Auto kwijt

wpid-20140906_171632.jpgAuto’s zover het oog reikt. Geparkeerd in nette rijen. Naast elkaar, achter elkaar. Grijs, blauw, zwart, af en toe een rode. Dicht bij elkaar. Voornamelijk Nederlandse. Geen mens te zien, alleen die auto’s. In het grasland. En op de achtergrond in grote letters de namen van de visverwerkingsbedrijven op de immens grote egaalblauwe wand.

Paniek slaat me om het hart. Waar moet ik beginnen? Ik kan me nog herinneren dat het erg ver weg leek, toen ik terugliep. Ik kon de grote hal van het visverwerkingsbedrijf zien liggen. Bewust heb ik een paar seconden dat uitzicht in me opgenomen toen ik een dag geleden in ditzelfde weiland stond. Ik voorzag de toekomst. Een stuk minder auto’s toen. Mijn autootje ergens achterin voor een witte streep. Rechts van me ruimte voor heel veel meer auto’s.

Auto’s die inderdaad gekomen zijn. Ergens te midden daarvan mijn grijze auto. Gelukkig geen tijdsdruk ditmaal. Ik hoef geen boot te halen. Het is nog lang niet donker. De in oranje hesje gehulde man die mij de plek wees gisteren, is weg. De dames die het geld inden bij de ingang zijn gereduceerd tot een oudere mevrouw in tuinstoel. Ze knikte me vijf minuten geleden vriendelijk toe. Bemoedigend misschien? Wens als vader van de gedachte?

Kom, spreek ik mezelf toe, dit moet toch te doen zijn… Met mijn duim op het ontgrendelknopje van de autosleutel betreed ik het brede middenpad en bedenk me hoe ik dit zo systematisch mogelijk kan aanpakken. Bijna aan het einde sla ik een pad naar rechts in en loop langs de auto’s. Rechts en links mijn autosleutel richtend. Luisterend of ik ergens een klik hoor, een richtingaanwijzer zie knipogen. Helemaal niets.

Dan komt er een auto aanrijden. Zeker 15 jaar oud, raampje open. Hij stopt. Een man van middelbare leeftijd kijkt me argwanend aan. Ik kijk terug, glimlach mijn allerliefste glimlach, toon mijn rechterhand met autosleutel en werp een quasiwanhopige blik op de hoeveelheid auto’s. De argwaan wordt minder, constateer ik opgelucht. Dat ‘dag en nacht bewaakt’ klopt in ieder geval voor de dag, stel ik vast. Een moment overweeg ik zijn hulp in te roepen, maar besef tegelijkertijd dat dat hopeloos is. De vraag “Hebt u misschien een grijze auto gezien?” kan ik zelf ook beantwoorden: “Alleen in deze rij al een stuk of 12”.

Ik maak aanstalten om verder te lopen, de man rijdt langzaam door. Al slalommend langs de rijen, prijs ik in gedachten de weergoden voor de droge dagen. Een paar van die buitjes van afgelopen weken en dit weiland was binnen de kortste keren veranderd in een modderpoel. Visioenen van tractors die één voor één de auto’s uit de modder trekken, druk ik snel weg. En dan, denkend aan de foto’s die ik had moeten maken gisteren van de parkeerplek, aan de ‘vind mijn auto’-apps die ik had moeten installeren, staat hij daar. Verscholen achter een zwarte SUV, voor een witte streep. Mijn auto.

Een paar minuten later overhandig ik bij de uitgang de oudere mevrouw in de tuinstoel mijn parkeerbewijs. Een bezoekje aan een vriendin op Terschelling heeft mij en mijn auto onbewust in de categorie festivalgangers doen belanden. In de ogen van de mevrouw in de tuinstoel. Waddeneilandfestivals, waarvan ik gisteren nog nooit gehoord had.

Een hele hoop andere mensen wel.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s