Blikveld

Druppels op raam

De lucht is gevuld met gegons. Af en toe laat iemand zijn kauwgom klappen om zo ook zijn aanwezigheid duidelijk te maken. De hele atmosfeer is bedompt en is een perfecte vulling van de ruimte die níet door mensen is bezet. De gelijkenis tussen vulling en bezetting is treffend. Overal staan, zitten of hangen mensen. De meeste houden zich vast aan de stangen links en rechts boven het gangpad. Iedere keer als de bus een bocht neemt, verliezen enkele hun evenwicht en proberen zich met grote moeite aan alles wat los en vast zit vast te grijpen. In de meeste gevallen lukt dit ook.

De bus stopt. Bij de halte staan de mensen zich te verdringen om een plekje te bemachtigen in het bushokje, beschermd tegen de regen. Een enkeling heeft zich afgekeerd van dit gedrang en staat demonstratief een paar meter van de abri af. Hij gaat bijna geheel verscholen onder een zwarte paraplu. De buschauffeur doet de deuren open, maar weet dat niet alle wachtenden met deze rit meekunnen. Na een aantal te hebben laten instappen, maakt de man een schuddend gebaar met zijn hoofd, trekt zijn schouders op en wijst naar de opeengepakte mensen in zijn bus. Dan sluit hij de deuren. Hij negeert de boze blikken, beroert zijn richtingaanwijzer en voegt in tussen de lange rij auto’s.

Een meisje met rood haar, dat op gekunstelde wijze over haar hoofd is gekamd zit tegenover me en volgt de baan die een regendruppel trekt op de buitenkant van het raam. Aandachtig volgen haar ogen het schouwspel totdat de onderkant van het raam is bereikt. Haar blik dwaalt kort door de bus. Een fractie van een seconde zit ook ik binnen haar gezichtsveld. Dan vestigt ze haar aandacht op een volgende druppel die begint aan zijn weg naar beneden, zijn soortgenoten achterna.

Een meneer met stropdas en een donkerblauwe regenjas gaat schuil achter een gratis op het station verstrekt krantje. Terwijl hij leest over de vier van Belgrado en het onstuimige weer van de volgende dag, trekt de mevrouw naast hem zich steeds verder terug naar het raam in een poging de uitgestrekte linkerhand met de geheel uitgevouwen krant te ontwijken. De krantlezer heeft niks door. Ook zijn overbuurman die gretig de voorpagina van dezelfde krant meeleest, valt hem niet op. Een abrupte hantering van het rempedaal rukt de meneer met de donkerblauwe regenjas even weg van het nieuws van de macrowereld en brengt hem even terug naar de microwereld die zich tien minuten geleden heeft gevormd en bij elke bushalte van inhoud verandert. Even later is de arm weer gestrekt en kan zijn overbuurman het artikel uitlezen.

Met een steelse blik kijkt een man van achter in de bus naar mijn buurvrouw, die doet voorkomen dat de voorbij glijdende huizen veel belangrijker zijn dan de mensen in de bus, inclusief de man achterin de bus. Niet uit het veld geslagen blijft hij proberen een glimp van haar oogopslag in zijn richting op te vangen. Helaas blijft deze overduidelijk afwezig en als mijn buurvrouw bij de volgende halte zonder blikken of blozen met haar blik op oneindig uitstapt, glijdt er een zweem van teleurstelling over zijn gezicht. Niet lang daarna echter heeft hij zich hersteld en scant de bus op een ander – nu wat gewilliger – slachtoffer.

Ik kijk nog eens de steeds leger wordende bus rond en vestig dan mijn blik op het gele bord bij de bushalte waar de bus nu voor afremt. Broekweg. Dit is mijn halte. De regen blijft uitnodigend met bakken uit de hemel vallen. Gelukkig heb ik mijn zwarte paraplu.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s