Horror etappe

Zomaar een dag uit onze fietsvakantie naar de Bodensee #3

Uit: 'Reitsma's Route naar Rome (2011) door Hans Reitsma
Uit: ‘Reitsma’s Route naar Rome’ (2011) door Hans Reitsma

Van de fiets naar de tent is op kunstige wijze een waslijn gespannen. Kleurige shirts, fietsbroeken en lichtgewicht handdoeken bewegen zachtjes in de wind. Een aarzelend zonnetje doet zijn best om de met dauw bedekte tent droog te krijgen. Ernaast staan de gele Ortliebtassen netjes op een rijtje. Hun eigenaren zitten ervoor. Met verse broodjes en een kop koffie nemen zij het er nog even van. Zo direct moeten ze weer aan de bak. 80 of 90 kilometer is geen uitzondering voor de doorgewinterde vakantiefietser.

En dat geldt ook voor ons. Schertsend hadden we het de horror etappe genoemd: de etappe met de eerste serieuze langere klim. De Schwäbische Alb is zeker geen Mont Ventoux, maar vervult mij al maanden met een zeker ontzag. Thuis had het oneindig ver weg geleken. ‘Tegen die tijd hebben we genoeg conditie opgebouwd’ was de gedachte. Een paar dagen geleden echter, toen de eerste klimmetjes zich aandienden, liet ik die gedachte snel varen. Dat viel tegen! Hellingen van 11% leken onneembaar. Wat was er met mijn zorgvuldig opgebouwde conditie gebeurd? De trein als alternatief leek opeens heel aantrekkelijk.

We zijn inmiddels een paar fietsdagen verder, hebben de nodige klimmetjes gehad en het zelfvertrouwen is terug. Die Schwäbische Alb, die volgens het routeboekje “als een onverbiddelijke muur boven de stad oprijst”, gaan we doen. Op de fiets. Net als onze buren die dezelfde route blijken te fietsen. Met “je ziet ons wel ergens uitgeput langs de weg liggen” nemen ze afscheid. Voor de top zouden we ze niet meer zien.

Als ook wij de camping verlaten, worden de eerste caravankampeerders wakker. Het is nog vroeg, we kunnen rustig aan doen. Het drukke verkeer van Tübingen laten we al snel achter ons en binnen een paar kilometer fietsen we op landelijke weggetjes. Ik verwacht elk moment ‘de muur’ te zien, maar glooiende korenvelden bepalen het beeld. Ik vind het best en peddel rustig het vals plat op dat volgens het boekje de opmaat is voor de stijging die komen gaat.

Stijgingen die in het routeboekje aangegeven worden met duidelijke symbolen. Lichte stijgingen met een ‘>’, zwaardere stijgingen met een ‘>>’ en hele zware met een ‘>‘. De afgelopen dagen zijn ze door mijn medefietser liefkozend omgedoopt tot éénvinkers, tweevinkers en dikstrepers. De laatste twee zijn vandaag in de meerderheid en af en toe hoor ik naast me: “de komende twee kilometer een tweevinker”. De klim is duidelijk begonnen.

Bepakt en bezakt fietsen we door kleine dorpjes. We worden ingehaald door snelle racefietsers die ons bemoedigend toeroepen. De weg stijgt langzaam. “Nu begint de klim pas echt” meldt mijn medefietser op een gegeven moment, met een grijns vooruit wijzend. Voor ons strekt de asfaltweg zich uit het bos in. In de verte de eerste haarspeldbocht. We knikken elkaar toe, dit gaan we doen. Achter elkaar fietsen we omhoog. Auto’s, motors en een enkele vrachtauto zoeven voorbij. Dankbaar voor de schaduw die de bomen bieden, veeg ik desalniettemin de zweetdruppeltjes van mijn voorhoofd. 29 graden zou het worden vandaag, eigenlijk geen weer om een berg te beklimmen.

Na de bocht een pauze, wat drinken, wat eten, en verder. Dit valt nog mee, flitst er door mijn hoofd. Waar blijven die 11% hellingen? Niet aan denken, door. Gestaag gaat het verder. “Nog twee tweevinkers en een dikstreper en dan zijn we boven”, hoor ik voor me. We ronden een volgende haarspeldbocht en nog een. Doortrappen, kleinste blad, slokje water, zweetdruppels, trappen. En dan rijden we, toch nog onverwachts, een zonovergoten vlakte op. Bergweiden strekken zich uit, bruine koeien sjokken traag door het landschap. Een pittoresk kerkje maakt het geheel compleet. We zijn boven!

Mijn medefietser haalt een thermoskan tevoorschijn en schenkt koffie in. We toasten op onze overwinning en kijken met een tevreden gevoel om ons heen. Een lange afdaling ligt voor ons, “met nog een paar gemene klimmetjes”. Dat dan weer wel. Maar die overwinnen we ook wel weer. We hebben immers de Schwäbische Alb beklommen. Op de fiets!

Advertenties

14 gedachtes over “Horror etappe

  1. Goed bezig! Heel herkenbaar, die waslijn, de dauwtent, de onmisbare Ortliebs en dat gevoel van overwinning als je de top van de berg bereikt hebt! 😉 Zijn de campings daar ook goed? (je kunt nooit te vroeg beginnen met nadenken over de vakantie voor volgend jaar :P)

    1. Ja, veruit de meeste campings waren prima. Vaak met een trekkersveldje waar voornamelijk fietsers stonden. Gezellig en heel handig om ervaringen uit te wisselen. De route die wij fietsten (de Reitsmaroute die uiteindelijk naar Rome gaat) is populair, beide kanten op. Dus je hebt onderweg en op de camping genoeg aanspraak! Ik kan het je zeker aanraden :-).

  2. Pingback: Elke maand een route | Door Suzanne

  3. JBB

    Lees nu pas over deze helden rit. Bolletjestrui is nu niet ver weg meer.
    De basis van al deze fietskilometers is volgens mij ooit in de Zeister bossen gelegd.

    Erg leuk om deze verhalen te lezen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s