Zwienden en sporken

En alweer bleven we ongedeerd - Hanna Bervoets

Voor het schap met maaltijdsalades slaat de twijfel toe. Makkelijk maar gezond komt in zoveel mogelijkheden. De blauwe kaas-peer met frambozenvinaigrette ligt gebroederlijk naast de Marokkaanse kip met couscous en munt-citroendressing. “Wil je echt gezond doen, neem mij dan!” lijkt de spinazie quinoa maaltijdsalade met soja-gember-sesamdressing mij toe te roepen. Ik zie ze een zucht slaken als ik naar de geitenkaas met honing-tijm dressing reik.

Een groot bord voor het schap belooft de koper een gratis spork bij aankoop van iedere maaltijdsalade, af te halen bij de servicebalie. Voor wie even niet meer wist wat een spork nu ook al weer precies was, staat het stuk bestek meer dan levensgroot afgebeeld onder de tekst. Een lepel en vork in één, uitgevoerd in een frisgroene kleur. Hij oogt hip. Je kunt er mee gezien worden als maaltijdsalade etende treinreiziger. Die wil ik uiteraard ook.

Een ‘spork’ is een goed voorbeeld van een – weliswaar Engels – samengesteld woord. Waarom een geheel nieuwe term bedenken voor een stuk bestek als de som der delen ook nog herkenning oplevert bij de gebruikers? Hen wellicht een glimlach ontfutselt als ze door hebben waar de naam vandaan komt? Toegegeven, het klinkt een beetje buitenaards, maar de naam is pakkend.

Hanna Bervoets stelt in haar columnbundel En alweer bleven we ongedeerd (2015) ook het gebruik van een samengestelde woord voor: de ‘zwiend’. Dit zijn vrienden van vrienden die niet jouw vrienden zijn. Je komt ze tegen op verjaardagen en bij verhuizingen, maar hoe noem je nu zo iemand? Bervoets vindt ze nog het meest op zwagers lijken: “je kiest ze niet zelf, het is jouw band met een ander die jullie tot elkaar veroordeelt. Voor ik verder ga, wil ik voorstellen om de vrienden van vrienden voortaan ‘zwienden’ te noemen.”

Bij menig lezer zal deze column een feest der herkenning zijn. Ja, dacht ik, toen ik het las, ik heb ook zwienden. Sommigen ken ik al jaren. Met de ene zwiend kun je het goed vinden, terwijl je met de andere na drie woorden al uitgesproken bent. Zo heb ik laatst nog met een zwiend een leuk gesprek gehad over Sri Lanka. Die paar keer per jaar dat ik haar zie, is net genoeg om op de hoogte te blijven van haar reizen.

Andere zwienden zie ik nooit meer. Als zwienden hebben wij onze band niet in de hand. De vriendschap tussen mijn vriend en zijn vriend was voorbij. En ook wij waren zwiend-af. “Ook in dat opzicht zijn het net zwagers. Na een scheiding ben je ze kwijt. Omdat je ze nooit écht hebt gehad.” Mijn vocabulaire is weer een woord rijker, of eigenlijk twee.

De tweede dankzij de supermarkt, waar ik even later met mijn maaltijdsalade bij de servicebalie sta. Ik tref er een zenuwachtige zaterdaghulp. “Een spork, een spork, ja, dat stond op een bord voor het schap, toch?” vraagt ze mij, terwijl ze alle laden opentrekt in de hoop het gevraagde object tegen te komen. Een paar telefoontjes later en nog meer opengetrokken laden en kastjes, draait ze zich naar mij om. “ik denk dat de sporken niet binnengekomen zijn, helaas. Maar goed dat u er naar vroeg, nu weten we het in ieder geval.”

Een goede daad rijker, maar zonder de hippe spork loop ik naar huis. Ongewild lijkt hij meer op de zwiend dan gedacht. Ik heb ‘m ook nooit écht gehad, bedenk ik me. En ach, met een mes en een vork is zo’n salade ook stukken makkelijker te eten. Zou er eigenlijk een ‘mork’ bestaan?

Afgelopen jaren verscheen op deze blog regelmatig een recensie over een boek dat net dat beetje extra had. De boeken waren zeer divers, de recensies ook. Soms las ik een maand geen opvallend boek, soms twee achter elkaar. Mijn boekbelevingen vind je hier. Dit jaar wil ik het vanuit een andere invalshoek benaderen. Elke maand kies ik één boek uit waar iets verrassends in zit. Dat kan van alles zijn, een citaat, een vreemde naam voor een café, een gevoel dat je er aan over houdt, stijl, een woord, de mooie cover, muziek, noem het maar. Het vereist een wat andere manier van naar een boek kijken en laat je langer stilstaan bij het gelezene. Komend jaar ben ik gespitst op het  verwonderpunt.

What if …

Over Alles wat er was van Hanna Bervoets (2013)

Alles wat er wasDit boek past naadloos in het rijtje boeken, dat de wereld beschrijft na een ramp. Liefst in de nabije toekomst in de vorm van een natuurramp of een andersoortig onheil: een groep jongens strandt op een onbewoond eiland of – extremer nog – mensen worden allemaal blind of veranderen in een neushoorn. Van begin tot eind precies zo’n boek, dezelfde beklemmende sfeer. Een onderwerp dat mensen blijkbaar bezig houdt in deze tijd.

Alles wat er was vertelt over acht (en al snel zeven) mensen die na ‘de knal’ zichzelf in een schoolgebouw opgesloten zien. Ze dienen daar op bevel van de autoriteiten tot nader order te blijven, met ramen en deuren dicht. Welke ramp zich precies heeft voltrokken wordt niet duidelijk. Door de ogen van één van de zeven maak je mee hoe dat is, het leven na een ramp in een verlaten gebouw. Onderlinge verhoudingen veranderen en laten zien wat zo’n gebeurtenis met mensen kan doen.

Op het eerste gezicht lijkt het een warrig boek, maar in een goed leesbare stijl. Naarmate het boek vordert, begin je te snappen welke structuur de schrijfster aan het opzetten is. De brokjes informatie worden de lezer op een niet-chronologische wijze stukje voor stukje toegeworpen. Dit maakt dat je door wilt blijven lezen, je wilt de puzzel compleet krijgen.

Maar net zoals in die andere zogenaamde post-apocalyptische boeken wordt, naarmate het verhaal vordert, de chaos juist groter en de greep op de werkelijkheid steeds minder. Wat is echt en wat niet? En is dit realistisch? De lezer blijft met een hoop vragen zitten.

Maar die vragen, het verhaal, het zet je wel aan het denken. Net zoals Lord of the Flies, De stad der blinden, Rhinocéros en de talrijke (voornamelijk Amerikaanse) rampenfilms dat doen. Wat als dit nu eens werkelijkheid werd, in de nabije toekomst? Een boek in de ‘what if …-traditie’, vlot geschreven, maar voor mij niet de meest originele in zijn soort.

Dit boek telt mee voor de uitdaging Ik lees Nederlands! 2014