De museummedewerkster

Leunend op haar stok wijst ze naar een met allerhande stoffen bloemen versierde hoed in de vitrine. “Die zouden ze bij ons op doen met carnaval!” roept de man met Brabants accent uit. Zijn vrouw knikt instemmend. De zuidelijke toeristen dwalen nog wat door de zaal met klederdracht en met een vrolijk ‘houdoe’ lopen ze weer de gang in. Dan krijgt de museummedewerkster ons in het oog.

We bevinden ons in Nunspeet, in het Noord-Veluws Museum. Ons hoofddoel is de tentoonstelling van de werken van Chris ten Bruggen Kate (1920-2003), de magisch-realistische schilder, wiens werken, de laatste keer dat ik in dit museum was, grote indruk maakten. De hele benedenverdieping is aan hem gewijd. Luchten in verschillende kleuren stralen je tegemoet. Van diep-oranje, intens geel, via nachtblauw, zeegroen naar donkerrood.

Chris ten Bruggen Kate Noord-Veluws Museum
De landschappen zijn stuk voor stuk geschilderd in een typerende stijl. Sterk vereenvoudigd, badend in een magisch licht staan bomen, huisjes en af en toe een hooiberg aan de horizon. Het zijn vaak onbekende landschappen, maar ook de IJssel en Urk hangen er tussen. “Hij schildert de natuur niet zoals hij is, maar zoals hij zou moeten zijn” vertelt Lenie, de vrouw van de kunstenaar, op een video.

Chris ten Bruggen Kate Noord-Veluws Museum
Ik ben onder de indruk. En mijn medebezoekers ook, aan de enthousiaste uitroepen te horen. Missie geslaagd! Een verdieping hoger maken we nog een rondje langs de vaste collectie en werpen tot slot nog een blik in de zaal met de klederdracht. Eigenlijk niet onze cup-of-tea, maar ja, we zijn er toch.

Langs de Brabanders lopen we verder de zaal in en worden aangesproken door de oudere dame met stok. Op haar rode gehaakte vestje valt het oranje lintje bijna weg. Moeiteloos vervolgt ze haar verhaal over de versierde hoed, die helemaal niets met carnaval te maken heeft. Oorijzers, kapjes, mutsjes, mofjes, ze weet er alles van en deelt dit graag met ons.

Van de klederdracht is de stap klein naar de meekrap (een kleurstof) en de eekschillers (letterlijk: het schillen van een eik, de bast van de eik werd in de leerlooierij gebruikt). Enthousiast vertelt de oudere dame geschiedenissen die ze uit de eerste en tweede hand vernomen heeft. Verhalen uit deze streek. Het zou zo input kunnen zijn voor een levensverhaal of een roman.

Als we later in het museumcafé nog nagenieten van deze onverwachte twist in ons museumbezoek, zien we de museummedewerkster weer. Ze heeft lunchpauze en drinkt samen met haar collega’s een kopje koffie. We vangen woorden op als ‘jong stel’ en ‘eekschillers’. We kijken elkaar aan en concluderen met een zwijgende glimlach dat niet alleen wij genoten hebben van de ontmoeting.

Ook benieuwd naar de werken van Chris ten Bruggen Kate? De tentoonstelling is nog tot en met 11 juni 2016 te zien in het Noord-Veluws Museum. Collega-blogger JannieTR bezocht de tentoonstelling in maart en was ook erg enthousiast. De tentoonstelling Veluwse streekdracht in beeld is tot en met 5 juni 2016 te bezoeken.

Het huis van het boek

Monnik in Museum MeermannoVoorovergebogen zit hij in zijn bankje. Zijn gezicht gaat schuil achter de kap van zijn monnikspij. Er hangt een serene atmosfeer in deze ruimte. De Gregoriaanse muziek, de flakkerende kaarsen, het schemerduister: het helpt hem om rustig te worden, om het geduld op te brengen voor zijn werk. In zijn rechterhand een ganzenveer, waarmee hij beheerst lijntjes op het papier zet. Als hij zijn veer in de koehoorn met inkt doopt, wordt even zijn pols zichtbaar. Een zilverkleurig horloge – met stopwatchfunctie – glinstert in het kaarslicht.

We bevinden ons op de zolder van het 18e-eeuwse pand aan de rand van het Haagse Malieveld waar Museum Meermanno sinds jaar en dag gevestigd is. Voorheen het optrekje van een baron, maar sinds 1852 het huis van het boek. Voor een boekenliefhebber als ik, een must om eens heen te gaan. De collectie varieert van eeuwenoude handschriften, miniatuurboekjes, o.a. tentoongesteld in een miniatuurbibliotheek mèt geheime boekenkast tot de e-reader en het dikste boek ooit gedrukt. In de 19e-eeuwse boekzaal kan menig bibliofiel zijn hart ophalen.

Op dit moment is er de tentoonstelling ‘Het boek van binnen’ over de ontwikkeling van het boek, van kleitablet tot het boek van de toekomst. We volgen de geschiedenis en komen bij de gedrukte werken Histoire de la Reine du Matin & de Soliman Prince des Genies tegen. Het valt op door de prachtige versieringen in de art nouveau traditie. Het is een uitgave gedrukt in 1909 door Eragny Press van Lucien en Esther Pissarro.

Gérard de Nerval in Museum Meermanno
De auteur is de Franse dichter en schrijver Gérard de Nerval (1808 – 1855), pseudoniem van Gérard Labrunie. In de jaren 40 van de 19e eeuw reist hij een jaar door de Oriënt. In 1851 verschijnt Voyage en Orient, een kloek boekwerk over zijn omzwervingen in het Midden-Oosten. Het boek dat wij zien liggen is een van de verhalen uit dit boek, dat overigens ook in het Nederlands is vertaald. Geerten Meijsing, bewonderaar van de Nerval zegt over het boek het volgende: “Hij schreef het mooiste Frans, schitterend en lucide. Bovendien waren het van die geheimzinnige verhalen.” Nieuwsgierigmakende zinnen.

Maar ik ruk me los van de koningin van de ochtend en bekijk de andere tentoongestelde werken. Gelijk met ons op gaan een enthousiaste 50-er en zijn Aziatische metgezel. In het Engels legt hij aan haar uit wat er in de vitrines getoond wordt. Hoe hoger we in het gebouw komen, hoe enthousiaster hij wordt. Zij toont weinig emotie. Wellicht onder de indruk van zijn verhalen.

Op zolder zien we hem in een monnikspij, voorovergebogen in zijn houten bankje. Hij hangt zijn ganzenveer echter al snel aan de wilgen. Een ruimte verderop vinden we hem terug, achter een drukpers. Enthousiast discussiërend met de drukpersspecialiste over de letter V. Kort geleden was hij in het Gutenberg Museum in Mainz, maar hij had veel beter gelijk hierheen kunnen gaan. Dit museum overtreft zijn Duitse tegenhanger op alle fronten!

Na een tijdje laten we de drukpers en fans voor wat ze zijn en lopen, voorzien van drukpersbedien-ervaring en een boekenlegger als bewijs, via het sierlijke rondlopende trappenhuis weer terug naar de ingang. In de museumwinkel zien we de enthousiasteling terug. Hij complimenteert de medewerker achter de balie met het mooie museum. “Niet te vergelijken met Gutenberg”. Wij bekijken hem met een glimlach en geloven hem op zijn woord – hoewel we nu wel een beetje nieuwsgierig zijn geworden naar dat Duitse museum. Met de inkt op onze vingers openen we de zware voordeur en nemen ons voor om hier nog eens terug te komen.
Boekenlegger Museum Meermanno
Wil je je onderdompelen in de geschiedenis van het boek, schrijven met een ganzenveer en aan de slag met een drukpers? Bezoek dan ook Museum Meermanno. Een must voor elke boekenliefhebber, maar dat is mijn persoonlijke mening.

Het nieuwe land

Museum van Nieuw Land
Op de vraag wat we tijdens ons dagje weg gingen doen, antwoordde mijn vriendin direct: naar een museum in Flevoland. Zij had mijn terugblik op 2015 over ‘Elke Maand Een Museum’ gelezen en vond dat een museum in ‘haar’ provincie niet mocht ontbreken. Op de eerste zondag van 2016 togen wij dus naar Lelystad om ons onder te laten dompelen in de geschiedenis van het nieuwe land.

Naast de Bataviawerf ligt het museum van Nieuw Land. In het modern vormgegeven gebouw is letterlijk de hele geschiedenis van Neerlands twaalfde provincie te vinden. Duizenden jaren wordt deze plek al bewoond. De bewoners hebben hun sporen nagelaten. We lopen langs pijlpunten, aardewerk, maar ook skeletten, liggend in hun eeuwenoude graf.

We zijn echter vooral geïnteresseerd in de recente geschiedenis van Flevoland, het verhaal van de inpoldering. Het zogenaamde Zuiderzeeproject, waarbij onder leiding van ir. Cornelis Lely de Zuiderzee getemd werd. In de tentoonstelling Polderen! Verleden en toekomst van het Zuiderzeeproject worden we op onze wenken bediend. Op golvende tijdlijnen is de geschiedenis te lezen. Objecten als klompen en gereedschap dienen als illustratie. Het is een fascinerend verhaal. De creatie van de ideale maatschappij.

Onderweg in de auto ernaartoe waren we al enthousiast geworden. Mijn vriendin kent mensen die vanaf het begin in de polder hebben gewoond. Zo lang is het tenslotte niet geleden. In de Tweede Wereldoorlog viel bijvoorbeeld de Noordoostpolder droog en na de oorlog werd begonnen met uitgifte van grond. Oostelijk en Zuidelijk Flevoland volgen in de jaren 50 en 60. Terwijl we over lange rechte weggetjes langzaam Lelystad naderen, passeren verhalen over hoe de selectie gemaakt werd de revue. Wie wel in aanmerking kwam voor een boerderij in het nieuwe land en wie niet en waarom.

De Noordoostpolder werd ingericht met een visie. Er werd niet alleen nagedacht over het landschap. Hoe er één centrale plaats moest zijn (Emmeloord) met daaromheen tien kleinere dorpen. Alles moest op fietsafstand zijn, want de arbeiders moesten op hun werk kunnen komen. Er werd ook nagedacht over de maatschappij. Het moest een afspiegeling zijn van het Nederland van die tijd. Elke kerk (katholiek, protestants en gereformeerd) diende gelijk vertegenwoordigd te zijn. De inwoners moesten bewezen vakbekwaam zijn, een goed huishouden kunnen voeren, sociaal betrokken zijn. Dit sociale aspect is nu nog steeds aanwezig. Veel mensen zijn betrokken bij allerlei verenigingen en dorpsactiviteiten. Ook mijn vriendin en haar gezin.

Museum van Nieuw Land
In het museum vinden we ook de verhalen van de inwoners. Waarom wilden zij naar die nieuwe provincie? Kostte het veel moeite om in aanmerking te komen? Hoe doorstonden zij de selectie? En natuurlijk, hoe beviel het leven in de polder? Was het wat zij ervan verwachtten? Met foto’s, brieven en documenten krijgt de bezoeker een beeld van die tijd. Zo anders dan nu en toch zo kort geleden. Het zijn mensen die je nu nog tegen kunt komen bij de bakker.

Als buitenstaander zag ik de polder niet anders dan als een het land van vergezichten, kaal met hier en daar een boom, met lange, rechte wegen waar je altijd wind tegen hebt. Een bezoekje aan een museum (en een gesprek met een inwoner) laat je dat uitgestrekte land met hele andere ogen bekijken. Eva Vriend heeft er een boek over geschreven, Het nieuwe land (2013) Het staat al een paar jaar in mijn kast. Hoog tijd om eens in te beginnen.

Met het museum van Nieuw Land kan ik een museum in Flevoland afstrepen. Blijft er nog één provincie over. Helaas ligt Limburg niet naast de deur. Maar wie weet, het jaar is nog maar net begonnen.

2015: het jaar van ‘Elke Maand Een Museum’

Elke maand een museum logo
Toen 2015 net 11 uur oud was ging ik de uitdaging ‘Elke Maand Een Museum’ aan. Letterlijk elke maand een museum bezoeken, waaronder eentje in het buitenland. Wie wilde kon meedoen en tips waren welkom. De reacties waren overweldigend. Veel tips en mensen die zich aangemoedigd voelden om dit jaar toch maar weer eens een museum te bezoeken. 2015 is inmiddels bijna ten einde. Tijd om de balans op te maken.

Uiteindelijk heb ik niet elke maand een museum bezocht, in juni en december is dit niet gelukt. Maar in totaal heb ik dit jaar toch 19 musea bezocht, waaronder een buitenlands museum. Gemiddeld ruim anderhalve museum per maand! Er waren drie andere mensen die een of meerdere malen meegedaan hebben met de EMEM-uitdaging: Femke Knoop, Jannietr en DaniëlleSabine.

De bezochte musea van alle deelnemers bevonden zich door heel Nederland. In bijna elke provincie is een museum bezocht. Alleen Limburg en Flevoland ontbreken. De bezochte musea in het buitenland staan in Antwerpen en Osnabrück. Musea die meerdere keren bezocht zijn door de deelnemers zijn het Groninger Museum (2 maal), Museum De Fundatie (2 maal), Stedelijk Museum Zwolle (2 maal) en het Noord-Veluws Museum (2 maal). In maart werden de meeste musea bezocht.

Kasteel Het Nijenhuis en Museum IJsselstein
Kasteel Het Nijenhuis en Museum IJsselstein

Ikzelf kijk terug op een interessant museumjaar. Ik kwam in bekende, maar ook in veel onbekende musea. Het museum dat de meeste indruk maakte was het Felix-Nussbaum-Haus door de combinatie van architectuur, tentoongestelde werken en het levensverhaal van Nussbaum. Mocht je in Osnabrück zijn, reserveer dan ook een uurtje voor dit museum dat op een paar minuten lopen van het oude centrum ligt. In Den Haag lag het kleinste museum dat ik bezocht: het Louis Couperusmuseum. Dit was tevens het enige museum waar we moesten aanbellen om naar binnen te kunnen. Het oudste gebouw waarin een museum gevestigd was, was het 14e eeuwse Kasteel Het Nijenhuis. Het nieuwste museum was het Noord-Veluws Museum. Het was net een half jaar open, toen wij het bezochten. Het meest aansprekende museumcafé (sfeer, menukeuze, en uiteraard de cappuccino) vond ik toch wel Grand Café Clusius in de Hortus Botanicus in Leiden.

Van elk bezoek verscheen een blogpost, waarvan de ene aanmerkelijk populairder was dan de andere. De blogpost die het meest gelezen werd, beschreef het surrealistisch klavecimbel in Kasteel Het Nijenhuis in Wijhe. Op de tweede plaats staat ‘De stad in beweging‘ over een tentoonstelling in Museum IJsselstein, op de voet gevolgd door de blogpost over het Noord-Veluws Museum: ‘Magisch-realisme op de Veluwe‘.

Drents Museum, Noord-Brabants Museum en Keramiekmuseum Princessehof
Drents Museum, Noord-Brabants Museum en Keramiekmuseum Princessehof

Ik ben niet alleen naar de musea gegaan. Er was altijd wel iemand te vinden die mee wilde: een echtgenoot, zussen, vriendinnen, ouders, zelfs een oud-collega heeft me ‘haar’ museum laten zien. En tijdens een familiedag was – juist – het museum the place to be! Ook waren er een paar keer kinderen bij in de leeftijd van 1 tot en met 8. De betreffende musea waren er goed op ingespeeld (Museum IJsselstein, Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden) en boden o.a. zelf te bouwen suikerklontjessteden, oud-Hollands speelgoed en vluchten op de rug van een gans aan. Het valt me op dat er tegenwoordig steeds meer musea zijn die ook een programma aanbieden voor kinderen. Een goede ontwikkeling en slimme investering in de toekomstige museumbezoeker.

Nederland heeft ruim 400 musea. Ik heb daar dit jaar nog geen fractie van gezien, om maar niet te spreken over de musea in de landen om ons heen. Volgend jaar ga ik gewoon door met mijn museumbelevingen. Niet meer onder de noemer ‘Elke Maand Een Museum’, maar er zal zeker regelmatig een blogpost verschijnen over datgene wat mij opviel, toen ik door een onbekend of iets minder onbekend museum liep. Er zijn een paar musea die ik volgend jaar zeker wil bezoeken: het dit jaar geopende MORE in Gorssel met o.a. de modern realistische collectie van Hans Melchers. Daarnaast Museum Meermanno in Den Haag waar ik als boekenliefhebber nog nooit ben geweest. Daar moet hoognodig verandering in komen. En als laatste het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, dat dit jaar al op het programma stond, maar waar op het laatste moment het Noord-Brabants Museum voor in de plaats kwam (overigens ook geen verkeerde keuze).

Ben je benieuwd naar alle museumbelevingen? Een overzicht van alle door de EMEM-deelnemers bezochte musea vind je hier.

Op de bodem van de sloot

Afbeelding: tripadvisor.nl
Afbeelding: tripadvisor.nl

Voor ons kronkelt het pad het schemer in en verdwijnt in een bocht. Het is stil. Er zijn nog weinig bezoekers op dit uur. Na een paar passen doemt rechts een klein zilverkleurig visje op. Aan de linkerkant zijn tussen de waterplanten de poten van een eend te zien. In mijn ooghoek zie ik wat bewegen. Lippen worden zichtbaar, een tong. Ik voel een klein handje in mijn hand knijpen. “Is niet echt?” vraagt een onzeker stemmetje. Hij heeft ook de beweging gezien en probeert zichzelf ervan te overtuigen dat het geen echte koe is die van het slootwater drinkt. Dat is alleen wel erg lastig, die bek lijkt angstaanjagend echt. En hij beweegt!

Voordat wij afdaalden naar de bodem van de sloot had zijn moeder hem nog even apart aangenomen. “Alles wat je zo direct ziet is niet echt. De visjes niet, de eendjes niet. Ze zijn allemaal nep.” Hij had ernstig geknikt. “Allemaal nep”, had hij nog herhaald. Eenmaal in de sloot sloeg echter de twijfel toe. Die vissen leken best wel echt. En die eenden. En nu een bewegende tong. Hij hoopte vurig dat zijn moeder gelijk had.

Wij bevinden ons op de onderste verdieping van het Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden. Zonder nat te worden volg je het kronkelende pad dat je langs allerlei dieren in en om de sloot voert. Zoals het een echte sloot betaamt is het schemerig en ontbreken ook de oude fietsen, verloren schoenen en wat dies meer zij, niet. Je loopt zelfs onder een roeiboot door. Voor kinderen een leuke en soms ook wel spannende mogelijkheid om op een andere manier naar de natuur te kijken. En dat is pas het begin van de ontdekkingstocht door dit museum.

Een museum dat niet onbekend is. Vroeger kwamen wij hier vaak. De opgezette vogels waren fascinerend, maar ook het geraamte van de walvis. Op bepaalde dagen kon je je eigen fossielen maken uit gips en ik heb er een keer een dierenambulance van binnen gezien. De sloot kan ik me niet herinneren, misschien bestond deze toen nog niet. Mijn zussen en ik zijn het over één ding eens: het gebouw leek toen wel een stuk groter.

Op de regenachtige zondagmorgen uit het heden lopen wij na de sloot met twee kleine jongetjes de bekende trappen op. Het walvisgeraamte is er nog. De imposante bek maakt indruk. Het zachte vel van de zeehond nog wat meer. En de knopjes waarmee je geluiden tevoorschijn kunt toveren. De opgezette krokodil verderop beweegt niet, maar lijkt toch bedrieglijk echt. Het opgezette poesje dat op een bankje ligt te slapen is alleen maar lief.

Net als we deze museumochtend willen afsluiten met koffie en limonade, zien we ‘onze’ sloot vanuit een heel ander perspectief. Op de rug van een gans kun je, net als Niels Holgersson, over de Friese weilanden vliegen. Onze belangstelling hiervoor blijkt iets groter te zijn dan die van de twee broertjes. We vinden ze terug bij de pissebedden. Als je één en drie bent, zijn pissebedden nu eenmaal beter te behappen.

Wil jij ook over de bodem van een sloot lopen of je Niels Holgersson wanen? Bezoek dan ook het Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden. Tot en met 3 januari 2016 is hier ook nog de voor Nederland unieke tentoonstelling Animal Inside Out te zien (voor kinderen vanaf 6 jaar). Het is een “anatomische safari” langs allerlei dieren, zoals haaien, geiten, koeien, een olifant en zelfs een giraffe.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.

Fotografische wereldreis

wpid-20151028_132403.jpg
Een foto is een momentopname van een heden dat nu geschiedenis is. Iets dat was, kort of lang geleden, maar nu niet meer is en alleen maar voortleeft in de herinnering van mensen. En ook op foto’s. Gelukkig maar. De meeste foto’s overleven namelijk hun makers en ook de herinneringen van de mens. Een klein stukje geschiedenis gevangen tussen vier randen, soms in kleur, maar ook nog vaak in zwart-wit.

Afgelopen weekend waren wij getuige van kleine brokjes geschiedenis, het ene brokje iets ouder dan het andere. Museum de Fundatie heeft twee foto-exposities ingericht in tegenover elkaar liggende vleugels. Exposities van foto’s van twee vrouwelijke fotografen. Allebei Duits, de ene overleden, de ander niet. De jongere de herontdekker van de oudere. Elke foto in zwart-wit, maar per vleugel compleet verschillende onderwerpen. Van schommels in een vooroorlogs Palestina en sloppenwijken in het London van de jaren 30 tot Duitse beroemde politici in de 80-er jaren en de val van de muur.

De foto’s van Ellen Auerbach (1906 – 2003) deden me het meest. Stukjes wereldgeschiedenis gevat in een eenvoudige houten lijst. Geboren in Duitsland in 1906 komt Ellen via Palestina en Engeland uiteindelijk in het Amerika van de jaren 40 terecht. Als jonge vrouw raakt ze geïnteresseerd in de fotografie en begint samen met zakenpartner Grete Stern een fotostudio. Een ongekende stap voor vrouwen eind jaren 20 van de vorige eeuw. Als Hitler de macht grijpt in Duitsland, wordt het te gevaarlijk voor de Joodse Ellen en emigreert ze naar Palestina. Ze woont daarna een tijdje in Engeland om zich uiteindelijk in de Verenigde Staten te vestigen. Het fototoestel houdt ze tijdens haar omzwervingen altijd bij zich.

Dit resulteert in een grote collectie foto’s van het alledaagse leven op verschillende continenten en gedurende een groot deel van de 20e eeuw. De titel van de tentoonstelling: Ellen Auerbach Berlijn – Tel Aviv – New York. Een fotografische wereldreis is dan ook goed gekozen. Het intrigeert en dat is precies wat de foto’s ook doen. Een aantal zijn me bijgebleven.

'Schommels' (Gronxadar, Palestina) 1933-36 en 'Sloppenwijk' (Londen) 1936
‘Schommels’ (Gronxadar, Palestina) 1933-36 en ‘Sloppenwijk’ (Londen) 1936

De schommels in Palestina vormen niet alleen een bijna abstract beeld, maar laten ook een onbezorgdheid zien van een gebied dat zoveel te verduren had en nog zou krijgen. De mensen op de trappen van een huis in een Londense sloppenwijk geven een mooi tijdsbeeld. De foto door het raam in Maine heeft wat van een zondagmiddagloomheid, maar het zou ook zomaar het eerste shot van een griezelfilm kunnen zijn. De vitrage beweegt bijna ongemerkt, uit de mist komt opeens iemand tevoorschijn …

Zonder titel (Maine) 1968
Zonder titel (Maine) 1968

Dankzij de Duitse persfotografe Barbara Klemm – bekend van haar beelden van politieke gebeurtenissen in het gedeelde en herenigde Duitsland, maar ook de portretten van kunstenaars, schrijvers en musici – zijn deze en vele andere foto’s van Auerbach nu in verschillende musea te zien. Waaronder dus ook in Zwolle. Het oeuvre van de herontdekte en haar herontdekker in hetzelfde gebouw. Ga mee op wereldreis en laat je intrigeren door de soms wel 80 jaar oude foto’s. Foto’s van een mensenleven geleden.

De tentoonstellingen Ellen Auerbach Berlijn – Tel Aviv – New York. Een fotografische wereldreis en Barbara Klemm Tussen Willy Brandt en Andy Warhol zijn nog tot 29 november 2015 te zien in Museum de Fundatie in Zwolle.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.

Museum zonder uitgang

Felix Nussbaum HausMet een zacht zoef-geluid zwaait de zware deur open. Dik staal, zonder handgreep. Het lijkt wel een kluisdeur, of de toegangsdeur van een gevangenis. Achter de deur strekt zich een lange gang uit. Betonnen wanden, betonnen vloeren, licht hellend, geen ramen, spaarzaam licht. Helemaal aan het einde flitsen zwart-wit beelden, geprojecteerd op de achterwand. Een geluid dendert door de gang en sterft weg. Het lijkt wel alsof er een goederentrein voorbij rijdt. Langzaam lopen we de gang in. Achter ons horen we de deur met een plof dichtvallen.

We bevinden ons in het Felix-Nussbaum-haus in Osnabrück. Een museum gewijd aan de werken van de gelijknamige schilder en illustrator. We brengen er uiteindelijk twee uur door. Niet alleen gegrepen door de schilderijen van deze man, maar ook door zijn verhaal en bovendien door het gebouw dat feilloos lijkt te passen bij hetgeen het museum wil vertellen.

We waren er op de juiste dag, grijs en koud. In veel zalen waren wij de enige bezoeker. De intense stilte met in de verte af en toe de goederentrein, onze voetstappen op de betonnen vloeren. De schuine, welhaast willekeurige neergezette scheidingswanden. De rasters in de vloeren waardoor je de verdieping onder je kon zien. Het droeg allemaal bij aan het gevoel van uitzichtloosheid, desoriëntatie, machteloosheid en bij tijd en wijle van onderdrukking, van gevangenschap. De tweede wereldoorlog kwam wel heel dichtbij. Felix Nussbaum HausDe Joodse Felix Nussbaum wordt in 1904 geboren in Osnabrück en wordt met liefde voor de kunst groot gebracht. Hij begint zijn carrière als schilder in Berlijn waar hij schilderkunst studeert. Hij wint een studiebeurs voor de Villa Massimo in Rome en vertrekt in 1932 naar Italië. Hij zou nooit meer terugkeren naar Duitsland. De Duitse anti-Joodse maatregelen missen hun invloed niet op het Italië van Mussollini. In 1933 wordt Nussbaum uit de Villa Massimo gezet en komt hij via omzwervingen in België terecht. Hier leeft hij jarenlang onder voortdurende bedreiging. Totdat hij in de zomer van 1944 samen met zijn vrouw wordt opgepakt en uiteindelijk in Auschwitz wordt vermoord. Hij is dan 39 jaar oud.

In zijn werken zie je zijn veranderende leven voorbij komen. In een eigen naïef-nieuwzakelijke stijl schildert hij aanvankelijk hedendaagse taferelen (zijn ouders, vrienden), waarin hij zijn eigen werkelijkheid probeert te stoppen. Later echter spreekt er steeds meer een grimmige sfeer uit zijn werk, zoals bij zijn zelfportret met de gele ster. Op het laatst komt het besef dat hij zal sterven sterk naar voren en worden zijn werken bevolkt door skeletten.  Afbeeldingen: osnabrueck.de en wikipedia.com

Afbeeldingen: osnabrueck.de en wikipedia.com

Het museum wordt in 1998 opgericht en in 2011 in zijn huidige vorm opgeleverd. De Amerikaanse architect Daniel Libeskind, zoon van Holocaust-overlevenden, is verantwoordelijk voor het ontwerp. Voor hem is architectuur communicatieve kunst. In 2002 in The New Statesman zegt hij hierover:

“Maar al te vaak wordt architectuur […] als nietszeggend beschouwd. Gebouwen worden gezien als vrij ter beschikking staande gebruiksvoorwerpen, met als enig doel om te verdwijnen achter het gebruik dat van hen gemaakt wordt. […] Ik ben vastbesloten om af te komen van dit al te zeer vereenvoudigde standpunt over de traditie van de architectuur.”

Het Felix-Nussbaum-Haus is het eerste gebouw van Libeskind, dat wordt voltooid. Hij noemt het ‘Museum zonder uitgang’. Zijn standpunt is hier heel duidelijk te zien. Het gebouw bepaalt mede de sfeer in dit museum. Ik was eerder in het ook door Libeskind ontworpen Jüdisches Museum in Berlijn. Op de een of andere manier roept dit dezelfde atmosfeer op. Dezelfde typerende schuine wanden, hoekige nissen. Het onderwerp zal hier natuurlijk ook een rol bij spelen. Een ander bekend ontwerp van Libeskind is dat van 1 World Trade Center op Ground Zero in New York.  Felix Nussbaum HausAls we na twee uur weer bij de kluisjes in de kelder komen, die overigens ook helemaal in de stijl van het gebouw zijn, besluiten we de koffie in het museum over te slaan. En in de oude binnenstad van Osnabrück een koffiebarretje op te zoeken. Even een andere atmosfeer. De bijna letterlijke rillingen kwijtraken. Het doet wat met je, dit museum. Ik stapte naar binnen met het idee om voor de Elke Maand Een Museum-uitdaging het buitenlandse museum van mijn lijstje af te strepen. Ik stapte eruit met een overweldigend gevoel. Dit was verreweg het indrukwekkendste museum dat ik dit jaar gezien heb. De museumfolder beschrijft het heel goed:

“Kunst blijft hier geen zuiver visuele ervaring, maar is ook subtiel op andere niveaus aanwezig.”

Wil je ook het Felix-Nussbaum-Haus ervaren? Osnabrück ligt slechts 80 km van de Nederlandse grens en is ook per trein goed te bereiken. Vanaf het museum loop je zo het oude centrum in met leuke koffiebarretjes, veel winkels en heel veel andere musea.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.

Schilder van het licht

Afbeelding: klear.com
Afbeelding: klear.com

We lopen over grond vol herinneringen als we de afstand tussen parkeerplaats en museum overbruggen. Vijftien jaar geleden stond hier een fabriek. Nu is er alleen nog een monument omringd door enkel nieuwe huizen. De wijk is ongewild een nieuwbouwwijk geworden nadat zich hier een van de grootste rampen uit de recente Nederlandse geschiedenis had voltrokken. Ook het museum dat we bezoeken heeft geleden onder de ramp. Het staat aan de rand van de wijk en was na 13 mei 2000 zo erg beschadigd dat het een jaar heeft geduurd, voordat het de deuren weer kon openen voor bezoekers. Als door een wonder, zoals het museum zelf zegt, was de collectie onbeschadigd gebleven.

We zijn op weg naar Rijksmuseum Twenthe in Enschede waar een tentoonstelling van het werk van Joseph Mallord William Turner (1775 – 1851) is ingericht: Gevaar & Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme. De TomTom had ons keurig naar de voordeur van het museum geleid en – na even zoeken – naar de verderop gelegen parkeerplaats Roombeek.

Vanuit een zonnige herfstdag stappen we een donkere zaal binnen. We zijn niet de enige en we moeten moeite doen een glimp op te vangen van de – overigens wel weer zonnige – schilderijen van de ‘schilder van het licht’. De menigte schuift door en wij schuiven mee. Langs Britse vergezichten, Venetiaanse stadsgezichten en dreigende desolate landschappen.

De ontwikkeling in het werk is duidelijk te zien. Van herkenbare landschappen naar abstracte vervloeiing van vormen, waarbij het geschilderde bijna geheel versmelt met het licht. De werken blijven herkenbaar door het kleurgebruik. De lichte gele kleuren, het licht in de werken, maken een schilderij onmiskenbaar tot een Turner. De Engelse meester schildert dat wat hij beleeft als hij een landschap ziet, niet enkel een natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid. “He carried art further than it had gone before” zegt zijn biograaf Walter Thornbury over Turner.

In de verschillende themazalen hangt Turner niet alleen. Hij wordt geflankeerd door diverse schilders uit de Europese kunstgeschiedenis, van de late middeleeuwen tot nu. Oude bekenden komen voorbij: Jan Toorop, Claude Lorrain, Claude Monet. Lang blijf ik hangen in de zaal met het thema ‘Hope, Hope, fallacious Hope! Where is thy market now?’ waar de ongrijpbare en vernietigende kracht in de natuur en nietigheid van de mens centraal staat. Het schilderij The Fifth Plague of Egypt hangt er tegenover het magisch-realistische Chateau en Espagne van Carel Willink. Beide fascinerende werken.

'The Fifth Plague of Egypt' - William Turner en 'Chateau en Espagne' - Carel Willink Afbeeldingen: rijksmuseumtwenthe.nl en wikiart.org
‘The Fifth Plague of Egypt’ – William Turner en ‘Chateau en Espagne’ – Carel Willink
Afbeeldingen: rijksmuseumtwenthe.nl en wikiart.org

Het is welhaast overweldigend, deze tentoonstelling. Zoveel verschillende werken, zoveel eeuwen schilderkunst. Eigenlijk zouden we op een rustig moment nog eens terug moeten gaan. De tijd moeten nemen voor de thema’s, de verschillende schilderijen in die themazaal. Als voorbereiding ons inlezen over deze man die bijna 150 jaar na zijn dood zoveel mensen naar Enschede trekt. Naar een plek waar de geschiedenis niet ophoudt bij de muren van het museum.

De tentoonstelling Gevaar & Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme is niet alleen in Enschede te zien. Ook in Museum de Fundatie in Zwolle zijn de werken van Turner te ervaren. Benieuwd naar deze ‘schilder van het licht’? Je kunt de tentoonstelling nog tot en met 3 januari 2016 bezoeken.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.

Selfies in het Zuiderzeemuseum

Zuiderzeemuseum 2Tijdens het verkennende bezoek dachten we alles geïnventariseerd te hebben. Te midden van de slierten rook, die ontsnapten uit de rookoven, had de palingroker duidelijk het aantal uren genoemd waarna een gerookte paling eetbaar is. Vraag 4, check! We vonden een interessante meneer op de deur in de schilderswerkplaats die veel zin leek te hebben in selfies. Opdracht 7, check! De predikant met de intrigerende naam was duidelijk te zien op het grote bord in de oude kerk. Vraag 6, check! Tenslotte was de functie van de hoepels die her en der te zien waren ons overduidelijk, dachten we. Vraag 8, check! De dag was geslaagd, het weer over twee maanden hopelijk net zo mooi als vandaag en de vragen voor de speurtocht zeker niet te makkelijk. Kom maar op met die familiedag.

Zoals elk jaar zou onze inmiddels uit vier generaties bestaande familie een dag van het jaar gezamenlijk doorbrengen, ergens in den lande. Een ondertussen traditioneel onderdeel van de dag is de speurtocht waarbij familieleden in groepen van wisselende samenstelling met elkaar de strijd aangaan om de legendarische wisseltrofee binnen te halen. Enige competitieve elementen zijn dan ook zeker noodzakelijk. Dit keer zat ik in de organisatie. En met de uitdaging ‘Elke Maand Een Museum’ in het achterhoofd, kwamen we een paar maanden geleden uit bij het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

Het Zuiderzeemuseum: het openluchtmuseum aan het IJsselmeer waar je gemakkelijk een dag rond kunt dwalen. Gebouwen uit verschillende Nederlandse plaatsen aan de voormalige Zuiderzee zijn ter plekke afgebroken en hier weer opgebouwd. Vaak steen voor steen, zoals de kerk van Den Oever. Regelmatig zijn deze huizen, winkeltjes en bedrijfjes bevolkt door museummedewerkers in bijpassende kleding en een schat aan informatie. Interactie wordt aangemoedigd. Als je niet oppast keer je aan het einde van de dag weer huiswaarts met zelfgemaakte springtouwen, klompbootjes, stroopsoldaatjes en wat dies meer zij.

Maar zo ver is het nog lang niet. Na een lunch, een korte uitleg en een paar welgemeende succeswensen sturen wij de groepen op pad. Terwijl wij als organiserend comité rustig genieten van een cappuccino in de zon bij café Hindeloopen, komen de eerste antwoorden binnen in de verschillende whatsappgroepen, die we speciaal voor deze dag hebben aangemaakt. Familiedag 2.0 … Die groepen blijken uitgezwermd te zijn over het hele museumterrein en vanuit verschillende hoeken ontvangen we jaartallen, huisnummers, selfies en zelfs filmpjes.

Het aantal gapers in de apotheek blijkt niet lastig te tellen te zijn. Ook het aantal dagen dat vader en zoon Klaas (en Jacob) op een ijsschots doorbrachten wordt door iedereen gevonden. De predikant met de intrigerende naam blijkt lastiger. De enige kerk die het museum rijk is, blijkt ook een trouwlocatie te zijn. Deze middag zijn er meerdere huwelijken achter elkaar en is de kerk dicht voor niet-bruiloftsgasten. Onvoorziene omstandigheden, kan gebeuren.

Maar dan lijkt het antwoord op een andere vraag ook niet helemaal te stroken met wat wij van tevoren hadden bedacht. De hoepel die wij een paar maanden daarvoor als droogrek voor scholletjes hadden aangezien, blijkt toch een hele andere functie te hebben. Bij de eerste foto die wij binnenkrijgen van een naast de hoepel rennende zwager rekenen wij het antwoord unaniem fout. Als er echter nog twee filmpjes volgen van andere groepen met precies dezelfde toepassing, beginnen we danig te twijfelen. Heel misschien hebben we toch wat over het hoofd gezien. Ook de palingrooktijd blijkt variabel. Waar ‘onze’ palingroker met grote stelligheid nog op 3 uur uitkwam, lijkt nu de tijd verkort te zijn. “2 uur” schrijft een tante, “2,5 uur voor een flinke paling” meldt een neef. Wie heeft gelijk? Of hangt dit wellicht af van de hoeveelheid mensen die staat te wachten op een vers gerookte aal?
Zuiderzeemuseum 4Als na een paar uur de antwoorden bij de opdracht met de selfie uitblijven, begint de twijfel toe te slaan. Is de deur er nog wel? In twee maanden tijd kan er een hoop gebeuren. Eén enthousiaste schilder en de meneer is verdwenen. Om er zeker van te zijn, verlaten we onze cappuccino en gaan op de zoek naar de selfie-locatie. We vinden deze verbazingwekkend snel en gelukkig blijkt de meneer nog precies dezelfde. Vorige keer alleen en verlaten, ditmaal in het gezelschap van twee, in witte schilderskleren van meerdere decennia geleden gestoken heren, die erg blij zijn met ons bezoekje. De selfie die we nog als hint voor de speurtochtzoekers maken, levert verbaasde blikken op. Een korte toelichting van onze kant maakt dat een van de mannen met ferme pas richting de deur loopt. “Deze hadden jullie zeker nog niet gezien?!” zegt hij triomfantelijk als hij de deur open doet. Aan de achterkant zit een gezicht verstopt. “Van een onderduiker uit de oorlog” licht de man toe. Als we dat hadden geweten, was de speurtocht nog een graadje moeilijker geworden. Het moet wel een uitdaging blijven, die familiedag.

En een uitdaging was het zeker, zowel voor de groepen als voor de organisatie. Waar we die ochtend nog visioenen hadden van rustig achterover leunen in de zon, blijkt de organisatie ter plekke toch ietwat anders. We moeten beslissingen nemen over foute antwoorden die toch weer goed blijken te zijn, of waarbij het nog steeds niet duidelijk is wat goed of fout is. We moeten twijfels het hoofd bieden over opdrachten die wellicht niet meer bestaan of vragen die onmogelijk te beantwoorden blijken. Het is een zware en verantwoordelijke taak als organisatie annex jury (enigszins vergemakkelijkt door de cappuccino’s, het zonnetje en het uitzicht op de zeilschepen op het IJsselmeer). Ik laat me volgend jaar dan ook graag verrassen door de creatieve geest van onze opvolgers. In 2016, het jaar waarin die legendarische wisseltrofee weer binnen handbereik komt.

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.

Ik vertrek

Eerste shot: vader, moeder en hun drie kinderen staan op het Franse platteland / in de Oostenrijkse bergen / aan een Zweeds meer en kijken met een glimlach naar de bouwval die vóór komende zomer omgetoverd gaat worden in een bed & breakfast. Hun bed & breakfast. Een lang gekoesterde droom is in hun geestesoog al bewaarheid geworden. Hoe de werkelijkheid er echt uit ziet, zullen we het komende uur te weten komen. Wij, de ruim 1,5 miljoen kijkers die het programma Ik vertrek volgen.

Het gefilmde gezin is zeker niet het eerste dat deze stap waagt. Vele Nederlanders zijn hen voorgegaan – niet alleen de laatste decennia, vastgelegd door de camera – maar door de eeuwen heen. De rustzoekers, semigranten, expats en pioniers. Museum Flehite heeft er een hele tentoonstelling aan gewijd: Thuis in twee werelden. Aan de hand van de verhalen van 16 emigranten krijg je een beeld van een paar eeuwen Nederlandse emigratie.

Museum Flehite

Uiteraard is er het hedendaagse gezin te zien dat ‘vertrekt’. Je kunt zelfs een emigratie in progress volgen via de site van het museum. Een letterlijk ‘levend voorbeeld’. Maar ook is in de tentoonstelling het verhaal te lezen van pioniers als Wolfert van Kouwenhoven, die in 1625 de reis naar Amerika ondernam om daar een van de stichters van Nieuw-Amsterdam (het huidige New York) te worden. Een paar eeuwen later volgt Titia Bergsma haar echtgenoot naar Decima in 1817. Het eiland voor de kust van Japan, waar Nederland toentertijd het monopolie had op de handel met dat land. Zij zou de eerste blanke vrouw zijn die in het hermetisch afgesloten Japan woonde.

Ook mogen de verhalen over Nederlands-Indië niet ontbreken, gevolgd door wellicht de omvangrijkste emigratie die Nederland kende. Die in de jaren 50 van de vorige eeuw. Na de tweede wereldoorlog verlangden veel Nederlanders naar een beter leven. En velen van hen voegden de daad bij het woord. Tussen 1947 en 1963 vertrok meer dan 4% van de bevolking naar onder andere Canada, Australië en de Verenigde Staten. Iets dat door de regering in die jaren gestimuleerd werd.

“Een deel van ons volk moet het aandurven, zoals in vroeger eeuwen, zijn toekomst te zoeken in grotere gebieden dan eigen land.”

Nieuwjaarstoespraak minister-president Willem Drees, 1950

Op de bovenste verdieping van het museum wordt een video vertoond waarin twee van oorsprong Nederlandse dames geïnterviewd worden. Met hun kersverse echtgenoten verlieten ze als jonge twintigers het naoorlogse Nederland. Hoop op een beter leven dreef hen naar de andere kant van de oceaan. Iets waar ze nu, ver in de tachtig, nog steeds spijt van hebben.

Twee museumbezoeksters van vergelijkbare leeftijd strijken neer op het bankje voor het scherm. Aan hun reacties te horen is het een herkenbaar verhaal. De broer van een van hen is ook naar Canada vertrokken. Dat was moeilijk, heel moeilijk, zowel voor de emigranten als voor de thuisblijvers. De museumbezoekster is even stil, staart naar het scherm en laat haar herinneringen de revue passeren.

De zwart-wit foto’s, de boekjes, de brieven en andere spullen die hier verzameld zijn, zullen de komende maanden dit effect op nog wel meer bezoekers hebben. Gezien de vele mensen die vertrokken zijn, kent iedereen wel iemand. Ook mijn opa speelde met de gedachte om naar Canada te vertrekken in de naoorlogse jaren. Het was dat mijn oma haar familie niet achter wilde laten, anders was mijn familiegeschiedenis (en daarmee ook mijn eigen geschiedenis) heel anders verlopen.

Ben je ook benieuwd naar de verhalen van de 16 emigranten die de stap naar het onbekende gewaagd hebben? De tentoonstelling Thuis in twee werelden is nog tot en met 25 oktober 2015 te zien in Museum Flehite.

Met dank aan Lalagé voor de tip!

Dit museumbezoek telt mee voor de uitdaging ‘Elke maand een museum‘.