De Wandelen-Tag

Een zandpad onderweg op het Jacobspad Uithuizen – Hasselt

Op de blog van Vera wandelt zag ik in augustus deze tag voorbijkomen. De weken erna dook hij bij meerdere wandel- en reisbloggers op. Ze deden uit de doeken waarom ze hun wandelschoenen aantrokken en uren achtereen al wandelend binnen- en buitenland verkenden. Ik kwam bijzondere antwoorden tegen. Hieronder volgen de mijne.

Waarom wandel je?
Ik wandel al zolang ik mij kan herinneren. Van kinds af aan gingen wij elke herfstvakantie met drie generaties naar Zwitserland om de meest schitterende wandelingen te maken. De natuur, de gezelligheid en de prestatie zijn redenen die ook nu nog gelden. Je komt op plekken waar je met de fiets of auto niet komt, hebt lunches met prachtige uitzichten en ik ben soms verbaasd over hoe makkelijk ik 20 kilometers ‘wegtik’.

Steenmannetjes tijdens een wandeling naar Cabane de Moiry in het Val d’Anniviers, Zwitserland

Tegenwoordig is historie ook een belangrijke reden om een wandeling te doen. Het Jacobspad van Uithuizen naar Hasselt is het eerste langeafstandwandelpad dat ik loop en brengt me langs eeuwenoude kerken, kerkepaden, onbekende dorpjes en heel veel geschiedenis waar ik niets van af wist. Voor het Westerborkpad waar ik binnenkort mee wil starten, is historie ook de belangrijkste drijfveer.

Maar misschien nog wel de belangrijkste reden om te wandelen zijn de onverwachte, onvoorziene zaken waar je onderweg op stuit. Het zijn de dingen die je niet in de hand hebt. Het pad houdt op, de aanwijzingen blijken niet te kloppen, je komt bekende of onbekende mensen tegen waarmee je leuke gesprekken hebt. En soms leidt dat zelfs tot een kopje koffie in een 18e-eeuwse boerderij.

Wanneer wandel je?
Ik wandel wanneer ik de tijd heb. Meestal is dit in een weekend of op mijn roostervrije dag door de week. Deze dagen besteed ik dan aan groene wissels, trage tochten, een etappe van een langeafstandswandeling of een ommetje in de buurt. Daarnaast draag ik altijd mijn Garmin, een activity tracker waarmee ik al mijn stappen bij houd. Ik ben dus eigenlijk dagelijks bezig met wandelen en loop vaak bewust nog een stukje als ik bijvoorbeeld moet wachten op mijn trein of bus.

Waar wandel je het liefst?
Eigenlijk heeft elke wandeling zijn eigen charme. Je maakt altijd wel iets mee of komt iets tegen dat je niet verwacht en dat maakt het leuk. Mooie natuur, verrassende paadjes, uitdagende klimmen zijn zeker favoriet, maar een wandeling door een stad of dorpje zijn minstens zo interessant. Ik word iets minder blij van kilometerslange geasfalteerde paden langs grote wegen.

Tijdens de Trage Tocht Berg en Dal maken we veel hoogtemeters

Wandel je samen of alleen?
Meestal wandel ik samen met echtgenoot, familielid, vriendin of collega. Wandelen is een ideale gelegenheid om bij te praten. Daarnaast is het gewoon gezellig en zie je met meerdere mensen meer dan in je eentje, zoals hertensporen of de juiste afslag.

Wat is voor jou het perfecte wandelweer?
Het meest ideale weertype om bij te wandelen is een graadje of 20, droog en niet te veel wind. Maar bij andere weertypen trek ik er ook op uit. De herfst en de lente vind ik fijne jaargetijden om buiten te zijn. De natuur laat zich dan van haar mooiste kant zien. Ik kom dan ook met veel foto’s thuis.

Op een mooie herfstdag lopen we de Trage Tocht Paleis Het Loo

Wat neem je mee tijdens jouw wandeling?
In mijn rugzak zit altijd voldoende proviand voor onderweg, we komen lang niet altijd een horeca-gelegenheid tegen. Bij het Jacobspad hebben we de traditie ingesteld om elke etappe iets lekkers mee te nemen. Dit varieert van Terschellinger pondkoek tot verse ananasstukjes. Daarnaast natuurlijk het routeboekje, eventueel een wandelkaart, mijn telefoon, een fototoestel, een EHBO-setje, een plastic zak om op natte bankjes of grasvelden droog te zitten en afhankelijk van waar en bij welke weersomstandigheden we wandelen een GPS-apparaat, een warme trui en zonnebrandcrème.

Wat is jouw wandeltempo?
Mijn wandeltempo is helemaal afhankelijk van het gebied waar ik wandel, met wie ik wandel en hoe fotogeniek alles is. Het gaat me bij het wandelen niet om de snelheid, maar om het genieten. Een wandeling is een middagje of dagje uit.

Op welke schoenen wandel je?
Ik wandel eigenlijk altijd op mijn Lowa’s, bergschoenen die inmiddels al weer 7 jaar oud zijn. Ik heb ermee in de bergen van Canada, Madeira en de Alpen gewandeld, maar ze hebben ook regelmatig door de duinen van Terschelling, de heidevelden van Drenthe en de bossen van de Veluwe gewandeld.

Mijn trouwe Lowa’s

Wandel je het liefst verhard of onverhard?
Ik kan niet zeggen dat ik liever verhard of onverhard wandel, dat is helemaal afhankelijk van de wandeling. Als ik een wandeling maak voor en door de natuur heeft onverhard wandelen mijn voorkeur. Wandelingen door een eeuwenoude geschiedenis van een stad of gebied echter brengt onvermijdelijk verharde wegen met zich mee. Dit past bij de wandeling. En die kinderkopjes hebben zeker hun charme.

Wanneer is een wandeling voor jou geslaagd?
Een wandeling is voor mij geslaagd als ik met een goed gevoel huiswaarts keer. Dit kan zijn omdat de natuur prachtig was, ik interessante historische dingen ben tegengekomen, het gezelschap aangenaam was, ik leuke ontmoetingen heb gehad of verrassende dingen ben tegengekomen onderweg (zoals een zebra in de sneeuw).

Tijdens de Trage Tocht Duursche Waarden bij Den Nul komen we wel een heel bijzonder dier tegen

Kortom, een wandeling is geslaagd als ik er een stuk over kan schrijven. Tot nu toe is dat altijd het geval geweest. Volgens Robert Macfarlane is dit ook niet zo vreemd. In zijn boek De oude wegen (2012) schrijft hij het volgende:

“Het pact tussen lopen en schrijven is bijna zo oud als de literatuur zelf – een wandeling is maar één stap verwijderd van een verhaal, en elk pad vertelt.”

Geef de Wandel-Tag door
Lees je dit nu en denk je: herkenbaar! Of juist helemaal niet? Vul dan ook de Wandelen-Tag van Vera wandelt in. Ik ben benieuwd naar jouw wandelervaringen.

 

Zwitserse steenmannetjes

Cabane de Moiry

Aan het einde van de kronkelende weg vol met haarspeldbochten komt de tunnel in zicht. Ruimte voor één auto slechts, een stijgende weg, de rotsachtige binnenkant druppend van het water dat zich een weg naar beneden baant. Een snelle blik in het duister om er zeker van te zijn dat we niet halverwege achteruit hoeven. En gas! Aan het einde de beloning: een hemelsblauw meer omgeven door groene bergen. Het Lac de Moiry in het Val d’Anniviers, een zijdal van het Zwitserse Rhônedal ligt daar lonkend naar de vele wandelaars die op dit vroege uur ook reeds de autotocht hebben ondernomen.

Even stappen we uit, nemen het uitzicht in ons op, ademen de frisse berglucht in. Dan het laatste ritje dat ons aan het andere einde van het meer brengt. Een parkeerplaats, uitzicht op de gletsjer en het begin van de echte bergwandelingen. Langs de berghellingen zoeken we de bergkam met het minuscule hutje. Meerdere malen vanaf hier bekeken, even zovele keren een poging gewaagd. Slechts eenmaal gehaald. Sneeuw- en ijsvelden gooiden roet in het eten, maakten de klim te gevaarlijk. Nu het juiste jaargetijde, nazomer, de eerste sneeuw laat nog op zich wachten, de zon schijnt uitbundig.

Koeien ontwijkend, maken we al snel hoogte. De auto is nog slechts een stipje naast een blauw meer. De relatief brede weg gaat over in een smal paadje dat langs alpenweiden en steenmannetjes voert. De gletsjerspleten zijn goed zichtbaar en lichten helblauw op in de zon. Over een kam lopen we, met aan weerszijden steile hellingen. Hier passeren we de eerste wandelaars die de terugweg hebben aangevangen. In elke hand een stok, windjack aan, bandana in het haar, lopen ze met flinke snelheid op hun C-schoenen terug naar het meer. Even naar de cabane op en neer, een blokje om vóór de koffie. Die Zwitsers…

De kam hebben we inmiddels achter ons gelaten en we bevinden ons nu op de zigzagweg naar boven. Hijgend en puffend zien we op de GPS de hoogte toenemen. Nog 200 meter lijkt, naar boven kijkend, nog een heel eind. De hut is niet meer zichtbaar, gaat schuil achter de rotswand die onneembaar lijkt. Rotsen doorkruisen het pad. Stroompjes water dalen af door de spleten. Goed kijken waar we onze voeten zetten. Handen komen er aan te pas. Niet uitglijden nu.

En het pad gaat verder, in bochten omhoog kronkelend. Elke bocht is een reden om even van het uitzicht te genieten en een beetje op adem te komen. Ver beneden andere wandelaars, af en toe omhoog kijkend naar die kleine stipjes die wij moeten zijn in hun ogen. Er passeren nog meer mensen. Twee mannen in hardlooptenue halen ons in snelwandeltempo in, groeten vriendelijk. Een goede hoogtetraining voor een marathon of andere extreme hardloopwedstrijd. Voordat we boven zijn, rennen ze alweer naar beneden. Zal hun auto wel bij het meer staan? Of wellicht een paar dorpen terug, voor dat beetje extra training?

Dan houdt het pad op, alleen nog maar rotsen, met gele markering. Klauterend zien we een dak verschijnen, grijze stenen, groene luiken. Het dak weerkaatst de zonnestralen tegen een strakblauwe lucht. Cabane de Moiry in volle glorie op 2825 meter. We made it! Unaniem besluiten we dat dit een apfelschorle waard is, met een versgebakken broodje, vanmorgen gehaald, bij de bakker in het dorp, bij de eerste zonnestralen.

Cabane de Moiry 2

Eindelijk vakantie. Tijdens een gewone werkweek, in de kantoortuin, achter je computer, zou je bijna vergeten hoeveel belevenissen er in één dag passen.