Pionierspad etappe 5: Schokkerhaven – Visvijverweg

Route: Pionierspad
Afstand: 15 km
Start: Parkeerplaats Schokkerhaven
Eind: Visvijverweg bij Swifterbant

In 2019 is het Pionierspad van Steenwijk naar Muiden vernieuwd. De Lange Afstandswandeling van 217 kilometer volgt het spoor van de pioniers in de polder. Je loopt dwars door Flevoland over de voormalige zeebodem. De LAW gaat door polderlandschappen en (nieuwe) natuurgebieden. Het Pionierspad vormt samen met het Friese Woudenpad en het Floris V-pad, het Diagonaalpad. De naam zegt het al, het pad loopt diagonaal door Nederland van de noordoosthoek naar het zuidwesten. Er is op dit moment geen wandelboekje van deze (vernieuwde) route verkrijgbaar. Op wandelnet.nl vind je wandelkaarten en de GPX-bestanden.

Het belooft weer eens een mooie zomerdag te worden na weken met regenbuien. Het ideale weer om over lange rechte polderwegen te lopen. Het Pionierspad it is! De etappe die op het programma staat, voert ons van de Noordoostpolder via de Ketelbrug naar de Flevopolder. Ook ligt er een bos op de route.

Thuis had ik al met Google Streetview gespeurd naar een parkeerplek ergens aan het einde van de etappe. Niks dan lange wegen. Een aantal kilometers voor het einde, waar de Visvijverweg een fietspad kruist, lijkt echter een mooie brede berm te liggen. Dat de foto’s van Streetview niet altijd actueel zijn, merken we als we de bewuste parkeerplek naderen. Gele omleidingsborden vertellen ons dat er windmolen-gerelateerde werkzaamheden zijn. De Visvijverweg en omstreken is veranderd in een groot bouwterrein. Bij het beoogde parkeerplekje is het niet anders. Gelukkig is het zaterdag en zijn er geen werkzaamheden aan de gang. Vlak voor een bord dat verdere doorgang verbiedt, parkeren we de auto alsnog in de omgewoelde berm. Het kruisende fietspad is veranderd in een bouwweg.

De Visvijverweg, enkele kilometers voor de werkzaamheden

Op de fiets rijden we naar Schokkerhaven waar we in april geëindigd zijn. Nadat we de fiets geparkeerd hebben, lopen we zonder na te denken weer in de richting van de Ketelbrug met het Ketelmeer aan onze linkerhand en de dijk aan onze rechter. Hier fietsten we net ook. Na een kilometer zien we nog geen markering en blijkt – na raadpleging van de GPS – dat de route een knikje maakte bij Schokkerhaven. Ach, hoe interessant kan dat stukje zijn geweest, denken we en we lopen door.

Zicht op het Ketelmeer

Bij het sluitgatmonument drinken we onze meegebrachte koffie en lezen over deze plek. Hier werd op 13 december 1940 de dijk gesloten. Daarna duurde het nog twee jaar om de Noordoostpolder droog te leggen. De originele grijpbak ligt er nog. Ook staat er even verderop een gedenksteen met een gedicht van Remco Campert. Alle sluitgaten van de Flevolandse dijken hebben sinds 1996 zo’n gedenksteen met gedicht. Ook is er het Sluitgatpad, een wandeling van een kleine vijf kilometer door boerenland en langs het Ketelmeer met begin en einde in Schokkerhaven. En laat dit pad nu precies het hoekje doen van het Pionierspad dat wij overgeslagen hebben. Zo te lezen klinkt het interessant. Het knikje is er niet voor niets. Toch nog maar eens terug.

Sluitgatmonument met originele grijpbak
Gedicht van Remco Campert

We volgen de dijk langs het Ketelmeer. Over de hele lengte liggen basaltblokken waartussen kleurige wilde bloemen bloeien. Ook tegen de dijk bloeit alles er vrolijk op los. De weg is lang en recht maar de blauwe lucht, het water, de bloemen en het uitzicht op de Ketelbrug maken een hoop goed. Af en toe passeert er een wielrenner. Ik kan me voorstellen dat het hier vanmiddag een stuk drukker is.

Langs het Ketelmeer met verderop de Ketelbrug

Met een bocht nadert de Ketelbrug nu. Hij staat open en twee zeilboten gaan erdoor. Op de A6 staat het verkeer stil. Dat kun je als zeilboot gewoon bewerkstelligen. Als ook wij de brug op wandelen zijn de jachtjes al lang gepasseerd en rijdt alles weer. Op het Ketelmeer zien we weinig bootjes en ook op het IJsselmeer aan de andere kant van de brug is het rustig.

Ketelmeer vanaf de Ketelbrug

Voordat we aan de andere kant van de brug het Ketelbos induiken, zien we op een distel in de berm een bijzondere vlinder. De koninginnenpage maakt geen haast om weg te komen en laat zich rustig fotograferen. Mijn eerste koninginnenpage ooit!

Koninginnenpage

Via hekjes met opstap lopen we het Ketelbos in. Er is een pad gemaaid maar het gras en de planten liggen er nog. Het blijkt een walhalla voor allerhande insecten waaronder de stekende variant. Op het korte stukje door het bos moet ik moeite doen de muggen van me af te slaan en kom niet ongeschonden uit de strijd. De muggen hadden een feestmaal.

Na het bos loopt de route aan de overkant van de weg verder langs een sloot, parallel aan een asfaltweg maar gescheiden door dichte struiken. Hier is de maaimachine niet langs geweest. We ploegen door het hoge gras, de brandnetels, de spinnenwebben en wat dies meer zij. Bij het eerste het beste doorsteekje kies ik toch weer voor het asfalt. Minder natuurlijk, maar vele malen comfortabeler.

Het landschap

We zitten inmiddels op de Visvijverweg. Eigenlijk maakt de oorspronkelijke route een lus aan de zuidkant van deze weg, maar in verband met werkzaamheden is dit door de week afgesloten. Het is zaterdag dus we zouden deze weg kunnen nemen. Echter, die lus zou volgens de GPS uitkomen op het fietspad waarbij we de auto hebben geparkeerd. Aangezien er geen fietspad meer was, vragen we ons af of we wel weer bij de auto kunnen komen en besluiten de andere omleiding voor de doordeweekse dagen te nemen.

We volgen grotendeels de Visvijverweg, doen een noordelijk lusje en komen dan bij de auto uit. Er zijn nog steeds geen werkzaamheden en de auto staat er nog precies zo bij als we hem hebben achtergelaten. Ik ben benieuwd hoe het er hier de volgende keer uitziet. Er worden nieuwe windmolens gebouwd in dit gebied en naar wat ik er over kan vinden, duurt het nog wel tot eind 2022 totdat de windmolens staan en de werkzaamheden over zijn. Zo lang wilde ik niet wachten met de volgende etappe.

Het is niet zo dat er in dit gebied nog geen windmolens staan…

Benieuwd naar de andere etappes van het Pionierspad? Kijk dan hier.

Pionierspad etappe 4: Enservaart – Schokkerhaven

Route: Pionierspad
Afstand: 19 km
Start: Parkeerplaats Mammouthweg Kraggenburg
Eind: Parkeerplaats Schokkerhaven

Pionierspad etappe 4 wandelnet.nl

In 2019 is het Pionierspad van Steenwijk naar Muiden vernieuwd. De Lange Afstandswandeling van 217 kilometer volgt het spoor van de pioniers in de polder. Je loopt dwars door Flevoland over de voormalige zeebodem. De LAW gaat door polderlandschappen en (nieuwe) natuurgebieden. Het Pionierspad vormt samen met het Friese Woudenpad en het Floris V-pad, het Diagonaalpad. De naam zegt het al, het pad loopt diagonaal door Nederland van de noordoosthoek naar het zuidwesten. Er is op dit moment geen wandelboekje van deze (vernieuwde) route verkrijgbaar. Op wandelnet.nl vind je wandelkaarten en de GPX-bestanden.

De tulpenroutes in de polder zijn weer opengesteld. We grijpen onze kans en wandelen een etappe van het Pionierspad in de hoop nog wat van de kleurenpracht mee te pikken. Dat lukt! We zien meerdere velden tulpen in allerlei kleuren. Daarnaast leren we een hoop over het voormalige eiland Schokland, genieten van de natuur die nu in bloei staat en verbazen ons over wonen in Schokkerhaven.

Al vroeg parkeren we onze auto op de grote parkeerplaats bij Schokkerhaven, we zijn de eerste. Het eigenlijke eindpunt van de etappe ligt een kleine kilometer verder, maar hier is een goede parkeergelegenheid. Op de fiets leggen we de 15 kilometer af naar de parkeerplaats aan de Mammouthweg langs de Enservaart, waar we in maart eindigden. We laten daar onze fietsen achter en beginnen aan de vierde etappe. De eerste 7 kilometer blijkt op de fiets en wandelend hetzelfde. De route gaat over lange rechte asfaltwegen met aan weerszijden bloeiende bermen en akkers. Regelmatig moeten we de berm in voor een passerende trekker. Zonder uitzondering groet de trekkerchauffeur ons.

Akkers langs lange rechte wegen

We gaan de A6 over. Hier hebben we voor het eerst goed zicht op een groot bollenveld. Prachtige banen van gele en rode tulpen. Nog niet elke plant bloeit, over een week zal het hier nog mooier zijn. Aan het einde van deze etappe komen we nog veel meer velden tegen. Daar loopt dan ook de officiële Tulpenroute.

Na de A6 staat langs de weg een rood vliegtuigje op een paal. Dit duidt de plek aan van een in de Tweede Wereldoorlog neergestort vliegtuig, een bordje geeft meer informatie over het soort vliegtuig en bemanning. Er blijkt zelfs een 50 km lange fietsroute te zijn langs vliegtuigwrakken in de Noordoostpolder.

Markering van een neergestort vliegtuig

Over een smal, geenszins coronaproof schelpenpaadje met knotwilgen lopen we naar Schokland. Gelukkig is het niet druk. Schokland zie je al van verre liggen. Het voormalige eiland in de Zuiderzee maakt sinds 1942, toen de Noordoostpolder drooggelegd werd, deel uit van het vasteland. Sinds 1995 is het gebied UNESCO Werelderfgoed vanwege de geschiedenis en de archeologische rijkdom. Zo’n 12.000 jaar geleden woonde op Schokland al mensen.

Naar Schokland

De route leidt ons langs alle bijzonderheden van Schokland. Als eerste komen we langs de gereconstrueerde haven met meerpalen, steigers, een vuurtoren en twee huisjes. Het eerste huisje herbergde de misthoorninstallatie die schepen bij mist veilig de haven inloodste. In het andere huisje woonde de lichtwachter/havenmeester.

De haven van een afstandje
Het huis van de lichtwachter/havenmeester met vuurtoren

Door het Schokkerbos – dat ontstond omdat de bodem niet geschikt was voor landbouw – komen we in de Gesteentetuin. Hier zijn sporen uit de ijstijd terug te vinden: zwerfkeien en de keileemlaag. Het bezoekerscentrum is dicht, maar met de bloeiende sleutel-, paarden- en pinksterbloemen hebben we genoeg te zien.

Over kleine paadjes verlaten we het bos en lopen op de grens van bos en akkers naar Middelbuurt, het bekendste stuk van Schokland. Hier staat het beroemde kerkje en het museum. Hoewel kerk, museum en restaurant gesloten zijn, staat er wel een kraampje dat poffertjes verkoopt. We maken dankbaar gebruik van deze mogelijkheid. In het zonnetje genieten we van onze poffertjes-to-go.

Middelbuurt

Het is hier wel wat drukker, maar ik had veel meer mensen verwacht op deze zonnige dag. De route loopt na Middelbuurt door naar het uiterste puntje van het voormalige eiland. Buiten het broedseizoen gaat het pad dwars door het natuurgebied achter Middelbuurt. Het is april en dus broedseizoen. Wij moeten omlopen over een niet minder mooie route met scheef gewaaide bomen. Aan de ene kant ligt het natuurgebied, aan de andere kant is de weide veranderd in een zee van paardenbloemen.

We passeren de terp De Zuidert met gereconstrueerd huisje en waterput waar sinds 1400 alleen nog maar brak water in zat door de opdringende zee. Voor zoet water waren de Schokkers helemaal afhankelijk van regenwater. Dan naderen we het zuidelijkste puntje van Schokland. Hier stond ooit de kerk van Ens. Al wat nu rest is een ruïne. Een bordje maant de bezoeker de ruïne niet te betreden. Op deze plek zijn stoffelijke resten van het voormalige kerkhof herbegraven, nadat deze in 1940 opgegraven zijn voor wetenschappelijk onderzoek.

Met de klok mee: linksboven terp De Zuidert met huisje en waterput; rechtsboven en linkonder de ruïne van de kerk van Ens; rechtsonder het fundament van de vuurtoren

Bij het verderop gelegen fundament van de vuurtoren eten we onze lunch met uitzicht op de gele zee van paardenbloemen. Hierna is het eindpunt niet ver meer. We verlaten Schokland, zien langs de Palenweg meerdere tulpenvelden en lopen via de dijk langs het Ramsdiep naar Schokkerhaven. Dit blijkt een buurtschap met grote houten vrijstaande huizen rond een jachthaven. De meeste huizen hebben hun eigen steiger. Ik kan me voorstellen dat bij de start van dit project veel animo was voor de huizen.

Ramsdiep bij Schokkerhaven

Op de parkeerplaats is onze auto nu niet meer alleen. Er staan voornamelijk Mercedes-cabrio’s in allerlei kleuren. De veelal oudere inzittenden staan gezellig aan statafels te kletsen. Sommigen rijden al toeterend weer weg. Zou de Mercedes cabrio club vandaag de tulpenroute op het programma hebben staan? En zouden ze weten dat het gebied veel meer te bieden heeft dan tulpen? Wij hebben het vandaag weer ontdekt. Flevoland blijft ons verrassen.

Benieuwd naar de andere etappes van het Pionierspad? Kijk dan hier.

Trage Tocht Kuinderbos: heuvels en een burcht

Route: Trage Tocht Kuinderbos: Burchtbos, Kuinderplas, Haven van Kuinre
Afstand: 13 km
Start: TOP Kuinderbos, Hopweg 2B, Luttelgeest
Eind: TOP Kuinderbos, Hopweg 2B, Luttelgeest

Mijn 25ste Trage Tocht loop ik in Flevoland en wel in het Kuinderbos. Ik was er nog nooit geweest, maar deze nieuwe Trage Tocht kwam op mijn Twittertijdlijn voorbij. Samen met een vriendin uit de Noordoostpolder verken ik op een zonnige zaterdagochtend dit oudste bos van de Noordoostpolder. Althans, ik doe de verkenning, voor mijn vriendin is het een feest der herkenning. 21 jaar geleden liep zij hier al, toentertijd nog door mul zand en met weidse uitzichten (zonder volgroeide bomen) over de Kuinderplas. De weg kwijt raken is er dus niet bij vandaag, met een local erbij.

Welkom in het Kuinderbos

Op de TOP waar we onze auto’s parkeren is het een drukte van belang. Hardlopers van diverse leeftijden, alle in hetzelfde tenue, verzamelen hier voor hun (wekelijkse?) hardlooprondje. De paden zijn breed en het gebied uitgestrekt, ideaal terrein om hard te lopen. Als we aan het begin van de wandeling op de burcht van Kuinre aflopen zien we een deel van de groep terug, dribbelend lopen ze het bospad op en neer.

Het Kuinderbos ligt tegen Overijssel aan en dus op de grens van oud en nieuw land. Het vlakbij gelegen Overijsselse Kuinre was een Zuiderzeestadje. De burcht van Kuinre lag vroeger op een uitstekende punt van het vasteland. Wat we nu voor ons zien is een reconstructie. De Middeleeuwse burcht is na een stormvloed verdwenen in de golven.

Reconstructie van de burcht van Kuinre

Na de burcht lopen we langs akkerland waar de bollen nog niet in bloei staan en gaan via de Kuindervaart het Burchtbos in. We zien twee reeën langsrennen. Verder is het stil. Geen wandelaars, geen hardlopers. Dat zal hier ook wel eens anders zijn.

We lopen afwisselend door bosgebied en over velden. Op een verruigde weide grazen pony’s. Ze trekken zich niks aan van ons wandelaars en verzetten geen stap. Ze zullen wel wat gewend zijn. Op een bankje drinken we koffie en thee , observeren een klein vogeltje dat heel goed een goudhaantje kan zijn en vangen dan de weg aan richting de Kuinderplas.

Het pad volgt de contouren van de plas. Met de klok mee wandelen we over een heuveltje, langs heidevelden en riet. Het water is zeer kalkrijk en daardoor aantrekkelijk voor libellen en vlinders. Aan de overkant zien we caravans en auto’s maar de eigenaren zijn in ieder geval niet hier aan de wandel.

Kuinderplas

Aan de overkant van de plas buigen we af richting de Hopweg en steken deze over om vervolgens op de overduidelijke grens van oud en nieuw land te belanden. Het nieuwe land ligt ruim een meter hoger. In de verte zien we de watertoren van Kuinre. Als we weer de Hopweg naderen komen we bij de oude haven van Kuinre. Bij deze haven kwamen in de Middeleeuwen de rivieren de Kuinder (ook wel de Tjonger) en de Linde samen in de Zuiderzee. Schippers verhandelden hier hun waar. Toen de Noordoostpolder in 1942 werd drooggelegd was de haven al verzand. Wat we nu zien is een reconstructie.

Oude haven van Kuinre
Oude haven van Kuinre

Bij de haven lunchen we op een bankje en lopen daarna over een bospad parallel aan de Hopweg weer richting de burcht. Onderweg komen we een replica van een onderduikershut tegen. Het dient als monument voor iedereen die is omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een bord vertelt over de Noordoostpolder (N.O.P.) in die tijd: het Nederlands Onderduik Paradijs of Niet Over Praten.

Onderduikershut

We zijn vlakbij de parkeerplaats als de route ons nog over een steile heuvel leidt. Bovenop kijken we uit op de burcht waar we aan het begin van de wandeling langsliepen. Dit soort hoogten en uitzichten had ik niet verwacht van een wandeling in Flevoland! Aangenaam verrast (ik dan) lopen we terug naar onze auto’s. We spreken af om snel weer eens te gaan wandelen. Het goede seizoen komt er aan en wie weet wat voor verrassingen Flevoland nog meer in petto heeft.

Ook dit is Flevoland!

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Pionierspad etappe 3: Vollenhove – Enservaart

Route: Pionierspad
Afstand: 13 km
Start: Parkeerplaats Aan Zee Vollenhove
Eind: Parkeerplaats Mammouthweg Kraggenburg

Pionierspad etappe 3 wandelnet.nl

In 2019 is het Pionierspad van Steenwijk naar Muiden vernieuwd. De Lange Afstandswandeling van 217 kilometer volgt het spoor van de pioniers in de polder. Je loopt dwars door Flevoland over de voormalige zeebodem. De LAW gaat door polderlandschappen en (nieuwe) natuurgebieden. Het Pionierspad vormt samen met het Friese Woudenpad en het Floris V-pad, het Diagonaalpad. De naam zegt het al, het pad loopt diagonaal door Nederland van de noordoosthoek naar het zuidwesten. Er is op dit moment geen wandelboekje van deze (vernieuwde) route verkrijgbaar. Op wandelnet.nl vind je wandelkaarten en de GPX-bestanden.

Het is grijs en koud als we de auto langs de Enservaart parkeren aan de Mammouthweg. We halen de fietsen van de auto en leggen de 10 kilometer naar Vollenhove af. Daar laten we de fietsen Aan Zee achter en beginnen deze derde etappe van het Pionierspad. Hij blijkt een stuk verrassender dan we verwacht hadden.

Vollenhove met de bekende kerk, gezien vanuit Flevoland

Vlak na Vollenhove steken we het Vollenhover Kanaal over en staan in Flevoland, de provincie waar zich de meeste etappes van dit pad bevinden. Aan de andere kant van het water rijst de inmiddels bekende kerk van Vollenhove op. De route gaat verrassend over een dijk langs het water. De hekken die we tegenkomen hebben aan één kant speciale voetsteunen zodat de wandelaar er makkelijk overheen kan klimmen. Ook de punten op het hek ontbreken bij dat gedeelte.

Wandelaarsvriendelijk hek

Op de kant zien we een enorme groep meerkoeten die het water invlucht, zodra ze ons zien aankomen. In de hoogspanningsmast zitten aalscholvers met gespreide vleugels hun veren te drogen. Langs een kunstwerk genaamd Water en land, dat verwijst naar de opening van het Waterloopbos op 8 juli 2005, lopen we het bewuste bos in.

Aalscholvers in een hoogspanningsmast

Het Waterloopbos is nu een natuurgebied van Natuurmomenten, maar is ooit begonnen als waterloopkundig laboratorium. In het bos zijn honderden onderzoeken uitgevoerd naar het gedrag van water. Ook nu nog zijn er vele modellen van waterwerken terug te vinden, waarvan een aantal onlangs gerestaureerd is. De oudste modellen stammen uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Je vindt er modellen van Nederlandse havens zoals de haven van IJmuiden of de Maasvlaktecentrale, maar ook buitenlandse waterwerken zoals de haven Marsa-el-Bregha in Libië.

Met de klok mee vanaf links boven: Maasvlaktecentrale; de haven van IJmuiden; oversteekje in het bos; haven van Marsa-el-Bregha, Libië


Indrukwekkend is de 200 meter lange Deltagoot waar voor onderzoek naar de Stormvloedkering in Zeeland enorme golven werden gemaakt. Paviljoen Het Proeflab zit vlakbij en blijkt coffee-to-go aan te bieden. Deze kans pakken we met beide handen aan. Terwijl we de cappuccino met deltakoek verorberen, lezen we dat de directeur van dit laboratorium Johannes Theodoor Thijsse was, zoon van Jac. P. Thijsse, oprichter van Natuurmonumenten. Vader en zoon bewonderden elkaar om het werk dat zij met grote bezieling deden. Nu het Waterloopbos onder Natuurmonumenten valt, is het werk van beide verenigd.

Deltagoot
Deltagoot

Na een rondje door het Waterloopbos voert de route ons over de Zwolsevaart. Daar lopen we langs Gemaal Smeenge, één van de twee gemalen die de Noordoostpolder in 1942 hebben drooggelegd. Een gedicht van de waterdichter van Waterschap Zuiderzeeland Niels Blomberg beschrijft goed de plek van het gemaal in zijn omgeving. De sluis verbindt inderdaad oud en nieuw land.

Gedicht van Niels Blomberg op gemaal Smeenge

Langs het water lopen we het Voorsterbos in. In tegenstelling tot de smalle kronkelige paadjes in het Waterloopbos lopen we nu voornamelijk over brede bospaden. We passeren Kraggenburg bij de Brug van Saamhorigheid. De brug is de verbinding tussen het Voorsterbos en het dorpscentrum en brengt mensen dus samen. Dit wordt verbeeld door de mensfiguren die onderdeel uitmaken van de brug.

Brug van Saamhorigheid

We lopen verder door het Voorsterbos, zien een ree oversteken en komen over het terrein van een bungalowpark, waar houten chaletachtige huisjes maar ook blokhutten in Amerikaanse stijl staan. Een schril contrast met Kamp de Voorst dat hier eens stond. Het was een van de 28 kampen die de arbeiders die de polder ontgonnen in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw, onderdak boden.

Vlak voor we het bos weer uitlopen eten we op een bankje onze boterhammen. We hebben uitzicht op een dagkampeerterrein. Nu staan er geen tenten of caravans maar zijn er vooral veel hondenuitlaters te vinden. Ballen, stokken en frisbees vliegen voorbij, gevolgd door honden in alle soorten en maten die het voorwerp handig oppakken en terugbrengen naar de gooier.

Wij verlaten na ons brood het bos en wandelen de laatste kilometers langs de Leemringweg. Deze lange rechte weg is waarschijnlijk een voorproefje van de vele andere polderwegen die we de komende etappes nog tegen gaan komen.

Lange rechte polderweg

Benieuwd naar de andere etappes van het Pionierspad? Kijk dan hier.

Wandelen op en om Urk

Route: Groene Wissel Urk: Oude dorp en Urkerbos
Afstand: 10 km
Startpunt: Vakantiepark ‘Het Urkerbos’
Eindpunt: Vakantiepark ‘Het Urkerbos’

Uitzicht op het IJsselmeer vanaf Urk

Op een kille zaterdag halverwege december heb ik met een in de Noordoostpolder wonende vriendin afgesproken om een wandeling in haar provincie te maken. Het wordt Urk, het gewezen eiland waar ik, ondanks alle verhalen, nog nooit geweest ben. Mijn vriendin is er bekend, waardoor ik ineens een wandeling MET gids blijk te hebben!

We zetten de auto bij het vakantiepark ‘Het Urkerbos’, dat er nu verlaten bij ligt en duiken het – juist – Urkerbos in. Toen ik dit bos die morgen googelde kwam als eerste de zoekterm ‘moord’ tevoorschijn. Negen jaar geleden werd hier een 14-jarige jongen vermoord door zijn 15-jarige vriend. Volgens de verhalen waren zij bezig geweest met occulte zaken. Dit zijn dingen die je eigenlijk niet moet lezen als je met z’n tweeën op een grijze dag in dat bos gaat wandelen.

Maar het bos ziet eruit, zoals een bos eruit hoort te zien en we lopen over smalle en bredere bospaden, totdat we de bebouwde kom van Urk naderen. Hier lopen we via een schelpenpaadje achter het zwembad langs en komen uiteindelijk bij een grote vijver uit, waar de inmiddels doorgebroken zon de wolken in laat weerspiegelen.

De zon breekt even door

Als we de plaats inlopen, leidt de routebeschrijving ons grotendeels om het oude centrum heen. Mijn vriendin echter vindt dat als je op Urk bent, je ook het oude centrum moet zien. Daar ben ik het uiteraard helemaal mee eens en als een volleerd gids leidt mijn vriendin ons door de verschillende straatjes en ginkies. Een ginkie is een smal steegje in het oude Urk. Er bestaat zelfs een ginkiestocht, waarbij je zelf of onder leiding van een gids de ginkies verkent en leert over de historie van deze oude brandgangen.

Daarnaast blijken de huizen in het oude centrum niet in een straat, maar in een wijk te staan. Om praktische redenen zijn de huizen in het oude Urk sinds het begin van de 20ste eeuw gerangschikt op wijk. Je woont dus niet op Hoofdstraat nummer 25, maar in wijk 3 nummer 25 (3-25). Alle huizen in dit oude gedeelte zijn op deze manier genummerd. In totaal zijn er 8 wijken. In de loop van de tijd zijn er wel straten die een naam hebben gekregen, maar deze zijn nooit officieel geregistreerd.

Geen straten maar wijknummers

Door dit oude centrum lopen we richting de haven, waar de vissersboten, maar ook plezierjachten, dobberen op het donkere water. In restaurant Het Achterhuis eten we een broodje en kijken we uit over het IJsselmeer. De wind maakt witte koppen op de golven, in de verte vaart een containerschip. Geen verkeerde plek om even op te warmen na de koude wind.

De haven van Urk

Na het broodje lopen we langs de haven terug naar het oude dorp. We zien de rood-witte vuurtoren hoog over het water uitkijken. In de verte staan in rechte lijnen statige windmolens in het water. De laatsten verdwijnen in de heiigheid, daar waar Friesland zou moeten liggen. Even verderop staat het Vissersmonument. Op de muren staan de namen van de overleden Urker vissers. Lang geleden (1717) verdwenen op zee, maar ook heel recent in 2015. De jongste overledene was 11 jaar oud. Veel vissers zijn nooit meer teruggevonden.

Het Vissersmonument met in de verte de windmolens

Vuurtoren van Urk

En dan beginnen we aan het laatste gedeelte van de tocht. We lopen met de wind in de rug een tijdje over de dijk langs het IJsselmeer. De windmolens komen steeds een beetje dichterbij. Totdat we de dijk overgaan en het Urkerbos weer inlopen. Hier komen we een aantal niet doorsnee wandelaars tegen: zwaar opgemaakte meisjes met hoog opstaande bontkragen, mannen met leren jassen en glimmende schoenen. Ze groeten vriendelijk, maar de moord zit nog in onze gedachten. Ook vertelt mijn vriendin dat er verhalen de ronde doen dat er in dit bos gedeald wordt. Het grijze weer, dat maakt dat het nu om half drie (een week voor de kortste dag) al donkerder begint te worden, helpt ook niet echt.

De IJsselmeerdijk met uitzicht op Urk

In de verte voor ons loopt een man in donkere kleding, inclusief zwarte muts. Hoewel hij dezelfde kant oploopt als wij, komt hij geleidelijk dichterbij. Het lijkt wel of hij steeds langzamer loopt. We houden wat in en bij de asfaltweg die ons weer naar de auto brengt, passeren we hem. Op onze groet mompelt hij wat, kijkt weg, loopt een rondje en draait zich dan om naar het pad waar wij uitkwamen. Als ik achterom kijk, zie ik dat hij weer verdwenen is in het bos.

Het Urkerbos met de bewuste wandelaar

In de auto kijken we terug op een gezellige middag. Misschien is dit wel een wandeling voor een ander jaargetijde, concluderen we. En vooraf informatie opzoeken over het Urkerbos is wellicht ook niet zo’n goed idee. Maar door Urk dwalen met – als het even kan een gids – kan ik iedereen aanbevelen. Je wordt er heel wat wijzer door.

Benieuwd naar de andere Groene Wissels die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Langs de Zuiderzee

Te voet/te fiets: Te fiets
Route: Rondje rondom het Veluwemeer via LF9 NAP-route, etappe Elburg – Harderwijk en LF23 Zuiderzeeroute, etappe Harderwijk – Elburg
De LF9 loopt van Nieuweschans naar Breda en is in totaal 455 km lang. Deze route volgt de kustlijn die ontstaat als alle dijken en duinen wegvallen. Een intrigerend (en confronterend) uitgangspunt. De LF 23 loopt van Kampen naar Amsterdam en is in totaal 115 km lang. Samen met LF21 en LF22 vormt het de Zuiderzeeroute. De routes zijn beide kanten op gemarkeerd met de groen-witte bordjes.
Afstand: 53 km
Startpunt: Parkeerplaats bij Elburg Vesting in Elburg
Eindpunt: Parkeerplaats bij Elburg Vesting in Elburg

De NAP-route langs het Veluwemeer
De NAP-route langs het Veluwemeer

Al een tijdje was voorspeld dat deze zondag de eerste echte lentedag zou zijn, met temperaturen van wel 20 graden. En wat is nu een betere manier om die dag door te brengen dan op de fiets? Toen we echter vanochtend de gordijnen openschoven en de regendruppels zachtjes op de terrastegels zagen landen, werd ons enthousiasme enigszins getemperd. Waar was die uitbundige zon, die blauwe lucht, het kortebroekenweer?

Als we in Elburg – in lange broek en met jasje – op de fiets stappen, regent het nog steeds een beetje. We rijden over de brug over het Veluwemeer naar Flevoland en komen al snel de eerste camping tegen en het eerste bungalowpark. De parken ogen verlaten, een enkeling zit aan het ontbijt in zijn voortent. Zijn uitzicht bestaat uit een grijs Veluwemeer en af en toe een fietser.

De lange rechte weg voert ons vlak langs het meer. Met een paar passen zouden we onze warmgefietste voeten kunnen koelen in het meer. Net als tijdens onze wandeling langs de IJssel in januari laten we deze kans aan ons voorbij gaan. De regen maakt het niet erg aantrekkelijk. Aan de overkant zien we Gelderland en het fietspad dat we op de terugweg nemen.

Na nog veel meer campings, parken, een golfbaan, de langste kunstijsbaan ter wereld en een schietbaan maakt het fietspad opeens een bocht naar links. Ik overweeg nog om rechtdoor te fietsen, de weg lijkt namelijk gewoon door te lopen. Net op tijd, gooi ik mijn stuur om. Ik had bijna alsnog mijn voeten gekoeld in het Veluwemeer. Net als bij een Engelse ‘ford’ loopt een zijstroompje van het meer over de weg heen naar het achterland.

Een 'ford' in de polder
Een ‘ford’ in de polder

Als we even later in Harderwijk komen, schijnt de zon uitbundig. De lentedag had gewoon wat opstartproblemen. Op zoek naar cappuccino fietsen we het centrum in en stuiten in het Hortuspark op een terrasje. Met uitzicht op het park, genieten wij van een ovenvers appelkruimeltaartje. De musjes zijn niet verlegen en pikken graag een kruimeltje mee.

De musjes pikken graag een kruimeltje mee
De musjes pikken graag een kruimeltje mee

Met de zon als bondgenoot fietsen we na deze cappuccino weer richting Elburg. We volgen nu de Zuiderzeeroute. Een fietstocht van ruim 400 km om de voormalige Zuiderzee. Een route  die al een tijdje op mijn nog-te-fietsen-lijstje staat. De verkennende 25 km die we vandaag fietsen, bevalt goed. We tikken de Veluwe aan en komen langs enkele varkensboerderijen. Onderweg zien we steeds meer fietsers. De doorgewinterde zondagse wielrenners worden nu afgewisseld door oudere echtparen op e-bikes en gezinnen. Ook motorrijders zijn in groten getale op weg. In colonnes doorkruisen ze het landschap.

De Zuiderzeeroute
De Zuiderzeeroute

Ter hoogte van Nunspeet buigt de route af naar rechts, maar mijn medefietser slaat linksaf. Hij kent het hier goed. Even later staan we aan het meer, aan de surfoever de Hoge Bijssel. Het is er verlaten. “Als de wind goed is, is het hier vergeven van de surfers”, verzekert mijn medefietser me. Hij wijst mij het veldje aan waar hij vele malen zijn surfmateriaal in orde heeft gebracht. Met een glimlach kijkt hij over het water.

Het op-de-pont-wacht-bankje aan de Hoge Bijssel
Het op-de-pont-wacht-bankje aan de Hoge Bijssel

Bij de plek waar de pont van de overkant van het Veluwemeer aanmeert, eten we een boterham. Daar in de verte fietsten we vanochtend. De caravans van de campings zijn goed te zien. Dan varen er twee jongens in een rubberboot ons gezichtsveld binnen. “De pont vaart nog niet, meneer” zegt de stuurman beleefd, “Pas eind deze maand”, voegt de tweede jongen eraan toe. We realiseren ons dat we op het ‘op-de-pont-wacht-bankje’ zitten en verzekeren de jongens dat we ondanks onze zitplek niet op de pont wachten. Ze knikken, glimlachen en keren de boot dan om.

De laatste 10 kilometers naar Elburg voeren over een fietspad met treurwilgen dwars door weilanden. Aan onze linkerhand blijft het Veluwemeer zichtbaar. De zon brandt in ons gezicht, de vliegen zoemen om ons heen. Wat een contrast met vanochtend. Het is bijna jammer als we de contouren van Elburg in het vizier krijgen en de Zuiderzeeroute verlaten. Ik wil door naar Kampen, Blokzijl, Lemmer, de Afsluitdijk over. De Zuiderzeeroute is zojuist met stip gestegen in de nog-te-fietsen Top 10.

Zuiderzeeroute vlak voor Elburg
Zuiderzeeroute vlak voor Elburg

Deze fietstocht telt mee voor de uitdaging Elke Maand Een Route 2016

 

Het nieuwe land

Museum van Nieuw Land
Op de vraag wat we tijdens ons dagje weg gingen doen, antwoordde mijn vriendin direct: naar een museum in Flevoland. Zij had mijn terugblik op 2015 over ‘Elke Maand Een Museum’ gelezen en vond dat een museum in ‘haar’ provincie niet mocht ontbreken. Op de eerste zondag van 2016 togen wij dus naar Lelystad om ons onder te laten dompelen in de geschiedenis van het nieuwe land.

Naast de Bataviawerf ligt het museum van Nieuw Land. In het modern vormgegeven gebouw is letterlijk de hele geschiedenis van Neerlands twaalfde provincie te vinden. Duizenden jaren wordt deze plek al bewoond. De bewoners hebben hun sporen nagelaten. We lopen langs pijlpunten, aardewerk, maar ook skeletten, liggend in hun eeuwenoude graf.

We zijn echter vooral geïnteresseerd in de recente geschiedenis van Flevoland, het verhaal van de inpoldering. Het zogenaamde Zuiderzeeproject, waarbij onder leiding van ir. Cornelis Lely de Zuiderzee getemd werd. In de tentoonstelling Polderen! Verleden en toekomst van het Zuiderzeeproject worden we op onze wenken bediend. Op golvende tijdlijnen is de geschiedenis te lezen. Objecten als klompen en gereedschap dienen als illustratie. Het is een fascinerend verhaal. De creatie van de ideale maatschappij.

Onderweg in de auto ernaartoe waren we al enthousiast geworden. Mijn vriendin kent mensen die vanaf het begin in de polder hebben gewoond. Zo lang is het tenslotte niet geleden. In de Tweede Wereldoorlog viel bijvoorbeeld de Noordoostpolder droog en na de oorlog werd begonnen met uitgifte van grond. Oostelijk en Zuidelijk Flevoland volgen in de jaren 50 en 60. Terwijl we over lange rechte weggetjes langzaam Lelystad naderen, passeren verhalen over hoe de selectie gemaakt werd de revue. Wie wel in aanmerking kwam voor een boerderij in het nieuwe land en wie niet en waarom.

De Noordoostpolder werd ingericht met een visie. Er werd niet alleen nagedacht over het landschap. Hoe er één centrale plaats moest zijn (Emmeloord) met daaromheen tien kleinere dorpen. Alles moest op fietsafstand zijn, want de arbeiders moesten op hun werk kunnen komen. Er werd ook nagedacht over de maatschappij. Het moest een afspiegeling zijn van het Nederland van die tijd. Elke kerk (katholiek, protestants en gereformeerd) diende gelijk vertegenwoordigd te zijn. De inwoners moesten bewezen vakbekwaam zijn, een goed huishouden kunnen voeren, sociaal betrokken zijn. Dit sociale aspect is nu nog steeds aanwezig. Veel mensen zijn betrokken bij allerlei verenigingen en dorpsactiviteiten. Ook mijn vriendin en haar gezin.

Museum van Nieuw Land
In het museum vinden we ook de verhalen van de inwoners. Waarom wilden zij naar die nieuwe provincie? Kostte het veel moeite om in aanmerking te komen? Hoe doorstonden zij de selectie? En natuurlijk, hoe beviel het leven in de polder? Was het wat zij ervan verwachtten? Met foto’s, brieven en documenten krijgt de bezoeker een beeld van die tijd. Zo anders dan nu en toch zo kort geleden. Het zijn mensen die je nu nog tegen kunt komen bij de bakker.

Als buitenstaander zag ik de polder niet anders dan als een het land van vergezichten, kaal met hier en daar een boom, met lange, rechte wegen waar je altijd wind tegen hebt. Een bezoekje aan een museum (en een gesprek met een inwoner) laat je dat uitgestrekte land met hele andere ogen bekijken. Eva Vriend heeft er een boek over geschreven, Het nieuwe land (2013) Het staat al een paar jaar in mijn kast. Hoog tijd om eens in te beginnen.

Met het museum van Nieuw Land kan ik een museum in Flevoland afstrepen. Blijft er nog één provincie over. Helaas ligt Limburg niet naast de deur. Maar wie weet, het jaar is nog maar net begonnen.