Speuldepad: witte pauwen en dansende bomen

Route: Klompenpad Speuldepad
Afstand: 16 km
Start: Parkeerplaats Landgoed Staverden, Uddelermeerweg in Ermelo
Eind: Parkeerplaats Landgoed Staverden, Uddelermeerweg in Ermelo

Er is wat regen voorspeld op deze zondagochtend. We kiezen daarom voor een wandeling door de bossen en komen uit op het Speuldepad, een Klompenpad op de Veluwe. Het gebied kennen we van de Trage Tocht Drie die we vorig jaar herfst liepen. Het was geen verkeerde keuze. Niet alleen lopen we over prachtige paden in mooie gebieden, maar we worden ook niet al te nat tijdens de fikse buien.

Op landgoed Staverden

We parkeren de auto op landgoed Staverden bij het gelijknamige kasteel. Staverden is een buurtschap met ongeveer 30 inwoners. In 1298 zijn er stadsrechten verleend aan Staverden en daarom wordt deze plaats ook wel de kleinste stad van Nederland genoemd. Het idee om van Staverden een stad te maken is echter rond 1320, nog geen 25 jaar na de verlening van de rechten, opgegeven.

We laten het kasteel eerst voor wat het is en wandelen de route met de klok mee. Hierdoor komen we allereerst langs de witte pauwen, die we op de parkeerplaats al hoorden roepen. Achter een hek zitten een hele hoop van deze siervogels. De witte pauwen van kasteel Staverden (ook wel de Witte Pauwenburcht genoemd) kennen een lange traditie. Ze worden al sinds 1308 gehouden. Ook nu nog krijgt de commissaris van de Koning in Gelderland bij bepaalde gelegenheden een bos witte pauwenveren van de pauwen van Staverden.

Witte pauwen van Gelre

Over kleine paadjes lopen we over landgoed Staverden, steken de Staverdense Beek over en komen uit op het Houtdorper- en Speulderveld. Op de parkeerplaats was het rustig en dat merken we nu ook. Op de vroege zondagochtend zijn we hier helemaal alleen. We zien zelfs geen paarden, hoewel hier ook een uitgebreid ruiter- en mennetwerk met knooppunten blijkt te lopen.

Ruiter- en mennetwerk

Hoewel de aanvankelijk blauwe lucht steeds bewolkter wordt, blijft het droog. We lopen over de heide, horen allerhande vogels zoals de veldleeuwerik en zien vele zwaluwen voorbij scheren. Naast het pad staan kleurige wilde bloemen. Op een bankje naast eeuwenoude grafheuvels drinken we koffie en groeten de eerste mountainbikers van de dag. Er zullen er nog vele volgen.

Op het Houtdorper- en Speulderveld
Op het Houtdorper- en Speulderveld

De route loopt verder richting Speuld, een buurtschap en tevens naamgever van het pad. Hier duiken we de Speulder- en Sprielderbossen in. We zien de dansende bomen waar deze bossen bekend om staan. Eigenlijk zijn het kromme bomen, de rechte exemplaren zijn in de loop der eeuwen gekapt door de inwoners van de omliggende dorpen.

Dansende bomen

Als we weer bij een heideveld komen, merk je dat het later op de ochtend is. Mountainbikers rijden af en aan en we zien zelfs een paar wandelaars. Bij Landgoed Leuvenem begint het te druppelen. De regenhoezen gaan over de rugzakken en we steken het heideveld over. In de daarop volgende bossen regent het flink door. Gelukkig hebben we beschutting.

Landgoed Leuvenum

Bij hotel-restaurant De Zwarte Boer in Leuvenem is het droog en weten we nog net een plekje te bemachtigen op het terras. Het is een uitspanning met een geschiedenis. De naam komt van de oude boerderij die hier rond 1600 stond. Het lag op het kruispunt van de oude handelswegen Harderwijk-Deventer en Amersfoort-Zwolle en was hiermee een belangrijk uitspanning voor postkoetsen. Een aantal eeuwen later zitten er vooral veel mountainbikers op het terras.

Over de parkeerplaats weten we een doorgang te vinden die ons weer op het Klompenpad brengt. We zijn net op tijd van het terras vertrokken want het begint weer te regenen. Over bospaden en langs beken lopen we richting Kasteel Staverden. Het imposante witte gebouw ligt er mooi bij, zelfs in deze natte omstandigheden. We maken nog een rondje door de uitbundig bloeiende tuinen en overbruggen dan de laatste paar 100 meter naar de parkeerplaats.

Kasteel Staverden
Tuinen bij kasteel Staverden

Vanmorgen stonden we er met twee auto’s, inmiddels is de parkeerplaats flink vol. De regen weerhoudt de mensen er niet van om erop uit te trekken. Het is dan ook een prachtig gebied. We sluiten dit mooie Klompenpad af met een broodje op de parkeerplaats, begeleid door de roep van de witte pauwen.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Trage Tocht Dalfsen Hessum: verlaten boswegen en een dopheideveld

Route: Trage Tocht Dalfsen Hessum: Landgoederen Hessum, Vilsteren en Rechteren
Afstand: 13 km
Start: Café-restaurant Madrid, Tolhuisweg 5 Dalfsen
Eind: Café-restaurant Madrid, Tolhuisweg 5 Dalfsen

Aan het einde van de ochtend heb ik een afspraak, dus ik begin vroeg aan mijn wandeling op deze woensdag. Om half acht parkeer ik mijn auto op de lege parkeerplaats bij café-restaurant Madrid bij het buurtschap Hessum. Het grote terras, de uitgebreide speeltuin en het vakantiepark achter het restaurant zijn in diepe rust. Met mijn telefoon met GPX-track in de aanslag ga ik op zoek naar het bospaadje dat het begin vormt van de route.

Al snel zit ik onder de spinnenwebben, ik vermoed dat ik de eerste ben die hier loopt vandaag. Ik werp een blik op Huize Hessum met een gevel vol klimop, loop een stuk langs de doorgaande weg en volg dan een lang breed pad door het bos. Via een onbewaakte spoorwegovergang kom ik op landgoed Vilsteren.

Huize Hessum

Ik volg al een tijdje een gemarkeerde pijltjesroute. Waar deze rechtdoor gaat, gaat de Trage Tocht linksaf. Over drassige paden met dennenbomen vol spinnenwebben loop ik naar het Vilsterse Veld. Hoewel ik regelmatig in deze omgeving kom, kende ik dit veld niet. Overal om me heen zie ik dopheide. De roze bloemetjes bloeien uitbundig. Verderop graast de schaapskudde met Veluwse heideschapen.

De spinnenwebben zijn wijdverspreid deze tocht, zowel langs als over de paden
Dopheide

Op een heuvel met bankje heb ik een mooi uitzicht over het gebied. Ik ben de enige, heerlijk! Een kopje koffie uit de thermoskan had het compleet gemaakt. Ware het niet dat ik de koffie thuis heb gelaten ivm de beperkte tijd die ik had.

Vilsterse Veld

Over kleine bosweggetjes door het licht heuvelachtige bos De Stikke kom ik uit in het buurtschap Vennenberg dat bestaat uit een handvol boerderijen. In het open landschap kan de wind mijn broek en schoenen wat drogen. Het hoge gras op de boswegen is knap nat van de regen van vannacht. De route duikt echter snel weer het bos in. Ik bevind me nu op landgoed Rechteren. De boerderijen hebben de kenmerkende geel-rode luiken.

Op landgoed Rechteren

Bij de Schaapskooi zie ik de eerste en meteen ook de laatste wandelaar – of eigenlijk hondenuitlater – op deze route. De enige andere mensen die ik zie, bevinden zich op de doorgaande wegen en zitten ofwel op een fiets ofwel in een auto. Over een lange brede eikenlaan met aan weerszijden akkers loop ik naar de bossen van het Hessumse Veld.

Naar het Hessumse Veld

Ook op het Hessumse Veld staat het gras hoog. Een lange broek is tijdens deze wandeling geen overbodige luxe – teek-technisch. Ik was gelukkig voorbereid. De route loopt nog een klein stukje op met het Overijssels Havezatenpad en het Maarten van Rossumpad. Deze laatste kom ik de laatste tijd steeds vaker tegen. Misschien wordt het tijd om dat pad ook daadwerkelijk te gaan lopen.

Over een bospaadje kom ik weer bij het vakantiepark Expo Madrid uit. De grote speeltuin is nog steeds verlaten en ook de stacaravans lijken nog in diepe rust. Stemmen verstoren de stilte. Drie mannen graven een gat in het pad dat over het park loopt. Er liggen buizen langs de weg. De route loopt precies over de weg met het gat. De mannen zien me aankomen en dirigeren mij over het grasveld naast het pad dat omzoomd wordt door een hek. “Daar staat een hek!”, zeg ik, naar het bewuste hek wijzend. “Daar kun je best overheen, het is niet hoog” zegt de een. “Kees,” vraagt de andere met een vette knipoog naar mij “heb je de stroom eraf gehaald?” Kees lacht, knikt en zegt tegen mij “En anders merk je het wel”.

Zo elegant mogelijk klim ik over het lage hekje van ijzerdraad en houten palen, terwijl de drie mannen toekijken. Ze hebben hun verzetje weer gehad deze ochtend. We wensen elkaar een fijne dag en ik overbrug de laatste 100 meter naar mijn auto. Op de parkeerplaats is het niet veel drukker geworden, op de doorgaande weg langs de parkeerplaats wel. Tientallen trekkers met vlaggen en borden rijden in colonne richting Dalfsen. Zou er weer een boerenprotest zijn?

Boerenprotest op de Tolhuisweg

Hoewel ik niet veel later onvermijdelijk ook aansluit bij de lange rij auto’s die achter de trekkers rijden, heb ik mijn rustmomentje van de dag weer gehad. 13 kilometer door stille en mooie natuurgebieden. Deze wandeling is echt een aanrader voor de rustzoeker.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Graafschapspad etappe 6: Doesburg – Zutphen

Route: Graafschapspad
Afstand: 28 km
Start: Doesburg, bushalte Meipoort
Eind: Station Zutphen

In de zomer van 2018 kwam ik tijdens een fietsweekend in de Achterhoek geel-rode markering tegen. Dit bleek het 124 km lange Graafschapspad aan te duiden. Ik was die dagen door prachtige gebieden gekomen en besloot toen om deze streek ook te voet te verkennen. In januari 2020 is het zover en loop ik de eerste etappe van het Streekpad.
Het Graafschapspad maakt een rondje door de Achterhoek: van de IJsselvalei naar het glooiende land waar de Berkel doorheen meandert, door Hanzesteden, bossen, langs landgoederen en havezaten. Ik maak me op voor een afwisselend en verrassend stukje Nederland.

De laatste twee etappes van het Graafschapspad zijn bij elkaar 28 kilometer. Dat moeten we kunnen doen in één dag, besluiten we. Op een zaterdag eind juni rijden we naar de Achterhoek om het Graafschapspad uit te lopen. De dag blijkt, in tegenstelling tot de voorspellingen, verrassend zonnig, als we in Zutphen de auto in de P&R achter het station zetten. We nemen de trein naar Dieren en de bus (met enige vertraging) naar Doesburg. We stappen uit waar we een maand geleden de bus naar Doetinchem namen om vanaf daar naar Doesburg te wandelen.

Aangezien we Doesburg de vorige keer uitgebreid bekeken hebben, lopen we nu al snel de stad uit. Maar niet voordat ik een wandelbankje op de foto heb gezet die de vermoeide voorbijganger in het Achterhoeks uitnodigt om te gaan zitten.

Achterhoeks wandelbankje

We komen op een dijk langs Het Zwarte Schaar terecht, een oude meander van de IJssel. Met de blauwe lucht en bermen met wilde bloemen en diverse grassen ziet het er hier prachtig uit. Ik las in blogposts over deze etappe de woorden saai en lang. Als het grijs weer is en koud, kan ik me voorstellen dat dit er een stuk minder aantrekkelijk uitziet.

In het boekje zag ik staan dat we langs een jachthaven zouden komen. Dat blijkt niet het enige. De route loopt over en langs meerdere grote campings en bungalowparken. Caravans, campers en tenten staan hier en daar boven op elkaar, maar wel mooi aan het water. Kampeerders zitten voor hun tijdelijke huisje aan de koffie of maken zich klaar voor een duik. Later passeren we nog enkele mini-campings in boomgaarden, veel minder massaal, meer ruimte en ook aan het water. Wel stuk voor stuk vol, aldus de bordjes.

Het laatste staartje van een camping langs de IJssel

Het is druk op de dijk. We komen veel fietsers tegen, maar weinig wandelaars. We hebben zin in koffie, maar de horecagelegenheden die er zijn, zijn nog niet open. En wandelbankjes zijn schaars. Ter hoogte van Dieren (aan de overkant van de IJssel), bespeuren we een schaduwplekje onderaan de dijk. Uiteraard hebben we onze fietsstoeltjes mee en een thermoskan koffie. Heerlijk in de schaduw genieten we van een welverdiend bakje en groeten de fietsers die we boven ons voorbij zien komen. We horen diverse positieve geluiden over onze stoeltjes.

Uitzicht tijdens de koffie

Vlak voor Bronkhorst, vinden we dan toch een terras bij een voormalig gemaal (het Keukengemaal) waar we in 2016 ook al eens neergestreken zijn tijdens een fietstocht. Verder gaan we door Bronkhorst, waar de terrassen vol zitten en met het pontje (eveneens vol) naar Brummen. Bronkhorst claimt met 100 inwoners het kleinste stadje van Nederland te zijn. Er zijn echter meer gehuchten met stadsrechten – en minder inwoners – die die titel claimen. Het buurtschap Staverden op de Veluwe is daar één van.

Bronkhorst
Pontje naar Brummen

Aan de overkant van de IJssel zien we het eerste kunstwerk van de IJsselbiennale die op dit moment (tot en met 19 september 2021) aan de gang is. Langs de IJssel is over 120 kilometer kunst, theater en muziek te vinden. Het kunstwerk dat we zien bestaat uit meerdere palen met skylines van een stad, weerspiegeld in het water. Twee Zeeuwse fietsers zijn hier afgestapt voor een foto. De man vindt het ook wel bij Zeeland passen. En of we nog een eind moeten wandelen. Valt wel mee, zeggen we, we hebben twee derde erop zitten, nog 9 kilometer. Beide maken ze een rekensommetje in hun hoofd en kijken dan met een mengeling van bewondering en opluchting naar hun elektrische fietsen. We wensen elkaar een goede tocht.

Kunstwerk bij het pontje

Vanaf Brummen verdwijnt de zon achter de wolken waardoor het minder warm wordt. Ruim 5 kilometer lopen we over een betonnen fietspad door de uiterwaarden. Bij hoog water is dit gebied niet begaanbaar. Ook hier staan de bermen vol wilde bloemen. Prachtig. We naderen de brug over de IJssel naar Zutphen, klimmen een hoge trap op en staan nu ver boven de rivier waar we de afgelopen 22 kilometer naast liepen.

IJsselbrug naar Zutphen

In tegenstelling tot wat er op de kaart in het boekje staat, maken we, de markering volgend, aan de overkant een wijde lus onder de brug door en komen op een fietspad langs de IJssel terecht. We lopen langs de buitenwijken van Zutphen. De huizen aan de rand hebben stuk voor stuk een mooi uitzicht op de rivier. Langs de jachthaven lopen we het centrum in van de Hanzestad, tot aan de voet van de St. Walburgiskerk. Op deze plek begonnen we in januari 2020 aan dit pad. Niet wetend dat een wereldwijd virus twee maanden later de boel aardig op zijn kop zou zetten. Met een ijsje vieren we dat we het gehaald hebben. Het was een afwisselende route door een mooie streek. Op naar andere paden in – nu nog – onbekende streken.

Benieuwd naar de andere etappes van het Graafschapspad? Mijn wandelervaringen tot nu toe vind je hier.

Kanoën rond de Kamperzeedijk

Route: Kanoroute IJsseldelta rond de Kamperzeedijk
Afstand: 12 km
Start: Stoomgemaal Mastenbroek (d’Olde Mesiene), Kamperzeedijk-Oost
Eind: Stoomgemaal Mastenbroek (d’Olde Mesiene), Kamperzeedijk-Oost

We kanoën de route in de rode cirkel, een combinatie van de paarse, blauwe en groene route

In de zomer van 2019 verkennen wij voor het eerst het kanoroutenetwerk van de IJsseldelta, het gebied tussen Zwolle, IJsselmuiden en Genemuiden. We doen dan een rondje in de Mastenbroekerpolder en zijn enthousiast. Twee jaar later zijn we weer in het gebied. We starten nu bij het stoomgemaal aan de Kamperzeedijk dat we vorige keer vanaf het water zagen. Op de planning staat een rondje van ongeveer 12 km, een combinatie van routes. We hebben de kaart op de telefoon, de app OsmAnd als back-up, er kan niet veel misgaan.

We parkeren de auto bij Stoomgemaal Mastenbroek, ook wel ‘d’Olde Mesiene’ genoemd door de plaatselijke bevolking. We bekijken de plek waar we erin gaan en ook meteen de steiger – een eindje verderop – waar we het rondje eindigen. Het ziet er goed uit. Helaas zullen we nooit die laatste steiger bereiken.

Tegenover het gemaal maken we de opblaasbare kano’s vaarklaar en kanoën de Veneriete op. We zijn de enige op deze brede vaart die dient om het overtollige water uit de Mastenbroekerpolder af te voeren. Met een windje in de rug varen we richting het Zwarte Meer.

Stoomgemaal Mastenbroek

Volgens de kanokaart kun je vanaf de Veneriete zonder overdragen, net voor het Zwarte Meer, op de Goot komen om zo weer richting Mastenbroekerpolder te varen. Helaas. Met het Zwarte Meer in zicht ligt over de hele breedte van de vaart een drijvende afzetting. We kunnen er met de kano met geen mogelijkheid langs. Een kanosteiger biedt uitkomst. Het was nog mooier geweest als er na de afzetting ook eentje was geweest, maar de kant is gelukkig niet al te hoog. Ook staat er een bankje. We besluiten van de nood een deugd te maken en pakken er de thermoskan met koffie en de stroopwafels bij.

De Veneriete is afgesloten

Een 100 meter van ons bankje staat pal aan het water een campertje met een ouder echtpaar. Ze staan op het punt om boodschappen te doen op hun elektrische fietsen en wensen ons een mooie dag. Met zo’n bijzondere kampeerplek kunnen ook zij alleen maar een mooie dag hebben. Na de koffie gaan we de Goot op. We hebben een stevig windje tegen en proberen zo dicht mogelijk in de luwte langs de kant met het hoge riet te kanoën. We varen door immense velden met waterlelies en gele plomp.

Gele plomp op de Goot

Op deze doorgaande vaart komen we meerdere motorbootjes tegen. Ook aan de steigers langs de kant liggen de nodige boten. Met een kopje koffie in de hand groet men ons vriendelijk. Verderop wachten we totdat een elektrisch zelfbedieningspontje met fietsers gepasseerd is en varen door tot we bij het gemaal Nieuw Lutterzijl komen. Hier tillen we de kano’s uit het water, steken de weg over en gaan aan de overkant op zoek naar de Bisschopswetering waar onze route verder gaat. Deze blijkt nog niet zo makkelijk te vinden. Na een tijd zoeken, komen we langs een hek en over het terrein van een bedrijf bij het water. Er staan hier zelfs picknickbankjes. Het lijkt de bedoeling, maar ik vraag me af hoeveel kanoërs dit kunnen vinden. Een bordje zou een hoop gezoek schelen.

Over rustig water met uitzicht op tientallen elektriciteitsmasten varen we de Mastenbroekerpolder in. Volgens de kaart moeten we ergens naar links. Tegenover een bedrijf waar ‘Arbeid adelt’ in grote letters op de zijmuur staat, vinden we een klein slootje.

Daar is dan eindelijk de Bisschopswetering

De kanten staan vol riet en wilde bloemen, libellen vliegen af en aan en zwaluwen scheren over het water. Wat een verschil met de Goot. Bij een sluisje tillen we de kano’s over en besluiten meteen maar een broodje te eten. We maken het ons gemakkelijk op de betonnen rand van de sluis en midden tussen de weilanden genieten we van onze lunch.

Lunchplek in de Mastenbroekerpolder

Na de lunch kanoën we verder, dragen de kano’s nog een keer over. In deze polder zijn de sluisjes talrijk. Dan komen we op een punt waar we volgens de kaart rechtdoor moeten varen, overdragen is niet nodig. We zien een doorgang, maar deze is afgesloten door – jawel – een sluisje. Wellicht dat je hier voorheen wel door kon? We zien geen mogelijkheid om uit de kano’s te stappen, de wal is simpelweg te hoog. Ook zijn er geen steigers te bekennen. Op de kaart zie ik een andere waterweg die ook bij het gemaal waar we begonnen uit lijkt te komen. OsmAnd laat het water niet zien. Ook is er geen kanoroute. We besluiten de gok te nemen en vertrouwen op de kanokaart.

Aanvankelijk kanoën we lekker door, groeten een visser en varen tussen een fietspad en de weg. Dan eindigt het water. Hier is de kant wel laag genoeg om uit te stappen en vol goede moed halen we de kano’s uit het water. De volgende sloot lijkt echter in de verte redelijk begroeid te zijn en volgens de kaart moet het water eigenlijk aan de andere kant van de weg afbuigen naar het gemaal.

Met in elke hand een kano (ik de voorkanten, mijn mede-kanoër de achterkanten) lopen we een tijdje langs het steeds kleiner wordende en dichter begroeide slootje maar zien geen water aan de andere kant van de weg. De Kamperzeedijk komt in zicht. En in de verte zien we de schoorsteenpijp van het gemaal waar de auto staat. Kanoën lijkt er niet meer in te zitten. We besluiten de kano’s in de berm te leggen en te voet de auto op te halen. Het is gelukkig niet ver. In een kwartiertje ben ik bij de auto en als ik terugkom heeft mijn medekanoër de kano’s al ontmanteld. Een ander einde van dit rondje Kamperzeedijk dan gedacht.

Ik had graag het hele rondje gekanood maar – zo blijkt maar weer – dan moet je ook de kanoroutes blijven volgen. Een les voor de volgende keer. Hoewel, die kanoroutekaart blijkt ook niet helemaal te kloppen. Tijd voor een update, want dit is een mooi kanogebied dat meer kanoërs verdient. Net als de vorige keer waren we de enige.

Benieuwd naar andere kanoroutes die ik gevaren heb? Je vindt ze hier.

Pieterpad etappe 13: Laren – Vorden

Route: Pieterpad
Afstand: 15 km (inclusief op en neer naar de Staringkoepel)
Start: Dorpsstraat Laren
Eind: Station Vorden

Pieterpad, het pad der paden. Of in ieder geval het eerste langeafstandspad in Nederland. Het loopt van Pieterburen naar de Sint Pietersberg en spreekt tot de verbeelding. Vele mensen lopen het en doen er soms jaren over om het uit te lopen. Een vriendin van mij liep het pad in 2018 in anderhalve maand, vrijwel achter elkaar. Ik liep toen twee etappes met haar mee. Hoog tijd voor de rest.

De laatste keer dat we in Laren stonden was afgelopen februari. Er lagen nog resten sneeuw langs de weg, sneeuwklokjes en krokussen bloeiden en we waren blij met het lentezonnetje. Vier maanden later hebben we al heel wat warme dagen achter de rug en is de natuur ontploft in vele kleuren groen. Bermen en velden tonen een kleurrijk palet aan allerhande bloeiende wilde bloemen. Tijd voor de volgende etappe van het Pieterpad.

We parkeren de auto bij station Vorden en fietsen naar de Dorpsstraat van Laren waar we bij De Wereldbakker eerst een cappuccino-to-go halen. Dit is ons vorige keer goed bevallen. Terwijl we de koffie drinken, zien we bij de tegenoverliggende bushalte een aantal wandelaars staan. Verschillende vlaggen en een teddybeer steken uit hun rugzakken. Andere wandelaars lopen richting de kerk, in hun hand het bekende boekje. De vele wandelaars vielen ons vorige keer ook al op. In Laren komen meerdere wandelroutes samen. Ook wij waren hier eerder met het Graafschapspad.

Als we Laren uitlopen zien we veel meikevers vliegen maar vooral ook in platte staat op de grond liggen. Dit was me nog niet eerder opgevallen. Duidelijk de tijd van het jaar. Over de Dochterense Weg komen we langs Groot Dochteren, een buurtschap van verspreide boerderijen. Om ons heen akkers met nog groen graan. Wat zul je hier in de zomer mooie foto’s kunnen maken van de gele velden.

Het graan is nog groen

We lopen een stukje langs de spoorlijn Zutphen – Hengelo en steken dan het Twentekanaal over. Even later komen we bij de Berkel. Een bekend riviertje dat we nog kennen van het Graafschapspad. Een vrouw staat met haar SUP board klaar om het water op te gaan, twee mannen zijn bezig hun Ally vouwkano in elkaar te zetten. De SUP-per vindt dat de mannen het goed bekeken hebben. Er staat een aardige wind en zij staat natuurlijk rechtop op haar plank. “Ik ben een echte windvanger. Dan kun je beter in een kano zitten.” Met enige jaloezie kijken we naar de kano en besluiten ook snel weer eens onze kano’s tevoorschijn te halen.

Twentekanaal

Aan de overkant van de Berkel voert een pad naar de Staringkoepel, een door Natuurmonumenten gerestaureerde historische theekoepel uit 1850 die mooi gelegen is aan de rivier. De koepel is geen onderdeel van het Pieterpad maar we besluiten de kilometer heen (en ook weer terug) mee te pakken. We worden omringd door beekweidejuffers als we over het pad naar de koepel lopen. Met een trekpontje steken we de Berkel over. De hoger gelegen witte koepel torent boven ons uit.

Trekpontje naar de Staringkoepel

Constantia Staring, dochter van de dichter A.C.W. Staring, liet deze koepel bouwen om onder het genot van een kopje thee te genieten van de rust en het fraaie uitzicht. Als we op het balkon op de eerste verdieping staan, begrijpen we haar helemaal. De omgeving ligt er prachtig bij. We zien de Berkel door het landschap kronkelen en in de verte wandelaars die ook de oversteek maken. In de koepel is meer informatie te vinden en uiteraard zijn er gedichten. Hij is vrij toegankelijk.

Staringkoepel
Uitzicht vanuit de Koepel, wandelaars lopen vanaf het trekpontje naar de Koepel

Na de Berkel duikt de route het bos in. Op een open plek strijken we neer op een bankje voor de lunch. Het is redelijk druk met wandelaars. Bijna allemaal Pieterpadders, herkenbaar aan het kenmerkende Pieterpadpoppetje en/of het boekje. Als de boterhammen op zijn, voegen ook wij weer in op het brede zandpad. Af en toe zien we een mountainbike route en een paar mountainbikers door het bos kronkelen. Het is een mooi gezicht tussen de bodem bedekkende varens.

Mountainbikeroute te midden van de varens

We lopen door het Grote Veld, ooit een heideveld maar nu een uitgestrekt bosgebied. We kruisen enkele onverharde historische wegen met namen als de Oude Vordenseweg en de Oude Borculoseweg. Hierna geven de rododendrons aan dat we over landgoederen lopen. We zien het indrukwekkende landhuis Enzerinck en even later kasteel Den Bramel. De laatste naam wordt in de 14e eeuw al genoemd maar het huidige gebouw stamt uit de 18e eeuw. Er gaan verhalen dat het spookt in dit kasteel. Op deze zonnige dag kan ik het alleen maar omschrijven als liefelijk.

Kasteel Den Bramel

Na het kasteel lopen we over de oprijlaan naar de doorgaande weg die ons weer naar Vorden brengt. De etappe loopt eigenlijk door tot aan kasteel Vorden, maar het station was voor ons praktischer. Het kasteel bewaren we voor de volgende keer. Dan beginnen we ook in het tweede boekje. We zijn op de helft! Nou ja, bijna dan. Nog even de eerste etappe van Pieterburen naar Winsum wandelen. Dat moet dit jaar toch lukken.

Benieuwd naar de andere gelopen etappes van het Pieterpad? Hier vind je de etappes tot nu toe.

Kopermolenpad: langs molens, landgoederen, beken en enken

Route: Klompenpad Kopermolenpad
Afstand: 13 km
Start: Wenumse Watermolen, Oude Zwolseweg 164 Wenum Wiesel
Eind: Wenumse Watermolen, Oude Zwolseweg 164 Wenum Wiesel

Vandaag is Nederland verdeeld. Op weergebied dan. De oostelijke helft is bewolkt, in de westelijke helft schijnt de zon. Hoewel Wenum Wiesel nu nog grijs is, heb ik goede hoop. De scheidslijn met wolken schuift langzaam naar het oosten. Het is 8 uur als ik mijn auto bij de Wenumse Watermolen parkeer. Er staat welgeteld één andere auto.

De route die ik vandaag loop bestaat uit vier naast elkaar gelegen lussen, wat inkorten mogelijk maakt. Ik loop de hele 13 kilometer en besluit de route met de klok mee te lopen. De wandeling start bij een molen die al in 1313 vermeld wordt. Deze molen was door de eeuwen heen een korenmolen, een kopermolen (hier werden koperen platen geslagen) en een runmolen (hier werd schors gemalen voor de leerlooierij). Langs de molen loopt de Wenumse Beek, waar in vroeger tijden vijf molens langs stonden. Vandaag de dag is alleen de Wenumse Watermolen nog over.

Wenumse Watermolen

Voor de molen ligt de wijerd, deze plas werd gebruikt voor de aandrijving van de molen. De route leidt me erlangs. De eerste en voorlopige laatste wandelaar die ik er tegenkom heeft een bos gras in zijn handen. Ontbijt voor de konijnen? Ik loop over kleine wegen en paden richting landgoed De Kopermolen. Onderweg kom ik grote huizen en veel uitbundig bloeiende rododendrons tegen.

Landgoed De Kopermolen was vroeger een stuk uitgestrekter. Het heette toen De Rotterdamse Kopermolen, in 1627 ontstaan na de bouw van een papiermolen aan de Wenumse Beek. Een Rotterdamse scheepsreder bouwde de molen om tot kopermolen. Ook de wijerd behoorde tot dit landgoed.

Landgoed De Kopermolen

Ik loop langs beken en bosweggetjes en twijfel bij een markering die naar een oprit wijst. Het pad blijkt daar toch door te lopen. Ik kan me voorstellen dat ik niet de eerste ben die daar nog even de klompenpaden-app raadpleegt, just to be sure dat je niet iemands tuin in loopt. Ik wandel langs weides waar de bermen vol staan met fluitenkruid en boterbloemen. De insecten vliegen af en aan. De vogels kwetteren en ik kom geen mens tegen. Heerlijk.

Bij Landhuis De Ploeg lees ik in de app dat de Rotterdamse industrieel Louis Joseph Dobbelman die deze villa begin 19e eeuw liet bouwen juist om die reden naar Wiesel kwam. Het is een gebied “waar je de wind door de bomen kon horen ruisen, de vogels kon horen fluiten en waar de beek stroomde.”

Landhuis De Ploeg

De villa is niet het enige grote huis dat ik passeer. Langs de bosweggetjes staan stuk voor stuk indrukwekkende huizen, oud en nieuw staat door elkaar. Ook hier zijn de rododendrons in groten getale aanwezig. Het lijkt me heerlijk rustig wonen hier. Bij de Wieselse Enk, waar veel kleine eenmansenken waren (een enk is een hooggelegen veldje of akker), staat een authentiek ogende schaapskooi in het veld bij de Zandhegge. Het ligt er mooi bij, 100 jaar geleden kan het er net zo uitgezien hebben. Op een bankje verderop drink ik mijn koffie. De enkele fietser die langskomt, groet vriendelijk.

Schaapskooi op de Wieselse Enk

Na de koffie volg ik drie ruiters een klein paadje in. Een beek kruist mijn weg, de paarden stappen er doorheen, ik maak gebruik van de stapstenen. Tussen weides met nog veel meer paarden door kom ik op een lange asfaltweg terecht. In de verte zie ik de Oranjemolen liggen, een windkorenmolen.

Gelukkig lagen er stapstenen in de beek

In de meest rechter lus loop ik tegen de Grift en het Apeldoorns Kanaal aan. Bekend terrein, hier loopt het Kopermolenpad een stukje gelijk op met het Holhorsterpad dat ik in januari liep. Ik herken het karakteristieke bruggetje dat er nu, 5 maanden later, met al dat groen, misschien nog wel mooier bij ligt.

Bruggetje waar het Holhorsterpad en het Kopermolenpad overheen gaan

De Wenumse Watermolen is nu niet ver meer. Ik volg nog een stuk fietspad dat vroeger het tracé van een spoorlijn was van Dieren naar Zwolle. Dit tracé kwam ik bij andere klompenpaden ook al tegen. Een klein, mooi gelegen paadje langs de Wenumse Beek brengt me naar de achterkant van de watermolen waar het waterrad zit.

Laatste paadje naar de Wenumse Watermolen
Wenumse Watermolen

Ik ben weer terug waar ik begon. Er staan wat meer auto’s op de parkeerplaats, maar druk is het niet. Misschien dat het grijze weer de mensen tegenhoudt. De zon is helaas niet tevoorschijn gekomen. Desondanks was dit een prachtige wandeling. Zeker in deze tijd van het jaar waarin alles bloeit en kwettert.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Trage Tocht Renderklippen: heide, sprengen en heel veel groen

Route: Trage Tocht Renderklippen: Sprengen en heuvelachtige heide
Afstand: 9 km
Start: Begraafplaats Engelmanskamp, Elburgerweg 29 Heerde
Eind: Begraafplaats Engelmanskamp, Elburgerweg 29 Heerde

Schaapskooi op de Renderklippen

In januari liep ik voor het eerst over de Renderklippen. Ik had veel over het gebied gehoord. Uitgestrekte glooiende heidevelden, schaapskuddes, vennetjes en een van de gebieden in Nederland waar het ’s nachts nog echt donker is. Die 2 januari was het mistig en het regende. Ik liep het klompenpad Horsthoekerpad. 17 kilometer over de Renderklippen, maar ook door de omliggende bossen, langs verschillende sprengen, landhuizen en een stukje door Heerde zelf. Het was een mooie route, “hier” – zo sloot ik mijn blogpost over die wandeling af – “kom ik zeker nog een keer terug als de zon schijnt.”

Wandelbankje met uitzicht over de Renderklippen

Die keer is vandaag, een zonnige zondagmorgen eind mei. We hebben ’s middag andere verplichtingen dus zoeken een korte rondwandeling in de natuur. Op wandelzoekpagina.nl vind ik de Trage Tocht Renderklippen van slechts 9 kilometer. Ideaal voor een ochtendwandeling en ik zie het gebied nu bij zon.

De start van de route is bij een begraafplaats die prachtig gelegen is in het bos. Zonnestralen vallen door de bladeren op het jonge groen van de struiken en bosbessenplantjes. We wandelen de route met de klok mee. Het eerste stuk door het bos en langs een aantal sprengen is bekend terrein. We lopen deels de route van het Horsthoekerpad.

De sprengen liggen er mooi bij

Met een trap komen we op de stuwwal van de Renderklippen terecht en hebben een prachtig uitzicht over het uitgestrekte heideveld. In de verte zien we hardlopers, ruiters, hondenuitlaters en mountainbikers. We slingeren over de heide, komen langs de schaapskooi waar de kudde buiten staat, passeren het pluizenmeer en verruilen hier de markering van het klompenpad voor die van het Maarten van Rossumpad.

Pluizenmeer

Het volgende stuk tot aan het einde is nieuw voor mij. We lopen over kleine paadjes over het heideveld en komen dan weer in het bos terecht. Enkele mountainbikers kruisen ons pad maar verder is het rustig. We genieten van het exploderende groen om ons heen, de bloeiende lijsterbessen, de vele vlinders en uiteraard de uitbundig zingende vogels.

Renderklippen

Bij de begraafplaats waar we die ochtend onze auto parkeerden is het iets drukker geworden. Wij zijn mooi op tijd weer terug en hebben een flinke dosis natuur gekregen vandaag. Ik heb dit gebied nu in een ander jaargetijde en bij een heel ander weertype gezien. Het was prachtig. Dat we vrijwel alleen over onverharde paden liepen – zoals het een echte Trage Tocht betaamt – hielp ook zeker. Hoe zou het hier aan het einde van de zomer zijn, als de heide in bloei staat? Er is maar één manier om daar achter te komen.

Benieuwd naar de andere Trage Tochten die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Graafschapspad etappe 5: Doetinchem – Doesburg

Route: Graafschapspad
Afstand: 20 km
Start: Station Doetinchem
Eind: Parkeerplaats De Bleek, Koepoortwal 19 Doesburg

In de zomer van 2018 kwam ik tijdens een fietsweekend in de Achterhoek geel-rode markering tegen. Dit bleek het 124 km lange Graafschapspad aan te duiden. Ik was die dagen door prachtige gebieden gekomen en besloot toen om deze streek ook te voet te verkennen. In januari 2020 is het zover en loop ik de eerste etappe van het Streekpad.
Het Graafschapspad maakt een rondje door de Achterhoek: van de IJsselvalei naar het glooiende land waar de Berkel doorheen meandert, door Hanzesteden, bossen, langs landgoederen en havezaten. Ik maak me op voor een afwisselend en verrassend stukje Nederland.

Na weken regen lijkt het dit weekend eindelijk weer zonnig te worden. Dat zijn goede wandelomstandigheden. We besluiten een etappe van het Graafschapspad te doen. De laatste etappe liepen we in maart toen de eerste groene blaadjes verschenen. Nu lijkt er een groene explosie te hebben plaatsgevonden. Bomen staan vol in frisgroen blad, de brem bloeit uitbundig en het fluitenkruid tiert welig. Ook het gras in de bermen staat hoog. Het maakt onze etappe van Doetinchem naar Doesburg prachtig.

Sinds kort mag je ook voor niet-noodzakelijke reizen weer met openbaar vervoer. Daarom dit keer geen fiets-auto combinatie maar luxe met de bus. We zetten de auto op een gratis parkeerterrein in Doesburg en wandelen om 8 uur ’s ochtends op ons gemakje in het zonnetje door het nog stille centrum van de oude Hanzestad naar de bushalte. De bus brengt ons naar Doetinchem waar op het busstation een beeldengroep denkt dat het nog regent.

Op station Doetinchem

We wandelen door het centrum van Doetinchem en strijken neer op een terras aan de voet van de Sint-Catharinakerk dat al open is op dit vroege tijdstip. Cappuccino is altijd een goed idee. Zeker als je er al een flinke autorit en een busrit op hebt zitten.

Sint-Catharinakerk Doetinchem

Verkwikt beginnen we na de koffie toch echt aan de wandeling. We doorkruisen Doetinchem, komen langs een straatgedicht, de oude stadbegraafplaats waar nog enkele oude grafstenen staan, een stadstuin, de schouwburg, het ziekenhuis en een heus kasteel (Kasteel de Kelder). Hier gaan we Landgoed Hagen op. De zon is inmiddels verdwenen achter de wolken.

Een straatgedicht, de oude stadbegraafplaats, kasteel de Kelder en Landgoed Hagen

Hier volgen we het boekje, de GPS-aanwijzingen en af en toe de markering, die niet overal duidelijk aanwezig is. De bosweggetjes slingeren zich door de Kruisbergse bossen. De routebeschrijving spreekt van een ‘kruising met twee jachtpalen’. We hebben geen idee waar we op moeten letten en zien zo’n hoge houten stoel voor ons die je in Duitsland wel ziet, al dan niet met camouflagenet. Het blijken hoge, smalle, stenen palen te zijn die privé jachtgebieden markeren. De slecht leesbare tekst rept inderdaad over ‘jagt’ en ‘private’.

Een jachtpaal

Bij Hummelo en Laag-Keppel beklimmen we de Wrange Bult. Bovengekomen lezen we dat deze heuvel ook wel Galgenbult wordt genoemd. De grote zwerfkei op de heuvel markeert de plek waar vroeger de galg stond. Of hier ooit iemand is opgehangen is de vraag. Vanaf de heuvel lopen 8 lanen naar beneden, het Sterrenbos in dat rondom 1750 is aangelegd ten noorden van kasteel Keppel. Oude zichtlijnen zijn hersteld waardoor je een mooi doorkijkje hebt naar aan de ene kant kasteel Keppel en in tegenovergestelde richting de kerktoren van Hummelo.

Zwerfkei op de Wrange Bult, in de verte de kerktoren van Hummelo

Na de Bult volgen kleine door fluitenkruid overgroeide paadjes langs akkers, bos en de Keppelse golfbaan. In Hoog-Keppel vinden we een mooi lunchbankje bij de dorpskerk. Ooit is deze kerk gebouwd op het hoogste punt in Keppel, een rivierduin van de IJssel. Dat is tegenwoordig nog goed te zien. Op het kerkhof staan gietijzeren grafzerken, vrij zeldzaam in Nederland. De ijzergieterij in Laag-Keppel is hier de reden van.

Het fluitenkruid tiert welig

We lopen Hoog-Keppel uit via een smal paadje langs een wei met paarden en twee draaihekjes. Een van de paarden vindt die wandelaars wel gezellig. Via een paadje over een akker en door een bosgebiedje en uiteindelijk door Drempt naderen we Doesburg. We lopen een tijdje langs de provinciale weg, komen langs de interessant klinkende Museumtuin ’t Olde Ras, een boomgaard met oude fruitrassen en slaan dan af naar de wallen van Doesburg. Op de kaart zie je duidelijke de hoekige contouren van de vestingwerken. In opdracht van koning-stadhouder Willem III zijn ze in 1700 ontworpen, de volgende 30 jaar gebouwd, maar nooit gebruikt. Tegenwoordig is het een mooi wandelgebied. We kwamen er welgeteld één hondenuitlater tegen.

Op de wallen van Doesburg

Na de wallen komen we uit bij de haven. De zon schijnt hier uitbundig. Op het parkeerterrein staan veel campers. De eigenaren zitten heerlijk op een stoeltje en kijken uit over het water. Even verderop zie je de IJssel in al haar glorie. We lopen over de IJsselkade en genieten van het uitzicht.

De IJssel

Bij de beeldengroep Passi d’Oro (voetstappen van goud) van de Italiaanse kunstenaar Roberto Barni blijven we even staan. We zien de mannen van verschillende lengte met hun rode jassen en broeken en gouden gezicht die vanaf de IJssel lijken aan te komen lopen. Ze gaan richting de oude binnenstad. Hun voeten staan op de kaart van Europa en lijken over de landsgrenzen heen te stappen. Toepasselijk voor Doesburg dat als Hanzestad ook binnen een groot Europees netwerk actief was.

Passi d’Oro van Roberto Barni

Via het oude centrum, dat inmiddels een stuk drukker is geworden, lopen we weer naar de auto. Ook hier staat het helemaal vol. De voordelen van vroeg beginnen… We kijken terug op een mooie groene etappe die eindigt in een leuk oud stadje.

Doesburg

Benieuwd naar de andere etappes van het Graafschapspad? Mijn wandelervaringen tot nu toe vind je hier.

Tuylermarkerpad: rust en ruimte in het buitengebied van Terwolde

Route: Klompenpad Tuylermarkerpad
Afstand: 11 km
Start: Cosmas en Damianuskerk, Molenweg 2 Terwolde
Eind: Cosmas en Damianuskerk, Molenweg 2 Terwolde

Cosmas en Damianuskerk Terwolde

Onderweg naar Terwolde worden de druppels op mijn voorruit steeds talrijker. In Terwolde miezert het een beetje. Geen reden om mijn wandelplannen te wijzigen. Ik parkeer mijn auto op een rustige parkeerplaats bij de indrukwekkende 14e eeuwse Cosmas en Damianuskerk. Op dit punt starten twee Klompenpaden: het Tuylermarkerpad en het Woldermarkerpad. Ik loop vandaag de eerste. De klompenpadensite belooft een wandeling over boerenerven, schouwpaden en historische wegen en een sfeer die wordt bepaald door rust, ruimte en het IJssellandschap.

Er bloeit veel onderweg

De route bestaat uit twee lussen. Ik besluit beide met de klok mee te lopen. Na een aanloopje over de Dorpsstraat vanuit Terwolde kom ik op de eerste lus. Na enige bebouwing loop ik al snel over kleine paadjes langs weilanden en sloten. Ook heb ik mijn eerste overstapjes over hekken en prikkeldraad te pakken. Vanaf een smal paadje met knotwilgen zie ik in de verte het gemaal mr. A.C. van der Feltz liggen. Vanaf 1916 stond hier een stoomgemaal dat nu in gebruik is als woonhuis. Ernaast staat het huidige gemaal uit 1951. Het is vernoemd naar een dijkgraaf van polderdistrict Veluwe.

Gemaal mr. A.C. van der Feltz

Langs weiden en over onverharde wegen loop ik naar de tweede lus. Het natte gras staat hoog en binnen de kortste keren zijn mijn schoenen en de onderkant van mijn broek doorweekt. Gelukkig zijn de schoenen waterdicht. Ik volg braaf een markering met een pijl naar rechts maar mis de pijl naar links er vlak na. Gelukkig is de omweg niet al te groot. De tweede lus brengt me op de IJsseldijk. De eigenlijke route loopt door de uiterwaarden, maar in verband met het broedseizoen blijf ik nu de Bandijk volgen. Ik heb een mooi uitzicht op Deventer aan de andere kant van de IJssel.

De Bandijk met aan de overkant Deventer

Op een grote steen in de buurt van ’t Nieuwe Diekhuus staat vermeld dat de schilder Ruysdael vanaf precies deze plek de IJssel heeft geschilderd. Het bordje nodigt de voorbijganger uit om zelf ook het penseel of potlood ter hand te nemen. Ik laat deze kans even aan mij voorbijgaan. Op het naastgelegen bankje geniet ik van mijn koffie met Ruysdaels uitzicht.

Het uitzicht van Ruysdael

Langs een mooie boerderij verscholen in het groen loop ik over kleine paadjes langs akkers en weiden, over bruggetjes, langs een aantal kunstzinnige immense insecten op oude boerenkarren en door een boomgaard terug naar waar ik de tweede lus begon. Het land wordt druk bemest en de trekkers met aanhanger rijden af en aan. Op de weg waar ik loop moet ik meerdere keren de berm in om een trekker te laten passeren.

Boerderij in het groen
Kunstzinnige insecten

Over asfaltwegen en kleine paadjes langs een sloot loop ik geleidelijk terug naar Terwolde. Het begint harder te regenen en bij een bankje doe ik mijn regenhoes om mijn rugzak. Als ik opkijk zie ik bij het Toevoerkanaal twee mannen vissen. Blijkbaar heeft een van de twee een goede vangst gedaan. Breed lachend poseert hij voor de foto. De route leidt me langs de Terwoldsche Wetering en via kleine paadjes weer terug naar Terwolde.

Aan leuke paadjes geen gebrek

In Terwolde is de Coop tegenover de kerk opengegaan. Het ingeslapen dorp van vanmorgen is een stuk levendiger geworden. Wat een verschil met de rust en ruimte van het IJssellandschap. Het was goed toeven in het buitengebied van Terwolde, waar alles nu weelderig groen is en allerhande bloemen in bloei staan. Op Instagram reageert iemand op mijn foto’s van deze wandeling: “Fijn als zelfs miezer de schoonheid van een pad blijft tonen.” Ze heeft helemaal gelijk. Dat zegt veel over het pad.

Benieuwd naar de andere Klompenpaden die ik heb gelopen? Je vindt ze hier.

Knapzakroute Zorgvlied – Doldersum (2)

Route: Knapzakroute Zorgvlied – Doldersum K36 (lus Doldersum)
Afstand: 11 km
Start: Parkeerplaats Restaurant Grenzeloos en Zo, Boylerstraat 12 Doldersum
Eind: Parkeerplaats Restaurant Grenzeloos en Zo, Boylerstraat 12 Doldersum

Zoals Gelderland en Utrecht de Klompenpaden hebben, heeft Drenthe de Knapzakroutes. Dit zijn niet-gemarkeerde lokale rondwandelingen van gemiddeld 15 kilometer lang in heel Drenthe die vaak door minimaal één dorp komen. De eerste route stamt al uit 1984 en sindsdien zijn er heel wat gemaakt. Op dit moment zijn er zo’n 65 actueel. De routebeschrijvingen en uitgebreide cultuurhistorische informatie vind je in de gidsjes van de routes. Sinds het voorjaar 2020 zijn verscheidende routes ook digitaal te downloaden op knapzakroutes.nl.

Dit gebied behoorde tot de Koloniën van Weldadigheid

In december vorig jaar liep ik mijn eerste knapzakroute, de helft van de route Zorgvlied – Doldersum. We begonnen toen in Zorgvlied en liepen de bovenste lus. Het was de een-na-kortste dag, dus vroeg donker. Wel hadden we er een winterzonnetje bij. De bomen waren kaal en het was niet heel warm. Wat ziet de wereld er vijf maanden later anders uit.

Het is Hemelvaartsdag en prachtig weer als we onze auto’s in Doldersum parkeren. De bermen en parkeerplaats staan vol met auto’s met fietsenrekken. We lopen de lus Doldersum tegen de klok in en duiken vanaf de parkeerplaats gelijk het bos in. De drukte is op slag verdwenen. Onder frisgroene blaadjes wandelen we richting het Doldersummer Veld.

Doldersummer Veld

Op de kleine paadjes komen we een handjevol wandelaars tegen. Als we het veld op gaan is het iets drukker. Het is lunchtijd en langs het pad zitten wandelaars op de grond te picknicken. In het zonnetje eten zij hun brood met uitzicht over het immense heideveld. Onder de Hollandse luchten is het geel zover het oog strekt. Af en toe steekt er een boom boven de heide uit. Geen verkeerde lunchplek. Bij de ingang van het veld staat een uitkijktoren, gebouwd naar voorbeeld van de toren van Biebrza, een Pools nationaal park waar medewerkers van Het Drentse Landschap op excursie waren. Onder de indruk van de eenvoudige constructie en de onopvallendheid door natuurlijke materialen maakten ze de 13 meter hoge toren aan de rand van het Doldersummer Veld na.

Uitkijktoren bij het Doldersummer Veld

We doorkruisen het veld, horen veel verschillende vogels en hebben mooie uitzichten. Bij de bosrand op een kruispunt van paden, steken we op de kaart door van nummer 17 naar nummer 4. De lus Zorgvlied liepen we al eerder en laten we nu voor wat het is. Wat volgt is bos, heel veel bos. We bevinden ons in de bossen van Boschoord, een productiebos van de voormalige Maatschappij van Weldadigheid. Boschoord vormden samen met Wilhelminaoord en Oostvierdeparten Kolonie II die tussen 1820 en 1822 is gesticht. In Nederland en België samen zijn er in totaal zeven Koloniën gesticht, met als doel armoede uit te bannen.

Bossen van Boschoord

Met de app ‘Alle Bankjes’ vinden we een bankje 50 meter van de route af. Hier eten ook wij onze lunch met meegebrachte koffie. Voor het eerst dit jaar moeten we de muggen van ons af slaan. Niet alleen de flora barst los, ook de fauna. En op een dag als vandaag is het feest voor de muggen, er lopen allemaal lekkere hapjes rond.

Na de lunch wandelen we over het Vrouwenveld. Het verhaal gaat dat de vrouwelijke kolonisten op dit hoogveenveld werkten voor de Maatschappij van Weldadigheid. Ze staken, keerden en droogden turf. Mannen werkten op andere velden. Dit was bewust gescheiden. De vraag is of dit verhaal klopt, omdat de naam ook al voor de komst van de Maatschappij bestond. Het huidige veld biedt heden ten dage de wandelaar een mooie omgeving met de vennen en vlonderpaden.

Vrouwenveld

De route leidt ons verder langs Stichting Boschoord. Vanaf 1950 werden hier (toen nog Hoeve Boschoord) ‘onmaatschappelijke debiele mannen’ opgevangen om ze in deze bosrijke omgeving voor te bereiden op terugkeer in de maatschappij. De plek heeft tegenwoordig nog steeds een zorgfunctie, het terrein is flink uitgebreid. In het kleine ‘dorp’ worden licht verstandelijk gehandicapten met gedrags- en psychiatrische stoornissen behandeld. Er is o.a. een zorgboerderij met winkel.

Via een kronkelend bospad komen we bij een grotere weg en slaan dan af naar de Schoollaan in het gehucht Boschoord. We wandelen over de lommerrijke laan langs een aantal pittoreske koloniehuisjes. Ook staat er nog een schooltje en het huis van de schoolmeester.

Bosschoord
Koloniehuisje

We lopen een stuk over de Jongkindt Conincklaan, vernoemd naar Cornelis Johannes Marius Jongkindt Coninck, van 1859 tot 1876 directeur der vrije koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid. Onder zijn leiding werd afscheid genomen van het systeem waarbij kolonisten door hard te werken vrijboer konden worden.

Onderweg naar de Jongkindt Conincklaan

Na een kronkelend bospad komen we weer in Doldersum uit. Het dorp ligt in een uithoek van Drenthe. Vroeger hield hier, vanuit Drentse ogen, de wereld een beetje op. Nu lijken de bermen zelfs nog voller te staan met auto’s dan toen we hier de wandeling begonnen. Doldersum staat duidelijk op de kaart en biedt wandelaars en fietsers een prachtige omgeving.

Benieuwd naar de andere knapzakroutes die ik gelopen heb? Je vindt ze hier.