderij Automaat’. Nieuwsgierig nemen we een kijkje. Binnen blijkt het een heuse automatiek te zijn. Voor kroketten of frikandellen ben je hier niet aan het goede adres, maar je kunt er naar hartenlust eieren, aardappels of walnoten ‘uit de muur trekken’. Wat een leuk idee!

Een Boerderij Automaat
Hier trek je aardappels uit de muur

Dan naderen we Wijhe. De route leidt ons een stukje vlak langs de IJssel, waar net de Prinses Maxima langs vaart. Naar later blijkt, het opleidingsschip voor leerlingen van de Maritieme Academie Harlingen en het Maritiem College IJmuiden. Door het centrum van Wijhe lopen we het laatste stukje naar het station. De eerste etappe van het Salland Pad is een feit en het smaakt naar meer.

In de verte vaart de Prinses Maxima over de IJssel

Benieuwd naar de andere etappes van het Salland Pad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Overvaller

Bron: carnavalsland.nl

“Geef me je geld!” roept de gemaskerde man met overslaande stem terwijl hij zijn trillende pistool op de man achter de kassa richt. Zachtjes klinkt nog het belletje bij de deur na. Door zijn getinte glazen neemt de winkeleigenaar de overvaller rustig op. Dan verschijnt er een glimlach om zijn lippen.

Even daarvoor had deze in zwarte kleding gehulde overvaller – toen nog zonder bivakmuts – voor de winkel een korte discussie gehad met een andere man – ook in zwarte kleding. De laatste had een paar grootse armgebaren gemaakt. De schouders van de overvaller die nu in de winkel staat, waren nog wat verder naar voren gezakt. Voordat de winkeleigenaar had verstaan waar de discussie precies over ging, had de ene man de andere een duwtje gegeven richting de sigarenzaak. Half struikelend had hij de muts over zijn hoofd getrokken.

En nu staat die overvaller hier dus voor hem. De andere leunt, nu ook met muts, tegen de winkeldeur. Hij probeert een deuntje te fluiten en kijkt om zich heen alsof hij daar toevallig staat. Zijn bivakmuts doet voorbijgangers stilstaan. Een jongetje van een jaar of 8 wijst naar hem en vraagt zijn moeder: “Is dat nu een echte overvaller?” Zijn moeder trekt hem snel mee, terwijl hij enthousiast “cool!” roept.

In de winkel wacht de overvaller op een reactie van de winkeleigenaar. Die glimlacht nog wat meer. Langzaam buigt hij zich naar de overvaller toe, totdat zijn omvangrijke buik de toonbank raakt. Hij probeert zijn blik te vangen. “Mag ik je een tip geven?” Zijn toon is vertrouwelijk. De overvaller doet een stapje naar achter, maar blijft naar de winkelier kijken. Zijn pistool wijst inmiddels naar de vitrine achter de kassa, waarin fidget spinners in diverse kleuren liggen te verstoffen.

“Op dit tijdstip zit er nog weinig geld in de kassa. Als je nu verstandig bent, kom je tegen vijven terug. Dan kun je de hele dagopbrengst meekrijgen.” De overvaller aarzelt, laat de woorden op zich inwerken, doet nog een stapje terug en draait zich dan om. Half rennend is hij in een paar tellen bij de deur en duwt hem open. Een diepe zucht ontsnapt hem. Het belletje klingelt vrolijk. Buiten grijpt hij de arm van zijn kompaan en trekt hem mee.

Dan zijn ze uit het zicht verdwenen. De winkelier knippert met zijn ogen. Werkte dat nu net echt? Dan pakt hij zijn telefoon en typt het nummer van de politie in.

Een collega hoorde op de radio het bijzondere verhaal van twee overvallers, die op advies van de winkelier later op de dag terugkwamen vanwege een grotere buit. Uiteraard stond toen de politie klaar om de criminelen in de kraag te grijpen. Hoe verrast zullen beide partijen zijn geweest. De politie omdat de overvallers daadwerkelijk zo onnozel waren om terug te komen en de overvallers omdat de winkelier de politie had gebeld. ‘s Avonds in de trein terug bleef het verhaal door mijn hoofd spoken. Hoe zou dat precies zijn gegaan?

Westerborkpad etappe 18: Meppel – Koekange

Route: Westerborkpad
Afstand: 13 km
Start: Station Meppel
Eind: Bushalte Dorpsstraat Koekange

De Wetering net buiten Meppel

Het is november maar het lijkt wel lente. Qua temperaturen dan. Zonder jas lopen we deze 18e etappe van het Westerborkpad. De natuur doet wel haar best het nog enigszins herfstig te laten lijken. De bomen en struiken onderweg zijn fel geel en oranje gekleurd. De blauwe lucht en de groene weilanden maken het plaatje af.

We zetten de auto in Koekange en nemen de 8-persoonsbus naar station Meppel. De bus rijdt maar één keer per uur en niet de hele dag, op deze manier hoeven we aan het einde van onze etappe niet te wachten. Op station Meppel pikken we de route weer op waar we de vorige keer geëindigd zijn.

Het pad maakt een lus door het centrum van Meppel zodat de wandelaar langs het Joods monument loopt, opgericht ter nagedachtenis aan de Meppeler Joden die zijn vermoord in de oorlog. Hun namen zijn aangebracht in de muur van de halfopen kapel. Van de 267 Joodse inwoners in 1941 hebben slechts enkele tientallen de oorlog overleefd, voornamelijk door onder te duiken.

Joods monument Meppel

Hierna slingert de route door nieuwbouwwijken die er ondanks het mooie weer niet heel aantrekkelijk uit zien. We kruisen het spoor en later de A32 en komen in een groenere omgeving terecht. In een grasveld voor een woonwijk staat een monument voor een gesneuvelde soldaat. Op die plek, zaten hij en zijn mede-soldaten in een aarden bunker. Het was 10 mei 1940, de dag dat de Duitsers Nederland binnenvielen. De bunker werd door een granaat getroffen en sergeant Anne Willem Swart kwam om het leven, 23 jaar oud. Hij was de enige militair die die dag bij Meppel omkwam.

Monument voor een in 1940 omgekomen soldaat

Weer wat kennis wijzer (het optrekkende Duitse leger kwam blijkbaar ook langs Meppel) lopen we verder. We laten de woonwijk achter ons en volgen de vaart De Wetering. Die brengt ons bij het Tolhuis de Knijpe, omstreeks 1870 gebouwd. Op de gevel geeft een bord aan wat de tol was “op den straatweg naar de Wijk en naar Koekange”. Zo betaalde je 1,5 cent voor “elken bok, geit of hond, gespannen voor rij- of voertuig”. Een kudde schapen of varkens “sterker dan 50 stuks in ééns” kostte 50 cent. De aanleg van de straatweg moest terugbetaald worden door de gebruikers van de weg, vandaar de tol.

Tolhuis de Knijpe

De Wetering komt wat later uit in de Hoogeveensche Vaart. De route blijft een tijd dit water volgen. We zijn niet de enige wandelaars en er vaart zelfs een motorbootje voorbij. Lenteachtige taferelen. Ter hoogte van Rogat verlaten we de vaart en nemen de Broekhuizerweg naar Koekange. Aan weerszijden staan felgele en oranje bomen. Een incidenteel briesje doet af en toe wat bladeren naar beneden dwarrelen. Bij grijs herfstweer ziet het er hier waarschijnlijk heel wat minder aantrekkelijk uit.

Hoogeveensche Vaart

We lopen een tijdje langs het spoor, kruisen het Maarten van Rossumpad en komen dan in het dorpje aan waar we die ochtend op de bus zijn gestapt. De zon schijnt nog even uitbundig. Volgende keer naar Hoogeveen, hopelijk met dezelfde herfstige omstandigheden.

We zijn weer in Koekange

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Wandelen in Leiden

Route: Groene Wissel Leiden: Leidsche Hout en Oude binnenstad
Afstand: 10 km
Startpunt: Parkeerplaats aan de Lange Voort, Oegstgeest
Eindpunt: Parkeerplaats aan de Lange Voort, Oegstgeest

Na een gezellig bezoekje aan mijn oudtante in Leiden besluiten we nog een rondje te wandelen in de omgeving. We kiezen voor een Groene Wissel wandeling die door de Leidse binnenstad gaat, maar ook ons onbekende parken aandoet in Oegstgeest. Wellicht dat ik mijn verzameling Leidse straatgedichten nog kan uitbreiden.

Het is een koude, maar zonovergoten herfstdag als we de auto parkeren in de buurt van Landgoed Oud-Poelgeest. We besluiten het rondje tegen de klok in te lopen en komen al snel in het Leidsche Hout waar veel mensen ook aan hun zondagmiddagwandeling zijn begonnen. Ouders met kleine kinderen, jonge en oudere echtparen met en zonder honden, hardlopers, studenten op een swapfiets: het is gezellig druk in dit overigens erg mooie park. In 1931 geopend en ooit aangelegd als werkverschaffingsproject, zoals ook het Amsterdamse Bos.

Doorkijkje in het Leidsche Hout

Het park ligt op de grens van Oegstgeest en Leiden en niet veel later lopen we dan ook door Leiden. Langs Hogeschool Leiden, het LUMC en zelfs het voormalige Pesthuis. Een mooi pand met een tuin met kunstwerken, maar nu wel ingeklemd tussen het ziekenhuis en meerdere wegen.

Het voormalige Pesthuis

Na het LUMC steken we via het station door naar de binnenstad. Hier lopen we om Museum Volkenkunde heen. Een museum dat ik meerdere keren heb bezocht (zie bijvoorbeeld dit artikel over een bijzondere balsport die de Maya’s eeuwen geleden al speelden), maar nu laten we het voor wat het is.

Het Museum Volkenkunde is zeker een bezoekje waard

Langs de Morspoort die in de steigers staat, steken we het Galgewater over. En dan volgt het Rapenburg, de beroemde straat met een aantal musea, maar ook straatgedichten. Mijn verzameling wordt in een paar honderd meter danig uitgebreid!

Straatgedichten in het Japans, Pools, Muskogee (Indianentaal) en Nederlands

We lopen langs de Hortus Botanicus – ook bekend terrein waar we een andere keer weer graag terugkomen – , maken een lusje langs het water over de 5e Binnenvestgracht en komen via een hofje weer terug op het Rapenburg. Door het Van der Werfpark lopen we langs het Steenschuur, de gracht waar in 1807 de Leidse buskruitramp plaatsvond. Een kruitschip met bijna 18.000 kg kruit aan boord ontplofte. Er vielen 151 doden en ruim 2000 gewonden. Meer dan 200 huizen werden verwoest. Het is moeilijk in te denken als je nu naar de gevels, de blauwe lucht en de in het water glinsterende zonnetje kijkt.

5e Binnenvestgracht

Na een cappuccino bij de Koornbrug zigzaggen we verder door het centrum. We komen in straatjes waar we nog niet eerder zijn geweest, zetten onbekende straatgedichten op de foto en lopen zo langzaamaan de binnenstad weer uit. Via de drukke Willem de Zwijgerlaan en de Oegstgeesterweg komen we in het Heempark uit. Het is inmiddels eind van de middag en een stuk minder druk. De lage zon werpt lange schaduwen en levert mooie plaatjes op.

Het Heempark

Het laatste stuk van de route brengt ons weer naar Landgoed Oud-Poelgeest. Het kasteel wordt in de namiddagzon mooi weerspiegeld in het water. Achter de ramen is het een drukte van belang, er is duidelijk een feestje gaande. In het omringende bos begint het al schemerig te worden. Gelukkig is de auto niet ver meer.

Kasteel Oud-Poelgeest

Deze Groene Wissel is een afwisselende rondwandeling door de combinatie van Leidse binnenstad en parken. Wie de hele dag de tijd heeft, kan deze wandeling prima combineren met een bezoekje aan een van de musea die je onderweg tegenkomt.