Een Brabantse roman

Over Machiel Dierks. Het leven van een dagloner van Anne Mieke Vermeulen (2015)

Machiel Dierks Anne Mieke Vermeulen
Tijdens een giveaway van Goodreads won ik het book Machiel Dierks. Het leven van een dagloner. Deel 1 Ketters en Paapsen van Anne Mieke Vermeulen. Een historische roman waarin een Brabantse dagloner in de eerste helft van de 19e eeuw centraal staat. Het is het eerste deel van een vierdelige cyclus. Het lag al een tijdje op de plank, dus het werd hoog tijd om het boek eens te lezen. Ik heb er geen spijt van gehad.

De protestantse Willem I is koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Als in 1830 het grotendeels katholieke België zich afscheidt, brengt Willem I een leger op de been. Veel arme mannen zien kans om een centje bij te verdienen en nemen dienst. Ze marcheren naar het zuiden van de Nederlanden en worden bij mensen thuis ingekwartierd. Voornamelijk bij katholieken ‘om ze in de gaten te houden’. Dit zorgt voor veel spanningen tussen protestanten en katholieken.

Katholieke dagloner Machiel Dierks is 15 en woont in Fijnaart met een handvol broertjes en zusjes, een moeke en een vader die, als het even kan, naar de fles grijpt. Ook in het dijkhuisje van de familie Dierks bivakkeren verschillende soldaten. Machiel doet zijn best om brood en peekoffie op de plank te krijgen. Gelukkig kan hij meewerken bij de meekrapoogst. Dan wordt hij door zijn baas, zonder de inhoud te kennen, min of meer gedwongen een petitie te tekenen voor meer zeggenschap door de katholieken. Dit heeft gevolgen die hij niet kan overzien.

Het verhaal wordt vanuit verschillende perspectieven verteld. Naast de Brabantse dagloner maken we kennis met een Leidse student en een Hoornse schippersknecht die in dienst gaat. Ook krijgen we een inkijkje in de gedachten van de dorpspastoor. Zo worden veel verschillende levens en geschiedenissen verteld en verweven. Ik kreeg af en toe het gevoel dat het misschien wel wat veel is voor de 223 bladzijden die het boek telt. Thema’s als geloof, oorlog, misbruik in de katholieke kerk, arm en rijk, ziekten, geweld, dood en familie wisselen elkaar af.

Vermeulen laat de Brabanders in hun accent spreken. Het is even wennen, maar daarna goed te lezen. Ook voor niet-zuiderlingen. Het kwam me zelfs bekend voor, ik hoorde in de woorden een Brabantse oud-collega van mij. Ook het Nederlands in de roman doet ouder aan. Verschillende archaïsche woorden wekken de 19e eeuw weer tot leven.

De schrijfster verwerkt veel geschiedenis in de tekst. Vaak in het verhaal zelf, maar hier en daar zijn er ook stukken die zo in een geschiedenisboek kunnen. Interessant, maar het ‘breekt’ het verhaal wel. De fijne schrijfstijl maakt echter dat je toch weer verder leest. Mijn kennis van de Tiendaagse veldtocht – en wat daaraan voorafging – is in ieder geval weer opgevijzeld.

Een leuke bijkomstigheid is dat ik Anne Mieke Vermeulen al een klein beetje ‘kende’. Zij blogt namelijk al een tijd over haar schrijfproces. Ik volg haar al wat langer en las over haar bezoeken aan Fijnaart en de research die ze deed. Op haar blog zijn bijvoorbeeld foto’s te vinden van de dijk in Fijnaart waar Machiel aan gewoond zou kunnen hebben. Dat maakt het wel bijzonder, om nu het tastbare resultaat van al die inspanningen in handen te hebben. Gesigneerd en al!

De kantoortuin

Over De kamer van Jonas Karlsson (2009)

Jonas Karlsson - De kamerOp een dag was hij er: Björn. De nieuwe collega bij de Instantie. Overgeplaatst in overleg met zijn vroegere chef, om zijn “heil elders te zoeken”. Björn ziet het als een nieuwe stap in zijn carrière. Hij was zijn vroegere functie ontgroeid en kon het niet altijd goed vinden met zijn collega’s. Op de dag dat de eerste sneeuw valt in Stockholm begint hij vol goede moed aan zijn nieuwe baan. Al snel blijkt het toch niet helemaal te zijn wat hij zich er bij had voorgesteld.

Door de ogen van de zeer gestructureerde Björn maken we kennis met zijn collega’s. Stuk voor stuk voldoen ze niet aan zijn standaarden. De ene ziet eruit alsof zij “graag gelijk heeft”, de andere stoort hem voortdurend met allemaal praktische informatie waar hij als nieuwe collega wat aan zou kunnen hebben. Ook zijn dunharige chef gedraagt zich niet chefwaardig. Zelfs de op het eerste gezicht aardige receptioniste lijkt er onaangename bezigheden op na te houden. Gelukkig heeft hij zijn kamertje.

Zijn collega’s zien het ietwat anders. Zij vinden Björn maar een rare snuiter. Hij onttrekt zich aan elke vorm van sociaal contact, negeert hen, voelt zich veel beter dan zijn collega’s en staat tot overmaat van ramp regelmatig tijden naar een muur te staren. De kamer, waar Björn volgens eigen zeggen op dat soort momenten in zit, zien zij niet. Letterlijk niet.

Met een vlotte pen beschrijft Karlsson het leven in een kantoortuin. De interacties tussen collega’s, de procedures en feestjes. Het zijn herkenbare situaties voor hen die hun werkdagen ook in kantoortuinen slijten. Ik kan het weten … Björn had ook mijn collega kunnen zijn.

Het verhaal wordt verteld door Björn zelf. Naarmate het boek vordert, begin je je steeds meer af te vragen of hij wel een betrouwbare verteller is. Is er werkelijk een complot tegen hem? Bestaat de kamer nu wel of niet? Het is de vraag wiens werkelijkheid de juiste is. Of is dat een kwestie van hoe je er tegenaan kijkt?

De kamer is een vermakelijke satire op het kantoorleven en overheidsinstanties, een licht-absurdistisch verhaal dat toch heel herkenbaar is. Het heeft mij heel benieuwd gemaakt naar andere boeken van de Zweedse schrijver. Tot nu toe is De kamer het enige boek dat in het Nederlands is vertaald. Maar daar komt binnenkort verandering in. In april dit jaar verschijnt De rekening. Mijn ntl-lijstje is net weer wat langer geworden.

Liefde in tijden van kinderen

Peter Middendorp Ben je gelukkig?Over Ben je gelukkig? (2015) van Peter Middendorp

In het verleden las ik al enkele columnbundels, o.a. van Auke Kok en A.L. Snijders. Ze bevielen me goed. Toen ik de bundel van Peter Middendorp zag liggen op de tafel met aanbevolen boeken in de bibliotheek, was er geen moment van twijfel. Dit boek gaat mee naar huis. Ik kende de auteur van naam, van zijn boek Vertrouwd voordelig (2014) dat genomineerd was voor de Libris Literatuurprijs. Zijn columns, die hij schrijft voor de Volkskrant, kende ik niet.

Middendorp laat zich inspireren door wat hij ziet, meemaakt en laat daar zijn gedachten over gaan. Waarom zegt iemand wat hij zegt? Wat beoogt hij daarmee? Wat zie ik de persoon denken? Zijn gedachten verwoordt hij in heerlijke zinnen, die ik met een glimlach lees. Zo is de column Achterdocht niet gespeend van enige zelfspot. Tijdens een interview met Radio Emmen laat een uitspraak van de presentator hem eens nadenken over het Drent-zijn:

Je moest altijd achterdochtig zijn, en dat was ik ook wel, ik was een Drent. Maar evengoed werd je wel eens door Drenten als Drent in een Drents programma uitgenodigd, helemaal onder ons, en bleek je in de studio ineens de verkeerde Drent te zijn, een Zuidoost-Drent, van wie andere Drenten niet altijd iets moesten hebben.
Het verbaasde me dat Drenten onderling nog zo veel kwaliteitsverschillen konden zien, maar misschien was het wel gewoon de loop der dingen: de wereld keek neer op Nederland, Nederland op Drenthe, Drenthe op Zuidoost-Drenthe, wij op Weiteveen, en de Weitevener hing zich op.

Middendorp heeft overigens door dergelijke uitspraken al veel boze Drenten over zich heen gekregen. In september 2014 werd de schrijver bedreigd vanwege uitspraken over zijn jeugd in Drenthe. Bij de boekpresentatie in een boekwinkel in Emmen moest hij daarom beveiligd worden. Het zette de schrijver wel in the picture en leverde hem een interview op bij Pauw.

Voordat Middendorps columns in de Volkskrant verschenen, schreef hij voor De Pers over politiek Den Haag. In Ben je gelukkig? is deel III Thuis geheel gewijd aan deze politieke columns. Tijdens het lezen is er veel herkenning. De beschrijving van Rutte klopt, zo zien we hem ook op tv:

Zijn gezicht breekt altijd open als hij iemand ziet. Een mens komt er onzeker van op de benen te staan: zijn mond ging open, de wenkbrauwen schoten omhoog – in en op de premier maakte alles zich gereed voor een overdonderende uitbraak van hartelijkheid.

Maar er zijn ook scherpe kritieken, waarin politici niet gespaard blijven. En ook Middendorp zelf komt er niet altijd goed vanaf. De schrijver deinst er niet voor terug zijn eigen fouten en misstappen te benoemen. Zinnen in de trend van “Hier had ik het bij moeten laten” kom je regelmatig tegen. Over Ferry Mingelen schrijft hij:

Vaak nam ik me voor om niet meer over hem te schrijven. Te lang doorgaan is voor niemand leuk. Maar ik weet niet. Sommige vijanden zijn net als nootjes of bastognekoekjes – het hoofd zegt nee, het lichaam ja. En dan stond toch weer een lullig stukje in de krant.

Maar het zijn vooral de columns over het dagelijkse leven, zijn vriendin en kind, die mij bij zijn gebleven. In het laatste deel van deze bundel beschrijft de auteur hoe hij reageert op een inbraak in zijn huis en hoe zijn vriendin dat graag anders had gezien. In woorden en gebaren vindt de communicatie plaats. Gebaren die in de column Pinguïn tijdens een woordeloze discussie tussen schrijver en vriendin zo beeldend worden beschreven dat ik ze helemaal voor me zie:

Ik keek naar mijn vriendin, mijn vriendin keek terug. Ik schonk een glas wijn in, mijn vriendin keek op haar pols. Woordeloos, de kinderoren moesten gespaard, vertelde ze me dat het te vroeg was voor wijn. Woordeloos probeerde ik – ‘Zeg, je moet niet op je pols kijken als je geen horloge draagt, want dat is irritant’ – terug te communiceren.

“Liefde in tijden van kinderen”, noemt de schrijver het met een mooie literaire verwijzing. Hij vindt het “een onmogelijke noodzaak”. Gelukkig is het ook een goede bron voor columns.

Een post-arthuriaanse queeste

Over Vergeten reus van Kazuo Ishiguro (2015)

“Je zou lang hebben moeten zoeken naar de slingerende weggetjes en serene weilanden waar Engeland later befaamd om werd. In plaats daarvan zag je niets dan verlaten woeste gronden; hier en daar primitieve paden over onherbergzame heuvels en kaal heideland.”

Vergeten reus Kazuo IshiguroZo begint het nieuwe boek Vergeten reus (The buried Giant) van Kazuo Ishiguro. Het is meteen duidelijk. We bevinden ons in het Engeland van vele eeuwen geleden. De typerende hagen van latere tijden zijn er nog niet. Het is een open landschap met donkere bossen, moerassen en grote vlakten. De Romeinen zijn vertrokken en koning Arthur is kort geleden overleden. En, voegt de schrijver eraan toe, je moet niet vreemd opkijken als je in de mist en kille nevels af en toe een trol of andere wezen tegenkomt.

Het oudere echtpaar, dat centraal staat in dit boek, weet dit maar al te goed. Achter elke boom schuilt gevaar. Desalniettemin ondernemen zij een reis naar hun zoon die ze al jaren niet meer hebben gezien. Zij denken te weten dat hij in een dorp woont twee dagen reizen verderop. Door de eeuwige ‘mist’ zijn hun herinneringen niet meer wat ze geweest zijn. Vaak vervagen zaken die de vorige dag gebeurd zijn al. Het gezicht van hun zoon kunnen ze dan ook niet meer voor de geest halen. Tijdens hun queeste ontmoeten zij allerlei mensen en wezens.

Het boek deed me sterk denken aan de boeken van Karen Maitland, waarin de hoofdpersonen door de ruige en vijandelijke landschappen trekken van het middeleeuwse Engeland, op de vlucht of op zoek naar iets. Maar de vergelijking met de romans van Tolkien drong zich ook meteen op. Neem zijn hobbits die ook in heuvels wonen. Denk aan de trollen die door de mist dwalen.

Waar De Hobbit nog liefelijk begint, is Vergeten reus nog het beste te omschrijven als een huiveringwekkend sprookje. Achter elke steen schuilt gevaar en je dient je aan bepaalde regels te houden, anders zou het wel eens verkeerd met je af kunnen lopen. Loop vooral niet over het graf van de begraven reus, ga alleen op het middaguur langs de grote vlakte. Mensen blijven dan ook het liefste thuis, in de relatief veilige omgeving van de eigen woongemeenschap.

De schrijfstijl in dit boek is net zo fijn als in de andere boeken van Kazuo Ishiguro die ik gelezen heb, het verhaal is alleen compleet anders. De auteur draait er niet omheen en maakt het meteen op de eerste bladzijde duidelijk: dit is geen doorsnee Ishiguro-roman. De bovennatuurlijke wezens die in deze roman rondwaren, zorgen ervoor dat het boek onder het genre ‘fantasy’ geschaard kan worden. Een genre waar de auteur zich nog niet eerder aan gewaagd heeft. Ik kan me voorstellen dat het voor vele trouwe lezers als een verrassing kwam. Al dan niet een aangename.

Op Goodreads zijn de reacties op zijn zachtst gezegd gevarieerd. Het lijkt een boek te zijn waar je wel of niet van houdt. Je moet er, denk ik, met een bepaalde verwachting in stappen. Als je een ‘gewone’ Ishiguro verwacht, dan kom je bedrogen uit. Als je een spannende SF-roman verwacht ook. Het boek kabbelt voort met af en toe potentiële spannende situaties achter de bosjes of in de verte.

Zie het als een middeleeuwse ridderroman met niet compleet uitgewerkte personages zoals in Karel en Elegast. Er zijn bovenaardse wezens, mensen hebben angst voor het onbekende, er zijn ridders, reizigers, vijandelijkheden. Er is goed en er is kwaad. Maar of het goede en het kwade uit het begin van het boek nog steeds hetzelfde goed en kwaad is aan het eind van het boek is de vraag.

Zoals het een echte ridderroman betaamt, spreekt er een duidelijke boodschap uit: er zit altijd een andere kant aan het verhaal. Ook ontbreken elementen zoals liefde, oorlog en wraak niet. De schrijver heeft eens wat anders geprobeerd en het is mij goed bevallen. Het is een boek waar je de tijd voor moet nemen. Laat je meevoeren door het kabbelende tempo van het verhaal. Laat je verrassen. Misschien dat er in de mist nog wel meer te vinden is, dan je in eerste instantie ziet.

‘Gras’, het mooiste woord uit onze taal

Ruim water AL SnijdersOver Ruim water van A.L. Snijders (2012)

Eerder dit jaar las ik de columnbundel De eenzaamste vrouw van Amsterdam (2014) van Auke Kok. Hij beschrijft hierin het dagelijkse Amsterdamse leven, vanuit zijn observaties. Hij kijkt, voegt een associatie toe en vult hier en daar in voor de ander. Het resultaat: een herkenbaar, af en toe komische flard uit het dagelijkse leven. Zijn columns verschenen afgelopen jaren in Het Parool.

Bijna 30 jaar eerder was A.L. Snijders columnist voor deze zelfde krant. Zijn columns uit 1987 en 1988 zijn een paar jaar geleden gebundeld onder de titel Ruim water. Net als Auke Kok observeert en associeert de godfather van het ZKV (zeer korte verhaal) in zijn stukken. Artikelen die de lezer ’s avonds na het eten, bij de kop koffie in de luie stoel tot nadenken aanzetten. Hij deinst er niet voor terug om zijn mening te geven en ligt er niet wakker van wat de rest van Nederland daarvan vindt.

Zijn grote voorbeeld is Remco Campert. Hij probeert dan ook zijn devies ter harte te nemen: schrijf impliciet en gebruik weinig bijvoeglijke naamwoorden. Dan moet de lezer nadenken en voelt hij zich intelligent. Helaas lukt dit Snijders niet altijd: “Maar je kunt niet anders zijn dan je bent en ik ben helaas toch vaak agressief en venijnig. Dat komt er soms uit.”

Snijders heeft lievelingswoorden. Woorden die hij ronduit prachtig vind. Met stip op nummer één staat ‘gras’, gevolgd door ‘stadswaterkantoor’ en ‘buitenplaats’. Regelmatig duiken deze woorden op in zijn columns. In de column Broek schrijft hij

“(Misschien denkt u dat ik in dit stukje iets wil vertellen over de linkse intellectueel, misschien denkt u dat ik een ‘bijdrage wil leveren aan de discussie’. Dat wil ik niet, daar is geen sprake van, daar zijn andere mensen voor. Ik wil slechts een context voor het woord buitenplaats. Zo’n prachtig woord, momenteel een goede derde achter gras en stadswaterkantoor.)”

Maar hoe komt een schrijver op het onderwerp van een column? In deze bundel wordt een tipje van de sluier opgelicht. Niet alleen columns, maar ook begeleidende brieven aan de redacteur en diverse andere correspondentie over de columns zijn bijgevoegd. Je krijgt een kijkje achter de schermen, leest over de spellingdilemma’s van de auteur, je krijgt een idee hoe zo’n column nu tot stand komt.

November is ‘Nederland Leest’-maand. Het thema is het korte verhaal. Het boekje dat bibliotheekleden cadeau krijgen is dit keer een bundel met korte verhalen van diverse schrijvers, samengesteld door A.L. Snijders. Als er een goed moment is om Ruim water te lezen, is dat nu. Ook als ‘gras’ niet in je top drie staat.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Het ijsmakerschap

De ijsmakers Ernest van der KwastOver De ijsmakers van Ernest van der Kwast (2015)

Ik was er een paar weekenden geleden, op uitnodiging van een collega die 50 was geworden. Samen met nog ruim 100 mensen stond ik in een van de zalen van het voormalig Scheikundig Laboratorium van de Rijksuniversiteit Groningen te luisteren naar een Ierse zangeres. Met veel mimiek zong ze haar songs. Ik was er nog nooit geweest, in dat voormalig laboratorium, nu omgebouwd tot creatieve ontmoetingsplek en hotel. Hoewel ik jaren in de stad heb gewoond, zei de naam ‘Het Paleis’ me helemaal niets.

De week erop las ik De ijsmakers van Ernest van der Kwast. Op pagina 187 blijkt dat de schrijver Het Paleis wèl kent: “In kamer 109 van Het Paleis in Groningen staat het bed in de kast.” Een frappant en onverwacht herkenningspunt in een roman die niets met Groningen van doen heeft, maar verhaalt over het leven van een Italiaanse ijsmakersfamilie in Rotterdam. ‘Het Paleis’ vergeet ik voorlopig niet meer.

Het boek is een familiegeschiedenis over het ambacht van het ijsmaken, over de mindere kanten van zo’n traditioneel vak, het probleem van de opvolging. Maar ook poëzie speelt een grote rol. Twee heel verschillende werelden, die verenigd worden in de persoon van Giovanni Talamini. Oudste zoon en logische opvolger als ijsmaker in de Rotterdamse ijssalon. Hij breekt echter met de traditie en wijdt zich aan de poëzie. Daardoor automatisch het ijsmakerschap overlatend aan zijn jongere broer Luca. Maar of deze hier op zit te wachten …

De familiegeschiedenis in de roman beperkt zich niet tot de hedendaagse Rotterdamse Talamini’s maar gaat meerdere generaties terug in de tijd. Helemaal tot de ontdekking van het ijs in 1881 door de overgrootvader van Giovanni. Meegenomen door de fijne schrijfstijl van de schrijver word je getuige van de bijzondere geschiedenis van het nu zo beroemde Italiaanse ijs. Overgeleverd van generatie op generatie doen vele verhalen de ronde in de vallei van de ijsmakers, in het noorden van Italië. De vallei waar de ijsmakers elke winter weer naar terugkeren.

Tijdens het lezen had ik het gevoel dat ik een waargebeurd verhaal zat te lezen, iets wat de auteur zelf had meegemaakt. Is Van der Kwast stiekem een Talamini-telg? Als bij de Verantwoording de familie Olivo van ijssalon Venezia in Rotterdam en Bas Kwakman, directeur van het Poetry International Festival in Rotterdam bedankt worden voor de verhalen, besef je dat dit geen autobiografisch werk was. Knap als een auteur je toch dat gevoel kan geven.

Begin dit jaar had ik de vrolijke voorkant op verschillende stations voorbij zien komen. Hoewel januari niet de maand is voor ijsjes, zullen er ongetwijfeld lezers zijn geweest die tijdens het lezen van het boek een onweerstaanbare trek in Italiaans schepijs kregen. De beeldende beschrijvingen in de roman doen dat met je. Ik lees het boek in een betere tijd, op het randje van de zomer. De ijssalons zijn nog open. Misschien dat ik vanmiddag nog even naar de stad fiets. Ik krijg er steeds meer zin in.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Almere als dystopie

Weerwater Renate DorresteinOver Weerwater van Renate Dorrestein (2015)

In juni van dit jaar publiceerde Judith van Boekblogger een lijst met dystopische boeken. Dit zijn boeken die zich afspelen in een zogenaamde dystopie: een (denkbeeldige) samenleving met louter akelige kenmerken waarin men beslist niet zou willen leven. Eigenlijk het tegenovergestelde van een utopie, een bijzonder aangename samenleving. Dergelijke boeken zetten je aan het denken over de wereld waarin je nu leeft. Wat kan er gebeuren als …

Het is een genre dat al lang bestaat en de laatste tijd weer aan populariteit wint, ook onder Nederlandse schrijvers. Ongemerkt heb ik afgelopen jaren al redelijk wat dystopische boeken gelezen zoals 1984 (1949) van George Orwell, Brave New World (1932) van Aldous Huxley, maar ook Alles wat er was (2013) van Hanna Bervoets en Slaap zacht Johnny Idaho (2015) van Auke Hulst. Afgelopen week las ik weer een overduidelijk voorbeeld van dit genre met Weerwater van Renate Dorrestein.

In Weerwater komt de dystopie wel erg dichtbij als de wereld vergaat en alleen Almere blijft bestaan. Het geval wil dat dit net op een maandag in augustus gebeurt. Veel mensen zijn op vakantie en van de werkende thuisblijvers zijn ’s morgens velen vertrokken naar hun werk elders. Want Almere is en blijft een slaapstad. Gevolg is dat er voornamelijk vrouwen en pubers overblijven, waaronder gastschrijfster Renate Dorrestein. En de mannelijke gevangenen van de plaatselijke gevangenis. In totaal enkele duizenden mensen.

Zonder de gemakken van de moderne techniek zien de inwoners zich opeens geplaatst voor allerlei problemen die zij nooit eerder ervaren hebben. Hoe komen ze aan eten en hoe beschermen ze zich tegen de bedreiging van een aantal losgeslagen ex-gevangenen die zich ophouden in het ‘kasteel’ aan de A6. Samenwerking blijkt onvermijdelijk en onder leiding van een paar gemeenteraadsleden van de PVV, een cultuurwethouder en de gevangenisdirecteur worden er creatieve oplossingen bedacht. Renate Dorrestein wordt ingezet als geschiedschrijver. Ze krijgt de opdracht vast te leggen “hoe Almere deze ramp overleeft”.

Het is erg leuk bedacht, Almere als enige stad die de ramp overleeft. De plek waar veel Nederlanders voor geen goud zouden willen wonen, is nu de enige plek geworden waar leven mogelijk is. Deze setting biedt talloze mogelijkheden voor het verhaal. Na overleven is de volgende zorg het voortbestaan van de mensheid. Iets dat ook wat gecompliceerder blijkt dan gedacht. Het zet je aan het denken, dit boek. Over de maatschappij waarin we nu leven, wat jij zou doen als je in zo’n situatie terecht zou komen.

Het boek kent veel ontwikkelingen en misschien nog wel meer personages, die niet allemaal even goed uit de verf komen. Sommige karakters komen daardoor clichématig over: de moslima, het PVV-gemeenteraadslid, de ex-gedetineerde. Dorrestein heeft echter een erg prettige manier van schrijven. Dit maakt, samen met het hele idee en de creatieve ontwikkelingen in het verhaal dat ik door bleef lezen. Voor een ieder die benieuwd is naar de dystopische roman: Weerwater is zeker een goede eerste kennismaking.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

De sinistere gave van linkshandigheid

De linkshandigen
Over
De linkshandigen van Christiaan Weijts (2014)

Iedereen kent er wel eentje: een linkshandige. Ik mag er zelfs een tot mijn directe familie rekenen. In het dagelijkse leven kan hij niet om zijn linkshandigheid heen. Of eigenlijk om de discriminatie van linkshandigen. En dat heeft hij dan ook tot een dankbaar onderwerp van gesprek verheven. Van rechtshandige scharen, koffiekopjes met opdruk aan één kant “zit ik weer naar een wit vlak te staren” tot de Nederlandse auto’s waar met rechts geschakeld moet worden. Nee, wat hem betreft mag de Engelse manier van rijden de norm worden hier. Bijna elke zomer is hij op dat eiland te vinden, waar hij zich als linkshandige thuis voelt.

Ik weet zeker dat hij het boek De linkshandigen van Christiaan Weijts niet gelezen heeft. Anders had ik de afgelopen maanden vast en zeker een paar zinnen uit het boek voorbij horen komen over de sinistere gave van linkshandigheid. Iets waar het boek vol mee staat. In onderstaande alinea zal mijn familielid zich goed herkennen als linkshandige:

“Ze vormen een verborgen minderheid, eentje die nooit als groep vervolgd is en zich daarom ook nooit als groep heeft verenigd. Ze delen een handicap die geen handicap is. Ze zijn geen serieus object van discriminatie. Ze hebben geen gedeelde ideologie of levensovertuiging. Er wordt geen geld voor ze ingezameld. Toch zijn ze anders.”

Binnen het kader van de linkshandigheid volgen we hoofdpersoon de linkshandige Simon Sinkelberg. Simon werkt als cartoonist Zink voor een landelijke krant. Als de hoofdredacteur zijn cartoon over een Britse telecomgigant niet wil plaatsen, breekt hij abrupt met de krant. Impulsief springt hij in de auto en rijdt naar een concurrerende krant om daar zijn cartoon aan te bieden. Onderweg besluit hij een – overigens ook linkshandige – lifster met grote cellokoffer mee te nemen die naar België moet.

Hier begint een roadtrip met steeds meer thrillerachtige elementen. Is de celliste wel wie ze zegt dat ze is? Wat zit er in de cellokoffer? En waarom wilde Simon zo graag een cartoon over de telecomgigant maken? Mysterie na mysterie maakt dat je door blijft lezen. Zelfs als het verhaal steeds merkwaardiger wordt, steeds onrealistischer. Van zondag tot en met woensdag beleven we het mee.

Thema’s als toeval, ironie en privacy komen uitgebreid aan de orde. Vaak heel herkenbaar:

“Privacy interesseert de mensen hier geen hol. […] Niet in een land waar je opgroeit met Spotify, Facebook en een bonuskaart. Hier heeft privacy dezelfde bijsmaak als het milieu, de mensenrechten en gezonder eten. Je weet dat je er wat meer aan zou moeten doen, maar vind er de tijd maar eens voor.”

Ik raad het boek iedereen aan. Zowel rechts- als linkshandige lezers. En in het bijzonder aan mijn linkshandige familielid. Al is het alleen maar voor de citaten.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Observaties in Amsterdam

Auke Kok De eenzaamste vrouw van AmsterdamOver De eenzaamste vrouw van Amsterdam van Auke Kok (2014)

In de trein leg ik af en toe bewust mijn boek weg en ga er eens lekker voor zitten. Rustig kijk ik om me heen en luister naar de mensen om mij heen. Naar de medepassagiers die stuk voor stuk zeer observatiewaardig zijn. Welk verhaal zit er achter een telefoongesprek, waarom doet die jongen zoals hij doet, wat doen vertragingen met mensen? Voeg hier een beetje verwondering aan toe, een beetje fantasie, en de situaties worden zeer blogwaardig.

Auke Kok observeerde en verwonderde zich ook. Twee jaar lang ging hij voor Het Parool op pad in Neerlands hoofdstad. Hij keek naar Amsterdam en de mensen die de hoofdstad bevolken, Amsterdammers en toeristen. Het leverde interessante columns op, die in De eenzaamste vrouw van Amsterdam bij elkaar gebracht zijn. 300 pagina’s lang loop je mee met de auteur en kijk je over zijn schouder mee.

Mensen in alle soorten en maten krijgen een plek in het boek. Soms heeft de schrijver het zelf meegemaakt, soms op basis van krantenartikelen. Zo zijn we getuige van een ontmoeting in een café aan het Leidseplein. Terwijl het buiten regent en onstuimig waait en de scooters op hun zij liggen “als dode paarden in een schietfilm” schijnt binnen een denkbeeldige zon. Een man en een vrouw bespreken ogenschijnlijk een contract. De kleine, alledaagse dingen worden beschreven. Een observatie als “Zelfs haar bestelling – ‘Ik hou het bij een tomatensoepje’ – klonk nergens zuinig of benepen, eerder blijmoedig alsof het levensgeluk begint bij tomatensoepjes” is raak en herkenbaar.

Vlak voordat ik van de week op mijn werk aankwam, las ik de column Net Van Kooten. Hierin wordt de stem van Robert M. vergeleken met prof dr. Ir. P. Akkermans. “Voor een opfrisser: tik bij YouTube ‘Prof Akkermans’ in” staat er als tip bij. Ik bedacht me dat ik een beter middel achter hand had. Ik vroeg mijn regelmatig Koot & Bie citerende collega hoe Akkermans klinkt. Nog geen seconde later klonk de geaffecteerde stem van de professor doctor ingenieur over de afdeling: “Jaha, ik ben genoemd!”. De column was meteen een stuk duidelijker.

Aan het einde van het boek staat een column die uit vijf delen bestaat: Voorjaarsklassiekers. Het onderwerp? De Portugese keitjes in het centrum van Amsterdam. Uit de teksten spreekt een grote ergernis voor de kasseienstroken die Amsterdam rijk is. Aanvankelijk blijft het nog redelijk observerend, met een beetje ironie. Een vrouw probeert een brug op te fietsen die met keien bedekt is. Dit lukt niet helemaal. Maar naarmate we in deel twee en drie komen wordt de ergernis groter. Het gaat van hobbelen en rammelen naar een val en uiteindelijk zelfs een oproep tot oproer.

Dan blijkt een column een ideaal middel waarin je veel kwijt kunt. De auteur maakt daar dankbaar gebruik van. Komische, schrijnende, soms zeer realistische en herkenbare elementen wisselen elkaar af. Naar mijn mening een fijn boek voor bijvoorbeeld in de trein. Inspirerend zelfs, je zou het bijna wegleggen en doen wat Auke Kok twee jaar lang deed. Observeren, verwonderen en schrijven maar.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015

Onherbergzame streken

Nooit hier altijd daarOver Nooit hier, altijd daar van Gerrit Jan Zwier (2010)

Bijna anderhalf jaar geleden las ik mijn eerste boek van Gerrit Jan Zwier. De zelfverklaarde insulafiel (eilandgek) bezocht in Zilverig licht (2005) de noordelijke streken van Europa. Ik zag het voor me en raakte enthousiast door zijn verhalen. Van de week zag ik Nooit hier, altijd daar op een van de tafels in de bibliotheek liggen. Anderhalf jaar is lang, tijd voor een hernieuwde kennismaking.

Dit keer reist Zwier door verschillende gebieden in het noorden van Noord-Amerika. Zo bezoekt hij Alaska, de Aleoeten, Newfoundland, Labrador en Noord-Quebec. Twee kaarten voorin het boek en verschillende kleurenfoto’s helpen de lezer om een beeld te krijgen bij het gelezene. En de Russisch-orthodoxe kerken, het natuurschoon, de beren, maar ook het leven aan de rand van de samenleving vormen inderdaad een mooie illustratie.

Net als in Zilverig licht wisselt Zwier de eigen observaties af met verwijzingen naar andere avonturiers en reisliteratuur. Natuurlijk komen de ervaringen van Chris McCandless voorbij, de hoofdpersoon uit Jon Krakauers boek Into the Wild en de gelijknamige film. Maar ook Jack London ontbreekt niet met The Call of the Wild. Ook de plaatsen uit Shipping News van Annie Proulx, een boek over de onherbergzame kust en het harde leven van Newfoundland worden bezocht. Het is de ‘Zwier-formule’, zoals het ook wel wordt genoemd. Eigen beleving en herinneringen worden vermengd met de reisliteratuur en de ervaringen van de reizigers die hem zijn voorgegaan.

De auteur beschrijft ook het harde leven in deze streken. De door armoede en uitzichtloosheid ingegeven alcoholisme onder de oorspronkelijke bevolking, maar ook het lot van vele goedzoekers en – verder terug – het einde van de Deense ontdekkingsreiziger Vitus Bering in het onherbergzame Alaska. De onderwerpen worden aangestipt, maar het blijft bij observaties.

Voor wie hoopt meer te weten te komen over de oorspronkelijke bevolking in deze gebieden is dit niet het juiste boek. Het blijft bij een oppervlakkige kennismaking. Voor mij deed dit niet af aan het leesplezier. Het is een fijn geschreven en interessant reisverhaal, waarbij de schrijver in een stevig tempo doorreist. Hij is een echte reiziger. In gedachten is hij alweer verder, nooit hier maar altijd daar.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2015