Schuifelend loop ik naar de dichtstbijzijnde lantaarnpaal. Alles functioneert nog, maar mijn heup en schouder gaan vast blauw worden. Mijn fiets lijkt niet beschadigd, behalve dan dat de ketting eraf ligt. Uit mijn zak diep ik een zakdoekje op in de ijdele hoop mijn handen schoon te houden. Ik doe een paar halfslachtige pogingen om de ketting weer op de tandwielen te krijgen, maar met een zakdoekje, weinig licht en trillende handen van de schrik lukt dat natuurlijk niet.
Net als ik besluit om dan maar die resterende drie kilometer te gaan lopen, komt er een meneer met een hondje aan. Het beest wil al enthousiast tegen mij op springen, waardoor ik terugdeins. En de hond ook. “Ze schrikt van je” zegt de man. “Ik schrik van haar!” zeg ik, misschien net iets te hard .
De meneer is al een paar passen doorgelopen als hij aarzelt en omkeert. Hij heeft een fel lichtje in zijn hand om nog wat te zien (en gezien te worden) op zijn ommetje zo ’s ochtends vroeg. “Zal ik je bijschijnen?” vraagt hij. Ik bedank hem maar leg uit dat ik de ketting er niet op krijg en dus maar ga lopen. Hij buigt zich over mijn fiets heen en vraagt of ik de hond en het lichtje even wil vasthouden. Ik zie wat hij wil doen en wil nog een zakdoekje aanbieden. “Nee joh, ik was mijn handen thuis wel” wimpelt hij mijn aanbod af.
In tien seconden zit de ketting er weer op. Met een “wat ontzettend fijn!” bedank ik de meneer uit de grond van mijn hart. Met een armzwaai wuift hij het weg. “Pas wel op”, zegt hij, “misschien is het verderop ook glad. Het is maar de vraag of daar ook weer een vroege vogel langsloopt met van die geweldige kettingreparatiekwaliteiten zoals ik!” Hij knipoogt.

Wat fijn. Dit is een echt kerstverhaal!
Haha, zo heb ik er helemaal niet naar gekeken, maar inderdaad!
Wat een mooi verhaal
Lieve mensen bestaan nog echt …
Nou zeker, gelukkig wel!
Lieve man.
Maar je houdt zo van wandelen… 😉
Haha, dat klopt, maar dat is een beetje ver naar mijn werk 😉