Jacobspad etappe 4: Groningen – Foxwolde

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 18 km
Startpunt: Groningen Centraal Station
Eindpunt: Peize carpoolplaats N372

Een jacobsschelp op de Jacobskerk aan het Jacobspad in Roderwolde

Een maand geleden eindigden we onze etappe op het Centraal Station in Groningen. Op een bewolkte en winderige dag in april pakken we hier de route weer op. Even daarvoor hadden we de auto achtergelaten in Peize, vlakbij de bushalte waar de bus naar Groningen stopt. Hier zou onze etappe van vandaag eindigen, een paar honderd meter van het Jacobspad.

In 20 minuten brengt de bus ons in Groningen en om 10 uur staat we voor het Groninger Museum. We zijn niet de enigen. Het is een drukte van belang op deze Stille Zaterdag. We pakken de route bij het museum op en lopen via het Emmaplein en een paar bruggen al snel richting zuiden. In het kanaal zien we verschillende roeiers tegen de wind in hun best doen, sommigen slechts gekleed in T-shirt. Het mag dan wel lente zijn, op een dag als vandaag is het nog wel erg koud!

Een roeier richting Groningen-centrum

Na een paar afslagen staan we in het Stadspark. Eigenlijk lusten we wel een kopje koffie – we zijn al een tijd onderweg inclusief auto- en busrit – als we op een terras aan het water stuiten. Het paviljoen heet Ni Hao, wat wel heel Chinees klinkt en we twijfelen of daar wel koffie te verkrijgen is. Een lid van de plaatselijke jeu de boules vereniging (die een niet onaardige trainingsplek hebben hier aan het water) ziet ons twijfelen. Met een “Daar hebben ze zeker koffie” wijst hij ons het bewuste paviljoen aan. Helaas blijkt het nog gesloten.

Het uitzicht op de trainingsplek van de plaatselijke jeu de boules vereniging

Door maar weer. Het valt ons op dat we vanaf het begin van deze etappe nog geen routeaanduidingen hebben gezien. Het bordje of sticker met schelp en kenmerkende blauw-gele kleuren ontbreekt. Pas als we het Stadspark weer uitlopen zien we de eerste sticker. Deze etappe kun je zeker niet zonder boekje lopen!

We lopen langs de stadsparkcamping en belanden dan tussen de volkstuintjes. De eersten lijken nog echt op tuintjes met af en toe een schuurtje. Maar naarmate we verder lopen begint het meer op een vakantiehuisjescomplex te lijken. Langs de lange weg liggen rechts en links huisjes in vele soorten en maten. De meesten afgezet met een hek, sommigen met kunstzinnige uitingen in de tuin. Echte volkstuintjes zien wij bijna niet.

Kunstzinnige brievenbussen bij het vakantiehuisjes/volkstuinencomplex Bruilweering

Over een onverharde weg lopen we Groningen nu echt uit en gaan De Onlanden binnen, een natuurgebied waar de ganzen, meeuwen en eenden naar hartenlust hun aanwezigheid laten blijken. We lopen langs een vaart met aan de rechterhand de wetlands van de Onlanden en aan de linkerhand een nieuwbouwwijk in aanbouw. Deze bewoners hebben geen verkeerd plekje uitgekozen met dit uitzicht.

Natuurmonumenten heeft aan de rand van dit natuurgebied een uitspanning, inclusief lammetjesschuur. Het is een drukte van belang op een van de eerste lammetjesdagen. Ouders met kinderen lopen heen en weer tussen schuur, speeltuin en restaurant waar de cappuccino lonkt. Ook wij zien onze kans schoon en zitten niet veel later tussen tientallen kleine kinderen aan onze eerste koffie van de dag.

Opgewarmd lopen we verder Drenthe in. We hadden de hoop op een bord met ‘Welkom in de provincie Drenthe’ (leuk voor de foto), maar dat zit er niet in. Op het fietspad dwars door het natuurgebied heeft de wind vrij spel en we doen ons best om met de tegenwind ons oorspronkelijke looptempo aan te houden. We zijn heel blij met een rijtje bomen dat af en toe opduikt.

Als we de N372 overgestoken hebben, wordt de weg wat beschutter. Bomen, speenkruid, kleine boerderijen, het landschap begint wat te veranderen. We steken het Peizerdiep over en stuiten op een Drents gedicht van Peter van der Velde, een schrijver die in 2004 in Roderwolde is overleden. Het beschrijft een winters tafereel. Eigenlijk hadden we hier een paar maanden eerder moeten lopen om het juiste uitzicht te hebben bij de tekst. Hoewel de wind ons nu ook flink door de kleren waait.

Niet heel veel later lopen we Roderwolde in. Het oogt als een ingeslapen dorpje met keurige voortuinen als visitekaartjes. Bloeiende magnoliabomen, beschenen door een voorjaarszonnetje, maken het geheel af. We lopen langs de olie- en korenmolen Woldzigt die er indrukwekkend bij ligt. De Hollandse luchten helpen ook een handje. Even verderop staat de Jacobskerk, waar een Jacobsschelp geen twijfel laat over de route die we aan het lopen zijn. Helaas zijn zowel molen als kerk gesloten. We hadden graag een kijkje binnen genomen.

De olie- en korenmolen Woldzigt is helaas gesloten

Net buiten Roderwolde komen we langs het Kleibosch, een aardkundig monument waar potklei aan de oppervlakte komt. Al in de middeleeuwen maakten monniken hier dankbaar gebruik van. Zij groeven dit af (tichelen) en maakten hier een soort bakstenen van. In dit natuurgebied komen nu nog zeldzame plantsoorten voor.

Het Moleneind brengt ons uiteindelijk weer op de N372, waar die morgen onze bus vertrok. We laten het Jacobspad achter ons en lopen door naar de carpoolplaats. De zon is inmiddels flink gaan schijnen en maakt de harde wind iets aangenamer. Een mooie etappe, concluderen we. De verwachtingen die we een maand geleden koesterden in de Starbucks op Groningen CS zijn zeker uitgekomen. De eerste kilometers in deze nieuwe provincie smaken naar meer.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Jacobspad etappe 3: Ten Boer – Groningen

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 21 km
Startpunt: Ten Boer bushalte Boltbrug
Eindpunt: Groningen Centraal Station

Bij de bushalte in Ten Boer begint onze wandeling

Een maand geleden eindigden we onze etappe in Ten Boer. Met een man minder beginnen we vandaag in deze Groningse plaats. De bus brengt ons in ruim 20 minuten vanaf Groningen Centraal op de plek van bestemming. Er is zon voorspeld en hoge temperaturen (13 graden!). Vol verwachting stappen we uit de bus.

Ten Boer blijkt net als meerdere plaatsjes waar we voorgaande etappes doorheen kwamen ook een echte kloosterkerk te herbergen. Bij een wereldwinkel die in een schitterende oude boerderij gevestigd is, slaan we af en komen via de achterkant bij de 13e-eeuwse kerk uit. Eens hoorde deze kerk bij het benedictinessenklooster van Ten Boer.

We lopen om de kerk heen en slaan een klein paadje in waar een bord ‘verboden voor onbevoegden’ ons enigszins aan het twijfelen brengt. De routeomschrijving zegt echter dat we hierin moeten en we lopen langs achtertuinen en voordeuren naar een pleintje met een waterput. Voor we het weten, staan we weer in de straat van de wereldwinkel en kijken tegen een oplaadpunt voor elektrische auto’s aan. Het voelt welhaast als een anachronisme. Samen met het levensgrote schaakbord en de huizen geeft het de kerk nu een heel ander aangezicht.

De kerk van Ten Boer met schaakbord

We lopen Ten Boer uit over een betonpad. Dwars door de weilanden komen we in Thesinge. Oude, kleine huisjes bevolken de straten. De molenaar begroet ons vanaf zijn molen. Bij de kloosterkerk bewonderen we het plaatje. Geflankeerd door vele grafstenen uit vervlogen eeuwen, sneeuwklokjes en knotwilgen staat dit 13e-eeuwse overblijfsel van het grote kloostercomplex Germania er idyllisch bij.

Ook Thesinge heeft een kloosterkerk

Als we het dorpje weer uitlopen, zien we in een boom bij een RUST-punt een bord hangen voor de pelgrims van het Jacobspad. Santiago de Compostela is nog maar 2960 km, meldt het. ‘845 uur gaans’ staat er optimistisch onder. Wij zijn blij als we vandaag Groningen CS halen. Het regent inmiddels zachtjes, van de voorspelde zon is nog niet veel te zien. We lopen snel verder.

Een aanmoediging voor de pelgrim op weg naar Santiago de Compostela

Aan de einder zien we al een tijdje een aantal kenmerkende gebouwen van Groningen. Als we bij het Bevrijdingsbos komen en een bord meldt dat we in het gebied Kardinge beland zijn, is het duidelijk. We hebben de rand van de stad bereikt. Kardinge ken ik van het transferium en de ijsbaan, maar het blijkt ook een prachtig natuurgebied te zijn. Hoewel ik 7 jaar in Groningen heb gewoond, ontdek ik bij elk bezoek weer nieuwe dingen.

Aan het begin van het Bevrijdingsbos eten we een broodje en – heel toepasselijk – Groninger Koek. Het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus op een marmeren steen houden ons gezelschap. Het bos is in 1995 geplant bij de 50-jarige viering van de bevrijding van Nederland. Het is een dankbetuiging aan de Canadese bevrijders van Groningen in april 1945. De bomen in het bos zijn esdoorns. Het esdoornblad (maple leaf) is het nationale symbool van Canada. Door het bos loopt een pad met stenen waarop de tien rechten van het kind te lezen zijn. Door het grijze weer komt het jammer genoeg niet echt uit de verf voor ons.

Na het bos lopen we door Noorddijk, het laatste dorpje voor Groningen. De Groningse wijk Lewenborg is er praktisch tegenaan gebouwd. Toch heb je hier het landelijk gevoel. Mooie uitzichten, authentieke huizen en wederom een oude kerk maken dat je vlak bij de stad toch ‘buiten’ woont.

Noorddijk ligt vlak bij de stad, maar is toch echt ‘buiten’ met dit soort uitzichten

Door een natuurgebied met loslopende paarden en koeien komen we bij het Kardingermeer en uiteindelijk het sportcomplex Kardinge. Het wordt steeds drukker. Nederlandse maar ook Duitse bussen rijden af en aan met kinderen die op zaterdag hun sportwedstrijden spelen.

Via de Gerrit Krol-brug komen we op bekend terrein

We vervolgen de route en lopen nu echt de stad binnen. De Gerrit Krol-Brug brengt ons in de Korrewegwijk. Een wijk waar veel studenten wonen. De zon is inmiddels doorgebroken en zonder de wind uit de weilanden is het heerlijk. Op straat is het een drukte van belang. In het Noorderplantsoen zit het terras van de uitspanning helemaal vol. Iedereen wil de eerste lentezon meepikken. Het groene gras is vermengd met het geel en wit van de krokussen en sneeuwklokjes.

Het Noorderplantsoen is bezaaid met krokussen en sneeuwklokjes

Groningen is voor ons bekend terrein en we besluiten de stadswandeling uit de route te laten voor wat het is. We maken een kleine trip down memory lane via de Oude Kijk in ’t Jatstraat (waar ik jaren gestudeerd heb), de Vismarkt, de Grote Markt en de Oosterstraat om uiteindelijk weer bij het station uit te komen. In de vroegere stationsrestauratie is nu een Starbucks gevestigd. In een statige interieur drinken we onze thee en sluiten een gezellige wandeling af over bekende en onbekende wegen.

De provincie Groningen was verrassend mooi. Molens, kerken, eeuwenoude geschiedenis en weidse landschappen in overvloed. Volgende keer staat er een nieuwe provincie op het programma. Ik ben heel benieuwd wat Drenthe ons voor verhalen brengt.

Nog een eindje te gaan tot aan Hasselt


Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Jacobspad etappe 2: Zeerijp – Ten Boer

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 18 km
Startpunt: Parkeerplaats Sportpark Bosweg Loppersum
Eindpunt: Centrum Ten Boer

Het kerkje van Eenum staat op een wierde
Het kerkje van Eenum op een wierde

Een maand geleden liepen we van Uithuizen tot voorbij Zeerijp. In hetzelfde gezelschap als die eerste etappe wandelen we vandaag vanuit Loppersum (waar we de auto parkeren) naar het punt waar we toen de route hebben verlaten. De temperatuur is aanmerkelijk hoger dan in januari en het zonnetje schijnt volop. Goede ingrediënten voor een fikse wandeling.

We hebben nog geen 500 meter gelopen als – net buiten Loppersum – ons een bord van de NAM opvalt, dat op een hek is bevestigd. We bevinden ons hier in aardbevingsgebied en het huis dat schuilgaat achter het hek lijkt onbewoonbaar verklaard. Op het bord staat een meldingsnummer, maar ook worden er ‘Roemeense bouwvakkers’ en ‘2e hands stacaravans’ gevraagd. Waarom het nu per se Roemeense bouwvakkers moeten zijn en of zij in die tweedehands stacaravans moeten gaan wonen, blijft ons een raadsel.

Jacobspad Uithuizen - Hasselt
Het eerste plaatsje dat we aandoen is Eenum, een klein dorpje van ruim 100 inwoners en uiteraard een kerk. Deze ligt op een wierde (een kunstmatige heuvel, opgeworpen om bij hoogwater een droge plek te hebben) en vormt hierdoor een opvallend punt. Het kerkje uit de 12e eeuw is de oudste bakstenen kerk van de provincie Groningen en een geliefde trouwlocatie. Dat geloven we graag als we via een klein paadje naar de wierde toelopen. De kerk wordt weerspiegeld in de plaatselijke ijsbaan, die er voor ligt. Een mooi gezicht.

Jacobspad Uithuizen - Hasselt

Via Kosters Toen (letterlijk: de tuin van de koster) lopen we het plaatsje weer uit en we wandelen al snel door Wirdum waar een bordje de weg wijst naar een paardenmelkerij. Geen gebruikelijk zuivelproduct en we vragen ons af of dat nu goed verkoopt, paardenmelk. Ik zie het in ieder geval niet bij de Albert Heijn in de schappen liggen. Misschien hadden we toch een liter mee moeten nemen, voor bij de lunch.

Jacobspad Uithuizen - Hasselt
We steken het Damsterdiep over en houden het water aan onze rechterhand. Zo wandelen we naar Garrelsweer en buigen af naar natuurgebied Hoeksmeer waar een gemaal en de poldermolen Meervogel al vanaf een afstand zichtbaar zijn. De molen blijkt een picknicktafel te hebben en we besluiten onze lunch hier te nuttigen, met uitzicht op de vele ganzen in het natuurgebied.

Jacobspad Uithuizen - Hasselt
Tot nu toe zijn we al meerdere wielrenners en fietsers tegengekomen. Veel meer dan tijdens onze eerste etappe. Die maand verschil merk je goed. Opvallend is dat elke fietser ons groet, of ze nu uit tegengestelde richting komen of ons achterop. De charme van het Groningse platteland.

Na de lunch lopen we richting Wittewierum, een dorp dat de lezers van Emo’s reis niet onbekend in de oren zal klinken. Abt Emo stichtte hier in het begin van de 13e eeuw een klooster met de naam Bloemhof. Hij kreeg echter een conflict met de bisschop van Münster over de eigendom van de kerk bij het nieuwe klooster. Hij besloot naar Rome te lopen om deze kwestie voor te leggen aan de paus. Dick E.H. de Boer beschrijft in zijn boek (2011) de reis die Emo aflegt.

Van het klooster, dat samen met een nabijgelegen klooster ruim 1000 monniken en nonnen huisvestten is niets meer over. Op de fundamenten van de oude kloosterkerk is de huidige kerk uit 1863 gebouwd. Omgeven door schots en scheef staande oude grafstenen, doet het geheel verlaten aan. Onvoorstelbaar dat dit gehucht met misschien een handjevol inwoners zo’n rijke geschiedenis heeft.

Jacobspad Uithuizen - Hasselt
We verlaten Wittewierum en de Kollerijweg voert ons naar Woltersum. Via de Bijbelgang en het Kerkpad komen we, uiteraard, langs de kerk. We lopen al snel het dorpje weer uit om aan onze laatste kilometers te beginnen richting Ten Boer.

Niet heel veel later komen bekende klanken ons tegemoet. Meat Loaf hadden we hier niet direct verwacht, maar Paradise by the dashboard light klinkt luider en luider. De muziek komt uit een schuur met de naam ‘Asshole garage’. Op de oprit staan drie potige mannen in stoere leren jacks. Motorrijders, concluderen we gelijk, als we hun uiterlijk zien. Ook de motoren ondersteunen die denkrichting. Op de achterkant van een van de jacks staat echter iets compleet anders: ‘Klus- en voegbedrijf MoWi Woltersum’. Ook op het bord in de tuin staat deze bedrijfsnaam.

Motorclub en klusbedrijf ineen? Het doet op de een of andere manier toch wat af aan de stoerheid. Ik overweeg nog om de mannen te vragen naar deze ongebruikelijke combinatie en of ze wellicht op de foto willen (leuk voor bij deze blogpost). Maar iets weerhoudt mij en ik loop toch door.

Met Ten Boer in zicht kijken we terug en concluderen dat het Groningse land met een zonnetje ook wel erg mooi is. Daarnaast staan er in het landschap niet alleen veel kerken (zoals bij de eerste etappe) maar ook veel molens. Met de kleine kerkpaden die we vandaag tegenkwamen was deze etappe misschien nog wel mooier dan de eerste. Volgende keer naar Groningen stad, ik heb er nu al zin in!

Het weidse Groningse platteland en een zonnetje vormen een mooie combinatie
Het weidse Groningse platteland en een zonnetje vormen een mooie combinatie

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Jacobspad etappe 1: Uithuizen – Zeerijp

Route: Jacobspad Uithuizen – Hasselt
Afstand: 19 km
Startpunt: Station Uithuizen
Eindpunt: Station Loppersum

jacobspad Uithuizen Hasselt
De korte roodwitte trein die vernoemd is naar de bekende Groninger zanger Ede Staal is zo-even gestopt in Sauwerd. Samen met nog twee andere mensen stappen we in en verdubbelen daarmee bijna het aantal passagiers op deze zondagochtend. We treffen er onze medewandelaar. Na de begroeting en een ‘hoe gaat het’, gebaart zij met een veelzeggende blik naar de deuren achter haar waar drie jongens staan die bij elk station met hun spiegelreflexcamera een foto maken van het stationsbord. Daarna volgt een foto onder de LED-balk in de coupé waarop continu de stations langskomen die we nog aan gaan doen. Met een wijzende vinger en een bijpassende grijns vereeuwigen ze zichzelf in Winsum, Baflo, Warffum en Usquert. “Ik denk dat het treinspotters op tienertoer zijn” zegt mijn medewandelaar.

Wij stappen in Uithuizen uit en vinden al snel de Jacobus de Meerderekerk. Het imposante gebouw vormt het beginpunt van het Jacobspad, een 208 km lang pelgrimspad langs Jacobuskerken in Groningen, Drenthe en Overijssel dat eindigt in Hasselt. Ik heb me voorgenomen dit pad in 2017 te lopen en hoop op een sportieve, gezellige, interessante en verrassende ervaring. Vandaag staat de eerste etappe op de planning en twee enthousiaste medewandelaars vergezellen me op deze etappe.

De Jacobus de Meerderekerk in Uithuizen is het beginpunt van het Jacobspad
De Jacobus de Meerderekerk in Uithuizen is het beginpunt van het Jacobspad

Ik had me voorgenomen ook de stempels te halen, zoals het een echte pelgrim betaamt. Op het bord bij de kerk staat een telefoonnummer dat, zo staat erbij, gebeld kan worden door de wandelaars die een stempel willen. De man die de telefoon opneemt weet meteen waar het over gaat maar moet zich verontschuldigen. Hij is ziek en er is geen vervanging. Daar gaat onze eerste stempel. Gelukkig is er later in deze etappe nog een stempeladres. Na wat foto’s van het pelgrimsmonument met ransel (een van mijn medewandelaars neuriet nu nog steeds het lied Turf in je ransel) vangen wij de weg aan.

jacobspad Uithuizen Hasselt
Het pelgrimsmonument met staf en ransel in Uithuizen

Door het uitgestorven dorp met verrassend veel kerken komen we bij de Menkemaborg uit. Het restaurant is helaas gesloten, maar de oprijlaan, de gebouwen en de tuin zien er indrukwekkend uit, zelfs op een grijze januaridag. In de slotgracht ligt een laagje ijs waarover de eenden, als ze ons zien aankomen, massaal komen aanwandelen, -glijden en -schuifelen. Ze zien in ons etengevers en kijken ons smekend aan. We moeten ze teleurstellen. Het brood dat we bij ons hebben willen we zelf opeten. We verwachten weinig horeca onderweg.

jacobspad Uithuizen Hasselt
Na de Menkemaborg ervaren we het Groningse platteland in volle glorie. Dwars door de weilanden volgen we een riviertje en via bruggetjes komen we in Oldenzijl aan. Een gehucht van 50 zielen, maar met een kerk. Het is opvallend hier in het Groninger land, waar je ook kijkt, je ziet altijd wel een kerk aan de einder.

De St. Nicolaaskerk in Oldenzijl
De St. Nicolaaskerk in Oldenzijl

Na Oldenzijl begint volgens het boekje de ‘Groninger Meseta’. De vergelijking van het Groninger hogeland met de Spaanse hoogvlakte van het Iberisch schiereiland brengt het uiteindelijke eindpunt van deze pelgrimsroute – Santiago de Compostela – een klein beetje dichterbij.  Voordat we ons wagen over de meseta nemen we eerst een pauze. Een van mijn medewandelaars heeft Terschellinger pondkoek meegenomen. Dat gaat er wel in! In het kwartiertje dat we op het bankje bij het kruispunt zitten, komen er welgeteld drie auto’s en een hardloper voorbij. Voor de rest is er de rust en de weidsheid van het Groninger hogeland.

We lopen verder langs eenzame boerderijen en omgeploegd akkerland. Hier en daar zien we de restanten van de suikerbieten nog liggen. Dan is daar in the middle of nowhere een boerderij met vlaggen, een huifkar achter een trekker en – tot onze verrassing – een bordje met ‘open’. Het is de17e eeuwse boerderij ‘De Diek’n‘, een groepsaccommodatie waar je kunt overnachten, vergaderen, trouwen, maar ook een kopje koffie kunt drinken. We luiden zoals aangegeven de rode bel en al snel komt er iemand. Genietend van een cappuccino prijst de vrouw het wandelweer. Wij spreken onze verwondering uit dat zij open is. “Dat doen we voor wandelaars zoals jullie. Na weer en wind is iets warms wel prettig.” We kunnen het alleen maar beamen.

Boerderij 'De Diek'n'
Boerderij ‘De Diek’n’

Na de cappuccino lopen we richting Zeerijp en al snel zien we de imposante Jacobuskerk. De deur staat open en we nemen een kijkje. Het bijzondere interieur, het grote orgel en de akoestiek maken indruk. We zetten wat in het gastenboek en gaan dan op zoek naar ons stempeladres.

De Jacobuskerk in Zeerijp
De Jacobuskerk in Zeerijp

Volgens de site van het Jacobspad woont de koster op Borgweg 44a en, zegt de site, “ons is verzekerd dat deze koster bijna altijd thuis is.” Vol goede moed volgen we de aanwijzingen op en lopen bij nummer 44a  om de boerderij heen, totdat we een achterdeur tegenkomen. Er zit een groot raam in, maar er is geen bel. Binnen begint een oude mevrouw net aan haar lunch. Ons kloppen doet haar verschrikt opkijken. Als ik het routeboekje omhoog houd, knikt ze en schuifelt ze naar een kastje in de woonkamer. Met stempel en stempelkussen komt ze terug. “Wil je zelf de stempel zetten?” vraagt ze me,  “Ik heb mijn leesbril niet op”. En zo was daar toch nog onze eerste stempel.

Onderweg terug naar de route komen we veel mooie en aparte huizen tegen, vaak met een grote schuur eraan vast. Sommige doen qua stijl aan Art Deco denken. Niet iets wat ik direct verwachtte in deze contreien. We lopen verder het dorp uit en verlaten op de Bosweg het Jacobspad om af te buigen naar station Loppersum. Hier hebben we vanochtend vroeg onze auto geparkeerd. Vol spanning over wat de route ons zou brengen.

Station Loppersum 's morgens om 9.00 uur
Station Loppersum ’s morgens om 9.00 uur

Het heeft ons aangenaam verrast. De rust, de vergezichten, de kerken en de geschiedenis. Ik heb de smaak te pakken. Volgende keer etappe 2, die van Zeerijp naar Ten Boer loopt. Geen stempels naar het schijnt, maar wel weer het verrassende Groninger land.

Benieuwd naar de andere etappes van het Jacobspad Uithuizen – Hasselt? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Een neushoorn cadeau

'De Leidse Rhinoceros' door Johann Dietrich Findorff
‘De Leidse Rhinoceros’ door Johann Dietrich Findorff

Je zou het maar cadeau krijgen. Attent, zeker. Niet alledaags. In een bepaald opzicht ook nog wel schattig. En niet onbelangrijk, je kunt er de blits mee maken, back home. Voor die paar praktische bezwaren wordt wel een oplossing gevonden. Want wie wil er nu niet een neushoorn als huisdier?

Jan Albert Sichterman (1692 – 1764) mocht zich in 1738 tot een van de gelukkigen rekenen. Hij kreeg een baby-neushoorn als relatiegeschenk. De directeur van de VOC-vestiging in Bengalen (India) heeft een aantal jaar genoten van het dier. Het was tam en liep vrij rond in en om het huis van Sichterman. Je kan je voorstellen dat het een leuk vermaak was voor de directeur en zijn gezin.

Toen de neushoorn drie jaar was, was de schattigheid er wel af. Neushoorns zijn redelijk kolossaal vergeleken met de gemiddelde huishond. Ongetwijfeld met pijn in zijn hart, want je gaat toch wennen aan zo’n huisdier, deed hij het beest cadeau aan de Nederlandse kapitein Douwe Jansz. Mout van der Meer, die er wel brood in zag. Samen met Clara, zoals de neushoorn inmiddels heette, reisde hij heel Europa door. Zij was de vijfde levende neushoorn in dit werelddeel en maakte faam door gewoon zichzelf te zijn: een neushoorn.

Van heinde en ver kwamen de mensen om een glimp op te vangen van Clara. Onder hen hoogwaardigheidsbekleders en zelfs vorsten. Er werden brieven, gedichten en liederen over haar geschreven. Haar portret is nu nog te vinden op diverse tekeningen, gedenkpenningen, Meissen porselein en schilderijen. De Franse marine doopte een oorlogsschip “Rhinocéros”. Het ging zelfs zover dat Clara in Parijs de haardracht van de dames beïnvloedde. Een ‘coiffure aux rhinoceros’ was een tijdje een grote hit.

Kortom, een carrière waar menig neushoorn jaloers op zou zijn. Maar roem eist ook zijn tol. Waar een wilde neushoorn gemiddeld 50 jaar wordt, sterft Clara op 20-jarige leeftijd. Op reis in Engeland. Na jaren van groot succes verdwijnt Van der Meer in de vergetelheid. Clara echter, geniet tot op de dag van vandaag een zekere bekendheid. In de afgelopen decennia zijn er verschillende tentoonstellingen geweest waarin zij een rol speelde. Tot vorig weekend zelfs was haar beeltenis te zien in een Nederlands museum.

Ik zag haar op de laatste dag van de tentoonstelling Koning van Groningen. Jan Albert Sichterman (1692-1764) in het Groninger Museum. Ik kende haar niet, maar raakte gefascineerd door haar verhaal. Ruim 250 jaar na haar dood weet Clara nog steeds de mensen te boeien met haar charmante verschijning.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.