Man in restaurant, donderdagavond 20.15 uur

Afbeelding: pilat.nl
Afbeelding: pilat.nl

Aan een houten tafel zat hij. In mijn blikveld. Zenuwachtig schoof hij heen en weer op zijn stoel. Armen op tafel, rondkijkend. Elke paar seconden bewoog zijn neus, bijna onmerkbaar. Een fractie van een seconde een kleine rimpel op de overgang van voorhoofd naar neusbrug. Alsof hij wilde checken of zijn neus er nog zat en functioneerde. Zoals een paar seconden daarvoor.

Voor hem op tafel een bord, karig gevuld. De bestanddelen van de maaltijd culinair opgestapeld. Een deel was al verdwenen. Met vork en mes ging hij het stuk vlees te lijf. Hij wierp een geconcentreerde blik op zijn bord, hanteerde zijn vork, bracht deze naar zijn mond, at en keek vluchtig naar links. Opnieuw boog hij zich naar voren, een hap en een blik naar links. En bij de volgende hap dezelfde handelingen. Automatisch leek het wel. Naar beneden kijken, happen, naar links kijken

De mensen aan zijn linkerkant aten ook, leken niets te merken. Wat was het dat zijn aandacht trok? Waardoor had hij een extra stap ingelast in zijn eetproces? Ik keek nogmaals naar de buren, een doorsnee stelletje, middelbare leeftijd. Zij in een fleurige, net wat te wijde bloes op een strakke ribbroek, hippe bril op, hij in een schipperstrui, oudere spijkerbroek en stevige stappers, haar net wat te lang. Gezellig keuvelend, af en toe een lach, een uithaal (“toch niet Bianca?!”). Genietend van de dagschotel voor twee. Niets bijzonders.

En toen was het op, het eten. Hij had zich door het vlees, het bedje van truffelpuree en de gemengde groenten heen gewerkt. Zijn ogen nu op de tafel gericht. Ver weg, leek het wel. Wat ging er om in zijn hoofd? Een vlugge blik op zijn horloge. En daar de eerste volledige zin, gericht aan mij: “mag ik de rekening, alsjeblieft?”

“Maar natuurlijk,” reageerde ik, “heeft het gesmaakt?” Weer die beweging van zijn neus.

“Zeker, maar ik moet er eigenlijk snel vandoor, dus …”

“Tuurlijk, tuurlijk”

Nog voordat ik zijn tafel had bereikt, rekening in de hand, kwam hij me al tegemoet. Zijn jas aantrekkend, liep hij achter me aan, naar het pinapparaat.

“Tot de volgende keer en nog een prettige avond” wenste ik hem gewoontegetrouw toe. Half omdraaiend, knikte hij, “dat komt wel goed, hoop ik”. Bij de deur haalde hij een opgevouwen briefje uit zijn zak, streek het glad. Zijn ogen gingen over het telefoonnummer en het adres, ergens in de stad. Een lichte glimlach verscheen heel even toen hij de vluchtig geschreven naam eronder las.

Advertenties

3 gedachtes over “Man in restaurant, donderdagavond 20.15 uur

  1. Pingback: ‘Eigen’ schrijfstijl getest | Door Suzanne

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s