Gerecyclede grafzerken (Deense fietsvakantie #1)

Onze fietsroute in Denemarken
Onze fietsroute in Denemarken (klik op de kaart voor een grotere afbeelding)

In juni 2016 fietsen we anderhalve week al eiland hoppend door Denemarken. Ons Deense avontuur begint in het Duitse Flensburg, waar de trein ons en onze fietsen in ruim 9 uur heen brengt. Via zuidelijk Jutland, Als, het zuiden van Fyn, Tåsinge, Langeland, Lolland, Falster en Bogø komen we uiteindelijk op Møn aan. Onze meest oostelijke bestemming. Terug op Lolland steken we over naar Noord-Duitsland, alwaar we in Lübeck de trein weer terug pakken naar Nederland.

Onderweg genieten we van het Deense landschap, hebben allerlei ontmoetingen en beleven dingen die je van tevoren niet bedenkt. De komende tijd kun je hier een greep uit die belevenissen lezen, in willekeurige volgorde.

De heggetjes stonden netjes in het gelid, alsof ze gisteren nog gesnoeid waren. De paadjes waren zonder onkruid, de namen op de grafzerken goed leesbaar. Geen sporen van mos over de letters, geen zichtbare invloeden van regen en wind. Er sprak zorg uit, respect voor de overledenen. Totdat we een stukje verder liepen. Daar, aan de andere kant, leek het liefelijke kerkhofje opeens niet meer zo liefelijk.

Een paar uur daarvoor zijn we – na 80 kilometer fietsen – aanbeland in Våbensted, een kleine dorpje op het eiland Lolland. De batterijen van onze GPS hebben – na drie nachten in een tentje – sterke behoefte aan elektriciteit. We besluiten de luxe van een B&B op te zoeken en komen terecht in een 19e-eeuws pand, een voormalig tehuis voor ouden van dagen. Na een welverdiende douche en een maaltijdsalade op het dakterras komt de energie terug.

Het ingedutte dorpje straalt rust uit en verleidt ons tot een wandelingetje. Al snel komen we in de dorpskern terecht waar in de avondzon een middeleeuws kerkje ons tegemoet schijnt. De statige toren is opvallend rood tegen de blauwe hemel. Zwaluwen cirkelen om de torenspits. Het is een Deens plaatje, zoals we afgelopen dagen vaker zagen.

Kerktoren Vabensted, Denemarken
Om het kerkje heen ligt een kerkhof. Decenniaoude graven liggen er goed verzorgd bij. We lezen de Deense namen als we om het kerkhof heen lopen. Maar dan stuiten we in een hoek achter een heggetje plots op een heel ander tafereel.

Grote en kleinere stenen lijken achteloos op een hoop gegooid te zijn. De brandnetels tieren welig, zoeken hun weg tussen en over de stenen. Als we goed kijken, blijken het niet zomaar stenen te zijn. Grafzerken zijn het, tientallen. Marmer en natuursteen, grof en glad, hoekig en rond: alle soorten en maten zijn vertegenwoordigd. Vanaf waar wij staan, zijn de namen van de overledenen niet zichtbaar, op eentje na. “Peter Gotfred” staat er te lezen op een halfronde steen. Toen hij in 1979 overleed was hij 88 jaar oud.

Kerkhof Vabensted, Denemarken
Jaren heeft hij waarschijnlijk op het keurige kerkhofje gelegen, totdat zijn steen werd verwijderd en hij hier terecht kwam. Op dit kerkhof van grafzerken. Wat is er gebeurd? Kon zijn familie de grafrechten niet meer betalen? Waar is zijn lichaam? En wat gebeurt er met deze grafstenen? Worden ze naar goede Deense traditie hier opgespaard en uiteindelijk gerecycled?

We blijven nog een tijdje kijken naar dit vreemde tafereel. Het voelt raar en respectloos, hoe deze stenen hier zo duidelijk zichtbaar voor elke voorbijganger liggen. Er loopt een oude man met een hond voorbij. “Hej” groet hij ons. Wij groeten terug. Zou hij Peter gekend hebben, schiet het door mijn hoofd. Wellicht is zijn naam wel de volgende die op Peters steen komt te staan, als zijn tijd gekomen is. Als hij zijn eeuwige rust zoekt op dit kerkhof. Op het liefelijke gedeelte wel te verstaan.

Advertenties

Fietsen over een landingsbaan

Te voet/te fiets: Te fiets
Route: Van Bennekom via de LF4 Midden-Nederlandroute over de Utrechtse Heuvelrug naar Zeist (50 km) en vandaar via de Soester Duinen naar Amersfoort
De LF4 loopt van Enschede naar Den Haag en is in totaal 300 km lang. Met deze route doorkruis je een “staalkaart van Nederlandse landschappen”: bos, landgoederen, heuvels, rivieren en uiteindelijk de kust. De routes zijn beide kanten op gemarkeerd met de groen-witte bordjes.
Afstand: 85 km
Startpunt: Bennekom
Eindpunt: Station Amersfoort

De route
Op de dagen dat Gelderland roze kleurde en wielrennen eventjes volkssport nummer 1 werd, fietsten wij daar ook, mijn medefietsers en ik. In twee dagen zouden wij Gelderland en Utrecht doorkruisen. Een gevarieerd landschap met bossen, heidevelden, heuvels, rivieren en niet te vergeten Landelijke Fiets (LF-)routes.

Na een zonovergoten eerste dag dwars over de Veluwe, starten we de volgende dag vanuit onze B&B in Bennekom. In een mum van tijd hebben we het plaatsje verlaten en klimmen en dalen door de bossen naar Renkum, waar we de LF 4 oppikken. De temperatuur is al aangenaam, het wordt ook deze dag weer 26 graden. Een mooi visitekaartje voor de Giro.

Bij Wageningen verruilen we de bossen voor de Rijn en is het fietspad opeens vol met fietsers. Al snel echter laten we de drukte achter ons als we weer het achterland induiken. Als de route voor de Grebbeberg naar rechts afbuigt, is een van mijn medefietsers teleurgesteld. Die uitdaging was ze graag aangegaan! Maar even later wordt ze op haar wenken bediend, als een klein weggetje door het bos ons dwingt terug te schakelen en ettelijke kilometers bergopwaarts te fietsen.

Deze berg laten we aan ons voorbij gaan...
Deze berg laten we aan ons voorbij gaan…

In Rhenen nemen we onze eerste welverdiende cappuccino op een terras dat langzaam roze kleurt. Een grote groep MAMILS (Middle Aged Man In Lycra) in roze Giro-shirtjes uit 2010 – toen de Ronde van Italië in Amsterdam startte – strijkt naast ons neer. Ze bespreken hun rit tot nu toe en lijken zeer tevreden. Na de koffie komt de zonnebrandcrème tevoorschijn. Geen overbodige luxe op een dag als deze.

Je kunt niet om de Giro heen
Je kunt niet om de Giro heen

Als we verder fietsen passeren we de verkeersregelaars die al klaar staan om de Giro-renners vrij baan te geven. Het is het laatste wat we zien van de wielerwedstrijd, de LF4 voert ons verder de provincie Utrecht in. Na Rhenen en Elst komen we langs het kasteel van Amerongen. Het ligt er mooi bij en vormt een ideale lunchplek. Met uitzicht op het slot laten we ons de druiven en de croissants goed smaken.

Via Doorn en Odijk komen we bij Zeist, onze vorige woonplaats en bekend terrein. We verlaten de LF4 en fietsen verder naar Soesterberg. Opeens is het fietspad een stuk breder. Asfalt zover het oog reikt, een zinderende lucht en in de verte een groot zwart gebouw. We staan op de voormalige landingsbaan van Vliegveld Soesterberg en kijken uit op het Nationaal Militair Museum. Nog niet eerder fietste ik over een landingsbaan, een vreemde gewaarwording.

Het fietspad loopt over een landingsbaan heen
Het fietspad loopt over een landingsbaan heen

Na Soesterberg is Amersfoort niet ver meer. Via de mooie Soester Duinen met haar zandverstuivingen en hoogteverschillen bereiken we uiteindelijk het station van de Keistad, alwaar we onze tocht afsluiten op een terras. We hebben in totaal 85 kilometer afgelegd vandaag. Weliswaar niet in het roze, en ook niet op een racefiets, maar het voelde wel degelijk als een echte etappe.

Een welverdiende smoothie
Een welverdiende smoothie

Deze fietstocht telt mee voor de uitdaging Elke Maand Een Route 2016

Langs de Zuiderzee

Te voet/te fiets: Te fiets
Route: Rondje rondom het Veluwemeer via LF9 NAP-route, etappe Elburg – Harderwijk en LF23 Zuiderzeeroute, etappe Harderwijk – Elburg
De LF9 loopt van Nieuweschans naar Breda en is in totaal 455 km lang. Deze route volgt de kustlijn die ontstaat als alle dijken en duinen wegvallen. Een intrigerend (en confronterend) uitgangspunt. De LF 23 loopt van Kampen naar Amsterdam en is in totaal 115 km lang. Samen met LF21 en LF22 vormt het de Zuiderzeeroute. De routes zijn beide kanten op gemarkeerd met de groen-witte bordjes.
Afstand: 53 km
Startpunt: Parkeerplaats bij Elburg Vesting in Elburg
Eindpunt: Parkeerplaats bij Elburg Vesting in Elburg

De NAP-route langs het Veluwemeer
De NAP-route langs het Veluwemeer

Al een tijdje was voorspeld dat deze zondag de eerste echte lentedag zou zijn, met temperaturen van wel 20 graden. En wat is nu een betere manier om die dag door te brengen dan op de fiets? Toen we echter vanochtend de gordijnen openschoven en de regendruppels zachtjes op de terrastegels zagen landen, werd ons enthousiasme enigszins getemperd. Waar was die uitbundige zon, die blauwe lucht, het kortebroekenweer?

Als we in Elburg – in lange broek en met jasje – op de fiets stappen, regent het nog steeds een beetje. We rijden over de brug over het Veluwemeer naar Flevoland en komen al snel de eerste camping tegen en het eerste bungalowpark. De parken ogen verlaten, een enkeling zit aan het ontbijt in zijn voortent. Zijn uitzicht bestaat uit een grijs Veluwemeer en af en toe een fietser.

De lange rechte weg voert ons vlak langs het meer. Met een paar passen zouden we onze warmgefietste voeten kunnen koelen in het meer. Net als tijdens onze wandeling langs de IJssel in januari laten we deze kans aan ons voorbij gaan. De regen maakt het niet erg aantrekkelijk. Aan de overkant zien we Gelderland en het fietspad dat we op de terugweg nemen.

Na nog veel meer campings, parken, een golfbaan, de langste kunstijsbaan ter wereld en een schietbaan maakt het fietspad opeens een bocht naar links. Ik overweeg nog om rechtdoor te fietsen, de weg lijkt namelijk gewoon door te lopen. Net op tijd, gooi ik mijn stuur om. Ik had bijna alsnog mijn voeten gekoeld in het Veluwemeer. Net als bij een Engelse ‘ford’ loopt een zijstroompje van het meer over de weg heen naar het achterland.

Een 'ford' in de polder
Een ‘ford’ in de polder

Als we even later in Harderwijk komen, schijnt de zon uitbundig. De lentedag had gewoon wat opstartproblemen. Op zoek naar cappuccino fietsen we het centrum in en stuiten in het Hortuspark op een terrasje. Met uitzicht op het park, genieten wij van een ovenvers appelkruimeltaartje. De musjes zijn niet verlegen en pikken graag een kruimeltje mee.

De musjes pikken graag een kruimeltje mee
De musjes pikken graag een kruimeltje mee

Met de zon als bondgenoot fietsen we na deze cappuccino weer richting Elburg. We volgen nu de Zuiderzeeroute. Een fietstocht van ruim 400 km om de voormalige Zuiderzee. Een route  die al een tijdje op mijn nog-te-fietsen-lijstje staat. De verkennende 25 km die we vandaag fietsen, bevalt goed. We tikken de Veluwe aan en komen langs enkele varkensboerderijen. Onderweg zien we steeds meer fietsers. De doorgewinterde zondagse wielrenners worden nu afgewisseld door oudere echtparen op e-bikes en gezinnen. Ook motorrijders zijn in groten getale op weg. In colonnes doorkruisen ze het landschap.

De Zuiderzeeroute
De Zuiderzeeroute

Ter hoogte van Nunspeet buigt de route af naar rechts, maar mijn medefietser slaat linksaf. Hij kent het hier goed. Even later staan we aan het meer, aan de surfoever de Hoge Bijssel. Het is er verlaten. “Als de wind goed is, is het hier vergeven van de surfers”, verzekert mijn medefietser me. Hij wijst mij het veldje aan waar hij vele malen zijn surfmateriaal in orde heeft gebracht. Met een glimlach kijkt hij over het water.

Het op-de-pont-wacht-bankje aan de Hoge Bijssel
Het op-de-pont-wacht-bankje aan de Hoge Bijssel

Bij de plek waar de pont van de overkant van het Veluwemeer aanmeert, eten we een boterham. Daar in de verte fietsten we vanochtend. De caravans van de campings zijn goed te zien. Dan varen er twee jongens in een rubberboot ons gezichtsveld binnen. “De pont vaart nog niet, meneer” zegt de stuurman beleefd, “Pas eind deze maand”, voegt de tweede jongen eraan toe. We realiseren ons dat we op het ‘op-de-pont-wacht-bankje’ zitten en verzekeren de jongens dat we ondanks onze zitplek niet op de pont wachten. Ze knikken, glimlachen en keren de boot dan om.

De laatste 10 kilometers naar Elburg voeren over een fietspad met treurwilgen dwars door weilanden. Aan onze linkerhand blijft het Veluwemeer zichtbaar. De zon brandt in ons gezicht, de vliegen zoemen om ons heen. Wat een contrast met vanochtend. Het is bijna jammer als we de contouren van Elburg in het vizier krijgen en de Zuiderzeeroute verlaten. Ik wil door naar Kampen, Blokzijl, Lemmer, de Afsluitdijk over. De Zuiderzeeroute is zojuist met stip gestegen in de nog-te-fietsen Top 10.

Zuiderzeeroute vlak voor Elburg
Zuiderzeeroute vlak voor Elburg

Deze fietstocht telt mee voor de uitdaging Elke Maand Een Route 2016

 

Stroomopwaarts op de fiets

Te voet/te fiets: Te fiets
Route: LF3 Hanzeroute, etappe Zutphen – Arnhem
De LF3 loopt van Holwerd naar Maastricht en is opgedeeld in de Rietlandroute, Hanzeroute en Maasroute. Wij fietsten een deel van de Hanzeroute, die de fietser 135 kilometer lang langs de IJssel en een aantal voormalige Hanzesteden voert. De route is beide kanten op gemarkeerd met de groen-witte bordjes. De route  begint bij Millingen en eindigt in Kampen (of omgekeerd).
Afstand: 54 km
Startpunt: Parkeerplaats bij IJsselpaviljoen, IJsselkade 1 in Zutphen
Eindpunt: Station Arnhem

De groenwitte bordjes markeren de LF-routes
De groenwitte bordjes markeren de LF-routes

Het hele weekend schijnt de zon uitbundig, een voorbode dat de lente niet lang meer op zich laat wachten. Als er een moment is om de eerste lange afstandsroute voor ‘Elke Maand Een Route’ te fietsen, dan is het nu. De temperatuur haalt amper de 6 graden, maar we rekenen erop dat de zonnestralen een hoop goed maken. De handschoenen gaan wel mee en we besluiten de route in een gunstige windrichting te fietsen. Op naar Zutphen.

Bij Zutphen stuiten we – nog in de auto – op de eerste omleidingen. Uiteindelijk weten we de parkeerplaats aan de IJssel te vinden. We laden de fietsen van de auto en gaan op weg. Even buiten Zutphen zijn daar weer die gele borden. Een aantal wegen is afgesloten, een bord ‘doodlopende weg’ markeert de weg die wij willen nemen. Wij wagen de gok. Als fietser hebben we de ervaring dat dit niet zoveel zegt. Vaak kun je er op de fiets nog wel langs.

Na 1,5 km echter komen we op een kruispunt van vier wegen, waarvan er drie afgesloten zijn. De enige weg die we kunnen nemen, is de weg die we net gekomen zijn. Doodlopend is in dit geval echt doodlopend. Mijn medefietser raadpleegt de GPS en komt tot de conclusie dat we weer terug moeten naar het begin. Die 50 km gaan we vandaag wel halen zo!

Als we de route weer oppikken komen we al snel bij het pontje naar Bronkhorst, het kleinste stadje van Nederland. Als drie auto’s en de nodige fietsers de pont opgereden zijn, gaat de slagboom dicht. Om een paar seconden later weer open te gaan. Vier mountainbikers rijden met enige spoed de pont op. Op de vraag van de pontschipper of er nog meer komen, antwoordt een van de mannen schertsend dat er nog 30 volgen. De pontschipper lacht even, werpt voor de zekerheid nog een snelle blik op de toegangsweg, maar maakt zich dan klaar om te vertrekken.

De twee mannen en twee vrouwen rijden op identieke mountainbikes, allemaal hebben ze een spijkerbroek aan, de dames een handtas om de schouder, nog net geen hakken aan. De mtb-verhuurder zal niet ver weg zijn. Aan de overkant buigen zij af “naar het stadje. Want dat hebben we wel verdiend!”. Wij laten Bronkhorst – in dit geval – rechts liggen en vervolgen de route over de IJsseldijk.

Net voorbij Bronkhorst komen we langs een gemaal. In de voormalige gemaalwoning zitten mensen aan de koffie en kijken uit over de uiterwaarden. Aan de andere kant van de weg staan witte picknickbankjes. De kilometerteller nadert de 20 km, een goed moment voor de eerste stop.

Witte picknickbankjes bij het Keukengemaal/Kunstgemaal bij Bronkhorst
Witte picknickbankjes bij het Keukengemaal/Kunstgemaal bij Bronkhorst

We zijn in het Keukengemaal aanbeland. Een hippe brasserie aan de IJsseldijk die dit seizoen net weer een week open is. De cappuccino is er uitstekend, de boerenappeltaart van streekproducten ook. In de lichte rechthoekige ruimte zit een handjevol mensen. Ik kan me voorstellen dat deze aantallen snel verdubbelen zodra de temperaturen gaan stijgen. Naast het Keukengemaal zit het Kunstgemaal, een expositieruimte waar hedendaagse kunstenaars hun werk kunnen laten zien. Er zijn mindere plekken om te exposeren.

Na de cappuccino fietsen we in straf tempo verder. De wind maakt het knap fris maar het zonovergoten landschap is het meer dan waard. We passeren mooie uitzichten op het hoge water in de uiterwaarden. Het rivierwater is felblauw. De witte zeilen van de kleine zeilbootjes bij Giesbeek maken het contrast nog groter. Een mooie dag om je eerste zeilles te krijgen.

Bij Westervoort gaat de route verder naar Millingen. Wij slaan af naar Arnhem om daar de trein terug naar Zutphen te nemen. Onderweg in de trein zien we de plekken waar we langs hebben gefietst. Nog steeds zonovergoten. In Zutphen maakt de laagstaande zon het plaatje nog mooier. Het is een aanrader, deze eerste fietstocht voor EMER16.

De IJssel bij Zutphen
De IJssel bij Zutphen

Deze fietstocht telt mee voor de uitdaging Elke Maand Een Route 2016

Elke maand een route

Logo EMER
In 2015 heb ik mezelf de uitdaging gesteld om elke maand een museum te bezoeken. Hoewel ik afgelopen jaar slechts een fractie van alle Nederlandse musea heb gezien, kan ik de uitdaging – met 19 musea op de teller – zeker als geslaagd beschouwen. In 2016 blijf ik musea bezoeken en als ik iets interessants tegenkom, is dat op deze blog terug te lezen. Alleen niet onder de noemer ‘Elke maand een museum’.

Dat betekent echter niet dat ik mezelf geen uitdagingen stel in 2016. Zoals voorgaande jaren ga ik de Goodreads challenge weer aan. De 105 boeken in 2015 waren begin december al bereikt en dus heb ik de uitdaging dit jaar op 110 boeken gesteld. Doel is om meer Man Booker Prize genomineerden te lezen. Deze zijn afgelopen jaren goed bevallen, maar in 2015 wat achtergebleven.

Naast een cultureel jaar wil ik van 2016 ook een sportief jaar maken. En dat brengt me op de nieuwe uitdaging voor 2016. In dit nieuwe jaar wil ik elke maand een lange afstandsroute fietsen of wandelen (#EMER16). In het geval van de fietsroute minimaal 50 km, in geval van de wandelroute minimaal 15 km.

Nu wandelde ik al regelmatig en heeft sinds een paar jaar ook het fietsvirus me te pakken. Op een zondagochtend de natuur in, genieten van de omgeving en in de tussentijd ook kilometers maken. De ene keer stel ik mijn eigen routes samen aan de hand van de knooppunten, de andere keer volg ik een bestaande lange afstandsroute. In 2015 fietste ik al het Rondje Twente en reden we langs de Reitsmaroute naar de Bodensee. We fietsten in twee weken ruim 1000 km. De veranderende omgeving, de meest onverwachte ontmoetingen en de prestatie (we zijn gewoon naar Oostenrijk gefietst!) maakten dat toch wel het hoogtepunt van 2015.

In 2016 wil ik meer van deze lange afstandsroutes fietsen. Volgens de website kent Nederland er 31. Genoeg keus dus. Ook staat er dit jaar weer een buitenlandse fietsvakantie op de planning. Na een paar goede verhalen trekt een rondtour door Denemarken steeds meer. Wie weet.

Omdat het in de winter niet altijd even lekker fietsweer is, breid ik de uitdaging uit met wandelroutes. Natuurlijk zijn er de lange afstand wandelpaden (de LAW’s) en de streekpaden. In totaal zijn er 20 LAW’s en 18 streekpaden. Daarnaast sluit ik ook de wandelroutes van Groene Wissels en de NS-wandelingen niet uit.

De gefietste en gewandelde routes zijn hier te vinden.

Wil jij van 2016 ook een sportief jaar maken? Voel je dan vrij om mee te doen met de uitdaging. Ik ben erg benieuwd naar jullie ervaringen! Daarnaast zijn tips ook welkom. Welke lange afstandsroute (fiets- of wandelroute) kan ik echt niet overslaan volgens jou?

Horror etappe

Zomaar een dag uit onze fietsvakantie naar de Bodensee #3

Uit: 'Reitsma's Route naar Rome (2011) door Hans Reitsma
Uit: ‘Reitsma’s Route naar Rome’ (2011) door Hans Reitsma

Van de fiets naar de tent is op kunstige wijze een waslijn gespannen. Kleurige shirts, fietsbroeken en lichtgewicht handdoeken bewegen zachtjes in de wind. Een aarzelend zonnetje doet zijn best om de met dauw bedekte tent droog te krijgen. Ernaast staan de gele Ortliebtassen netjes op een rijtje. Hun eigenaren zitten ervoor. Met verse broodjes en een kop koffie nemen zij het er nog even van. Zo direct moeten ze weer aan de bak. 80 of 90 kilometer is geen uitzondering voor de doorgewinterde vakantiefietser.

En dat geldt ook voor ons. Schertsend hadden we het de horror etappe genoemd: de etappe met de eerste serieuze langere klim. De Schwäbische Alb is zeker geen Mont Ventoux, maar vervult mij al maanden met een zeker ontzag. Thuis had het oneindig ver weg geleken. ‘Tegen die tijd hebben we genoeg conditie opgebouwd’ was de gedachte. Een paar dagen geleden echter, toen de eerste klimmetjes zich aandienden, liet ik die gedachte snel varen. Dat viel tegen! Hellingen van 11% leken onneembaar. Wat was er met mijn zorgvuldig opgebouwde conditie gebeurd? De trein als alternatief leek opeens heel aantrekkelijk.

We zijn inmiddels een paar fietsdagen verder, hebben de nodige klimmetjes gehad en het zelfvertrouwen is terug. Die Schwäbische Alb, die volgens het routeboekje “als een onverbiddelijke muur boven de stad oprijst”, gaan we doen. Op de fiets. Net als onze buren die dezelfde route blijken te fietsen. Met “je ziet ons wel ergens uitgeput langs de weg liggen” nemen ze afscheid. Voor de top zouden we ze niet meer zien.

Als ook wij de camping verlaten, worden de eerste caravankampeerders wakker. Het is nog vroeg, we kunnen rustig aan doen. Het drukke verkeer van Tübingen laten we al snel achter ons en binnen een paar kilometer fietsen we op landelijke weggetjes. Ik verwacht elk moment ‘de muur’ te zien, maar glooiende korenvelden bepalen het beeld. Ik vind het best en peddel rustig het vals plat op dat volgens het boekje de opmaat is voor de stijging die komen gaat.

Stijgingen die in het routeboekje aangegeven worden met duidelijke symbolen. Lichte stijgingen met een ‘>’, zwaardere stijgingen met een ‘>>’ en hele zware met een ‘>‘. De afgelopen dagen zijn ze door mijn medefietser liefkozend omgedoopt tot éénvinkers, tweevinkers en dikstrepers. De laatste twee zijn vandaag in de meerderheid en af en toe hoor ik naast me: “de komende twee kilometer een tweevinker”. De klim is duidelijk begonnen.

Bepakt en bezakt fietsen we door kleine dorpjes. We worden ingehaald door snelle racefietsers die ons bemoedigend toeroepen. De weg stijgt langzaam. “Nu begint de klim pas echt” meldt mijn medefietser op een gegeven moment, met een grijns vooruit wijzend. Voor ons strekt de asfaltweg zich uit het bos in. In de verte de eerste haarspeldbocht. We knikken elkaar toe, dit gaan we doen. Achter elkaar fietsen we omhoog. Auto’s, motors en een enkele vrachtauto zoeven voorbij. Dankbaar voor de schaduw die de bomen bieden, veeg ik desalniettemin de zweetdruppeltjes van mijn voorhoofd. 29 graden zou het worden vandaag, eigenlijk geen weer om een berg te beklimmen.

Na de bocht een pauze, wat drinken, wat eten, en verder. Dit valt nog mee, flitst er door mijn hoofd. Waar blijven die 11% hellingen? Niet aan denken, door. Gestaag gaat het verder. “Nog twee tweevinkers en een dikstreper en dan zijn we boven”, hoor ik voor me. We ronden een volgende haarspeldbocht en nog een. Doortrappen, kleinste blad, slokje water, zweetdruppels, trappen. En dan rijden we, toch nog onverwachts, een zonovergoten vlakte op. Bergweiden strekken zich uit, bruine koeien sjokken traag door het landschap. Een pittoresk kerkje maakt het geheel compleet. We zijn boven!

Mijn medefietser haalt een thermoskan tevoorschijn en schenkt koffie in. We toasten op onze overwinning en kijken met een tevreden gevoel om ons heen. Een lange afdaling ligt voor ons, “met nog een paar gemene klimmetjes”. Dat dan weer wel. Maar die overwinnen we ook wel weer. We hebben immers de Schwäbische Alb beklommen. Op de fiets!

Montag Ruhetag

Zomaar een dag uit onze fietsvakantie naar de Bodensee #2

Korenveld regenHet ontbijt is traditioneel Duits met harde broodjes, een keur aan vleeswaren en kazen, zoet beleg en allerlei yoghurtsoorten. Daar kan de slappe boterham thuis niet tegenop. Na een laatste kopje thee hijsen we ons in onze regenponcho’s en beklimmen onze zwaarbeladen fietsen. Maar 60 km vandaag, hebben we besloten. Met de nodige cappuccino’s om warm te worden. Kuchen zijn zeker niet uitgesloten. We gaan vandaag de Rijn zien.

De voorspellingen voor vandaag waren niet goed geweest. Weeronline liet al dagen donkere wolkjes met drie drupjes zien. De avond ervoor, op een zonovergoten terras, twijfelden we: gaan we fietsen of lassen we een rustdag in, in dit kleine historische stadje? Maar we waren nog maar vier dagen onderweg, dan wil je door. Dan wil je in the flow blijven. Daarnaast, het enige museum in de stad was op maandag dicht, het hotel was niet je-van-het en ruïnes bezoeken in de regen klonk ook niet heel aantrekkelijk. De waterdichte fietstassen, de regenponcho’s, de speciaal aangeschafte waterdichte overschoenen en de belofte van een majestueuze stroom te midden van imposante heuvels trokken ons uiteindelijk over de streep.

Al gauw fietsen we het stadje uit. De regen valt mee en eigenlijk liggen de glooiende natte velden er best wel idyllisch bij. Alleen die cappuccino, die is in geen velden of wegen te bekennen… In plaats van een warme Konditorei nemen we na de eerste 20 km genoegen met een viaduct, een slokje water en een sultana. Het fietsrouteboekje wordt zorgvuldig bestudeerd. Waar staat het eerstvolgende gestileerde kopje koffie ingetekend? Welke cappuccinorijke plaatsjes liggen er op de route? De vooruitzichten blijken goed. Binnen afzienbare tijd zouden we door meerdere dorpjes komen en ook een treinstation heeft een zwart kopje achter zijn naam staan, waar de damp nog vanaf lijkt te slaan. “Vóór de lunch moet het gaan lukken”, zegt mijn medefietser optimistisch.

Drie uur later zitten we op de trappen van een klein kerkje in een gehucht waarvan de naam mij niet is bijgebleven. In tegenstelling tot andere kerken is er geen afdakje, zelfs geen richeltje dat ons maar een beetje kan beschermen tegen de regen. De zachte, ja bijna gemoedelijke, druppen van vanmorgen waren inmiddels overgegaan in de regen die ik mij had voorgesteld bij de donkere wolkjes en drie drupjes van Weeronline. Gestaag valt het grijze gordijn op de verlaten straten. Verscholen in onze poncho’s maken we de laatste Nederlandse krentenbollen soldaat. In onze gedachten lijkt een warme cappuccino oneindig ver weg.

Jazeker, we waren ze wel tegengekomen, de dorpjes en zelfs het station die er onder het viaduct nog zo veelbelovend uit hadden gezien. Achter de zwarte kopjes – en zelfs een mes en vorkje – op de kaart gingen cafés, Gästehäuser en cafetaria’s schuil die echter allemaal hetzelfde bordje op hun deur hadden hangen: “Montag Ruhetag”.

De krentenbollen zijn op, verder maar weer. Door dichte bossen waar je in vroeger tijden zo een keurvorst tegen het lijf kon lopen, jagend op klein wild. Over heuvels die hun naam steeds meer lijken te verdienen. De eerste klimmetjes van deze fietsvakantie doen we met de capuchon van onze poncho half voor onze ogen. We kruisen grotere wegen, moeten zelfs wachten totdat de stroom auto’s ons doorlaat. En voor we het weten zitten we in een afdaling. Met heuse haarspeldbochten. De Rijn kan nu niet ver meer zijn. Met flapperende poncho’s en verkrampte vingers van het remmen groeten we andere vakantiefietsers die langzaam omhoog fietsen. In sandalen en zonder regenkleding beantwoordt het stel opvallend fris onze groet.

Anderhalf uur later wandelen we gedoucht en in droge kleren door de natte straten van Remagen, een historisch stadje aan de Rijn. Het centrum is gezellig druk. Het miezert nog wat. Voor ons ligt de door onze B&B-eigenaar aangeraden bakkerij Müller. “Al het brood en gebak wordt nog met de hand gemaakt en ze schenken de heerlijkste cappuccino’s. Mochten jullie daar zin in hebben”.

Levend standbeeld

Zomaar een dag uit onze fietsvakantie naar de Bodensee #1

Levend standbeeld“Schaduw!” Met een snelwandelloopje bereikt hij de stoelen die uit de zon zijn opgesteld. De lommerrijke bomen doen hun werk en laten nauwelijks zonlicht door. Een hoorbare zucht ontsnapt hem als hij neerploft naast alle andere schaduwzoekers. Nauwelijks een week  geleden snakten we hevig naar de koperen ploert, zijn warmte bestond slechts in een herinnering van maanden geleden. Nu lijken die paar dagen boven de 30 graden al eindeloos. Hoe wonderlijk werkt de menselijke geest.

Voor ons ligt het meer, de overkant heiig, slechts vage contouren. Zeilbootjes dobberen op het water, tussendoor schieten kano’s, waterfietsen. Het water lijkt groen, aantrekkelijk. Het hoogseizoen is begonnen en de boulevard is druk. Mensen in alle soorten en maten lopen, haasten zich, slenteren, flaneren en worden voortgeduwd. Alle kanten op, naar de oude stad en naar de veerboten. De schaduwstoelen staan op een ideale plek voor uitgebreide observaties.

Midden in de menigte vormt zich een groep. Er ontstaat rumoer. Mensen lachen verrast. Ik zie het standbeeld dat me eerder nog niet was opgevallen, een buiging maken. Met zijn arm maakt hij een sierlijke beweging, zoals je de mannen in kostuumdrama’s wel ziet doen. Hij reikt naar de hand van de oudere mevrouw, die net een muntje in het kistje voor zijn sokkel geworpen heeft. Verbaasd laat ze het toe. De handkus veroorzaakt nog meer verraste lachjes, nu ook van de omstanders.

Nog geen seconde later richt het standbeeld zich in een trage beweging weer op en blijft in zijn onbeweeglijke pose staan. Ogen dicht onder zijn sierlijke hoed, zijn rechterhand op zijn revers, zijn linker een gouden staf omklemmend. Half blozend werpt de mevrouw nog een blik op haar handkusser. Als ze geen beweging meer bespeurt, loopt ze door. Haar witbenige man in korte kakibroek, ruitoverhemd en zonnehoedje in haar kielzog.

En de film die zich voor onze ogen afspeelt, gaat door. De volgende potentiële klanten komen al weer aanlopen. Meisjes van een jaar of 14, met z’n zevenen tegelijk. Hele korte korte broeken, flodderige shirts, zoals de laatste mode voorschrijft. Nieuwsgierig nemen ze het witte beeld op dat boven hen uittorent. “Is hij echt?”, lijken ze nog te denken. Giechelend stoten ze elkaar aan. “Jij!” “Nee, jij moet het doen!” De stoerste van het stel stapt uiteindelijk naar voren en gooit het muntje in het kistje.

Het tafereel herhaalt zich in precies dezelfde bewegingen. Wat net nog origineel had geleken verwordt nu al tot een cliché. Productiewerk op een sokkel in de zon. Maar de meisjes vinden het geweldig. De gilletjes zijn niet van de lucht. Ze staan welhaast te springen van plezier. Eindelijk gebeurt er wat in dit ingeslapen plaatsje. Met zijn saaie boten op het meer, en de oude mensen op de terrassen. Hier is niks te beleven voor hippe mensen zoals zij. En het is nog maar half 11. Ze moeten nog de hele dag!

Ik zie het volgende meisje haar portemonnee tevoorschijn halen. Een herhaling van stappen volgt. Het standbeeld blijft onverstoorbaar en eindigt weer in zijn starre houding. Ook hij moet nog de hele dag. Arme man, in deze hitte, met al die lagen schmink. Wat zijn dat voor mensen die dit doen? Gewezen acteurs, mislukte straatmuzikanten of is dit werk slechts weggelegd voor de echt bevlogen personen, de gepassioneerde kunstenaars?

Een half uurtje geleden, toen wij ook nog deel uitmaakten van de slenterende boulevardmenigte, zag ik een witte man in de schaduw van de middeleeuwse toren zitten. Op de uitgesleten treden genoot hij zichtbaar van de literfles cola die hij gretig achterover sloeg. De arm die de fles vasthield was opvallend bruin en leek niet helemaal bij de rest van zijn lichaam te horen.

Het bleek een standbeeld vermomd als mens.

Van knooppunt naar Rustpunt

Afbeelding: twistit.nu/
Afbeelding: twistit.nu/

De pijl wijst duidelijk naar rechts. Op zoek naar knooppunt 6 rijd ik vol vertrouwen de pijl achterna, de laan met bomen in. Het verkeersbord ’doodlopende straat’ bij de ingang van de weg schuif ik in gedachten terzijde. Fietsers zullen wel door kunnen rijden. Over klinkertjes en onder bomen door rijdend voel ik mij beschermd tegen de dikke druppels die kringen maken in het kanaal naast de weg. Vrijstaande huizen en boerderijen staan verscholen in het land, enkele tientallen meters van de weg. Hobbelend over de klinkertjes, kuilen ontwijkend, rijd ik door de schemering. De grote bomen laten weinig licht door.

Na een paar kilometer worden de dichte schaduwen minder. En na een laatste bocht verdwijnen de klinkertjes in een frisgroen weiland, compleet met hek. Doodlopend dus, ook voor fietsers. Ik kijk om me heen of ik een verscholen weggetje zie dat mij alsnog naar knooppunt 6 zal brengen. Maar ik zie alleen maar weiland, de weg terug en aan de overkant van het water een fietspad. De in een felroze top gestoken hardloopster, die ik inhaalde vlak voordat ik afsloeg, rent voorbij, op het fietspad, aan de overkant van het kanaal.

Bij de aan het weiland grenzende boerderij loopt een man het erf op. Hij kijkt mij aan. Vriendelijk zeg ik goedendag, hij groet terug. Dan zie ik het bord. Groot staat daar “Rust.” op te lezen in de typisch rood-oranje kleuren. Eigenlijk verbaast het me niets, een Rustpunt aan het einde van deze doodlopende weg. Het past uitstekend bij de andere locaties die ik ook per ongeluk tegen ben gekomen. Veel bezoekers zal deze plek niet trekken, vermoed ik. De wandelroutes die ik tegenkwam bogen al eerder af. Misschien af en toe een verdwaalde fietser. De man kijkt nog steeds naar me. Ik, de potentiële klant, overweeg heel even het kopje koffie, dat hij mij in gedachten al aanbiedt, maar draai dan met een resoluut gebaar mijn fiets om. De vooraf uitgestippelde route is nog lang en er naderen meer buien. Ter afscheid steek ik nog even mijn hand op. Glimlachend zie ik hem omdraaien.

Een leuk initiatief, die Rustpunten. De Rust.-uitspanningen die ik ken, liggen meestal niet aan doorgaande wegen. Verscholen in het landschap, aan het einde van een doodlopende weg of ingeklemd tussen een zandpad en een heideveld, bij voorkeur gehuisvest in een boerderij. Ik kan me zo voorstellen dat de meeste wandelaars en fietsers het bord toevallig tegenkomen. Dat kopje koffie gaat er altijd wel in. En alles wat nog meer aangeboden wordt. Het eerste Rustpunt dat ik een paar jaar geleden tijdens een wandeling bij toeval ontdekte, had niet alleen koffie, thee, cappuccino en chocolademelk, maar ook een keur aan zelfgemaakte artikelen. De boerderij in kwestie bleek naast veehouderij ook ijsmakerij en bierbrouwerij te zijn. In de ‘boerderijwinkel’ kon je het ijs en het bier kopen en ook de zelfgemaakte jam, sap en wat dies meer zij. Het geld kon je in een geldkistje deponeren. Een handgeschreven briefje wees de bezoeker op de camera’s in het winkeltje, “omdat dit jammer genoeg nodig is”.

Afbeelding: rustpunt.nu
Afbeelding: rustpunt.nu

Gezeten aan één van de picknicktafels op het erf genoten wij van onze cappuccino met een bekertje boerderij-ijs, karamelsmaak. De boerderijkat sloop om ons heen, de loslopende kippen ontwijkend. Wij waren het er volkomen over eens: dit is het echte genieten. Bij toeval en nietsvermoedend op een verscholen oase van rust en oude ambachten stuiten. Na een half uurtje in deze omgeving te hebben doorgebracht, kwam de melkwagen. Een teken voor ons om de rugzak, verzwaard met een halve liter echt Pauwbier, weer op onze rug te hijsen. Op weg naar nieuwe ontdekkingen.

Wil je ook het echte genieten ervaren? Dit kan bijvoorbeeld op IJsboerderij De Meulenhorst

Vroeg

Afbeelding: nl.wikipedia.org
Afbeelding: nl.wikipedia.org

Eén hondenbezitter ben ik tegen gekomen, die zich op dit uur buiten waagde. Geen wandelaars, geen fietsers, geen hardlopers, ik ben de enige. Al dit uitzicht voor mij alleen. Als ik over de dijk zoef, windje in de rug, vliegen de ganzen op. Gewekt uit hun sluimering, verdwaasd door deze ongewoon vroege verstoring. Vijftig meter verder strijken ze weer neer op het gladde wateroppervlak, tussen de rietkragen. Ik zie ze nog net hun slaaphouding weer innemen, voordat ik, het fietspad volgend, de dijk afrijd. In een paar seconden zit ik tussen de weilanden. Watervogels hebben plaatsgemaakt voor lome shetlandpony’s en een paar geiten. In de berm sluipt een kat op rooftocht. Boerderijen staan aan weerszijden van de smalle weg. Geen leven te bespeuren.

Verder rijd ik, voortjagend door het stille land, genietend. De zon stijgt langzaam verder, de rode bal is helemaal zichtbaar. Ze heeft nog weinig kracht, waardoor de koele, vochtige ochtendlucht onveranderd blijft. De geneugten van het voorjaar. Dauw bedekt de paaltjes die wandelingen aangeven. Pijlen in vrolijke kleuren wijzen wandelaars naar de dijk, het bos even verderop en over een hek het weiland in. Ze staan er nog niet zo lang, die paaltjes. Ik kan me niet herinneren dat ik ze vorig voorjaar heb gezien. Of misschien zijn ze me niet opgevallen. Was ik bezig met andere dingen.

Een geluid zwelt aan. Het komt uit de richting waar ik vandaan kwam. Een gele streep doorkruist het landschap. De eerste trein naar D. Weinig mensen in de trein, zo te zien. Een enkeling op weg naar andere oorden. Vroeg opgestaan op deze vrije dag. De schapen trekken zich er niets van aan en grazen rustig verder.

Ik steek een provinciale weg over. Verlaten glinstert het asfalt, de eerste stralen van de hoger geklommen zon reflecterend. Afstappen is niet nodig en ik maak gebruik van mijn snelheid als ik aan de andere kant van de weg een hellinkje neem. Op weg naar het enige dorp dat ik ga tegenkomen. Het meest zuidelijke deel van de route. Hier verlaat ik definitief het uiterwaardengebied om onder het lommer van de oude bomen verder te fietsen. Havezaten verrijzen, oprijlanen, rododendrons die over een paar maanden hun kleurenpracht tonen. Geen asfalt meer, maar klinkertjes. Veel rustieker, maar minder comfortabel. In het midden is de weg hoger dan aan de zijkanten. Ik fiets halverwege, maar laat me al snel terugzakken naar de rand.

In de verte een zwarte stip die steeds groter wordt. Voorovergebogen over zijn stuur, gezicht onzichtbaar achter zijn vizier, in zwart lederen pak gehuld, nadert de motorrijder. Hij rijdt midden op de weg. Op het hoogste punt. In een fractie van een seconden is hij voorbij. Op weg naar een vroege kerkdienst? Of is het een gelijkgestemde geest? Wie weet. Het geluid sterft weg, de stilte neemt weer toe.

Ik merk dat ik weer in de richting fiets waaruit ik gekomen ben. De wind waait in mijn gezicht en doet mijn ogen tranen. Ik trap stevig door. Nu kracht zetten om de snelheid te behouden. Een ander landschap, een andere windrichting, de afwisseling is welhaast verslavend. “Een fijn rondje”, zal ik straks zeggen, als iemand vraagt hoe de fietstocht was, “lekker rustig”. Het idee dat ik zodirect nog een hele dag heb, terwijl ik er al een ochtend op heb zitten, voelt goed.