Graafschapspad etappe 4: Mariënvelde – Doetinchem

Route: Graafschapspad
Afstand: 20 km
Start: Mariënvelde
Eind: Station Doetinchem

In de zomer van 2018 kwam ik tijdens een fietsweekend in de Achterhoek geel-rode markering tegen. Dit bleek het 124 km lange Graafschapspad aan te duiden. Ik was die dagen door prachtige gebieden gekomen en besloot toen om deze streek ook te voet te verkennen. In januari 2020 is het zover en loop ik de eerste etappe van het Streekpad.
Het Graafschapspad maakt een rondje door de Achterhoek: van de IJsselvalei naar het glooiende land waar de Berkel doorheen meandert, door Hanzesteden, bossen, langs landgoederen en havezaten. Ik maak me op voor een afwisselend en verrassend stukje Nederland.

In november vorig jaar liep ik de derde etappe van het Graafschapspad. De lange rechte wegen maakten deze etappe niet tot de mooiste van dit pad. Op een van de eerste mooie lentedagen wandelen we etappe 4. Volgens de omschrijving in het boekje krijgen we een ander landschap te zien. Het pad passeert een smalle rug en het landschap wordt kleinschaliger. De wegen zijn minder recht en de percelen onregelmatiger. Dat klinkt goed.

We parkeren de auto bij station Doetinchem en fietsen naar Mariënvelde waar we langs de weg de fietsen tegen een boom zetten. Na een paar honderd meter wandelen strijken we op een bankje neer voor de hoognodige koffie. Na de reistijd met de auto en fietstocht zijn we wel toe aan iets. We kijken uit over een sluisje in de Veengoot. Het zonnetje schijnt en de eerste bomen krijgen blaadjes.

Uitzicht tijdens de koffie

Na de koffie lopen we verder naar Halle-Heide. Via een smal pad dat vroeger als schoolpad werd gebruikt, komen we langs een terrein waar zeecontainers staan, vermomd als boerderijtjes. Sommige zijn nog in aanbouw. Wat is dit? Het lijkt wel op een oefenterrein voor militairen. Ik kom er – met internet – ook niet achter.

Zeecontainer vermomd als boerderijtje

Het schoolpad brengt ons bij de voormalige Heideschool. Sinds 1922 vormde deze school het hart van de Heide, een moeilijk begaanbaar gebied van moeras, veen en heidegrond. Tussen 1900 en 1920 ontstond het buurtschap Halle-Heide door landbouwontginningsprojecten. Pas in 1997 werd Halle-Heide als bebouwde kom erkend. De school werd in 2014 gesloten. Tegenwoordig gaat het gebouw door het leven als Heidehuus, een sociaal-culturele ruimte.

Voormalige Heideschool

Vanaf Halle-Heide doorkruisen we het landschap over verharde wegen en zandpaden. Het wordt inderdaad langzaam glooiender en minder rechttoe rechtaan. De wilgenkatjes zien we overal oppoppen. De koolmezen, pimpelmezen, vinken en merels zingen uit volle borst hun lied en vliegen voor ons uit van boom naar boom.

Dan komt Landgoed Slangenburg in zicht. Bosgebied en wetland wisselen elkaar af. Het speenkruid bloeit volop. We zien de eerste andere wandelaars. Bij een richtingaanwijzer waar vier armen de voorbijganger verschillende richtingen op wijzen volgen wij de de arm ‘kasteel’.

Op Landgoed Slangenburg

In de verte, aan het einde van de lange kasteellaan zien we het kasteel liggen. Het is nog een hele tippel. Op een bankje onderweg eten we onze lunch met uitzicht op natte natuur en een authentiek hekje. Als vogelliefhebber is hier waarschijnlijk veel te spotten. Op een doordeweekse dag dan. Op deze zaterdag zijn we zeker niet de enige wandelaars op landgoed Slangenburg.

Lunchuitzicht op Landgoed Slangenburg

In de buurt van het kasteel komen we sporen van kabouters tegen. Op diverse boomstronken zijn deurtjes te zien. Kabouter Gerard woont er, maar er zijn ook een jamfabriek en een verhuishulp gevestigd. Ik sluit niet uit dat er meer deurtjes waren, waar ik niets vermoedend voorbij ben gelopen.

Sporen van kabouters

Bij het kasteel is het een drukte van belang. Mensen zitten op bankjes en drinken – jawel – koffie. Deze kans grijpen we met beide handen aan en bij het uitgiftepunt kopen we twee cappuccino’s die we op een bankje aan de slotgracht opdrinken.

Kasteel Slangenburg

Dat hier meer wandelaars zijn, is niet zo vreemd. Ook het Pieterpad blijkt hier langs te lopen. Over smalle weggetjes lopen het Graafschapspad en het Pieterpad enkele kilometers gelijk op. De kans is groot dat we hier dit jaar nogmaals wandelen, alleen dan met het Pieterpad. Als de twee paden scheiden, kruisen we de A18 en lopen door een af en toe glooiend bosgebied met klootschietroutes naar Doetinchem.

Klootschietroutes

We wandelen om de Vijverberg heen, het stadion van De Graafschap. Er is geen wedstrijd en het stadion ligt er verlaten bij. Ooit stond hier een hotel met dezelfde naam dat daadwerkelijk op een kleine berg gebouwd was. Die berg ontstond toen omdat voor de bouw van dat hotel een aantal vijvertjes dicht gegooid moesten worden.

Het station is nu niet ver meer. Via de Spoorstraat komen we weer bij onze auto. De parkeerplaats is een stuk voller, ook in het stationsgebied en op de nabijgelegen skatebaan is het druk. Het mooie lenteweer lokt de mensen naar buiten. Het was een prachtige wandeldag voor een mooie etappe. Volgende keer naar Doesburg.

Benieuwd naar de andere etappes van het Graafschapspad? Mijn wandelervaringen tot nu toe vind je hier.

2020 | Terugblik op mijn wandeljaar

Teutoburgerwald in januari tijdens de Teutoschleife Holperdorper

2020 was in meerdere opzichten een bijzonder jaar. Veel plannen gingen niet door. Maar er kwamen andere dingen voor in de plaats. Met name buitenactiviteiten zoals kanotochten, fietsritjes en wandelingen, heel veel wandelingen. In mijn veelal lege weekenden zocht ik in alle vroegte de natuur op. Ver weg van de mensenmassa’s ontdekte ik de schoonheid en het gemak van Klompenpaden, verkende nieuwe Groene Wissels en Trage Tochten en begon aan maar liefst twee nieuwe Streekpaden en één nieuwe Lange Afstandswandeling (LAW).

De ontdekking van de fiets-auto combinatie maakte de van A-naar-B wandelingen een stuk toegankelijker. Waarom ik dit niet eerder heb gedaan … Geen afhankelijkheid van openbaar vervoer dat in weekenden niet rijdt of op een bepaald traject überhaupt niet aanwezig is. Gewoon met de auto naar het eindpunt, op het fietsje naar het beginpunt, terug wandelen en dan de fiets ophalen. Dodelijk eenvoudig.

LAW’s

Het Marskramerpad bleef dit jaar bij één etappe. Ik loop dit pad samen met een vriendin die niet in de buurt woont en ons eerste wandelweekend was begin maart. Niet alleen gooide corona niet lang daarna roet in het eten, maar ook een Tweede Wereldoorlog bom maakte dat we onze tweede etappe van dat weekend niet konden lopen. We hopen in 2021 eindelijk Overijssel te kunnen verlaten om de Veluwe te ontdekken.

Het Pieterpad gaat voorspoedig en brengt me op mooie plekken, maar is nog lang niet klaar. De eerste etappe vanaf Pieterburen moet ik nog steeds lopen en hoop ik toch wel in 2021 te doen. Ook ligt Gelderland in de planning. Vanaf Holten gaat het nu eerst richting Laren. Ik ben heel benieuwd waar ik eind 2021 eindig.

Pionierspad: Uitzicht op de Bovenwijde bij Giethoorn

En dan het Pionierspad. Flevoland stond al een tijdje op het wandellijstje en het plan was om in 2021 met deze LAW door de polder te beginnen. In december lonkte het pad teveel en besloten we om toch al de eerste etappe te doen. Bij koud maar zonnig winterweer liepen we van Steenwijk naar een welhaast verlaten Giethoorn. Begin 2021 verder door De Wieden en op naar de polder.

Streekpaden

Het Salland Pad liep ik uit dit jaar. In 2018 begon ik in Olst met dit rondje door de gevarieerde natuur van Salland. Een kleine twee jaar en 130 km later stond ik weer in Olst. Toen door de coronamaatregelen de – toch al niet in het weekend rijdende – buurtbussen helemaal niet meer reden, bood de fiets-auto combinatie een goed alternatief. Het vrij onbekende pad vlecht de in het Wandelnetwerk Overijssel uitgezette rondjes aan elkaar tot een afwisselende grote ronde die wel wat meer bekendheid kan gebruiken.

Het Westerwoldepad kwam op mijn pad toen de geplande herfstvakantie naar Zwitserland niet doorging. In plaats van in de Alpen liepen we drie etappes door een verrassende streek van Groningen. Volgend jaar wil ik in een lang weekend de resterende etappes lopen door dit mooie gebied.

Westerwoldepad etappe 2

Het Noardlike Fryske Wâlden Streekpad gaat in korte etappes, maar we hebben geen haast. Ik loop het met mijn moeder (en af en toe mijn vader). De noordelijke Friese Wouden zijn prachtig. Volgend jaar gaan we vanuit Buitenpost verder richting zuiden.

Het Graafschapspad lag in 2019 al in de planning en in januari en februari liepen we de eerste etappes. Ook hier bleek daarna openbaar vervoer in coronatijd een hindernis. In november togen we met auto en fiets naar de Achterhoek voor de derde en laatste etappe van dit jaar. Wellicht loop ik ‘m volgend jaar uit.

Rondwandelingen

Wezepsche Heide tijdens het Klompenpad Wiseperpad

Dit jaar heb ik veel meer rondwandelingen gelopen en beschreven dan andere jaren. Waar veel lege weekenden al niet goed voor zijn. De eerste dagen van het jaar liep ik in een ijzig en mistig Duitsland in het Teutoburgerwald en bij Bad Bentheim. In de zomer liep ik een Twentse Tocht van Truus Wijnen die in 2015 tot mooiste wandeling van het jaar werd bekroond. Ook wandelde ik mijn eerste (en zeker niet mijn laatste) Knapzakroute in Drenthe.

Naast een drietal prachtige Groene Wissels (zoals die van Odoorn en Markelo, beide in heuvelachtig gebied) liep ik maar liefst tien Trage Tochten. Ik ontdekte het prachtige Reestdal met de trage tochten Oud-Avereest en Ommerschans, liep te midden van dansende bomen op de Veluwe bij Drie en zag bij Oranjewoud een hele andere kant van Friesland.

Het aantal Klompenpaden overtrof de Trage Tochten. Het gemak van de markering en de klompenpaden-app met veel informatie maakte dat ik er twaalf liep dit jaar. Vooral het gebied tussen IJssel en Veluwe is me zeer goed bevallen. Zo genoot ik van het zonovergoten late voorjaar met het Fliertpad bij Twello en liep ik door paarse zeeën van bloeiende heide op de Tonnenberg bij Wapenveld op het Vosbergenpad. Maar ook in mijn eentje op de Wezepsche Heide (Wiseperpad) ‘s morgens vroeg in december was werkelijk adembenemend.

Alle Klompenpaden van 2020

Al met al kijk ik terug op een mooi wandeljaar. Ik liep meer dan anders, maar ik schreef ook veel meer over mijn wandelingen. Andere onderwerpen die normaal gesproken voorbij komen op dit blog vereisten OV-reizen, fietsvakanties, museumbezoeken, stedentripjes, etc. Helaas is dat er niet veel van gekomen. Hopelijk ziet 2021 er (in ieder geval deels) anders uit. En ach, anders bieden wandelingen een zeer goed alternatief.

Wat was jouw mooiste wandeling van 2020?

Graafschapspad etappe 3: Borculo – Mariënvelde

Route: Graafschapspad
Afstand: 18 km
Start: Busstation Borculo
Eind: Centrum Mariënvelde

In de zomer van 2018 kwam ik tijdens een fietsweekend in de Achterhoek geel-rode markering tegen. Dit bleek het 124 km lange Graafschapspad aan te duiden. Ik was die dagen door prachtige gebieden gekomen en besloot toen om deze streek ook te voet te verkennen. In januari 2020 is het zover en loop ik de eerste etappe van het Streekpad.
Het Graafschapspad maakt een rondje door de Achterhoek: van de IJsselvalei naar het glooiende land waar de Berkel doorheen meandert, door Hanzesteden, bossen, langs landgoederen en havezaten. Ik maak me op voor een afwisselend en verrassend stukje Nederland.

In de auto onderweg naar Mariënvelde valt de regen gestaag. Als we de fietsen van de auto halen in Mariënvelde, lijkt het even droog, maar dat is slechts een korte onderbreking. Als we de 15 kilometer naar Borculo afleggen, blijkt het nog niet uitgeregend te zijn. De poncho’s hebben we niet voor niets meegenomen. In Borculo zetten we de fietsen bij het busstation en beginnen aan de etappe terug naar Mariënvelde. Het regent nog een beetje en dit zal de eerste paar kilometers nog zo blijven. Gelukkig klaart het daarna op en lopen we die middag zelfs in de zon.

Vanaf het busstation is het niet ver naar het centrum. We komen langs een oude kerk, waarvoor een beeld staat van een meisje met de restanten van een gebouw. De plaquette spreekt over de stormramp van Borculo. Het klinkt ernstig maar zegt ons niets. Nog niet. We lopen verder door kleine straatjes, steken de Berkel over en komen langs twee oude molens met waterrad. In de molengebouwen zit tegenwoordig een Michelinrestaurant. Geen gekke plek.

Oude molens in Borculo

Als we bij een nieuwer gedeelte van de plaats komen, stuiten we op het cycloonpark. De stormramp waar het beeld voor de kerk naar verwees, wordt hier in tekst en foto’s uit de doeken gedaan. Een stalen cycloon maakt het af. Op 10 augustus 1925 raasde er een tornado door Borculo. Er waren drie doden en vele gewonden. De ravage was enorm. Op de plek van dit park zijn toentertijd noodwoningen gebouwd. Het park is in 2019 helemaal opgeknapt.

Het meisje voor de kerk in het centrum

Cycloonpark

Het is droog als we Borculo uitlopen. Via een bospad komen we bij Boerderijmuseum de Lebbenbrugge. De oude boerderij uit de middeleeuwen is al sinds 1934 een museum. Vanwege de maatregelen is het helaas gesloten. Het museum ligt aan het riviertje de Slinge. Op een bordje lezen we dat deze omgeving als mooiste plekje van Gelderland 2020 is gekozen. Een goede plek voor koffie. Op een bankje aan de rivier pakken we de thermosfles en koekjes erbij en nemen de omgeving in ons op.

De Slinge

Over plattelandswegen lopen we richting Ruurlo. Vlak voor de plaats, op een bospad, komt er een klein hondje met enorme vaart op mij afgerend. Ik ben niet zo’n fan van honden, of ze nu groot of klein zijn. Ik probeer hem dan ook te negeren, maar hij vindt mij veel te interessant en springt enthousiast tegen me op. Ik kom niet meer van hem af. Weglopen, stilstaan, het beest blijft me bespringen. “Puck, Puck, Puck” klinkt het in de verte. Zijn bazinnetje blijft maar roepen, maar het beest negeert haar compleet. Als ze eindelijk bij me is en Puck aanlijnt, verontschuldigt ze zich, het is een jonge hond. Ik denk alleen maar: volgende keer weer de dazer mee.

In Ruurlo lopen we door de hoofdstraat. Er blijkt een lunchroom open en we halen een cappuccino-to-go. In het zonnetje op een bankje op het kerkplein genieten we van de koffie en onze lunch. We zijn niet de enige die afhalen. Goed om te zien dat de brasserie het druk heeft in deze tijd.

Zicht op Ruurlo

Langs het plein loopt het Liefdespad. De 5 kilometer lange route voert de wandelaar langs diverse kunstwerken in en om Ruurlo. De kunstwerken hebben als doel je dichter bij de liefde te brengen. Niet alleen de liefde voor elkaar, maar ook voor de natuur, voor de techniek , etc. Een wandeling om te onthouden, bijvoorbeeld in combinatie met Museum MORE.

Liefdespad

Het museum zit in Kasteel Ruurlo waar de etappe (en het Liefdespad) langskomen. Het is een museum voor modern realisme. Te midden van de gekleurde bomen ligt het oude pand er mooi bij. Lange, rechte plattelandswegen volgen en zorgen voor een aantal niet heel enerverende kilometers. We lopen een stukje gelijk op met het Trekvogelpad maar zien weinig andere streekpad- of LAW-wandelaars. Een schouwpad langs de Baakse Beek is een welkome afwisseling.

Baakse Beek

Waar in de Baakse Beek nog water stond, is dat bij de sloten die volgen wel anders. Alles staat droog. Het is een vreemde gewaarwording bij een brede sloot waarlangs we over een graspad lopen. De boer van dit land zag het voordeel er wel van in. Er is flink gehekkeld. Al het riet en andere planten die in de sloot stonden, liggen nu op de kant, op het graspad. Het maakt het wandelen tot een kleine survivaltocht.

Een droge sloot en een survival-graspad

Het laatste stuk tot aan de Tolhut in Mariënvelde lopen we over wegen met namen die eindigen op ‘dijk’, zoals de Semmeltjesdijk en de Scheiddijk. Dit waren voorheen ook echte dijken. De lager gelegen gebieden in deze omgeving hadden een slechte afwatering en waren te nat om wegen in aan te leggen. Er werden dijken gebouwd waar de wegen over heen liepen. Het gebied tussen Ruurlo en landgoed Slangenburg (hier komen we de volgende etappe langs) was uitgesproken vlak en wordt daarom ook wel ‘het vlakke midden’ genoemd. Bij café de Tolhut verlaten we de route en overbruggen de paar honderd meter naar Mariënvelde waar we vanmorgen de auto geparkeerd hebben.

Na deze ietwat saaie etappe kijken we uit naar de volgende. Wat heeft de Achterhoek nog meer in petto?

Lange rechte wegen

Benieuwd naar de andere etappes van het Graafschapspad? Mijn wandelervaringen tot nu toe vind je hier.

Elke Maand Een … | Fladderiep

Elke Maand Een: Foto
Waar: In de buurt van Borculo

De oudste eik van Nederland staat bij Kasteel Doornenburg in Gelderland en is tussen de 300 en 400 jaar oud. Het Pieterpad loopt er vrijwel langs, waardoor de boom zich op heel wat aandacht mag verheugen van een almaar groeiende groep wandelaars. De hoogste boom van Nederland krijgt zo mogelijk nog meer aandacht. De spar staat direct achter de Koninklijke Stallen bij Paleis Het Loo in Apeldoorn en is ruim 50 meter hoog. Nederland kent nog veel meer bomen die op hun eigen manier uniek zijn. Zo kennen de meeste mensen de boom die alles zag: getuige van de Bijlmerramp en de Anne Frankboom: de paardenkastanje waar Anne Frank op uitkeek vanuit het Achterhuis. En laten we niet de dikste fladderiep van Nederland vergeten.

De boom met de tot de verbeelding sprekende naam staat in de Achterhoek, in de buurt van Borculo. Ik kwam hem tegen op een zaterdag in februari, toen ik de etappe Laren – Borculo liep van het Graafschapspad. Mijn aandacht was gericht op Borculo. En in het bijzonder het busstation van de plaats, waar 20 minuten later de bus zou vertrekken die mij terug zou brengen naar mijn auto. Een uur langer wachten op de volgende bus wilde ik vermijden. Er was onstuimig weer voorspeld later die middag.

In haastige pas passeerde ik de unieke boom, tot iets mij deed omkijken. Een knoestige stam en lange kale takken torenden statig boven een groen bord uit, dat wel een likje verf kon gebruiken. Op het bord de gegevens van de boom in een notendop. Omtrek, hoogte en plantjaar stonden zakelijk opgesomd. Erboven zijn naam, Ulmus laevis, gevolgd door een tweede naam tussen aanhalingstekens, Fladderiep. Door de aanhalingstekens dacht ik gelijk aan een bijnaam. Toegegeven, Fladderiep ligt beter in het gehoor dan het lange en saaie Ulmus laevis.

De feiten zijn indrukwekkend. De boom is zo’n 185 jaar oud, 34 meter hoog en met een omtrek van 600 cm de dikste fladderiep van Nederland. Ik maak een foto van boom en bord en loop snel verder naar Borculo. Op het nippertje haal ik mijn bus. Thuis lees ik dat een fladderiep makkelijk 30 meter hoog wordt en slechts in een paar streken in Nederland voorkomt. Omdat de boom niet ziek wordt van de iepziekte, verwacht men een opmars van deze soort.

Hoe de boom aan zijn naam komt, kan ik niet achterhalen, maar zo’n naam zou niet misstaan in een sprookje of de verhalen van Annie M.G. Schmidt. Ik zie de wereld al voor me waar eenhoorns, draken en fladderiepen door de lucht zweven. Het zou dé kans zijn voor zo’n boom om eens wat van de wereld te zien. De Achterhoekse fladderiep staat al een kleine 200 jaar op dezelfde plek en is voor zijn afleiding afhankelijk van omwonenden, wandelaars en wellicht enkele witte wieven. Dat kan soms best wel eens saai zijn voor zo’n boom.

Ik kan me zo voorstellen dat deze fladderiep zijn eretitel daarom met open armen heeft ontvangen. Als je eenmaal in het rijtje van illustere Nederlandse bomen staat, stromen de bezoekers toe. Bezoek je de Achterhoek, dan ook de dikste fladderiep van Nederland. Selfies met de boom, hem even aanraken, proberen je armen om hem heen te slaan. Het is een gouden formule.

Die zaterdag dat ik er was, trof ik de fladderiep alleen. Opgewekt bekeek de boom zijn eerste bezoeker van de dag. Hij maakte zich al klaar voor een omhelzing of in ieder geval een selfie. Maar helaas. De wandelaar pakt haar telefoon, maakt slechts één foto en voor hij het wist was ze er weer vandoor. Met grote haast ook, alsof ze een trein moest halen. De boom keek haar na en schudde zijn takken. Die jeugd van tegenwoordig …

Net als vorig jaar is de Elke Maand Een …- uitdaging in 2020 een combinatie van eerdere uitdagingen. Afgelopen jaren schreef ik elke maand over respectievelijk een museum (2015), een route (2016), een foto (2017) en een straatgedicht (2018). Ook dit jaar komen alle eerdere categorieën aan bod. Een overzicht van de artikelen vind je hier.

Graafschapspad etappe 2: Laren – Borculo

Route: Graafschapspad
Afstand: 22 km
Start: Bushalte Dorpsstraat, Laren
Eind: Busstation Borculo

In de zomer van 2018 kwam ik tijdens een fietsweekend in de Achterhoek geel-rode markering tegen. Dit bleek het 124 km lange Graafschapspad aan te duiden. Ik was die dagen door prachtige gebieden gekomen en besloot toen om deze streek ook te voet te verkennen. In januari 2020 is het zover en loop ik de eerste etappe van het Streekpad.
Het Graafschapspad maakt een rondje door de Achterhoek: van de IJsselvalei naar het glooiende land waar de Berkel doorheen meandert, door Hanzesteden, bossen, langs landgoederen en havezaten. Ik maak me op voor een afwisselend en verrassend stukje Nederland.

In januari liepen we de eerste etappe van het Graafschapspad. Het was ijzig koud. We waren verkleumd toen we in Laren aankwamen. We zijn nu een paar weken verder en er zijn vandaag hogere temperaturen voorspeld. Misschien wel een zonnetje. Wij doen het ervoor. Langs de kerk lopen we het drukke centrum van Laren uit, gaan onder de N332 door en staan in de natuur.

Over plattelandsweggetjes, sommige verhard, andere niet, wandelen we richting Exel. Zoals waarschijnlijk vele wandelaars voor ons maken we de grap over het Microsoft Office programma en lopen zo het kleine dorpje weer uit. Een pad door het bos leidt ons langs één van de vele beukenhagen die we vandaag tegenkomen, naar Hoeve Coeverden.

Bij de hoeve is een informatieplek ingericht. Op een briefje met de aanhef ‘Dag wandelvrienden’ wordt de oorsprong van de hoeve uit de doeken gedaan. Het staat op landgoed Ampsen en stamt uit 1874. De eigenaren zijn actieve wandelaars die de boerderij gebruiken als uitvalsbasis voor wandel- en klimtochten in Europa en de Himalaya. Zo kijk je toch weer heel anders tegen zo’n oude boerderij aan langs de route.

Wij lopen verder, passeren havezate Ampsen en een koepad en zien dan de industrie van Lochem liggen. Het oogt niet heel aantrekkelijk, maar er is vast koffie. Via het Twentekanaal lopen we de plaats in waar we een oude bekende zien: de Berkel. Aan weerszijden van de brug ligt een vistrap in de rivier. In meerdere lussen kunnen de beesten de hoogte overbruggen. Het ziet er creatief uit.

Een koepad

 

De vistrap in de Berkel bij Lochem

In Lochem vinden we inderdaad koffie. We warmen op in een van de cafés. Het weer is nog niet zo aangenaam als voorspeld was. Maar als we na de koffie weer buiten staan, schijnt zowaar een voorzichtig zonnetje. Op het plein naast de indrukwekkende kerk staan de terrassen al klaar. Of zouden die er het hele jaar staan?

Door een wijk met prachtige huizen, waaronder een B&B met torenkamer, lopen we Lochem uit. Een echtpaar in vol wandeltenue komt ons tegemoet. De man heeft in zijn hand hetzelfde boekje als ik. Hij ziet het ook en groet enthousiast met zijn boekje. Zij gaan naar Lochem, wij naar de bergen. De route loopt namelijk over zowel de Lochemse Berg als de Kale Berg. In de aanloop naar de eerste berg lopen we door glooiend akkerland. Met het zonnetje dat steeds vastberadener schijnt, ziet het er mooi uit.

In aanloop naar de Lochemse Berg

De bergen (49 en 46 meter hoog) zijn beide bebost, ook de Kale Berg. Stijgend en dalend vragen wij ons af waarom hij dan toch die naam heeft. Verder dan dat ‘kale’ waarschijnlijk een andere betekenis had, zoals ‘vol met wolven’ (om maar iets te noemen), komen we niet. De Witte Wievenkoele, aan de flank van de Kale Berg, trekt onze aandacht. Volgens oude verhalen kun je hier in nachtelijke uren de Witte Wieven tegen het lijf lopen. Nu ziet de grote kuil er vredig en verlaten uit.

Een beboste Kale Berg

Aan de voet van de Kale Berg ligt Barchem. Ik had er nog nooit van gehoord, maar het plaatsje blijkt een bakker, supermarkt en zelfs een hotel-restaurant te hebben, met de authentieke naam ‘In de Groene Jager’. Wij hebben de Lochemse koffie al achter de kiezen en lopen door, weer het bos in.

Een aarden walletje is bezaaid met krokussen en sneeuwklokjes. Het is een mooi gezicht. Dat vinden andere wandelaars ook. Op hun hurken maken ze met hun smartphone verschillende close-up foto’s van de paars-witte pracht. Kort daarvoor had ook ik de paarse bloemetjes op dezelfde manier gefotografeerd.

Het laatste deel naar Borculo gaat via plattelandsweggetjes en diverse boerderijen die allemaal een naam hebben. Handig bij de routebeschrijving. We steken de Slinge over, een zijrivier van de Berkel en komen weer langs een mooi landhuis, Huize Beekvliet. Eén van de vele deze etappe. Een paar kilometer voor Borculo staan we oog in oog met de dikste Fladderiep van Nederland. Met een omtrek van 600 cm blijkt de circa 185 jaar oude boom enig in zijn soort.

De dikste Fladderiep van Nederland

Na de Fladderiep zetten we de pas erin. De bus in Borculo gaat één keer per uur en zo lang hebben we niet meer tot de volgende gaat. Met een paar minuten speling halen we de bus op het busstation. Van Borculo zelf zien we niet veel. We besluiten de volgende etappe wat meer tijd te nemen voor dit historisch plaatsje.

Benieuwd naar de andere etappes van het Graafschapspad? Mijn wandelervaringen tot nu toe vind je hier.

Graafschapspad etappe 1: Zutphen – Laren

Route: Graafschapspad
Afstand: 20 km
Start: Station Zutphen
Eind: Bushalte Dorpsstraat, Laren

In de zomer van 2018 kwam ik tijdens een fietsweekend in de Achterhoek geel-rode markering tegen. Dit bleek het 124 km lange Graafschapspad aan te duiden. Ik was die dagen door prachtige gebieden gekomen en besloot toen om deze streek ook te voet te verkennen. In januari 2020 is het zover en loop ik de eerste etappe van het Streekpad.
Het Graafschapspad maakt een rondje door de Achterhoek: van de IJsselvalei naar het glooiende land waar de Berkel doorheen meandert, door Hanzesteden, bossen, langs landgoederen en havezaten. Ik maak me op voor een afwisselend en verrassend stukje Nederland.

Het is ijzig koud als we het station van Zutphen uitstappen. Ons doel is om eerst het begin van het Graafschapspad te vinden: de St. Walburgiskerk. Het Graafschapspad maakt weliswaar een rondje maar het boekje begint en eindigt in het centrum van Zutphen. En wij dus ook. De kerk is bekend terrein voor me. In diezelfde zomer van 2018 vond ik hier meerdere gedichten. Met een vriendin liep ik toen de poëzieroute van Zutphen.

Ida Gerhardt en de St. Walburgiskerk

Vanaf de kerk leidt de route ons dwars door het oude centrum en langs de stadsmuur. Het blijft een mooie stad. De Berkelruïne met de bootjes doet buitenlands aan. Dit was één van de twee waterpoorten van Zutphen en sinds een paar jaar toegankelijk voor publiek. Wij lopen door. Via een waterrijk park met recreatievijver de Grote Gracht en een flatwijk komen we bij de Berkel uit.

Berkelruïne

Over het schouwpad volgen we de rivier. Ganzen vliegen over, we komen een enkele hardloper tegen, maar verder is het stil. En grijs. En koud. Het één zal wel verband houden met het ander. We komen meerdere markeringen van andere wandelingen tegen, waaronder de dagwandeling van het Hanzestedenpad ‘De Hoofdige Boer’. Een naam die we later in de wandeling nog tegen gaan komen.

Schouwpad langs de Berkel

Langs de Berkel zien we grote huizen staan, waaronder een paar buitenplaatsen. Zo ligt Huis de Voorst er indrukwekkend bij. Via glooiende akkers en rechte bospaadjes lopen we naar Almen.

Huis de Voorst

 

Een kaarsrecht bospad

We zijn de plaats nog niet binnen of we worden begroet door een viertal dichtregels. Ze blijken van de 19e -eeuwse dichter A.C.W. Staring te zijn die in dit gebied woonde. De regels komen uit het gedicht met de ons inmiddels bekende naam ‘De Hoofdige Boer’. Ook de rest van de plaats heeft Staring in zijn armen gesloten. Er is een museum gewijd aan de dichter en het plaatselijke hotel heet – uiteraard – De Hoofdige Boer. Wij besluiten er op te warmen en genieten er van een cappuccino. Ons uitzicht bestaat uit een parkje met nog enkele dichtregels van de dichter.

Dichtregels uit ‘De Hoofdige Boer’ van A.C.W. Staring

Na Almen lopen we via Landgoed De Almense Mölle, waar ooit twee molens stonden, weer richting de Berkel. Hier volgt de route wederom het schouwpad. Her en der zien we kanosteigers en krijgen zin om bij warmer weer hier eens te gaan kanoën.

Landgoed de Almense Mölle

Dan verlaten we de Berkel, steken het Twentekanaal over en volgen de lange doorgaande weg richting Laren. Het laatste stuk gaat wederom over een schouwpad, ditmaal langs een klein slootje met de welluidende naam ‘Molenbeek’. We naderen Laren vanuit het westen en lopen door tot aan het standbeeld van Albert Mol. De acteur, danser, cabaretier en schrijver woonde in Laren. Zijn lachende beeltenis herinnert de voorbijganger hieraan.

Albert Mol in Laren

Vlakbij Albert pakken we de bus. We kijken terug op een mooie etappe, met af en toe wat saaie stukken langs lange wegen. Bij een zonnetje ziet het er ongetwijfeld nog mooier uit. Wie weet wat de tweede etappe ons brengt.

Benieuwd naar de andere etappes van het Graafschapspad? Mijn wandelervaringen tot nu toe vind je hier.