Een Australische buurvrouw

Afbeelding: nrc.nl
Afbeelding: nrc.nl

Ze ploft naast me neer. Grote tas op haar schoot. Ze diept er een treinkaartje uit op. “Is this train going to …?”, voor de plaatsnaam wijst ze naar haar kaartje. Een moeilijk uit te spreken naam voor een buitenlander. Zeker voor een Australische. Het accent meen ik te herkennen uit een ver verleden. Ik knik. “Yes” zeg ik, een beetje ten overvloede. Ze lijkt tevreden met het antwoord. Met in haar ene hand haar telefoon en in haar andere een zakje chips zakt ze onderuit. Volkomen op haar gemak lijkt ze, in deze Nederlandse trein. Vol, door alle dagjesmensen die nu de plaats innemen van de vakantievierende forenzen.

Een moeder haalt haar kind in een paar handelingen handig uit de kleurige omslagdoek. Aanvankelijk kijkt het kind rustig om zich heen, maar naar gelang de reis vordert, is het steeds duidelijker aanwezig. Met een verrassend goede woordenschat babbelt het met zijn moeder over de slapende meneren. Het geluid dat de deksel van het vuilnisbakje maakt, elke keer opnieuw, blijft fascinerend. “Dat is vies, Gerben” probeert de moeder. “Is vies” zegt het kind en laat de deksel weer vallen, een lach op zijn gezicht, pretoogjes onder witblonde haren.

Bij Amersfoort stapt een groepje joviale mannen in. Onmiskenbaar nog in de vakantiestemming. Shorts, teenslippers, felgekleurde T-shirts met opdruk, overduidelijke zonnebrilwitte vlakken op hun gezichten. Verdeeld over twee vierzitsbankjes bespreken ze het zwembad en de chickies. Net iets te hard slaat de ene kameraad de andere op zijn rug. De groep barst in lachen uit. Dit zijn niet de slapende meneren van Gerben.

Tien minuten voor aankomst gaan de eerste mensen staan en bewegen zich naar het balkon. In de startblokken om de volgende trein of aansluitende bus te halen. Het gangpad raakt langzaamaan vol. Voor mij geen treinen of bussen meer vandaag, maar een fiets, zonder vaste vertrektijd. Heerlijk. Geen haast deze keer. Ik kijk uit het raam en zie hoe de stad nadert. “Do you want to get out?” vraagt de Australische aan mij, een blik werpend op de lange rij wachtenden en al half een beweging makend om mij er langs te laten. Verrast kijk ik haar aan. Ik heb de ervaring dat de ‘raamkantreiziger’ altijd zelf het initiatief moet nemen om voortijdig zijn plek te kunnen verlaten. Meestal werkt de ‘gangpadreiziger’ wel mee. Soms niet. Maar aangeboden is het me nog nooit. Doe mij volgende keer weer een Australische buurvrouw … of een Australische trein … in het gelijknamige land … een maandje of twee. No worries, mate!

Naar de haaien

stierhaai
Afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Stierhaai

Tijdens de kerstvakantie van 2010 werd Australië opgeschrikt door de cycloon Tasha. De tropische tornado veroorzaakte o.a. grote overstromingen. Een nieuwsbericht op internet leidde tot de volgende overdenking:

La Niña doet weer goede zaken dit jaar. Samen met cycloon Tasha verandert zij grote delen van Queensland, Australië in grote binnenzeeën, inclusief bijbehorend flora en fauna. In dorpen, kilometers landinwaarts, zwemmen de stierhaaien door de straten. “Verandering van spijs doet eten”, zal het beest gedacht hebben, toen hij de pezige surfer inruilde voor een heerlijk maaltje boodschappende huisvrouw. ‘The Big Wet’ zet het Australische leven op zijn kop. Ook Queenslands hoofdstad moet er aan geloven. Brisbane verzinkt langzaam in een niet aflatende zondvloed.

Bij mij komt, bij het lezen van dergelijk nieuws, meteen een aantal beelden van deze haaisoort omhoog borrelen. Ik stel me een breedgeschouderde haai voor, grof behaard, ring door de neus en uiteraard hoornachtige uitsteeksels op zijn kop. Zijn vinnen zijn zo gevormd dat hij ermee over de grond kan schrapen terwijl hij een snuivend geluid voortbrengt. Dergelijke haaien zijn gefixeerd op de kleur rood en reageren dan ook erg agressief als er met een rode lap voor hun ogen gewapperd wordt.

Maar nee, niets van dit alles. Wikipedia toont ons een haai-haai, een dertien in een dozijn haai waar geen enkel stierkenmerk aan te bespeuren valt. Neem dan de hamerhaai. Dat beest doet zijn naam in ieder geval nog eer aan. Eén blik is genoeg om de oorsprong van zijn naam te achterhalen. Een dergelijk dier spreekt tot de verbeelding en wordt dan ook in diverse films ingezet. Vorige week zag ik hem nog in Pirates of the Carribean door het beeld cirkelen. Iets dat met de stierhaai wel nooit zal gebeuren. Het klonk zo mooi, maar is een grote teleurstelling gebleken.

Wel schijnt hij regelmatig betrokken te zijn bij aanvallen op mensen, soms met dodelijke afloop. Dat is dan tenminste nog iets.