Pottemennekes

Soort gedicht: Muurgedicht
Waar: Maastricht
Dichter: Wiel Kusters

De serveerster is in de weer met de tafels, stoelen en kussens. Op zo’n zonnige herfstdag als vandaag willen de mensen niet binnen zitten. Lunchen in het zonnetje, met uitzicht op de Maas, dat is wat men wil. Dat is wat iedereen wel wil. Ik glimlach naar haar als ze even opkijkt van haar werkzaamheden. ‘Ga maar door’, probeer ik uit te stralen, ‘ik maak alleen even een foto’.

Het muurgedicht staat levensgroot op de zijkant van het eigen theater van Toneelgroep Maastricht, waar ook het theatercafé bij hoort. Zwarte letters op een intens witte muur. Nog grotere letters laten geen twijfel bestaan over de oorspronkelijke functie van het gebouw. BORDENHAL, schreeuwt het me toe.

Ooit was de aarde plat, je viel eraf
wanneer je, tegendraads, de rand opzocht
en wars van hoge heren, blind voor straf
een moeten vond in wat niet kon of mocht.

De hemel was toen hoog, je klom erin
als je je hoofd maar boog, je hand ophield,
geen dingen zei over een Nieuw Begin,
je kromde, bad en werkte, neergeknield.

Van aarde was de schotel, was het bord
dat uit jouw hand ontstond, waarvan je at
en dat je brak. De fabrikant zijn naam

stond op de onderkant, jouw pseudoniem.
Uit leem en geest zijn wij, ook jij wist dat.
De mens heeft zich in kunst omhoog gestort.

Wiel Kusters

Lange tijd stond op deze plek de aardewerkfabriek Société Céramique. Serviezen werden hier gemaakt, maar ook lampetstellen en wc-potten. In de bordenhal uit 1880 beschilderden de pottemennekes met de hand de serviezen met allerlei motieven. Aan de onderkant stond zoals het gedicht zegt ‘de fabrikant zijn naam’. Aan het beeldmerk van een leeuw, omcirkeld door de woorden ‘Société Céramique Maestricht’ herken je nog de sporen van hun noeste arbeid.

Het was een andere tijd, een ander leven. Lekker lunchen op het terras of een toneelvoorstelling bezoeken, zat er voor deze mensen niet in. ‘Je kromde, bad en werkte, neergeknield.’ De wereld was nog plat en ‘je viel eraf wanneer je, tegendraads, de rand opzocht’. Als je ‘wars van hoge heren, blind voor straf een moeten vond in wat niet kon of mocht’. Je wereld was van aarde.

Tot ver in de twintigste eeuw heeft de fabriek daar gestaan, aan de oostelijke oever van de Maas. De naam van de wijk die er nu is verrezen (Céramique) herinnert nog aan die tijd. In het multifunctionele gebouw Centre Céramique is een grote collectie Maastricht aardewerk te vinden. En nu is er een gedicht dat de pottemennekes weer laat herleven, even, voor de wandelaar langs de Maas, de bezoeker van het theater en voor de straatgedichtverzamelaar.

Wiel Kusters is een Limburgse dichter met een omvangrijk oeuvre van dichtbundels, proza maar ook theaterwerken. Hij heeft o.a. meegewerkt aan stukken die de Toneelgroep Maastricht opvoert in de Bordenhal. In Maastricht zijn meer straatgedichten van zijn hand te vinden.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Advertenties

Pieterpad: Zuidlaren – Rolde

Route: Pieterpad
Afstand: 18 km
Start: Brink Zuidlaren
Eind: Camping De Weyert Rolde

Welke moeten we hebben?

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij (lees hier haar ervaringen) loopt het pad in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Op haar vraag of ik een paar dagen mee wil lopen is het antwoord uiteraard ja. Gisteren liepen we van Rolde naar Schoonloo, vandaag een etappe noordelijker.

We zijn vandaag met zijn drieën en het weer is weer zonovergoten. We beginnen in Zuidlaren waar de voorbereidingen voor de Zuidlaardermarkt inclusief kermis in volle gang zijn. Langs Berend Botje – die met zijn scheepje op een rotonde in Zuidlaren is beland – lopen we naar de psychiatrische kliniek Dennenoord.

Berend Botje is in Zuidlaren aangekomen

Op het terrein zijn verschillende dingen te doen. Je kunt een poëzieroute volgen – de gedichten die we tegenkomen passen mooi bij de verzameling voor Elke Maand Een Straatgedicht – er is een Kwiek-route die de dag daarvoor geopend blijkt te zijn en je kunt de vier mijl lopen. Voor elk wat wils. Wij draaien de schouders volgens de aanwijzingen van de Kwiek-route en lopen verder naar Schipborg.

Wees kwiek!
Een gedicht in het Gronings

In Schipborg wonen vrienden van mijn vriendin en na een kop koffie met lekkers lopen we verder. Op een kruispunt komen meerdere routes samen en we moeten opletten dat we de goede markering volgen. Het Groot Frieslandpad brengt ons in hele andere gebieden. We duiken al snel weer een natuurgebied in en kruisen met een bruggetje de Aa. Via een vlonderpad en een bosrand komen we op de Gasterse Duinen. Meerdere malen moeten we uitwijken voor fanatieke mountainbikers.

Mountainbikers langs de bosrand

De Gasterse Duinen worden bevolkt door Schotse hooglanders waar pieterpadlopers voor waarschuwen op Facebook. De beesten komen enthousiast op je afrennen in de veronderstelling dat je eten hebt. Het kan enigszins beangstigend overkomen als honderden kilo’s rund op je af komt stormen. Als wij er lopen zijn de beesten echter de rust zelve, ze liggen in de schaduw van de bomen en verroeren geen vin. Misschien dat ze net een hapje (wandelaars genoeg …) gehad hebben. Wij kunnen in ieder geval rustig genieten van onze lunch in het prachtige stuifduinen landschap.

Gasterse Duinen

Na de lunch volgt al snel een nieuw natuurgebied: het Balloërveld. Met een Groene Wissel wandeling liepen we hier eerder, in februari 2016. De kudde Drentse heideschapen, die toen lekker binnen in de schaapskooi zat, loopt nu enthousiast rond. Blatend steken ze voor en na ons het zandpad over. Poseren voor de foto is er niet bij, ze eten ongestoord door als we langs wandelen.

Drentse heideschapen op het Balloërveld

Na een onbedoeld omweggetje langs die bewuste schaapskooi belanden we weer op de route en bereiken Rolde. De tweede etappe is ten einde en het weekend ook. Dat smaakt naar meer!

Benieuwd naar de andere gelopen etappe van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Maak jezelf een poosje kwijt

Soort gedicht: raamgedicht
Waar: Leeuwarden
Dichter: Judith Nieken

Het straalt huiselijkheid uit. Aan de muur hangen zwart-wit foto’s uit verschillende decennia. Gebouwen staan erop en mensen uit vervlogen tijden, trots poserend in de deuropening. De vensterbank is gevuld met groene planten in witte potten. De moderne peertjes geven sfeer. Mensen drinken gezellig keuvelend hun koffie. Wat ze zeggen versta ik niet. Ik sta buiten.

De steeg waarin ik sta, vormt de verbinding tussen de winkelstraat langs de gracht en het grote uitgestrekte plein. Winkeltjes en horecagelegenheden openen in deze steeg dagelijks hun deuren. Zetten hun rekken neer en stallen hun borden uit. De vele dagjesmensen slenteren al slalommend richting de Nieuwestad of het Zaailand.

Ik ook, op een zaterdag in september. Eindelijk dan toch een bezoekje aan de Culturele Hoofdstad van 2018. De stad doet internationaal aan. Om me heen hoor ik allerhande talen. Na de bibliotheek in de oude gevangenis en het Lân van Taal (Land van Taal), loop ik nu door de steeg en valt mijn oog op het gedicht.

De eerste zin intrigeert me meteen en eigenlijk de hele eerste strofe. De haast, de deadlines en gedoe heb ik gisteravond inderdaad gelaten voor wat ze waren. Nu eerst een weekend helemaal niks. Geen afspraken, niks hoeven, zelf bedenken wat ik eventueel wil gaan doen. Het werd een dagje Leeuwarden.

Om me heen blijven mensen staan. Kijken naar wat ik zie en lezen zelf ook. Een moment van rust te midden van de drukte. Ik lees de laatste strofe van het gedicht en vind het helemaal geen gek idee.

Thuis

Vind een stoel en trek je haast uit
hang haar traag over de leuning
naast je deadlines en gedoe

leeg je hoofd en leg de wereld
aan je voeten, laat maar liggen
kom je later wel aan toe

maak jezelf een poosje kwijt

neem een koffie
en DE tijd.

© 2017 Judith Nieken | lttrvreters.nl

Even later zit ik aan de andere kant van het gedicht, dat op het raam van het Douwe Egberts Café gedrukt is. Voor me staat een cappuccino. Ik leun achterover en kijk om me heen. Een van de foto’s aan de muur toont het gebouw waarin ik nu zit, alleen dan in een ver verleden. ‘Hoogstins’ staat er op de gevel. In de jaren dertig gebouwd als tandartspraktijk, lees ik later. Wat een wereld van verschil.

Internationale studenten wachten in de rij om te bestellen. Lachend en met handgebaren lijken zij zich prima te vermaken. Zij hebben de tijd. Aan de andere kant van het raam zie ik de mensen voorbij lopen. Sommige blijven staan, lezen wat er geschreven staat. Fronsen, glimlachen, werpen een blik naar binnen en gaan dan door.

Ik blijf hier voorlopig even zitten. Er is genoeg te zien. Vandaag hoef ik niets meer. Ik maak mezelf nog een poosje kwijt.

Dit gedicht van Judith Nieken is niet de enige in Leeuwarden. Meerdere panden in de stad en daarbuiten hebben inmiddels een gedicht van haar hand. Alle afgestemd op de bewoners, gebruikers of functie van het gebouw. Wat maakt hen tot wie ze zijn? Wat is hun kracht? Verwerkt in een gedicht is dit nu – ook buiten openingstijden – te lezen voor de oplettende voorbijganger. Lees hier meer over Judith Nieken en dit project.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Wandelen langs straatpoëzie in Zutphen

Zicht op de IJssel en de skyline van Zutphen

Soort gedicht: muurgedicht, glasgedicht
Waar: Zutphen
Dichters: Ida Gerhardt, J.C. Bloem, Paul Rodenko, Eke Mannink, H.C. ten Berge, Henk Gombert, Charuk Suebrak, Rosa van den Bos, Emma van Wijngaarden, Tim Pardijs, Sabine Kars

De afspraak stond al een tijdje. Bijkletsen met een vriendin onder het genot van een cappuccino en dan op jacht. Op jacht naar straatgedichten wel te verstaan. Ik voor mijn Elke Maand Een Straatgedicht-uitdaging, zij als dichter en bijzondere teksten-fan. Plaats van handeling is de Hanzestad Zutphen, die – niet geheel toevallig – een poëzieroute aanbiedt.

Meerdere steden maar ook natuurgebieden kennen inmiddels dit fenomeen. Wandelen langs gedichten in de openbare ruimte. Zo kun je o.a. in Leeuwarden, Gorinchem, Harderwijk en op de Veluwezoom (John Jansen van Galen pad) een wandeling maken langs straatgedichten. De poëzie is aan een opmars bezig. Goed nieuws voor Elke Maand Een Straatgedicht. Daarom deze maand niet één enkel gedicht maar een hele route.

In Zutphen kun je bij de VVV, Houtmarkt 75, voor 2 Euro de folder ‘Stadswandeling Literair Zutphen’ halen, waarin je een kaartje en routebeschrijving vindt van de 5 kilometer lange route. De nummers 1 t/m 32 verwijzen naar de literaire bezienswaardigheden onderweg. Als je de hele wandeling loopt, heb je de meeste straatgedichten, boekhandels en optrekjes van Zutphense schrijvers gezien die zich op beloopbare afstand van de binnenstad bevinden.

Stadswandeling Literair Zutphen

Onze ervaring is dat je dan zeker een paar uur verder bent. Gedichten lezen, foto’s maken van de leuke straatjes en verrassende doorkijkjes, in bijzondere winkeltjes rondlopen en pauzeren voor vlierbessensap met citroentaart in een hofje kosten nu eenmaal tijd.

Ook dit is Zutphen

De folder biedt ons, zoals mijn dichter-vriendin het formuleert “de contouren van een route met ruimte om te dwalen”. Onze kaartleeskwaliteiten en tekstintepretatievaardigheden worden danig op de proef gesteld. We halen makkelijk onze stappen en moeten eigenlijk nog een keer terugkomen op een doordeweekse dag om de gedichten in het (op zondag gesloten) gemeentehuis en de (op zondag gesloten) koffiewinkel De Pelikaan te kunnen aanschouwen.

Maar ook zonder die gedichten blijven er nog genoeg over. We herkennen poëzie van gevestigde namen zoals Ida Gerhardt, J.C. Bloem en Paul Rodenko. Alle drie hebben ze in de Hanzestad gewoond en hebben daarmee een plekje in de openbare ruimte verdiend.

Gedichten van Paul Rodenko, J.C. Bloem en Ida Gerhardt (het beroemde gedicht waar de ‘d’ aanvankelijk ontbrak in de titel)

Ook de dichtregels van de initiatiefnemer van de poëzieroute Henk Gombert, P.C. Hooftprijs-winnaar H.C. ten Berge, Zutphense stadsdichters, en zelfs enkele middelbare scholieren laten niets vermoedende voorbijgangers stilstaan. De gedichten bevinden zich hoog boven onze hoofden op witte muren in de oude binnenstad, verborgen achter steigers, op glasplaten in de Walburgiskerk en op huizen in achterafstraatjes.

Gedichten van Henk Gombert in de Walburgiskerk, middelbare scholieren, voormalig stadsdichter Eke Mannink en een gedicht in de steigers van H.C. ten Berge

Maar ook in de Noorderhaven vinden we straatpoëzie. Gestanst in een roestig-rode metalen plaat lezen we de boodschap van voormalig stadsdichter Tim Pardijs voor de bootjes die in deze haven hebben aangelegd: “Kom hier terug, lees andere steden in de golven”.

Gedicht van voormalig stadsdichter Tim Pardijs in de Noorderhaven

De Zutphense straatgedichten zijn overal en beperken zich niet tot de route van deze stadswandeling. Inside information leidt ons over de brug naar de andere oever van de IJssel, naar het buurtschap De Hoven. Daar op een wit huisje met gele raampjes is onlangs een van de nieuwste straatgedichten van Zutphen aangebracht. De strofe uit een gedicht van dichteres Sabine Kars steekt fel af tegen de witte muur en beschrijft de gewaterverfde lucht die we boven het huisje uit zien steken. De woorden kijken uit op de IJssel en de skyline van Zutphen.

Een strofe uit een gedicht van Sabine Kars in De Hoven

Met heel wat kilometers in de benen zoeken we aan het einde van de middag weer het centrum op en concluderen op een van de terrasjes dat een poëzieroute een leuke en originele manier is om een stad te leren kennen. In Zutphen is er aan gedichten geen gebrek. En de voorraad straatpoëzie lijkt alleen maar uit te dijen. Een uitbreiding van de folder ‘Stadswandeling Literair Zutphen’ is slechts een kwestie van tijd.

“Hoezeer heeft deze kleine stad allure …”

Ik kan het alleen maar eens zijn met Ida Gerhardt

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Ode aan een straat

Soort gedicht: muurgedicht
Waar: Zwolle
Dichter: Trijntje Gosker

Als je van station Zwolle naar het centrum van de stad loopt, is de wijk Assendorp niet te missen. Oude huizen staan gebroederlijk aan weerszijden van smalle straatjes. Velen staan er al meer dan een eeuw. Van oorsprong was het een wijk voor (spoor)arbeiders, nu wonen alle bevolkingsgroepen er door elkaar. De bakfiets, het studentenbarrel en de rollator vinden naast elkaar een plekje op de stoep.

Er zijn een paar routes die vanaf het station naar het oude centrum van de Hanzestad leiden. Een ervan is door de Venestraat, een niet al te lange, typische Assendorper straat. Niets bijzonders, zou je zeggen. Trijntje Gosker dacht hier anders over. Zij schreef speciaal voor de Venestraat een gedicht, dat menig voorbijganger even om zich heen laat kijken.

Venestraat

De straat die recht is en toch golft
Die langs het spoor al 100 jaar
De doorgang is voor wie de stad bezoekt
En weer verlaat met kofferwieltjes
Of studentenpraat

Een straat van formaat die overgaat
In handige huisjes zonder lastige trappen
En rijen met bellen in het portaal
Een oude straat die denkt en speelt
Een straat met een verhaal

Trijntje Gosker

Trijntje Gosker is een Zwolse dichter en lid van het Zwols dichterscollectief. Van haar hand verschenen meerdere gedichten over de stad. Daarnaast is Gosker bedenker van de pictopoëzie. Dit is, zoals zij zelf schrijft, “een dichtvorm waarbij gebruik gemaakt wordt van het spanningsveld tussen woord en beeld”. Iets wat in het muurgedicht in Assendorp goed te zien is. De kunstenaars Marcin & Milou van Studio mmmade zijn verantwoordelijk voor de vormgeving. Tekst en vorm lopen hier heel mooi door elkaar en passen goed in het straatbeeld.

Voor de nieuwsgierige Zwolle-bezoeker: Je vindt het gedicht op de zijgevel van de oude verffabriek van Klinkert en Co.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 12: Nunspeet – ’t Harde

Route: Westerborkpad
Afstand: 12 km
Start: Station Nunspeet
Eind: Station ‘t Harde

Door de droogte beginnen de bomen al geel te kleuren

In verband met onze wandelvakantie in Ierland was het al weer een maand geleden dat we een etappe liepen van dit pad. Hoog tijd dus voor een ochtend Westerborkpad. Er staat een korte etappe op het programma die ons van Nunspeet naar ‘t Harde brengt. We beginnen op station Nunspeet waar we afgelopen etappes al meerdere malen stonden. Ditmaal was het (voorlopig) toch echt de laatste keer.

De route leidt ons Nunspeet in, richting winkelstraat. Het is 10 uur, en er zijn al veel mensen op de been op deze zonnige zaterdagochtend. Ik was al bijna de Stichting Muurgedichten Nunspeet vergeten (lees hier mijn blogpost over een bijzonder straatgedicht in Hulshorst), maar het liefdesgedicht van K. Schippers op een gevel herinnert aan de vele straatgedichten die in Nunspeet en omgeving te vinden zijn.

K. Schippers in Nunspeet, één van de vele gedichten in de gemeente

De huizen langs de route zijn authentiek zoals het oude gemeentehuis met monument ter ere van het 100-jarige bestaan van het regiment dat in april 1945 Nunspeet bevrijdde: Lord Strathcona’s Horse (Royal Canadians).

Het monument dat herinnert aan de bevrijding van Nunspeet in april 1945

Af en toe is zo’n oud huis met naambord niet direct wat je verwacht. Zoals onderstaand bedrijf waarbij de uitstraling van het bordje een oude ambacht doet vermoeden, terwijl het om iets veel moderners gaat.

Een modern ambacht …

De route gaat verder door een park waar we langs een monument komen voor de gefusilleerde en gesneuvelde Nunspeters. Hierna gaat het al snel het bos in over een lange laan met grote huizen. Als we bij een nieuwe rotonde komen – zo te zien gesponsord door Stella Fietsen – zeggen het boekje, de GPS-route en de stickers elk wat anders. We besluiten de stickers te volgen en lopen via een nieuw fietspad het bos weer in

Gesponsorde rotonde

Langs het bungalowpark De Witte Wieven volgen we een lange weg door het bos waar we samen oplopen met het Zuiderzeepad. Als onze wegen scheiden, zien wij een prachtige zandvlakte voor ons liggen: De Haere. Er is geen mens te zien. Zoveel mogelijk het mulle zand vermijdend, lopen we langs de rand van de zandverstuiving verder.

De Haere ligt er prachtig bij

De stickers van de route zijn hier schaars en we zijn blij dat we op de GPS kunnen lopen. Als we op een kruising van paadjes stilstaan, komen we een wandelaar tegen met een klein hondje. Ze wijst ons op de verschillende rondwandelingen die hier lopen en vraagt waar we heen moeten. Het Westerborkpad kent ze niet en het spijt haar dat ze ons niet kan helpen. “Maar”, zegt ze, “jullie zien eruit alsof jullie het vaker gedaan hebben, dus dat komt vast goed”. Ik denk dat onze bergschoenen, rugzak, routeboekje, pet en wat dies meer zij, ons verraden hebben!

De Haere

We laten De Haere achter ons en in het bos dat volgt, zien we aan de bomen briefjes met nummers voor levend ganzenbord hangen. Even verderop rent een hele schare kinderen vrolijk rond. Zij horen vast bij het Clubkamp (er is geen naam vermeld) dat straks een levend bordspel gaat spelen. We komen nog een paar nummers tegen en slaan dan af.

Levend ganzenbord

Je ziet hier goed dat het een tijd niet geregend heeft. De bomen beginnen geel te worden, hoewel het pas begin juli is. Naast het waterleidinggebouw van Vitens, dat hier opeens midden in het bos staat, ligt een prachtig meertje, inclusief bankje. De prikkeldraadafrastering denken we even weg. Hier eten we een broodje, terwijl we uitkijken op de waterlelies in het glinsterende water.

Ons lunchplekje

Daarna is het niet ver meer en lopen we recht op ‘t Harde aan. Volgende keer de rondwandeling naar Elburg, ik ben erg benieuwd!

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Westerborkpad etappe 11: rondwandeling Nunspeet – Verscholen Dorp

Route: Westerborkpad
Afstand: 20km
Start: Parkeerplaats Veluwestransferium Nunspeet
Einde: Parkeerplaats Veluwetransferium Nunspeet

Wandelend langs de Zandenplas

Met de auto ditmaal komen we op een wat koelere dag tussen de warme dagen van afgelopen weken aan in Nunspeet. Op het programma staat de rondwandeling (een van de twee rondwandelingen die het Westerborkpad rijk is) die ons naar het Verscholen Dorp in de bossen bij Vierhouten brengt. Het Veluwetransferium met uitkijktoren is een grote parkeerplaats met horeca waar we aan het einde van onze wandeling dankbaar gebruik van maken.

Maar zo ver is het nog niet. Eerst maar eens de bossen in. We lopen in de goede richting, maar zien geen markering. Met de beschrijving in het boekje en de route op de GPS volgen we een asfaltweg langs een landgoed en een bungalowpark dat ons naar het viaduct over de A28 leidt. Hier komen we in het Zandenbos terecht en lopen over bospaden en betonfietspaden richting Vierhouten. De Westerborkpadstickers zijn inmiddels opgedoken.

Het Eibertjespad leidt langs landgoederen

Onderweg bloeien het vingerhoedskruid en rododendrons om en op de landgoederen die we tegenkomen, zoals Roostee en Huize de Vennen. Af en toe komt er een groetende fietser langs. Bij de Ossenkolk kijken we uit over de waterlelies en het eilandje met neergelaten vlaggenmast. Bij welke gelegenheid vaart men naar het eilandje, zet de vlaggenmast overeind en hijst de vlag? Het zal niet vaak voorkomen, vermoeden we.

Op het eilandje zie je links, als je goed kijkt, de liggende vlaggenmast

En dan nadert Vierhouten. Op een terrasje met heel veel wielrenners, motorrijders en andere dagjesmensen vinden we een plekje en drinken een cappuccino. Na de koffie lopen we al snel Vierhouten uit en komen weer in de rust van het bos terecht. Bij een klaphekje laten we drie dankbare mtb-ers door die een mooie mountainbikeroute lijken te rijden. Iets om te onthouden.

We passeren ruiters en komen dan aan de rand van het Hendrik Mouwenveld uit. Een heideveld met bijzondere wandelbankjes waar bomen doorheen groeien. Het is nog te vroeg voor de lunch, dus lopen we door. De markering zien we hier niet, dus ook hier zijn we aangewezen op de GPS. Geen overbodige luxe in een natuurgebied met vele paadjes.

Hendrik Mouwenveld

Dan volgt al snel het Verscholen Dorp, een bezienswaardigheid, getuige de vele fietsers die zich hier verzameld hebben. In 1943 en 1944 hebben hier tussen de 80 en 120 mensen ondergedoken gezeten in ondergrondse hutten: letterlijk een verscholen dorp. Dit waren niet alleen Joden maar ook geallieerde piloten, agenten die niet voor de bezetter wilden werken en zelfs een gedeserteerde Duitse soldaat. Toevallig wordt het dorp ontdekt door Duitse soldaten in oktober 1944. De meeste onderduikers wisten gelukkig te ontkomen.

Een van de nagebouwde onderkomens in het Verscholen Dorp

Een paar van de oorspronkelijke hutten zijn nagebouwd en te bezoeken. De kleine, donkere en bedompte ruimtes zien er niet heel aantrekkelijk uit. Moeilijk om voor te stellen dat op die plek zoveel mensen woonden. Altijd op hun hoede. Een gedicht van Ida Vos, bij een van de nagebouwde hutten, verwoordt dit goed.

Een straatgedicht in het bos

Na het Verscholen Dorp volgt een heel lang recht fietspad van betonplaten. Dit stuk is aanzienlijk drukker dan de heenweg. Regelmatig stappen we in de berm om de veelal elektrische fietsers te laten passeren. De weg duurt en duurt en we krijgen zin in een broodje. De spaarzame bankjes zijn bezet. Uiteindelijk vinden we bij de Waskolk een leeg picknickbankje. Met uitzicht over het vennetje, waar veel honden zich vermaken in het water, eten we onze lunch.

Een late lunch aan de Waskolk

We vervolgen onze weg op het betonnen fietspad dat onder de A28 doorgaat en bij de Zandenplas uitkomt, een recreatieplas naast de snelweg, midden in het bos. Het water is groen, samen met de inmiddels blauwe lucht en het witte zand ziet het er mooi uit. Er zijn opvallend weinig mensen. Ook op de golfbaan die aan de andere kant van het fietspad ligt, is het rustig. Een mooie plek om een balletje te slaan. Na een paar kilometer komt Nunspeet weer in zicht. Volgende keer vervolgen we de hoofdroute van het Westerborkpad naar ‘t Harde.

De Zandenplas op een zonnige zondagmiddag

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Door het raam

Soort gedicht: Raamgedicht
Waar: Hulshorst
Dichter: Jozef Deleu

Het kwam als een aangename verrassing op 1e Pinksterdag. Wandelend over een karrenspoor, weilanden om me heen, in de verte het dorpje Hulshorst, sta ik opeens oog in oog met een straatgedicht. Of eigenlijk een raamgedicht. Het glas waar de tekst op te lezen is, is ingeklemd tussen twee houten palen. Ernaast staat een scheefgezakt bankje, dat zijn functie niet meer kan vervullen. Ooit kon de voorbijganger hier gaan zitten en uitkijkend over de weilanden het gedicht op zich in laten werken.

Een bijzondere plek voor een straatgedicht. De aantallen voorbijgangers zullen niet immens zijn, hoewel het populaire Westerborkpad langs dit gedicht voert. Ook ik loop dit pad en kom vandaag uit Harderwijk gewandeld.

Ik moest moeite doen om het gedicht enigszins leesbaar op de foto te krijgen. In alle mogelijke houdingen heb ik voor het raam gestaan. Eigenlijk, dacht ik toen, moet ik wachten totdat de zon minder schittert of achter een wolk verdwijnt. Want licht wandelt, daar slaat de dichter Jozef Deleu de spijker op zijn kop. Op elk moment van de dag is het gedicht te lezen tegen een andere achtergrond, hoewel het gras en de bomen blijven.

Elk uur van de dag, elke dag, jaar in, jaar uit zijn foto’s van deze plek verschillend. Het weer, de seizoenen, maar ook de mens zijn hier debet aan. Licht en schaduwen wisselen elkaar af. Wat zou het een mooie collage opleveren als je 365 dagen lang op een vast uur en een vaste plek een foto maakt van dit gedicht. Het jaar in beelden als bewijs dat dit korte gedicht zo waar is.

LANDSCHAP 2

Kijken
hoe het licht
wandelt

over het land
met de schaduw
aan de hand

hoe de ruimte
vorm krijgt

van zien

Jozef Deleu

Stichting Muurgedichten Nunspeet koos heel bewust voor dit gedicht op deze plek. Je kunt het zien als een aansporing voor de voorbijganger om het oude cultuurlandschap door het gedicht (letterlijk en figuurlijk) te (her)ontdekken. Jozef Deleu (1937) is bij uitstek de dichter voor dit doel. De Vlaamse dichter en prozaschrijver richtte in 1957 met twee anderen het Belgisch-Nederlandse culturele tijdschrift Ons Erfdeel op en was jarenlang hoofdredacteur van het blad. Hij krijgt grote bekendheid als voorvechter voor een volwaardige plaats van de Vlaamse en Nederlandse cultuur binnen Europa.

Ik kende Jozef Deleu niet. Hij is, lees ik op de site van de stichting, geen veelschrijver “maar schrijft alleen op wat hij echt van belang vindt. Daarom zijn met name zijn gedichten veelzeggend”. Landschap 2 is een goede illustratie. Het maakt mij benieuwd naar zijn andere gedichten. Met het voornemen om hem op te zoeken in de bibliotheek, vervolg ik mijn weg naar Nunspeet, naar het volgende straatgedicht.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welk straatgedicht is jou opgevallen?

Westerborkpad etappe 10: Harderwijk – Nunspeet

Route: Westerborkpad
Afstand: 20 km
Startpunt: Station Harderwijk
Eindpunt: Station Nunspeet

Op de grens van bos en boerenland bij Hulshorst

Op een zonovergoten eerste Pinksterdag stappen wij uit op Station Harderwijk voor de tiende etappe van het Westerborkpad. Samen met ons stapt een ouder stel uit met – naar het lijkt – een Westerborkpadboekje. Ze nemen meteen een voorsprong en voor we het weten lopen ze al enkele honderden meters voor ons, richting het centrum van Harderwijk. We hadden ze graag even gesproken, benieuwd naar hun ervaringen op dit pad. In het oude centrum besluiten we eerst koffie te drinken op een terrasje bij het Hortuspark. Hier zaten we een paar jaar geleden ook tijdens een fietstocht langs de Zuiderzee. Het plekje is nog even mooi. De wandelaars verliezen we uit het oog.

Na de koffie met warme appelcrumble beginnen we opgefrist aan de rest van de wandeling. We wandelen door oude straatjes en komen in de Jodenkerksteeg langs de synagoge. Op de gevel staan op twee plakkaten de namen van Joodse inwoners die in de oorlog weggevoerd zijn. Slechts twee Joodse gezinnen uit Harderwijk zouden de oorlog overleven.

De synagoge in Harderwijk

Vlak bij de synagoge valt een bakker ons op. Het oude pand staat vol spreuken waaronder deze:

“Als de burger leijt te slapen, en de boer nog doende is met gapen, zijn wij al in de weer, voor boer, burger en meneer”

Vandaag de dag nog zeker actueel en eigenlijk ook een soort staatgedicht, waarvan er overigens in Harderwijk meerdere hangen. In de Jodenkerksteeg hangt niet geheel toevallig dit gedicht van Ina Stabergh:

Straatgedicht dat onderdeel uitmaakt van de poëzieroute

We verlaten het oude centrum om zigzaggend door straten met namen van schrijvers uit alle eeuwen langzaam Harderwijk weer uit te lopen. Via een lange weg langs het spoor laten we de Hanzestad achter ons. Langs bedrijfjes, niet allemaal in een even beste staat, komen we uiteindelijk bij een fiets/voetbrug die ons over het spoor en de A28 naar de Harderwijker bossen brengt.

We lopen langs de fietstoegang de brug op als we worden ingehaald door een oudere man met ruitjesoverhemd. Zijn vrouw staan een paar bochten terug stil en roept naar haar man dat ze dit dus echt niet gaat doen. De man stopt, zucht, draait zich om en fietst weer langzaam naar beneden. Zijn gezicht spreekt boekdelen. We zien ze niet meer terug. Ze missen het prachtige natuurgebied dat aan de andere kant ligt. Waarschijnlijk tot grote spijt van de man.

Harderwijker Bossen

Wij lopen wel door en duiken aan de andere kant van de weg het bos in. Het is een hele andere omgeving dan aan de overkant. Over bospaadjes en af en toe een fietspad doorkruisen we het Koopmansbosch. Ter hoogte van het Gelle Gat horen we steeds luidere muziek, afkomstig van – zo blijkt later – een groep pubers. Op een springkussen vermaken ze zich in het zonnetje. In een halve cirkel staan achter hen grote groene tenten. Geen verkeerde besteding van dit pinksterweekend.

We verruilen de bassen voor het constante geruis van de A28 en komen dan bij het Hulshorsterzand. Voor ons strekt zich een zandmassa uit van wit zand en diverse duinen. We beklimmen het uitkijkpunt en besluiten daar op een bankje een broodje te eten. Dit is, wat je noemt lunch with a view! Niet veel later lopen er bekende gezichten langs. De Westerborkpadwandelaars van station Harderwijk hebben we blijkbaar ongezien ingehaald. Ze lopen het pad sinds februari dit jaar en gaan vandaag ook naar Nunspeet.

Lunch with a view!

We geven ze wat voorsprong en gaan dan ook weer op pad. We maken een korte stop bij het Monument de Souvenir. We zagen de obelisk al van verre midden in de zandvlakte staan. De herdenknaald herinnert aan het Landschapsakkoord van Apeldoorn van 2008. Door 5 cent in te werpen kun je een herdenkingsmunt draaien. Uiteraard proberen wij het, maar helaas, het werkt niet.

Monument de Souvenir

Dan volgt het woenstijngedeelte van deze etappe. Door mul zand en in de brandende zon ploegen we verder. Bij elke stap die we zetten, zakken we weg in het zand. Het doet me denken aan een scène uit een film waarin de hoofdpersoon op een gegeven moment zijn zakdoek met geknoopte hoeken om zijn hoofd bindt en langzaam richting horizon wandelt. Nu zijn we natuurlijk wel in Nederland en na een paar hele lange kilometers, leidt het pad omhoog het bos in, naar de schaduw.

Hulshorsterzand

Over de A28 en het spoor lopen we het bos weer uit en komen in boerenland terecht. Met pas gemaaid gras aan de ene kant en net ontkiemende gewassen aan de andere kant wandelen we richting Hulshorst. Bij het dorp volgen we een karrenspoor en worden getrakteerd op een bijzonder straatgedicht dat gedrukt is op glas. Het landschap, waar het gedicht over gaat, kun je daardoor direct waarnemen. Hier kun je de blogpost lezen over dit bijzondere gedicht.

Een straatgedicht bij Hulshorst

Na Hulshorst volgt het Belvédèrebosch en lopen we lange tijd langs een fietspad. En dan is daar Nunspeet. Grote huizen in het bos omringd door bloeiende rododendrons vormen een mooie entree. Het industrieterrein dat volgt staat in schril contrast. We worden een doodlopende straat in geleid en de route loopt verder over een schelpenpaadje tussen het spoor en de achterkant van bedrijven. Als we langs grote vaten met zwavelzuur, zoutzuur en natronloog komen, moeten we direct denken aan een plaats delict uit een detective serie. Gelukkig is het drie uur ’s middags, niet drie uur ‘s nachts.

En dan komt het station in zicht. Met een ijsje en een wel heel toepasselijk stationsgedicht van Rutger Kopland sluiten we een mooie en afwisselende etappe af.

Een van de vele straatgedichten die we deze etappe tegenkomen

Benieuwd naar de andere etappes van het Westerborkpad? Hier vind je de verhalen over de etappes tot nu toe.

Wandelbankje

Soort gedicht: Bankgedicht
Waar: Schalkwijk (Eiland van Schalkwijk)
Dichter: Maria van de Looverbosch

Elke wandelaar kent ze: de bankjes onderweg tijdens een wandeltocht. Je kijkt er al een tijdje smachtend naar uit. Om daar je hongerklop te bezweren met meegebrachte boterhammen. Of je te verwarmen aan de koffie uit je thermoskan. Of om gewoon neer te strijken en even uit te rusten. Liefst met uitzicht. Bij warme dagen in de schaduw en bij koudere dagen in de zon. Dergelijke bankjes hebben zelfs een naam, een website en vele volgers op social media. Dit zijn de zogenaamde wandelbankjes.

Nu zijn deze bankjes niet exclusief voor wandelaars gereserveerd. Het staat iedereen die langskomt vrij er gebruik van te maken. Als fietsende wandelaar doe ik dat ook regelmatig, zowel wandelend als fietsend. Gezeten op zo’n bankje, heb ik al heel wat landschappen bewonderd. In binnen- en buitenland. Op een zonovergoten Bevrijdingsdag stap ik van mijn fiets om een late lunch te gebruiken op een van de eerste bankjes na aankomst met de veerpont Culemborg – Schalkwijk.

Het wandelbankje staat op het Eiland van Schalkwijk, aan de Veerweg bij de Lekdijk. Je hebt weids uitzicht over de uiterwaarden van de Lek en regelmatig trekken er hordes mensen voorbij die net van de pont afkomen. Echt rustig is het niet, maar er is wel wat te zien. Tot mijn verrassing blijkt het bankje een bankgedicht te bezitten.

Voor Leo van de Looverbosch en Jan Koudijs

HOUTEN, BANKEN

het landschap is niet om te haasten daarom
verplaats het langzaam langs uw oog
zorg daarbij voor stil uitzicht en laat zacht
zonlicht erop kaatsen en wees niet vooringenomen:
denk niet: ik ken het hier, ‘k heb het allang gezien

want haast doodt alles, in heel het leven
het is die zuivere eenvoud van het zitten die toont
hoe verder je kunt kijken, hoe meer je ziet
dichtbij en hoe rustiger je gaat begrijpen
bankjes langs de weg tonen de essentie aan

en wie razen er hier voorbij gemotoriseerd
of zelfs per fiets kun je te hard rijden
om te kunnen zien wat er gezien moet worden
en de tijd te nemen om stil te gaan zitten
even te leven als, ik zeg: een boom

Maria van de Looverbosch
1e dorpsdichteres van de gemeente Houten

Het gedicht is van de hand van Maria van de Looverbosch. In 2008 is zij benoemd tot eerste dorpsdichteres van de gemeente Houten. Naast gedichten schrijft zij ook proza, korte verhalen, romans, essays en wetenschappelijke artikelen, zowel over ethiek als biologie. Het gedicht is opgedragen aan Leo van de Looverbosch en Jan Koudijs, beide inmiddels overleden. De eerste is de vader van de dichteres. Zij schrijft:

“Omdat ik het kijken vanaf een bank langs de weg of bosrand van ons vader geleerd heb èn bijzonder ben gaan waarderen draag ik dit gedicht op aan hem.”

Jan Koudijs was wethouder van Houten tussen 2006 en 2010. Hij heeft Maria van de Looverbosch aangesteld als eerste dorpsdichteres.

Van de Looverbosch maant in haar gedicht de voorbijganger even pas op de plaats te maken, te gaan zitten en om zich heen te kijken. Echt te kijken en het landschap “langzaam langs uw oog” te verplaatsen. Geen enkel uitzicht is elke dag hetzelfde. Je denkt het wellicht te kennen, maar als je echt even de tijd neemt, zie je meer. In het dagelijkse leven is ‘haast’ een alomtegenwoordige factor. De dichteres lijkt de passant een moment van rust te willen geven op dit bankje. Om “even te leven als, ik zeg: een boom” en overpeinzingen de vrije loop te laten.

Na een fietstocht van 50 kilometer en nog ettelijke kilometers voor de boeg kijk ik om me heen en eet geheel ontspannen mijn boterhammen. Op de fiets kun je je onderdompelen in het landschap maar wandelend zie je meer. Zittend op een bankje echter kun je de omgeving echt in je opnemen. “Die zuivere eenvoud van het zitten” blijft onderdeel uitmaken van mijn wandel- en fietstochten. Het is zoals Maria van de Looverbosch zegt: “Het landschap is niet om te haasten”. Maak gebruik van die wandelbankjes.

Ik hou ervan, gedichten op onverwacht plekken. Poëzie, die soms letterlijk op straat ligt. Straatgedichten heten ze, ‘streetpoetry’ in het Engels. Instagram staat er vol mee. Ikzelf heb inmiddels ook een kleine fotoverzameling aangelegd. Kijk maar eens om je heen als je door een plaats of zelfs over een station loopt. Het zijn er meer dan je denkt en hun aantal groeit gestaag. In 2018 staat op deze blog elke maand een straatgedicht centraal (#EMES2018). De straatgedichten vind je hier. Welke straatgedicht is jou opgevallen?