Straatgedicht

Om mij heen is niets. Nou ja, niets … Er is een autoweg, een parkeerplaats, weilanden, water, bomen en rails voor zover het oog strekt. Ik wacht. Op een trein met vertraging. “De sprinter naar Amsterdam Centraal vertrekt over 10 minuten” schalt het over het perron. Het handjevol mensen om mij heen wacht geduldig. Op een kluitje onder het afdak. Schuilend tegen de wind en herfstregens.

Tegen de glazen wand van het tegenovergelegen perron strekt een blauw vlak zich uit. Er lijken tekens in te staan, of letters. Te ver weg om er chocola van te maken. Erachter liggen de weilanden. Mistroostig groen achter een blinkende vaart. Dan schuift een geel gevaarte tussen mij en de overkant.

Acht uur later ben ik terug. De grijze lucht hangt nog steeds boven de weilanden. Mensen spoeden zich voor mij de trap af richting parkeerplaats. Het perron is binnen enkele ogenblikken verlaten. Ik sta oog in oog met het blauwe vlak waar inderdaad letters in staan. Ze vormen een gedicht, verspreid over vier ramen. Het oktoberlicht valt door de letters heen. Het geeft de ‘Thuiskomst’ een sombere sfeer.

Dit gedicht van Ida Gerhardt hangt op station Kampen Zuid. Haar uit 1940 stammende woorden verwelkomen de Kampenaren die huiswaarts keren en de bezoekers die toevallig op het station belanden. Gevat in honderden regendruppels leest de stilstaande reiziger over een positieve boodschap die door het seizoen wordt tegengesproken.

Lente was een beter jaargetijde geweest voor dit gedicht, waarin de thuiskomst van de ik-persoon wordt beschreven. Na “zóveel bitt’re jaren” ontvangt de vrouw die in de tuin van het kleine huis aan de rivier aan het werk is, de ik-persoon. Het beschreven landschap met de rivier, het dijkland en de ruime wolkenvluchten zie ik, als ik – letterlijk – door het gedicht heen kijk. De functie en de omgeving van deze plek komen heel mooi samen in dit gedicht.

Wat een uitgelezen locatie voor straatpoëzie.

Thuiskomst

Dit is mijn droom- het kleine huis aan de rivier;
het rusteloze scheren van de zwaluw gaat er
langs dak en raam; de roodborst nestelt bij de vlier.
Een schip zeilt traag voorbij; de bel luidt over ’t water.

En als ik nader waar de dijk zich buigt door ’t land,
richt kort zich op die in de lage tuin gebogen
over de spade staat,-en met de vrije hand
weert zij het helle licht beschuttend van de ogen.

Hoe ken ik dit gebaar, hoe is het mij vertrouwd,
dit sterke opzien van wie daag’lijks naar de lucht en
het wiss’lend, open water turend, rustig oud
werd in dit dijkland en zijn ruime wolkenvluchten.

Er is een scherp herkennen van elkaar en
dan komt zij langs het smalle klinkerpad gelopen,-
maar keert nog terug en stoot de stroeve huisdeur open.
Dit ogenblik-wat tellen zóveel bitt’re jaren?

Ida Gerhardt
Uit: Kosmos
uitgever v/h C.A. Mees 1940

In januari 2017 ging ik de uitdaging aan om elke maand een foto te plaatsen met het verhaal erachter. Het onderwerp van de foto kan van alles zijn. Het is maar net wat ik tegenkom in mijn dagelijkse leven. De foto’s met verhaal tot nu toe kun je hier terugvinden. Lijkt het je ook leuk om je foto’s een verhaal mee te geven? Voel je vrij om mee te doen met deze uitdaging. Ik ben heel benieuwd naar jouw gekke, mooie, grappige, abstracte, inspirerende of bijzondere foto (#EMEF).

15 gedachtes over “Straatgedicht

  1. Pingback: Elke maand een straatgedicht – Door Suzanne

  2. Pingback: Stationsgedicht – Door Suzanne

Laat een reactie achter op Daan Kusen Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s