Stromboli: eenzaamheid in de Tyrreense zee

wpid-20150325_104701.jpgOver Stromboli (2007) van Fleur Bourgonje

Ten noorden van Sicilië, in de Tyrreense zee, ligt het eiland Stromboli. Een klein eilandje met een van de meest actieve vulkanen ter wereld en beroemd om zijn spectaculaire nachtelijke explosies. Het eiland vormde in 1949 het decor voor de film Stromboli van de Italiaanse regisseur Roberto Rossellini. De Zweedse actrice Ingrid Bergman speelde de hoofdrol. Zowel regisseur als actrice verbleven tijdens het draaien van de film op Stromboli. Te midden van het ruige landschap, de stugge bevolking en zelfs een vulkaanuitbarsting beginnen zij – hoewel beide getrouwd – een romance.

In haar roman Stromboli uit 2007 brengt Fleur Bourgonje deze romance weer tot leven. Maar niet alleen het verblijf van Ingrid op het eiland komt in beeld, ook dat van twee andere vrouwen, de ene enkele jaren daarvoor, de andere 60 jaar later. Alle drie zijn ze op de vlucht, alle drie denken ze vrijheid (in de ruimste zin van het woord) te kunnen vinden op Stromboli. Of ze hierin slagen is nog maar de vraag.

Karin, een vluchtelinge uit Litouwen komt via allerlei omzwervingen na de tweede wereldoorlog in een vluchtelingenkamp in Italië terecht. Om aan het kampleven te ontsnappen trouwt ze met de visser Antonio, waarna ze samen naar zijn geboorte-eiland Stromboli gaan. Ze denkt hier vrijheid te vinden. Maar de gevangenschap omringd door prikkeldraad ruilt ze in voor een gevangenschap omringd door zee en een altijd dreigende vulkaan.

Een aantal jaren later komt Ingrid aan op Stromboli, samen met haar minnaar in spe. Ze zal de rol van Karin spelen, de vluchtelinge uit Litouwen. Hoewel zij deze filmopname met Rossellini als een kans ziet, is het eiland niet wat zij verwachtte. Ze heeft moeite met het vijandige landschap, de stuurse mensen en primitieve omstandigheden. Maar ook met het feit dat Rossellini zijn figuranten maar ook de hoofdrol door de plaatselijke bevolking laat spelen, zonder script. Als de opnamen klaar zijn, keert zij zwanger terug naar het vaste land. Iets dat haar door haar fans en de filmwereld niet in dank wordt afgenomen.

Bijna 60 jaar na Ingrid zet ook Nora voet op Stromboli. Na vele jaren van huwelijk gaat zij nu alleen op reis. Ze is erop uit om zich te bevrijden van de leegte die zij de laatste jaren voelt. Zij en haar man kennen elkaar door en door, er zijn geen verassingen meer. Of ze vindt wat ze zoekt, is de vraag. En dat geldt voor alle drie de vrouwen.

De vrijheid binnen de tegenvallende vrijheid vormt het plaatsje Ginostra, aan de andere kant van het eiland. Over land bijna niet te bereiken. Voor Karin is het de haven naar de rest van de wereld. Voor Ingrid een plek weg van de gloeiende stenen, de stuurse blikken en de poort naar beschaving. Voor Nora een plek van stilte en nog grotere afzondering. Een utopie die niet voor alle drie weggelegd is.

De setting en historische feiten omtrent de film Stromboli spraken me aan. Met deze elementen kun je een filmisch boek schrijven. En hoewel de verhaallijnen op subtiele manier uitgewerkt en met elkaar vervlochten worden, weet het boek mij nergens echt mee te slepen naar dat ruige Italiaanse eiland. Ik had graag de eenzaamheid willen voelen, het verlangen naar vrijheid, de vurige liefde. Maar wat ik er aan over gehouden heb, is een interessant verhaal op een zonnige zondagmiddag in de tuin. Een week later zijn slechts de setting en de film mij bijgebleven.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Advertenties

Een sinistere sfeer in Maine

wpid-20150125_125816.jpgOver De huisvriend van Bertram Koeleman (2013)

“‘Belachelijk goed debuut: slim, spannend, alles’ – Hanna Bervoets” staat er op de voorkant te lezen. Ondanks deze aanbeveling was ik het boek nog niet vaak tegengekomen op blogs, als onderwerp van recensies. Waarom eigenlijk niet? Nieuwsgierig geworden nam ik het boek afgelopen week mee uit de bibliotheek.

Meteen al bij het lezen van de eerste pagina’s van De huisvriend dwaalden mijn gedachten af naar een heel ander boek. Een roman, die ik een aantal weken geleden gelezen had, maar die sindsdien door mijn hoofd is blijven spoken. Het grote afgelegen landhuis, de bewoners, waarvan één zichtbaar en de ander niet: het decor in De huisvriend leek precies op dat in Meisje van glas van Frank Gunning (2014).

Het is misschien ook wel een dankbare setting, films maken er vaak gebruik van. Op verscholen landgoederen kunnen allerlei dingen gebeuren, zonder dat het in het oog springt. De omvang maakt het onbekend, ongrijpbaar en daarmee misschien wel mysterieus. Een groot landgoed dus, in dit geval gelegen in het uitgestrekte, onherbergzame Maine, Amerika. De staat waar mensen heengaan, als zij zich terug willen trekken in de wildernis.

Op dit landgoed, genaamd Storm Lake, wonen twee mannen samen. Dat zij daar met z’n tweeën wonen, weten alleen zij en ‘de huisvriend’, een emeritus hoogleraar die een keer per week colleges aan huis geeft. Voor de buitenwereld is er alleen Jonas Balsam, aangesteld als beheerder van het huis en de grond eromheen. In werkelijkheid is hij de verzorger van Benjamin Krendler, een mensenschuwe man die al bijna 20 jaar een verborgen leven leeft. Aan Jonas de taak om deze situatie in stand te houden. Als er een nieuwe huisvriend komt, brokkelt de stabiele situatie langzaam af.

Alles draait om de twee mannen waarvan de een ogenschijnlijk voor de ander leeft. Maar is dat wel zo? Vanuit het oogpunt van Jonas, krijgt de lezer beetje bij beetje meer informatie. Hij lijkt autistische trekjes te hebben, contact met de vrouwen wil niet vlotten, hij heeft strakke tijdsschema’s. Ondanks de brokjes informatie blijf je als lezer het hele boek door het gevoel houden dat je niet alles weet. Wat houdt Jonas achter? Hoe betrouwbaar is zijn verhaal?

Het boek leest vlot, de spanning wordt langzaam opgebouwd. Een sinistere sfeer is continu aanwezig door o.a. de beschrijvingen van het landgoed, het interieur van het landhuis en de handelingen van de hoofdpersonen. Koeleman weet de nieuwsgierigheid van de lezer het hele boek door te blijven prikkelen.

Tot het einde. In tegenstelling tot in Meisje van glas, waarin alle lijntjes uitgewerkt worden, blijven er met het omslaan van de laatste pagina van De huisvriend een hoop vraagtekens overeind. Dit maakte dat ik nog dagen met dit boek in mijn hoofd heb rondgelopen. Verschillende scenario’s passeerden de revue. Over de werkelijke antwoorden (voor zover je daar van kunt spreken in een fictief verhaal) zal ik nooit zekerheid hebben. Het boek is eigenlijk een beetje voor mij, wat Benjamin voor Jonas was:

“Het kwam er uiteindelijk op neer dat ik Benjamin beschouwde als een prettige puzzel. Een code die erom vroeg gekraakt te worden. En daarin was ik niet de enige, zo bleek.”

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Een roman over een roman

De barmhartigenOver De barmhartigen van Koen van Wichelen (2014)

“Wat vind je van het boek?” vroeg een collega. Een paar weken eerder had ik haar verteld over de blogtour van WPG Uitgevers/Manteau waarbij ik ook gevraagd was om een blogpost te schrijven over de nieuwe roman van Koen van Wichelen. Ik probeerde het kort voor haar samen te vatten: “Het is een roman over een roman. De roman over de roman heeft de titel die de roman in de roman had kunnen hebben, maar niet heeft.” Ik had haar nog veel meer kunnen vertellen over het schrijfproces dat beschreven wordt, de vele uitspraken over literatuur, over schrijven, over de opmerkelijke verschillen tussen de eerste en de tweede roman, die de lezer er integraal bij geleverd krijgt. Maar de frons in haar voorhoofd was overduidelijk.

De barmhartigen is een roman op veel niveaus. Uitleg erover klinkt al snel ingewikkeld, hoewel het mij tijdens het lezen van het boek heel helder voor ogen stond. De bijna in de goot belande (tekst)schrijver David Sores schrijft, eigenlijk uit puur toeval, een boek. Dat boek wordt, eigenlijk ook weer door een samenloop van omstandigheden, een enorme bestseller. Het schrijfproces wordt uit de doeken gedaan, vele wetenswaardigheden, uitspraken over schrijven, zinnen die zo als citaat op een poster, maar af en toe ook op een tegeltje kunnen, passeren de revue. Zo is Sores heel duidelijk over de rol van de schrijver:

“Schrijven is allesbehalve een democratie. De schrijver moet de touwtjes strak in handen houden. Ik en ik alleen bepaal wat er gebeurt en wat mijn personages zeggen, denken en doen. Mijn wil is wet. De literatuur als papieren dictatuur”

Maar voegt Sores er ook aan toe:

“Zorg er wel voor dat je verhaal de lezers naar de keel grijpt. Het moet hen raken tot in hun kleinste teen, tot in het diepst van hun ziel. Dan zit je gebeiteld. En er mag wel eens gelachen worden.”

En zeker dat laatste is goed gelukt. Met de nodige humor worden anekdotes beschreven en de metaforen zijn origineel en passend in het verhaal: zo dobbert Sores “een beetje doelloos door het leven als een eenzaam stukje broodkorst in een kom soep”. Ook de personages die het boek bevolken zijn bij tijd en wijle welhaast hilarische typetjes: de olijke neven die geweld niet schuwen, de tirannieke, godsdienstwaanzinnige moeder en de manisch-depressieve vriend met camper.

Mij bekroop tijdens het lezen regelmatig de vraag: beschrijft Van Wichelen hier nu de totstandkoming van de roman in de roman of toch zijn eigen roman? Hoewel vrij in het begin van het boek de uitspraak “Literatuur gaat niet om de feitelijke waarheid, maar om waarachtigheid” die vraag duidelijk beantwoordt, bleef ik schakelen tussen de verschillende niveaus.

En toen ik las over de manieren om een boek aan de man te brengen, was daar toch weer de reality check. Want was ik ook niet benaderd door een uitgever om het boek publiciteit te geven, samen met meerdere andere bloggers? Speel ik, ondanks de duidelijke ontkenning in het boek, ook een rol in het Droste effect dat uit dit boek naar voren komt? Beschrijft van Wichelen zijn uitgever die vervolgens doet wat hij als uitgever moet doen?

Alleen al de suggestie maakte het boek voor mij de moeite waard. Het ontstaansproces van niks tot bestseller en de vele schrijf-gerelateerde uitspraken blijven hangen. En nu wilde ook nog het toeval dat ik dit boek las kort voordat ik naar een groot schrijfevent zou gaan. Het is een goede voorbereiding gebleken. Slim gepland door de uitgever … althans dat zou je bijna denken.

Benieuwd wat andere bloggers in deze blogtour van de roman vonden? Hieronder vind je de verschillende links:

5 januari: Leesclub van lettervreters De Perfecte Buren
7 januari: PETEPEL
9 januari: Het kraaien van De Haan
12 januari: Verbeelding
14 januari: Bibman
19 januari: De wereld van Hendrik-Jan
21 januari: Mrs Jo about books and other interest
23 januari: Connie’s boekenblog

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

2014: het jaar in boeken

wpid-fotor_141961725801859.jpg

De laatste dagen van de laatste maand van het jaar: tijd voor lijstjes! In mijn geval boekenlijstjes. Het boekenjaar 2014 heeft meer boeken opgeleverd dan vorig jaar: 114 in totaal tegen 104 boeken vorig jaar. Hiermee heb ik de Goodreads challenge om dit jaar 100 boeken te lezen ruimschoots gehaald! Ook de ‘Ik lees Nederlands’-challenge die ik begin dit jaar aanging bij Inge leest is binnen. Ik schreef me in voor 40 oorspronkelijk in het Nederlands geschreven boeken. De teller staat inmiddels op 48.

Het oudste boek dat ik dit jaar gelezen heb is Zuidenwind (South wind) van Norman Douglas, een boek uit 1917 over een fictief eiland in de Middellandse Zee en al zijn excentrieke bewoners. Bijna 100 jaar oud, maar zeker een aanrader. Hoewel het boek omvangrijk is, is het zeker niet het dikste boek dat ik gelezen heb dit jaar. Die eer gaat naar The Goldfinch van Donna Tartt met 867 pagina’s.

Naast het boek van Donna Tartt heb ik nog 40 andere boeken gelezen van vrouwelijke auteurs. Onder de 114 boeken waren er 5 genomineerd voor de Man Booker Prize en 12 voor de Libris literatuur prijs. De boeken zijn oorspronkelijk in het Nederlands (48x), Engels (32x), Duits (8x), Frans (6x), Zweeds (5x), Spaans (3x), Italiaans (3x), Hongaars (2x), IJslands (2x), Hebreeuws (2x), Russisch (2x) en Tsjechisch (1x) geschreven. Een gevarieerd aanbod, met in vergelijking met vorig jaar veel Franse en Zweedse schrijvers. Ook het Tsjechische boek van Jiří Weil Mendelssohn op het dak (1960) beviel me goed. Een tragisch-komisch verhaal over overleven in Praag ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

wpid-fotor_141961796562368.jpg

Wat me opvalt, is dat er veel boeken op de lijst staan die zich afspelen op eilanden. Op de een of andere manier spreekt het me aan: deze meestal verlaten gebieden, waar je de stilte kunt horen en de wind rond het eiland giert. Vaak zijn de bewoners op zijn zachtst gezegd een beetje apart. Ideale ingrediënten voor een roman.

Daarnaast heb ik voor mijn doen veel boeken van (jonge) Nederlandse vrouwelijke auteurs gelezen. O.a. door de recensies van andere bloggers kwam ik uit bij auteurs als Elke Geurts, Anne-Gine Goemans, Eva Meijer, Jannie Regnerus, Ineke Riem, Aukelien Weverling en Hannah van Wieringen. Stuk voor stuk boeken over actuele onderwerpen, anders dan anders door onder meer stijl, opbouw, onderwerp en sfeer. Ze geven je iets om over na te denken, zijn verfrissend. Een onverwachte doch zeker positieve bijkomstigheid van de uitdaging ‘Ik lees Nederlands’. In 2015 mag ik mij weer deelnemer noemen van deze uitdaging en de stroom schrijfsters wordt er niet minder op. De eerste staan reeds in mijn kast te wachten om gelezen te worden. Met 5 dagen te gaan in 2014, wordt dat een leuk begin van het nieuwe jaar, het boekenjaar 2015.

Hoe zag jouw boekenjaar eruit?

Een kermis in schetsen

wpid-20141225_112013.jpgOver De kermis van Gravezuid van Hannah van Wieringen (2012)

Op de laatste dag voor Kerstmis, te midden van huiswaarts kerende studenten, waande ik mij niet in dat gele gevaarte dat de weilanden doorkruiste. Nee, meteen al op de eerste pagina werd ik een Noord-Hollands dorpje ingezogen, voelde ik de vroege ochtendzon op mijn gezicht. Door de ogen van een kleine jongen in zwembroek zag en hoorde ik het dorp ontwaken, las ik de verwijzing naar de geschiedenissen die komen gingen.

In twee zinnen wordt het boek treffend samengevat:

“Nu is het goed mogelijk dat het een niets te maken heeft met het ander. Dat geldt tenslotte voor alles en niets.”

Hannah van Wieringen schrijft mooie zinnen en rake observaties. De zinnen houden je vast, zijn prettig om te lezen. Ze staan vol met komma’s, bijvoeglijke naamwoorden, soms zonder onderwerpen, alleen werkwoorden. Je ziet het voor je, die zomer in Noord-Holland. De jaarlijks terugkerende kermis en alle activiteiten die daarmee gepaard gaan.

De jongen die op het punt staat om, duikbril op, van de brug af te duiken, bekijk je van een afstandje. De zakken van zijn zwembroek hangen, binnenstebuiten gekeerd, langs zijn bovenbenen (de coverfoto geeft dit heel mooi weer). De zinderende hitte, de verkoeling van een duik, de ‘schatten’ die hij triomfantelijk mee naar boven neemt. Maar ook de moleneigenaar in gesprek met zijn dochter, via de telefoon. Je hoort bijna haar bezorgde stem waar onbegrip in doorklinkt. Hoe hij het in zijn hoofd haalt om van stel op sprong de molen te koop te zetten.

Elk verhaal heeft een tragisch randje, is een schets van een moment, een gedachte, een belevenis. Vaak met een suggestief einde. Aan de lezer staat het vrij om hier een conclusie aan te verbinden. De personages in het boek beleven allemaal hun eigen geschiedenis maar af en toe is er een raakvlak met een ander personage.

Tussen neus en lippen door wordt er even gezwaaid naar de beeldhouwer, tevens ex-moleneigenaar, in zijn rood-witte kano die voorbij vaart om vervolgens weer verder te gaan met waar ze mee bezig zijn. De in glitterjasje gestoken presentator van de playbackshow figureert in meerdere verhalen totdat hij in zijn eigen schets de hoofdrol mag vertolken. Als reclameboodschap schrijvende buitenstaander in zijn achtertuin.

In 2014 heb ik voor mijn doen veel debuten gelezen van vrouwelijke auteurs. Verfrissend, anders en iets om over na te denken. Dit boek past goed in dit rijtje. Door het verhaal te vertellen in aparte verhalen, elke keer met een ander personage in de hoofdrol, heeft het boek wel wat weg van een verhalenbundel. Ware het niet dat er wel degelijk verbanden zijn tussen de verschillende personages – de een speelt een al dan niet belangrijke rol in het verhaal van de ander – en alles draait om die ene jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Eigenlijk een beetje vergelijkbaar met De tienduizend dingen van Maria Dermoût. Over dit boek uit 1955 bestaat nog steeds de discussie of het een roman genoemd mag worden of juist een verhalenbundel is. Voor beide is wat te zeggen. Het maakt het leesplezier er niet minder om. Een dergelijke discussie maakt een boek juist bijzonder. De recensies die ik las over De kermis van Gravezuid prikkelden dan ook mijn nieuwsgierigheid. En terecht.

In 2014 won Hannah van Wieringen de Academica Literatuurprijs voor De kermis van Gravezuid.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2014

Het andere reizen

wpid-20141121_122521.jpgOver Buitenwereld, binnenzee van Auke Hulst (2014)

Het kleine boekje lonkte, zoals het daar, in zijn afwijkende formaat, stond op de plank met ‘nieuwe boeken’ in de bibliotheek. Op de voorkant een stad, in de verte vervagend. Doet een beetje denken aan Parijs, maar is Tokyo, compleet met de Tokyo Tower. Een grijze herfstdag wellicht of mist van zee? Van die auteur, van wie ik altijd nog eens dat andere boek wilde lezen, vaak aangeraden, nooit aan toegekomen.

Een reisboek is het. Met verhalen van een reiziger, die pas sinds een paar jaar reiziger is en de smaak te pakken heeft. In de kou van de vroege ochtend lees ik over de indian summer aan de oostkust van Amerika, de knisperende goudgele bladeren zoals die hier nu ook nog af en toe aan de bomen hangen. Over Myanmar, Noorwegen, Japan, Ethiopië. Stuk voor stuk plekken die tot de verbeelding spreken en waar Hulst niet zonder reden heen gaat. Want dat is het leuke, de reizen worden gemaakt met een doel. Een hele andere manier van reizen, een hele interessante manier van reizen.

In de voetsporen van Arthur Rimbaud reist Hulst naar Harar, Ethiopië en staat op de plek waar ooit het huis van de schrijver stond. In Japan logeert hij in het hotel dat hij zag op het witte doek, in de film ‘Lost in Translation’ die hij als “geloofsartikel ziet”. In Myanmar (toen nog Birma) waant hij zich een eeuw terug in de tijd als hij George Orwell achterna reist en als enige gast incheckt in een hotel dat niet meer veranderd lijkt te zijn sinds het land een Britse kolonie was.

Hij schrijft er kortere en langere verhalen over, belevingen, artikelen voor kranten. Een tekst doorspekt met citaten, boektitels, historische feiten voert de lezer mee naar het land in kwestie. Zo wil ik ook reizen, dacht ik toen ik de eerste verhalen gelezen had. Met een doel naar een bepaalde plek gaan. Landschappen op schilderijen terugvinden, staan in de verzengende hitte van de havenplaats in Jemen waar ruim 100 jaar geleden een bekende schrijver ook stond, het legendarische graf van Jack Kerouac bezoeken en geheel in stijl daar je blikje bier achterlaten. Ergens komen waar iets is gebeurd, een specifieke plek bezoeken die een rol heeft gespeeld in de wereldgeschiedenis, de kunst, de literatuur of ‘simpelweg’ in je familie. Niet alleen ergens heengaan omdat het daar mooi is, of warm of vanwege de gezellige terrasjes. Hoewel een combinatie natuurlijk altijd mogelijk is…

Enthousiast door alle verrassende beelden en inzichten sprak ik enkele dagen later een kennis. Hij herkende deze manier van reizen en vertelde over zijn reis naar Bobbio. Het plaatsje in Noord-Italië, ettelijke uren over kleine bergweggetjes verwijderd van de dichtstbijzijnde snelweg, diende als achtergrond bij één van de bekendste schilderijen ter wereld. Vanaf het kasteel, dat hoog boven Bobbio uittorent, heb je uitzicht op het bergachtige landschap dat vele mensen misschien niet eens opgevallen zal zijn, als zij zich in het Louvre verbazen over de geringe afmetingen van een van de beroemdste werken van Leonardo da Vinci: de Mona Lisa.

En waarom spreekt dit mij zo aan, deze verzameling verhalen? Hulst beantwoordt die vraag als hij het verschil tussen reisjournalistiek (de artikelen in de glossy’s) en reisliteratuur beschrijft:

“Het reismagazine verkoopt een exotische droom en de belofte los te kunnen komen van het eigen leven. Het is, linksom of rechtsom, reclame. Reisliteratuur kijkt achter de coulissen van de bezochte plaats én van de schrijver. Ze onderstreept, in haar meest geslaagde vorm, wat reisjournalistiek ontkent: dat je jezelf altijd meeneemt.”

Je leert jezelf kennen op een reis als je allerlei – zowel positieve als negatieve – nieuwe indrukken opdoet.

“Waar reisjournalistiek een buitenwereld laat zien die, zo is de suggestie, voor elke lezer te veroveren valt, laat de beste reisliteratuur ook iets van een binnenwereld zien, die onvermijdelijk uniek is.”

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2014

Het weidse platteland

wpid-20141010_123331.jpgOver Het land van Aukelien Weverling (2013)

De eerste trein, het was vroeg en donker. Het verse boek brandde in mijn tas. Een heel uur de tijd. De twee andere reizigers in de coupé bleken elkaar te kennen en bespraken enthousiast hun weekend, op het bankje achter me. Zul je altijd hebben. Gelukkig is daar nog de Ipod. Rustige klanken begeleidde mij op mijn tocht door een fictief stukje Nederland.

Ik maakte kennis met een boek over het weidse platteland waar nooit wat verandert. De gemeenschap, het geloof en het dagelijkse boerenleven staan centraal. Elke dag gaat over in de andere, seizoenen wisselen elkaar af, totdat er weer een nieuw jaar is aangebroken. Hier gebeurt niks is de ondertitel van het boek. De eerste alinea vat dit goed samen:

“Het eindeloos turen naar de einder in het groene grasland van een veenpolder waar geen eind aan leek te komen, zo plat, zo gelijkmatig, elke fantasie in turf gedroogd en opgebrand, en er was alleen maar die einder waar je naar kon turen en alles, alles om je heen rook naar koeienstront en vergane glorie.”

Meteen daarna krijgt de lezer tussen neus en lippen door echter ook de hint dat zo’n hechte gemeenschap ook zaken herbergt die minder saai en eentonig zijn:

“Nationaliteit, patriottisme, bekrompen wrok. Dit dorp had nooit andere buitenlanders gezien dan een handvol joden die al snel weer opgegeven waren voor een scheut diesel toen die zo schaars werd.”

In een afstandelijke je-vorm wordt het verhaal verteld, vanuit het perspectief van Betje Overveen, een meisje van een jaar of 12, boerendochter. De je-vorm is onderdeel van een verrassende stijl. Onderwerpen ontbreken vaak in zinnen, werkwoorden worden weggelaten en met woorden als ‘dus’ en ‘want’ passen gebeurtenissen en gevolgen vaak makkelijk in één zin:

“Kwam ook een keer thuis met kaugom in haar haren, waardoor haar Moe er de schaar doorheen halen moest, daarna kort haar dus een jongetje, dus alleen in een hoek van het schoolplein.”

Deze stijl maakte samen met de vaart die in het verhaal zit, dat ik het boek diezelfde dag nog uitgelezen heb, op de terugreis in de trein. In de weilanden die we passeerden zag ik Wakkum voor me. Ergens liep daar Betje, onrustig en verveeld. Niet tevreden met het leven dat ze leidde.

En dan gebeurt er iets in het dorp. Dorpsstraat 5 krijgt nieuwe bewoners. En hoewel niet-oorspronkelijke dorpsbewoners altijd argwaan opwekken, staat dit nieuwe gezin wel erg ver van de leefwereld van de Wakkumer bevolking af. Zij komen uit het buitenland. De afstand wordt door de auteur mooi beschreven door o.a. de gezinsleden te beschrijven in termen van “wat de moeder was, liep in doeken gewikkeld over het erf”.

Met de komst van dit gezin wordt iets in werking gezet dat uitmondt in een onverwacht einde. Geschokt las ik waar de jongere leden van die gemeenschap toe in staat zijn. Ik moest terugdenken aan een filmhuiszaaltje, een jaar of vijf geleden, waar in de Duitstalige zwart-wit film Die weiße Band een plattelandsdorpje vlak voor de eerste wereldoorlog opgeschrikt wordt door onverwachte gebeurtenissen waar de jongere leden van de gemeenschap een dubieuze rol in spelen. De generatie die volwassenheid bereikt als de tweede wereldoorlog begint. Ook hier wordt het verhaal heel afstandelijk verteld en speelt het geloof een grote rol.

Met deze film in mijn achterhoofd bekroop me bij het einde van het boek een wrang gevoel. Een eeuw maakt weinig verschil in een plattelandsgemeenschap. Alles blijft hetzelfde, het leven, maar ook de opvattingen en de angst voor het onbekende.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2014

De roep van de roerdomp

wpid-20140820_134547.jpgOver Een vlucht regenwulpen van Maarten ’t Hart (1978)

Afgelopen jaren heb ik veel boeken gelezen van Maarten ’t Hart, maar niet het werk waarmee hij doorgebroken is in 1978: Een vlucht regenwulpen. Het initiatief Augustus Klassieke Literatuur Maand van Sandra schrijft en leest was een goede aanleiding om toch eens dit boek uit de kast te pakken, waar het al jaren stond te verstoffen.

Meteen al op de eerste bladzijden was ik terug in de moestuin van Maarten. Ik zag de glazen kas met houten spanten en een uitbundig schijnende zon. Maarten zelf, in oude trui, dito broek en zonnehoedje, doet de deur open en loopt zijn moestuin in. Maartens moestuin: een televisieserie waarin Maarten door het jaar heen gevolgd wordt, terwijl hij groenten zaait, verzorgt, oogst, bereidt en opeet. Tussendoor leest hij wat voor uit een boek, geeft tips en maakt opmerkingen over vrouwen en Geert Mak. Heerlijk eenvoudig. In een verloren half uurtje even wegdwalen naar het simpele leven. Daar moest ik aan denken toen ik las over de kassen en de kwekers.

De hoofdpersoon in de roman heet Maarten en komt net als de gelijknamige schrijver uit een kwekersfamilie. Als hij niet op school zit, helpt hij zijn vader in de kassen. Druiven krenten, tomaten oogsten, bonen plukken. Op aandringen van de hoofdonderwijzer gaat hij naar de middelbare school en gedurende zijn schoolperiode wordt hij verliefd op Martha. De zwijgzame Maarten is echter geen held en hoewel hij een paar dappere pogingen doet, is dit avontuur tot mislukken gedoemd. Na zijn eindexamen gaat hij studeren. Biologie wordt het, dezelfde studie als de schrijver Maarten ’t Hart. Na een succesvolle studie promoveert hij en op zijn 30ste is hij professor.

Hoewel zijn maatschappelijke carrière zeer voorspoedig verloopt, zit het de sociaal-onhandige Maarten in zijn privéleven niet mee. Hij verlangt naar een vrouw. Gelukkig is hij wanneer hij bij een bruiloft Martha denkt terug te zien, maar het blijkt haar zus te zijn, met wie hij zelfs een afspraakje plant. In de aanloop naar het afspraakje bezoekt hij een reünie van zijn oude lagere school, waar hij Martha weer ontmoet. Ze wisselen meer woorden dan ze ooit gedaan hebben, maar zij is getrouwd, heeft kinderen en het contact blijft beperkt tot die ene avond.

Dit thema, het verlangen naar de onbereikbare vrouw, loopt als een rode draad door het boek. Een paar dagen later wacht op een congres in Bern de volgende (onbereikbare) vrouw op hem. Even is er de hoop, maar deze wordt al snel de grond in geboord als blijkt dat een collega-wetenschapper haar het hof maakt. Maarten denkt aan doodgaan en hoe makkelijk dat eigenlijk is in de bergen. Tijdens een wandeltocht komt de dood wel heel dichtbij. En daar, te midden van het natuurschoon van Berner-Oberland met uitzicht op de Eicher en de Jungfrau verzoent Maarten zich tenslotte met zijn situatie. Hij neemt het heft in eigen hand en door middel van een ansichtkaart zegt hij het afspraakje met de zus van Martha af.

De onbereikbaarheid van de vrouw en de onlosmakelijk daarmee verbonden eenzaamheid is geen nieuw thema in het werk van ’t Hart en komt regelmatig terug in zijn latere romans. Andere bekende thema’s zijn het geloof maar ook de natuur, iets dat uitgebreid aan bod komt in Een vlucht regenwulpen. De beschrijvingen van Maartens boottochtjes door het rietland, van de vogels en van de Zwitserse Alpen zijn talrijk en gedetailleerd. Mij spreekt het wel aan. Ik ben zelfs benieuwd geworden naar de roep van de roerdomp. Deze schuwe vogel maakt niet alleen in dit boek maar ook in het boek dat ik hiervoor las zijn opwachting (Waar de vogels vliegen (2011) van de Zweedse schrijver Tomas Bannerhed). De omschrijvingen verheffen het beest tot welhaast mythische proporties. Mocht je ooit het geluk hebben deze vogel te aanschouwen dan mag je je tot een klein groepje gelukzaligen rekenen. Helaas voor Maarten blijven zowel de vrouw als de roerdomp onbereikbaar.

Deze klassieker is zeker de moeite waard om ge- of herlezen te worden. Lees het boek in alle rust in de trein, voor je tent of gewoon op de bank terwijl buiten de regen tegen de ramen tikt. Het kabbelt voort, heeft mooie natuurbeschrijvingen en is mijns inziens een goede kennismaking met het werk van Maarten ’t Hart. Nieuwsgierig geworden? Haal dan de roman in november op in de bibliotheek. Het boek is dan gratis verkrijgbaar in het kader van ‘Nederland leest 2014’.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2014

Over mensen en andere dieren

Over Dagpauwoog van Eva Meijer (2013)

DagpauwoogDe hond in de sneeuw staart mij vanaf de cover aan. Ik sta voor het rek en herken de afbeelding van verschillende boekenblogs. Benieuwd naar dit “spannend, tragikomisch avontuur over mensen en andere dieren”, zoals de beschrijving op de achterkant belooft, gaat Dagpauwoog mee naar huis.

Nog voordat ik goed en wel in het verhaal zit valt de stijl op. Korte zinnen, afstandelijk, het is even wennen. De korte zinnen vertellen over gebeurtenissen die snel in elkaar overgaan. Te snel naar mijn smaak.

“Eerst droeg ik mijn leren schoenen nog omdat het me zonde leek ze weg te gooien, maar Marcel bleef er fronsend naar kijken, dus borg ik ze op in een doos.”

Iris Dagpauwoog, de hoofdpersoon, maakt een indrukwekkende transformatie door. De kunstenares van middelbare leeftijd, samen met haar hond op zoek naar rust in een klein dorpje aan zee, verandert, in zeer korte tijd, in een doorgewinterde dierenactivist. Ik mis een overgang, een gedachtestroom, de overpeinzing. Nu boet het boek voor mij in aan geloofwaardigheid. Dingen lijken abrupt te gebeuren.

Nadat ze haar buurman leert kennen, die dierenactivist blijkt te zijn, volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. Ze omarmt het gedachtegoed, helpt met promotieacties om het ideaal wijder te verbreiden. Van een onschuldige website, artikelen, interviews naar bompakketjes die bij slagers door de brievenbus worden gegooid. Zonder veel noemenswaardige twijfel of uitweiding wordt de kunstenares dierenactivist, veganist en zelfs terrorist. Na een onverwachte gebeurtenis slaat ze op de vlucht, wordt opgepakt en belandt in de gevangenis. En dan zijn we nog maar op de helft van het boek.

En toch, ondanks de abrupte stijl, weet het boek me dan toch mee te slepen in die voor mij onbekende wereld. Je vraagt je af of het wel goed gaat met de pakketjes, hoopt dat Iris en haar buurman niet gepakt worden op hun vlucht en bent nieuwsgierig naar het leven in de gevangenis. Ik betrap mezelf erop dat ik mijmer over het leven in een klein, rustig dorpje aan zee. Zou het wat voor mij zou zijn? Lange strandwandelingen, stilte, moestuinen, een praatje met een buurman. Dit alles in relatie tot een wereld die ik alleen ken van het nieuws. Wat zijn dat voor mensen, die dierenactivisten, wat maakt ze tot wat ze zijn? Wat beweegt ze om hun idealen op dergelijke radicale manieren aan de man te brengen?

Nu ik deze recensie schrijf, vind ik het nog steeds lastig om een eenduidig antwoord te geven op de vraag wat ik nu eigenlijk van Dagpauwoog vind. Het boek blijft in mijn gedachten ronddwalen, roept vragen op, zet aan tot nadenken. Verwarrend, en tegelijk een bijzondere gewaarwording, die twijfel. Eigenlijk brengt het boek bij mij teweeg wat de hoofdpersoon vooral aan het einde van het boek voelt: verwarring en twijfel. De wankele manier van schrijven (zoals een recensent het zo mooi beschreef) sluit hier naadloos op aan.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2014

Gemis in de Zwitserse bergen

Over De duimsprong van Miek Zwamborn (2013)

De duimsprongDe jury van de Opzij literatuurprijs schreef over De duimsprong: “Beklijft door de bijzondere combinatie van persoonlijke rouwverwerking en geschiedschrijving”. Deze combinatie zal de ene lezer afschrikken, de andere juist bekoren. Ik behoor tot de laatste categorie.

In het boek lopen twee verhaallijnen naast elkaar. De eerste in het heden, de tweede in het verleden. De plaats van handeling van beide verhaallijnen komt grotendeels overeen: Zwitserland. Een schitterend land waar ook ik vele bergwandelingen gemaakt heb. Alleen al vanwege de beschrijvingen van de Zwitserse Alpen heb ik het boek met veel plezier en herkenning gelezen.

Maar er was meer. In de roman wordt het verhaal verteld van twee bergbeklimmers, waarvan er één (Jens), na een bijna slecht afgelopen tocht, verdwijnt. Niemand heeft hem sindsdien meer gezien. De naamloze jonge vrouw blijft achter en gaat op zoek naar Jens. Ze bezoekt zijn lievelingsplekken: beklimmingen van toppen, maar ook musea en archieven op het gebied van de geologie. Tijdens haar zoektocht raakt zij steeds meer gefascineerd door de Zwitser Albert Heim (1849-1937), de eerste geoloog die de geologische structuur van de Alpen in kaart bracht.

De levensloop van Albert Heim neemt, naarmate de roman vordert, een steeds grotere plek in. De lezer wordt uitvoerig op de hoogte gebracht van zijn leven, werk, en daarmee  ook de geologie. Een, voor de meeste lezers, onbekende wereld. Heims leven, maar ook de zoektocht van de hoofdpersoon worden geïllustreerd door vele zwart-wit foto’s, sommige paginabreed, andere vaag en welhaast abstract.

De duimsprong is een boek over gemis en hoe tijd daarin een positieve rol kan spelen. Aan de hand van het landschap, van gebergten, laat de schrijfster zien hoe iets dat statisch lijkt wel degelijk in beweging is. “De gedaante van de aarde verandert onophoudelijk”. De hoofdpersoon had haar zoektocht naar Jens nodig om om te kunnen gaan met het missen. Als zij aan het graf van Albert Heim staat, realiseert de hoofdpersoon: “Jens voelde niet langer kwijt.” Of zoals het aan het begin van de roman zo mooi gezegd werd: “In de zee van tijd komt aan alles een eind.”

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2014