Over moestuinieren

Over De groene overmacht van Maarten ’t Hart (2004)

De groene overmacht Maarten 't Hart
Een paar jaar geleden was ik groot fan van de televisieserie Maartens moestuin waarin de schrijver elke aflevering gedurende een jaar wordt gevolgd bij het planten, oogsten en bereiden van een bepaalde groente. Zijn moestuin is gelegen op de zware zeeklei, dat maakt het een vak apart. De klassieke muziek, zijn houten kas en het feit dat je vanuit een zaadje de meest wonderlijke groenten kunt kweken, spraken me erg aan. Regelmatig citeert hij uit een boek, ook zijn eigen boek over moestuinieren. Die moet ik lezen, besloot ik toen.

We zijn inmiddels twee jaar verder. Een paar weken geleden las ik eindelijk De groene overmacht, een serie kostelijke columns die grotendeels eerder verschenen in het NRC Handelsblad. De bundel is mooi vormgegeven in een groot formaat boek. Tussen de columns door staan af en toe zwart-wit tekeningen van Peter Vos in de stijl van de omslag. De tuinierder aan het werk, niet meer te onderscheiden van de planten in zijn tuin.

Tekeningen van Peter Vos in 'De groene overmacht'
Tekeningen van Peter Vos in ‘De groene overmacht’

Ik lees de columns met uitzicht op een aantal tomatenplanten met tomaten die elk moment hun uiteindelijke kleur kunnen aannemen. Het boek stelt niet teleur, integendeel. Wat kan de man humoristisch schrijven over groente. De zoon van een tuinder behandelt onderwerpen die menig moestuinierder wel eens uit zijn slaap hebben gehouden: het weer, ongedierte, onkruid en plantenziekten. Hij vertelt over mollen, slakken, over knopkruid. Hij brengt welhaast een ode aan crosne, een vergeten groente die in zijn tuin geen succes is. En als je over zijn geiten Adu en Jozef leest zie je de beesten rondlopen. De een zachtaardig, zwijgzaam en vraatzuchtig, de ander gewelddadig, treurig en zeer spraakzaam.

In de columns haalt ’t Hart regelmatig andere schrijvers aan. Auteurs van nieuwe en oudere boeken over ’s lands flora en fauna, vergeten groente en fruitteelt, waarmee hij het lang niet altijd eens is. Maar ook Schopenhauer passeert de revue, Simon Vestdijk en Geert Mak. Zij vormen een inspiratie maar ook een ergernis. In verrassend veel romans staan zaken over planten geschreven die niet kloppen. Althans niet in de ogen van ’t Hart. Hij schroomt dan ook niet om deze in zijn columns uitgebreid te behandelen.

Het maakt de bundel tot meer dan enkel een boek over tuinieren. ’t Hart toont de lezer een inkijkje in zijn gedachtewereld. Een wereld die door alle onverwachte gebeurtenissen in een moestuin, altijd voldoende input blijft houden. Het inspireert hem, maar mij ook.

Na het lezen van Het compostcirculatieplan (2016) van Anton Valens was ik ervan overtuigd geen volkstuin te willen. Nu ben ik blij met de tomatenplanten die welig tieren in mijn achtertuin. Wie weet komt er volgend jaar wel een bonenplant bij, of een aardappelplant, of misschien zelfs wel crosne. Onze tuin ligt niet op de zware zeeklei. Maar met de tips die ’t Hart erbij geeft, moet een extra groenteplant zeker lukken.

Advertenties

De roep van de roerdomp

wpid-20140820_134547.jpgOver Een vlucht regenwulpen van Maarten ’t Hart (1978)

Afgelopen jaren heb ik veel boeken gelezen van Maarten ’t Hart, maar niet het werk waarmee hij doorgebroken is in 1978: Een vlucht regenwulpen. Het initiatief Augustus Klassieke Literatuur Maand van Sandra schrijft en leest was een goede aanleiding om toch eens dit boek uit de kast te pakken, waar het al jaren stond te verstoffen.

Meteen al op de eerste bladzijden was ik terug in de moestuin van Maarten. Ik zag de glazen kas met houten spanten en een uitbundig schijnende zon. Maarten zelf, in oude trui, dito broek en zonnehoedje, doet de deur open en loopt zijn moestuin in. Maartens moestuin: een televisieserie waarin Maarten door het jaar heen gevolgd wordt, terwijl hij groenten zaait, verzorgt, oogst, bereidt en opeet. Tussendoor leest hij wat voor uit een boek, geeft tips en maakt opmerkingen over vrouwen en Geert Mak. Heerlijk eenvoudig. In een verloren half uurtje even wegdwalen naar het simpele leven. Daar moest ik aan denken toen ik las over de kassen en de kwekers.

De hoofdpersoon in de roman heet Maarten en komt net als de gelijknamige schrijver uit een kwekersfamilie. Als hij niet op school zit, helpt hij zijn vader in de kassen. Druiven krenten, tomaten oogsten, bonen plukken. Op aandringen van de hoofdonderwijzer gaat hij naar de middelbare school en gedurende zijn schoolperiode wordt hij verliefd op Martha. De zwijgzame Maarten is echter geen held en hoewel hij een paar dappere pogingen doet, is dit avontuur tot mislukken gedoemd. Na zijn eindexamen gaat hij studeren. Biologie wordt het, dezelfde studie als de schrijver Maarten ’t Hart. Na een succesvolle studie promoveert hij en op zijn 30ste is hij professor.

Hoewel zijn maatschappelijke carrière zeer voorspoedig verloopt, zit het de sociaal-onhandige Maarten in zijn privéleven niet mee. Hij verlangt naar een vrouw. Gelukkig is hij wanneer hij bij een bruiloft Martha denkt terug te zien, maar het blijkt haar zus te zijn, met wie hij zelfs een afspraakje plant. In de aanloop naar het afspraakje bezoekt hij een reünie van zijn oude lagere school, waar hij Martha weer ontmoet. Ze wisselen meer woorden dan ze ooit gedaan hebben, maar zij is getrouwd, heeft kinderen en het contact blijft beperkt tot die ene avond.

Dit thema, het verlangen naar de onbereikbare vrouw, loopt als een rode draad door het boek. Een paar dagen later wacht op een congres in Bern de volgende (onbereikbare) vrouw op hem. Even is er de hoop, maar deze wordt al snel de grond in geboord als blijkt dat een collega-wetenschapper haar het hof maakt. Maarten denkt aan doodgaan en hoe makkelijk dat eigenlijk is in de bergen. Tijdens een wandeltocht komt de dood wel heel dichtbij. En daar, te midden van het natuurschoon van Berner-Oberland met uitzicht op de Eicher en de Jungfrau verzoent Maarten zich tenslotte met zijn situatie. Hij neemt het heft in eigen hand en door middel van een ansichtkaart zegt hij het afspraakje met de zus van Martha af.

De onbereikbaarheid van de vrouw en de onlosmakelijk daarmee verbonden eenzaamheid is geen nieuw thema in het werk van ’t Hart en komt regelmatig terug in zijn latere romans. Andere bekende thema’s zijn het geloof maar ook de natuur, iets dat uitgebreid aan bod komt in Een vlucht regenwulpen. De beschrijvingen van Maartens boottochtjes door het rietland, van de vogels en van de Zwitserse Alpen zijn talrijk en gedetailleerd. Mij spreekt het wel aan. Ik ben zelfs benieuwd geworden naar de roep van de roerdomp. Deze schuwe vogel maakt niet alleen in dit boek maar ook in het boek dat ik hiervoor las zijn opwachting (Waar de vogels vliegen (2011) van de Zweedse schrijver Tomas Bannerhed). De omschrijvingen verheffen het beest tot welhaast mythische proporties. Mocht je ooit het geluk hebben deze vogel te aanschouwen dan mag je je tot een klein groepje gelukzaligen rekenen. Helaas voor Maarten blijven zowel de vrouw als de roerdomp onbereikbaar.

Deze klassieker is zeker de moeite waard om ge- of herlezen te worden. Lees het boek in alle rust in de trein, voor je tent of gewoon op de bank terwijl buiten de regen tegen de ramen tikt. Het kabbelt voort, heeft mooie natuurbeschrijvingen en is mijns inziens een goede kennismaking met het werk van Maarten ’t Hart. Nieuwsgierig geworden? Haal dan de roman in november op in de bibliotheek. Het boek is dan gratis verkrijgbaar in het kader van ‘Nederland leest 2014’.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2014